dinsdag 18 juni 2013 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Achtergrond arrow De vergeten slachting van de moslims in Goedjaraat
De vergeten slachting van de moslims in Goedjaraat Afdrukken E-mail
woensdag 20 augustus 2008

 

Goedjaraat (in Engels fontetisch: Gujarat) is een Indische deelsstaat gelegen in het noordwesten van India. Haar noordelijke grens is de grens tussen India en Pakistan. En ten westen van haar is er de Arabische zee. Haar hoofdstad is Gandhinagar, terwijl haar economisch centrum de stad Ahmedabad is. De staat kent omstreeks vijftig tot zestig miljoen inwoners. Voor omstreeks 600 jaar, tot 1850, was Goedjaraat onderdeel van de Islamitische Staat Al Khilafa. Hierna werd het tezamen met de rest van het Indisch sub-continent onderdeel van het Britse empirium. Reeds in 1614, echter, werden sommige kuststreken koloniën van een westerse mogendheid, toen de Portugezen in Goedjaraat voet aan wal zetten. Dit is er de reden voor dat Goedjaraat verschillende religies kent. Er wordt gezegd dat 90% van de inwoners de Hindoe religie aanhangt. De overige 10% is grotendeels moslim. Maar, er leven ook nog immer christenen in de streek, alhoewel deze laatsten over de voorbije eeuwen steeds verder naar het zuiden van India zijn getrokken.

Op 28 februari 2002 werd Goedjaraat beroemd in de wereld toen de eerste meldingen in de westerse media verschenen van onlusten in deelstaat. Er werd gesproken van "intercommunale rellen". Dat hierbij doden waren gevallen was al snel duidelijk. De aanleiding voor de rellen, zo werd in eerste instantie bericht, zou een aanval door moslims op een trein geweest zijn. De trein zou hierbij in vlammen opgegaan zijn, waarbij enkele tientallen Hindoe-pelgrims werden verbrand. Enkele dagen later was duidelijk geworden dat er van "intercommunale rellen" eigenlijk in het geheel geen sprake was. Het treinincident had de aanleiding gevormd voor verschrikkelijk geweld waarbij bende's van hindoes de straat op waren getrokken en duizenden moslims hadden vermoord. In wat de hindoe's zelf "wraakacties" noemden. Vandaag de dag is algemeen bekend dat bij deze "wraakacties" volledige wijken met de grond gelijk werden gemaakt. Dat gehele gezinnen bijeen werden gebracht in huizen die daarna in brand gestoken werden. Dat moslimvrouwen op grote schaal werden verkracht. Dat zwangere moslimvrouwen de buik werd opengereten om de foetus te verwijderen. En dat moskeeën werden vernietigd. Maar buiten dat het geweld verschrikkelijk bruut was geweest en de levens van tienduizenden had verwoest, bleef lange tijd weinig tot niets bekend over wat nu precies plaatsgevonden had in Goedjaraat. Of waarom precies dit plaatsgevonden had.

Eind 2007, echter, brachten onderzoeksjournalisten van het medium TEHELKA 1 feiten aan het licht die officieel staatsonderzoek nooit naar buiten had weten te brengen (of: willen brengen). Gewapend met verborgen camera's hadden journalisten van TEHELKA interviews afgenomen van mensen die bij de rellen prominente posities hadden bekleed. Deze mensen spraken zonder schaamte over wat ze hadden gedaan, waarom ze het hadden gedaan, en waarom ze zo succesvol hadden weten te zijn in het vermoorden van moslims. Dankzij dit onderzoek is het mogelijk geworden om een compleet beeld te schetsen van wat plaatsgevonden heeft tijdens de onlusten in Goedjaraat. En in dit artikel zal geprobeerd worden de lezer dit complete beeld te schetsen.

De aanleiding voor de onlusten

"Wat gebeurde was dat we al degenen die we de laatste twintig tot vijfentwintig jaar op het oog hadden, lokaliseerden en vermoorden" - Ramesh Dave, een van de lokale leider van de nationalistische hindoe partij Vishva Hindu Parishad (VHP) en één van de leiders van de hindoe bendes tijdens de onlusten in Goedjaraat.

De Vishwa Hindu Parishad (VHP), de Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), de Bajrang Dal (BD), de Kisan Sangh (KS), de Akhil Bharatiya Vidyarthi Parishad (ABVP) en de Bharatiya Janata Part (BJP) zijn allen nationalistische hindoe partijen en bewegingen.

Hun religieus-nationalisme is zo sterk dat zij feitelijk geen respect kennen voor hetgeen niet-hindoe is. Men kan bij hen geregeld ophitsing van hun aanhang tegen de niet-hindoes waarnemen, en hun aanhang in Goedjaraat is aanzienlijk. Volgens hen moet India een "hindoestaat" worden, en moeten alle niet-hindoes zich ofwel bekeren tot het hindoeïsme, ofwel verdreven worden. Dit religieus-nationalisme dat gepredikt word door de leiders van deze partijen draagt de naam Hindutva, en het staat voor de zuivering van de staat van alles dat "anders" is. Het politieke toneel in de Indische deelstaat Goedjaraat wordt door dit idee gedomineerd. Een uiting van het geweldadige karakter van deze bewegingen is bijvoorbeeld een gebeurtenis in 1992. In dat jaar bestormden duizenden aanhangers van de VHP en de RSS een moskee in de stad Ayodhya in Goedjaraat en vernietigden deze. Volgens de VHP omdat de moskee gebouwd zou zijn op de plaats waar eerder een tempel stond ter aanbidding van de Hindoe godheid "Ram". Derhalve vernietigden zij de moskee om er een nieuwe tempel te kunnen bouwen. Sindsdien bekritiseert de VHP haar politieke tegenhanger de BJP omdat deze vooralsnog niet een nieuwe tempel ter aanbidding van "Ram" heeft laten bouwen op de plaats van de moskee.

Toen op de 27e februari 2002 de Sabarmati Express brand vatte in Godhra in Goedjaraat, en 58 mensen door verbranding om het leven kwamen, toen zagen de nationalistische hindoe partijen en bewegingen hierin een mogelijkheid om een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: het zuivering van Goedjaraat van de moslims. Genoemde trein was op 25 februari vertrokken en al twee dagen onderweg. Hoofdzakelijk bevolkt door vrouwen en kinderen bevonden er zich ook een aanzienlijk aantal VHP en RSS leden aan boord. Zogenoemde karsevakken die uit Ayodhya teruggekeerd waren waar ze hadden geholpen bij pogingen om op de plaats van de vernietigde moskee een tempel ter aanbidding van "Ram" gebouwd te krijgen. Deze hindoe extremisten misdroegen zich vanaf het eerste moment dat de trein vertrok misdadig. Ze toonden hun geslachtsdelen aan gesluierde vrouwen aan boord van de trein, ze trokken de moslima's hun hoofddoeken af, ze zongen liederen die Islam en de moslims beledigden, en ze weigerden te betalen voor de koffie en thee die ze namen van de eenvoudige verkopers bij de stations waar de trein onderweg stopte. Onderweg zetten ze eens, midden in de nacht, een familie van vier uit de trein omdat deze weigerde mee te zingen terwijl de hindoe extremisten liederen zongen ter aanbidding van hun godheid "Ram". Dit is wat een onderzoekscommissie later optekende uit de mond van hindoe slachtoffers van de treinbrand in het ziekenhuis in Godhra.

Op het moment dat de trein aankwam in Godhra liep de zaak uit de hand. De verkopers aldaar waren reeds op de hoogte van de situatie aan boord van de trein. Ze hadden zichzelf voorgenomen om niet, evenals hun collega's op eerdere halteplaatsen, ook bestolen te worden door de hindoe criminelen aan boord van de trein. In Godhra gedroegen de hindoe criminelen zich hetzelfde als op eerdere stations, echter. Nog erger dan eerder sloegen ze ditmaal een oude thee verkoper in elkaar. Toen de 16 jarige dochter van de man hen smeekte om haar vader los te laten, sleurden ze haar aan boord van de trein toen deze op het punt stond om te vertrekken. Haar vader begon te beuken op de deur van het compartiment waar de hindoe's het meisje vasthielden. Hij riep naar haar en smeekte de hindoe's om haar los te laten. Twee verkopers aan boord van de trein trokken aan de noodrem en werd de trein tot stilstand gebracht. Dit was op slechts enkele honderden meters van het station, toen de trein in het midden van een moslim wijk in Godhra was aangekomen. De moslims uit de wijk kwamen op het rumoer af en begonnen zich met de zaak te bemoeien. Nadat de hindoe's weigerden om het meisje los te laten, resulteerde een confrontatie tussen de hindoe extremisten aan boord van de trein en de moslims uit de wijk. Bij het geweld dat volgde ging één compartiment van de trein in vlammen op, waarbij de 58 mensen om het leven kwamen. Maar daar bleef het niet bij. Op het moment dat de eerste-minister van de staat Goedjaraat, Narenda Modi van de BJP, ter plaatse verscheen, toen werd duidelijk dat deze te betreuren slachtoffers slechts het begin van nog veel meer ellende zouden zijn.

Rajendra Vyas had de leiding over de VHP leden aan boord van de trein betrokken bij het Godhra incident. Hij vertelde over de komst van Modi bij het uitgebrande treincompartiment: "Als eerste-minister kon Narendrabhai (Modi) niet zeggen: ‘Vermoord alle moslims'. Ik kon het wel publiekelijk zeggen omdat ik van de VHP was. Pravinbhai Togadia kon het ook zeggen, maar hij (Modi) kon het niet zeggen. Maar het is zoals we in Goedjaraat zeggen ‘Aa khada kaan khada' (Door de vingers zien). Hij gaf ons de vrijheid te doen wat we wilden omdat we het al lang hadden gehad met de moslims. De politie was met ons. Snap alstublieft wat ik probeer te zeggen, de politie was aan onze kant. En ook de gehele hindoe beweging. Bhai (Modi) was hier voorzichtig mee, anders was de politie aan de andere kant geweest. (...) Later zei ik, wat sta je te kijken, ga en dood ze. Dus staken we de moskee aldaar in brand".

Vervolgens werd het verhaal in omloop gebracht dat moslim "terroristen" de trein zonder reden hadden aangevallen en in brand gestoken. Zogezegd enkel en alleen om hindoes te doden. Zo werden de mensen in Goedjaraat opgehitst tegen de moslims, en aangezet tot moorden.

De slachting van de moslims

"Het kleinste plaatsje werd niet gespaard" - Anil Patel, een van de lokale leider van de nationalistische hindoe partij Vishva Hindu Parishad (VHP)

De drie dagen volgende op het incident met de trein in Godhra werd in het geheel niets gehoord van de politieke partij die het voor het zeggen had in Goedjaraat, de BJP van eerste-minster Modi. De BJP trok zich opzettelijk terug uit het openbare leven, om zo de misdadigers van de hindoe-nationalistische partijen en bewegingen als de VHP, de RSS en de Bajrang Dal, ondermeer, de zaken in handen te geven. Vervolgens planden en organiseerden zij, en brachten hun voetvolk het zogeheten "leger van safrijn" de straat op. Alles met slechts één enkel doel: de wijken van de moslims moesten "geschoond" worden, en alles wat aan Islam deed herinneren moest vernietigd worden. Achter de schermen gaven de leiders van de BJP hun toestemming voor een alomvattende aanval op de moslims in Goedjaraat. Ze ontmoetten de leiders van de RSS op verschillende momenten en plaatsen tijdens de eerste dagen na het treinincident in Godhra. De RSS bracht vooral de laagste kaste van de hindoes op de been om het moorden te doen. Via de top van de politiek werd de leiding van de politie in Goedjaraat de opdracht gegeven om mee te werken aan de moord op de moslims. Politieagenten die weigerden, zo was de opdracht, moesten vastgezet worden. Zo leidden de leiders van de BJP, de VHP en de RSS de moordende bendes door de straten van de steden in Goedjaraat, op zoek naar de moslims, terwijl de politie ervoor zorgde dat zij hun gang konden gaan. Zodat niets het moorden in de weg zou staan. Met behulp van de overheden in Goedjaraat vonden zo de slachtingen van de moslims plaats. De politie bevoorraadde de hindoes met eten en drinken, met wapens, met munitie, en niet zelden deden politieagenten mee met het moorden. Moslims die zich tot de politie wendden voor hulp en bescherming vonden veelal de dood. Af en toe stopte de politie een moordpartij. Maar dit was enkel om de indruk te wekken dat zij al het mogelijke deed om het moorden te stoppen. Dit was, met andere woorden, bedoeld om het moorden zo lang mogelijk door te kunnen laten gaan.

Verschillenden van de leiders van de slachtingen van moslims in Goedjaraat vertelden later zonder enige schaamte over wat ze gedaan hadden.

Deepak Shah vertelde hoe alles geregeld werd: "De orders werden duidelijk gemaakt aan de politie, ook aan de militaire politie. De orders waren zeer duidelijk. Dat geen hindoe gearresteerd mocht worden, dat alle moslims gegrepen moesten worden. (Er werd gezegd) Gebruik het geweld nu en leer ze een lesje. De haat was zo sterk dat op de weg erheen, waar er ook een moslim winkel of huis was deze verbrand werd".

Anil Patel vertelde: "Zij mochten nu doen wat ze wilden. (Er werd gezegd) Ga naar de dorpen en vermoord! Daarna vonden 30 incidenten plaats. Van Bayad kwam ik naar Dhansura en Dhansura stond ook in vlammen. De brandstichtingen zijn aangevangen door onze arbeiders maar van lieverlee deed iedereen mee".

Bajrang Dal leider Babu Bajrangi werd gevraagd over zijn daden: "Er was deze zwangere vrouw, ik sneed haar open, de ********* (een scheldwoord gericht tot de vermoorde moslima dat niet gepast is om weer te geven, vert.). Liet ze zien wat wat is. Wat voor soort wraak wij kunnen nemen als onze mensen worden gedood. Ik ben geen flauwe rijsteter. We spaarden niemand. Het zou ze (de moslims, vert.) zelfs niet moeten worden toegestaan om zich voort te planten, dat zeg ik tot op de dag van vandaag. Wie ze ook zijn, vrouwen, kinderen, wie dan ook. Niets moet worden gedaan met ze behalve ze neersnijden. Vernietig ze, hak in op ze, verbrand de ****** (een scheldwoord gericht tot de moslims dat niet gepast is om weer te geven, vert.). Hindoes kunnen slecht zijn. Hindoes kunnen slecht zijn, en ik zeg dit omdat, zoals ik het zie, hindoes even gevaarlijk zijn als die mensen daar. Veel van hen verspilden hun tijd met roven. Kijk, (het idee is) laat ze helemaal niet leven, daarna is alles van ons". Hij ging verder: "Iedereen was uitgebarsten in moorden, we waren aan het vermoorden, hakken. Er waren straten waar we moslims moesten confronteren. Er zou een confrontatie komen, ze zouden terugvechten met al hun kracht. Op het moment dat we er enkelen hadden vermoord gingen we door. In dit gevecht, als een of ander meisje trachtte te ontsnappen en een Chhara haar pakte, was dit een ander verhaal (ze zou dan verkracht worden, wat in de gehele missie werd gezien als tijdsverspilling). Die dag, was het als wat er is gebeurt tussen Pakistan en India. Er waren overal lichamen, het was een blik om gezien te hebben. Maar het was niet iets dat gefilmd mocht worden, in het geval dat het in iemands handen zou komen. Er was een camera man daar, wat andere media personen, we hebben hun ook in brand gestoken". Babu Bajrangi vertelde ook over het beruchte voorval genaamd "de put". De hindoe milities hadden een gat in de grond gegraven waarin ze moslims, waaronder vrouwen en kinderen, bijeendreven. Eenmaal daarin werden ze overgoten met benzine en levend verbrand. Babu Bajrangi zei hierover: "Het was een enorm gat. Je kon er van één kant in, maar je kon er aan de andere kant niet uitklimmen. Ze waren daarin allemaal tezamen. Ze (de moslims, vert.) begonnen op elkaar te klimmen". Babu Bajrangi vervolgde dit huiveringwekkende verhaal door te vertellen waar de olie en banzine die gebruikt werd vandaan was gehaald: "We vulden jerrycans al op voorhand. Bij het tankstation, de avond tevoren. De eigenaren van de tankstations gaven ons de benzine gratis. (...) Ik heb er van genoten!".

De hindoe bende liepen door de straten van steden en dorpen op zoek naar moslims. Ze zongen en schreeuwden de "Jai Shri Ram", het strijdlied van Hindutva: "Wanneer zullen de hindoe's onzer natie genezen van de moslim en christen ziekte? Sta nu op voor je natie. Jai Shri Ram! Jai Shri Ram!".

Mangilal Jain vertelde over de rol van politie: "Zij (de politie) zei ons dat alles klaar moest zijn in twee tot drie uur. (...) Dit gebeurde door heel Ahmedabad. Het was duidelijk dat geen buitenstaander zou komen (ingrijpen). Zelfs versterkingen (voor de ordediensten, vert.) zouden niet komen, de troepen zouden pas in de avond aankomen. Dus al het werk moest tegen dan gedaan zijn. Hij (de ambtenaar van overheid) zei dit en de menigte werd razend. Sommige begonnen te plunderen. Andere begonnen te moorden. Iemand sleurde een man naar buiten, hakte hem en verbrande hem. Veel van dit soort dingen gebeurden".

Suresh Richard vertelde: "We waren klaar met alles in brand te steken en waren teruggekeerd. Toen belde de politie ons. Ze zeiden dat een aantal moslims zich verscholen in het riool. We gingen daarheen, we zagen dat hun huizen volledig waren afgebrand, maar zeven of acht hadden zich in het riool verstopt. We sloten het deksel. Als we er in achter hen aan waren gegaan, hadden we mogelijk gevaar gelopen. We sloten het deksel en verzwaarden het met grote stenen. Later vonden ze acht of tien lijken aldaar. Ze gingen er heen om hun levens te redden, maar stierven door de gassen daar. Dit gebeurde in de avond, de dhamal (moordende uitbarsting) en ging door tot de avond, tot ongeveer half negen in de avond". Hij ging verder: "Een aantal varkens sliep onder een truck. We doden het varken, vier of vijf van ons Chharas kwamen samen en doden het varken. Daarna hingen we het varken op aan de moskee en hezen de saffrijn vlag. Acht of tien van ons beklommen de top. We deden hard ons best maar konden de moskee niet kapot maken". Over de gebeurtenis bij een andere moskee vertelde Suresh Richard verder: "Benzine werd (erover) gegoten en het werd in brand gestoken (...) Degene die binnen waren, werden allemaal gedood".

De moordende bendes wisten oprecies waar ze moesten zijn, Niemand van de moslims ontkwam aan hun moordlustige haat. Onder begeleidingan van politie trokken ze door de steden met documenten uit de staatsarchieven in de hand omdat dezen aanwezen waar precies de moslims woonden. Zo trokken ze van wijk naar wijk, en van huis tot huis. Grote aantallen, omstreeks 5.000 moslims werden vermoord. Vrouwen werden veelal eerst verkracht en daarna vermoord. Er werd geen genade getoond voor zwangere vrouwen, noch voor baby's. Allen moesten het ontgelden. Een voormalig parlementslid die een groep moslims wilde verdedigen werd tezamen met de omstyreeks vijftig gevluchtte moslims in zijn huis opgesloten, en verbrand.

Na de slachting: staatsbescherming voor de moordenaar

Het is dus duidelijk dat de regionale en provinciale overheden aan de basis stonden van de slachting van de moslims in Goedjaraat. Zij planden het, zij organiseerden het, zij riepen de mensen de straat op, en zij zorgden ervoor dat de politie de moordenaars hielp, berschermde en ondersteunde. Voor bijna tweeënzeventig uren, oftewel drie dagen, zou de slachting van de moslims in Goedjaraat continu doorgaan. Maar voor nog minstens twee maanden hierna bleven aanslagen op de moslims een dagelijkse gebeurtenis, zij het op minder grote schaal. Dus ook de centrale overheid van India deed feitelijk niets om het moorden te stoppen. Voor twee maanden liet zij de misdaad van het moorden voortgaan. Er werd niet ingegrepen.

Wel benoemde de centrale overheid een commissie om de gebeurtenissen te onderzoeken. Zogezegd om de waarheid boven tafel te krijgen. Deze commissie, echter, de Nanavati-Shah commissie naar de namen van rechters die de commissie leidden Nanavati en Shah, werd geleid door mensen die sympathiek tegenover de BJP partij stonden. De BJP partij die de heersende partij was in Goedjaraat tijdens de onlusten, die had opgeroepen tot de moordtochten na het treinincident in Godhra, en die deelgenomen had aan de planning en organisatie van de moordtochten. Amnesty International zei dan ook over het onderzoek van deze commissie: "Dezelfde politiemacht die werd beschuldigd van samenzweren met de aanvallers werd verantwoordelijk gesteld voor het onderzoek naar de massamoorden".

Arvid Pandya was de afgevaardigde van de regering van de staat Goedjaraat in deze onderzoekscommissie. Hij wist derhalve dat de onderzoekscommissie van de rechters Nanavati en Shah over gedetailleerde bewijzen beschikte tegen de leiders van de moordtochten. Ze hadden mobiele telefoons bij zich gedragen tijdens de moordtochten, en dus was voor ieder moment bekend waar ze zich hadden bevonden. En de gesprekken die ze onderling hadden gevoerd over de moordtochten stonden derhalve op band. Maar Pandya wist ook dat de onderzoekscommissie hier niets mee zou beginnen: "Shah is één van ons", zei Pandya, waarmee hij de nationalistische hindoes zoals hemzelf bedoelde. "(En) Nanavati is een slimme man.. die wil geld...".

Als onderdeel van de planning van de moordtochten tegen de moslims in Goedjaraat legden de leiders en organisatoren van deze misdaad contacten met advocaten en openbare aanklagers. Dus nog voor de echte moordtochten begonnen werden al plannen gemaakt om de misdadigers te beschermen tegen vervolging voor het gerecht. Arvid Pandya was één van die aanklagers. Naast prominent lid van de Nahavati-Shah commissie was hij ook de hoofdaanklager namens de staat Goedjaraat in de rechtzaken naar aanleiding van de moordtochten. Desalniettemin onderhield hij nauwe contacten met de voornaamste verdachtren van de moordpartijen, de leiders van de VHP, de BJP en de RSS: "Ik zei tegen de VHP dat niemand van hen ooit voor de commissie zou hoeven verschijven, nooit... Ik zei tegen de BJP dat ze met mij in contact moesten blijven". Pandya vertelde over de rechtzittingen waar hij de aanklager speelde: "Iedere rechter riep me bij zich in zijn kamer en toonde volledige sympathie voor mij... (Ze) gaven volledige medewerking aan mij, alhoewel enigen afstand bewarend... de rechters stuurden me ook, waar en wanneer noodzakelijk... hoe een zaak op te zetten en op welke datum... want uiteindelijk zijn zij ook hindoe... dus er kwam hulp van alle mensen uit alle kasten...".  Een andere openbaar aanklager, Bharat Batt, die eveneens namens de staat de hindoe moordenaars moest aanklagen voor de rechter, vertelde: "Ze (de aangeklaagde hindoes, vert.) kunnen alle hulp van mij krijgen. (...) Ik zeg tegen de hindoes om niet naar me te glimlachen wanneer ze me zien (in de rechtzaal, vert.)... om niet een woord tegen me te zeggen... wat ik ook moet doen zal ik doen, maar het zal allemaal voor hen zijn... ik heb zo als drie moordzaken opgelost... ze werden allemaal vrijgesproken".

Verder meldd Human Rights Watch dat er op grote schaal intimidatie plaatsvond van mensen die mogelijk belastende verklaringen zouden kunnen afleggen in rechtzaken tegen hindoe moordenaars. Bijvoorbeeld is er het verhaal van Zahreen Sheikh, die nog maar in haar tienerjaren was toen ze de slachting van moslims in Goedjaraat mee moest maken. Ze wilde getuigen over wat ze gezien had. Echter, toen de rechtszaak plaats vond was ze te bang en durfde ze niet meer te getuigen. Ze zei derhalve dat ze bij eerdere verklaringen had gelogen. Gevraagd naar de reden voor haar plotselinge verandering van verhaal vertelde haar oom tegen journalisten: "Khauf (terreur, vert.), mevrouw, khauf... dat heeft Zaheera Sheikh er toe gedwongen haar verklaring te veranderen. Angst voor de dood kan je dwingen alles te doen. Ik ben een gelukkig man met een grote familie, maar ik kan niet tegen de regering opstaan".

Voor deze redenen zijn verreweg de meeste zaken aangespannen tegen de moordenaar van Goedjaraat zonder veroordeling gebleven.

De media, ten slotte, hebben de laatste steun verleend aan de moordenaars van de moslims in Goedjaraat. De televisie herhaalde voortdurend, voor lange tijd, beelden van gedode karsevakken, leden van de hindoe bendes die erop uit trokken om de moslims te doden. Waar de moslims zichzelf verdedigden en karsevakken doodden in de eigen doodsstrijd, daar werd dit groot nieuws gemaakt door de media. Tegelijkertijd werden geen tot weinig beelden getoond van het lijden van de moslims. Zo werd de haat onder de hindoes voor Islam en de moslims gevoed, en zo werd het idee gegeven dat de hindoes zich enkel verdedigden tegen aanvallen van de moslims. Zo, met andere woorden, probeerden de media de mensen te laten geloven dat de moslims de misdadigers waren, en de hindoes de slachtoffers.

Narenda Modi ten slotte, de eerste minister van Goedjaraat ten tijde van de slachtingen, en degene die na het incident met de trein in Godhra de mensen duidelijk maakte dat er pogroms tegen de moslims georganiseerd moesten worden, werd in 2002 en 2007 herkozen als eerste-minster van Goedjaraat.

 


1 www.tehelka.com/story_main35.asp?filename=Ne031107gujrat_sec.asp

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"En volgt niet datgene waarvan gij geen kennis bezit. Voorwaar, het oor, oog en het hart - al deze zullen worden ondervraagd." (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran; soerat Al-Israa: 36)
Hadith

Overleveringen van de Profeet Muhammad (sallallahoe aleihi wa sallam)
Overgeleverd door Anas dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "toen ik werd opgenomen naar de hemelen (de miraadj) kwam ik voorbij sommige mensen die nagels van koper hadden waarmee zij hun gezichten en borsten krabden. Ik zei: wie zijn deze mensen, O Djibriel ? Hij zei; dezen zijn degenen die het vlees van de mensen aten en hun eer lasterden." (Aboe Dawoed)

over hadith..