|
Ieder zichzelf
respecterend land heeft wel een geheime dienst. Amerika heeft er tientallen,
zoals de CIA, de FBI, de NSA, de MI, de NGA, de NRO, de ONI en de CGI, met de
één nog geheimzinniger dan de ander. Nederland kent ondermeer de AIVD en de
MIVD, en België heeft de Dienst Staatsveiligheid. Van de geheime diensten in de
landen van de moslims, de moechabaraat, is algemeen bekend dat zij
bestaan uit de meest verschrikkelijke typen van mensen, monsters die de
betiteling "mens" eigenlijk niet verdienen. De moechabaraat van deze
verachtelijke lieden heeft als taak om de heerschappij van de dictatoren en
tirannen in de moslimwereld te beschermen. En om deze doelstellingen te
realiseren gebruiken zij de meest barbaarse methodes: marteling en moord. Rondom
de westerse "geheim agent", daarentegen, hangt een aura van geromantiseerde
geweldadigheid. In het denken van de mensen bestaan de geheime diensten van het
westen uit agenten van het allooi "alleskunner, moedig en sterk, eerlijk en
oprecht, onweerstaanbaar". De crème de la crème van de politie, zogezegd,
natuurlijk dankzij boeken en films als de "James Bond"-serie. Dientengevolge
heeft de gemiddelde persoon in het westen vertrouwen in "zijn" geheime diensten.
In de huidige tijd,
waarin geprobeerd wordt Islam te associëren met terrorisme en de moslims met
terroristen, spelen de geheime diensten een bijzondere rol. Ten eerste,
namelijk, zijn vooral zij het die de media voeden met verhalen over de "dreiging
van de Islamitische terreur" en daardoor de huidige hype levendig houden. En ten
tweede denken de meeste mensen dat hun geheime diensten fungeren als een soort
"laatste verdedigingslinie" tegen het gevaar van de "moslim terroristen".
Echter, wie een
blik werpt op hetgeen bekend is betreffende de geschiedenis van de geheime
diensten in de westerse wereld, die zal zich realiseren dat de werkelijkheid
geregeld anders is geweest. En dat de geheime diensten in de westerse wereld,
net zoals hun collega's van de moechabaraat in de landen van de moslims, in
plaats van de mensen te beschermen hen geregeld in gevaar hebben gebracht.
Operatie "De Noordelijke Bossen"
Op de 13e
maart, 1962, presenteerde het Amerikaanse Ministerie van Defensie memorandum
"Rechtvaardiging voor Amerikaanse militaire interventie op Cuba (Topgeheim)" aan
de toenmalige Secretary of Defence (Minister van Defensie) Robert
McNamara. Dit memorandum was het antwoord op een verzoek van het Ministerie van
Defensie om rechtvaardigingen te vinden voor een Amerikaanse militaire invasie
van Cuba. Het memorandum eindigde met de zin "Het gewenste resultaat van de
ten uitvoer brenging van dit plan zou zijn dat de Verenigde Staten geplaatst
zouden worden in de ogenschijnlijke positie van lijdende met gerechtvaardigde
grieven onder het onbesuisde en onverantwoordelijke regime op Cuba, en dat
internationaal een beeld wordt gecreëerd van een Cubaanse bedreiging van de
vrijheid op het westelijk halfrond."
Wat het memorandum
precies voorstelde was het ondermeer volgende:
-
Het uitlokken
van het Cubaanse regime middels terreuraanslagen tegen Cubaanse doelen,
waarop dan middels militaire interventie in Cuba gereageerd zou kunnen
worden.
-
Het opzetten
van terreuraanslagen tegen de Amerikaanse belangen in Cuba, meest voornaam
haar militaire basis op Guantanamo; ofwel door zelf bommen / munitie tot
ontploffing te brengen, ofwel door Cubaanse agenten hiervoor te gebruiken.
-
Het opzetten
van een terreuraanslag tegen een Amerikaans legerschip in Cuba, om het
Cubaanse regime hier dan de schuld van te geven.
-
Het opzetten
van Cubaanse communistische terreurgroepen in Florida, om hen aanslagen uit
te laten voeren op Amerikaans grondgebied.
-
Het
neerschieten van een burgerluchtvaarttoestel, om de verantwoordelijkheid
hiervoor dan aan het Cubaanse regime toe te schrijven.
[1]
Bij de foto: het
zogenoemde "Northwood" memorandum
Operatie Gladio
Na de Tweede
Wereldoorlog werd Europa effectief in tweeën opgedeeld, doordat haar westen
onder de kapitalistische ideologie kwam te leven en haar oosten onder de
communistische ideologie. Een ijzeren gordijn, zoals Winston Churchill het
noemde, dat beide delen scheidde werd opgetrokken van Noord- tot Zuid-Europa.
West-Europa leefde vanaf dat moment in grote angst voor het communisme. Zowel
een invasie door de Sovjet-Unie, als een interne communistische revolutie werden
gevreesd. In antwoord op de angst voor een communistische invasie werd ondermeer
de NATO, het militair samenwerkingsverband tussen de West-Europese staten en
Amerika, opgericht. Maar hiernaast werden in bijna alle West-Europese landen
zogenaamde "stay-behind" operaties georganiseerd, onder aanvoering van de CIA
(Amerikaanse geheime dienst voor buitenlandse zaken) en MI6 (Britse geheime
dienst voor buitenlandse zaken) maar met hulp van de geheime diensten van de
desbetreffende West-Europese landen.
Het doel van de
"stay-behind" operaties was om in al de West-Europese landen paramilitaire
organisaties op te richten die na een communistische invasie een guerrilla
oorlog zouden kunnen voeren tegen de communisten. De leden van de paramilitaire
organisaties, veelal leden of oud-leden van het leger en/of de geheime diensten,
werden in het geheim door de CIA en MI6 getraind in guerrilla- en
sabotagetactieken zoals moord en het opblazen van spoorlijnen en bruggen. De CIA
and MI6 bewapenden deze paramilitaire organisaties ook met handvuurwapens en
explosieven, die op verschillende plaatsen in de betreffende landen verborgen
werden.
Deze "stay-behind"
operaties werden in verschillende landen georganiseerd, onder verschillende
namen. In België droeg de operatie die het geheime leger ter bestrijding van het
communisme oprichtte de naam "Service
de Documentation, de Renseignments et d'Action VIII (SDRA8)".
In Nederland droeg de operatie de naam "Informatie & Operatie (I&O)". In Italië
droeg de operatie de naam "Operatie Gladio". Operatie Gladio is het meest
bekende voorbeeld van de "stay-behind" operaties georganiseerd door de CIA en
MI6, omdat het bestaan hiervan in 1990 werd bevestigd door de toenmalige
Italiaanse premier Giulio Andreotti.
In de jaren '60 en
'70 verschoof de aandacht van de Europese "stay-behind" organisatie van
"reageren op een mogelijke communistische invasie" naar "voorkomen van een
communistische revolutie in West-Europa". De leden van de geheime legers maakten
zich schuldig aan verschillende terroristische aanslagen, zoals de aanslag op
het treinstation in Bologna in 1980 waarbij 85 mensen gedood werden, om
verantwoordelijkheid hiervoor vervolgen in de schoenen van de communisten te
schuiven. Een ander voorbeeld is de aanslag door de leden van Operatie Gladio op
het Piazza Fontana plein in Milaan, waarbij 16 mensen worden gedood. Voor een
parlementaire onderzoekscommissie beschreef Vincenzo Vinciguerra, een lid van
Operatie Gladio in Italië, het doel van deze operaties als: "Men moest
burgers aanvallen, de mensen, vrouwen, kinderen, onschuldige mensen, onbekende
mensen die ver van ieder politiek spel af stonden. De reden was heel eenvoudig:
het publiek dwingen om de staat te vragen naar grotere veiligheid". Ook
werden in verschillende West-Europese landen leiders van de communistische
partij vermoord door leden van de "stay-behind" organisaties. Bijvoorbeeld wordt
de SDRA8 verdacht van de moord op Julien Lahaut, de leider van de Communistische
Partij België, in 1950.
[2]
De Britse geheime dienst in Noord-Ierland
In april 2003
verscheen het rapport van de commissaris van Scotland Yard over de rol van de
Britse geheime diensten in de onlusten in Noord-Ierland ("The Troubles") van
1969 tot 1997. Uit het rapport bleek dat de Britse geheime diensten op grote
schaal infiltranten hadden bij de verschillende paramilitaire groepen, zoals de
protestantse paramilitaire groepen die in reactie op de komst van de IRA waren
opgericht. Volgens het rapport speelde de Britse geheime politie lijsten met
namen van IRA activisten door aan hun contacten binnen de protestantse
paramilitaire groepen, die er dan voor zorgden dat deze personen geliquideerd
werden. Tegelijkertijd hadden de Britse geheime diensten agenten binnen de IRA.
Zo bijvoorbeeld Alfredo Scappaticci die aan het hoofd stond van de IRA
organisatie die verantwoordelijk was voor de interne veiligheid. Deze
organisatie zocht infiltranten binnen de IRA en schoot iedere verdachte
infiltrant een kogel door het hoofd. Als agent voor de Britten zou Scappaticci
minstens 40 moorden hebben gepleegd volgens het rapport van Scotland Yard.
[3]
Een andere
voormalige agent van de Britse geheime dienst binnen de IRA, codenaam Kevin
Fulton, is momenteel in proces tegen de Britse staat omdat deze volgens "Fulton"
haar belofte dat ze de agent na zijn werkzaamheden zou beschermen, niet
nagekomen is. Fulton vertelde over zijn activiteiten binnen de IRA: "Ik
mengde explosieven (samen), en ik hielp nieuwe bommen ontwikkelen. Ik
verplaatste wapens. Als je me vraagt ‘heb je iemand vermoord', dan zeg ik ‘nee'.
Maar als je me vraagt of de materialen die ik in mijn handen heb gehad iemand
hebben vermoord, dan moet ik zeggen dat sommige van de dingen die ik heb helpen
ontwikkelen mensen hebben vermoord. Ik herhaal dat mijn contactpersonen (binnen
de Britse geheime dienst, vert.) alles wisten wat ik deed. Er werd mij
nooit gezegd iets niet te doen dat besproken werd. Hoe kun je je voordoen als
terrorist en je niet aldus gedragen? Dan kan niet. Je moet doen wat zij doen.
(...) Ik brak de wet zeven dagen per week, en mijn contacten wisten dat. Ze wisten
dat ik bommen maakte en ze aan andere leden van de IRA gaf, en ze deden hier
niets tegen. (...) Het idee was dat de vijand enkel verslagen kon worden door de
vijand te infiltreren en (zelf) de vijand te zijn."
Onder de
explosieven die door infiltranten van de Britse geheime dienst gemaakt waren,
waren ook de explosieven die in augustus 1998 in Omagh tot ontploffing kwamen,
waarbij 29 mensen de dood vonden. De Britse geheime dienst was op de hoogte van
de plannen van de IRA omdat mensen van haar deel uitmaakten van de
terroristische groep achter de aanslag, maar deed niets om deze plannen te
voorkomen.
[4]
De Nederlandse Geheime Dienst in de jaren '80 en '90
Louis
Sévèke
onderzocht vele jaren de handelingen van de Nederlandse geheime dienst de AIVD
(voorheen BVD), gebruik makend van publieke bronnen. Schrijvend voor het NRC
Handelsblad deed hij in 2005 een boekje open over de AIVD en haar werkwijze.
Hierin zei hij ondermeer:
"De
zelfbekende BVD-agent Cees van Lieshout (...) infiltreerde eind jaren
zeventig/begin jaren tachtig in het met de Duitse RAF sympathiserende Rood
Verzetsfront en andere radicaal-linkse groepen. Hij was betrokken bij
verschillende (pogingen tot bom-) aanslagen en zette daar ook toe aan. Meermaals
heeft hij met, nietsvermoedende, medeactivisten geprobeerd wapens en explosieven
te bemachtigen of te maken. Zelden werd hij vervolgd. Uiteindelijk is hij, na
ontmaskering, met hulp van de BVD gaan rentenieren op het Griekse eiland Kreta.
In augustus 1973 probeerde de dienst via een agent, codenaam Hagendoorn, een
vuurwapen aan een lid van de Rode Jeugd te slijten. In het voorjaar van 1984
probeerde de BVD-agent John Wood vredesactivisten aan te zetten tot gewelddadige
actie. Hij leurde onder hen onder meer met op een Belgische luchtmachtbasis
ontvreemde granaten. Eind jaren tachtig nam een Nijmeegse BVD-agent, codenaam
Jaffa, meermaals deel aan vernielingen en een bijna-brandstichting bij
Shell-stations. Hij werd nooit gepakt, evenmin als zijn medeactivisten. In 1990
probeerde BVD-agent Hans D. activisten aan te zetten tot vernielingen bij
sociale diensten. Later pleegde deze man samen met een, weer nietsvermoedende,
medeactivist vernielingen op een kazerne in het Brabantse Vught. In hetzelfde
jaar benaderde de dienst een Wageningse student plantkunde met het verzoek deel
te nemen aan gewelddadige acties tegen het Shell-concern en lid te worden van
groepen die vernielingen aanrichtten op proefvelden voor gentechnologie."
[5]
Kort na de
verschijning van het artikel waar het bovenstaande citaat uit afkomstig is, werd
Louis Sévèke vermoord.
De Algerijnse Burgeroorlog en de Gewapende Islamitische Groep (GIA)
De Algerijnse
Burgeroorlog begon nadat in 1992 het Algerijnse leger, met steun van het westen,
de verkiezingen gewonnen door het Islamitisch Bevrijdingsfront (FIS: Front
Islamique du Salut) ongeldig verklaarde. De Gewapende Islamitische Groep
(GIA: Group Islamique Armé) begon hierop een campagne van terreur. Ze
ontvoerde mensen om hen de keel door te snijden, liet bommen ontploffen in
Algiers en moordde soms ganse dorpen uit zoals in Bentalha en Rais. Ook werd
terreur gepleegd in Frankrijk, zoals de kaping van een Air France toestel in
1994 en de aanslagen in de metro van Parijs in 1995.
Twee recent verschenen gedetailleerde verslagen met informatie van voormalige
leden van de Algerijnse geheime dienst en van Algerijnse buitenlandse militaire
attachés laten echter zien dat de GIA eigenlijk volledig door de Algerijnse
geheime dienst was geïnfiltreerd en door hen werd geleid. Deze verslagen zijn
"Chronique des Annees de Sang" van Mohammed Samraoui, en "Françalgerie: Crimes
et Mensoges d'etats" van Lounis Aggoun en Jean-Baptiste Rivoire. De auteurs van
deze verslagen tonen aan dat de activiteiten van de GIA dus eigenlijk
activiteiten van de Algerijnse geheime diensten waren. Ze tonen verder aan dat
de aanslagen in Frankrijk operaties waren van de Algerijnse geheime diensten,
die werden uitgevoerd met medeweten van de Franse overheid.
[6]
De aanslagen in Madrid
Op
11 maart 2004 vonden terroristische aanslagen plaats op de trein in Madrid. Maar
liefst 191 mensen kwamen om het leven, en 1400 mensen raakten gewond. In eerste
instantie beweerde de Spaanse regering dat de Baskische afscheidingspartij ETA
achter de aanslagen zat. Later, echter, veranderde zij haar verhaal en
beschuldigde Al Qaeda van verantwoordelijkheid. Inmiddels zijn een aantal mensen
door de Spaanse rechtbank veroordeeld voor de aanslagen.
Maar ook is bekend geworden dat het dynamiet dat gebruikt is voor de aanslagen
op de treinen in Madrid eerder aan de verdachten verkocht was door informanten
van Spaanse politie en inlichtingendiensten. De twee zijn Jose Emilio Suarez
Trashorras en Rafa Zouhier, beiden werkzaam voor de overheid. Associated Press
Worldstream publiceerde deze gegevens op 27 februari 2007 en Agence France
Presse op 1 maart 2007 naar aanleiding van de rechtszaak tegen de verdachten van
de aanslagen.
[7]
De familie Ramadan in Zwitserland en "Operatie Memphis"
In het Zwitserse
Genève is Hani Ramadan woonachtig, één van de kleinkinderen van de oprichter van
de Moslimbroederschap in Egypte, Hasan al Banna. In Genève is Hani Ramadan
voorzitter van het "Islamitisch Centrum van Geneve", een moskee annex sociaal
centrum. Vanwege zijn afkomst stond Hani Ramadan lange tijd in de belangstelling
van de Zwitserse geheime dienst, op verdenking van "verspreiding van
radicalisme".
Omdat na vele jaren
van onderzoek Hani Ramadan niets anders ten laste gelegd kon worden dan het
vroom proberen te volgen van Islam, hij bleek een eerbiedwaardige burger,
besloot de Zwitserse geheime dienst begin 2004 een infiltrant in de nabijheid
van Hani Ramadan binnen te laten dringen. Claude Covassi, een Zwitser van
Italiaanse afkomst, kwam via vrienden in contact met de geheime politie van de
Dienst voor Analyse en Beveiliging en verklaarde zich bereid om Hani Ramadan te
gaan bespioneren. De Dienst voor Analyse en Beveiliging begint daarop "Operatie
Memphis".

Bij de foto:
links Claude Covassi, rechts Hani Ramadan
Covassi begon het
Islamitisch Centrum van Genève te bezoeken met het excuus dat hij op zoek is
naar spiritualiteit. Hij ontmoet Hani Ramadan en de twee worden bekenden van
elkaar. Aldus begon Covassi informatie te verzamelen over hetgeen plaatsvond in
het Islamitisch Centrum van Genève, om dit tegen betaling over te dragen aan de
geheime politie van de Dienst voor Analyse en Beveiliging.
In zijn tijd als
spion leerde Covassi dat al de mensen die in de moskeeën van Genève opriepen tot
geweld en terreur werkten voor de geheime diensten in de wereld. Hij vertelde
zijn bazen van de geheime dienst over een Syrische man die de mensen aan
probeerde te zetten tot terreur, maar zijn bazen vertelden hem de man niet
lastig te vallen daar deze voor de Syrische geheime dienst werkte. Covassi
vertelde "De enige mensen die ik heb ontmoet die in contact waren met
terreurgroepen, behoorden tot de geheime politie diensten van andere landen".
Hij zei verder: "Ik kan niet zeggen dat alle moslims onschuldig zijn, maar ik
kan wel zeggen dat al diegene die terrorist genoemd worden voor de buitenlandse
geheime diensten werken".
Maar Covassi vond
niets dat Hani Ramadan in relatie kon brengen met terreur. Daarop spoorde de
geheime politie van de Dienst voor Analyse en Beveiliging Covassi aan om in de
computer van het Islamitische Centrum de namen in te voeren van personen die
ervan verdacht werden te willen vertrekken naar Irak om tegen de Amerikaanse
bezetting te strijden. Zodat de geheime politie dan vervolgens Hani Ramadan
zouden kunnen beschuldigen van het verlenen van hulp aan terroristische
organisaties. Echter, Covassi weigerde. Door zijn tijd in de nabijheid van
Ramadan was hij deze gaan respecteren voor diens "menselijkheid en de hulp
die hij me gaf in het leren over Islam". Uiteindelijk bekeerde Covassi zich
zelfs tot Islam. In reactie beginnen de Zwitserse veiligheidsdiensten hem te
bedreigen. Covassi werd door twee Arabische mannen midden op straat in elkaar
geslagen, en er bereikten hem berichten dat hij vermoord zou worden indien hij
het verhaal over zijn belevenissen als spion naar buiten zou brengen. Hij
vluchtte daarop naar Egypte, en is daar sindsdien ondergedoken. Vanuit zijn
schuilplaats doet hij zijn verhaal tegenover verschillende kranten.[8]
"Islamitisch terrorisme" in India
India wordt
geregeld opgeschrikt door bomaanslagen in haar grote steden, de
verantwoordelijkheid waarvoor meestal aan "Islamitische terroristen met banden
met Pakistan" toegeschreven wordt door de Indische geheime diensten. Één van
deze vermoedelijke terroristen schreef in 2007 een brief uit de gevangenis waar
hij vastgehouden werd, waarin hij een boekje open deed over zijn contacten en
ervaringen met geheime politiediensten. Hij noemde hierbij verschillende agenten
bij naam en toenaam en gaf hun telefoonnummers, waardoor hij zijn beweringen van
aanzienlijk bewijs voorzag:
"Ik
schrijf deze brief vanuit de Tihar gevangenis, met als doel de onschuldige
jongeren te redden van de valstrik gezet door de veiligheidsbeambten zonder
scrupule. Mijn naam is Irshad Ali, zoon van Mohammed Yunus, gevangen in afdeling
nummer 5, cel nummer 13, in gevangenis nummer 8 van de Tihar gevangenis in
Delhi. Veel van u hebben over mijn geschiedenis gelezen in de Times of India van
13 september 2007, waarin een CBI rapport werd geciteerd dat bevestigt dat wij
erin geluisd zijn door de IB (Geheime
dienst van India, vert.) en een speciale politie eenheid van de
politie in Nieuw Delhi. Maar ik betwijfel of de CBI de ware daders zal vinden.
Ik werkte als informant voor de speciale eenheid van de politie in Delhi, welke
nauw samenwerkt met de IB. Na met hen gewerkt te hebben voel ik mij verplicht om
de natie te informeren over hoe zij terroristen creëren. Is u ooit opgevallen
hoe snel onze diensten de misdadigers grijpen, nog voordat zij toegeslagen
hebben? Maar hoe zij nog altijd niet in staat zijn geweest de terroristen te
grijpen die betrokken waren bij de ontploffingen in Mumbai en Delhi? Ik heb het
antwoord... Om hun rangen te behouden en beloningen te verdienen creëren de
speciale eenheden terroristen. Ze nemen een aantal jongeren in dienst tegen
geringe beloning. Zij worden geen echte medewerkers (van de dienst, vert.),
maar losbonden die mobiele telefoons en bescherming wordt gegeven. Hen wordt
gevraagd zich over de stad te verspreiden en ergens onderdak te zoeken. Ze
mengen zich onder de werkeloze jongeren en zoeken vrienden onder de mensen. Na
beïnvloedbare individuen geïdentificeerd te hebben vormen ze een groep,
organiseren ze wapens en zetten ze deze jongeren aan tot overvallen. De geheime
dienst voorziet hen in het geheim ook van een gestolen auto, die gekocht wordt
van autodieven. Deze jongeren die al hun vertrouwen leggen in deze agent van de
geheime dienst zullen op een dag uiteindelijk beslissen een actie te ondernemen.
Bij het naderen van hun doelwit lopen ze in de val. De politie is al ter plekke
en ze worden allen gegrepen. Interessant genoeg wordt de agent, die het brein
is, nooit gevat. Medailles en beloningen voor getoonde moed volgen. De geheime
dienst voedt de regering en media met verzonnen verhalen. Is u ooit opgevallen
dat degenen die gedood worden bij dergelijk treffen altijd zaken bij zich dragen
in hun zakken zoals hun naam en hun rang in de organisatie? Ze sterven zonder
een kogel gevuurd te hebben, en als ze al schieten dan treft deze nooit doel.
Vergelijk dit met de confrontaties van het leger met de echte terroristen in
Kasjmir. In bijna ieder gevecht raken één of twee personeelsleden gewond. Dus
ofwel ons leger is niet zo getraind als de speciale eenheid van de politie van
Delhi, ofwel deze ontmoetingen zijn vals spel. De speciale eenheid is een groep
van misdadigers met vergunningen. Ze zijn giftig tegen de moslims. Mijn enige
fout dat ik te lang geweigerd heb met hen mee te werken. Ze weten dat in naam
van (de strijd tegen) het ‘Islamitische terrorisme' je eenieder kunt arresteren,
explosieven kunt plaatsen, de naam van willekeurig welke organisatie geven, en
hiermee weg kunt komen. Het doet me pijn om te moeten zeggen dat onze
rechtbanken ook hieronder vallen. Hier zijn de namen en telefoonnummers van de
ambtenaren met wie ik gewerkt heb: IB officier Khalid, alias Majid, 9810702004;
IB officier Aftab, 9810702004; ACP Sanjeev Yadav, 9810058002; inspecteuren van
politie Lalit Mohan 9811980604 en Hardev Bhushan 9811980601. Ze gaven me ook een
mobiele telefoon met SIM 9873303646. Mijn mobiele nummer om met IB officieren te
spreken was 9873131845. Het is niet moeilijk voor iemand binnen een dienst of
media om de details achter deze nummers te achterhalen, om de waarheid boven te
krijgen." [9]
De handgranaten van de Hofstadgroep
In november 2004
belegerde de politie van Den Haag een huis in de Haagse Antheunisstraat waar
zich "terroristen" schuil zouden houden. Bij het binnenvallen van het huis wordt
een granaat gegooid naar de politie, die ontploft. De bewoner van het pand was
Jason W., die ondertussen vele jaren gevangenisstraf heeft gekregen voor zijn
rol in de Hofstadgroep. Jason W. was in het huis in de Antheunisstraat terecht
gekomen na uit huis gegaan na langdurige ruzie met zijn moeder. Op een gegeven
moment werd hij telefonisch benaderd met een aanbod om als "kraakwacht" het huis
in de Haagse Antheunisstraat te gaan bewonen. Een aanbod dat via de telefoon
werd gedaan, en dat afkomstig was van het hoofdkantoor van de AIVD in
Leidschendam. Jason W. ging gretig op het aanbod in. Op deze manier lokt de AIVD
Jason W. naar een speciaal geprepareerde huis, in ruime mate voorzien van
afluisterapparatuur. Alle gesprekken in het pand aan de Haagse Antheunisstraat
werden vanaf dat moment opgenomen. Alles, maar dan ook alles werd gevolgd.
Vervolgens dook ene
Saleh B., een 28-jarige Rotterdammer van Marokkaanse afkomst, op die zich
bevriende met Jason W. Hij bezoekt het huis vol microfoons regelmatig en begon
over tijd een steeds grotere "sturende rol" te spelen in de Hofdstadgroep. Het
was Saleh B. die geweld tegen "ongelovigen" begon te propageren onder de
jongeren van de Hofstadgroep.
Televisieprogramma
Netwerk heeft geopenbaard dat de granaat die later naar het arrestatieteam werd
gegooid tijdens de inval in het pand, was geleverd door deze Saleh B. Saleh
speelde een dubbelspel binnen de Hofstadgroep. Hij was informant van de
inlichtingendienst AIVD en bracht in totaal vier handgranaten de Hofstadgroep
binnen. Na deze transactie was het dezelfde AIVD die justitie en politie
waarschuwde betreffende de Hofstadgroep. Justitie en politie besloten daarop tot
ingrijpen, maar zij kregen van de AIVD niet te horen dat Saleh B. de leden van
de Hofstadgroep handgranaten had geleverd, en dat dezen aanwezig waren in het
pand. Toen bij de politie-inval één granaat werd gebruikt, was de politie dan
ook volkomen verrast.
Informant Saleh B.
was in diverse terreuronderzoeken in beeld, maar werd nooit als verdachte
aangemerkt of gearresteerd. Na de bekendwording van de rol van Saleh B. werd hij
plotseling wel gearresteerd, maar uiteindelijk zonder aanklacht weer
vrijgelaten. [10]
De "Pro-actie, Preventieve Operaties Groep"
In de
zomer van 2002 kwam een onderzoekscommissie van het Amerikaans Ministerie van
Defensie met het voorstel tot oprichting van een nieuwe geheime dienst, zogezegd
"ter bestrijding van de terreur". Deze dienst, die de naam
"Proactieve,
Preventieve Operaties Groep (Proactive, Preemptive
Operations Group , oftewel P2OG)" meekreeg, zou uit honderd elite troepen
moeten bestaan en zou als doelstelling hebben "het uitlokken van
terroristische groepen tot gewelddadige handelingen, waardoor zij zich zullen
blootstellen aan een tegenreactie door Amerikaanse strijdkrachten". Volgens
het voorstel zou de P2OG een budget van 100 miljoen dollar toebedeeld moeten
krijgen en de volgende typen van activiteiten ontplooien om genoemd doel te
realiseren:
-
Moord op
familieleden van terreurgroepen
-
Bewapenen van
terreurgroepen
-
Deelnemen aan
terreurgroepen, om hen te kunnen sturen tot het aanvallen van burgerdoelen
Als dan eenmaal in
reactie op de terreur door de P2OG de door de Amerikanen gewenste terreurslag
plaats zou hebben gevonden, dan zou het Amerikaanse leger korte metten moeten
maken met de regimes die beschuldigd kunnen worden van steun aan de terroristen.
Kort samengevat,
volgens het voorstel tot de oprichting van de Proactie, Preventieve Operaties
Groep zou de Amerikaanse overheid terreuraanslagen plaats moeten laten vinden,
en dus onschuldige burgers moeten vermoorden, in de hoop dat terroristen hierop
reageren, omdat dan het Amerikaanse leger met rechtvaardiging in actie kan
komen. [11]
De Britse geheime diensten in Irak
Op de 19e
september 2005 kwam het op het centrale plein in de Zuid-Irakese stad Basra
(Zuid-Irak) tot een vuurgevecht tussen twee mannen in de Arabische kledij en de
lokale politie. Basra is een stad met een meerderheid sji'itische moslims als
inwoner, en de Arabische kledij is hetgeen waardoor de soennitische moslims in
Basra onderscheiden kunnen worden van sji'itische moslims. De twee mannen reden
in een Toyota die zwaar beladen leek, kort voor de aanvang van een sji'itische
festiviteit, en gedroegen zich vreemd. Toen de politie hen staande hield openden
de twee mannen het vuur en doodden een politieagent. Na een kort vuurgevecht
gaven de twee mannen zich uiteindelijk over en werden gearresteerd. Eenmaal
aangekomen in de gevangenis van Basra bleken de twee mannen Britten te zijn van
de speciale SAS legereenheid, die zich als soennitische Arabieren hadden
verkleed. En bij nadere inspectie van de wagen waarin zij reden bleek dat deze
volgepakt was met explosieven. Ook werden ontstekingsmechanismen gevonden
waarmee de auto midden op het plein van een afstand tot ontploffing gebracht zou
kunnen worden. Kort na de arrestatie, echter, belegerden Britse soldaten de
gevangenis waar de twee SAS soldaten vastgehouden werden. Middels tanks maakten
ze een gat in de muur van de gevangenis, bevrijdden hun collega's, en
vertrokken. [12]
Bij de foto:
De twee Britse SAS soldaten gearresteerd in Basra
De Belgische spion / terrorist
Toen de Marokkaanse
politie in februari 2008 een "terroristische groepering" oprolde was dit ook in
België groot nieuws. Onder de arrestanten was namelijk een Marokkaan met een
Belgisch paspoort, iemand die vele jaren in België had gewoond: Abdelkader
Belliraj. Hij zou de leider zijn van een Islamitisch terreurnetwerk en onder de
berichten die betreffende hem naar buiten werden gebracht door de Marokkaanse
politie was ondermeer dat hij in 2001 een bezoek had gebracht aan Ayman al
Zawahari, de tweede man van Al Qaeda. De terreurgroep van Belliradj zou zes
moorden hebben gepleegd in België, in de periode 1986 - 1989, op ondermeer een
Brusselse imam en op een vooraanstaand lid uit de joodse gemeenschap. Deze beide
slachtoffers stonden bekend om hun verdraagzame houding en riepen regelmatig op
tot vreedzame co-existentie tussen joden en moslims. Het "Islamitische
terreurnetwerk" van Belliraj zou zichzelf gefinancierd hebben door het plegen
van roofovervallen in België en Luxemburg, ondermeer de spectaculaire overval op
het hoofdkantoor van een waardetransporteur in Luxemburg die destijds de "kraak
van de eeuw" genoemd werd. De terreurgroepering zou volgens de Marokkaanse
politie aanslagen hebben beraamd op politici, hooggeplaatste militairen en joden
in Marokko. De organisatie zou naast Al Qaeda ook banden onderhouden met de
sji'itische Hezbollah.
Maar, al snel bleek
Belliradj jarenlang als spion voor de Belgische Staatsveiligheid te hebben
gewerkt. In de periode dat de Staatsveiligheid geleid werd door Albert Raes, die
later ereconsul van België in Marokko werd, was Belliradj in dienst getreden. Zo
was het bijvoorbeeld in opdracht van de Staatsveiligheid dat Belliradj naar
Afghanistan was gereisd om Al Qaeda te ontmoeten. Een reis die dan ook betaald
was door de Staatsveiligheid.
Conclusie
Dit is de ware
geschiedenis van de geheime diensten en het "terrorisme". De lezer zij
gewaarschuwd, derhalve, voor de volgende keer dat de geheime diensten weer een
in het nieuws komt berichten over "Islamitisch terrorisme". Want uit de genoemde
voorbeelden blijkt dat de geheime diensten, de zogenaamde "veiligheidsdiensten"
die zichzelf graag de rol van beschermers van het volk en strijders tegen het
"terrorisme" toedichten, op nog drie additionele manieren in relatie tot het
terrorisme staan. Uit de geschiedenis van het "terrorisme" is gebleken dat niet
zelden de geheime diensten zelf de terroristen zijn. Zoals in het voorbeeld van
Irak en het voorbeeld van Operatie "Noordelijke Bossen". In ander gevallen waren
het de geheime diensten die de terroristen hielpen, en hen hun gang lieten gaan.
Zoals in het voorbeeld van Ierland en aanslagen in Madrid. En in weer andere
gevallen waren het de geheime diensten die de mensen aanspoorden om terrorist te
worden en hen vervolgens hielpen om terreur te kunnen plegen. Zoals in het
voorbeeld van de Hofstadgroep in Nederland.
Een echte
bescherming tegen het "terrorisme" vormen de geheime diensten dus allerminst.
Het "terrorisme" is voor deze zogenaamde "veiligheidsdiensten" veel eerder een
middel, een instrument waarmee zij niet zelden hun doelstellingen proberen te
bereiken. Doelstellingen zoals om steun bij het publiek te vergaren voor een
bepaalde politieke beslissing, zoals een invasie van een ver weg gelegen land of
beperking van de privacy van de mensen. Of om ongewenste elementen uit de weg te
ruimen, mensen die niet meewerken met de plannen die de heersers hebben. Of om
mensen tegen elkaar op te zetten, om hen zo eenvoudiger te kunnen onderdrukken
zoals in Irak. Of om te voorkomen dat de mensen naar de waarheid luisteren
wanneer deze tegen hen gesproken wordt, zoals in het geval van de "Oorlog tegen
Islam".
[1] The National Security Archive: “Pentagon Proposed Texts for Cuba Invasion in 1962”, 30 april 2001, www.gwu.edu/~nsarchiv/news/20010430/index.html
[2] Daniele Ganser: “NATO’s secret armies: Operation Gladio en Terrorism in Western Europe”, www.scribd.com/doc/294202/Daniele-Ganser-NATOs-Secret-Armies-Operation-Gladio-and-Terrorism-in-Western-Europe
[3] Michael S. Rose: “Britain’s Dirty War with the IRA”, Catholic World News, juli 2003, www.cwnews.com/news/viewstory.cfm?recnum=23828
[4] www.infowars.net/articles/february2007/050207FRU.htm
[5] Louis Sévèke: “Overheid moet eigen rol bij ‘terreur’ niet verdoezelen”, NRC Handelsblad, 3 november 2005, www.louisseveke.nl/node/53
[6] Buro Jansen & Jansen: “De mist van aanslagen”, 5 september 2007, www.burojansen.nl/artikelen_item.php?id=368
[7] Idem noot 3
[8] Sebastian Rotella: “Swiss Spy in War of Words”, LA Times, 22 mei 2006, www.fairuse.100webcustomers.com/fuj/latimes42.htm
[9] The Times of India
[10] www.buitendeorde.nl/1604/art.php?art=19
[11] Chris Floyd: “The Pentagon Plan to Provoke Terrorist Attacks”, Counterpunch, 1 november 2002, www.counterpunch.org/floyd1101.html
[12] Michel Chossudovsky: “British Undercover Soldiers Caught Driving Booby Trapped Car”, www.globalresearch.ca/index.php?context=viewArticle&code=20050920&articleId=972
|