vrijdag 10 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home arrow De weg naar geloof arrow 1999 arrow DE WEG TOT GELOOF - AL AKIEDAH
DE WEG TOT GELOOF - AL AKIEDAH Afdrukken E-mail
dinsdag 28 december 2004

DE WEG TOT GELOOF

De mens realiseert zijn renaissance door middel van zijn ideeën over het leven, universum, mens, wat voor het leven was, en wat na het leven komt, en de onderlinge relatie van al deze te gewaarworden. Daarom is het noodzakelijk om het huidige gedachtegoed van de mens grondig en alomvattend te veranderen en de mens tot andere gedachten te brengen die hem tot renaissance leiden, want door het denken worden de begrippen (concepten) over de dingen tot stand gebracht en vastgelegd.

De mens onderwerpt zijn gedragingen in het leven aan de hand van de begrippen die hij over het leven heeft. Zodoende zijn de begrippen die een mens heeft over een persoon die hij mag, bepalend voor zijn gedrag t.o.v. hem. Daarentegen is zijn gedrag jegens een persoon die hij haat anders, omdat hij haatconcepten draagt tegenover die persoon. Zijn gedrag t.o.v. deze twee is weer anders dan jegens iemand die hij helemaal niet kent en waar hij geen begrippen over heeft.

Dus het menselijk gedrag is gerelateerd aan zijn concepten. Wanneer wij het lage gedragsniveau van de mens willen veranderen en verheffen, moeten we eerst zijn concepten veranderen.

"...Voorzeker, Allah verandert niet wat er in mensen is zolang zij niet veranderen wat er in hen zelf is..." (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat : Ar-Ra'd 11)

De enigste weg om de concepten te veranderen is door na te denken over het huidige leven, waardoor de juiste concepten over het leven gevormd worden. Het nadenken over het huidige leven kan alleen gefixeerd en productief worden, als er ideeën worden gevormd over de mens, het universum en het leven, en de onderlinge relatie tussen deze drie, en met wat er voor het leven was en wat na het leven komt. Dit gebeurt door een totaalidee te vormen over wat er achter het heelal, de mens en het leven is, want dit is de basisgedachte waarop alle ideeën over het leven worden gebaseerd. Het geven van een totaalidee over deze drie dingen (leven, universum en mens) hun onderlinge relatie, en wat voor het leven was, en wat erna komt, is het oplossen van het meest essentiële probleem van de mens. Wanneer dit probleem wordt opgelost, worden daarmee andere problemen ook opgelost, want deze problemen zijn problemen die voortkomen uit het meest essentiële probleem.

Maar deze oplossing kan niet tot de juiste renaissance leiden als het niet de juiste oplossing is, die bij de aard van de mens past, zijn verstand overtuigt, en zijn hart geruststelt. Het vinden van een juiste oplossing is alleen mogelijk door het verlicht denken over het universum, de mens en het leven. Daarvoor moeten degenen die zich willen ontwikkelen en op het juiste pad willen begeven, eerst dit essentiële probleem oplossen. Een juiste oplossing verkregen door verlicht denken is de Akiedah (Credo) en tevens ook de basisgedachte waarop iedere bijgedachte over het gedrag in het leven, de wetten en de systemen van het leven worden gebaseerd.

De Islam heeft het meest essentiële probleem voor de mens opgelost op een manier die bij de aard van de mens past, zijn verstand overtuigt, en zijn hart geruststelt. Het verstand moet de bron zijn waar deze oplossing uit voort is gekomen. Het erkennen van deze oplossing heeft de Islam als voorwaarde gesteld om tot de Islam toe te treden. Daarom is de Islam gebaseerd op een fundament, dit is de Akiedah (Credo).

Deze Akiedah is dat achter universum, de mens en het leven een schepper is, die alles heeft geschapen en deze Schepper is ALLAH swt. Deze Schepper heeft alles uit het niets gecreëerd, zijn bestaan is noodzakelijk en is geen schepsel anders kan hij geen schepper zijn. En het feit dat Hij een Schepper is betekent vanzelfsprekend dat Hij geen schepsel is en dat Zijn bestaan noodzakelijk is. Het bestaan van alle dingen zijn afhankelijk van Hem, Hij is van niets en niemand afhankelijk.

De dingen die het verstand kan waarnemen zijn de mens, leven en heelal. Deze dingen zijn begrensd; dus behoeftig, onvolmaakt en afhankelijk van een ander, dit bewijst dat de dingen geschapen zijn door de Schepper.

Als we naar de mens kijken zien we dat hij begrensd is, want hij kan zich in alle opzichten tot een bepaalde grens ontwikkelen en deze grens kan hij niet overschrijden.

Het leven is begrensd want de uiting van het leven is slechts individueel, wat het is zintuiglijk waarneembaar dat het leven bij het individu eindigt, dus het leven is ook begrensd.

Het universum bestaat uit sterrenstelsels, een verzameling van begrensde sterrenstelsels vormen ook een begrensd universum.

Aan de hand van voorafgaande criteria komen we er achter, dat de mens, leven en universum zeker begrensd zijn.

Als we een blik werpen op de begrensde dingen zien we dat deze dingen niet eeuwig zijn, anders waren ze niet begrensd. En daarom moet het door een ander geschapen zijn. Die andere is de Schepper van de mens, het leven en het universum. Deze Schepper is of door een ander geschapen of heeft zichzelf geschapen of zijn bestaan is eeuwig en noodzakelijk. Het feit dat de schepper door een andere geschapen is, is onmogelijk want anders zou Hij ook begrensd zijn. Dat Hij zichzelf heeft geschapen is ook onmogelijk, want dan is Hij een schepsel en Schepper van zichzelf en dit is ook niet mogelijk, daarom moet de Schepper eeuwig zijn, en diens bestaan is noodzakelijk. Deze schepper is ALLAH swt.

Elk mens met verstand, kan door het bestaan van de dingen die hij zintuiglijk waar kan nemen beseffen dat ze door een Schepper geschapen zijn, omdat door observatie van deze dingen uitsluitend geconstateerd kan worden dat ze behoeftig, onvolmaakt en afhankelijk zijn van een ander en dus geschapen zijn.

Daarom is het genoeg om een blik te werpen op iets willekeurigs in het leven om hiermee het bestaan van de schepper te bewijzen. Het observeren van een planeet in het heelal, het nadenken over een verschijnsel van het leven, het beseffen van een aspect van de mens verwijzen allen naar het bestaan van ALLAH.

En daarom zien we dat de Koran de aandacht op deze dingen vestigt en de mens oproept om naar de dingen en wat eromheen is te kijken en te observeren om hiermee het bestaan van de Schepper te bewijzen. Zo kan de mens zien dat deze dingen afhankelijk zijn waardoor hij het bestaan van de Schepper kan bewijzen.

Er zijn talloze verzen in de Koran die de aandacht hierop vestigen:

"Er zijn voorzeker in de schepping der hemelen en der aarde en in de wisseling van dag en nacht tekenen voor mensen van begrip" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat : Al-Imraan 190)

"En tot Zijn tekenen behoort ook de schepping der hemelen en der aarde, en de verscheidenheid van uw talen en (huids)-kleuren. En dit zijn voorzeker tekenen voor degenen, die willen begrijpen" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat :Ar-Roem 22)

"Zien zij niet naar de wolken, hoe zij gevormd worden?

En naar de hemel, hoe deze hoog verheven werd?

En naar de bergen, hoe zij opgericht werden?

En naar de aarde, hoe zij uitgespreid werd?" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat :Al-Ghaasjijah)

"Laat de mens derhalve overwegen waaruit hij geschapen werd. Hij werd uit een stromende vloeistof geschapen, Welke voortkomt van tussen de ruggengraat en de ribben" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat :At-Taariq)

"Voorwaar, in de schepping der hemelen en der aarde en in de wisseling van nacht en dag en in de schepen die de zee bevaren, met datgene wat de mensen tot voordeel strekt; en in het water dat Allah van de hemel nederzendt, waarmede Hij de aarde doet herleven na haar dood en daarop alle soorten dieren verspreidt, en in de verandering der winden, en in de wolken die tussen de hemel en de aarde in dienst zijn gesteld, zijn inderdaad tekenen voor een volk, dat begrijpt" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat :Al-Baqarah 164)

Er zijn talloze verzen die de mens oproepen om zich hierin te verdiepen en zo het bestaan van de schepper ermee te kunnen bewijzen zodat zijn geloof in Allah (SWT) gebaseerd wordt op verstand en bewijs.

Het geloven in een Schepper als de Planner zit in de innerlijke aard van de mens. Het geloven op deze wijze ontstaat echter door emoties. Deze manier van geloven leidt niet tot een diepgeworteld geloof als je het alleen aan de emoties zelf overlaat. Vaak voegen de emoties onjuiste dingen aan het geloof toe en beschouwt deze toegevoegde dingen als onafscheidbare eigenschappen voor hetgeen waar hij in gelooft. Dit leidt tot ongeloof en afdwaling. Het verafgoden van dingen, mythen en onjuiste oordelen zijn de falende resultaten van de emoties. En daarom heeft de Islam de emoties niet als enige methode gehanteerd als leidraad tot het geloof. Anders worden eigenschappen aan God toegekend die met zijn Goddelijkheid in strijd zijn, of de belichaming van God in materie uitdrukken, of het dichter bij God te komen dmv het aanbidden van materie wat tot ongeloof en tot polytheïsme leidt, en bijgeloof die het ware geloof niet accepteert. Om die reden heeft de Islam de rationele denkwijze als eis gesteld, en niet de emotionele,  en heeft de moslim verplicht zijn verstand te gebruiken bij het geloven in Allah (SWT), en heeft het blindelings navolgen bij het aanhangen van een credo verboden. Daarom heeft de Islam het verstand als enige arbiter beschouwd wanneer het geloven in Allah (SWT) betreft.

Allah heeft in de Koran gezegd:

"Er zijn voorzeker in de schepping der hemelen en der aarde en in de wisseling van dag en nacht tekenen voor mensen van begrip" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat: Al-Imraan 190)

Daarom is iedere moslim verplicht om zijn geloof te laten baseren op diep denken en onderzoek, en het verstand als de absolute arbiter te nemen bij het geloven in Allah (SWT), en heeft de Islam de mens opgeroepen om een blik op het universum te werpen om de natuurwetten als leidraad te gebruiken bij het geloven in de Schepper (Allah), de Koran heeft dit in meerdere Soeras's honderden malen herhaald. Al deze verzen zijn gericht op het waarnemingsvermogen (rationele kracht) van de mens, die de mens vraagt om zich er in te verdiepen zodat zijn geloof in Allah (SWT) op verstand en bewijsvoering wordt gebaseerd. En waarschuwt de mens om niet zomaar het geloof van de ouders of de voorouders over te nemen zonder het te onderzoeken en er zelf van overtuigd te zijn.

Dit is het geloof wat de Islam nastreeft, niet het geloof van de onverschilligen, maar het is het verlichte geloof van diegene die kijkt en nog eens kijkt en zich verdiept en erover nadenkt waardoor Allah (SWT) een vaststaand feit wordt.

Ondanks het feit dat de mens verplicht is om zijn verstand te gebruiken bij het geloven in Allah, is hij toch niet in staat om wat buiten de grenzen van zijn verstand en waarnemingsveld ligt te begrijpen. Het verstand van de mens is begrensd. Hoe scherp en diep hij ook kan denken, zijn verstandelijke capaciteiten zijn begrensd. Hij kan zijn grenzen niet overschrijden.

Hierdoor is zijn begrip ook begrensd. Om die reden is het verstand niet in staat om de essentie en de aard van Allah (SWT) te beseffen, omdat Allah (SWT) achter de mens, leven en het universum is, is het voor het menselijke verstand niet mogelijk om dingen die buiten zijn grenzen liggen te begrijpen, het is ontoereikend.

 

Volgende >
 [ Arabisch ]