|
Islam heeft de mens niet
verplicht om geld te gebruiken bij ruilhandel. Juist integendeel, Islam heeft
de mens vrij gelaten om zelf te bepalen wat hij wil ruilen bij ruilhandel. De
mens mag goederen ruilen voor goederen, goederen voor diensten, diensten voor
goederen en diensten voor diensten. Zolang het bezit van het goed of de verrichting
van de dienst niet door Islam verboden is, is ruil tussen hen toegestaan. Dus
men mag zijn auto ruilen voor een huis, men mag kleding geven in ruil voor
arbeid en men mag werken in ruil voor eten. Echter, de meeste handel betreft een
ruil van een goed of een dienst voor geld. Want geld is een instrument waarmee
de mens het verhandelen van goederen en diensten makkelijker heeft gemaakt.
Middels geld, namelijk, kan men de waarde van goederen en diensten uitdrukken
in een taal die iedereen begrijpt. Men kan zeggen "het kost drie euro" en dat
stelt de meeste mensen in staat om in te schatten of dit duur is, of goedkoop,
of rechtvaardig. Daarentegen, wanneer men zegt "het kost drie eieren" dan is
het voor de meeste mensen veel moeilijker om deze inschatting te maken.
Bovendien is geld het object dat in ruil voor goederen en diensten gegeven kan
worden dat iedereen accepteert. Terwijl niet iedereen eieren accepteert in ruil,
enkel de persoon die toevallig graag eieren wil hebben of die toevallig iets
wil kopen dat met eieren betaald moet worden. Alhoewel Islam het ruilen
(grotendeels) vrij heeft gelaten heeft het de mens niet vrijgelaten om zelf te
bepalen wat geld is en wat de waarde van het geld is. Als onderdeel van het
economisch systeem van Islam heeft Allah (swt) namelijk bepaald dat goud en
zilver gebruikt moeten worden als geld. De bewijzen hiervoor zijn de volgenden:
Ten eerste, het
Islamitische verbod op het oppotten van geld noemt specifiek het oppotten van
goud en zilver:
"En degenen, die goud
en zilver oppotten (jeknizoene) en het niet voor de zaak van Allah besteden,
deel hun het nieuws van een pijnlijke straf mee. Op de Dag, waarop het (geld)
in het Vuur der hel verhit zal worden en hun voorhoofd, hun zijden en hun rug
er mede zullen worden gebrandmerkt, (wordt hun gezegd:) ‘Dit is hetgeen gij
voor uzelf hebt vergaard, ondergaat daarom nu (de gevolgen van) hetgeen gij
voor uzelf verzameld hebt'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de
Koran, soera At Tauba 9, vers 34 - 35)
Het word dat in dit vers
gebruikt wordt voor oppotten, jeknizoene dat afkomstig is van kanz,
verwijst naar het oppotten van geld. Voor het oppotten van andere vormen van
rijkdom buiten geld gebruiken de Arabieren namelijk het woord ihtikar en
niet het kanz van dit vers. De betekenis van kanz is beperkt tot geld. Dus Allah
(swt) noemt goud en zilver wanneer hij het verbod op het oppotten van geld bespreekt.
Wat betekent dat goud en zilver het geld zijn volgens Islam.
Dinar of dollar?
Ten tweede, de
Islamitische regels die gebruik maken van een waardebepaling verwijzen allen
naar een bepaalde hoeveelheid goud of zilver. Waardebepaling is een van de rollen
die geld vervult en dus blijkt uit deze Islamitische regels dat geld in Islam
uit goud en zilver moet bestaan. De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Het
bloedgeld voor iedere ziel zal honderd kamelen zijn ... en voor degenen die in
goud handelen zal het duizend dinar zijn. (An Nisa'i)
En de Boodschapper van
Allah (saw) heeft gezegd: De hand (van de dief) wordt afgehakt voor de
diefstal met een waarde van een kwart dinar of meer. (Boechari)
De dinar was de munt
waarvan de Arabieren reeds de komst van de Boodschapper van Allah (saw) gebruik
maakten en deze representeerde een bepaalde hoeveelheid goud. Het feit dat
Islam in deze wetten dus een bepaalde hoeveelheid goud tot maatstaf heeft
gemaakt, bewijst dat de waardebepaling middels goud gedaan moet worden.
Oftewel, dat goud het geld moet zijn van Islam.
Ten derde, de
Boodschapper van Allah (saw) heeft het gebruik van goud en zilver als geld
waargenomen en goedgekeurd. Het geld dat ten tijde van de Boodschapper van
Allah (saw) door de Qoraiesj van Mekka gebruikt werd was het geld van de
Byzantijnen en de Perzen. Wanneer de Qoraiesj handelden met de Byzantijnen dan
accepteerden ze de Byzantijnse dinar in betaling, en deze dinar was gemaakt van
goud. Wanneer de Qoraiesj handelden met de Perzen dan accepteerden ze de
Perzische dirham in betaling, en deze dirham was gemaakt van zilver. In Mekka
gebruikten de mensen de dinar en de dirham en bepaalden ze de waarde van de
munten op basis van de hoeveelheid goud danwel zilver die ze bevatten. Ze wogen
de munten en bepaalden zo de waarde die ze vertegenwoordigden. Ze gebruikten
dus effectief goud en zilver als geld. De Boodschapper van Allah (saw) heeft
deze praktijk expliciet goedgekeurd toen hij zei: De maat voor gewicht is de
maat voor gewicht van de mensen van Mekka... (Aboe Dawoed, An Nisa'i)
Al Baladhri heeft
overgeleverd van ‘Abdoellah bin Tha'alaba bin Sa'ier: "Dinars van Heraclius (de
Byzantijnse keizer, vert.) kwamen tot de mensen van Mekka ten tijde
van Djahiliyya (letterlijk "onwetendheid", oftewel voor de komst van Islam),
evenals dirhams van Al Foers al Boeghliyya (de Perzen), en wanneer zij
met hen handelden dan beschouwden zij hen als enkel erts. De mithqaal (basis
voor de bepaling van gewicht) was bekend bij hen, een gewicht van tweeëntwintig
karaat minus een fractie. Tien dirhams wogen zeven mithqal en het pond was
twaalf ons waarbij ieder ons veertig dirhams was. De Boodschapper van Allah
(saw) stemde hiermee in, en zo deden ook Aboe Bakr (ra), ‘Oemar (ra), ‘Oethman
(ra) en ‘Ali."
De Byzantijnse dinar woog
één mithqaal, oftewel tweeëntwintig karaat minus een fractie, oftewel twintig
karaat. Deze mithqaal werd gewogen als tweeënzeventig gerst-zaden waarvan de
kleine randen afgesneden waren, of zesduizend zaden van de wilde mosterd van
gemiddelde grootte (niet groot, niet klein). Deze dinar gebruikte de
Boodschapper van Allah (saw) bij de bepaling van het bloedgeld en de diefstal
waarvoor de hand afgehakt moet worden.
Ten vierde, in de
wetgeving van Allah (swt) betreffende de zakaat wordt goud en zilver gebruikt
voor de zakaat op geld. Een halve dinar voor iedere twintig dinar en vijf
dirham voor iedere tweehonderd dirham.
Ten vijfde, de wetgeving
betreffende de ruil tussen verschillende munten is uiteengezet middels
verwijzingen naar goud en zilver. De Boodschapper van Allah (saw) heeft
hieromtrent gezegd: Ruil goud voor zilver zoals jullie willen, maar van hand
tot hand (oftewel zonder uitstel, vert.). (At Tirmidhi)
En: Goud voor zilver
zou riba (rente) zijn, tenzij het van hand tot hand gaat. (Al
Boechari)
Geld
in de Islamitische Staat Al Khilafa
Tijdens het leven van de
Boodschapper van Allah (saw) bleven de moslims gebruik maken van de gouden en
zilveren munten geslagen door de Byzantijnen en de Perzen. Ook tijdens het
leven van Khalifa Aboe Bakr (ra) bleef dit het geval. In de tijd van Khalifa
‘Oemar (ra) werden additionele teksten geslagen in de zilveren dirham munten
van de Perzen, zoals "In naam van Allah" en "In naam van Allah mijn heer". Uiteindelijk
gaf Khalifa ‘Abdelmalik in het jaar 75 Hidjri (695 naar christelijke
jaartelling) opdracht om volledig nieuwe munten te slaan voor de Islamitisch
Staat. In de munten van ‘Abdelmalik was de tekst "Allah de Ene, Allah de
Eeuwige" geslagen in de Koefische stijl van schrijven. Na ‘Abdelmalik sloegen
al de Kaliefen hun eigen munten, tot aan het einde van de Islamitische Staat in
1924 naar christelijke jaartelling. De munt was gewoonlijk beslagen met de sjahada
(Islamitische geloofsgetuigenis), de uitspraak die zegeningen over de
Boodschapper van Allah (saw) afroept en soms verzen van de Edele Koran. Soms
vermelde één van de twee zijden van de munt de Khalifa tijdens wiens bewind de
munt geslagen was.
Bij de tabellen: De munten gebruikt door
de Islamitische Staat, hun gewicht en waarde
Omdat goud en zilver als
geld dus behoort tot de Sjari'a van Islam, zal ook de komende Islamitische
Staat Al Khilafa goud en zilver als geld nemen. Waardebepalingen zullen in de
komende Islamitische Staat Al Khilafa dus gedaan worden middels goud of zilver
en de algemeen geaccepteerde media van transactie zullen goud en zilver zijn.
Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat de mensen in de komende Islamitische
Staat Al Khilafa met goud en zilver in hun portemonnee rond zullen moeten
lopen. Islam staat het de staat toe om bankbiljetten uit te geven waarmee de
mensen hun dagelijkse handelstransacties kunnen verrichten, op voorwaarde dat
deze bankbiljetten een bepaalde hoeveelheid goud of zilver vertegenwoordigen;
en dat deze bankbiljetten op ieder gewenst moment ingewisseld kunnen worden
voor deze hoeveelheid goud of zilver; en dat er geen maximum noch minimum
gesteld wordt aan de hoeveelheid goud of zilver die gevraagd kan worden in ruil
voor de bankbiljetten. Als aan deze voorwaarden voldaan wordt, namelijk, dan
zijn de bankbiljetten slechts vertegenwoordigers van een bepaalde hoeveelheid
goud of zilver. En dan zijn goud en zilver dus nog immer de echte basis waarop
de transacties gefundeerd worden.
Zo kan het probleem dat
veel van de dagelijkse transacties een kleinere waarde vertegenwoordigen dan zelfs
kleinste munten van goud of zilver, opgelost worden. Een andere optie die Islam
toestaat zou zijn om kleine hoeveelheden goud of zilver te mengen met een ander
basismateriaal, zodat een muntstuk van praktische grootte slechts een fractie
aan goud of zilver bezit, waardoor het slechts een kleine waarde bezit. Ten
slotte is het is ook mogelijk dat de Islamitische staat specifiek voor de
kleine transacties in het leven munten uitgeeft van andere materialen dan goud
of zilver zoals koper of nikkel. De waarde van deze munten moet dan wel worden
vastgesteld op basis van hun materiaalwaarde. Met andere woorden, de waarde
munten moet dan wel gelijk zijn aan de waarde van het materiaal waaruit ze
bestaan. Zodat de ruil feitelijk tussen enerzijds een goed of dienst is, en
anderzijds het materiaal waaruit het muntstuk bestaat. Waardoor deze munten
niet werkelijk geld worden.
De
voordelen van goud en zilver als geld
In het eerdere artikel
"De realiteit van geld in het westen" is een kritiek van geld zonder
intrinsieke waarde genoteerd. Één van de zwaarst wegende punten hierin was het
feit dat economieën die gebruik maken van bankbiljetten en munten die geen
echte waarde hebben, wiens waarde dus gefundeerd is in vertrouwen, feitelijk
volledig gecontroleerd worden door degene die het geld controleert. In dit
systeem kan degene die het geld controleert geld creëren vanuit niets en geld
doen verdwijnen in het niets. Hieruit resulteert de welbekende economische
cyclus van economische groei (groei in de waarde van de economische transacties
in een land) gevolgd door economische recessie (afname van de groei in de waarde
van de economische transacties in een land), af en toe afgewisseld door een
economische depressie (afname in de waarde van de economische transacties in
een land). En hieruit resulteert het verschijnsel van inflatie, waardoor het
geld over tijd alsmaar minder waard wordt en de prijzen alsmaar verder stijgen.
Het economisch systeem
dat goud en/of zilver gebruikt als geld kent deze problemen niet. In deze
economie zal het geld een reële waarde hebben, omdat goud en zilver een reële
waarde hebben. Deze reële waarde van goud en zilver resulteert ondermeer uit
het feit dat zij eerst aan de grond ontwonnen moeten worden, wat van een kost
gepaard gaat. Bovendien zal in het economisch systeem dat goud en zilver
gebruikt als geld niemand bestaan die de ganse economie in zijn greep houdt
omdat hij het geld controleert. Niemand zal al het geld kunnen controleren in
het economisch systeem dat goud en/of zilver gebruikt als geld, tenzij hij al
het goud en al het zilver controleert. En dit is een praktische onmogelijkheid.
Omdat het goud en zilver aan de grond ontwonnen moeten worden kan de
hoeveelheid geld in omloop ook niet gemanipuleerd kunnen worden. Men kan de
hoeveelheid geld dus niet plotsklaps of over tijd toe laten nemen, zoals dit in
het systeem van geld zonder intrinsieke waarde gebeurd. Uit de plotselinge en
over tijd verspreide toename van de hoeveelheid geld in circulatie resulteert
inflatie, en dus zal goud en zilver als geld inflatie effectief voorkomen. In
het systeem dat goud en zilver als geld heeft zullen de prijzen stabiel zijn en
niet significant veranderen over tijd.
Een verder voordeel van
goud en zilver als geld resulteert uit het feit dat de mensen hier een voorkeur
voor hebben. De mensen zullen liever goud en zilver als geld aanhouden omdat dit
een echte waarde heeft die niet afhankelijk is van het beleid van regeringen, in
plaats van geld zonder intrinsieke waarde dat enkel waarde heeft omdat mensen
er vertrouwen in hebben dat het een bepaalde waarde heeft en wiens waarde wel
afhankelijk is van het beleid van regeringen. Dit betekent dat het geld dat uit
goud en/of zilver bestaat de reserve geldeenheid van de wereld zal worden en
dat het geld van alle andere landen gewaardeerd zal worden ten opzichte van dit
geld dat bestaat uit goud en/of zilver. Dit betekent effectief dat alle
munteenheden in de wereld gebaseerd zullen worden op goud en/of zilver. Want als
de waarde van munt A een bepaalde hoeveelheid van munt B is, terwijl munt B van
goud en/of zilver is, dan is de waarde van deze munt A feitelijk ook een
bepaalde hoeveelheid goud en/of zilver. Dit is onvermijdelijk als een land
eenmaal goud en/of zilver adopteert als geld, want als de waarde zonder
intrinsieke waarde iedere dag veranderd wordt ten opzichte van de munt die
bestaat uit goud of zilver, dan zal uiteindelijk niemand de munt zonder
intrinsieke waarde nog willen hebben. Omdat men dan bij deze munt nooit zeker
zal zijn wat deze de volgende waard zal zijn en wat men dan met deze zal kunnen
kopen. Dus als de wisselkoers tussen de munt zonder intrinsieke waarde en de munt
met intrinsieke waarde zal fluctueren, dan zullen de mensen over willen
schakelen op de munt met intrinsieke waarde. Zo zal de munt zonder intrinsieke
waarde gedwongen worden om een vaste waarde te hebben ten opzichte van de munt met
intrinsieke waarde, en dus een vaste waarde ten opzichte van goud en/of zilver.
Zo zullen vaste wisselkoersen ontstaan tussen al de munteenheden in de wereld.
En hierdoor zal de internationale handel aangespoord worden. Omdat het huidige
obstakel voor internationale handel - de wisselkoersschommelingen die het
onzeker maken hoeveel men zal verdienen aan internationale handel - hierdoor zal
verdwijnen.
Is
goud en zilver als geld een reële optie?
De enige vraag die dan
nog gesteld moet worden is: is er wel genoeg goud en/of zilver in de wereld om
terug te keren naar goud en/of zilver als geld? Een eerste antwoord op deze
vraag is een verwijzing naar de geschiedenis, want tot in de twintigste eeuw
gebruikten al de landen in de wereld goud en/of zilver als geld. En er was in
al de honderden jaren voorafgaand aan de twintigste eeuw altijd genoeg goud en
zilver om dit systeem draaiende te houden op de correcte wijze. Men zou kunnen
zeggen dat de wereldeconomie sindsdien enorm gegroeid is, maar in reactie
hierop moeten twee dingen gezegd worden. Ten eerste, de prijzen van goederen
passen zich aan de hoeveelheid geld die beschikbaar is. In het systeem van geld
zonder intrinsieke waarde wordt alsmaar meer geld beschikbaar gemaakt, waardoor
de prijzen stijgen en inflatie ontstaat. Daarentegen, indien de economie
groeit, oftewel als er meer handelstransacties plaats vinden, terwijl de
hoeveelheid geld in omloop gelijk blijft, dan dalen de prijzen en ontstaat
deflatie. Er bestaat dus een natuurlijk mechanisme dat de hoeveelheid goud en
zilver altijd voldoende zal laten zijn. Dit ten eerste. Ten tweede, niet enkel
is de economie gegroeid in de twintigste eeuw, de hoeveelheid goud en zilver in
de wereld is eveneens gegroeid. De wereldgoudproductie piekte in 2001 tot 2,600
ton en schommelt sindsdien rondom de 2,500 ton per jaar.
Wanneer het tegenwoordig
lijkt alsof er een te kort aan goud in de wereld is, wat men zou kunnen
begrijpen uit het feit dat de goudprijs de voorbije jaren explosief gestegen
is, dan doet men er goed aan zich te herinneren waarom precies goud zoveel
gevraagd wordt vandaag de dag. De reden is de instabiliteit die veroorzaakt
wordt door de systemen die gebruik maken van geld zonder intrinsieke waarde.
Omdat deze systemen de wereld regeren bestaat er een grote vraag naar goud als
"hedge" (verzekering). Omdat de wereld zo instabiel is met deze systemen willen
de mensen goud aanhouden, om zich te verzekeren tegen de kwalijke gevolgen die
deze systemen hebben zoals inflatie. Daarom is de goudprijs gestegen de
voorbije jaren, niet omdat er te weinig goud is. Daarentegen, wanneer het geld
weer zal bestaan uit goud en/of zilver, dan zal er niet langer een noodzaak
zijn om goud aan te houden als "hedge". Het goud dat bestaat zal dus uit de
kluizen komen en weer gebruikt worden om handelstransacties te mee te doen.
Ten slotte, de komende
Islamitische Staat Al Khilafa is als beste gepositioneerd om de terugkeer van
goud en zilver als geld plaats te laten vinden. Ten eerste omdat de landen van
komende Islamitische Staat Al Khilafa zelf grote hoeveelheden goud produceren.
Landen zoals Indonesië, Ghana, Kazachstan, Oezbekistan, Marokko en Mauritanië
hebben allemaal significante goudmijnen. Indonesië heeft zelfs de grootste
goudmijn ter aarde (de grasberg-mijn die geëxploiteerd wordt door de
Amerikaanse onderneming Freeport-McMoran). Ten tweede omdat de komende
Islamitische Staat Al Khilafa vanaf de eerste dag van haar bestaan meer zal
exporteren dan zij zal importeren, daar de komende Islamitische Staat Al
Khilafa ondermeer de olie- en gasproductie van de wereld zal domineren. Dus zal
goud en zilver vanuit de rest van de wereld het land instromen om de aankopen
van hetgeen de komende Islamitische Staat Al Khilafa produceert te bekostigen.
Bovendien zal de komende Islamitische Staat Al Khilafa er een economisch beleid
op na houden dat streeft naar onafhankelijk van andere landen. En dus niet het
beleid dat de westerse koloniale machten middels hun agenten in de landen van
de moslims deze landen opleggen, waaronder er wordt geconcentreerd op de
productie van één of slechts enkele goederen voor export om zo de import van al
het andere te kunnen bekostigen. Dit beleid maakt landen afhankelijk van andere
landen in de wereld, waardoor men uitgebuit zal worden (zoals we kunnen zien
gebeuren in het voorbeeld van de landen van de moslims!) door de andere landen
van de wereld. En ten derde omdat er achter de implementatie van goud en zilver
als geld in de komende Islamitische Staat Al Khilafa een ideologische overtuiging
schuil zal gaan. Het zal dus niet gedaan worden om het profijt te zoeken,
alhoewel het zoals aangetoond groot profijt zal brengen, wat altijd de kans
laat bestaan dat het gestopt wordt als de belangen veranderen. Dus de wereld
zal vertrouwen hebben in het geld van de in de komende Islamitische Staat Al
Khilafa en dus zaken met haar willen doen. En dit alles zal de implementatie
van goud en zilver als geld in de in de komende Islamitische Staat Al Khilafa
tot een succes zal maken.
|