zondag 12 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home arrow De weg naar geloof arrow 2006 arrow Inleiding
Inleiding Afdrukken E-mail
zaterdag 30 december 2006

Waarom toch is in de westerse wereld discussie of zelfs denken over geloof tot in de sferen van taboe verdreven, tot het punt dat mensen zich schamen om anderen uit te nodigen naar hun geloof? Een belangrijke reden hiervoor is het idee dat het bestaan van een Oermacht ontkent en de macht en invloed die dit heeft vergaard. Volgens de aanhangers ervan is religie en aanbidding van een Oermacht typerend voor de pre-moderne, irrationele en onwetende mens. En onder invloed van dit idee is geloven bij velen synoniem geworden voor irrationeel en achterlijk, ouderwets en onbegrijpelijk, wat veel mensen angstig maakt om te discussiëren over hun geloof, bang om dan zelf met irrationeel en achterlijk geassocieerd te worden.

Een andere belangrijke reden is de komst van het idee van secularisme, het idee van scheiding van religie van het leven. Dit idee stelt dat te allen tijde de mens zelf het leven vorm moet geven, en dat vooral een Oermacht -of deze nu bestaat of niet- zich hiermee niet mag bemoeien. Deze opvatting heeft de behoefte aan en de noodzaak tot discussie over religie en aanbidding weggenomen, omdat het de Oermacht irrelevant maakt: Zijn bestaan of niet bestaan doet er niet toe, Hij mag zich toch nergens mee bemoeien. Deze twee ideeën zijn de voornaamste redenen voor de min of meer volledige verdwijning uit het publieke leven van discussie en denken over geloof.

Betreffende dit laatste idee, het seculier idee, eigenlijk volstaat het volstrekt niet als argument om het denken en discussiëren over geloof te laten. De onjuistheid van dit argument dat stelt dat geloof irrelevant is voor het leven, schuilt in het feit dat ieder geloof als fundamenteel onderdeel kent het geloof in verantwoordelijkheid voor de daden, oftewel het geloof in een beoordeling van de mens na het huidige leven door de Oermacht. Dus men kan feitelijk geloof niet erkennen zonder tevens de rol van geloof in het leven te erkennen. Geloven is geloven in beoordeling van het leven van de mens door de Oermacht, oftewel bestraffing en beloning van de mens door de Oermacht, dus men kan niet geloof accepteren en tegelijkertijd stellen dat het zich niet met het leven mag bemoeien zoals het secularisme wel doet. Derhalve zou het idee van secularisme, deze immense tegenstrijdigheid die in haar verscholen gaat door geloof te erkennen en tegelijkertijd de fundamentele karakteristiek van geloof te ontkennen, zou de mens dus eigenlijk aan moeten zetten tot meer discussiëren en denken over geloof, in plaats van hem hier van weg te houden.

Degenen die het idee aanhangen dat het bestaan van een Oermacht ontkent zijn van mening dat geloof een uitvinding van de mensen zelf is, een overblijfsel uit de tijd dat de mens door gebrek aan kennis zijn realiteit niet kon begrijpen. Men verkondigt de opvatting dat de pre-moderne mens in al zijn onwetendheid de religie heeft gecreëerd, in een poging iets van controle te krijgen over de realiteit. Met een religie kon al dat niet begrepen werd aan de Oermacht toegeschreven worden, zodat men tenminste in de schijn kon leven dat dingen begrepen werden. Als zodanig ontbeert het geloof volgens deze mensen dus niet een reden voor bestaan maar eerder een noodzaak voor bestaan. Geloven was nuttig toen de mens niets wist, en dit onbegrip was de reden voor het bestaan van geloof want geloof was de enigste manier van omgaan met de onwetendheid. Maar in de huidige moderne tijd bestaat wetenschap en bestaat de grote onwetendheid van vroeger niet meer, stellen deze mensen, en in plaats van zich te wenden tot geloof kan de mens zich nu wenden tot de wetenschap om dingen te begrijpen. Met andere woorden, geloven is niet langer noodzakelijk want in de wetenschap bestaat er tegenwoordig een alternatief. Maar ook deze verklaring voor het continue bestaan van geloof onder ieder volk, overal op aarde, op iedere moment in de geschiedenis van de mensheid, weet allerminst te overtuigen.

Want immers, is het niet zo dat ook nu in de tijd van wetenschap veel, heel veel mensen, waaronder de grootsten van wetenschappers, nog altijd geloven? En buiten dit, het is belangrijk om in te zien dat de wetenschap de mens weliswaar ver vooruit heeft gebracht, maar dat het de mens toch zeker niet tot alwetendheid heeft geleid. En aan deze realiteit gaan de degenen voorbij die wetenschap als het superieure alternatief voor geloof zien. De wetenschap heeft de mens in staat gesteld om dingen te begrijpen, in de zin dat door middel van de wetenschap bijvoorbeeld de reden voor een zonsverduistering begrepen kan worden - de maan bevindt zich dan tussen zon en aarde. Maar de wetenschap kan nog altijd slechts gissen naar waarom aarde, maan en zon allen in de vaste baan bewegen die er toe leidt dat af en toe een zonsverduistering plaats vindt.

Degenen van onder de ontkenners van de Oermacht die deze blijvende beperking van de wetenschap wel erkennen zijn veelal geneigd om hierop te reageren door te stellen dat alhoewel de wetenschap alles nog niet alomvattend verklaren kan, dit nog geen reden is om te geloven in het bestaan van een Oermacht, omdat gezien de continue ontwikkeling in de wetenschap te verwachten is dat op enig later moment de wetenschap wel de alomvattende verklaring zal kunnen bieden. Dit argument voor ontkenning van de Oermacht, echter, is de ware liefhebber van de wetenschap onwaardig omdat zij hoogst onwetenschappelijk is. In de wetenschap behoort men eerst en vooral objectief te zijn. Maar dit argument sluit op voorhand een mogelijke verklaring voor de waarneming uit, zonder dit verder te kunnen beargumenteren, en dit is niet objectief. Het is onwetenschappelijk de mogelijkheid dat een Oermacht bestaat bij voorbaat reeds te verwerpen zonder over feitelijke onderbouwing hiervoor te beschikken.

Samenvattend, wanneer men het bestaan van geloof accepteert dan kan men niet vervolgens zeggen dat dit geloof er niet toe doet in het leven, want ieder geloof vereist van de gelovige dat zij tot middelpunt van het leven genomen wordt. Het seculier argument is derhalve geen argument om discussie over geloof te laten. Integendeel, haar antwoord op bijvoorbeeld de vraag "moet de mens geloven?" zijnde "het doet er niet toe", versterkt in de mens feitelijk het verlangen om te discussiëren over geloof. En men kan en mag zeggen dat geloof irrationeel is omdat er niet zoiets als een Oermacht bestaat, en dat voor deze reden niet over geloof gediscussieerd zou moeten worden, maar een stelling als deze zou met argumenten onderbouwd moeten worden. Enkel wanneer deze argumenten ijzersterk zijn, van het niveau dat ze ieder mogelijk argument voor een andere opvatting van tafel vegen, dan zou een reden bestaan om discussie over geloof te laten voor wat het is. Maar geen van de voorstanders van deze opvatting heeft ooit dergelijke argumenten aan kunnen dragen.

Kortom, ook al bestaat er een taboe rond geloof, denken over geloof, oproepen tot geloof en zelfs discussiëren over geloof, definitieve argumenten ter rechtvaardiging van dit taboe bestaan niet. Er bestaat dus nog altijd een reden voor discussie en denken over geloof, ja zelfs een noodzaak tot discussie en denken over geloof. Discussie over geloof zou daarmee alles behalve dood moeten zijn zoals het nu is, en veel eerder levendig en opwindend. Want zeer zeker, voor het wezen met verstand is de grootste schande dat zonder zekerheid -dus zonder te hebben gediscussieerd en nagedacht!- voortgegaan wordt in het leven, willekeurig welk idee betreffende de Oermacht is geaccepteerd.

Deze publicatie wenst zich dan ook niets aan te trekken van de heersende opinie betreffende discussie over geloof. Om zekerheid over geloof terug duidelijk te maken zal het beargumenteren dat geloven niet hoort bij de enkel onwetende mens, maar dat het hoort bij de mensheid ongeacht de stand van wetenschap en kennis. Het zal beargumenteren dat geloven in feite natuurlijk is voor de mens. Ten tweede zal het beargumenteren dat geloven een noodzakelijkheid is voor de mens, en dat juist de denkende mens dit in zal kunnen zien. En ten derde, om zekerheid in geloof mogelijk te maken zal het uiteenzetten hoe de mens behoort te denken over geloof.

In de hoop vervolgens tezamen met de lezer de weg naar het juiste geloof te kunnen bewandelen.

Ir. 'Ali Ihsaan Puylaert
1 juni, 2006

< Vorige
 [ Arabisch ]