|
"Het profeetschap zal
onder jullie zijn zolang Allah het wil, en dan wanneer Allah het wil zal Hij
het wegnemen. Vervolgens zal er de Khilafa Raasjida zijn zolang Allah
het wil, en dan wanneer Allah het wil zal Hij het weg nemen. Dan zal er een
pijnlijk leiderschap zijn zolang Allah het wil, en dan wanneer Allah het wil
zal Hij het weg nemen. En dan zal er de tirannie zijn zolang Allah het wil, en
dan wanneer Allah het wil zal Hij het weg nemen. En dan zal er (terug) de
Khilafa zijn volgens het voorbeeld van de Profeet. En toen zweeg de Profeet." (Imam Ahmed)
Introductie
Na de dood van ‘Oemar ibn
al Chattab (ra) werd ‘Oethman ibn ‘Affan (ra) door de moslims verkozen als
Khalifa. Hij was derhalve de derde van de vier Khoelafaa ar Raasjiddien, de
Rechtgeleide Kaliefen.
Zijn naam, zijn
genealogie, zijn jeugd, en zijn status onder Qoraiesj
Zijn naam was ‘Oethman
ibn ‘Affan ibn Abi'l ‘Aas ibn Oemayya ibn ‘Abd Sjams ibn ‘Abd Manaf ibn Qoesayy
ibn Kilab ibn Moerra ibn Ka'ab ibn Loeayy ibn Ghaalib al Qoeraasjie al Amawi. Langs
vaderszijde ontmoet zijn genealogie die van de Boodschapper van Allah (saw) bij
‘Abd Manaf. ‘Abd Manaf had twee zonen, ‘Abd Sjams en Haasjim. De Boodschapper
van Allah (saw) is een nakomeling van het geslacht langs de zijde van Haasjim,
en ‘Oethman langs de zijde van ‘Abd Sjams. Langs moederszijde is de familieband
met de Boodschapper van Allah (saw) nog hechter. Zijn moeder was Oerwa, dochter
van Kariz, zoon van Rabiyya, zoon van Habieb, zoon van ‘Abd Sjams. Oerwa's
moeder was Oemm Haakim, en Oemm Haakim was de zuster van de vader van de
Boodschapper van Allah (saw).
‘Oethman werd geboren in
het zesde jaar na het "Jaar van de Olifant", het jaar waarin de heerser over
Jemen probeerde Mekka te veroveren middels olifanten, en was daarmee omstreeks
6 jaren jonger dan de Boodschapper van Allah (saw). Hij behoorde tot de
Oemayyad-clan van Qoraiesj. Zijn vader was één van de rijkste handelaren van
Qoraiesj, waardoor ‘Oethman in de unieke situatie verkeerde als jong kind al
lezen en schrijven geleerd te hebben.
Van zijn vader leerde
‘Oethman het vak van handelaar, waarin hijzelf ook zeer bekwaam werd. De vader
van ‘Oethman was van groot karakter. Eenmaal op de terugweg van een handelsreis
naar Jemen werden ‘Oethman en zijn vader samen met ‘Abdoerrahman bin ‘Auf en
diens vader tegengehouden. De vader van ‘Oethman droeg namelijk de nalatenschap
van een persoon die in Jemen was overleden met zich mee, en had beloofd deze te
overhandigen aan diens erven in Mekka. De groep van de vader van ‘Oethman werd
staande gehouden door lieden die hem de nalatenschap afhandig wilden maken.
Maar de vader van ‘Oethman weigerde en stond er op dat hij zijn belofte na zou
komen, waarop het tot een vechten kwam waarbij de vader van ‘Abdoerrahman bin
‘Auf werd gedood. ‘Oethman, zijn vader en ‘Abdoerrahman bin ‘Auf ontkwamen
echter, en de nalatenschap werd overhandigd aan de rechtmatige eigenaren zoals
de vader van ‘Oethman had beloofd.
Toen ‘Oethman omstreeks
20 jaren oud was overleed zijn vader tijdens een handelsreis. Hij liet ‘Oethman
een fortuin na. ‘Oethman was net als zijn vader bekwaam in de handel, zo niet
meer. Hij stond bekend als een uitermate eerlijke handelaar en vergaarde voor
zichzelf op jonge leeftijd al een groot fortuin, waardoor hem de bijnaam ‘Oethman
Ghaani werd gegeven. Hij was ook bekend omdat hij zijn rijkdom deelde met
de armen in Mekka. Hij deelde zijn welvaart met zijn familie, hij ondersteunde
arme families, en hij nam onder zijn hoede verschillende weduwen en wezen die
niemand anders hadden om voor hen te zorgen. En ondanks zijn immense rijkdom
hield hij van een leven van eenvoud en niet van extravagantie. Bij al zijn
rijkdom kende hij geen arrogante trots. Hij sprak met zachte stem, was bescheiden
en zachtaardig. Hij was één van de meest eerbiedwaardige personen onder de
Mekkanen, want zeer correct in zijn omgang met de mensen. Hij was, ten gevolge
van dit alles, zeer geliefd onder de Mekkanen.
Hij en zijn vriend Aboe
Bakr (ra) hielden zich altijd afzijdig van de aanbidding van afgoden, de
praktijk die in het Mekka van Onwetendheid de boventoon voerde. Aboe Bakr (ra) en
hij waren ook goede vrienden van de Boodschapper van Allah (saw) reeds voordat
deze de eerste openbaringen ontving. De jonge Mohammed (saw) werd door ‘Oethman
veelvuldig gebruikt als raadsman en adviseur.
Van de ‘Oethman in de
tijd van Onwetendheid is bekend dat zijn gevoel voor schaamte al zo sterk
ontwikkeld was dat hij bij het spelen met leeftijdsgenootjes zijn bovenlichaam
niet ontblootte zoals zij gewoon waren te doen. En ondanks dat het voor de
Mekkanen de gewoonte was om zedeloosheid te bedrijven en overspel te plegen was
‘Oethman kuis. Hij dronk ook nooit alcohol, evenals zijn vriend Aboe Bakr (ra).
‘Oethman behoorde tot de
mooiste mensen van Mekka. Er is overgeleverd dat hij groot noch klein was, maar
van gemiddelde lengte. Hij had een witte, ietwat gelige huidskleur en een mooie,
grote baard. Er waren op zijn gezicht sporen van pokken te zien, wat bij hem de
schoonheid verrijkte echter. Hij was gespierd en had lange haren tot onder de
oren. ‘Oesama bin Zaid werd eens, toen hij nog een kind was, door de
Boodschapper van Allah (saw) naar ‘Oethman en zijn vrouw Roeqiyya (de dochter
van de Boodschapper van Allah (saw)) gestuurd. Hij keek lang naar het gezicht
van Roeqayya, en hij keek lang naar het gezicht van ‘Oethman. Toen hij
terugkeerde naar de Boodschapper van Allah (saw) vroeg deze hem: Heb je ooit
een mooier stel gezien? ‘Oesama antwoordde: "Nee, o Boodschapper van Allah
(saw)!".
Zijn
bekering tot Islam
Volgens Ibn Ishaaq was
‘Oethman de eerste man die Islam omarmde na Aboe Bakr, ‘Ali en Zaid ibn al
Haritha. ‘Oethman omarmde Islam na hier tot uitgenodigd te zijn geweest door
zijn vriend Aboe Bakr. De moeder van ‘Oethman boycotte hem na zijn bekering. Het
is verder overgeleverd dat zijn oom van vaderszijde, Al Hakaam ibn Abi'l ‘Aas
ibn Oemayya, hem na zijn bekering vast nam, vastbond met een touw en zei: "Wens
jij de religie van je voorvaderen te verlaten voor een verzonnen religie? Bij
Allah, ik zal niet stoppen totdat jij opgeeft hetgeen je bij betrokken
bent".'Oethman antwoordde: "Bij Allah, ik zal het niet opgeven noch verlaten". Toen
Al Hakaam de vastberadenheid bij ‘Oethman zag liet hij hem met rust.
Tijd
in Mekka
‘Oethman was ten tijde
van zijn bekering tot Islam getrouwd met twee vrouwen, die beiden weigerden hem
te volgen. Hij scheidde derhalve van hen beiden. De Boodschapper van Allah
(saw) trouwde zijn tweede dochter Roeqayya met ‘Oethman. Het was een buitengewoon
gelukkig huwelijk, maar de Mekkaanse haat voor hun Islam maakte het leven in
Mekka niet gemakkelijk voor het paar. Na overleg met de Boodschapper van Allah
(saw) besloten ze dan ook te emigreren naar Abessinnië. De Boodschapper van
Allah (saw) zei: Moge Allah (swt) hen tweeën vergezellen. ‘Oethman is de
eerste die met zijn familie emigreert voor de zaak van Allah sinds (Profeet)
Loet. In Abessinnië kregen ‘Oethman en Roeqayya een zoon die zij ‘Abdoellah noemden. Hierna werd ‘Oethman (ra)
Aboe Abdoellah genoemd.
Na twee jaar in
Abessinnië hoorden ‘Oethman en Roeqayya het gerucht dat Mekka tot Islam
overgegaan was, en ze keerden daarop terug naar huis. Toen ze aankwamen in
Mekka bleek het gerucht vals, maar ze besloten niet terug te gaan naar Abessinnië.
Ze bleven in Mekka en ‘Oethman (ra) stelde zijn fortuin ten dienste van Islam.
Hij ondersteunde de arme bekeerlingen financieel en kocht de slaven vrij die zich
bekeerd hadden tot Islam. Ten tijde van de boycot van de moslims in Mekka
zorgde ‘Oethman (ra) er voor dat zij toch op gezette tijden bevoorraad werden
met voedsel. En ‘Oethman (ra) gebruikte zijn status en reputatie om onder de
jongeren in Mekka steun te vergaren voor een opheffing van de boycot, waardoor
deze na drie jaren inderdaad opgeheven werd.
‘Oethman (ra) was ook een
van de personen zijn die in opdracht van de Boodschapper van Allah (saw) de
openbaringen van de Edele Koran opschreef, zoals de Boodschapper (saw)
dicteerde.
Tijd
in Al Medina
‘Oethman (ra) emigreerde
tezamen met de rest van de moslims naar Al Medina, nadat het volk daar de
Boodschapper van Allah (saw) uitgenodigd had om hun leider te worden. ‘Oethman (ra)
liet zijn rijkdommen in Mekka achter en vertrok samen met Roeqayya. In Al
Medina nam ‘Oethman (ra) zijn beroep van handelaar weer op, waarmee hij een
goed inkomen verdiende.
Toen twee jaar na de
emigratie de moslims zich voorbereidden op wat de Slag bij Badr zou worden,
bereidde ‘Oethman (ra) zich met hen voor. Echter, zijn vrouw Roeqayya werd
ernstig ziek en de Boodschapper van Allah (saw) gaf ‘Oethman (ra) de opdracht
in Al Medina achter te blijven. De Boodschapper van Allah (saw) zei tegen
‘Oethman, volgens een overlevering in Al Boechari: Je zult een beloning
krijgen en een deel van de oorlogsbuit gelijk het deel van iemand die
deelgenomen heeft in de Slag bij Badr. Hij (saw) maakte ‘Oethman
verantwoordelijk voor Al Medina ten tijde van zijn (saw) afwezigheid. Roeqayya
stierf toen de moslims vochten op het slagveld, en toen het nieuws van de
overwinning voor de moslims Al Medina bereikte werd Roeqayya juist begraven.
Na de dood van Roeqayya
boodt ‘Oemar ibn al Chattab (ra) ‘Oethman (ra) de hand van zijn dochter Hafsa
aan. Echter, ‘Oethman (ra) kende nog teveel verdriet over de dood van Roeqayya
en bedankte ‘Oemar op vriendelijke wijze. Hafsa zou uiteindelijk de vrouw worden
van de Boodschapper van Allah (saw). Na een tijdje stelde de Boodschapper van
Allah (saw) zijn derde dochter, ‘Oemm Koelthoem, voor aan ‘Oethman (ra). Ze
huwden en de Boodschapper van Allah (saw) zei tegen zijn dochter Oemm
Koelthoem: Voorwaar, van alle mensen lijkt jouw man het meest op (Profeet)
Ibrahiem en jou vader Mohammed. Ook zijn huwelijk met Oemm Koelthoem was
voorbeeldig. ‘Oethman (ra) hield veel van zijn vrouw en verzorgde haar liefderijk,
en Oemm Koelthoem verzorgde ‘Abdoellah, de zoon uit het huwelijk van ‘Oethman
en Roeqayya met veel liefde. Maar ‘Abdoellah stierf twee jaar na zijn moeder.
En nauwelijks vier jaar later, zes jaar na haar huwelijk met ‘Oethman (ra),
stierf ook Oemm Koelthoem. Zonder ‘Oethman (ra) kinderen gebaard te hebben.
‘Oethman (ra) was
hierdoor wederom zwaar getroffen met verdriet. In reactie vroeg de Boodschapper
van Allah (saw) de mensen: Geef jullie dochters aan ‘Oethman. Als ik een
derde dochter zou hebben gehad, dan zou ik haar voorzeker in huwelijk aan hem geschonken
hebben. Ik heb hem nooit één van mijn dochters getrouwd behoudens onder invloed
van Goddelijke Inspiratie. De Boodschapper van Allah (saw) zei ook tegen
‘Oethman: Als ik veertig dochters zou hebben gehad, dan zou ik hen één voor
één met je hebben laten trouwen, totdat geen van hen meer over zou zijn.
‘Oethman (ra) werd Dhoen
Noerain genoemd, de Bezitter van Twee Lichten. Imaam As Soejoeti heeft
overgeleverd van ‘Abdoellah ibn ‘Oemar ibn Abban al Djoenaafi dat zijn oom van
vaderszijde zei: "Niemand is ooit met twee dochters van een Profeet verenigd
geweest sinds Allah (swt) Adam (as) schiep, noch zal er iemand zijn buiten
‘Oethman tot het Uur komt, en voor deze reden werd hij de Bezitter van Twee
Lichten genoemd". En van ‘Ali ibn Aboe Taalib (ra): "Dat is een man (‘Oethman)
die de Bezitter van Twee Lichten wordt genoemd in de Meest Verheven Plaats van
Samenkomst van Engelen. Hij is de schoonzoon van de Boodschapper van Allah
(saw) middels twee van zijn (saw) dochters".
In Al Medina financierde
‘Oethman (ra) de bouw van de moskee van de Boodschapper van Allah (saw). Toen
de moslims in Al Medina te leiden hadden onder slechte watervoorziening sprak
de Boodschapper van Allah (saw) tot de moslims: O jullie moslims! Wie van
jullie wil de put in Beer Rauma kopen in ruil voor een huis in het Paradijs?
‘Oethman kocht de put, de enige zoetwatervoorziening in de omgeving, en schonk
deze aan de moslims. De Boodschapper van Allah (saw) gaf ‘Oethman (ra) toen de
blijde tijding van het Paradijs voor hem in het komende leven.
Na de Slag bij Badr was
‘Oethman (ra) present bij de veldslagen die de moslims uitvochten. Tijdens de
Slag van Oehoed ontstond op gegeven moment het gerucht dat de Boodschapper van
Allah (saw) gedood was geworden. Behoudens een enkeling trokken de meeste
moslims zich toen terug van het slagveld, niet wetende dat de Boodschapper van
Allah (saw) nog altijd in leven was. ‘Oethman (ra) behoorde tot hen. Allah
(swt) vergaf deze moslims hiervoor, en dus ook ‘Oethman (ra), en openbaarde:
"Voorzeker, diegenen
onder u die op de dag waarop de twee scharen elkander ontmoetten, omkeerden,
werden door Satan wegens hun daden aan het wankelen gebracht. Maar Allah heeft
het hen vergeven. Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Verdraagzaam." (Zie de vertaling van de betekenissen van de
Koran, soera Aali Imraan 3, vers 155)
Later, toen de
Boodschapper van Allah (saw) met de moslims vertrok naar Mekka om de Hadj te
verrichten, wees hij (saw) ‘Oethman (ra) aan om als afgezant van de moslims met
de Qoraiesj in Mekka te onderhandelen. Een tijd nadat ‘Oethman (ra) vertrokken
was ontstond in het kamp van de moslims, opgeslagen nabij Hoedaybiyya, het
gerucht dat hij door de Qoraiesj vermoord was geworden. Hierop riep de
Boodschapper van Allah (saw) de moslims bijeen om de eed van gehoorzaamheid en
trouw (bay'a) van hen af te nemen, opdat zij verenigd zouden zijn en
blijven in de strijd voor Islam, tegen de Qoraiesj. Omdat ‘Oethman (ra) afwezig
was wegens zijn rol als gezant gaf de Boodschapper van Allah (saw) zelf de eed
in naam van ‘Oethman, door met zijn rechterhand in zijn linkerhand te slaan. Hij
(saw) zei: ‘Oethman bin ‘Affan is op de zaak van Allah (swt) en de zaak van
Zijn Boodschapper (saw) (en hij sloeg zijn ene hand in de andere). De
metgezellen achtten de eed van ‘Oethman (ra) de beste van alle eden die dag,
omdat hij gegeven was door de hand van de Boodschapper van Allah (saw).
Toen na het Pact van
Hoedaybiyya alsmaar meer mensen Islam binnentraden werd de moskee van de
Boodschapper van Allah (saw) in Al Medina al snel te klein. De Boodschapper van
Allah (saw) verzocht zijn metgezellen geld te doneren om de moskee te
vergroten, maar ‘Oethman (ra) zwoer de ganse kost van de uitbreiding voor zijn
rekening te nemen waardoor geen van de andere moslims nog iets hoefde
bijdragen.
Hierna toonde ‘Oethman (ra)
zijn moed in de strijd voor Islam, tijdens de Slag om Khaybar. De moslims
kenden de grootste moeite om de verstevigde forten van Khaybat in te nemen,
maar als één van twee beklom ‘Oethman (ra) te midden van de vijand de muur van
het fort van Naam. Daarmee leidde hij die dag de overwinning van de moslims in.
Toen de moslims in
reactie op bedreiging afkomstig van Heraclius, de keizer van de Byzantijnen,
een leger voorbereidden voor expeditie naar Syrië, vroeg de Boodschapper van
Allah (saw) de moslims om dit leger te ondersteunen middels giften en donaties.
‘Oethman (ra) zei: "O Boodschapper van Allah (saw), ik zal verantwoordelijk
zijn voor honderd gezadelde kamelen, op de weg van Allah". Toen de Boodschapper
van Allah (saw) de moslims hierop nogmaals vroeg om giften en donaties ter
ondersteuning van het leger zei ‘Oethman (ra): "O Boodschapper van Allah (saw),
ik zal verantwoordelijk zijn voor tweehonderd gezadelde kamelen, op de weg van
Allah". Toen de Boodschapper van Allah (saw) de moslims hierop nogmaals vroeg
om giften en donaties ter ondersteuning van het leger zei ‘Oethman (ra): "O
Boodschapper van Allah (saw), ik zal verantwoordelijk zijn voor driehonderd
gezadelde kamelen, op de weg van Allah". Daarop kwam de Boodschapper van Allah
(saw) van de minbar (preekstoel) omlaag naar ‘Oethman, en zei: Er zal niets
meer tegen ‘Oethman zijn na vandaag, ongeacht wat hij doet hierna.
Direct na de Val van
Mekka brachten de moslims een zeer groot leger tezamen. Hun aantal was 12.000
waardoor sommigen zichzelf onoverwinnelijk achtten en de noodzaak tot de Hulp
van Allah (swt) vergaten. Tijdens de Slag om Al Hoenain liep dit leger in een
hinderlaag, echter, in de pas bij Al Hoenain. Een regen van pijlen en speren
daalde op de moslims neer, en de meeste van en vluchtten in wilde paniek.
Slechts negen man hielden stand en beschermden de Boodschapper van Allah (saw).
Onder deze negen man was ‘Oethman (ra).
Na de dood van de
Boodschapper van Allah (saw), in de tijd van Khalifa Aboe Bakr (ra), fungeerde
‘Oethman (ra) als een voorname adviseur van de Khalifa. Op zijn sterfbed
dicteerde Aboe Bakr (ra) zijn testament aan ‘Oethman (ra). Ook in de tijd van
Khalifa ‘Oemar (ra) trad ‘Oethman (ra) op als adviseur van de Khalifa. Van
‘Oethman (ra) kwam de suggestie om een Bayt oel Mal (schatkist van de Islamitische
Staat) in te stellen om in tijden van rijkdom te sparen voor tijden van armoe.
In de tijd van de Boodschapper van Allah (saw) werd al hetgeen de Islamitische
Staat aan middelen binnenkreeg direct uitgegeven ten gunste van Islam en de
moslims, en ten tijde van Khalifa Aboe Bakr (ra) was dit beleid gecontinueerd.
Toen de moslims alsmaar rijker werden adviseerde ‘Oethman Khalifa ‘Oemar om een
deel van de inkomsten van de Islamitische Staat opzij te zetten voor de
toekomst, en Khalifa ‘Oemar (ra) volgde dit advies.
Eenmaal, toen het land
werd gekweld door ernstige hongersnood, arriveerde een karavaan met voedsel in
Al Madina. De karavaan was handelswaar in eigendom van ‘Oethman (ra).
Handelaren haastten zich daarop naar het huis van ‘Oethman (ra) en boden hem de
wildste bedragen voor de karavaan. ‘Oethman (ra) vroeg hen hoeveel winst ze hem
zouden geven. Het hoogste bod was 100% winst, maar ‘Oethman (ra) antwoordde dat
hij 1000%, of 10 maal de kost, als winst wilde hebben. De handelaren zeiden dat
ze dat niet konden betalen, en dat niemand dat zou kunnen betalen. Maar
‘Oethman (ra) zei dat hij een dergelijk aanbod reeds ontvangen had. De
handelaren vroegen hem wie de persoon was die een dergelijk bod gedaan had.
‘Oethman (ra) antwoordde hen dat Allah (swt) dit aanbod had gedaan, en hij (ra)
liet het voedsel verdelen onder de arme mensen van Al Medina.
‘Oethman (ra) kende
verder als gewoonte om iedere vrijdag een slaaf vrij te kopen.
Zijn
benoeming tot Khalifa
Op zijn sterfbed wees Khalifa
‘Oemar ibn al Chattab (ra) zes metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw)
aan die na zijn dood de taak zouden krijgen om een nieuwe Khalifa te kiezen.
Zij waren ‘Ali ibn Aboe Talib (ra), ‘Oethman ibn Affan (ra), ‘Abdoerrahman bin
Auf (ra), Sa'ad bin Abi Waqqas (ra), Zoebair bin Awwam (ra) en Talha bin
‘Oebaidoellah (ra). Deze commissie kwam voor het eerst bijeen toen Khalifa
‘Oemar (ra) nog in leven was. Talha (ra) was op dat moment niet in Al Medina.
Het bleek al snel dat er binnen de commissie een verschil van mening bestond
over wie de opvolger van ‘Oemar (ra) zou moeten zijn in het regeren over de
mensen met het Boek van Allah (swt) en de Soenna van Zijn Profeet (saw). Op de
derde dag na de dood van ‘Oemar (ra) deed ‘Abdoerrahman bin ‘Auf (ra) derhalve afstand
van de claim op het leiderschap. ‘Abdoerrahman (ra) vertelde zijn commissiegenoten
dat er lang genoeg gedebatteerd was en dat het tijd was geworden om een nieuwe
Khalifa te kiezen. De overige commissieleden waren niet bereid om te doen zoals
‘Abdoerrahman (ra) had gedaan en vroegen hem om van onder hen de nieuwe Khalifa
te kiezen. ‘Abdoerrahman (ra) accepteerde en ging te werk door de vier overige
leden van de commissie (Talha was nog immer niet in Al Medina aangekomen) in
persoonlijke gesprekken te vragen: "Wie zou je kiezen als Khalifa, indien ik
zou besluiten jouw niet als Khalifa te kiezen?". ‘Ali (ra) antwoordde: "In dat
geval, ‘Oethman". ‘Oethman (ra) antwoordde: "In dat geval, ‘Ali". Zoebair (ra) antwoordde:
"In dat geval ‘Ali of ‘Oethman". Sa'ad (ra) antwoordde: "In dat geval,
‘Oethman". Met deze keuze voor ‘Oethman (ra) trok ‘Abdoerrahman (ra) naar de
leiders van de stammen in en rond Al Madina, om hen naar hun mening te vragen.
Mede omdat ‘Oethman (ra) op dat moment ouder was ‘Ali (ra), ‘Oethman (ra) was
meer dan zeventig terwijl ‘Ali minder dan vijftig jaren oud was, ondersteunden
zij de keuze voor ‘Oethman (ra). Ten slotte wendde ‘Abdoerrahman (ra) zich tot
‘Ali (ra) en ‘Oethman (ra) persoonlijk. Hij vroeg ‘Ali: "Als ik je kies als
Khalifa, beloof je dan de Koran en de Soenna te volgen, en de isjtihaad
van je voorgangers?". ‘Ali (ra) antwoordde dat hij de Koran en de Soenna zou
volgen, maar dat hij de isjtihaad van de voorgangers zou volgen voor zover hij
dit goed achtte. ‘Oethman (ra) werd door ‘Abdoerrahman dezelfde vraag gesteld,
en hij antwoordde bevestigend. ‘Oethman (ra) beloofde de isjtihaad van zijn voorgangers
te zullen volgen. Daarop wees ‘Abdoerrahman (ra) ‘Oethman (ra) aan als de nieuwe
Khalifa.
Gebeurtenissen
ten tijde van het Kalifaat van ‘Oethman
Aboe Bakr (ra) had als
Khalifa de verzen van de Edele Koran bijeen laten brengen, door de materialen
waar dezen op geschreven waren te laten verzamelen. Khalifa ‘Oethman (ra) stelde
volgens een commissie in om de Edele Koran volgens één enkele schrijfwijze vast
te leggen. Zodat in de toekomst de moslims niet verdeeld zouden raken voor wat
betreft recitatie van de Koran. Zoals Khalifa Aboe Bakr (ra) had gedaan gaf ook
Khalifa ‘Oethman (ra) aan Zayd ibn Thaabit (ra) de verantwoordelijkheid voor
deze taak. Van Zayd ibn Thaabit (ra) is hieromtrent overgeleverd: "Ik zag de
Metgezellen van Mohammed (saw) de straten opgaan, zeggende: ‘Bij Allah,
‘Oethman heeft goed gedaan! Bij Allah, ‘Oethman heeft goed gedaan!'."
Ook ging Khalifa ‘Oethman
(ra) verder waar Khalifa ‘Oemar (ra) het gelaten had voor wat betreft de
verspreiding van Islam. Na het sterven van Khalifa ‘Oemar (ra) probeerden
sommige mensen in verschillende gebieden zichzelf aan de autoriteit van Islam
te onttrekken, zoals Perzië, Azerbeidjaan en Armenië. Maar onder leiding van
Khalifa ‘Oethman (ra) werden al deze gebieden heroverd. De Byzantijnen stuurden
na de dood van Khalifa ‘Oemar (ra) een leger naar Egypte, denkende dat de
Islamitische Staat verzwakt zou zijn. Maar Khalifa ‘Oethman (ra) greep kordaat
in, bereidde een leger voor en heroverde Egypte op de Byzantijnen. Tevens
opende dit leger vervolgens het noorden van Soedan en het ganse noorden van
Afrika voor Islam. Verder werd ten tijde van Khalifa ‘Oethman (ra) Transoxanië
geopend voor Islam, oftewel Oezbekistan, Tadzjikistan en Kazachstan. De legers
van Islam trokken ook oostwaarts en reikten tot aan India (Al Hind).
Verder in de tijd van Khalifa ‘Oethman (ra) zetten de eerste moslims voet in
Spanje. En de eilanden Cyprus en Rhodes werden geopend voor Islam, waardoor
Khalifa ‘Oethman (ra) de geschiedenis in is gegaan als de eerste Amir al
Moe'uminien die een zeevloot bijeenbracht. Onder Khalifa ‘Oethman (ra), met
andere woorden, werd de Islamitische Staat ook een zeemacht die de Middellandse
Zee domineerde.
In eerste instantie waren
de mensen verheugd met het leiderschap van ‘Oethman (ra), omdat zij dachten dat
dit conform de persoonlijkheid van ‘Oethman (ra) minder streng zou zijn dan het
leiderschap van Khalifa ‘Oemar (ra), die bekend was geworden als streng en
uitermate rechtlijnig in het volgen van de Wet van Allah (swt). En de mensen
hadden gelijk, want waar Khalifa ‘Oemar (ra) sommige mensen binnen de Wet van
Allah (swt) additionele beperkingen had opgelegd om hen te beschermen tegen
zichzelf, daar verruimde Khalifa ‘Oethman (ra) hetgeen mogelijk was voor de
mensen daar waar de Wet van Allah (swt) dit toeliet. En Khalifa ‘Oethman (ra)
besloot minder van de inkomsten van de Islamitische Staat te sparen voor latere
uitgaven, en om in plaats hiervan de uitkeringen van de Staat aan de mensen met
25% te verhogen.
Direct na zijn
aanstelling deed Khalifa ‘Oethman (ra) aan de ambtenaren van de Islamitische
Staat een bevel uitvaardigen waarin hij zei: "Na Allah geprezen te hebben en
alle dank toegekomen te doen hebben, mag het gezegd worden dat Allah (swt) eist
dat de ambtenaren de mensen het goede toewensen en hen beschermen. De
ambtenaren is niet de macht gegeven enkel en alleen om belastingen te innen van
de mensen. In Islam is de positie van ambtenaar om te beschermen, niet om
belastingen te heffen".
Khalifa ‘Oethman (ra) deed
aan de soldaten van de Islamitische Staat een bevel uitvaardigen waarin hij
zei: "Onthoudt dat jullie de grenzen van de Islamitische Staat beschermen.
Jullie zijn er om het leven en het bezit van de moslim te beschermen. Ik ben
bekend met de wetten die ‘Oemar uiteengezet heeft om jullie te leiden.
Inderdaad, deze wetten zijn ingesteld na mij en andere moslims geconsulteerd te
hebben. Pas op dat ik geen klachten ontvang betreffende jullie voor het
overtreden van deze wetten. Als jullie dit doen, dan zal Allah een andere
persoon in jullie plaats aanstellen".
Khalifa ‘Oethman (ra) deed
aan de belastingambtenaren in de Islamitische Staat een bevel uitvaardigen
waarin hij zei: "Weet, jullie allen, dat alle Heil en Verheffing voor Allah is.
Allah gebied rechtvaardigheid en Hij zal nooit een handeling van deze regering
goedkeuring die niet gebaseerd is op rechtvaardigheid. Wees rechtvaardig en
eerlijk voor iedere betrokkene. Neem niet van een lichaam wat niet een plicht
op hem is. Wees eerlijk. Zorg ervoor dat het vertrouwen van de mensen niet
geschaad wordt. Onderdruk de mensen niet en val hen niet lastig. Wees bijzonder
aandachtig voor wat betreft de wezen en de armen. Zorg ervoor dat hen niet een
plicht opgelegd wordt die zij niet kunnen dragen".
En tegen het volk zei
Khalifa ‘Oethman (ra): "Weet dat wat jullie ook bereikt hebben, het is dankzij
Islam en het volgen van de leiding van de Boodschapper van Allah (saw). Als
jullie verloren raken in (de zaken van) deze wereld dan zullen jullie het doel
van jullie leven verraden hebben. Volg Islam gehoorzaam en introduceer geen
innovaties in geloof. Zorg ervoor dat de overvloed aan rijkdommen jullie niet
doet afdwalen van de idealen van Islam. De uitbreiding van het gebied onder
jullie controle heeft verschillende volkeren in jullie midden gebracht. Zorg ervoor
dat dit niet leidt tot geschillen onder jullie. Houdt vast aan het touw van
Allah (swt) allen tezamen. Moge Allah (swt) jullie zegenen".
Khalifa ‘Oethman (ra) paste
de indeling van de Islamitische Staat, zoals hij die geërfd had van ‘Oemar (ra)
lichtjes aan. De Islamitische Staat onder Khalifa ‘Oemar (ra) had bestaan uit
ondermeer twee provinciën in Egypte en twee in Syrië. Khalifa ‘Oethman (ra) voegde
de twee provinciën in Egypte samen tot één, waardoor de effectiviteit van de
regering aldaar sterk verbeterd werd. En hij voegde ook de twee provinciën in
Syrië samen tot één om een sterkere buffer te vormen tegen de Byzantijnen.
Onrust
in de Islamitische Staat
Maar ‘Oethman werd
Khalifa op een moeilijk moment. Er ontstond onrust in de Staat. De Islamitische
Staat werd zeer, zeer groot, waardoor de invloed en macht van de Khalifa in de
verste regionen zwakker werd en de macht en invloed van de door de Khalifa
aangestelde gouverneurs sterker. De mensen werden in de tijd van Khalifa ‘Oethman
(ra) ook alsmaar rijker, wat sommige mensen op slechte manier beïnvloedde.
Praktijken van zinloos amusement zoals de mensen die gekend hadden in de tijd
van onwetendheid, zoals kleiduivenschieten, kwamen terug op. Khalifa ‘Oethman (ra)
tolereerde deze tijverspilling niet en verbood al deze zaken. Wat hem niet in
alle kringen in dank afgenomen werd. Ook werden de sahaba ouder en verschillende
stierven voor en tijdens het bewind van Khalifa ‘Oethman (ra). Waardoor de
mensen die Islam ten beste begrepen, en die de mensen opvoedden in Islam en die
fouten van de mensen corrigeerden, alsmaar schaarser werden.
Zo kwam het dat mensen
van verdacht allooi in de Islamitische Staat begonnen rond te trekken om valse
verhalen te vertellen over Khalifa ‘Oethman (ra) en zijn ambtenaren. Zo werd door
deze valse lieden betreffende Al Walid bin ‘Oeqba, een sahaba en halfbroer
‘Oethman die door hem was aangesteld als gouverneur van Koefa, beweerd dat deze
in staat van dronkenschap het ochtendgebed geleid had. En dat hij met opzet
niet de gebruikelijke twee maar vier raka'a had verricht, en zich toen in
arrogantie tot de mensen gewend had door te zeggen: "Zal ik nog meer (raka'a)
voor jullie doen?". Sommige mensen begonnen te geloven in deze verzinsels, en er
werden nog andere verzinsels rondverspreid, en zij begonnen Khalifa ‘Oethman (ra)
te bekritiseren op basis van deze leugens. Hem werd ondermeer voor de voeten
geworden dat hij enkel familieleden als hoge ambtenaren aanstelde. Terwijl de
meeste van de familieleden van ‘Oethman (ra) met een hoge positie in de Staat
aangesteld waren door Khalifa ‘Oemar en niet door ‘Oethman... En onwetende mensen
begonnen Khalifa ‘Oethman (ra) te beschuldigen van diefstal uit de Bait oel Mal
omdat hij een huis voor zichzelf liet bouwen. Vergetende dat ‘Oethman (ra) één
van de rijkste mensen onder hen was reeds voor zijn benoeming tot Khalifa, en
dat Khalifa ‘Oethman (ra) vanwege zijn rijkdom geen loon had besloten voor zijn
werk als Khalifa geen loon te zullen nemen uit de Bait oel Mal.
Tijdens Hadj riep Khalifa
‘Oethman de mensen daarom bijeen, om hen toe te spreken betreffende roddels die
over hem en zijn bestuur de ronde deden. Na Allah (swt) en Zijn Boodschapper
(saw) geprezen te hebben, herinnerde hij de mensen eraan dat het niet bij Islam
past om te roddelen. Islam staat voor het benoemen van man en paard. Hierna
deelde hij de mensen mee dat hij hen bijeen geroepen had om hun bezwaren
betreffende zijn regering te bespreken. ‘Oethman (ra) vroeg de mensen of het
niet de waarheid was dat hij voor zijn tijd als Khalifa reeds tot de rijkste
mensen onder hen had behoord, en dat hij als zodanig geen nood kende om de
positie van Khalifa te misbruiken om zichzelf te verrijken. ‘Oethman (ra) vroeg
de mensen of dit de waarheid was, en zij zeiden: "Dat is waar, o Khalifa van de
Profeet (saw)".
Toen zei ‘Oethman (ra): "Ik
zweer dat ik nooit de positie (van Khalifa) geaspireerd heb, maar eens ik
Khalifa werd gemaakt heb ik mijn taak gedaan. Jullie weten dat ‘Oemar een
strenge heerser was. Na hem (ra) wensten jullie enige verlichting. In
tegenstelling (tot ‘Oemar) volgde ik een zachtmoedig beleid. Aan het begin van
mijn bewind verhoogde ik de uitkeringen voor de mensen. Ik behandelde de mensen
als mijn eigen kinderen, mijn behandeling van hen was zachtaardig en genereus".
‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen of dit de waarheid was, en zij zeiden:
"Jawel, wij getuigen van uw zachtaardigheid".
Hierna herinnerde
‘Oethman de mensen aan het feit dat onder zijn bewind de opstanden tegen de
Islamitische Staat ongedaan waren gemaakt, dat de Byzantijnen en de Perzen
verslagen waren, en dat vele nieuwe gebieden voor Islam waren geopend. ‘Oethman
(ra) vroeg de mensen toen of dit de waarheid was, en zij zeiden: "Wij getuigen
dat wat u spreekt de waarheid is".
Toen zei ‘Oethman: "Kijk
dan nu om jullie heen en zeg in eerlijkheid of jullie wel of niet rijker zijn
geworden dan jullie gister waren. Kijk naar Al Madina. Is het niet gegroeid, en
is zo een groei niet een uiting van welvarendheid van de mensen? Zijn de mensen
in Mekka niet meer welvarend dan zij waren in het verleden? Is er iemand in de
Staat die verhongerd?". ‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen of dit correct was,
en zij zeiden: "Voorwaar, dit is correct".
Toen zei ‘Oethman (ra):
"Als alles wat ik heb gezegd correct is, is het dan niet ongepast dat sommigen
van jullie zich te buiten gaan in roddels? Als jullie het hoofd van de Staat
het slachtoffer laten worden van valse propaganda dan verzwakken jullie de
eenheid van de Oemma. Onze kracht is gelegen in eenheid, en als een poging
wordt gedaan om onrust te zaaien onder de moslims dan zal dit in de kaart
spelen van de vijanden van de moslims! Ik verzoek jullie derhalve, wees eerlijk
en rechtvaardig. Als jullie rechtvaardigheid zoeken, dan moeten jullie eerst
zelf rechtvaardig zijn. Ik verzeker jullie dat indien jullie rechtmatige
klachten hebben, dat dit dan zal worden gecorrigeerd. Maar aan de andere kant,
als jullie geen rechtmatige klachten hebben maar enkel frivole beschuldigingen,
dit is niet in jullie eigenbelang noch in het belang van de Staat".
Hierna ging ‘Oethman in
op enkele van de zaken die hem voor de voeten werden geworpen, zoals de
aanklacht dat hij enkel familieleden in posities van macht had geplaatst. Hij
(ra) zei: "Als Khalifa ben ik verantwoordelijk voor het regeren van gans het
land. Ik heb derhalve personen aangesteld in wie ik het volste vertrouwen heb.
Of die persoon familie van mij is of niet is niet van belang. Wat van belang
is, is: hebben deze mensen hun taak gedaan? Is het niet een feit dat Wali (gouverneur)
Moe'awiyya bijzonder geliefd is in Syrië? Is het niet een feit dat ‘Abdoellah
bin Sa'ad heel Noord-Afrika heeft geopend (voor Islam)? Is het niet een feit
dat ‘Oeqba ibn Walid zeer geliefd was in Koefa tijdens de eerste vijf jaar van
zijn heerschappij, en dat ik hem verwijderd heb toen stemmen opkwamen tegen
zijn heerschappij? Is het niet een feit dat ‘Abdoellah bin ‘Aamir als Wali van
Basra gans Perzië heeft heroverd, en dat hij de moslimlegers zelfs tot
Transoxanië heeft gebracht? O moslims! Wees eerlijk en rechtvaardig! Hoe kunnen
jullie de prestaties van deze Woelaa ontkennen, en hen enkel bekritiseren omdat
zij tot mijn familie behoren? Ik verzeker jullie dat ik hen heb benoemd omdat
ik hen de meest geschikte personen achtte. Allen hebben voldaan aan mijn
verwachtingen en ik ben van mening dat ik niets verkeerd heb gedaan door hen te
benoemen als Wali. En aan de andere kant, Mohammed bin Hoedhaifa was als een
zoon voor me en wilde aangewezen worden voor een post (van regeren). Maar ik
heb dit geweigerd, want ik achtte hem niet geschikt om zulke
verantwoordelijkheid te dragen". ‘Oethman (ra) vroeg de mensen toen: "Heb ik
niet de feiten gesproken?". De mensen zeiden: "Jawel, u heeft de feiten
gesproken zoals zij zijn".
Toen zei ‘Oethman: "Ik
heb nu gezegd wat ik wilde zeggen. Ik ben bereid om naar jullie te luisteren.
Als iemand van jullie een rechtmatige klacht heeft tegen mij of mijn regering,
het is jullie vrij om zulke klachten kenbaar te maken". Maar iedereen zweeg, en
niemand zei iets.
De
moord op Khalifa ‘Oethman
Maar de onruststokers
lieten het hier niet bij zitten. Na terugkeer van Hadj in Al Madina belegerden
zij het huis van ‘Oethman (ra). Dit was zeer tegen de wens van de overgebleven
notabele sahaba, zoals ‘Ali (ra) en Az Zoebair (ra) en Talha (ra). ‘Ali (ra) stuurde
zijn zoons Al Hassan en Al Hoessein om Khalifa ‘Oethman te bewaken, en Az
Zoebair (ra) stuurde zijn zoon en Talha (ra) stuurde zijn zoon. Imaam As
Soejoeti vertelt dat Al Moeghira naar Khalifa ‘Oethman (ra) ging ten tijde van
de belegering, en hem zei: "Jij bent de Imaam van de mensen, en zie wat er van
je gekomen is. Ik geef je drie mogelijkheden. Één van hen is dat je naar buiten
komt en hen (je belagers) bevecht, want de aantallen en de kracht zijn met jouw
(oftewel: de meeste mensen zijn met jouw, vert.); jij staat in het recht
en zij zijn verkeerd. Of, we kunnen voor jouw een deur hakken (in de muur van
je huis, vert.), een andere dan de deur waar de mensen over waken, zit
dan op je rijdier en reis naar Mekka want de mensen zullen het niet toegestaan
achten om je daar te doden. Of je gaat naar Syrië, want daar zijn de mensen van
Syrië en daar is Moe'awiyya (die je zal helpen, vert.)". Khalifa
‘Oethman (ra) antwoordde: "Voor wat betreft mijn naar buiten gaan en vechten,
ik zal niet de Khalifa van de Boodschapper van Allah (saw) in zijn Oemma zijn
die hun bloed verspilt. En voor wat betreft mijn naar Mekka gaan, ik hoorde de
Boodschapper van Allah (saw) zeggen: ‘Een man zal ruziën en twisten in
Mekka, er zal op hem de helft van de bestraffing de wereld zijn', en ik zal
niet deze persoon zijn. En voor wat betreft mijn naar Syrië, ik zal nooit het
thuis van Hidjra en de nabijheid van de Boodschapper van Allah (saw) verlaten".
Khalifa ‘Oethman (ra) verbood ook de sahaba zoals ‘Ali om te vechten tegen zijn
belagers.
Zo koos Khalifa ‘Oethman
ervoor om zelf te sterven, in plaats van hardhandig een einde te maken aan de
rebellie van onwetende mensen. Uiteindelijk drongen enkelen van de belagers het
huis van ‘Oethman binnen en doodden hem. Imaam As Soejoeti vertelt dat ‘Ali
(ra) woest was toen het nieuws hierover hem bereikte, en zijn zonen alsmede de
zonen van Az Zoebayr en Talha sloeg omdat dezen gefaald hadden de Khalifa te
beschermen. Imaam As Soejoeti heeft verder verteld dat Ibn ‘Oemar (ra) heeft
gezegd: "De Boodschapper van Allah (saw) sprak over een fitna en zei: Deze
zal onrechtmatig gedood worden, betreffende ‘Oethman". En dat Moerra ibn
Ka'ab zei: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (saw) spreken over een komende
fitna, waarvan hij (saw) dacht dat deze dichtbij was. Een man liep voorbij,
verhuld in zijn jas, en (de Boodschapper van Allah (saw)) zei: Deze man zal
op de Leiding zijn. Ik stond op en ging naar hem (de man in de jas) en het
was ‘Oethman ibn ‘Affan. Ik draaide om tot hem (de Boodschapper van Allah
(saw)) en zei: ‘Deze?'. Hij (saw) zei: Ja".
Zaken
waarin ‘Oethman de eerste was
Hij was ondermeer de
eerste die emigreerde. En de eerste die de moskeeën parfumeerde. En de eerste
die de moeadhdhiens (degenen die oproepen tot gebed) een salaris liet
betalen. En de eerste die sprakeloos was tijdens de choetba, en toen zei hij
(ra): "Mensen, de eerste opstap is (altijd) moeilijk. Na vandaag zijn er andere
dagen. En als ik leef zullen jullie de choetba van mij horen op de correcte
wijze. Wij zijn nooit een goede spreker geweest, en Allah (swt) zal het ons
leren". En de eerste die een hoofd van politie aanstelde. En het was zijn Oemma
waar voor de eerste maal mensen elkaar van fouten betichtten, en de mening van
andere niet accepteerden enkel als dwaling, terwijl zij voorheen over zaken van
fiqh discussieerden en respectvol van mening verschilden zonder elkaar van
dwaling te betichtten.
|