|
Het niveau van denken: oppervlakkig denken |
|
|
|
zaterdag 30 december 2006 |
|
De zekerheid die de verstandelijke manier van denken biedt is afhankelijk van het niveau waarop gedacht wordt. Met de beschikking over inzicht in de realiteit van het verstandelijk denken is duidelijk dat de juistheid van het oordeel van het verstand afhankelijk is van de voorkennis waarop het oordeel gebaseerd wordt. Is deze voorkennis onjuist, dan zijn al de oordelen die hierop gebaseerd worden evenzo onjuist, ongeacht de waarnemingen waarmee de voorkennis in relatie wordt gebracht door de hersenen. Bij het bestaan van juiste voorkennis, vervolgens, is de juistheid van het oordeel afhankelijk van het aantal waarnemingen en de kwaliteit van de waarnemingen waarop men zich bij het oordelen baseert. Of in andere woorden, bij het bestaan van juiste voorkennis is de juistheid van het oordeel afhankelijk van het niveau waarop verstandelijk gedacht wordt.
Het eerste en laagste niveau van denken is het niveau van oppervlakkig denken. Bij oppervlakkig denken bekijkt men de kwestie vanuit slechts één perspectief, om er vervolgens direct over te oordelen. Omdat het oordeel dan op slechts beperkte voorkennis is gebaseerd, is de kans groot dat het gegeven oordeel onjuist is. Zou men zijn keuze voor een echtgeno(o)t(e) bijvoorbeeld baseren op enkel het uiterlijk van de persoon en enkel op basis hiervan beslissen, dan is dit een voorbeeld van oppervlakkig denken.
Mogelijk blijkt later dat de keuze voor deze echtgeno(o)t(e) een goede keuze was en is het huwelijk een goed huwelijk, maar erg zeker kan men hier niet van zijn op voorhand omdat enkel is gekeken naar het uiterlijk van de persoon. Dit maakt het probleem bij dit niveau van denken duidelijk: hoewel bij oppervlakkig denken de mogelijkheid bestaat dat het gegeven oordeel juist is, bestaat ook de mogelijkheid dat dit oordeel onjuist is en dat in plaats hiervan anders geoordeeld zou moeten zijn geweest. En om precies te zijn, bij oppervlakkig denken is de mogelijkheid dat het oordeel onjuist is eigenlijk vrij groot juist omdat men geoordeeld heeft op basis van een één-dimensionale beschouwing van het feit.
|