zaterdag 11 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home
De moslims en hun "leiders" in de moslimlanden - deel 7: De gehoorzaamheid tegenover de leiders volgens Koran en Soenna Afdrukken E-mail
maandag 25 augustus 2008

Uit deel 1 van de artikelenreeks De moslims en hun "leiders in de moslimlanden: "Maar vandaag de dag zien de moslims in al hun landen heersers die de Wet van Islam negeren en overtreden. De vraag die uit deze waarneming moet resulteren is: hoe moeten de moslims met deze heersers omgaan?"

Deel 7 is het slotstuk van de artikelenreeks in antwoord op deze vraag, en zal de correcte opinie in deze kwestie uiteenzetten

Bij geen van de eerdergenoemde meningen is de bewijsvoering gebaseerd op al de relevante openbaringen, terwijl dit toch een vereiste is voor de extractie van een Goddelijk Oordeel. Want alle geleerden hebben gezegd dat indien er meerdere bewijzen betreffende eenzelfde kwestie zijn, dat de juiste mening dan de mening is die bij al de bewijzen past (of op zijn minst bij de meeste, meest sterke bewijzen).

Wanneer men al de relevante openbaringen bij deze kwestie op een rijtje zet - van de Koran, de Siera van de Profeet (saw) en de overleveringen van zijn (saw) Soenna, zoals gedaan is in delen 1 tot en met 6 van deze reeks artikelen - dan ziet men:

1. Dat met Islam geregeerd moet worden, oftewel dat de Wet van Allah (swt) gebruikt moet worden om de problemen van de mensen op te lossen.

2. Dat de moslim zich, zoals de Profeet (saw) deed alsmede zijn (saw) sahaba, moet inspannen om iemand aangesteld te krijgen die enkel met Islam zal regeren en deze persoon de eed van gehoorzaamheid en trouw moet geven.

3. Dat gehoorzaamheid tegenover de leider geëist wordt wanneer deze middels de eed van gehoorzaamheid en trouw is aangesteld op voorwaarde dat hij enkel met Islam zal regeren, zolang deze conform Islam regeert.

4. Dat gehoorzaamheid tegenover de leider die middels de eed van gehoorzaamheid en trouw is aangesteld op voorwaarde dat hij enkel met Islam zal regeren, verboden is wanneer hij ingaat tegen de geboden en verboden van Allah (swt).

En dit was ook het begrip van de kwestie onder de Salaf oes Saaleh, de vrome voorgangers, zoals ondermeer blijkt uit de volgende overlevering betreffende Khalifa ‘Oemar ibn Al Chattab (ra):

Het was een vrijdagmiddag. De gelovigen in Madina hadden zich in de moskee van de Profeet (saw) verzameld om het vrijdag gebed te verrichten. ‘Oemar (ra), de Khalifa, arriveerde om het gebed te leiden. Hij deed zijn inleidend gebed en ging toen verder om zijn toespraak aan de menigte voor te dragen. Hij begon door enkele verzen van de Heilige Koran te reciteren. Daarna sprak hij tot de menigte: "Luister nu". Een jonge man in de menigte stond op en zei: "Wij zullen niet naar u luisteren tot u ons de verklaring geeft die u aan ons verschuldigd bent". De mensen schrokken op bij deze dappere onderbreking van de leider van de Islamitische Staat door slechts een jongeman. ‘Oemar (ra) pauzeerde voor een ogenblik, en wende zich daarna tot de jonge man en zei: "Een verklaring, voor wat?". De jongeman zei: "Laatst kreeg eenieder van ons een stuk doek uit de Bait oel Mal (de schatkist van de Islamitische Staat, vert.). Vandaag vind ik twee stukken doek op de persoon van de Khalifa. Ik wil weten welk recht de Khalifa heeft om een aandeel te krijgen tweemaal het aandeel van een gewone moslim". Alvorens ‘Oemar (ra) het kon verklaren stond Abdoellah (ra), de zoon van ‘Oemar, op en zei: "Vrienden, de waarheid van de kwestie is dat net als elke andere persoon mijn vader en ik zelf een stuk doek uit de Bait oel Mal verkregen. Mijn vader is zo lang dat het stuk doek dat hij van Bait oel Mal kreeg hem niet voldoende was. Zodoende gaf ik hem mijn stuk doek". Deze verklaring stelde iedereen tevreden. De jongeman die de Khalifa had onderbroken zei: "Wij zijn tevreden. U kunt nu met uw toespraak verder gaan. Wij zullen naar u luisteren en uw bevelen uitvoeren". ‘Oemar (ra) wendde zich tot het publiek en zei: "Wat zullen jullie doen, mijn vrienden, in het geval dat ik op een dag afdwaal van de waarheid?". Derhalve stond een man op en zei: "Wanneer u moedwillig van de waarheid afwijkt, zullen wij onze eed van gehoorzaamheid aan u terugtrekken en ik zelf zou het als mijn plicht zien om u met mijn zwaard te doden". De Khalifah zei met duidelijke kenmerken van woede: "Man, weet u tegen wie u spreekt?". De man zei: "Jawel, ik spreek tegen ‘Oemar, de Amir oel Moe'uminien (Leider der Gelovigen, vert.)". "Hoe durft u hem met uw zwaard te beledigen", zei de Khalifa. De man zei: "U bent onze Khalifa en leider zolang u de waarheid volgt. Wanneer u doelbewust van de weg van de waarheid afwijkt dan is onze trouw niet langer uw recht. Dan hebben wij het recht u te doden, omdat u ons naar de verkeerde weg leidt". Hierbij lichte het gezicht van ‘Oemar (ra) op, en een glimlach van tevredenheid speelde op zijn lippen. Zijn handen opheffend naar de hemel zei hij met een stem doordrongen van emotie: "Allah, ik bied u mijn dank aan dat er geen gebrek is in mensen onder de gelovigen, die de moed hebben om het zwaard zelfs tegen het hoofd van ‘Oemar (ra) op te heffen wanneer hij afwijkt van de Waarheid". Zich wendend tot de gelovigen zei ‘Oemar (ra): "Ik leg u op om me te volgen zolang ik Allah (swt) en zijn Profeet (saw) volg. Wanneer er om het even welke afwijking van mijn kant is corrigeer me dan. Als ik doelbewust van de Waarheid afwijk volg me niet. Bid dat u en ik vast kunnen houden aan de weg van de Waarheid die door Islam wordt opgelegd".

Er is reeds aangetoond dat de moslims momenteel zonder de leider zijn waaraan zij de bay'a, de eed van gehoorzaamheid en trouw, kunnen geven. Er is momenteel geen Islamitische Staat namelijk, geen leider die over de mensen regeert volgens enkel en alleen de Koran en de Soenna en hetgeen dezen naar verwijzen. Dus de Wet van Islam is weliswaar geopenbaard, maar wordt niet gebruikt door de mensen. Dit betekent dat de moslims zich moeten inspannen om een leider die zal regeren enkel en alleen de Koran en de Soenna en hetgeen dezen naar verwijzen aangesteld te krijgen, om aan hem de eed van gehoorzaamheid en trouw te kunnen geven. Zoals de sahaba zich inspanden om na het sterven van de Profeet (saw) een dergelijke leider aangesteld te krijgen. Iets wat de volgende generaties moslims, 1300 jaren lang gecontinueerd hebben, totdat in 1924 de Islamitische Staat door de vijanden van Islam werd opgeheven.

Over precies hoe dit werk verricht moet worden, kan men hier lezen.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"...en Allah de heeft de handel wettig, en de rente onwettig heeft verklaard..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat El-Bakara: 275)
Hadith

Aboe Oemama zei dat hij de Boodschapper van Allah (saw) heeft horen zeggen: "Leest de Koran! Want de Koran zal op de Dag van de Opstanding (Qiyamah) van voorspraak zijn voor hen die hem lezen." (overgeleverd door Moslim)

over hadith..