|
De kredietcrisis heeft een fundamentele onjuistheid van de economische
leer van kapitalisme aangetoond. De volledig vrije markt waar iedereen mag doen
en laten wat hij wil, zolang hij het eigendomsrecht van anderen maar niet
schaadt, en waar alle overeenkomsten en transacties rechtmatig zijn zolang ze
maar uit vrije wil plaatsvinden, blijkt namelijk niet de belangen van de
samenleving te behartigen. Juist integendeel. Het heeft het economisch systeem
van kapitalisme naar de rand van de afgrond gebracht. Voor de meeste mensen is
de meest acute vraag nu, hoe de economie weg te krijgen van de rand van de
afgrond en het normale economische leven weer doorgang te laten vinden. De
antwoorden die gegeven worden op deze vraag bevestigen de fundamentele
onjuistheid van de economische leer van kapitalisme. Omdat geen van al de
aangedragen oplossingen voor de crisis een echte oplossing zijn, en niets met
kapitalisme te maken hebben.
De overal ter wereld aangekondigde maatregelen ter stimulering van de
economie behoren niet tot de aangedragen oplossingen voor de kredietcrisis, omdat
zij het probleem aan de bron van de kredietcrisis niet oplossen. Het probleem
aan de bron van de kredietcrisis is namelijk het teveel aan schuld in de
economie. Hierdoor zijn banken niet langer in staat om de economische
activiteit te financieren, waardoor de economische activiteit tezamen met de
banken ineen dreigt te storten. De overheidsmaatregelen ter stimulering van de
economie proberen dit gevolg van de kredietcrisis, de invloed op economische
activiteit, tegen te gaan. Maar ze laten het probleem van teveel schuld ongemoeid.
De oplossing voor het echte probleem aan de bron van de kredietcrisis is
ondertussen op verschillende plaatsen gezocht. In eerste instantie werden de
banken in staat gesteld om heel goedkoop grote bedragen te lenen bij de
Centrale Banken van de wereld. De Centrale Banken van de wereld verlaagden hun
rentevoeten en maakten miljarden beschikbaar. In augustus 2007 leende de
Amerikaanse Federal Reserve (Fed) voor de eerste maal $2 miljard aan de
Amerikaanse banken, specifiek om hen te helpen in de kredietcrisis. In
september 2007 leende de Europese Centrale Bank (ECB) vervolgens voor de eerste
maal aan de Europese banken in reactie op de kredietcrisis, maar wel direct €250
miljard. In december van 2007 maakt de ECB vervolgens nog eens €500 miljard
beschikbaar, de Wereldbank $100 miljard en de Fed $20 miljard. In maart 2008
maakten de Fed, de ECB, en de Britse, Zwitserse en Canadese Centrale Banken nog
eens $200 miljard beschikbaar.
Ongeveer gelijktijdig met deze vergroting van de kredietfaciliteit voor
de banken ondernamen de Amerikaanse banken zelf ook een poging om hun problemen
op te lossen. In oktober van 2007 brachten de Amerikaanse banken JPMorgan Chase,
Citigroup en Bank of America $100 miljard samen in een speciaal fonds,
gecreëerd om waardeloos geworden schuldpakketten te kopen in de markt. Hun idee
was dat ze er zo tezamen voor zouden kunnen zorgen dat de waarde van deze
schuldpakketten op de markt niet al teveel verder zou dalen, waardoor ze niet
al te grote verdere afschrijvingen zouden hoeven doen op hun investeringen in
de schuldpakketten.
In oktober van 2008, vervolgens, kondigde de Amerikaanse "Secretary of
the Treasury" (minister van financiën) een nieuw plan ter oplossing van de
kredietcrisis aan, het zogenoemde Troubled Asset Relieve Program (TARP). Middels
TARP zou de Amerikaanse overheid de waardeloos geworden schuldpakketten opkopen
van de banken, om hen zo te verlossen van hun probleem. Om dit plan te
rechtvaardigen werd gezegd dat de huidige marktprijs voor schuldpakketten
(bijna nul) overdreven laag was, ten gevolge van de paniek die was ontstaan. Op
middellange termijn zouden de schuldpakketten wel weer correct en dus hoger
gewaardeerd worden. Daarmee werd de voorstelling gegeven dat de kredietcrisis
slechts een tijdelijk probleem was: de banken waren op dit moment in problemen
omdat de schuldpakketten te laag geprijsd waren. Als de overheid daarom de
schuldpakketten zou opkopen van de banken tegen een soort "lange termijn
gemiddelde" prijs, dan zou het probleem voor de banken opgelost zijn omdat ze
hierdoor feitelijk hun oorspronkelijke investering in schuldpakketten terug
zouden krijgen. De overheid zou dan op een later moment, wanneer de markt eenmaal
gekalmeerd was, de schuldpakketten ook weer kunnen verkopen tegen ongeveer de
prijs die zij betaald had aan de banken. En dan zou alles opgelost zijn.
In Europa, daarentegen, richtte het overheidsingrijpen zich op een herkapitalisering
van de banken. De overheden boden de banken geld aan, waarmee ze de verliezen
op schuldpakketten op zouden kunnen vangen, in ruil voor aandelen in hun
bedrijf. Ook voor dit plan was de rechtvaardiging dat de markt in crisis was
geraakt door paniekerig overreageren. De gedeeltelijke of soms volledige
nationalisatie zou dus het korte termijn probleem van de banken oplossen. En op
middellange termijn, als alles weer tot rust zou zijn gekomen, dan zouden de
overheden hun belang in de banken weer kunnen verkopen, waardoor de banken weer
private banken zouden worden en de overheden hun geld terug zouden verdienen. Het
Amerikaanse TARP programma zou niet veel later dit Europese voorbeeld volgen.
Op dit moment wordt vooral het idee van de creatie van een zogenoemde "bad
bank" bediscussieerd. Onder dit plan zou een speciale bank opgericht worden die
de schuldpakketten over zal nemen van de andere banken. Deze "bad bank" zou de
schuldpakketten tegen een hoge prijs moeten opkopen van de andere banken, nabij
de prijs die de banken oorspronkelijk hebben betaald voor de schuldpakketten,
en zo het probleem voor de banken oplossen. De overheid zou dan garanderen dat
de "bad bank" in de toekomst al haar verplichtingen na kan komen. En op een
later moment, waarbij aangenomen wordt dat de prijs voor de schuldpakketten
weer zal stijgen, zal de "bad bank" de schuldpakketten weer verkopen en
zichzelf opheffen.
Van deze plannen zijn de eerste twee reeds overduidelijk gefaald. De
extra kredietfaciliteit voor de banken, gegeven door de Centrale Banken, moest
worden opgevolgd door nog meer extra geld voor de banken afkomstig van de
overheden. En dit viel te verwachten, omdat het probleem van de banken het
bezit van teveel schuld is. En extra schuld, wat de Centrale Banken dus
voorstelden, kan een dergelijk probleem onmogelijk oplossen. Verder mislukte het
initiatief van de Amerikaanse banken om met $100 miljard de markt voor
schuldpakketten te ondersteunen al snel na haar bekendmaking. De markt voor de
op Amerikaanse hypotheken gebaseerde schuldpakketten loopt namelijk in de
biljoenen (oftewel duizenden miljarden), en in een markt van dergelijke omvang
kan een fonds met $100 miljard niet een rol van significantie spelen.
De drie overgebleven plannen delen met elkaar de eigenschap dat zij met
kapitalisme niets te maken hebben. Alle drie zijn omvatten namelijk
overheidsingrijpen, oftewel een interventie door overheden om de problemen van
de banken op te lossen. Bovendien lost geen van hen het probleem van teveel
schuld werkelijk op. Het probleem dat resulteert uit het teveel aan schuld
wordt enkel getransfereerd van de banken naar de overheid, en in dit proces
wordt de totale schuldmassa nog eens verder vergroot.
In het voorbeeld van TARP, waar de overheid de schuldpakketten opkoopt,
daar moet de overheid geld lenen om de waardeloos geworden schuldpakketten op
te kunnen kopen. Het probleem van de banken is daarmee opgelost, maar de
overheid heeft hiermee een probleem op zich genomen dat nog groter is dan de
het oorspronkelijke probleem dat zij probeert op te lossen. Want niet enkel
neemt de overheid met deze stap het oorspronkelijke probleem van de banken op
zich, maar tevens een verder probleem omdat zij geld moet lenen om de
schuldpakketten te kunnen kopen.
In het Europese voorbeeld van herkapitalisering van de banken vindt in
essentie hetzelfde plaats. De overheden moeten immense bedragen lenen om de
banken het geld te kunnen geven dat zij nodig hebben om te overleven. Zo worden
de overheden eigenaar van de banken die blijven zitten met de schuldpakketten.
Met andere woorden, de overheden zullen immense bedragen moeten lenen, oftewel
extra schuld aan moeten gaan, om eigenaar te kunnen worden van banken die
schuldpakketten in hun bezit hebben waarover geen aflossing of rente wordt
betaald. Dus ook in het Europese plan zal de totale schuld in de economie enkel
groter worden, en gaat het probleem van de bestaande schuld enkel over van de
banken naar de overheden.
Het plan van de "bad bank" kan niet anders dan hetzelfde doen
resulteren. De "bad bank" moet de schuldpakketten wel tegen een hoge prijs
opkopen van de banken die deze schuldpakketten nu in bezit hebben, omdat anders
het probleem van de banken niet opgelost wordt. Om hun probleem op te lossen,
namelijk, moeten zij in feite afstand kunnen nemen van al de verplichtingen die
horen bij de schuldpakketten, en tegelijkertijd het geld dat zij geïnvesteerd
hebben in de schuldpakketten (grotendeels) terug krijgen. Dit betekent dat
iemand ervoor moet zorgen dat de "bad bank" over het kapitaal beschikt dat
nodig is om dit te kunnen doen. En die rol is natuurlijk voor de overheid. Dus
ook in het plan van de "bad bank" zal de overheid een immens grote schuld aan
moeten gaan om de "bad bank" in staat te stellen het probleem van de banken op
te kunnen lossen. Waardoor het oorspronkelijke probleem effectief wordt
getransfereerd van de banken naar de overheid door de totale schuldmassa nog
eens verder te vergroten.
Dit in zichzelf toont aan dat het kapitalisme niet de juiste ideologie
is. Het is namelijk de taak van een ideologie om de problemen van de mensen op
te lossen. Maar om te beginnen is het kapitalisme in heel haar geschiedenis
enkel in staat geweest de problemen van sommige mensen op te lossen. Enkel het
economisch probleem van de mensen in de westerse wereld, een de kleine
minderheid van op het totaal van mensen in de wereld. Het economisch probleem
voor de rest van de mensen, de meerderheid van mensen op aarde, heeft kapitalisme
nooit in haar geschiedenis weten op te lossen. Zij hebben onder kapitalisme
altijd in diepe, diepe armoede geleefd.
Bovendien, de kredietcrisis heeft aangetoond dat de oplossing van het
kapitalisme voor het economisch probleem van de mensen in het westen een
luchtbel was. Deze oplossing was gebaseerd op schuld, en dit heeft langzaam
maar zeker een nog veel groter probleem gecreëerd. En nu dit probleem zichzelf
heeft geopenbaard en aan de oppervlakte is gekomen, nu is kapitalisme in last. Ze
heeft dit eerst proberen op te lossen met extra schuld. Maar deze poging tot
oplossing van het schuldprobleem is vanzelfsprekend gefaald. In totale wanhoop
heeft kapitalisme zich daarom maar tot het socialisme gewend, haar ideologische
concurrent, in de hoop daar een "oplossing" voor het schuldprobleem te kunnen vinden.
Maar ook het antwoord van socialisme, overheidsingrijpen nationalisering, is
niet een oplossing. Zoals gezegd, dit maakt het probleem enkel groter.
Derhalve moet op objectieve gronden gezegd worden dat het kapitalisme
onjuist is, en hierover hoeft niet verder gediscussieerd te worden. Want kapitalisme
heeft een probleem gecreëerd waarvoor het geen oplossing heeft. En een
ideologie die problemen creëert in plaats van oplost, en die geen oplossing
heeft voor problemen, die ideologie is onjuist en ongeschikt voor de mensen om
te gebruiken.
|