|
Inleiding
Het idee van
individualisme is de hoeksteen van het zogenaamde modernisme, zijnde
hetgeen aan filosofische en politieke ideeën is geresulteerd uit de periode van
Verlichting in Europa. Andere voorbeelden van deze specifieke ideeën zijn de
eerder bekritiseerde democratie, vrijheid, secularisme en tolerantie. Het
individualisme is de hoeksteen van al deze modernistische ideeën, echter, omdat
zij allen zijn geresulteerd uit het geloof in individualisme.
Immanuel Kant (1724 -
1804) heeft middels zijn distinctie tussen de "heteronome wil" en de "autonome
wil" uitgelegd waar het individualisme voor staat. De heteronome wil, volgens
Kant, is gehoorzaam aan hetgeen hem van buitenaf opgelegd wordt. Dit betekent
dat de persoon met een heteronome wil gehoorzaam is aan de wil van iets of
iemand buiten hemzelf. Hij is onderdanig aan deze voor hem vreemde wil en
gelooft dat geluk, tevredenheid en voorspoed enkel gerealiseerd kan worden door
overgave aan deze vreemde wil. Dit betekent in de praktijk dat de heteronome wil
de beslissing over goed en kwaad overlaat aan iets of iemand anders, zoals aan
een filosofie of een ideologie, of aan een politiek of religieus leider. De
donkere periode van de Europese middeleeuwen is het voorbeeld bij uitstek van
de heerschappij van heteronomie. De katholieke kerk heerste over Europa en
schreef de mensen de wet en de moraal voor. En de mensen onderwierpen zich aan
de wet en de moraal verordineert door de kerk. Zij leefden feitelijk als slaven
in onderdanigheid aan de kerk. Zij hadden geen eigen wil. Zij beperkten zich
tot het willen van hetgeen de kerk van hen eiste, en tot het doen van hetgeen
deze wil van de kerk voorschreef. Het is welbekend dat uit de wet en de moraal
van de katholieke kerk grote ellende resulteerde voor de mensen van Europa.
Deze ellende zette de intellectuelen ertoe aan om na te denken over een
alternatief voor de heerschappij van de kerk. Dit leidde tot de ontwikkeling
van het idee van individualisme. In het individualisme staat juist de autonome
wil centraal. In tegenstelling tot de heteronome wil bepaalt de autonome wil
zelf de wet en de moraal. De autonome wil laat zich niet leiden door de mening
of wil van anderen. Hij laat zich niet de wet voorschrijven. De autonome wil bepaalt
zelf, gebruik makende van de capaciteiten van het verstand, wat goed en kwaad
is. En de autonome wil bepaalt zelf wat geluk, tevredenheid en voorspoed is en hoe
dit te realiseren.
De mens met een autonome
wil is in het individualisme het ideaal. Nietzsche (1844 - 1900) noemde hem de "supermens
(Übermensch)". Het is de man die vrij is van alle normen en waarden. De
mens wiens doel het niet langer is om het evenbeeld van God te zijn (zoals in
het christendom), of om degene te zijn met wie God tevreden is (zoals in
Islam), of om een goede burger te zijn, enzovoorts. De individuele supermens
wil enkel zichzelf zijn, niets meer of minder. Hij is een pure egoïst 1.
Het idee van
individualisme stelt dat het geluk gevonden kan worden in het doen van hetgeen
men wil doen. Want, zo zegt men, ieder mens heeft een verstand en weet zelf het
best wat goed voor hem is. En ieder mens moet derhalve zelf uitmaken wat hij
wil doen, zonder zich door anderen voor laten schrijven wat hij zou moeten
willen doen. En de mens moet vervolgens ook doen wat zijn autonome wil heeft
bepaald, zonder zich door anderen voor te laten schrijven wat hij zou moeten
doen. Want enkel zo kan de mens zich ontplooien en geluk realiseren, zegt het
idee van individualisme.
Goed
en kwaad is niet een individualistische kwestie
Men kan zien dat de
mensen onder invloed van het individualisme van mening verschillen voor wat
betreft goed en kwaad, zelfs wanneer zij zich in één tijd en op één plaats
bevinden. Volgens de voorstanders van het individualisme is dit een natuurlijk verschijnsel
en zelfs een correct verschijnsel. Zij zien hier geen contradictie in, want
volgens de voorstanders van het idee van individualisme verschilt het pad naar
geluk van mens tot mens. Derhalve ook moet onder het individualisme ieder mens
zelf nadenken en beslissen over hoe hij wil leven. Dit betekent effectief dat
ieder mens voor zichzelf uit moet maken wat goed is en wat kwaad is. Daarom,
zeggen de individualisten, kunnen goed en kwaad van mens tot mens verschillen.
Maar, dit idee kan enkel als een correcte situatie geaccepteerd worden wanneer
men tevens accepteert dat goed en kwaad in het geheel niet bestaan.
De consequentie van de
droom van de individualisten, waar iedereen zelf beslist wat voor hem goed en
kwaad is, is namelijk dat niemand meer mag of kan zeggen dat iets goed of kwaad
is. Want wat de een kwaad vindt, vindt de ander mogelijk goed. Bijvoorbeeld, er
van uitgaande dat de mens rationeel is en geen dingen doet die hem enkel schade
brengen en geen enkel goeds, moet de moordenaar in de moord iets goeds gezien
hebben. Hij kan mogelijk erkend hebben dat aan het moorden bepaalde elementen
kleven waardoor het als een kwaad beoordeeld zou kunnen worden, maar de
moordenaar moet meer goeds dan slechts gezien hebben in het moorden anders zou
hij het niet welbewust gedaan hebben. Want anders zou hij niet gemoord hebben, ten
slotte. Zolang de moordenaar middels een autonome wil tot deze beoordeling van
moord is gekomen, dan heeft hij volgens het idee van individualisme correct
geoordeeld en gehandeld. En volgens het idee van individualisme kan dan niet
gezegd worden dat de moordenaar een kwaad heeft begaan. Volgens her slachtoffer
van de moord was de daad misschien een kwaad, maar volgens de autonome wil van
de moordenaar was de moord meer goed dan kwaad. Sterker nog, indien de
moordenaar van het moorden zou afzien omdat het misschien wat vervelend is voor
het slachtoffer, die meest waarschijnlijk wil blijven leven en dus de moord als
een kwaad beoordeeld, dan zou de moordenaar volgens het idee van individualisme
niet correct geoordeeld hebben. Hij zou zich dan hebben laten leiden door de
wensen en wil van een ander.
Als men deze redenatie
van de voorstanders van het individualisme volhoud, dan mag dus niemand meer
zeggen dat iets goed is of kwaad. Want dit oordeel wordt onder het idee van
individualisme een persoonlijk, individueel en subjectief oordeel. Dus, men mag
volgens het idee van individualisme niet meer zeggen dat de holocaust een absoluut
kwaad was. Het was naar het oordeel van ons misschien een kwaad, maar naar het
oordeel van Adolf Hitler was dit blijkbaar anders. Hij gaf immers opdracht tot
de Holocaust, en hij moet duw wel gedacht hebben dat de Holocaust goed was
(voor hem). En niemand mag dan ook nog zeggen dat de pedofilie van Marc Dutroux
een absoluut kwaad was. Hij deed het immers, dus hij moet hier iets goeds in
hebben gezien. En niemand mag meer zeggen dat de moord op één miljoen Irakese
moslims een absoluut kwaad is, omdat de leiders van de westerse wereld die
hiervoor verantwoordelijk zijn hier iets goeds in zien.
Deze uiteenzetting van de
consequentie van dit idee dat goed en kwaad een persoonlijk, individueel en
subjectief oordeel is, volstaat om aan te tonen dat het idee van individualisme
volstrekt onzinning is. Bovendien, men zou ook moeten kijken naar de
consequente van het idee van individualisme voor wat betreft het samenleven.
Ook dit zal laten zien dat het idee van individualisme volstrekt onzinnig is en
groot probleem schept voor wat betreft het samenleven.
Het
individualisme heeft de realiteit niet correct begrepen
De realiteit van het
menselijk bestaan is dat dit plaatsvindt in gemeenschappen. De mens leeft samen
met andere mensen. Wanneer in een gemeenschap de mensen ieder voor zichzelf uitmaken
wat goed en kwaad is en niemand van de mensen bij zijn persoonlijke bepaling
van goed en kwaad rekening houdt met de andere mensen, zoals het idee van
individualisme voorschrijft, en goed en kwaad dus van mens tot mens verschilt,
dan kan enkel chaos resulteren. Wanneer niemand in een gemeenschap aandacht
heeft voor de mensen met wie hij samenleeft en enkel doet wat hij zelf wil,
ongeacht de consequenties hiervan voor anderen, dan resulteert chaos en
ellende.
De voorstanders van het
individualisme zouden in reactie op deze vaststelling kunnen zeggen dat het
correcte individualistisch denken de mensen uiteindelijk bij eenzelfde essentiële
bepaling van goed en kwaad zal doen laten aankomen. De mens zal zich dan
realiseren dat het in zijn eigen voordeel is om anderen niet te schaden, en dus
zal hij ten gevolge van de autonome wil een goede burger zijn. Volgens een
gedeeld essentieel idee betreffende goed en kwaad zullen de mensen dus voortgaan
in het leven, en er daardoor harmonie zijn in de gemeenschap. Maar wanneer de
aanhangers van het individualisme aldus rederen, dan hebben zij zelf tegen de
door hun veronderstelde noodzaak tot individualisme geargumenteerd. Als de
uitkomst van het correcte individualistische denken in de essentiële kwestie één
en dezelfde is, dan bestaat er immers geen noodzaak voor individualisme. Het
correcte individualistische denken van één enkele persoon zou dan volstaan, en
al de andere mensen zouden zijn bepaling van goed en kwaad kunnen adopteren.
Het eigen correcte individualistische denken zou dan voor wat betreft de
essentiële kwesties immers toch tot dezelfde vaststelling van goed en kwaad
komen.
De realiteit van de samenleving
is dat deze meer dan één enkel individu is. En de samenleving is ook meer dan
een groep individuen, zoals de voorastanders van het idee van individualisme
pretenderen. Want een groep individuen is enkel een groep en niet meer dan dat.
Iedereen erkent dit feitelijk, want niemand benoemt de groep individuen die
samenkomen in een voetbalstadion om een wedstrijd te zien als een samenleving.
Nee, zij zijn een groep want na de wedstrijd gaan zij weer uiteen en dan bestaat
hun groep niet meer. Daarom zijn zij in het voetbalstadion altijd slechts een
groep, ongeacht met hoeveel zij zijn. Want er bestaat geen blijvende band
tussen. Na de wedstrijd gaan zij weer uit elkaar en is de onderlinge relatie
verbroken. Een samenleving, daarentegen, ontstaat wanneer er tussen de leden
van een groep van individuen continue relaties ontstaan. Pas wanneer individuen
in een gemeenschap zich niet meer aan hun relaties met andere individuen
gemeenschap kunnen onttrekken, dan is een samenleving ontstaan.
In een goede samenleving
worden deze blijvende relaties tussen de leden van de samenleving op de juiste
manier geordend. Want voor ieder individu in de samenleving geldt: zijn gedrag
beïnvloedt de andere mensen, en hun gedrag beïnvloedt hem. Dit is wat het
betekent om samen te leven. Het is derhalve algemeen geaccepteerd dat iedere
samenleving een bepaalde ordening vereist. Het alternatief is anarchie, totale
chaos, en behoudens een enkeling zien niet veel mensen hier een ideaalbeeld in 2.
Daarom gaan de discussies onder de mensen niet over de vraag of de samenleving
geordend moet worden, maar over hoe de samenleving geordend moet worden. De
totstandkoming van een ordening vereist dat de mensen nadenken over de andere
mensen in hun gemeenschap. Zij moeten nadenken over vragen als "hoe wil ik
samenleven met hen", "hoe zouden zij samen willen leven met mij", "wat zou ik
waarderen van hen en waarvan zou ik een afkeer hebben" en "wat zouden zij
waarderen van mij en waarvan zouden zij een afkeer hebben". Zonder dergelijk
denken, het denken over de eigen belangen en de wensen tezamen met de belangen
en de wensen van de andere mensen in de samenleving, kan een goede samenleving
onmogelijk tot stand komen. Maar wat betekent dit, om de belangen van andere
mensen mee in overweging te nemen? Dit betekent denken aan wat andere mensen
goed en kwaad vinden. Denken aan hoe andere mensen behandeld wensen te worden.
Oftewel, het betekent denken aan de beoordeling van goed en kwaad door de
andere mensen in de samenleving. Om hier dan rekening mee te houden bij de
eigen bepaling van goed en kwaad. Echter... dit mag nu juist niet onder
individualisme! Want om de wil van anderen mee in ogenschouw te nemen, om de
wil van anderen van invloed te laten zijn op de eigen wil, dit is immers
heteronomie! En dit betekent dat uit het idee van individualisme onmogelijk de
juiste samenleving zal kunnen resulteren.
Het individualisme maakt
dus van de bepaling van goed en kwaad een individuele kwestie, terwijl dit geen
individuele kwestie is. Om goed en kwaad als individuele kwestie te beschouwen
gaat in tegen het verstand, en voorkomt de totstandkoming van een goede samenleving.
Het
verstand is niet in staat om goed en kwaad te bepalen
De realiteit van het
menselijk verstand is dat het een maatstaf behoeft om te kunnen oordelen over
goed en kwaad. Zoals men een meetlat nodig heeft om groot en klein te kunnen
bepalen, zo heeft men ook een "meetlat" nodig om goed en kwaad te kunnen
bepalen. De rol van het verstand in de bepaling van goed en kwaad is om te
toetsen aan de maatstaf die men hanteert. Daarom is een klein kind niet in
staat om goed en kwaad te bepalen, totdat het een maatstaf is geleerd en het
verstand is ontwikkeld. En daarom kunnen volwassen mensen met gezond verstand van
mening verschillen voor wat betreft goed en kwaad. Omdat hun maatstaven
verschillen.
Volgens het idee van
individualisme mag de maatstaf die het verstand hanteert niet van buitenaf
afkomstig zijn. Hij mag niet opgelegd zijn geworden door een externe partij,
hij moet van binnenuit komen. Al hetgeen waarmee externe partijen aan komen,
zoals ideologie en religie, is immers een vorm van opdringen van een externe
wil aan het individu. Dus, zegt het individualisme, de mens mag enkel naar
binnen kijken bij de bepaling van goed en kwaad.
Dit betekent effectief dat
de persoonlijke behoeften en instincten de maatstaf voor de bepaling van goed
en kwaad worden gemaakt. Want een andere interne maatstaf kent de mens niet. Al
het andere waarvolgens de mens zou kunnen oordelen, zoals de deugden, zijn
ofwel externe maatstaven, of ze zijn geresulteerd uit een beoordeling op basis
van de behoeften en instincten. Als iemand zegt "ik deel men de andere mensen,
want delen is goed", dan moet hij antwoorden waarom delen goed is. Als hij dan
zegt "omdat de mensen mij dan zullen waarderen", dan baseert hij zijn oordeel
over goed en kwaad op de mening van andere mensen en dit is niet acceptabel
voor de individualisten. Het is enkel acceptabel voor de individualisten
wanneer hij zegt "omdat de mensen mij dan zullen waarderen, en ik vind het leuk
wanneer mensen mij waarderen". Maar dan baseert deze persoon zich op zijn instincten
en behoeften. Namelijk het voortplantingsinstinct, wat zich ondermeer uit in
een verlangen naar liefde en geborgenheid. Of wanneer hij zegt "omdat de mensen
mij dan zullen waarderen, en dan delen ze ook met mij". Ook dan baseert deze
persoon zich ook op zijn instincten en behoeften, namelijk zijn
overlevingsinstinct.
Maar wanneer de mens zijn
instincten en behoeften tot de maatstaf maakt voor de bepaling van goed en
kwaad dan kiest de mens ervoor kiest om zich te verlagen tot het niveau van de
dieren. De dieren beoordelen goed en kwaad ook op basis van in instincten en
behoeften. Dus waar het individualisme toe aanspoort is de keuze voor een
verlaging van het niveau van de mens tot het niveau van de dieren. De mens moet
oordelen volgens de maatstaf "als het mij bevredigt dan is het goed, en als het
mij niet bevredigt dan is het niet goed". En dit is voor de mens de ultieme
laagheid.
Het menselijk verstand is
niet in staat om zelf goed en kwaad te bepalen. Zoals gezegd, het menselijke
verstand bepaald goed en kwaad middels een maatstaf, en de mens is niet in
staat om zelf een maatstaf te bepalen. Als hij de maatstaf in zichzelf zoekt,
dan komt hij uit bij de instincten en behoeften en verlaagt hij zichzelf tot
het niveau van de dieren. Als hij de maatstaf buiten enkel zichzelf zoekt, door
buiten zijn eigen instincten en behoeften ook de instincten en behoeften van de
andere mensen mee inogenschouw te nemen, dan verheft hij zich enigszins van dit
niveau. Maar, zelfs dan zal hij niet in staat zijn om de correcte maatstaf tot
stand te brengen. Want goed en kwaad moeten beoordeeld worden door de belangen
van het individu, de belangen van al de individuen, en de belangen van de
gemeenschap als geheel in ogenschouw te nemen. En dit kan het menselijk verstand
niet. Hiervoor zijn haar capaciteiten niet toereikend. Want hoe de mens het ook
wendt of keert, zijn denken blijft altijd beïnvloedt door de omstandigheden
waarin hij verblijft. Voor de mens om te denken voor andere mensen die in
andere omstandigheden verblijven, oftewel om een universele maatstaf te bepalen
die correct is voor alle mensen in alle omstandigheden, is een onmogelijke
opgave.
De rol van het verstand
in de bepaling van goed en kwaad moet dan ook zijn om op te gaan naar degene
die wel in staat is om op deze basis, door te kijken naar zowel de belangen van
het individu, als de belangen van al de individuen, als de belangen van de
gemeenschap als geheel, te oordelen over goed en kwaad. Het moet eerst
onderzoeken wie bestaan die zouden kunnen oordelen. En dan ziet hij in dat
hijzelf bestaat, en dat God bestaat. En dat deze God de verantwoordelijke voor
zijn bestaan is. En dan ziet hij in dat God de enige is die kan, en dus ook zou
moeten oordelen over goed en kwaad. Daarom moet het verstand op zoek gaan deze
God. Wie is Hij, en wat heeft Hij geoordeeld? En als het verstand dan de
boodschap van God heeft gevonden, dan moet het proberen deze boodschap te
begrijpen. Het moet achterhalen wat precies de boodschap bedoeld te zeggen. Dan
vindt het verstand het oordeel betreffende goed en kwaad van de Almachtige en
Alwetende Schepper. En dat is het
oordeel waarvolgens de mens voort zou moeten gaan, want dit is het universele
oordeel. Het oordeel dat correct is voor zowel het individu en de relaties
tussen de individuen.
Individualisme
en de realiteit
Dat de mensen sinds de
opkomst van de kapitalistische ideologie alsmaar meer egotistisch en
materialistisch zijn geworden is een waarneembaar feit dat niet bediscussieerd
kan worden. Dit is vooral waarneembaar daar waar de invloed van de
kapitalistische ideologie op de mensen het sterkst is, oftewel in de westerse
wereld. Maar aangezien de invloed van de kapitalistische ideologie niet tot de
westerse wereld beperkt is, kan deze trend overal waar genomen kan worden. Het
alsmaar toenemende egotisme en materialisme onder de mensen uit zich in
toenemende criminaliteit in de samenleving, in groeiende onbeschoftheid in de
samenleving, in groeiende eenzaamheid in de samenleving, en in de komst van de
graaicultuur waaronder geld en macht enkel en alleen worden gebruikt voor de
vergaring van meer geld en macht.
De relatie tussen de
individualistische samenleving en genoemde problemen in de samenleving is zo
evident dat een brede discussie is losgebarsten over het goed en kwaad in het
individualisme. De criticasters van het individualisme wijzen op het feit dat
de opkomst van het individualisme in de samenleving parallel verloopt aan de
opkomst van de genoemde problemen in de samenleving. En zij zeggen in reactie
dat de mensen teveel individualist zijn geworden, en dat ten gevolge hiervan
deze problemen zijn ontstaan. Met andere woorden, zij geven middels bedekte
termen het individualisme de schuld van deze problemen.
De voorstanders van het
individualisme claimen in reactie dat het individualisme niet de oorzaak is van
het egotisme en materialisme dat de samenleving plaagt. Zij zeggen: "Dit is
niet de schuld van individualisme, maar van het feit dat de mensen oppervlakkig
denken en zich door oppervlakkig denken laten beïnvloeden". "Zouden de mensen
in hun individualisme niet oppervlakkig denken", zeggen de voorstanders van het
individualisme dan, "dan zouden ze inzien dat altruïsme meer voldoening schenkt
dan egotisme, en dat uit opoffering de liefde en de relaties resulteren die
gelukkig maken". Oftewel, volgens de voorstanders van het individualisme is het
de koppeling van individualisme aan oppervlakkig denken dat ertoe leidt dat de
mensen alleen nog maar aan zichzelf en aan materiele geneugten denken. Zouden
de individualistische mensen niet oppervlakkig denken dan zouden goede dingen
resulteren, zo is de bewering.
Daar waar zij zich
beperken tot het beschrijven van de realiteit zeggen zowel deze halve
tegenstanders van het individualisme ("het individualisme is doorgeschoten") als
de voorstanders van het individualisme de waarheid. Het is correct om te zeggen
dat de opkomst van genoemde problemen in de samenleving parallel verloopt aan
de opkomst van het individualisme. En het is correct om te zeggen dat genoemde
problemen met oppervlakkig individualistisch denken te maken hebben. Echter, de
tweede bewering van de voorstanders van het individualisme zwakt de kritiek op
het individualisme in de eerste bewering niet af, zoals de voorstanders van het
individualisme veelal denken. Integendeel, juist daar beide stellingen de
realiteit beschrijven is feitelijk gebleken dat het idee van individualisme
incorrect is en de mensen naar de ondergang leidt. Want (sommige) mensen denken
(soms) inderdaad oppervlakkig. En (sommige) mensen laten zich inderdaad (soms)
beïnvloeden door anderen, zelfs wanneer deze anderen oppervlakkig denken. Juist
omdat dit de realiteit is van het bestaan, kan het individualisme niet correct
zijn. Omdat volgens de voorstanders van het individualisme diep of verlicht
denken de voorwaarde is voor het correct functioneren van het individualisme. Dit
is wat de voorstanders van et individualisme zelf zeggen: individualisme en
oppervlakkigheid gaan niet samen. Maar oppervlakkigheid valt niet bij alle
mensen in de samenleving uit te sluiten. En als de uitkomst van individualisme
enkel goed is wanneer oppervlakkigheid wel uitgesloten is in de samenleving,
dan is duidelijk dat individualisme niet correct is. Het individualisme is
utopisch, met andere woorden, want het vereist het bestaan van de
irrealistische supermens.
Het individualisme is dus
inderdaad een belangrijke oorzaak voor al de sociale en psychologische
problemen waarmee de kapitalistische samenlevingen kampen. Niet omdat het
doorgeschoten is, maar omdat het niet past bij de realiteit. Een aanpassing van
het individualisme, of een beperking van het individualisme zodat deze niet
langer doorgeschoten zal zijn, is dan ook niet de oplossing voor deze
problemen. Want het individualisme is het probleem, het past niet bij de
realiteit, en uit de aanpassing van een fout en incorrect idee resulteert een
nog altijd fout en incorrect idee.
1 In de filosofie wordt verschil
gemaakt tussen egoïsme en de egotisme. De egoïst is de individuele mens die
enkel zijn autonome wil volgt. De egotist, daarentegen, is degene die zichzelf
belangrijker acht dan al het andere. Het lastige hierbij is dat in het
dagelijks spraakgebruik de term "egoïst" veelal gebruikt wordt om de
filosofische egotist aan te duiden.
2 En zelfs de anarchisten
zeggen dat uit deze chaos de "natuurlijke ordening" ontstaat.
|