|
Redactie Expliciet Magazine: Op 10 november herdenkt de staat Turkije de sterfdag van Mustafa Kemal: Ataturk, de "Vader de Turken". Mustafa Kemal, voormalig officier in het Ottomaanse leger, is degene in de jaren twingtig van de 21e eeuw aan de wieg heeft gestaan van de staat Turkije zoals we die nu kennen. Onder aanvoering van Kemal werd een eind gemaakt aan de Islamitische Staat, de staat oorspronkelijk gesticht door de Boodschapper van Allah (saw) in al-Madinah, en werd deze vervangen door de seculiere Republiek Turkije waarin de problemen van de mensen niet langer door de systemen van Islam opgelost, maar door de systemen van mensen, de systemen die resulteren uit het seculier basisidee.
In Turkije zelf is door de staat om Mustafa Kemal een aura van bijna heilig gecreeerd. Het is bij wet verboden slecht over hem te spreken. Nationalistische turken, en vele onwetende moslims in Turkije, hebben dit beeld van de man geaccepteerd en zien in hem degenene die van groot belang is geweest voor Islam. Ze zien hem als de man die een eind heeft gemaakt aan het verval van de Turkse naties en degene Islam voor de ondergang behoedt heeft.
In Expliciet Magazine een verzameling van artikelen van verschillende bronnen die eindelijk een eind zouden moeten maken aan dit beeld en de ware Mustafa Kemal laten zien: Ghazi, Vijand van Islam.
****
Forward Newspaper
28 Januari 1994
Toen Mustafa Kemal de Shema Yisrael reciteerde; "Dit is ook mijn geheime gebed"
Er zijn twee vragen die ik wil stellen, zei ik over de telefoon tegen Batya Keinan, woordvoerster van Israëlisch president Ezer Weizman die de volgende dag, maandag 24 januari, zou vertrekken voor een eerste bezoek van een joodse president aan Turkije. De eerste was of Weizman zou deelnemen aan een officiële herdenkingsceremonie ter nagedachtenis van Mustafa Kemal. Mevrouw Keinan controleerde de reisroute van de president en antwoordde dat hij en zijn vrouw op de ochtend van hun aankomst een krans zouden gaan leggen op het graf van Mustafa Kemal. Ze vroeg wat mijn tweede vraag was.
"Weet president Weizman dat Ataturk joodse voorouders had en dat hij als kind Hebreeuwse gebeden heeft geleerd?", vroeg ik.
"Natuurlijk, natuurlijk" antwoordde mevrouw Keinan, niet in het minst verrast, alsof ik had gevraagd of de president zich er van bewust was dat Ataturk de nationale held van Turkije was. Ik bedankte haar en hing op. Enkele ogenblikken later bedacht ik me terug te bellen om te vragen of de president de intentie had te verwijzen naar de joodse afkomst van Ataturk, nu hij toch in Turkije was.
"Ik ben zo blij dat u terug belt", zei mevrouw Keinan, die nu opgewonden en verdrietig klonk. "Van waar precies heeft u deze informatie?" vroeg ze mij. Ik reageerde door te vragen: "waarom deze vraag als het kantoor van de president deze informatie ook heeft?"
"Omdat dit niet het geval is", bekende ze. Ze vertelde me dat ze in eerste instantie had gezegd dat dit wel zo was, omdat ik zo zelfverzekerd overkwam. Ze zei: "nadat u had opgehangen, vertelde ik dit maar niemand wist hier iets over. Kunt u ons alstublieft faxen wat u weet?"
Ik faxte haar een verkorte versie. Hier is de langere, uitgebreide versie:
Verhalen over het jood zijn van Ataturk, van wie er zich op ieder belangrijke plein in Turkse dorpen en steden een standbeeld bevindt, deden de ronde reeds tijdens zijn leven maar werden door hemzelf en zijn familie tegengesproken en daarmee nooit serieus genomen door biografen. In geen enkele van de zes biografieën over hem, die ik deze week heb geraadpleegd, is er maar een verwijzing naar deze speculaties. De enige gedrukte wetenschappelijke verwijzing hierover vond ik in de vermelding van Ataturk in de Israëlische
Entsiklopedya Ha Ivrit:
"Mustafa Kemal Ataturk (1881 - 1938): Turks generaal en stichter van het moderne Turkije.
Mustafa Kemal werd geboren in een familie van een douanebeambte in Thessaloniki, en verloor op jonge leeftijd al zijn vader. Onder de joden en moslims in Turkije is er geen overtuigend bewijs voor de stelling dat zijn familie afkomstig is van de Doenme. Als jongen rebelleerde hij tegen zijn moeders wens om hem een traditionele religieuze opleiding te geven. Op 12-jarige leeftijd werd hij op eigen verzoek naar een militaire school gestuurd voor een opleiding."
De Doenme waren een ondergrondse sekte van de Sabbatianen: Turkse joden die moslim namen aangenomen hadden en zich op het oog gedroegen als moslim, maar in het geheim geloofden in de Sabbetai Zevi; een valse profeet uit de 17de eeuw, die voorzichtig bewaakte gebeden en rituelen leidde.
Betreffende de opleiding die Ataturk heeft genoten is de encyclopedische versie tegenstrijdig aan de versie van Ataturk zelf. Hier is zijn beschrijving, aangehaald door zijn biografen:
"Mijn vader was een man met een liberale visie, hij was godsdienst vooral vijandig gezind en een aanhanger van de westerse ideeën. Hij zou voor mij verkozen hebben mij naar een seculiere school te zien gaan die niet gebaseerd is op het leren van de Koran maar op de moderne wetenschap. Bij deze strijd (tussen vader en moeder Kemal betreffende de opleiding van hun zoon, red.) slaagde mijn vader na een kleine tactische greep erin om de overwinning te bereiken; hij deed alsof hij zich gewonnen gaf aan de wensen van mijn moeder en regelde dat ik de (Islamitische) school van Fatma Molla Kadin met de traditionele ceremonie kon betreden. Na ongeveer zes maanden trok mijn vader me terug van de school en nam me mee naar de school van de oude Semsi Effendi, die een vrije voorbereidende school volgens Europese methodes leidde. Mijn moeder maakte geen bezwaren, daar haar wensen ingewilligd waren. Bovenal was het de ceremonie dat haar tevreden gesteld had."
Wie was de vader van Mustafa Kemal, die zich hier als een typische Doenme gedroeg: naar buiten toe de ceremonies van de moslims observeerend maar van binnen hen bespotten?
Zubeyde, de moeder van Ataturk, kwam van de westelijke bergen van Thessaloniki, nabij de huidige Albanese grens. Over de afkomst van zijn vader, Ali Riza, is weinig geweten. Verschillende schrijvers hebben hem Albanees genoemd, anderen hebben gesteld hij was afkomstig uit Anatolie, weer anderen hebben hem als afkomst Thessaloniki gegeven. Lord Kinross, in zijn korte werk "Ataturk" uit 1964, noemt Ali Riza een "duistere persoonlijkheid" en voegt daar cryptisch aan toe, verwijzend naar Ataturk's onwilligheid meer van zijn afkomst te openbaren:
"Bij een kind van zo een gemengde omgeving zou het, ongeacht waar zijn raciale loyaliteit zou liggen, zelden opkomen zijn afkomst dieper te onderzoeken dan de afkomst van zijn ouders."
Vermoedde Kinross meer dan dat hij toegaf? Dit zou ik me nooit afgevraagd hebben mocht ik niet een opmerkelijke hoofdstuk zijn tegengekomen in een in het Hebreeuws gedrukte autobiografie van Itamar Ben Avi, zoon van Eliezer Ben Yehuda, de vooraanstaande promotor van de heropleving van het gesproken Hebreeuws in het 19de eeuwse Palestina. Ben Avi, het eerste kind sinds oude tijden dat in het Hebreeuws werd opgevoed en een latere Hebreeuwse journalist en uitgever van kranten, schrijft in zijn levensverhaal dat op een herfstnacht in 1911 hij in het Kamenitz hotel te Jeruzalem aangesproken werd door de hotel eigenaar:
'Zie je die Turkse officier daar zitten in de hoek, hij met de fles arrack?'
'Ja'
'Hij is één van de meest belangrijke officiers uit het Turkse leger.'
'Wat is zijn naam?'
'Mustafa Kemal'
'Ik zou hem willen ontmoeten' zei ik, want vanaf het moment dat ik hem zag was ik geraakt door zijn doordringende groene ogen."
Ben-Avi beschrijft twee ontmoetingen met Mustafa Kemal, die toen de naam van Ataturk, "Vader der Turken", nog niet had aangenomen. Beiden werden gevoerd in het Frans, waren grotendeels gewijd aan Ottomaanse politiek en vonden plaats onder invloed van grote hoeveelheden arrack. In de eerste hiervan vertrouwde Mustafa Kemal hem toe:
"Ik ben een afstammeling van Sabbatai Zevi - geen werkelijke jood meer, maar een vurige bewonderaar van deze profeet van jullie. Mijn advies zou zijn dat iedere jood in dit land zich aansluit bij zijn kamp."
Tijdens hun tweede ontmoeting, gehouden in hetzelfde hotel 10 dagen later, zei Mustafa Kemal op een gegeven moment:
"Ik heb thuis een Hebreeuwse bijbel, gedrukt in Venetië. Ze is nogal oud, en ik kan me herinneren dat mijn vader me naar een Karaite leraar bracht die het mij leerde lezen. Ik kan me nog enkele woorden daarvan herinneren; zoals... "
Ben Avi vervolgd:
"Hij pauzeerde een moment, zijn ogen zochten iets in de ruimte. Toen herinnerde hij zich:
'Shema Yisra'el, Adonai Elohenu, Adonai Ehad!'
'Dit is ons meest belangrijke gebed, kapitein!'
'En ook mijn geheime gebed, cher monsieur' antwoordde hij, de glazen bijvullend."
Hoewel Itamar Ben Avi het niet kon geweten hebben, bedoelde Ataturk "geheim gebed" vrij letterlijk. Onder de esoterische gebeden van de Doenme, die voor de eerste maal aan de wetenschappelijk wereld werden bekendgemaakt toen een boek van hen de nationale bibliotheek van Jeruzalem bereikte in 1935, is er een die de geloofsbelijdenis bevat:
"Sabbetai Zevi en geen andere is de ware Messias. Hoor O Israël, de heer onze god, de heer is e e n."
Het was ongetwijfeld van dit credo, eerder dan van de Bijbel, dat Ataturk zich de woorden van de Shema herinnerde, welke hij bij mijn weten eenmaal in zijn leven heeft bekend: aan deze jonge Hebreeuwse journalist tijdens twee door alcohol geanimeerde conversaties te Jeruzalem. Bijna een decennium voordat hij de macht overnam van het Turkse leger - na een rampzalige nederlaag tijdens de Eerste Wereldoorlog - de binnendringende Grieken versloeg en de Turkse seculaire staat opgericht had waarin Islam voor eeuwig en altijd, naar zijn idee, was verbannen naar de moskeeën.
Ataturk had twee goede redenen om zijn Doenme afkomst te verbergen. Niet alleen werden de Doenme (die enkel onder elkaar trouwden en nabij de 15.000 waren; aan het begin van de Eerste Wereldoorlog waren zij vooral geconcentreerd in Thessaloniki) door joden en moslims tezamen bestempeld als ketters. Ook hadden zij een reputatie van seksuele losbandigheid, iets wat nauwelijks vleiend kan zijn voor hun nakomelingen. Deze licentie tot losbandigheid, theologisch gerechtvaardigd door de stelling dat de gelovigen vrijgesteld waren van de bijbelse geboden door Sabbatai Zevi, wordt beschreven in het boek van Ezer Weizman's voorganger, Israel's tweede president Yitzchak Ben Zvi, over de verloren gegane joodse gemeenschappen genaamd "De verbannen en de verlosten":
"Eenmaal per jaar (tijdens de jaarlijkse schapenfeesten van de Doenme) worden de kaarsen tijdens het diner uitgedaan, dat vergezeld wordt van orgieën en ceremonies waarbij de vrouwen worden uitgewisseld... Dit ritueel wordt gehouden tijdens de nacht van Sabbetai Zevi's traditionele geboortedag... Men gelooft dat de kinderen die geboren worden uit deze verhoudingen als heiligen dienen te worden aanschouwd."
Hoewel Ben Zvi, schrijvend in de jaren '50, dacht dat "er geen reden is om te denken dat deze ceremonie niet helemaal is verwaarloosd en op deze dag verder gaat", is niet bekend of de traditionele praktijken en de sociale structuren van de Doenme's nog steeds overleven in het moderne Turkije. De gemeenschap verliet Thessaloniki samen met de andere Turkse inwoners tijdens Grieks - Turkse oorlog van 1920-21. Over het algemeen neemt men aan dat hun afstammelingen, waarvan wordt gezegd dat zij rijke zakenmensen en handelaars zijn in Istanboel, geassimileerd zijn in het Turkse leven.
Na het verzenden van mijn fax aan mevrouw Batya Keinan, belde ik haar om zeker te zijn dat ze hem had ontvangen. Ze zei dat dit het geval was en ze zou er voor zorgen dat de president dit te lezen zou krijgen tijdens zijn vlucht naar Ankara. Het is echter twijfelachtig of Weizman een verwijzing ernaar zal doen tijdens zijn bezoek. De Turkse regering, die jarenlang moslim fundamentalistische aanvallen heeft afgeweerd betreffende de legitimiteit van de seculiere hervormingen van Ataturk, heeft weinig redenen om het nieuws te verwelkomen dat de vader van de "Vader der Turken" een crypto-jood was die zijn anti-moslim gevoelens heeft doorgegeven aan zijn zoon. Het geheim van Mustafa Kemal is zonder twijfel een dat het liever zo zou zien blijven.
****
TIME Magazine
15 februari 1926, pagina 15-16
"Vandaag de dag representeert Turkije het meest belovende en uitdagende gebied op aarde voor het missionaire werk." Aldus schreef James L. Barton, Directeur Missiewerk, in de laatste uitgave van "Christen Werk". Maar nadat hij eerst de revolutionaire veranderingen had beschreven die in Turkije plaats hadden gevonden sinds 1923. Deze veranderingen: (...) Voor honderd jaar hebben de Christelijk missionarissen hulpeloos geworsteld om de harten te veroveren van de Turken met ontzag in hun harten voor hun Kalief. Zij begonnen te geloven, zei meneer Barton, dat "de moslim zich buiten de sfeer van goddelijke genade bevond."
9 januari 1933, pagina 64
Glanzend naar de hemel zochten de Turken vorige week naar de nieuwe maan. Wanneer ze deze zouden zien zou dat het begin van Ramadan zijn. Ramadan, de mythische maand waarin de Koran werd geopenbaard aan Profeet Mohammed. Dit jaar had het eerste schijnsel van de nieuwe maan een speciale, duistere betekenis. De Turken waren door hun strenge dictator Mustafa Kemal Pasha, die hun het dragen van de sluier en de fez had verboden, bevolen geworden dat zij vanaf deze Ramadan hun God niet langer bij zijn Arabische naam, Allah, mochten noemen. Zelf niet een gelovig mens vond Mustafa Kemal dat er geen reden was waarom de Turken Allah niet bij zijn Turkse naam zouden noemen, Tanri. Er is ook geen reden, buiten eeuwen van tradities en buiten het feit dat de Turkse imams allen de Koran in het Arabisch uit hun hoofd kennen maar slechts enkelen de Turkse versie. Streng tot nabij wreed was de verordening van Dictator Kemal dat de muezzins, degenen die de gelovigen tot het gebed oproepen vanaf Turkije's minaretten, niet het geheiligd "Allahu Akbar!" (Arabisch voor "God is Groot!") mochten roepen maar in plaats de vreemde woorden "Tanri Uludur!", wat de dezelfde betekenis heeft maar in het Turks. Toen de Turkse imams dreigden de diensten op te schorten en de gebedskleden te verbergen kondigde de overheid aan dat het 400 gloednieuwe gebedskleden in reserve hield en dreigde dat het "nieuw getrainde muezzins die de Koran in het Turks kennen en die klaar staan om iedere leemte in te vullen" voort zou brengen.
Al maar naderbij kroop de nieuwe maan. Het was bijna Ramadan in Turkije toen ambtenaren van het Ministerie van Cultuur (waaronder ook religie valt) al hun moed verzamelden en Dictator Kemal vertelden dat hij eenvoudigweg niet de naam van Turkije's God kon veranderen - althans niet deze week. Er waren reeds enkele muezzin in de gevangenis geworpen omdat zij aangekondigd hadden door te zullen gaan "Allahu Akbar!" te roepen. De bevolking geraakte onrustig en was duidelijk op de hand van de Allah-roepers. Plotseling gaf Dictator Kemal in: "Laat hen bidden zoals ze willen, voor nu," gromde hij. Glunderend haastte de Minister zich ervandoor om het goede nieuws te verkondigen slechts enkele uren voor het verschijnen van de nieuwe maan. "Wegens de algemene weigering van muezzins en imams," verkondigde men hoffelijk, "mogen de gebeden verricht worden en de Koran gelezen worden in het Arabisch tijdens Ramadan, maar conversatie tussen imams moet in het Turks blijven." Tijdens Ramadan zijn al de Moslims bijzonder prikkelbaar omdat ze niet eten bij daglicht. Als het vasten voorbij is zullen de Turken meer volgzaam zijn en mogelijkerwijs de nieuwe naam voor hun God van hun Dictator accepteren.
20 februari 1933, pagina 18
Als een strenge vader zijn kinderen vertelde Mustafa Kemal zijn Turken tijdens de laatste december maand dat zij het Arabisch woord voor God (Allah) moesten vergeten en het in het Turks moeten leren (Tanri). De gevoeligheid van het hernamen van een 1300 jaren oude Godheid toegevend gaf Kemal de muezzins de tijd de Koran in het Turks te leren. In Busra, de "groene stad", vorige week riep een muezzin "Tanri Uludur!" van een van de minaretten vanwaar de mensen van Busra sinds 14 eeuwen "Allahu Akbar!" hadden gehoord. Woedend op de God van Kemal Pasha belaagde een menigte de muezzin en de politie die hem ten hulp kwam. Snel om zijn nieuwe woord voor God te beschermen, nog sneller om het nieuwe Turkije de religie van "de ouderwetsen" duidelijk te maken, wierp Kemal de Ghazi, "De Overwinnaar", zich op Busra, arresteerde 60 van de gelovigen, onthief de Mufti van de Ouglubjami moskee van zijn taak en verordende dat voortaan God Tanri was.
****
Emil Lengyel: "TURKIJE", 1941
Pagina 134
Kemal gaf niets om Allah, hij was in zichzelf geïnteresseerd en in Turkije. Hij haatte Allah en maakte hem verantwoordelijk voor het ongeluk van Turkije. Het was de tirannieke overheersing van Allah die de handen van de Turken had verlamd. Maar hij wist dat Allah de waarheid was voor de Turkse boeren, voor wie nationalisme niets betekende. Daarom besloot hij Allah in te lijven voor publieke dienst als vertegenwoordiger voor zijn nationalistisch doel. Met de hulp van Allah moesten zijn mensen ophoeden Mohammedaan te zijn en Turken worden. Pas daarna, nadat Allah het doel van Kemal had gediend, kon hij hem afdanken.
Pagina 140-141
Tijdens het begin van Kemal's carrière waren veel van zijn volgelingen in de veronderstelling dat hij een kampioen van Islam was en dat zij de christenen bevochten. "Ghazi, vernietiger van de Christenen" was de naam die ze hem hadden gegeven. Waren zij op de hoogt geweest van zijn ware bedoelingen dan hadden ze hem "Ghazi, vernietiger van Islam" genoemd.
****
H.C. Armstrong: "Grijze Wolf, Mustafa Kemal: Een intiem portret van een Dictator", 1934
Hij dronk zwaar. De alcohol stimuleerde hem, gaf hem kracht, maat vergrootte zijn prikkelbaarheid. Zowel privé als publiekelijk was hij sarcastisch, bruut en abrupt. Hij barstte bij de minste kritiek. Hij brak iedere poging om met hem te redeneren af. Bij de minste oppositie werd hij woest. Hij nam niemand in vertrouwen, noch werkte hij met iemand samen. Toen een politicus hem eenmaal advies gaf vertelde hij hen ruw te vertrekken. Toen een eerbiedwaardig lid van het kabinet opmerkte dat het niet gepast was voor Turkse vrouwen om in het openbaar te dansen gooide hij de Koran naar hem en joeg hem met een stok zijn kantoor uit.
Pagina 241
Hij zei: "500 jaar hebben deze regels en theorieën van een Arabische Sheikh en de interpretaties van generaties van luie, nutteloze priesters de civiele en strafrechtelijke wetten van Turkije bepaald. Zij hebben de grondwet bepaald, de details van het leven van iedere Turk, zijn eten, zijn tijd van opstaan en slapen gaan, zijn kleren, de gebruiken van de vroedvrouw die zijn kinderen opvoedt, wat hij leert in de scholen, zijn gebruiken, zijn ideeën, zelfs zijn meest intieme gewoonten. Islam, deze theologie van een immorele Arabier, is dood. Mogelijkerwijs heeft het gepast bij de nomadische stammen in de woestijn, maar het is niet juist voor een moderne, progressieve staat. God's Openbaringen!" Er was geen God. Dat was een van de ketenen waarmee de priesters en de slechte heersers de mensen samen hielden. "Een heerser die religie nodig heeft om hem te helpen regeren is een zwakkeling! Geen zwakkeling zou mogen regeren." En de priesters! Hoe haatte hij hen. De luie, nutteloze priesters die het voedsel van het volk opaten. Hij jaagde hen uit hun moskeeën en kloosters om hen te laten werken als mannen. Religie! Hij zou religie uit Turkije halen zoals men gewoonlijk een versmorende klimop van een jonge boom zou halen om deze te redden.
Pagina 243
Verder was het een publiek geheim dat hij a-religieus was, al de regels van het behoorlijke brak en heilige voorwerpen bespotte. Hij had de Sheikh ul-Islam, de Hoge Priester van Islam, uit zijn kantoor verjaagd en hem de Koran achterna geworpen. Hij had de vrouwen in Angora gedwongen de sluier af te doen. Hij had hen aangemoedigd met het lichaam dicht tegen vervloekte buitenlandse mannen en christenen aan te dansen.
****
Lord Kinross: "Ataturk: De Wedergeboorte van een Natie", 1965
Pagina 365
Er bleef echter enige onduidelijkheid bestaan betreffende zijn afkomst, voor jaren. Tijdens een inspectie van een aantal soldaten in Anatolie vroeg Kemal eens: "Wie is God en waar leeft Hij?" De soldaat, vol verlangen te behagen, antwoordde: "God is Mustafa Kemal Pasha. Hij woont in Angora." "En waar is Angora?" vroeg Kemal. "Angora is in Istanboel" was het antwoord. Verder de rij af vroeg hij een andere soldaat: "Wie is Mustafa Kemal?" Het antwoord was: "Onze Sultan."
Pagina 437
Voor Kemal waren Islam en beschaving tegengestelde termen. "Als we hun toch eens christenen konden maken," zei hij eens in een vlaag van cynisch inzicht. De zijne zou niet de hervormde Islamitische Staat worden waar de gelovigen op wachtten; het zou een streng seculiere staat worden met een gecentraliseerde regering zoals ten tijde van de Sultan, gesteund door een leger en gerund door zijn eigen bureaucratie.
Pagina 470
De tegenstellingen in zijn muzikale smaak kwamen ten uitdrukking in Istanboel, waar hij eens twee orkesten, een Turks, een Europees, had laten brengen naar het Park Hotel. Hij luisterde met doorlopende onderbrekingen, de ene gebieden te stoppen en de andere gebieden te spelen. Uiteindelijk, op het moment dat de raki zijn effect begon te laten blijken, verloor hij zijn geduld en stond hij op om het restaurant te verlaten, zeggende: "Als jullie willen mogen jullie nu samenspelen!" Op een andere avond, woedend gemaakt door het geluid van een muezzin uit een tegenovergelegen moskee dat conflicteerde met de dance-band, beval hij de minaret neer te halen - een van de orders die dan te niet gedaan zouden worden de volgende ochtend.
|