|
Goedjaraat (in
Engels fontetisch: Gujarat) is een Indische deelsstaat gelegen in het
noordwesten van India. Haar noordelijke grens is de grens tussen India en
Pakistan. En ten westen van haar is er de Arabische zee. Haar hoofdstad is
Gandhinagar, terwijl haar economisch centrum de stad Ahmedabad is. De staat
kent omstreeks vijftig tot zestig miljoen inwoners. Voor omstreeks 600 jaar,
tot 1850, was Goedjaraat onderdeel van de Islamitische Staat Al Khilafa. Hierna
werd het tezamen met de rest van het Indisch sub-continent onderdeel van het
Britse empirium. Reeds in 1614, echter, werden sommige kuststreken koloniën van
een westerse mogendheid, toen de Portugezen in Goedjaraat voet aan wal zetten.
Dit is er de reden voor dat Goedjaraat verschillende religies kent. Er wordt
gezegd dat 90% van de inwoners de Hindoe religie aanhangt. De overige 10% is
grotendeels moslim. Maar, er leven ook nog immer christenen in de streek, alhoewel
deze laatsten over de voorbije eeuwen steeds verder naar het zuiden van India
zijn getrokken.
Op 28 februari 2002 werd
Goedjaraat beroemd in de wereld toen de eerste meldingen in de westerse media verschenen
van onlusten in deelstaat. Er werd gesproken van "intercommunale rellen". Dat hierbij
doden waren gevallen was al snel duidelijk. De aanleiding voor de rellen, zo
werd in eerste instantie bericht, zou een aanval door moslims op een trein
geweest zijn. De trein zou hierbij in vlammen opgegaan zijn, waarbij enkele
tientallen Hindoe-pelgrims werden verbrand. Enkele dagen later was duidelijk
geworden dat er van "intercommunale rellen" eigenlijk in het geheel geen sprake
was. Het treinincident had de aanleiding gevormd voor verschrikkelijk geweld
waarbij bende's van hindoes de straat op waren getrokken en duizenden moslims hadden
vermoord. In wat de hindoe's zelf "wraakacties" noemden. Vandaag de dag is
algemeen bekend dat bij deze "wraakacties" volledige wijken met de grond gelijk
werden gemaakt. Dat gehele gezinnen bijeen werden gebracht in huizen die daarna
in brand gestoken werden. Dat moslimvrouwen op grote schaal werden verkracht. Dat
zwangere moslimvrouwen de buik werd opengereten om de foetus te verwijderen. En
dat moskeeën werden vernietigd. Maar buiten dat het geweld verschrikkelijk
bruut was geweest en de levens van tienduizenden had verwoest, bleef lange tijd
weinig tot niets bekend over wat nu precies plaatsgevonden had in Goedjaraat. Of
waarom precies dit plaatsgevonden had.
Eind 2007, echter,
brachten onderzoeksjournalisten van het medium TEHELKA 1
feiten aan het licht die officieel staatsonderzoek nooit naar buiten had weten
te brengen (of: willen brengen). Gewapend met verborgen camera's hadden
journalisten van TEHELKA interviews afgenomen van mensen die bij de rellen
prominente posities hadden bekleed. Deze mensen spraken zonder schaamte over
wat ze hadden gedaan, waarom ze het hadden gedaan, en waarom ze zo succesvol
hadden weten te zijn in het vermoorden van moslims. Dankzij dit onderzoek is
het mogelijk geworden om een compleet beeld te schetsen van wat plaatsgevonden
heeft tijdens de onlusten in Goedjaraat. En in dit artikel zal geprobeerd
worden de lezer dit complete beeld te schetsen.
De
aanleiding voor de onlusten
"Wat gebeurde
was dat we al degenen die we de laatste twintig tot vijfentwintig jaar op het
oog hadden, lokaliseerden en vermoorden" - Ramesh Dave, een van de lokale leider
van de nationalistische hindoe partij Vishva Hindu Parishad (VHP) en één van de
leiders van de hindoe bendes tijdens de onlusten in Goedjaraat.
De Vishwa Hindu
Parishad (VHP), de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), de Bajrang Dal (BD), de
Kisan Sangh (KS), de Akhil Bharatiya Vidyarthi Parishad (ABVP) en de Bharatiya
Janata Part (BJP) zijn allen nationalistische hindoe partijen en bewegingen.
Hun
religieus-nationalisme is zo sterk dat zij feitelijk geen respect kennen voor
hetgeen niet-hindoe is. Men kan bij hen geregeld ophitsing van hun aanhang
tegen de niet-hindoes waarnemen, en hun aanhang in Goedjaraat is aanzienlijk. Volgens
hen moet India een "hindoestaat" worden, en moeten alle niet-hindoes zich ofwel
bekeren tot het hindoeïsme, ofwel verdreven worden. Dit religieus-nationalisme
dat gepredikt word door de leiders van deze partijen draagt de naam Hindutva,
en het staat voor de zuivering van de staat van alles dat "anders" is. Het
politieke toneel in de Indische deelstaat Goedjaraat wordt door dit idee
gedomineerd. Een uiting van het geweldadige karakter van deze bewegingen is
bijvoorbeeld een gebeurtenis in 1992. In dat jaar bestormden duizenden
aanhangers van de VHP en de RSS een moskee in de stad Ayodhya in Goedjaraat en
vernietigden deze. Volgens de VHP omdat de moskee gebouwd zou zijn op de plaats
waar eerder een tempel stond ter aanbidding van de Hindoe godheid "Ram". Derhalve
vernietigden zij de moskee om er een nieuwe tempel te kunnen bouwen. Sindsdien
bekritiseert de VHP haar politieke tegenhanger de BJP omdat deze vooralsnog
niet een nieuwe tempel ter aanbidding van "Ram" heeft laten bouwen op de plaats
van de moskee.
Toen op de 27e
februari 2002 de Sabarmati Express brand vatte
in Godhra in Goedjaraat, en 58 mensen door verbranding om het leven kwamen,
toen zagen de nationalistische hindoe partijen en bewegingen hierin een
mogelijkheid om een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: het
zuivering van Goedjaraat van de moslims. Genoemde trein was op 25 februari
vertrokken en al twee dagen onderweg. Hoofdzakelijk bevolkt door vrouwen en
kinderen bevonden er zich ook een aanzienlijk aantal VHP en RSS leden aan
boord. Zogenoemde karsevakken die uit Ayodhya teruggekeerd waren waar ze
hadden geholpen bij pogingen om op de plaats van de vernietigde moskee een
tempel ter aanbidding van "Ram" gebouwd te krijgen. Deze hindoe extremisten
misdroegen zich vanaf het eerste moment dat de trein vertrok misdadig. Ze
toonden hun geslachtsdelen aan gesluierde vrouwen aan boord van de trein, ze
trokken de moslima's hun hoofddoeken af, ze zongen liederen die Islam en de
moslims beledigden, en ze weigerden te betalen voor de koffie en thee die ze
namen van de eenvoudige verkopers bij de stations waar de trein onderweg stopte.
Onderweg zetten ze eens, midden in de nacht, een familie van vier uit de trein
omdat deze weigerde mee te zingen terwijl de hindoe extremisten liederen zongen
ter aanbidding van hun godheid "Ram". Dit is wat een onderzoekscommissie later
optekende uit de mond van hindoe slachtoffers van de treinbrand in het
ziekenhuis in Godhra.
Op het moment
dat de trein aankwam in Godhra liep de zaak uit de hand. De verkopers aldaar waren
reeds op de hoogte van de situatie aan boord van de trein. Ze hadden zichzelf
voorgenomen om niet, evenals hun collega's op eerdere halteplaatsen, ook
bestolen te worden door de hindoe criminelen aan boord van de trein. In Godhra
gedroegen de hindoe criminelen zich hetzelfde als op eerdere stations, echter.
Nog erger dan eerder sloegen ze ditmaal een oude thee verkoper in elkaar. Toen
de 16 jarige dochter van de man hen smeekte om haar vader los te laten,
sleurden ze haar aan boord van de trein toen deze op het punt stond om te
vertrekken. Haar vader begon te beuken op de deur van het compartiment waar de
hindoe's het meisje vasthielden. Hij riep naar haar en smeekte de hindoe's om
haar los te laten. Twee verkopers aan boord van de trein trokken aan de noodrem
en werd de trein tot stilstand gebracht. Dit was op slechts enkele honderden
meters van het station, toen de trein in het midden van een moslim wijk in
Godhra was aangekomen. De moslims uit de wijk kwamen op het rumoer af en
begonnen zich met de zaak te bemoeien. Nadat de hindoe's weigerden om het
meisje los te laten, resulteerde een confrontatie tussen de hindoe extremisten
aan boord van de trein en de moslims uit de wijk. Bij het geweld dat volgde
ging één compartiment van de trein in vlammen op, waarbij de 58 mensen om het
leven kwamen. Maar daar bleef het niet bij. Op het moment dat de eerste-minister
van de staat Goedjaraat, Narenda Modi van de BJP, ter plaatse verscheen, toen
werd duidelijk dat deze te betreuren slachtoffers slechts het begin van nog
veel meer ellende zouden zijn.
Rajendra Vyas had
de leiding over de VHP leden aan boord van de trein betrokken bij het Godhra
incident. Hij vertelde over de komst van Modi bij het uitgebrande
treincompartiment: "Als eerste-minister kon
Narendrabhai (Modi) niet zeggen: ‘Vermoord alle moslims'. Ik kon het wel
publiekelijk zeggen omdat ik van de VHP was. Pravinbhai Togadia kon het ook zeggen,
maar hij (Modi) kon het niet zeggen. Maar het is zoals we in Goedjaraat zeggen
‘Aa khada kaan khada'
(Door de vingers zien). Hij gaf ons de vrijheid te doen wat we wilden omdat we
het al lang hadden gehad met de moslims. De politie was met ons. Snap
alstublieft wat ik probeer te zeggen, de politie was aan onze kant. En ook de
gehele hindoe beweging. Bhai (Modi) was hier voorzichtig mee, anders was de
politie aan de andere kant geweest. (...) Later zei ik, wat sta je te kijken, ga
en dood ze. Dus staken we de moskee aldaar in brand".
Vervolgens werd
het verhaal in omloop gebracht dat moslim "terroristen" de trein zonder reden
hadden aangevallen en in brand gestoken. Zogezegd enkel en alleen om hindoes te
doden. Zo werden de mensen in Goedjaraat opgehitst tegen de moslims, en
aangezet tot moorden.
De slachting van
de moslims
"Het kleinste
plaatsje werd niet gespaard" - Anil Patel, een van de lokale leider van de
nationalistische hindoe partij Vishva Hindu Parishad (VHP)
De drie dagen
volgende op het incident met de trein in Godhra werd in het geheel niets
gehoord van de politieke partij die het voor het zeggen had in Goedjaraat, de
BJP van eerste-minster Modi. De BJP trok zich opzettelijk terug uit het
openbare leven, om zo de misdadigers van de hindoe-nationalistische partijen en
bewegingen als de VHP, de RSS en de Bajrang Dal, ondermeer, de zaken in handen
te geven. Vervolgens planden en organiseerden zij, en brachten hun voetvolk het
zogeheten "leger van safrijn" de straat op. Alles met slechts één enkel doel:
de wijken van de moslims moesten "geschoond" worden, en alles wat aan Islam deed
herinneren moest vernietigd worden. Achter de schermen gaven de leiders van de
BJP hun toestemming voor een alomvattende aanval op de moslims in Goedjaraat.
Ze ontmoetten de leiders van de RSS op verschillende momenten en plaatsen
tijdens de eerste dagen na het treinincident in Godhra. De RSS bracht vooral de
laagste kaste van de hindoes op de been om het moorden te doen. Via de top van
de politiek werd de leiding van de politie in Goedjaraat de opdracht gegeven om
mee te werken aan de moord op de moslims. Politieagenten die weigerden, zo was
de opdracht, moesten vastgezet worden. Zo leidden de leiders van de BJP, de VHP
en de RSS de moordende bendes door de straten van de steden in Goedjaraat, op
zoek naar de moslims, terwijl de politie ervoor zorgde dat zij hun gang konden
gaan. Zodat niets het moorden in de weg zou staan. Met behulp van de overheden
in Goedjaraat vonden zo de slachtingen van de moslims plaats. De politie
bevoorraadde de hindoes met eten en drinken, met wapens, met munitie, en niet
zelden deden politieagenten mee met het moorden. Moslims die zich tot de
politie wendden voor hulp en bescherming vonden veelal de dood. Af en toe
stopte de politie een moordpartij. Maar dit was enkel om de indruk te wekken
dat zij al het mogelijke deed om het moorden te stoppen. Dit was, met andere
woorden, bedoeld om het moorden zo lang mogelijk door te kunnen laten gaan.
Verschillenden
van de leiders van de slachtingen van moslims in Goedjaraat vertelden later
zonder enige schaamte over wat ze gedaan hadden.
Deepak Shah
vertelde hoe alles geregeld werd: "De orders werden duidelijk gemaakt aan de
politie, ook aan de militaire politie. De orders waren zeer duidelijk. Dat geen
hindoe gearresteerd mocht worden, dat alle moslims gegrepen moesten worden.
(Er werd gezegd) Gebruik het geweld nu en leer ze een lesje. De
haat was zo sterk dat op de weg erheen, waar er ook een moslim winkel of huis
was deze verbrand werd".
Anil Patel
vertelde: "Zij mochten nu doen wat ze wilden. (Er werd gezegd) Ga naar de dorpen
en vermoord! Daarna vonden 30 incidenten plaats. Van Bayad kwam ik naar
Dhansura en Dhansura stond ook in vlammen. De brandstichtingen zijn aangevangen
door onze arbeiders maar van lieverlee deed iedereen mee".
Bajrang Dal leider Babu Bajrangi
werd gevraagd over zijn daden: "Er was deze zwangere vrouw, ik sneed haar open, de *********
(een scheldwoord gericht tot de vermoorde moslima dat niet
gepast is om weer te geven, vert.). Liet ze zien wat wat is. Wat voor
soort wraak wij kunnen nemen als onze mensen worden gedood. Ik ben geen flauwe
rijsteter. We spaarden niemand. Het zou ze (de moslims, vert.)
zelfs
niet moeten worden toegestaan om zich voort te planten, dat zeg ik tot op de
dag van vandaag. Wie ze ook zijn,
vrouwen, kinderen, wie dan ook. Niets moet worden gedaan met ze behalve ze
neersnijden. Vernietig ze, hak in op ze, verbrand de ****** (een
scheldwoord gericht tot de moslims dat niet gepast is om weer te geven, vert.).
Hindoes kunnen slecht zijn. Hindoes kunnen slecht zijn, en ik zeg dit omdat,
zoals ik het zie, hindoes even gevaarlijk zijn als die mensen daar. Veel van
hen verspilden hun tijd met roven. Kijk, (het idee is) laat ze helemaal niet
leven, daarna is alles van ons". Hij ging verder: "Iedereen
was uitgebarsten in moorden, we waren aan het vermoorden, hakken. Er waren straten
waar we moslims moesten confronteren. Er zou een confrontatie komen, ze zouden
terugvechten met al hun kracht. Op het moment dat we er enkelen hadden vermoord
gingen we door. In dit gevecht, als een of ander meisje trachtte te ontsnappen
en een Chhara haar pakte, was dit een ander verhaal (ze zou dan verkracht
worden, wat in de gehele missie werd gezien als tijdsverspilling). Die dag, was
het als wat er is gebeurt tussen Pakistan en India. Er waren overal lichamen,
het was een blik om gezien te hebben. Maar het was niet iets dat gefilmd mocht
worden, in het geval dat het in iemands handen zou komen. Er was een camera man
daar, wat andere media personen, we hebben hun ook in brand gestoken". Babu Bajrangi vertelde ook over het beruchte voorval
genaamd "de put". De hindoe milities hadden een gat in de grond gegraven waarin
ze moslims, waaronder vrouwen en kinderen, bijeendreven. Eenmaal daarin werden
ze overgoten met benzine en levend verbrand. Babu Bajrangi zei hierover: "Het
was een enorm gat. Je kon er van één kant in, maar je kon er aan de andere kant
niet uitklimmen. Ze waren daarin allemaal tezamen. Ze (de moslims, vert.) begonnen op elkaar
te klimmen". Babu Bajrangi vervolgde
dit huiveringwekkende verhaal door te vertellen waar de olie en banzine die
gebruikt werd vandaan was gehaald: "We vulden jerrycans al op voorhand.
Bij het tankstation, de avond tevoren. De eigenaren van de tankstations gaven
ons de benzine gratis. (...) Ik heb er van genoten!".
De hindoe bende
liepen door de straten van steden en dorpen op zoek naar moslims. Ze zongen en
schreeuwden de "Jai Shri Ram", het strijdlied van Hindutva: "Wanneer zullen de
hindoe's onzer natie genezen van de moslim en christen ziekte? Sta nu op voor
je natie. Jai Shri Ram! Jai Shri Ram!".
Mangilal Jain
vertelde over de rol van politie: "Zij (de politie) zei ons dat alles klaar
moest zijn in twee tot drie uur. (...) Dit gebeurde door heel Ahmedabad. Het was
duidelijk dat geen buitenstaander zou komen (ingrijpen). Zelfs versterkingen (voor
de ordediensten, vert.) zouden niet komen, de troepen zouden pas in
de avond aankomen. Dus al het werk moest tegen dan gedaan zijn. Hij (de
ambtenaar van overheid) zei dit en de menigte werd razend. Sommige begonnen te
plunderen. Andere begonnen te moorden. Iemand sleurde een man naar buiten,
hakte hem en verbrande hem. Veel van dit soort dingen gebeurden".
Suresh Richard
vertelde: "We waren klaar met alles in brand te steken en waren teruggekeerd.
Toen belde de politie ons. Ze zeiden dat een aantal moslims zich verscholen in
het riool. We gingen daarheen, we zagen dat hun huizen volledig waren afgebrand,
maar zeven of acht hadden zich in het riool verstopt. We sloten het deksel. Als
we er in achter hen aan waren gegaan, hadden we mogelijk gevaar gelopen. We sloten
het deksel en verzwaarden het met grote stenen. Later vonden ze acht of tien
lijken aldaar. Ze gingen er heen om hun levens te redden, maar stierven door de
gassen daar. Dit gebeurde in de avond, de dhamal (moordende uitbarsting) en
ging door tot de avond, tot ongeveer half negen in de avond". Hij ging
verder: "Een aantal varkens sliep onder een truck. We doden het varken, vier
of vijf van ons Chharas kwamen samen en doden het varken. Daarna hingen we het
varken op aan de moskee en hezen de saffrijn vlag. Acht of tien van ons
beklommen de top. We deden hard ons best maar konden de moskee niet kapot maken".
Over de gebeurtenis bij een andere moskee vertelde Suresh Richard verder: "Benzine
werd (erover) gegoten en het werd in brand gestoken (...) Degene die binnen waren,
werden allemaal gedood".
De moordende
bendes wisten oprecies waar ze moesten zijn, Niemand van de moslims ontkwam aan
hun moordlustige haat. Onder begeleidingan van politie trokken ze door de
steden met documenten uit de staatsarchieven in de hand omdat dezen aanwezen
waar precies de moslims woonden. Zo trokken ze van wijk naar wijk, en van huis
tot huis. Grote aantallen, omstreeks 5.000 moslims werden vermoord. Vrouwen
werden veelal eerst verkracht en daarna vermoord. Er werd geen genade getoond
voor zwangere vrouwen, noch voor baby's. Allen moesten het ontgelden. Een
voormalig parlementslid die een groep moslims wilde verdedigen werd tezamen met
de omstyreeks vijftig gevluchtte moslims in zijn huis opgesloten, en verbrand.
Na de slachting:
staatsbescherming voor de moordenaar
Het is dus
duidelijk dat de regionale en provinciale overheden aan de basis stonden van de
slachting van de moslims in Goedjaraat. Zij planden het, zij organiseerden het,
zij riepen de mensen de straat op, en zij zorgden ervoor dat de politie de
moordenaars hielp, berschermde en ondersteunde. Voor bijna tweeënzeventig uren,
oftewel drie dagen, zou de slachting van de moslims in Goedjaraat continu
doorgaan. Maar voor nog minstens twee maanden hierna bleven aanslagen op de
moslims een dagelijkse gebeurtenis, zij het op minder grote schaal. Dus ook de
centrale overheid van India deed feitelijk niets om het moorden te stoppen.
Voor twee maanden liet zij de misdaad van het moorden voortgaan. Er werd niet
ingegrepen.
Wel benoemde de
centrale overheid een commissie om de gebeurtenissen te onderzoeken. Zogezegd
om de waarheid boven tafel te krijgen. Deze commissie, echter, de Nanavati-Shah
commissie naar de namen van rechters die de commissie leidden Nanavati en Shah,
werd geleid door mensen die sympathiek tegenover de BJP partij stonden. De BJP
partij die de heersende partij was in Goedjaraat tijdens de onlusten, die had
opgeroepen tot de moordtochten na het treinincident in Godhra, en die
deelgenomen had aan de planning en organisatie van de moordtochten. Amnesty
International zei dan ook over het onderzoek van deze commissie: "Dezelfde
politiemacht die werd beschuldigd van samenzweren met de aanvallers werd
verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek naar de massamoorden".
Arvid Pandya was
de afgevaardigde van de regering van de staat Goedjaraat in deze
onderzoekscommissie. Hij wist derhalve dat de onderzoekscommissie van de rechters
Nanavati en Shah over gedetailleerde bewijzen beschikte tegen de leiders van de
moordtochten. Ze hadden mobiele telefoons bij zich gedragen tijdens de
moordtochten, en dus was voor ieder moment bekend waar ze zich hadden bevonden.
En de gesprekken die ze onderling hadden gevoerd over de moordtochten stonden
derhalve op band. Maar Pandya wist ook dat de onderzoekscommissie hier niets
mee zou beginnen: "Shah is één van ons", zei Pandya, waarmee hij de
nationalistische hindoes zoals hemzelf bedoelde. "(En) Nanavati is een
slimme man.. die wil geld...".
Als onderdeel
van de planning van de moordtochten tegen de moslims in Goedjaraat legden de
leiders en organisatoren van deze misdaad contacten met advocaten en openbare
aanklagers. Dus nog voor de echte moordtochten begonnen werden al plannen
gemaakt om de misdadigers te beschermen tegen vervolging voor het gerecht.
Arvid Pandya was één van die aanklagers. Naast prominent lid van de
Nahavati-Shah commissie was hij ook de hoofdaanklager namens de staat Goedjaraat
in de rechtzaken naar aanleiding van de moordtochten. Desalniettemin onderhield
hij nauwe contacten met de voornaamste verdachtren van de moordpartijen, de
leiders van de VHP, de BJP en de RSS: "Ik zei tegen de VHP dat niemand van
hen ooit voor de commissie zou hoeven verschijven, nooit... Ik zei tegen de BJP
dat ze met mij in contact moesten blijven". Pandya vertelde over de
rechtzittingen waar hij de aanklager speelde: "Iedere rechter riep me bij
zich in zijn kamer en toonde volledige sympathie voor mij... (Ze) gaven
volledige medewerking aan mij, alhoewel enigen afstand bewarend... de rechters
stuurden me ook, waar en wanneer noodzakelijk... hoe een zaak op te zetten en
op welke datum... want uiteindelijk zijn zij ook hindoe... dus er kwam hulp van
alle mensen uit alle kasten...". Een
andere openbaar aanklager, Bharat Batt, die eveneens namens de staat de hindoe
moordenaars moest aanklagen voor de rechter, vertelde: "Ze (de
aangeklaagde hindoes, vert.) kunnen alle hulp van mij krijgen. (...)
Ik zeg tegen de hindoes om niet naar me te glimlachen wanneer ze me zien (in
de rechtzaal, vert.)... om niet een woord tegen me te zeggen... wat
ik ook moet doen zal ik doen, maar het zal allemaal voor hen zijn... ik heb zo
als drie moordzaken opgelost... ze werden allemaal vrijgesproken".
Verder meldd
Human Rights Watch dat er op grote schaal intimidatie plaatsvond van mensen die
mogelijk belastende verklaringen zouden kunnen afleggen in rechtzaken tegen
hindoe moordenaars. Bijvoorbeeld is er het verhaal van Zahreen Sheikh, die nog
maar in haar tienerjaren was toen ze de slachting van moslims in Goedjaraat mee
moest maken. Ze wilde getuigen over wat ze gezien had. Echter, toen de
rechtszaak plaats vond was ze te bang en durfde ze niet meer te getuigen. Ze
zei derhalve dat ze bij eerdere verklaringen had gelogen. Gevraagd naar de
reden voor haar plotselinge verandering van verhaal vertelde haar oom tegen
journalisten: "Khauf (terreur, vert.),
mevrouw, khauf... dat heeft Zaheera Sheikh er toe gedwongen haar
verklaring te veranderen. Angst voor de dood kan je dwingen alles te doen. Ik
ben een gelukkig man met een grote familie, maar ik kan niet tegen de regering
opstaan".
Voor deze
redenen zijn verreweg de meeste zaken aangespannen tegen de moordenaar van Goedjaraat
zonder veroordeling gebleven.
De media, ten
slotte, hebben de laatste steun verleend aan de moordenaars van de moslims in Goedjaraat.
De televisie herhaalde voortdurend, voor lange tijd, beelden van gedode karsevakken,
leden van de hindoe bendes die erop uit trokken om de moslims te doden. Waar de
moslims zichzelf verdedigden en karsevakken doodden in de eigen doodsstrijd,
daar werd dit groot nieuws gemaakt door de media. Tegelijkertijd werden geen
tot weinig beelden getoond van het lijden van de moslims. Zo werd de haat onder
de hindoes voor Islam en de moslims gevoed, en zo werd het idee gegeven dat de
hindoes zich enkel verdedigden tegen aanvallen van de moslims. Zo, met andere
woorden, probeerden de media de mensen te laten geloven dat de moslims de
misdadigers waren, en de hindoes de slachtoffers.
Narenda Modi ten
slotte, de eerste minister van Goedjaraat ten tijde van de slachtingen, en
degene die na het incident met de trein in Godhra de mensen duidelijk maakte
dat er pogroms tegen de moslims georganiseerd moesten worden, werd in 2002 en
2007 herkozen als eerste-minster van Goedjaraat.
1 www.tehelka.com/story_main35.asp?filename=Ne031107gujrat_sec.asp
|