|
Politieke
analyse: Verkiezingsstrijd in Iran
De
Islamitische Republiek Iran kwam middels een revolutie tot bestaan in het jaar
1979. Onder leiding van de sji'itsche leider ayetollah Roeholla Chomeini werd
in dat jaar de seculiere Sjah verdreven. Het door de Sjah ingestelde
dictatoriale seculiere systeem werd op dat moment vervangen door een
democratisch systeem met Islamitische neigingen.
Robert
Dreyfuss, in zijn boek "Devil's Game: How America helped to unleash
fundamentalist Islam", zet uiteen hoe het nieuwe regime van ayetollah
Chomeini in Iran in haar eerste dagen geholpen werd door Amerika. De CIA werkte
nauw samen met de Iraanse geheime dienst om een tegen-revolutie te voorkomen,
en verschillende leidende figuren binnen het Amerikaanse establishment, zoals
Zbigniew Brezinski die toen evenals nu onder president Obama het buitenlandse
beleid van Amerika bepaalde, ontmoeten de leiders van de revolutie, zowel in
Iran als daarbuiten. Zo ontmoette Brezinski de nieuwe Iraanse premier in
Teheran, en de minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Defensie in
Algerije.
Onder de
dekmantel van de gijzelneming door Iraanse studenten van medewerkers op de
Amerikaanse ambassade in Teheran, begon Amerika vervolgens de Islamitische
Republiek Iran in het geheim van wapens te voorzien. Toen nieuws hierover
bekend werd was de zogenoemde "Iran-Contra" affaire geboren. Middels de
wapensmokkel werd de Islamitische Republiek Iran bewapend door Amerika voor een
oorlog tegen buurland Irak, dat geregeerd werd door de Britse agent Saddam
Hoessein. Het Amerikaanse doel achter deze oorlog was de militaire,
wetenschappelijke en technologische ontwikkeling van Irak door Saddam Hoessein,
middels waardoor Groot-Brittannië haar invloed in het Midden-Oosten probeerde
te vergroten, een halt toe te roepen.
De spil
in de huidige onrust in Iran, Mir-Hoessein Moesavi, speelde een
centrale rol in de Iran-Contra affaire. Mir-Hoessein Moesavi was één van de
drijvende krachten achter de Iraanse Revolutie van 1979. Hij was minister van
Buitenlandse Zaken van de Islamitische Republiek Iran tussen 1980 en 1981, en
vervolgens minister-president tussen 1981 en 1989. In beide rollen was hij onderdeel
van de organisatie van de wapensmokkel tussen Amerika en Iran. Moesavi was
namens Iran in contact met de Iraanse wapenhandelaar en CIA-agent Manuchehr
Ghorbanifar. Namens Amerika speelde de tegenwoordig zeer invloedrijke
neo-conservatief Michael Ledeen een belangrijke als contactpersoon voor Ghorbanifar.
Minister-president Moesavi was een voorname voorstander van de oorlog met Irak.
Hieruit blijkt dat Moesavi ten minste destijds een Amerikaanse agent was, daar
hij contacten onderhield met Amerika en in zijn rol als leider binnen het
Iraanse establishment de Amerikaanse belangen verdedigde.
Deze
geschiedenis van de Islamitische Republiek Iran verklaart de huidige algemene
omstandigheden in Iran. Dus niet specifiek de huidige situatie naar aanleiding
van de verkiezingen maar de meer algemene situatie waarbinnen de verkiezingen
en de protesten naar aanleiding van de verkiezingen plaatsvinden. Deze algemene
situatie is dat er binnen het establishment van de Islamitische Republiek Iran
twee kampen bestaan. Enerzijds is er het meer religieuze kamp van degenen die
men in de westerse media de "conservatieven" noemt, waartoe ondermeer president
Ahmedinejad behoort. Anderzijds is er het kamp van degenen die men in de
westerse media de "liberalen" noemt, waartoe Moesavi behoort maar ook iemand als
voormalig president Akbar Hasjemi Rafsanjani.
Wat
beide kampen delen is dat zij sinds de Islamitische revolutie hebben samengewerkt
met Amerika, en in die rol agent voor Amerika in het grotere Midden-Oosten zijn
geweest. Dit heeft zich geuit ondermeer in de Iran - Irak oorlog, maar meer
recent in de Iraanse steun voor de plannen van de Amerikaanse neoconservatieven
voor het Midden-Oosten. Bijvoorbeeld, na de Amerikaanse invasie van Irak was
Iran het eerste land dat het bezette Irak erkende als een "onafhankelijke
staat", om de Amerikaanse propaganda van "niet bezetting maar bevrijding van
Irak" te ondersteunen. Verder beschikt Iran over grote invloed in Irak middels
haar invloed op de sji'ieten daar. En Iran heeft haar invloed altijd gebruikt
om de sji'ieten rustig te houden en mee te laten werken met de Amerikaanse bezetter.
Bijvoorbeeld, iedere keer als het onrustig werd binnen het kamp Moqtada as
Sadr, en deze dreigde zijn milities aan te zetten tot opstand tegen Amerika,
dan vertrok Sadr plotsklaps naar Iran voor "studie" waarvandaan hij dan na
enige tijd gekalmeerd terugkwam oproepende tot reconciliatie.
In
Afghanistan helpt Iran de Amerikanen in het zuiden. Eevenals in Irak gebruikt
Iran daar haar invloed op de sji'itische moslims om de situatie rustig te
houden. Maar Iran investeert daar ook in de economie om de situatie van de
mensen te verbeteren, in de hoop hen zo ondersteuners van de Amerikaanse
plannen voor Afghanistan te maken.
Ook heeft
Iran Amerika geholpen door het spel mee te spelen dat Amerika georganiseerd
heeft om haar imperialistische concurrenten diplomatiek bezig te houden, te
weten de Iraanse pogingen tot nucleaire proliferatie. In dit plan bekritiseert
Amerika Iran continue zonder zich verder bezig te houden met een oplossing voor
de kwestie, dit aan de Europeanen overlatende. Zo heeft Amerika geprobeerd
Europa bezig te houden met een probleem dat niet echt een probleem is, zodat
Amerika minder gestoord heeft kunnen werken aan uitbreiding van haar invloed op
andere plaatsen in de wereld, zoals Libanon en Soedan.
Ten
slotte heeft Iran Amerika gesteund in diens plan om Rusland militair machteloos
te maken door de ontwikkeling van een anti-raket schild rond de grenzen van
Rusland in Oost-Europa. Hierdoor zou de nucleaire capaciteit van Rusland
grotendeels geneutraliseerd worden, waardoor Amerika haar dominante positie ten
opzichte van Rusland zou kunnen garanderen. Iran heeft dit plan gesteund door
juist op het moment dat Rusland sterk protesteerde tegen de Amerikaanse plannen
de wereld media uit te nodigen voor de lancering van een nieuwe raket. Dankzij
deze Iraanse actie kon Amerika de Rusissche argumenten tegen het anti-raket
schild weerleggen, door te zeggen dat Europa beschermd moest worden tegen mogelijke
nucleaire aanvallen vanuit Iran, en dat daarom het anti-raketschild gebouwd
moest worden.
Wat
beide kampen binnen het establishment van Iran verdeelt, echter, is hun visie
betreffende de toekomst. Voor wat betreft het kamp van de religieus
conservatieven, alhoewel zij tot dusver samengewerkt hebben met Amerika hopen
zij in de toekomst onafhankelijk van Amerika te kunnen worden. Zodat zij meer
profijt voor zichzelf zullen kunnen realiseren en minder aan Amerika zullen
hoeven laten. Zij hebben zich gerealiseerd dat zij in hun regio enige macht en
invloed hebben, hoofdzakelijk middels de invloed op de sji'itische moslims in
de regio, en zij proberen deze macht en invloed te gebruiken om langzaam maar
zeker meer onafhankelijk te worden van Amerika. Voor wat betreft het kamp van
de liberalen, daarentegen, zij willen Iran ook in de toekomst in het vaarwater
van Amerika mee laten gaan.
Dit is
conflict dat zich meer algemeen op de achtergrond in Iran uitspeelt en de reden
is voor de huidige onrust. Amerika probeert de positie van het liberale kamp te
versterken ten opzichte van de positie van het kamp van de religieus
conservatieven, om er voor te kunnen zorgen dat Iran een onderdanige agent van
Amerika blijft. Daarom heeft Amerika de huidige opstand tegen de
verkiezingsuitslag georganiseerd, om het kamp van de religieus conservatieven
te laten weten dat zij niet zo machtig en invloedrijk als zij denken. En om hen
te laten weten dat Amerika, als zij wil, hen morgen uit het zadel kan wippen
ten gunste van iemand die wel volledig de plannen van Amerika ten uitvoer zal
brengen, zonder zelf eisen te stellen. Kort gezegd, middels de opstand zegt
Amerika tegen het kamp van de religieus conservatieven: onderwerp je aan ons
zonder vragen en we delen iets van het profijt met je, of anders schoppen we je
eruit en dan zul je niets van het profijt krijgen.
De
argumenten voor deze visie op de politieke onrust in Iran op dit moment zijn de
volgenden:
Ten
eerste, de opstand aangevoerd door Moesavi is hoogst georganiseerd, waardoor
bewezen wordt dat het hier niet om een spontane opstand door het volk handeld.
De opstand is georganiseerd in de zin dat zij zich identificeerd met een kleur
(groen); zij communiceert al haar activiteiten middels moderne media als
TWITTER en Facebook; veel van de borden bij haar protesten zijn veelal in het
Engels en dus gericht op publieke opinie buiten Iran; en zij heeft in Europa
zelfs een officiële persvertegenwoordiger.
Ten
tweede, CNN Arabisch heeft gemeld dat er in Iran, naar aanleiding van de
verkiezingsuitslag, een coup gepleegd is door de de Revolutionaire Garde, de
elite eenheid binnen het Iraans leger waartoe de huidige president Ahmedinejad
ook behoorde. De officiele verkiezingscijfers zouden een overwinning hebben
laten zien voor Moesavi, zo zij CNN, waarna de Garde ingegrepen zou hebben en
Ahmedinejad tot president hebben verklaard. De Revolutionaire Garde wordt
gedomineerd door de leden van het kamp van de religieus conservatieven. Amerika
heeft het in 2007 opgenomen in de lijst van terroristische organisaties. Dus
het CNN bericht zet het kamp van de religieus conservatieven in Iran onder
druk.
Ten
derde, zoals aangetoond is van Moesavi bekend dat hij een altijd een loyale
agent van Amerika is geweest. Verder wordt hij in zijn opstand gesteund door
twee andere loyale Amerikaanse agenten binnen het Iraanse establishment,
namelijk Rafsanjani en Khattami. Het feit dat zij door de westerse media
aangeduid worden met emotioneel geladen termen als "liberalen" of "hervormers",
oftewel als het goede kamp, toont aan dat zij werken voor machten in de
westerse landen.
En ten
vierde, het kamp van de religieus conservatieven heeft middels een persverklaring op Press TV de
Amerikanen er van beschuldigd achter de onrusten te zitten. Het noemde
Amerikaanse inmening in de uitkomsten van de verkiezingen "ontoelaatbaar.
|