vrijdag 10 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home arrow De weg naar geloof arrow 1999 arrow De Behoefte aan boodschappers (profeten)
De Behoefte aan boodschappers (profeten) Afdrukken E-mail
dinsdag 28 december 2004

De Behoefte aan boodschappers

In de voorafgaande editie hebben we laten zien dat de mens zijn renaissance realiseert wanneer hij een relatie legt tussen mens, leven en heelal, en wat er voor al deze was, en wat erna komt. Het antwoord hierop vormt de basisgedachte van de mens. Deze basisgedachte is het fundament waarop hij alle andere subideeën op baseert.

De basisgedachte voor de Moslim is "La ilahe illallah" (Er is geen god dan enkel en alléén Allah). Dit is omdat we door middel van verstandelijk redeneren het bestaan van de Enige Schepper hebben bewezen, want alles wat we kunnen waarnemen is begrenst, behoeftig, afhankelijk en is niet eeuwig m.a.w. alles is geschapen en heeft dus een Schepper nodig.    Nadat het bestaan v.d. Schepper met een verstandelijke redenering bewezen is, rijzen nu een aantal andere vragen bij de mens op, deze vragen hebben betrekking op de Scheppingsdoel en de houding van de mens tegenover zijn Schepper, zichzelf, en zijn medemens.

Het is bewezen dat de mens een creatie is van de Enige Schepper, Allah, en dat religiositeit in de aard van de mens zit, omdat het een deel uitmaakt van zijn instincten. De mens van nature heiligt hierdoor zijn schepper, deze heiliging vertaald zich in aanbidding. Dit vormt de relatie van de mens tot zijn Schepper. Wanneer deze relatie ongeordend is lijdt het tot verwarring en tot aanbidding van iets buiten Allah (SWT). Hierdoor is het noodzakelijk deze relatie te ordenen volgens een juiste systeem, welke niet kan voortvloeien uit de mens zelf, omdat hij de realiteit van de Schepper niet kan beseffen.

Betreffende de bewijsvoering dat de Koran Allah's woord is: Hierdoor is hij niet in staat om een systeem neer te zetten die de relatie van hem en zijn schepper ordent. Vandaar dat dit systeem vanuit de Schepper moet komen, en omdat de Schepper deze systeem moet overbrengen tot de mens wordt de behoefte aan Boodschappers noodzakelijk, die de religie van Allah (SWT) overbrengen tot de mens.

Een andere bewijs voor de behoefte van de mensen aan profeten is, de noodzaak van de mens om zijn instincten en organische behoeften te bevredigen. Wanneer de bevrediging van deze instincten en behoeften op een foute of onjuiste manier geschiedt, leidt het de mens tot een ongelukkig leven. Hierdoor ontstaat er een behoefte aan een systeem die deze instincten en organische behoeften ordent. Deze systeem mag niet voortkomen uit de mens, omdat zijn begrip omtrent het ordenen van deze instincten en behoeftes onderhevig is aan veranderingen, onenigheden, tegenstrijdigheden, en aan de invloeden van zijn leefmilieu. Als het ordenen aan de mens zou liggen, zou dit leiden tot veranderingen, onenigheden en tegenstrijdigheden, welke de mens zou leiden tot een ellendige leven. Daarom moet de systeem afkomstig zijn van Allah (SWT).

Het is bekend dat de Koran een Arabische boek is, dat geopenbaard is tot Mohammed (vzmh), de Boodschapper van Allah. Dus, de Koran is of afkomstig van de Arabieren, of Mohammed, of van Allah (SWT). Het is uitgesloten dat het buiten deze drie afkomstig zou kunnen zijn, omdat de taal en stijl van de Koran in het Arabisch is.

De bewering dat de Koran afkomstig is van de Arabieren is onjuist, omdat de Koran de Arabieren uitdaagde om een gelijksoortige voort te brengen.

De Koran is het woord van Allah (SWT) en Zijn Goddelijke regels, en omdat niemand Allah's Goddelijke regels brengt behalve de profeten en boodschappers, dan moet Mohammed (vzmh) volgens verstandelijke bewijsvoering zeker een Profeet en een Boodschapper zijn.

"...Zeg: "Breng dan tien soortgelijke verzen voort..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat Hoed: 13)

 "...Zeg: "Brengt dan een hieraan gelijke Soerah voort..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat Yoenes: 38)

Ze zijn de uitdaging, om een gelijksoortige voort te brengen aan gegaan, maar dat is hen niet gelukt. Dus, deze boek zijn niet hen woorden, omdat ze niet eens in staat waren om een gelijksoortige voort te brengen. Hoewel de Koran hen uitdaagde om een gelijksoortige voort te brengen zijn zij er niet in geslaagd dit te doen.

De bewering dat de Koran afkomstig is van Mohammed (vzmh) is ook onjuist, want Hij (vzmh) was ook één van de Arabieren. Hoe genius hij ook was, hij was een mens en een deel van zijn samenleving en natie.

Aangezien dat de Arabieren niet in staat waren om een gelijksoortige voort te brengen, geldt dit ook voor Mohammed (vzmh), want hij was ook een Arabier. Dus, het is niet afkomstig van Hem (vzmh).

Hierboven op heeft Mohammed (vzmh) "hadith sahih" en "hadith Mutawa'ter" achtergelaten, diens authenticiteit onomstootbaar is, en verheldering geeft over deze zaak. Als één van deze ahadith vergeleken zou worden met een vers uit de Koran, zou er duidelijk te zien zijn dat er geen overeenkomst is met betrekking tot de stijl, ook al werden de woorden van zowel de geopenbaarde verzen als de hadith op hetzelfde moment uitgesproken. Wanneer iemand zou pogen om zijn woorden onherkenbaar te maken, zal zijn stijl toch overeenkomst tonen, want deze woorden zijn een onderdeel van hem. Aangezien er geen overeenkomst bestaat tussen de stijl van de hadith en de stijl van de Koranische verzen, is het onmogelijk dat de Koran Mohammed's (vzmh) Woord is. Hiernaast heeft geen van de Arabieren, die het meest bekend waren met de Arabische taal en zijn stijl, beweerd dat de Koran niet Mohammed's (vzmh) Woord was. Het enige wat zij beweerden was dat Mohammed (vzmh) het gebracht had van een Christen genaamd Jdaber. Allah (SWT) weerlegde wat zij zeiden, en gaf een antwoordt.

"En Wij weten inderdaad dat zij zeggen dat het slechts een man is, die hem (de profeet) onderwijst. De taal van hem die zij bedoelen is vreemd, terwijl dit de duidelijke Arabische taal is." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat An-Nahl: 103)

Aangezien het bewezen is dat de Koran noch het Woord van de Arabieren is, noch het Woord van Mohammed (vzmh), is het zeker het Woord van Allah (SWT). Dus, een wonder voor degene die het heeft gebracht. Mohammed (vzmh) bracht de Koran, en de Koran is het Woord van Allah (SWT) en Zijn Goddelijke regels, en omdat niemand Allah's Goddelijke regels brengt behalve de profeten en boodschappers, moet  Mohammed (vzmh) volgens verstandelijke bewijsvoering zeker een Profeet en een Boodschapper zijn. Dit is een verstandelijke bewijs voor het geloof in Allah (SWT) (zie expliciet deel 5, blz 2) en in de boodschap van Mohammed (vzmh), en dat de Koran het Woord van Allah (SWT) is.

Dus het geloof in Allah (SWT) komt voort door een verstandelijke wijze en deze Imaan (geloof) moet volgens de verstandelijke weg geschiedden, en omdat het zo is, wordt dit de basis voor het geloof in alle zaken die buiten onze zintuigen vallen, en voor alles waar Allah (SWT) ons erover heeft geïnformeerd. Omdat we geloven in de Allerhoogst, die de Goddelijke attributen bevat, moeten we zeker geloven in alles, waarover Hij (SWT) ons erover heeft geïnformeerd, hetzij verstandelijk begrijpbaar, of buiten de capaciteit van het begrip. Dus wij moeten geloven in de Dag des oordeel, in het Paradijs en Hel, in beloning en bestraffing, in Engelen, in Jdinn, in Satan, en in al het andere dat genoemd wordt in de Koran en Hadith Mutawa'ter. Hoewel dit geloof auditief en door middel van overleveringen gebracht is, is de oorspronkelijk ervan verstandelijk, omdat het oorspronkelijke vastgelegd is door een verstandelijke redevoering. Hierdoor moet de credo van een Moslim berusten op wat verstandelijk bewezen is, of op hetgeen waarvan de oorspronkelijke, verstandelijk bewezen is. Het is dus verplicht voor een Moslim om in hetgeen te geloven wat verstandelijk bewijsbaar is, of in de waarheidsgetrouwe overleveringen, welke is bevestigd door de Heilige Koran en de Hadith Mutawa'tir. Het geloof in al zijn facetten dat niet afgeleid is van deze twee wegen (het verstand, de Koranische teksten en de zekere hadith), is verboden, omdat de Credo moet berusten op zekerheid en waarheid.

Daarom, moet er imaan (geloof) zijn in wat er voor het leven was, Allah (SWT), en wat er na het leven komt, De dag des oordeels. Omdat de bevelen van Allah (SWT) de relatie vormen met de huidige leven en wat er daarvoor was, naast de relatie met de creatie, en de vergelding van iemands daden in het wereldse leven. Is de relatie van het hiernamaals met het wereldse leven aanvullend tot de relatie met de dag des oordeels. Dus er moet een relatie zijn tussen het wereldse leven met wat er hiervoor was, en wat er hierna zal komen.

De situatie van de mens in dit leven moet bepaald worden door de voorheen genoemde relatie's m.a.w. de mens moet zijn leven voortzetten in overeen stemming met de systeem van Allah (SWT), en hij moet geloven dat hij voor al zijn daden verantwoording moet afleggen op de dag des oordeels.

Door deze discussie wordt het verlicht denken gerealiseerd m.b.t. wat er buiten het heelal, de mens, het leven is, en over wat voor deze leven was en wat er na komt, en dat er een relatie bestaat met wat ervoor is en wat erna is. Hieruit volgt dat het grootste probleem in zijn totaliteit is opgelost door de Islamitische credo.

 Wanneer de mens deze oplossing heeft verwezenlijkt, kan hij overgaan tot het denken over het leven op aarde, en het realiseren van solide en productieve concepten erover. Deze oplossing op zich wordt de basis waarop de ideologie is gebouwd, welke dient als de weg voor de renaissance, als de basis waarop de beschaving van deze ideologie rust, de basis waarvan de systemen ervan uit vloeien, en de basis waarop de staat wordt gerealiseerd. Dus de basis waarop de Islam gevestigd is, zowel in het denken als methode van de Islamitische credo.

Allah (SWT) zei:

"O gij die gelooft, gelooft in Allah en Zijn boodschapper en in het Boek dat Hij Zijn boodschapper heeft geopenbaard, en in het Boek, dat Hij voordien openbaarde. En wie Allah en Zijn engelen en Zijn Boeken en Zijn boodschappers en de laatste Dag verwerpt, is waarlijk ver afgedwaald." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat An-Nisa: 103)

Nadat dit is bevestigd, en de imaan een onvermijdelijke deel ervan is, wordt elke Moslim verplicht te geloven in de Islamitische Wetgeving als een geheel, omdat het een onderdeel is van de Koran, en omdat de Boodschapper (vzmh) dit heeft medegedeeld. Anders zou hij een ongelovige worden. Daarom is het Koefer (ongeloof) om een Shari'a (Goddelijke) wet te ontkennen. Ook al zijn deze oordelen verbonden aan ibaadah, transactie, straffen, voedsel,... zoals het verwerpen van de vers.

"En verricht het gebed..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat El-Bakara: 43)

Dit is hetzelfde als het verwerpen van de vers.

"...en Allah de heeft de handel wettig, en de rente onwettig heeft verklaard..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat El-Bakara: 275)

En dit is hetzelfde als het verwerpen van de volgende verzen.

"En snijdt de dief en de dievegge de hand af..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat El-Maide: 38)

En

"Verboden is u het gestorvene, het bloed en het varkensvlees en al waarover een andere naam dan die van Allah is aangeroepen..."  De aanhankelijkheid tot de shari'a is niet alleen gebaseerd op het verstand, maar men moet zich geheel overgeven aan alles wat door Allah (SWT), de Superieure, de Hoogste geopenbaard is. Ook al als het voor ons redelijk lijkt of niet.

"Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in hun hart geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat An-Nisa: 65)

Vanuit dit gezichtspunt is het concept "vrijheid" geboren.

< Vorige
 [ Arabisch ]