|
In de meeste van de reacties op de
kredietcrisis wordt, soms bewust maar meestal onbewust, de economische leer van
kapitalisme als schuldige aangewezen. Bij het denken over de oorzaken voor de
crisis wordt namelijk voortdurend gewezen naar wat in feite de kern is van de
economische leer van kapitalisme als de schuldige. En bij het denken over de
toekomst na de kredietcrisis wordt een verandering van de economische leer van
kapitalisme als onvermijdelijk en noodzakelijk beschouwd, wat praktisch gezien
hetzelfde is als het verlaten van de economische leer van kapitalisme. De
realiteit is derhalve dat de kredietcrisis iedereen duidelijk heeft gemaakt dat
de economische leer van kapitalisme onjuist is.
Dat dit door maar weinigen middels
expliciete bewoordingen wordt erkend, is geen ontkrachting van deze conclusie. In
reactie op de komst van de kredietcrisis zei premier Balkenende bijvoorbeeld: "Wat deze crisis gemeen heeft met
de grote crises uit de jaren '30, '70 en '80 en de internetbubbel van rond de
eeuwwisseling is dit: ze zijn ontstaan uit hebzucht."[1] En Minister Bos
van Financiën zei: "De crisis betekent de definitieve teloorgang van een
systeem dat is gebaseerd op hebzucht (...)."[2] Ook bij niet-politici kon
dezelfde opvatting betreffende de kredietcrisis gevonden worden. Het Europees Verbond van Vakverenigingen, het Europees
samenwerkingsverband van vakbonden, verklaarde bijvoorbeeld: "Deze crisis is
veroorzaakt door hebzucht en roekeloosheid in Wall Street, Londen en andere
belangrijke financiële centra."[3] Deze visie op de
kredietcrisis lijkt niet het kapitalisme verantwoordelijk te stellen voor de
komst van de crisis, maar het gedrag van enkele individuen binnen het
systeem dat op basis van de kapitalistische economische leer tot is gebracht. Er
wordt namelijk gewezen naar de
leiders van de grote internationale banken en hedge funds, die de
kredietcrisis tot stand zouden hebben gebracht door in hun economische handelen
enkel en alleen persoonlijk gewin voor ogen te hebben. Maar voor eenieder die
ook maar een klein beetje bekend is met de theoretische onderbouwing van het
economische systeem van kapitalisme is duidelijk dat deze redenering in
werkelijkheid een aanklacht tegen de economische leer van kapitalisme onjuist
is. Het is een j'accuse, en niet een bescherming van kapitalisme.
De Schotse econoom Adam Smith (1723 - 1790) wordt gezien als de grondlegger
van de economische leer van het kapitalisme, omdat hij als eerste argumenteerde
dat het nastreven van het eigen individuele belang, het maatschappelijk belang
op de beste manier dient. In zijn magnus opum "Een onderzoek naar de
aard en oorzaken van de rijkdom der naties" van 1776 zegt Smith ondermeer: "...
ieder individu werkt noodzakelijkerwijs om de jaarlijkse opbrengst van de
samenleving zo groot mogelijk te maken. Inderdaad, over het algemeen heeft hij
zich niet voorgenomen het publieke belang te dienen, noch weet hij hoeveel hij
het dient. Bij het kiezen voor steun aan binnenlandse industrie boven
buitenlandse industrie, heeft hij alleen zijn eigen welzijn voor ogen; en bij
het dirigeren van deze industrie op een zodanige wijze dat de opbrengsten van
maximale waarde zijn, heeft hij alleen zijn eigen profijt in gedachten, en hierin
wordt hij, als in vele andere gevallen, gestuurd door een onzichtbare hand om
een einddoel na te streven dat geen onderdeel vormde van zijn intentie. Noch is
de samenleving altijd slechter af omdat het er geen onderdeel van vormt. Door
het nastreven van zijn eigenbelang bevordert hij dat van de samenleving vaak
meer effectief dan wanneer hij dat echt probeert te doen. Ik ben mij niet van
veel goeds bewust dat gedaan is door hen wiens voorkeur uitgaat naar handel
voor het publieke belang."
In deze passage zet Smith het kernidee van zijn boek
uiteen, welke op dat moment in de geschiedenis een ware revolutie in het
economische denken was. Volgens Smith is de realiteit dat iedere individu in
zijn economisch handelen altijd enkel zijn eigen profijt voor ogen heeft. Deze
observatie hadden anderen voor Smith ook al gedaan, dus hiermee was Smith niet
nieuw. Echter, waar anderen dit individualistische gedrag altijd als een
probleem beschreven, om daarna op zoek te gaan naar manieren waarop dit gedrag
bestreden kon worden, daar stelde Smith dat met individualistisch, op
eigenbelang gerichte gedrag niets mis was. Integendeel zelfs, zei Smith. Als het
individu in staat wordt gesteld om zich te laten leiden enkel en alleen door de
individuele zoektocht naar profijt, zo zei Smith, dan zal het individu het
welzijn van de samenleving op de beste wijze dienen. Beter nog dan wanneer het
individu zich in zijn economische handelingen zou laten leiden door
altruïstische motieven. Smith redeneerde dat als de individuen in een land de
vraag naar een bepaald goed laten stijgen, dat dan de prijs van dat goed zal stijgen
indien er zich in de economie geen obstructies voor de vrije marktwerking
bevinden. Door deze stijging van prijs zullen producenten dan aangetrokken
worden tot de productie van dit goed, totdat vraag en aanbod weer in balans zijn.
En, stelde Smith, als het aanbod van een goed de vraag naar een goed te boven
gaat, dan zal de prijs van dit goed dalen indien er zich in de economie geen
obstructies voor de vrije marktwerking bevinden. Hierdoor zullen producenten
gemotiveerd worden om de productie van dit goed te verlaten, eveneens totdat
vraag en antwoord weer in balans zijn. Aldus, zo argumenteerde Smith, zou het
individualistische, op eigenbelang gerichte gedrag van het individu ervoor
zorgen dat de economie nooit teveel of te weinig van haar productiecapaciteit
zou besteden aan de productie van een goed, maar altijd precies genoeg.
Waardoor de productiecapaciteit van een land altijd op de meest productieve
manier benut zou worden. En waardoor dan weer de belangen van de samenleving
als geheel ten beste gediend zouden worden.
Deze kijk op persoonlijke hebzucht, het handelen op basis
van enkel en alleen het individuele profijt, was revolutionair, en zou later
tijdens de 18e en 19e eeuw verder uitgewerkt worden tot
het fundamentele principe van het economisch denken van de kapitalisten. In dit
denken is absolute economische vrijheid het ideaal, moet iedereen zich laten
leiden door individualistisch eigenbelang en moet de overheid er enkel en
alleen voor zorgen dat het eigendomsrecht niet geschonden wordt. Zodat de vrije
markt als een Onzichtbare Hand haar werk kan doen en ervoor kan zorgen dat de
beschikbare productiemiddelen benut zullen worden op de manier die voor de samenleving
als geheel het meest profijtelijk is.
Het is daarom onmogelijk om, zoals Balkenende, Bos en
vele andere proberen te doen, te constateren dat het op individualistisch
eigenbelang gebaseerde gedrag de kredietcrisis heeft veroorzaakt, zonder het kapitalisme
te bekritiseren. Want het kapitalisme roept de mensen juist op tot gedrag
gebaseerd op individualistisch eigenbelang. Dus de conclusie die getrokken moet
worden uit het feit dat het op individualistisch eigenbelang gebaseerde gedrag
de kredietcrisis heeft veroorzaakt, is dat het kapitalistische idee betreffende
de werking van de volledig vrije markt, dat daar een Onzichtbare Hand ervoor
zal zorgen dat het op individualistisch eigenbelang gebaseerde gedrag de
belangen van de samenleving op de beste wijze zal behartigen, onjuist is.
Het feit dat de overheden van al de landen wiens banken
betrokken zijn bij de kredietcrisis, op de komst van deze crisis gereageerd
hebben door de vrije marktwerking buiten dienst te stellen, toont aan dat dit
wel degelijk ingezien wordt, ook al wordt het niet middels expliciete woorden
erkend. Want er is feitelijk geen serieuze politicus of econoom die hiertegen heeft
geprotesteerd. Het Internationaal Monetair Fonds, dat decennia lang over gans
de wereld werkte aan het beëindigen van de invloed van overheden op de markten,
verklaarde zelfs: "De onrust op de financiële markten zal een alomvattende
inspanning vereisen van nationale overheden (...)."[4] Met andere woorden, "niets
doen is simpelweg geen optie" is het mantra geworden, wat Waren Buffet, de
investeerder die middels zijn onderneming Berkshire Hathaway de rijkste man ter
wereld is geworden en die economisch adviseur was van zowel Barack Obama als
John McCain, vertaalde tot "iets doen is beter dan niets doen"[5]. Dit standpunt, dat bij de
huidige crisis overheden gedwongen zijn om in te grijpen in de markten, dat de
markt niet haar gang gelaten mag worden, dat de banken ten koste van alles
overeind gehouden moeten worden en niet failliet mogen gaan, toont aan dat het
geloof in de Onzichtbare Hand opgegeven is. Het is een erkenning van het feit dat
de economische leer van het kapitalisme gefaald heeft. Want de economische leer
van het kapitalisme stelt dat een vrije markt waar iedereen zijn individuele
eigenbelang nastreeft het best mogelijke resultaat voor gans de samenleving tot
stand brengt, en dat overheidsingrijpen in de markt problemen veroorzaakt omdat
het de marktwerking tegen gaat en het functioneren van de Onzichtbare Hand
blokkeert. En de economische leer van het kapitalisme schrijft derhalve voor
dat overheden zich vooral niet moeten bemoeien met de markt. Maar dit
voorschrift is volledig genegeerd geworden.
Sterker nog, dit voorschrift is aangeduid als een oorzaak
van de kredietcrisis. Dit is wat het betekent wanneer gezegd wordt dat
afwezigheid van "overzicht over de financiële markten" een belangrijke factor is
in de totstandkoming van de kredietcrisis, en wanneer gezegd wordt dat
regulering van de wereldeconomie noodzakelijk is om crises zoals de
kredietcrisis in de toekomst te voorkomen. Zoals Pascal Lamy, het hoofd van de
Wereld Handels Organisatie, zei: "Het moet erkend worden dat dit systeem (...)
dat onrecht doet bestaan, en dat men nu al 200 jaar kent sinds haar periode van
bloei aan het begin van de 20e eeuw, dit systeem verdient het om
veranderd te worden."[6] Of zoals het hoofd van het
Internationaal Monetair Fonds, Dominique Strauss-Kahn, zei: "Ik denk echt
dat de noodzaak tot overheidsingrijpen (in de markt) meer duidelijk is
geworden."[7]
Het IMF verklaarde ook: "Het wereldwijde systeem van regelgeving moet terug
overdacht worden."[8] Wat betekent dat het IMF
werkelijke regelgeving nu terug geïntroduceerd wil zien worden, omdat zij tot
dusver altijd werkte aan een systeem van regelgeving dat zei "geen regelgeving
is de beste regelgeving". Deze breed gedragen opinies tonen aan dat er niet
langer wordt geloofd in de vrije markt die de economische leer van het
kapitalisme voorschrijft. Ook dit is een erkenning van het feit dat de
economische leer van het kapitalisme gefaald heeft.
Dus zowel uit de reactie op de kredietcrisis, als uit het
denken over de oorzaak van de kredietcrisis, als uit het denken over de
toekomst na de kredietcrisis, blijkt dat het geloof in kapitalisme is
opgegeven. Eruit blijkt een erkenning dat de volledig vrije markt, waar
iedereen mag doen en laten wat hij zolang hij het eigendomsrecht van anderen
maar niet schaadt en waar alle overeenkomsten en transacties rechtmatig zijn
zolang ze maar uit vrije wil plaatsvinden, niet de belangen van de samenleving
ten beste zal behartigen. Met andere woorden, door de kredietcrisis is de
fundamentele onjuistheid van kapitalisme gebleken. En iedereen heeft dit gezien
en heeft zich dit gerealiseerd.
[1] www.minaz.nl/Actueel/Publicaties_minister_president/Financieele_Dagblad_20_december_2008
[2] www.nrc.nl/economie/article1990648.ece/Bos_Amerika_moet_af_van_graaikapitalisme
[3] www.fnvbondgenoten.nl/nieuws/actueel/casinokapitalisme/
[4] www.imf.org/external/pubs/ft/survey/so/2008/POL100708A.htm
[5] www.nowpublic.com/world/oracle-omaha-says-current-us-credit-crisis-economic-pearl-harbor
[6] www.lefigaro.fr/flash-actu/2009/01/07/01011-20090107FILWWW00356-lamy-le-capitalisme-merite-d-etre-change.php
[7] www.reuters.com/article/telecomm/idUSL0634614420080407
[8] Ibidem
noot 4
|