vrijdag 18 mei 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Divers arrow Terrorisme: een instrument in de handen van de "veiligheidsdiensten"
Terrorisme: een instrument in de handen van de "veiligheidsdiensten" Afdrukken E-mail
woensdag 17 december 2008

Ieder zichzelf respecterend land heeft wel een geheime dienst. Amerika heeft er tientallen, zoals de CIA, de FBI, de NSA, de MI, de NGA, de NRO, de ONI en de CGI, met de één nog geheimzinniger dan de ander. Nederland kent ondermeer de AIVD en de MIVD, en België heeft de Dienst Staatsveiligheid. Van de geheime diensten in de landen van de moslims, de moechabaraat, is algemeen bekend dat zij bestaan uit de meest verschrikkelijke typen van mensen, monsters die de betiteling "mens" eigenlijk niet verdienen. De moechabaraat van deze verachtelijke lieden heeft als taak om de heerschappij van de dictatoren en tirannen in de moslimwereld te beschermen. En om deze doelstellingen te realiseren gebruiken zij de meest barbaarse methodes: marteling en moord. Rondom de westerse "geheim agent", daarentegen, hangt een aura van geromantiseerde geweldadigheid. In het denken van de mensen bestaan de geheime diensten van het westen uit agenten van het allooi "alleskunner, moedig en sterk, eerlijk en oprecht, onweerstaanbaar". De crème de la crème van de politie, zogezegd, natuurlijk dankzij boeken en films als de "James Bond"-serie. Dientengevolge heeft de gemiddelde persoon in het westen vertrouwen in "zijn" geheime diensten.

In de huidige tijd, waarin geprobeerd wordt Islam te associëren met terrorisme en de moslims met terroristen, spelen de geheime diensten een bijzondere rol. Ten eerste, namelijk, zijn vooral zij het die de media voeden met verhalen over de "dreiging van de Islamitische terreur" en daardoor de huidige hype levendig houden. En ten tweede denken de meeste mensen dat hun geheime diensten fungeren als een soort "laatste verdedigingslinie" tegen het gevaar van de "moslim terroristen".

Echter, wie een blik werpt op hetgeen bekend is betreffende de geschiedenis van de geheime diensten in de westerse wereld, die zal zich realiseren dat de werkelijkheid geregeld anders is geweest. En dat de geheime diensten in de westerse wereld, net zoals hun collega's van de moechabaraat in de landen van de moslims, in plaats van de mensen te beschermen hen geregeld in gevaar hebben gebracht.

 

Operatie "De Noordelijke Bossen"

Op de 13e maart, 1962, presenteerde het Amerikaanse Ministerie van Defensie memorandum "Rechtvaardiging voor Amerikaanse militaire interventie op Cuba (Topgeheim)" aan de toenmalige Secretary of Defence (Minister van Defensie) Robert McNamara. Dit memorandum was het antwoord op een verzoek van het Ministerie van Defensie om rechtvaardigingen te vinden voor een Amerikaanse militaire invasie van Cuba. Het memorandum eindigde met de zin "Het gewenste resultaat van de ten uitvoer brenging van dit plan zou zijn dat de Verenigde Staten geplaatst zouden worden in de ogenschijnlijke positie van lijdende met gerechtvaardigde grieven onder het onbesuisde en onverantwoordelijke regime op Cuba, en dat internationaal een beeld wordt gecreëerd van een Cubaanse bedreiging van de vrijheid op het westelijk halfrond."

Wat het memorandum precies voorstelde was het ondermeer volgende:

 

  1. Het uitlokken van het Cubaanse regime middels terreuraanslagen tegen Cubaanse doelen, waarop dan middels militaire interventie in Cuba gereageerd zou kunnen worden.
  2. Het opzetten van terreuraanslagen tegen de Amerikaanse belangen in Cuba, meest voornaam haar militaire basis op Guantanamo; ofwel door zelf bommen / munitie tot ontploffing te brengen, ofwel door Cubaanse agenten hiervoor te gebruiken.
  3. Het opzetten van een terreuraanslag tegen een Amerikaans legerschip in Cuba, om het Cubaanse regime hier dan de schuld van te geven.
  4. Het opzetten van Cubaanse communistische terreurgroepen in Florida, om hen aanslagen uit te laten voeren op Amerikaans grondgebied.
  5. Het neerschieten van een burgerluchtvaarttoestel, om de verantwoordelijkheid hiervoor dan aan het Cubaanse regime toe te schrijven. [1]

 

Image

Bij de foto: het zogenoemde "Northwood" memorandum

 

Operatie Gladio

Na de Tweede Wereldoorlog werd Europa effectief in tweeën opgedeeld, doordat haar westen onder de kapitalistische ideologie kwam te leven en haar oosten onder de communistische ideologie. Een ijzeren gordijn, zoals Winston Churchill het noemde, dat beide delen scheidde werd opgetrokken van Noord- tot Zuid-Europa. West-Europa leefde vanaf dat moment in grote angst voor het communisme. Zowel een invasie door de Sovjet-Unie, als een interne communistische revolutie werden gevreesd. In antwoord op de angst voor een communistische invasie werd ondermeer de NATO, het militair samenwerkingsverband tussen de West-Europese staten en Amerika, opgericht. Maar hiernaast werden in bijna alle West-Europese landen zogenaamde "stay-behind" operaties georganiseerd, onder aanvoering van de CIA (Amerikaanse geheime dienst voor buitenlandse zaken) en MI6 (Britse geheime dienst voor buitenlandse zaken) maar met hulp van de geheime diensten van de desbetreffende West-Europese landen.

Het doel van de "stay-behind" operaties was om in al de West-Europese landen paramilitaire organisaties op te richten die na een communistische invasie een guerrilla oorlog zouden kunnen voeren tegen de communisten. De leden van de paramilitaire organisaties, veelal leden of oud-leden van het leger en/of de geheime diensten, werden in het geheim door de CIA en MI6 getraind in guerrilla- en sabotagetactieken zoals moord en het opblazen van spoorlijnen en bruggen. De CIA and MI6 bewapenden deze paramilitaire organisaties ook met handvuurwapens en explosieven, die op verschillende plaatsen in de betreffende landen verborgen werden.

Deze "stay-behind" operaties werden in verschillende landen georganiseerd, onder verschillende namen. In België droeg de operatie die het geheime leger ter bestrijding van het communisme oprichtte de naam "Service de Documentation, de Renseignments et d'Action VIII (SDRA8)". In Nederland droeg de operatie de naam "Informatie & Operatie (I&O)". In Italië droeg de operatie de naam "Operatie Gladio". Operatie Gladio is het meest bekende voorbeeld van de "stay-behind" operaties georganiseerd door de CIA en MI6, omdat het bestaan hiervan in 1990 werd bevestigd door de toenmalige Italiaanse premier Giulio Andreotti.

Image

In de jaren '60 en '70 verschoof de aandacht van de Europese "stay-behind" organisatie van "reageren op een mogelijke communistische invasie" naar "voorkomen van een communistische revolutie in West-Europa". De leden van de geheime legers maakten zich schuldig aan verschillende terroristische aanslagen, zoals de aanslag op het treinstation in Bologna in 1980 waarbij 85 mensen gedood werden, om verantwoordelijkheid hiervoor vervolgen in de schoenen van de communisten te schuiven. Een ander voorbeeld is de aanslag door de leden van Operatie Gladio op het Piazza Fontana plein in Milaan, waarbij 16 mensen worden gedood. Voor een parlementaire onderzoekscommissie beschreef Vincenzo Vinciguerra, een lid van  Operatie Gladio in Italië, het doel van deze operaties als: "Men moest burgers aanvallen, de mensen, vrouwen, kinderen, onschuldige mensen, onbekende mensen die ver van ieder politiek spel af stonden. De reden was heel eenvoudig: het publiek dwingen om de staat te vragen naar grotere veiligheid". Ook werden in verschillende West-Europese landen leiders van de communistische partij vermoord door leden van de "stay-behind" organisaties. Bijvoorbeeld wordt de SDRA8 verdacht van de moord op Julien Lahaut, de leider van de Communistische Partij België, in 1950. [2]

 

De Britse geheime dienst in Noord-Ierland

In april 2003 verscheen het rapport van de commissaris van Scotland Yard over de rol van de Britse geheime diensten in de onlusten in Noord-Ierland ("The Troubles") van 1969 tot 1997. Uit het rapport bleek dat de Britse geheime diensten op grote schaal infiltranten hadden bij de verschillende paramilitaire groepen, zoals de protestantse paramilitaire groepen die in reactie op de komst van de IRA waren opgericht. Volgens het rapport speelde de Britse geheime politie lijsten met namen van IRA activisten door aan hun contacten binnen de protestantse paramilitaire groepen, die er dan voor zorgden dat deze personen geliquideerd werden. Tegelijkertijd hadden de Britse geheime diensten agenten binnen de IRA. Zo bijvoorbeeld Alfredo Scappaticci die aan het hoofd stond van de IRA organisatie die verantwoordelijk was voor de interne veiligheid. Deze organisatie zocht infiltranten binnen de IRA en schoot iedere verdachte infiltrant een kogel door het hoofd.  Als agent voor de Britten zou Scappaticci minstens 40 moorden hebben gepleegd volgens het rapport van Scotland Yard. [3]

Een andere voormalige agent van de Britse geheime dienst binnen de IRA, codenaam Kevin Fulton, is momenteel in proces tegen de Britse staat omdat deze volgens "Fulton" haar belofte dat ze de agent na zijn werkzaamheden zou beschermen, niet nagekomen is. Fulton vertelde over zijn activiteiten binnen de IRA: "Ik mengde explosieven (samen), en ik hielp nieuwe bommen ontwikkelen. Ik verplaatste wapens. Als je me vraagt ‘heb je iemand vermoord', dan zeg ik ‘nee'. Maar als je me vraagt of de materialen die ik in mijn handen heb gehad iemand hebben vermoord, dan moet ik zeggen dat sommige van de dingen die ik heb helpen ontwikkelen mensen hebben vermoord. Ik herhaal dat mijn contactpersonen (binnen de Britse geheime dienst, vert.) alles wisten wat ik deed. Er werd mij nooit gezegd iets niet te doen dat besproken werd. Hoe kun je je voordoen als terrorist en je niet aldus gedragen? Dan kan niet. Je moet doen wat zij doen. (...) Ik brak de wet zeven dagen per week, en mijn contacten wisten dat. Ze wisten dat ik bommen maakte en ze aan andere leden van de IRA gaf, en ze deden hier niets tegen. (...) Het idee was dat de vijand enkel verslagen kon worden door de vijand te infiltreren en (zelf) de vijand te zijn."


Image

Onder de explosieven die door infiltranten van de Britse geheime dienst gemaakt waren, waren ook de explosieven die in augustus 1998 in Omagh tot ontploffing kwamen, waarbij 29 mensen de dood vonden. De Britse geheime dienst was op de hoogte van de plannen van de IRA omdat mensen van haar deel uitmaakten van de terroristische groep achter de aanslag, maar deed niets om deze plannen te voorkomen. [4]

 

De Nederlandse Geheime Dienst in de jaren '80 en '90

Louis Sévèke onderzocht vele jaren de handelingen van de Nederlandse geheime dienst de AIVD (voorheen BVD), gebruik makend van publieke bronnen. Schrijvend voor het NRC Handelsblad deed hij in 2005 een boekje open over de AIVD en haar werkwijze. Hierin zei hij ondermeer:

"De zelfbekende BVD-agent Cees van Lieshout (...)  infiltreerde eind jaren zeventig/begin jaren tachtig in het met de Duitse RAF sympathiserende Rood Verzetsfront en andere radicaal-linkse groepen. Hij was betrokken bij verschillende (pogingen tot bom-) aanslagen en zette daar ook toe aan. Meermaals heeft hij met, nietsvermoedende, medeactivisten geprobeerd wapens en explosieven te bemachtigen of te maken. Zelden werd hij vervolgd. Uiteindelijk is hij, na ontmaskering, met hulp van de BVD gaan rentenieren op het Griekse eiland Kreta. In augustus 1973 probeerde de dienst via een agent, codenaam Hagendoorn, een vuurwapen aan een lid van de Rode Jeugd te slijten. In het voorjaar van 1984 probeerde de BVD-agent John Wood vredesactivisten aan te zetten tot gewelddadige actie. Hij leurde onder hen onder meer met op een Belgische luchtmachtbasis ontvreemde granaten. Eind jaren tachtig nam een Nijmeegse BVD-agent, codenaam Jaffa, meermaals deel aan vernielingen en een bijna-brandstichting bij Shell-stations. Hij werd nooit gepakt, evenmin als zijn medeactivisten. In 1990 probeerde BVD-agent Hans D. activisten aan te zetten tot vernielingen bij sociale diensten. Later pleegde deze man samen met een, weer nietsvermoedende, medeactivist vernielingen op een kazerne in het Brabantse Vught. In hetzelfde jaar benaderde de dienst een Wageningse student plantkunde met het verzoek deel te nemen aan gewelddadige acties tegen het Shell-concern en lid te worden van groepen die vernielingen aanrichtten op proefvelden voor gentechnologie." [5]

Kort na de verschijning van het artikel waar het bovenstaande citaat uit afkomstig is, werd Louis Sévèke vermoord.

 

De Algerijnse Burgeroorlog en de Gewapende Islamitische Groep (GIA)

De Algerijnse Burgeroorlog begon nadat in 1992 het Algerijnse leger, met steun van het westen, de verkiezingen gewonnen door het Islamitisch Bevrijdingsfront (FIS: Front Islamique du Salut) ongeldig verklaarde. De Gewapende Islamitische Groep (GIA: Group Islamique Armé) begon hierop een campagne van terreur. Ze ontvoerde mensen om hen de keel door te snijden, liet bommen ontploffen in Algiers en moordde soms ganse dorpen uit zoals in Bentalha en Rais. Ook werd terreur gepleegd in Frankrijk, zoals de kaping van een Air France toestel in 1994 en de aanslagen in de metro van Parijs in 1995.

Twee recent verschenen gedetailleerde verslagen met informatie van voormalige leden van de Algerijnse geheime dienst en van Algerijnse buitenlandse militaire attachés laten echter zien dat de GIA eigenlijk volledig door de Algerijnse geheime dienst was geïnfiltreerd en door hen werd geleid. Deze verslagen zijn "Chronique des Annees de Sang" van Mohammed Samraoui, en "Françalgerie: Crimes et Mensoges d'etats" van Lounis Aggoun en Jean-Baptiste Rivoire. De auteurs van deze verslagen tonen aan dat de activiteiten van de GIA dus eigenlijk activiteiten van de Algerijnse geheime diensten waren. Ze tonen verder aan dat de aanslagen in Frankrijk operaties waren van de Algerijnse geheime diensten, die werden uitgevoerd met medeweten van de Franse overheid. [6]

 

De aanslagen in Madrid

 

Op 11 maart 2004 vonden terroristische aanslagen plaats op de trein in Madrid. Maar liefst 191 mensen kwamen om het leven, en 1400 mensen raakten gewond. In eerste instantie beweerde de Spaanse regering dat de Baskische afscheidingspartij ETA achter de aanslagen zat. Later, echter, veranderde zij haar verhaal en beschuldigde Al Qaeda van verantwoordelijkheid. Inmiddels zijn een aantal mensen door de Spaanse rechtbank veroordeeld voor de aanslagen.

 Image

Maar ook is bekend geworden dat het dynamiet dat gebruikt is voor de aanslagen op de treinen in Madrid eerder aan de verdachten verkocht was door informanten van Spaanse politie en inlichtingendiensten. De twee zijn Jose Emilio Suarez Trashorras en Rafa Zouhier, beiden werkzaam voor de overheid. Associated Press Worldstream publiceerde deze gegevens op 27 februari 2007 en Agence France Presse op 1 maart 2007 naar aanleiding van de rechtszaak tegen de verdachten van de aanslagen. [7]

 

De familie Ramadan in Zwitserland en "Operatie Memphis"

In het Zwitserse Genève is Hani Ramadan woonachtig, één van de kleinkinderen van de oprichter van de Moslimbroederschap in Egypte, Hasan al Banna. In Genève is Hani Ramadan voorzitter van het "Islamitisch Centrum van Geneve", een moskee annex sociaal centrum. Vanwege zijn afkomst stond Hani Ramadan lange tijd in de belangstelling van de Zwitserse geheime dienst, op verdenking van "verspreiding van radicalisme".

Omdat na vele jaren van onderzoek Hani Ramadan niets anders ten laste gelegd kon worden dan het vroom proberen te volgen van Islam, hij bleek een eerbiedwaardige burger, besloot de Zwitserse geheime dienst begin 2004 een infiltrant in de nabijheid van Hani Ramadan binnen te laten dringen. Claude Covassi, een Zwitser van Italiaanse afkomst, kwam via vrienden in contact met de geheime politie van de Dienst voor Analyse en Beveiliging en verklaarde zich bereid om Hani Ramadan te gaan bespioneren. De Dienst voor Analyse en Beveiliging begint daarop "Operatie Memphis".

 ImageImage

Bij de foto: links Claude Covassi, rechts Hani Ramadan

 

Covassi begon het Islamitisch Centrum van Genève te bezoeken met het excuus dat hij op zoek is naar spiritualiteit. Hij ontmoet Hani Ramadan en de twee worden bekenden van elkaar. Aldus begon Covassi informatie te verzamelen over hetgeen plaatsvond in het Islamitisch Centrum van Genève, om dit tegen betaling over te dragen aan de geheime politie van de Dienst voor Analyse en Beveiliging.

In zijn tijd als spion leerde Covassi dat al de mensen die in de moskeeën van Genève opriepen tot geweld en terreur werkten voor de geheime diensten in de wereld. Hij vertelde zijn bazen van de geheime dienst over een Syrische man die de mensen aan probeerde te zetten tot terreur, maar zijn bazen vertelden hem de man niet lastig te vallen daar deze voor de Syrische geheime dienst werkte. Covassi vertelde "De enige mensen die ik heb ontmoet die in contact waren met terreurgroepen, behoorden tot de geheime politie diensten van andere landen". Hij zei verder: "Ik kan niet zeggen dat alle moslims onschuldig zijn, maar ik kan wel zeggen dat al diegene die terrorist genoemd worden voor de buitenlandse geheime diensten werken".

Maar Covassi vond niets dat Hani Ramadan in relatie kon brengen met terreur. Daarop spoorde de geheime politie van de Dienst voor Analyse en Beveiliging Covassi aan om in de computer van het Islamitische Centrum de namen in te voeren van personen die ervan verdacht werden te willen vertrekken naar Irak om tegen de Amerikaanse bezetting te strijden. Zodat de geheime politie dan vervolgens Hani Ramadan zouden kunnen beschuldigen van het verlenen van hulp aan terroristische organisaties. Echter, Covassi weigerde. Door zijn tijd in de nabijheid van Ramadan was hij deze gaan respecteren voor diens "menselijkheid en de hulp die hij me gaf in het leren over Islam". Uiteindelijk bekeerde Covassi zich zelfs tot Islam. In reactie beginnen de Zwitserse veiligheidsdiensten hem te bedreigen. Covassi werd door twee Arabische mannen midden op straat in elkaar geslagen, en er bereikten hem berichten dat hij vermoord zou worden indien hij het verhaal over zijn belevenissen als spion naar buiten zou brengen. Hij vluchtte daarop naar Egypte, en is daar sindsdien ondergedoken. Vanuit zijn schuilplaats doet hij zijn verhaal tegenover verschillende kranten.[8]

 

"Islamitisch terrorisme" in India

India wordt geregeld opgeschrikt door bomaanslagen in haar grote steden, de verantwoordelijkheid waarvoor meestal aan "Islamitische terroristen met banden met Pakistan" toegeschreven wordt door de Indische geheime diensten. Één van deze vermoedelijke terroristen schreef in 2007 een brief uit de gevangenis waar hij vastgehouden werd, waarin hij een boekje open deed over zijn contacten en ervaringen met geheime politiediensten. Hij noemde hierbij verschillende agenten bij naam en toenaam en gaf hun telefoonnummers, waardoor hij zijn beweringen van aanzienlijk bewijs voorzag:

"Ik schrijf deze brief vanuit de Tihar gevangenis, met als doel de onschuldige jongeren te redden van de valstrik gezet door de veiligheidsbeambten zonder scrupule. Mijn naam is Irshad Ali, zoon van Mohammed Yunus, gevangen in afdeling nummer 5, cel nummer 13, in gevangenis nummer 8 van de Tihar gevangenis in Delhi. Veel van u hebben over mijn geschiedenis gelezen in de Times of India van 13 september 2007, waarin een CBI rapport werd geciteerd dat bevestigt dat wij erin geluisd zijn door de IB (Geheime dienst van India, vert.) en een speciale politie eenheid van de politie in Nieuw Delhi. Maar ik betwijfel of de CBI de ware daders zal vinden. Ik werkte als informant voor de speciale eenheid van de politie in Delhi, welke nauw samenwerkt met de IB. Na met hen gewerkt te hebben voel ik mij verplicht om de natie te informeren over hoe zij terroristen creëren. Is u ooit opgevallen hoe snel onze diensten de misdadigers grijpen, nog voordat zij toegeslagen hebben? Maar hoe zij nog altijd niet in staat zijn geweest de terroristen te grijpen die betrokken waren bij de ontploffingen in Mumbai en Delhi? Ik heb het antwoord... Om hun rangen te behouden en beloningen te verdienen creëren de speciale eenheden terroristen. Ze nemen een aantal jongeren in dienst tegen geringe beloning. Zij worden geen echte medewerkers (van de dienst, vert.), maar losbonden die mobiele telefoons en bescherming wordt gegeven. Hen wordt gevraagd zich over de stad te verspreiden en ergens onderdak te zoeken. Ze mengen zich onder de werkeloze jongeren en zoeken vrienden onder de mensen. Na beïnvloedbare individuen geïdentificeerd te hebben vormen ze een groep, organiseren ze wapens en zetten ze deze jongeren aan tot overvallen. De geheime dienst voorziet hen in het geheim ook van een gestolen auto, die gekocht wordt van autodieven. Deze jongeren die al hun vertrouwen leggen in deze agent van de geheime dienst zullen op een dag uiteindelijk beslissen een actie te ondernemen. Bij het naderen van hun doelwit lopen ze in de val. De politie is al ter plekke en ze worden allen gegrepen. Interessant genoeg wordt de agent, die het brein is, nooit gevat. Medailles en beloningen voor getoonde moed volgen. De geheime dienst voedt de regering en media met verzonnen verhalen. Is u ooit opgevallen dat degenen die gedood worden bij dergelijk treffen altijd zaken bij zich dragen in hun zakken zoals hun naam en hun rang in de organisatie? Ze sterven zonder een kogel gevuurd te hebben, en als ze al schieten dan treft deze nooit doel. Vergelijk dit met de confrontaties van het leger met de echte terroristen in Kasjmir. In bijna ieder gevecht raken één of twee personeelsleden gewond. Dus ofwel ons leger is niet zo getraind als de speciale eenheid van de politie van Delhi, ofwel deze ontmoetingen zijn vals spel. De speciale eenheid is een groep van misdadigers met vergunningen. Ze zijn giftig tegen de moslims. Mijn enige fout dat ik te lang geweigerd heb met hen mee te werken. Ze weten dat in naam van (de strijd tegen) het ‘Islamitische terrorisme' je eenieder kunt arresteren, explosieven kunt plaatsen, de naam van willekeurig welke organisatie geven, en hiermee weg kunt komen. Het doet me pijn om te moeten zeggen dat onze rechtbanken ook hieronder vallen. Hier zijn de namen en telefoonnummers van de ambtenaren met wie ik gewerkt heb: IB officier Khalid, alias Majid, 9810702004; IB officier Aftab, 9810702004; ACP Sanjeev Yadav, 9810058002; inspecteuren van politie Lalit Mohan 9811980604 en Hardev Bhushan 9811980601. Ze gaven me ook een mobiele telefoon met SIM 9873303646. Mijn mobiele nummer om met IB officieren te spreken was 9873131845. Het is niet moeilijk voor iemand binnen een dienst of media om de details achter deze nummers te achterhalen, om de waarheid boven te krijgen." [9]

 

De handgranaten van de Hofstadgroep

In november 2004 belegerde de politie van Den Haag een huis in de Haagse Antheunisstraat waar zich "terroristen" schuil zouden houden. Bij het binnenvallen van het huis wordt een granaat gegooid naar de politie, die ontploft. De bewoner van het pand was Jason W., die ondertussen vele jaren gevangenisstraf heeft gekregen voor zijn rol in de Hofstadgroep. Jason W. was in het huis in de Antheunisstraat terecht gekomen na uit huis gegaan na langdurige ruzie met zijn moeder. Op een gegeven moment werd hij telefonisch benaderd met een aanbod om als "kraakwacht" het huis in de Haagse Antheunisstraat te gaan bewonen. Een aanbod dat via de telefoon werd gedaan, en dat afkomstig was van het hoofdkantoor van de AIVD in Leidschendam. Jason W. ging gretig op het aanbod in. Op deze manier lokt de AIVD Jason W. naar een speciaal geprepareerde huis, in ruime mate voorzien van afluisterapparatuur. Alle gesprekken in het pand aan de Haagse Antheunisstraat werden vanaf dat moment opgenomen. Alles, maar dan ook alles werd gevolgd.

Vervolgens dook ene Saleh B., een 28-jarige Rotterdammer van Marokkaanse afkomst, op die zich bevriende met Jason W. Hij bezoekt het huis vol microfoons regelmatig en begon over tijd een steeds grotere "sturende rol" te spelen in de Hofdstadgroep. Het was Saleh B. die geweld tegen "ongelovigen" begon te propageren onder de jongeren van de Hofstadgroep.

Televisieprogramma Netwerk heeft geopenbaard dat de granaat die later naar het arrestatieteam werd gegooid tijdens de inval in het pand, was geleverd door deze Saleh B. Saleh speelde een dubbelspel binnen de Hofstadgroep. Hij was informant van de inlichtingendienst AIVD en bracht in totaal vier handgranaten de Hofstadgroep binnen. Na deze transactie was het dezelfde AIVD die justitie en politie waarschuwde betreffende de Hofstadgroep. Justitie en politie besloten daarop tot ingrijpen, maar zij kregen van de AIVD niet te horen dat Saleh B. de leden van de Hofstadgroep handgranaten had geleverd, en dat dezen aanwezig waren in het pand. Toen bij de politie-inval één granaat werd gebruikt, was de politie dan ook volkomen verrast.

Informant Saleh B. was in diverse terreuronderzoeken in beeld, maar werd nooit als verdachte aangemerkt of gearresteerd. Na de bekendwording van de rol van Saleh B. werd hij plotseling wel gearresteerd, maar uiteindelijk zonder aanklacht weer vrijgelaten. [10]

 

De "Pro-actie, Preventieve Operaties Groep"

In de zomer van 2002 kwam een onderzoekscommissie van het Amerikaans Ministerie van Defensie met het voorstel tot oprichting van een nieuwe geheime dienst, zogezegd "ter bestrijding van de terreur". Deze dienst, die de naam "Proactieve, Preventieve Operaties Groep (Proactive, Preemptive Operations Group , oftewel P2OG)" meekreeg, zou uit honderd elite troepen moeten bestaan en zou als doelstelling hebben "het uitlokken van terroristische groepen tot gewelddadige handelingen, waardoor zij zich zullen blootstellen aan een tegenreactie door Amerikaanse strijdkrachten". Volgens het voorstel zou de P2OG een budget van 100 miljoen dollar toebedeeld moeten krijgen en de volgende typen van activiteiten ontplooien om genoemd doel te realiseren:

  1. Moord op familieleden van terreurgroepen
  2. Bewapenen van terreurgroepen
  3. Deelnemen aan terreurgroepen, om hen te kunnen sturen tot het aanvallen van burgerdoelen

Als dan eenmaal in reactie op de terreur door de P2OG de door de Amerikanen gewenste terreurslag plaats zou hebben gevonden, dan zou het Amerikaanse leger korte metten moeten maken met de regimes die beschuldigd kunnen worden van steun aan de terroristen.

Kort samengevat, volgens het voorstel tot de oprichting van de Proactie, Preventieve Operaties Groep zou de Amerikaanse overheid terreuraanslagen plaats moeten laten vinden, en dus onschuldige burgers moeten vermoorden, in de hoop dat terroristen hierop reageren, omdat dan het Amerikaanse leger met rechtvaardiging in actie kan komen. [11]

 

De Britse geheime diensten in Irak

Op de 19e september 2005 kwam het op het centrale plein in de Zuid-Irakese stad Basra (Zuid-Irak) tot een vuurgevecht tussen twee mannen in de Arabische kledij en de lokale politie. Basra is een stad met een meerderheid sji'itische moslims als inwoner, en de Arabische kledij is hetgeen waardoor de soennitische moslims in Basra onderscheiden kunnen worden van sji'itische moslims. De twee mannen reden in een Toyota die zwaar beladen leek, kort voor de aanvang van een sji'itische festiviteit, en gedroegen zich vreemd. Toen de politie hen staande hield openden de twee mannen het vuur en doodden een politieagent. Na een kort vuurgevecht gaven de twee mannen zich uiteindelijk over en werden gearresteerd. Eenmaal aangekomen in de gevangenis van Basra bleken de twee mannen Britten te zijn van de speciale SAS legereenheid, die zich als soennitische Arabieren hadden verkleed. En bij nadere inspectie van de wagen waarin zij reden bleek dat deze volgepakt was met explosieven. Ook werden ontstekingsmechanismen gevonden waarmee de auto midden op het plein van een afstand tot ontploffing gebracht zou kunnen worden. Kort na de arrestatie, echter, belegerden Britse soldaten de gevangenis waar de twee SAS soldaten vastgehouden werden. Middels tanks maakten ze een gat in de muur van de gevangenis, bevrijdden hun collega's, en vertrokken. [12]

 Image

Bij de foto: De twee Britse SAS soldaten gearresteerd in Basra

 

De Belgische spion / terrorist

Toen de Marokkaanse politie in februari 2008 een "terroristische groepering" oprolde was dit ook in België groot nieuws. Onder de arrestanten was namelijk een Marokkaan met een Belgisch paspoort, iemand die vele jaren in België had gewoond: Abdelkader Belliraj. Hij zou de leider zijn van een Islamitisch terreurnetwerk en onder de berichten die betreffende hem naar buiten werden gebracht door de Marokkaanse politie was ondermeer dat hij in 2001 een bezoek had gebracht aan Ayman al Zawahari, de tweede man van Al Qaeda. De terreurgroep van Belliradj zou zes moorden hebben gepleegd in België, in de periode 1986 - 1989, op ondermeer een Brusselse imam en op een vooraanstaand lid uit de joodse gemeenschap. Deze beide slachtoffers stonden bekend om hun verdraagzame houding en riepen regelmatig op tot vreedzame co-existentie tussen joden en moslims. Het "Islamitische terreurnetwerk" van Belliraj zou zichzelf gefinancierd hebben door het plegen van roofovervallen in België en Luxemburg, ondermeer de spectaculaire overval op het hoofdkantoor van een waardetransporteur in Luxemburg die destijds de "kraak van de eeuw" genoemd werd. De terreurgroepering zou volgens de Marokkaanse politie aanslagen hebben beraamd op politici, hooggeplaatste militairen en joden in Marokko. De organisatie zou naast Al Qaeda ook banden onderhouden met de sji'itische Hezbollah.

Maar, al snel bleek Belliradj jarenlang als spion voor de Belgische Staatsveiligheid te hebben gewerkt. In de periode dat de Staatsveiligheid geleid werd door Albert Raes, die later ereconsul van België in Marokko werd, was Belliradj in dienst getreden. Zo was het bijvoorbeeld in opdracht van de Staatsveiligheid dat Belliradj naar Afghanistan was gereisd om Al Qaeda te ontmoeten. Een reis die dan ook betaald was door de Staatsveiligheid.

 

Conclusie

Dit is de ware geschiedenis van de geheime diensten en het "terrorisme". De lezer zij gewaarschuwd, derhalve, voor de volgende keer dat de geheime diensten weer een in het nieuws komt berichten over "Islamitisch terrorisme". Want uit de genoemde voorbeelden blijkt dat de geheime diensten, de zogenaamde "veiligheidsdiensten" die zichzelf graag de rol van beschermers van het volk en strijders tegen het "terrorisme" toedichten, op nog drie additionele manieren in relatie tot het terrorisme staan. Uit de geschiedenis van het "terrorisme" is gebleken dat niet zelden de geheime diensten zelf de terroristen zijn. Zoals in het voorbeeld van Irak en het voorbeeld van Operatie "Noordelijke Bossen". In ander gevallen waren het de geheime diensten die de terroristen hielpen, en hen hun gang lieten gaan. Zoals in het voorbeeld van Ierland en aanslagen in Madrid. En in weer andere gevallen waren het de geheime diensten die de mensen aanspoorden om terrorist te worden en hen vervolgens hielpen om terreur te kunnen plegen. Zoals in het voorbeeld van de Hofstadgroep in Nederland.

Een echte bescherming tegen het "terrorisme" vormen de geheime diensten dus allerminst. Het "terrorisme" is voor deze zogenaamde "veiligheidsdiensten" veel eerder een middel, een instrument waarmee zij niet zelden hun doelstellingen proberen te bereiken. Doelstellingen zoals om steun bij het publiek te vergaren voor een bepaalde politieke beslissing, zoals een invasie van een ver weg gelegen land of beperking van de privacy van de mensen. Of om ongewenste elementen uit de weg te ruimen, mensen die niet meewerken met de plannen die de heersers hebben. Of om mensen tegen elkaar op te zetten, om hen zo eenvoudiger te kunnen onderdrukken zoals in Irak. Of om te voorkomen dat de mensen naar de waarheid luisteren wanneer deze tegen hen gesproken wordt, zoals in het geval van de "Oorlog tegen Islam".

 

 

[1] The National Security Archive: “Pentagon Proposed Texts for Cuba Invasion in 1962”, 30 april 2001, www.gwu.edu/~nsarchiv/news/20010430/index.html
[2] Daniele Ganser: “NATO’s secret armies: Operation Gladio en Terrorism in Western Europe”, www.scribd.com/doc/294202/Daniele-Ganser-NATOs-Secret-Armies-Operation-Gladio-and-Terrorism-in-Western-Europe
[3] Michael S. Rose: “Britain’s Dirty War with the IRA”, Catholic World News, juli 2003, www.cwnews.com/news/viewstory.cfm?recnum=23828
[4] www.infowars.net/articles/february2007/050207FRU.htm
[5] Louis Sévèke: “Overheid moet eigen rol bij ‘terreur’ niet verdoezelen”, NRC Handelsblad, 3 november 2005, www.louisseveke.nl/node/53
[6] Buro Jansen & Jansen: “De mist van aanslagen”, 5 september 2007, www.burojansen.nl/artikelen_item.php?id=368
[7] Idem noot 3
[8] Sebastian Rotella: “Swiss Spy in War of Words”, LA Times, 22 mei 2006, www.fairuse.100webcustomers.com/fuj/latimes42.htm
[9] The Times of India
[10] www.buitendeorde.nl/1604/art.php?art=19
[11] Chris Floyd: “The Pentagon Plan to Provoke Terrorist Attacks”, Counterpunch, 1 november 2002, www.counterpunch.org/floyd1101.html
[12] Michel Chossudovsky: “British Undercover Soldiers Caught Driving Booby Trapped Car”, www.globalresearch.ca/index.php?context=viewArticle&code=20050920&articleId=972
< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah

"Er zijn voorzeker in de schepping der hemelen en der aarde en in de wisseling van dag en nacht tekenen voor mensen van begrip" (zie de vertaling v.d. betekennissen van Soerat: Al-Imraan 190)

Hadith

En Al Bukhari heeft over Abdullah verteld. Hij zei dat de Profeet (saw) het volgende had gezegd: "U zult na mij egoïsme meemaken en dingen die jullie verafschuwen" Zij zeiden: "Wat beveelt u ons te doen, Oh Profeet van Allah?" Hij zei: "Geef hen hun recht, en vraag Allah u uw recht te geven."

over hadith..