|
Benedenstaande
is de vertaling van een lezing gegeven tijdens de door Hizb ut Tahrir
georganiseerde conferentie "Richting een veilige en rustige wereld onder de
schaduw van het Islamitisch economisch systeem", op de 3e
januari 2009 te Khartoum, Soedan.
Dames en heren,
geliefde broeders en zusters in Islam,
Alhoewel de
huidige "kredietcrisis" ontstaan is in de Verenigde Staten, heeft het ook een
effect op Europa. Hoe precies, en in welke mate, zal ik proberen u duidelijk te
maken in deze lezing. Ik zal op meer ingaan dan enkel de impact van de
kredietcrisis op de Europese economie, en tevens zijn impact op de sociale
kwesties en op het filosofische, of eigenlijk ideologische denken behandelen. Omdat
de kredietcrisis meer is dan enkel een economisch probleem. Zijn impact heeft
de grenzen van de economie overschreden tot in het gebied van de sociologie en
van daaruit de filosofie, en daarmee het fundament van de westerse beschaving
doen schudden.
Maar voordat ik
dieper in ga op de details van de impact van de kredietcrisis in Europa, is het
noodzakelijk om bepaalde algemene informatie betreffende de Europese economie
te behandelen. Anders zal het Europees perspectief op deze crisis wellicht niet
nauwkeurig worden begrepen.
In de 20ste
eeuw ontwikkelden de westerse Europese staten een vorm van kapitalisme die
totaal verschilde met het kapitalisme van Amerika. In het westers Europees
model speelden overheden een veel grotere rol in economische aangelegenheden
dan in Amerika. Door middel van bijvoorbeeld directe eigendomsrechten in
bedrijven controleerden de Europese overheden vele sectoren van de economie. Onder
dezen waren de sectoren die sociale diensten verleenden aan de bevolking zoals
gezondheidszorg en onderwijs, maar ook de sectoren waar een klein aantal
bedrijven een groot aantal mensen van werk voorzagen, zoals bijvoorbeeld de
mijn- en staalproductie. Tevens ging het om de sectoren die beschouwd werden
als van vitaal belang voor een nationale economie, zoals olie en gas, de
luchtvaart en de automobiel industrie. Daarnaast beperkten de Europese
overheden de economische vrijheid van zowel bedrijven als individuen door
middel van regelgeving. Hierbij ging het om wetten die het moeilijk maakten
voor bedrijven om personeel te ontslaan. Of wetten die ervoor zorgden dat een
werknemersraad onderdeel werd van het beslissingproces van een bedrijf, en hen daarin
een veto recht gaf. En als laatste, de Europese overheden hadden een beleid van
kracht dat als doel had om de rijkdom te herverdelen. Hele hoge belastingen
werden opgelegd aan bedrijven en individuen met een hoger inkomen, en dit
inkomen werd gebruikt om een uitgebreid systeem van sociale bijstand te
financieren.
Deze vorm van kapitalisme
droeg de naam "sociale democratie". Het combineerde elementen van de kapitalistische
ideologie met die van de socialistische ideologie. Het werd opgericht op basis
van de ideeën van de vrije markt, de zogenaamde "laissez faire" economie.
Echter, tegelijkertijd verzekerde het een beperkte vorm van materiële
gelijkheid onder de bevolking middels de socialistische manier van
overheidsingrijpen in de economie. Sommige zeggen dat deze vorm van kapitalisme
zich ontwikkelde op het Europees continent omdat daar, historisch gezien, de
socialistische ideologie een grotere invloed had op de bevolking dan in
Amerika. Anderen zeggen dat de westerse Europese kapitalistische naties (bewust)
enkele elementen adopteerden van de socialistische ideologie om in staat te
zijn te voorkomen dat de socialistische ideologie (verdere) invloed zou krijgen
op de bevolking, door alle mensen een respectabele levensstandaard te
garanderen. Wat de waarheid ook moge zijn, het is duidelijk dat Europa zijn
"sociale democratie"geen puur kapitalistisch systeem was. Het was een
afwijkende vorm van de zuivere kapitalistische "vrije markt" filosofie,
aangezien het beïnvloed was door ideeën afkomstig van de socialistische
ideologie.
Later, in de jaren
'80 en '90 van de twintigste eeuw, koos de Europese politiek de richting van de
zogenaamde "Derde Weg". Onder de Derde Weg onderging Europa een proces van
economische liberalisatie, waaronder alles in het economisch systeem dat niet
afkomstig was van het kapitalistische credo werd verwijderd. Dit werd gedaan
voor twee belangrijke redenen. Ten eerste, tegen het einde van 1970 was het duidelijk
geworden dat het systeem van sociale democratie niet behouden kon worden.
Vergeleken met Amerika kenden de landen die dit systeem hadden geïmplementeerd,
dat het kapitalisme samensmolten met bepaalde elementen van de socialistische
ideologie, veel minder economische ontwikkelingen en een veel hogere
werkloosheid. Tevens hadden zij veel meer schuld, omdat het systeem van sociale
bijstand meer middelen nodig had dan de staat kon collecteren middels
belastingen. Dus was het duidelijk voor Europa dat er iets gedaan moest worden.
Het antwoord op de vraag wat precies Europa vond dat er gedaan moest worden,
brengt mij tot de tweede reden voor Europa
om de richting van de economische liberalisatie te nemen in de jaren '80
en '90 van de twintigste eeuw. In dezelfde periode, wellicht kunt u zich dat
herinneren, vond tevens de ondergang van de socialistische ideologie plaats. In
haar eigen ondergang nam de Sovjet Unie het geloof in de socialistische en communistische
ideologie met zich mee. Dit veroorzaakte een golf van euforie die over de
westerse wereld raasde. De ondergang van de Sovjet Unie stuwde het geloof in de
correctheid van het kapitalisme naar ongekende hoogte. In de ogen van de
bevolking werd het geloof in socialisme/communisme ouderwets, achterhaald en
oud; terwijl het geloof in het pure kapitalistische "laissez faire" hip en
trendy werd. Met andere woorden, er werd werkelijk geloofd dat het antwoord op
de problemen die de sociale democratie had veroorzaakt in Europa in het pure
kapitalisme was. Dat is waarom gedurende de jaren '80 en '90 van de twintigste
eeuw de meerderheid van de Europese kapitalistische landen de "Derde Weg" namen
en afweken van de vorm van kapitalisme die zijzelf hadden bedacht, om te gaan in
de richting van de Amerikaanse vorm van het pure kapitalisme.
Met dit als
achtergrond informatie zal nu het vraagstuk waarom de kredietcrisis een impact heeft
gehad op Europa behandeld worden. Dit is namelijk een terechte vraag omdat in
essentie, de kredietcrisis een probleem is met de schulden van Amerikaanse
huishoudens.
Het proces van de
economische liberalisatie in Europa gedurende de jaren '80 en '90 van de
twintigste eeuw had tevens een effect op de bank industrie. Tijdens de periode
van sociale democratie gebruikten de Europese overheden wetgeving om de bank
industrie te controleren. Gedurende de periode van economische liberalisatie
werd het een solide overtuiging dat het beste was om de industrie zichzelf te
laten regeluren door gebruik te maken van de prijssignalen afkomstig uit de
vrije markt. Derhalve werd de regelgeving in de bank industrie afgestoten en werd
de overheidscontrole over de bank industrie geminimaliseerd. Dit zorgde ervoor
dat de Europese banken betrokken konden worden in de Amerikaanse krediet markt.
En dit deden zij dus spoedig daarna ook. Zij begonnen enorm te investeren in de
zogenaamde de markt voor "risicohypotheken" (subprime morgages) in
Amerika, met de verwachting dat zij hiermee een stabiel inkomen zouden kunnen
genereren in de vorm van rente en schuldaflossingen. Dus toen de kredietcrisis
uitbrak in de zomer van 2007 nadat het duidelijk was geworden dat de
Amerikaanse economie zichzelf geleidelijk en over een langere periode had
overbelast met schulden; en dat over de meeste risicohypotheken geen
afbetalingen van de schuld werd betaald; toen vonden velen in de Europese bank
industrie zich in een situatie vergelijkbaar met die van de Amerikaanse banken.
Omdat de Europese banken tevens hadden geïnvesteerd in de Amerikaanse "risicohypotheken"
heeft de krediet crisis niet alleen in Amerika een impact maar ook in Europa.
Wanneer men kijkt
naar de reactie van de Europese overheden op de krediet crisis, wordt het
duidelijk hoe ernstig en omvangrijk een economisch probleem dit wordt beschouwd
in Europa. Duitsland bijvoorbeeld, reserveerde €500 miljard voor de steun aan
de Duitse banken industrie: €400 miljard aan garanties op leningen van de
banksector, €80 miljard in de vorm van directe kapitaalinjecties in de banksector
en €20 miljard aan leningen voor de banksector. De overheid van het Verenigd
Koninkrijk heeft eveneens ongeveer €500 miljard gereserveerd voor steun aan de
Britse banksector: €250 miljard aan garanties op leningen, €37 miljard in de
vorm van directe kapitaalinjecties en €200 miljard aan leningen. En Frankrijk
reserveerde €360 miljard: €320 miljard aan leengaranties en €40 miljard in de
vorm van directe kapitaalinjecties. Zelfs relatief kleine economieën als Ierland,
Nederland en Spanje reserveerde enorme geldbedragen om hun banksector te helpen
de kredietcrisis te overleven. In totaal hebben de overheden van de Europese
Unie €2 triljoen gereserveerd, dat is €2.000 miljard, om hun banksector te
steunen. Dit is een bedrag dat gelijk is aan ongeveer 14% van het Bruto
Binnenlands Product van de Europese Unie.[1]
De Europese
overheden ondernamen deze immense inspanning om de banksector te steunen
vanwege de belangrijke rol die banken spelen in het economisch systeem van het
kapitalisme. Deze rol is zelfs van cruciaal belang, omdat de economische
activiteiten in het kapitalisme is gebaseerd op krediet, omdat leningen de
meeste investeringen en consumptie financieren. En de banken zijn de bron van
deze leningen. Dit betekent dat als een bank in de financiële problemen komt,
of zelfs failliet dreigt te gaan, dat dan de financiering die noodzakelijk is
om economische activiteiten te laten plaatsvinden niet meer beschikbaar is. In
zo een situatie zal de hele economie tot een abrupte stilstand komen. De
Europese overheden begrepen dit op het moment dat de krediet crisis ontstond.
De ineenstorting van hun banksector, die dreigde na het ontstaan van de kredietcrisis,
zou de gehele Europese economie doen ineenstorten. Dat is de reden waarom in
reactie op de kredietcrisis de Europese overheden de banken uit de nood
hielpen.
Alhoewel deze actie van de Europese
overheden de totale ineenstorting van de Europese banksector vermeden
lijkt te hebben, heeft het niet kunnen voorkomen dat de krediet crisis van
invloed zou worden op andere sectoren van de economie. Dit komt door het feit
dat ondanks de genereuze steun verleend door de Europese overheid aan de banken,
de Europese banken alsnog gedwongen waren om aanzienlijk de kredietverstrekking
aan zowel bedrijven als consumenten te beperken. Dit heeft de economische
activiteiten in Europa in een enorme depressie doen raken. Bovendien, in
ogenschouw moet worden gehouden dat de bankindustrieën in Amerika en de Golf
staten ook lijden onder de kredietcrisis. Deze delen van de wereld ervaren
precies hetzelfde verschijnsel van afname in economische activiteit doordat er
geen krediet meer beschikbaar is. Maar omdat Europa een hele open economie is
waar vele landen afhankelijk zijn van de buitenlandse handel, en van de export
naar Amerika en de Golf staten, is Europa effectief twee keer geraakt door de
kredietcrisis. De interne vraag is enorm gedaald door de crisis, maar tevens is
de externe vraag significant gedaald.
Dit verklaard waarom in oktober 2008 de industriële productie in Europa
drastisch is gedaald. In Frankrijk daalde de productie met -7.2% vergeleken met
oktober 2007. Zweden daalde met -7.1%. Italië met -6.7%. Griekenland met -4.5%.
En Duitsland met -2.1%. En alhoewel de statistieken voor november en december
nog niet zijn vrijgegeven, is de verwachting dat deze statistieken nog slechter
zullen zijn. In Spanje, bijvoorbeeld, wordt voor november 2008 verwacht dat de
industriële productie -12.3% lager zal uitkomen ten opzichte van november 2007. [2]
Deze dalingen in de economische activiteiten hebben niet meer in Europa
plaatsgevonden sinds de Grote Depressie. Het is lastig om een industrie te
vinden in Europa die aan de gevolgen van de kredietcrisis is ontsnapt. De
automobiel industrie lijkt bijzonder hard te zijn getroffen, met een daling in de
verkoop van auto's in het Verenigd Koninkrijk met -37%, in Zweden met -36%; in Italië
-30%; in Duitsland -18% ; en in Frankrijk -15%. Mede hierdoor is de vraag naar
staal ongeveer -30% lager dan die was voor de kredietcrisis. In de chemische
industrie is de huidige situatie zo bedroevend, dat de Duitse gigant BASF
besloot om tijdelijk de 180 vestigingen te doen sluiten of er de productie te
verlagen, zowel binnen als buiten Europa. En voor wat betreft de consumentenelektronica,
Philips, Europa's grootste producent hiervan, zei dat zij momenteel "een
ongekende daling van de vraag" ervaren.
Door deze daling in de economische activiteiten is het aantal faillissementen
sterk aan het stijgen in Europa. Daarom stijgt tevens de werkloosheid. In
Spanje heeft de bouwindustrie maar liefst 354.000 banen verloren sinds het
begin van de kredietcrisis. In Nederland zal naar verwachting de werkloosheid
dankzij de crisis stijgen met rond de 200.000 mensen tussen oktober en
december. Dat is op een beroepsbevolking van slechts 7 miljoen mensen. Dat
betekent dat 3% van de werkende in slechts 3 maanden ontslagen zouden worden.
In het Verenigd Koninkrijk zal naar verwachting de werkloosheid stijgen met
700.000 mensen door de kredietcrisis, tot ongeveer 2.5 miljoen werklozen in
totaal, dus 7.1% van de beroepsbevolking. In Frankrijk zal het totale aantal
werklozen naar verwachting stijgen met 400.000 mensen van oktober tot december.
Maar deze stijgingen in de werkloosheid moeten gezien worden als het topje van
de ijsberg. Uiteindelijk zal dit alles nog slechter uitpakken omdat de grote verzekeraars
in Europa verwachten dat het aantal faillissementen verder zal stijgen
gedurende het jaar 2009, tot een record van 200.000. Dit betekent dat hoogstwaarschijnlijk
de Europese werkloosheid naar recordhoogte zal stijgen tijdens 2009.
Deze statistieken verklaren hoe ernstig de Europese economie getroffen
is door de kredietcrisis. Nu zal ik de impact van de crisis op het sociale leven
in Europa behandelen.
Het zou onjuist zijn om deze economische statistieken te interpreteren
als "de impact van de kredietcrisis". Immers, achter deze statistieken zijn er echte
mensen. En de verwoestende impact van werkloosheid op de levens van mensen, evenals
op de samenleving in het algemeen, is al uitvoerig vastgelegd. Er is
bijvoorbeeld geconstateerd in westerse landen dat werkloze mensen lijden aan
meer depressie dan werkende mensen. Ze gebruiken ook meer verdovende middelen, ze
roken meer en ze drinken meer alcohol. Dit geldt zelfs voor de levenspartners
van werklozen. Met andere woorden, werkloosheid veroorzaakt grote
psychologische problemen. Tevens is het bewezen dat er een relatie bestaat
tussen werkloosheid enerzijds, en gezondheidsproblemen anderzijds. Er is
eenzelfde verband tussen de sterftecijfers en werkloosheid, en tussen
werkloosheid en zelfmoord. Simpel gezegd, werkloze mensen zijn vaker
depressief, worden eerder ziek, zij plegen eerder zelfmoord en ze sterven
gewoonlijk jonger. En niet alleen werkloosheid heeft laten zien deze effecten te
hebben, zelfs onzekerheid betreffende het behoud van werk, de angst om wellicht
de baan te verliezen, heeft deze effecten. En alsof dit al niet genoeg is,
analyses van historische data van westerse landen hebben ook aangetoond dat
stijgingen van de werkloosheid zorgen voor een stijging van verscheidene vormen
van criminaliteit, zoals overvallen en inbraken.
Uiteraard heeft dit grotendeels te maken met de materiële gevolgen van
werkloosheid, namelijk armoede. Soms wordt er geloofd dat er geen of weinig
armoede in Europa is, zelfs niet onder de werklozen of onder de mensen die door
fysieke omstandigheden niet kunnen werken. Men is geneigd te geloven dat de
impact van de kredietcrisis op de Europese samenlevingen derhalve beperkt zal
zijn. Ik wil dit idee kort behandelen, aangezien het is gebaseerd op een
absolute misconceptie.
Het is weliswaar zo dat gedurende de jaren van sociale democratie de
Europese staten een behoorlijke levensstandaard garandeerden voor alle mensen,
middels ingrijpen op de markten met regelgeving en het verlenen van sociale
bijstand aan de bevolking. En inderdaad, in die tijd leiden zelfs de werklozen
van Europa levens van welvaart waarvan de meeste mensen op aarde enkel kunnen
dromen. Maar zoals ik al eerder heb vermeld, dit is onhoudbaar gebleken. Het
overheidsingrijpen op de markten middels regelgeving was een obstakel voor
economische ontwikkeling. En de sociale bijstand werd gefinancierd met leningen
die niet konden worden terugbetaald.
Daarom hebben de meeste Europese landen, als onderdeel van hun progamma
van economische liberalisatie, niet alleen het overheidsingrijpen op de markt
opgeheven, maar ook de door de overheid gefinancierde programma's van sociale
bijstand. En in reactie hierop is werkelijke armoede, waar mensen niet in staat
zijn om zichzelf en hun families te voeden, weer terug in Europa. Hierbij gaat het
voornamelijk om mensen onder de werklozen en de ouderen. Om dit feit toe te
lichten, in hedendaags Europa is een groot en stijgend aantal mensen dakloos. Het
gaat hierbij om meer dan 3 miljoen mensen, en er wordt gespeculeerd dat één derde
hiervan families zijn. In mijn eigen land, in Nederland, zijn zogenaamde
voedselbanken opgericht waar arme mensen voedselwaren kunnen kopen voor gereduceerde
prijzen. Anders kunnen zij niet genoeg eten kopen. Dus ook in het hedendaagse
Europa geldt: als u uw baan verliest en u bent niet in staat om nieuw werk voor
uzelf te vinden, dan zult u uiteindelijk gedwongen worden om een leven te leiden
in ellende en armoede.
Dat is de reden waarom moet worden verwacht dat ook in Europa armoede,
en alle problemen die deze veroorzaakt zoals psychologische problemen,
gezondheidsproblemen, criminaliteit, exploitatie, et cetera; het resultaat
zullen zijn van de kredietcrisis. Dus terwijl de kredietcrisis Europa in een
economische depressie duwt, zal het niet alleen een impact hebben op het
materiële welzijn van de mensen maar ook op hun psychologische en fysieke
welzijn, en hun relaties met de andere mensen in de samenleving (middels
toename in misdaad).
Het is opmerkelijk dat de bevolking van Europa dit zich terdege
realiseert. Dat is de reden waarom er in de hedendaagse maatschappij een gevoel
van onrust en vrees heerst, die op verschillende manieren wordt geuit. In
Spanje bijvoorbeeld, een van de landen in Europa die tot dusver het hardste is
geraakt door de kredietcrisis, daar heeft de nationale organisatie van
psychologen na het begin van de crisis alarm geslagen aangezien steeds meer
mensen een beroep deden op professionele
psychologische hulp. Volgens de organisatie van psychologen heeft de
ernstige zorg over de economie stress gerelateerde problemen doen stijgen onder
de mensen, zoals communicatieproblemen tussen partners, communicatie problemen tussen
ouders en kinderen, en slaapstoornissen. Alleen al in Madrid worden er nu
iedere dag 6.750 mensen aan deze problemen geholpen. Echter, er wordt gedacht
dat veel meer mensen onder deze problemen lijden, aangezien velen niet in staat
zijn om professionele hulp te betalen. In het Verenigd Koninkrijk is vermeld
dat het aantal telefoontjes naar een relatietherapeutische dienst gestegen is
met 70 % van oktober op november, precies op het moment dat de kredietcrisis
daadwerkelijk door de mensen gevoeld begon te worden. Familiebanden komen onder
druk te staan, met andere woorden, ten gevolge van de stress die veroorzaakt wordt
door financiële zorgen en de angst voor wat de toekomst kan brengen. In
Nederland zegt bijna de helft van de kinderen tussen de 9 en 14 jaar dat zij
zich zorgen maken om de impact die de kredietcrisis met zich mee kan brengen.
Hieruit kunt u zien hoe diep de kredietcrisis reeds het familieleven in Europa
heeft beïnvloedt.
Hierdoor kom ik op de derde impact van de kredietcrisis in Europa, dat
is de impact op het filosofische of ideologische denken. De angst en onrust die
de mensen voelen nadat ze de economische verwoesting veroorzaakt door de
kredietcrisis hebben aanschouwd, heeft velen van hen aan het denken gezet over
hun huidige situatie. Om precies te zijn, velen zijn erdoor gaan nadenken over
de economische liberalisatie die op hen en hun samenlevingen ten uitvoer is
gebracht gedurende de laatste drie decennia. Terwijl de economische
liberalisatie werd uitgespreid in Europa, is er nooit een geheim van gemaakt
dat de maatregelen die ondernomen zouden worden pijnlijk voor sommige of voor
allen zouden zijn. De bevolking wist dat dit het geval was, maar zij
accepteerden desalniettemin het proces van de economische liberalisatie. Zij
waren bereid om te offeren omdat hen werd verteld dat economische liberalisatie
noodzakelijk was om de welvaart te waarborgen die was opgebouwd gedurende de
jaren, en om toekomstige groei van deze welvaart mogelijk te maken. Dus de
mensen accepteerden dat de mogelijkheid dat ze hun baan zouden verliezen, groter zou worden. Zij accepteerden de
dalingen in uitkeringen die werden betaald aan de werklozen, de zieken en de
ouderen. Zij accepteerden de prijsstijgingen van sociale diensten zoals
gezondheidszorg en onderwijs. Ook accepteerden zij dalingen van hun reële
lonen, aangezien dezen nominaal gelijk werden gehouden terwijl de inflatie ervoor
zorgde dat alles duurder werd. Zij accepteerden dit allemaal, zelfs toen ze
konden zien dat de rijke ondernemingen steeds rijker werden omdat hun overheden
hen hadden verteld dat er simpelweg geen andere optie was dan economische
liberalisatie. Maar ook omdat hun overheden hen hadden belooft dat de
economische liberalisatie grote beloningen met zich mee zou brengen in de toekomst.
Maar nu, door de kredietcrisis, kijken de mensen terug naar wat er bereikt is
met de economische liberalisatie en zij falen om in hun levens één van deze
beloningen te vinden die hen beloofd zijn in ruil voor hun offers. Daarbovenop,
zij zien hun overheden precies het tegenovergestelde doen van wat zij predikten
aan hen. De bevolking werd door hun overheid gevraagd om bepaalde zaken te
offeren. Hun overheden vertelden hen dat zij niet meer voor hen konden zorgen
en dat het beste zou zijn voor het algemeen belang als iedereen voor zichzelf
zou zorgen. Echter, nu ziet de bevolking dat dezelfde overheden miljarden
euro's besteden om banken uit de nood te helpen! Dus uiteraard vragen de mensen
zich in reactie af: "Ik dacht dat de overheid het zich niet meer kon
permitteren om in te grijpen in de economie? Ik dacht dat overheidsingrijpen in
de economie slecht was voor de economie? Waarom krijgen banken dan miljarden
euro's? Waarom zei de overheid dat mijn bijstand te duur was om voort te
zetten, terwijl zij blijkbaar miljarden euro's beschikbaar hebben om banken mee
te steunen?".
De aanwezigheid in de samenleving van vragen zoals dezen geven aan dat
de kredietcrisis ervoor heeft gezorgd dat veel mensen in Europa hun vertrouwen
hebben verloren in hun overheden en in het beleid van hun overheden hebben
geïmplementeerd de afgelopen drie decennia. Zij hebben nu hun vertrouwen
verloren in het kapitalisme, met andere woorden. Dat is ook de reden waarom
gedurende november en december Europa getuige was van een ketting aan protesten
tegen de manier waarop de overheden de crisis aanpakten. Over heel Europa
hebben er demonstraties en protesten plaatsgevonden, zoals in Spanje waar
mensen protesteerden in verschillende steden terwijl de G20 bij elkaar kwam in
Washington D.C. om de kredietcrisis te bespreken. In Italië heeft een
studentenorganisatie een protest georganiseerd in vrijwel alle steden. En Griekenland
was wekenlang in de greep van burgerlijke onrust in reactie op de overheid die de
problemen van de banken oploste. Deze onrust werd nog erger toen een student tijdens
de protesten door een agent werd doodgeschoten. De onrust veroorzaakt door de
kredietcrisis is op zichzelf een problematiek geworden, zozeer zelfs dat mensen
de Europese overheden hebben gewaarschuwd. Dominique Strauss-Kahn, het Franse
hoofd van de IMF, waarschuwde overheden over heel de wereld voor de
mogelijkheid dat er gewelddadige protesten konden plaatsvinden in reactie op de
crisis. En in de Financial Times of Europe was een opiniestuk met de
titel "Europa moet de democratie bewaken te midden van de crisis", waarin stond: "Het risico is dat verafschuwing van ons in
diskrediet gebrachte economisch model in verschillende delen van de wereld zal
fuseren met verafschuwing van ons politiek model, democratie. Het staat vast
dat als de globale achteruitgang net zo ernstig zal zijn als de meeste
analisten voorspellen, dan zullen politieke systemen in vele kwetsbare
economische staten gevaar lopen voor onrust."
Dit moet worden begrepen als een bevestiging van de intellectuele
leiders in Europa dat het geloof in kapitalisme ernstig lijdt ten gevolge van
de kredietcrisis. Velen van hen zijn een stap verder gegaan, en verklaarden dat
het ongenoegen betreffende kapitalisme onder de Europeanen totaal gerechtvaardigd
is. De Duitse filosoof Jurgen Habermas werd geïnterviewd in reactie op de
kredietcrisis en hij zei: "Wat mij het meeste zorgen maakt, is de schandalige
sociale onrechtvaardigheid. De maatschappelijke kosten van het falen van het
systeem heeft de kwetsbare groepen het hardst geraakt. Degenen die niet behoren
tot de winnaars van globalisatie wordt gevraagd om te betalen voor de concrete economische
consequenties van een defect in het financiële systeem dat te voorzien was."
Natuurlijk presenteren de intellectuele leiders in Europa die al de
overtuiging hadden dat het kapitalisme incorrect was, de kredietcrisis nu als
bewijs dat zij al die tijd gelijk hadden. Dit op zichzelf is niet ongewoon.
Echter, wat wel merkwaardig is, is het feit dat vandaag, veel meer dan
voorheen, deze mensen een platform krijgen om hun visies en meningen te
communiceren. Zoals in het geval van de Franse filosoof van de postmoderne
school Alain Badiou, die werd gevraagd om te reageren op de crisis in Le
Monde. Hij zei: "Kapitalisme is niets meer dan diefstal, in
essentie irrationeel en verwoestend in zijn ontwikkeling."
Maar zelfs de intellectuele leiders in Europa die geloofden in het
kapitalisme, die predikten voor het kapitalisme zijn beïnvloed door de
kredietcrisis. Voor velen van hen is de kredietcrisis een aanleiding om hun
overtuigingen te heroverwegen. Zoals in het geval van Arnold Heertje, een
bekende econoom uit Nederland. Hij zei in reactie op de kredietcrisis: "In feite gaat het om een eenvoudige les. Je mag mensen wel
vrijlaten, je mag economische activiteiten liberaliseren, je mag overheidstaken
afstoten en de rol van de centrale overheid verzwakken en die van de lokale
overheid versterken. Maar als dat het enige credo is, gaat het in de
samenleving de verkeerde kant op en loopt het met de mensen slecht af." Het is een reactie op de
kredietcrisis die hetzelfde klinkt als die van Alan Greenspan, die voor vele
jaren als hoofd van het Amerikaanse Federal Reserve systeem de drijvende kracht
was achter de economische liberalisatie. Toen Alan Greenspan werd geroepen voor
het Amerikaanse Congres in reactie op de kredietcrisis, en aan hem werd
gevraagd "U heeft gezien dat uw visie op de wereld, uw ideologie, niet juist was,
niet werkte?", toen
antwoordde hij: "Absoluut, precies."
Dat is waarom ik zeg dat de kredietcrisis in Europa meer is dan enkel
een economische crisis. Het heeft de pilaren van de westerse beschaving doen
schudden in Europa, aangezien het ervoor gezorgd heeft dat de Europese
bevolking het vertrouwen in het kapitalisme, waarop hun beschaving is gebouwd, verloren
heeft. Maar ook omdat de crisis ervoor gezorgd heeft dat de intellectuele
leiders van Europa, de voormalige predikers van kapitalisme, zijn gaan
twijfelen aan hun overtuiging. Dus vandaag weten de mensen in Europa werkelijk
niet wat ze moeten doen. Hierdoor zijn velen van hen nu geneigd om hun geloof
in kapitalisme totaal los te laten, en ze zijn bereid om andere ideologieën als
alternatieven te overwegen. Hieraan kan ik toevoegen dat de mensen specifiek
geïnteresseerd zijn in Islam en vragen te stellen of in Islam een crisis zoals
de kredietcrisis zou kunnen gebeuren en hoe Islam een crisis als de
kredietcrisis zou oplossen. Dit betekent dat door middel van de kredietcrisis
Allah (swt) de oren van de mensen in Europa geopend heeft voor de boodschap van
Islam.
Dit is wat wij ons moeten realiseren als we over nadenken over de
manieren waarop de kredietcrisis een impact heeft op Europa. En hiermee verlaat
ik jullie, hopende dat wij, de moslims, deze gelegenheid zullen nemen om mensen
uit te nodigen naar de Islam die Allah (swt) heeft geschonken. Dat we de
uitdaging zullen aangaan en Islam zullen presenteren aan de mensen voor wat het
werkelijk is namelijk: de oplossing voor de problemen van gans de mensheid.
Ik wens jullie allen het allerbeste. Ik wens ook voor ons allen een
leven in complete onderwerping aan Allah (swt). Al hamdoe lillahi rabbil ‘alamien, as salamoe
aleykoem wa rahmatoellahi wa barakatoe.
[1] De lezing is gebaseerd op de gegevens die begin december 2008
beschikbaar waren.
[2] Ondertussen is duidelijk geworden dat in November 2008 de industriële
productie in gans de Europese Unie -7,7% lager lag dan in dezelfde maand in
2007. Estland (-17,6%), Spanje (-15,1%), Letland (-13,9%) en Luxemburg (-13,8%)
waren de grootste verliezers. Frankrijk verloor -10,7%, Italië -9,7% en
Duitsland -6,6%. Gegevens afkomstig van Eurostat: www.europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=STAT/09/7&format=HTML&aged=0&language=EN&guiLanguage=en
|