|
1938: Opkomst van het eigen
huizenbezit in Amerika en op hypotheken gebaseerde schuldpakketten
Als onderdeel van de "New Deal" van president Franklin D. Roosevelt,
het plan waarmee FDR Amerika uit de Grote Depressie probeerde te krijgen, werd
in 1938 de "National Mortgage Association of Washington (NMAW)" opgericht. Destijds
stelden instanties zoals de Federal Housing Administration (FHA) en de Veterans
Administration (VA) hypotheken beschikbaar aan mensen met lagere inkomens,
zodat ook de armeren in de samenleving een huis konden kopen. De Amerikaanse
overheid wilde deze praktijk stimuleren en richtte derhalve de NMAW op. De NMAW
kocht van de FHA en VA het recht op betaling van aflossing en rente betreffende
de hypotheken die de FHA en VA uitgegeven hadden. Het idee was dat hierdoor het
risico bij het uitgeven van hypotheken geminimaliseerd zou worden voor de FHA
en de VA, omdat zij direct na het uitgeven van de hypotheek de rechten die
hieruit resulteerden met winst door zouden kunnen verkopen. En door het risico
voor de FHA en de VA te minimaliseren zouden zij meer mensen een hypotheek aan
kunnen bieden. Zo was de gedachte. De NMAW voegde de rechten op de verschillende
hypotheken vervolgens samen tot schuldpakketten, en verkocht deze
schuldpakketten dan weer verder aan beleggers op Wall Street. Zodat deze
beleggers de uiteindelijke houders werden van het recht op aflossing en rente
betreffende de hypotheken uitgegeven door de FHA en de VA.
1990: Groei van de markt voor
schuldpakketten
Vooral tegen het einde van de twintigste eeuw en aan het begin
eenentwintigste eeuw nam de markt voor deze op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten een vlucht. Eind 2007 werd de in Amerika uitstaande waarde van
op hypotheken gebaseerde schuldpakketten geschat op $5,9 biljoen. Dat is $5.900
miljard, oftewel $5.900.000.000.000.
Bij de grafiek: jaarlijkse uitgifte van
hypotheekschuldpakketten in de Verenigde Staten tussen 1996 en 2007 (bron: www.sifma.org)
De groei in de markt voor op hypotheken gebaseerde schuldpakketten werd
veroorzaakt door een aantal zaken. Ten eerste, het bestaan van een markt waar
het recht op hypotheken, aflossing en rente, verhandeld kan worden, maakte het
voor de uitgevers van hypotheken aantrekkelijk om veel hypotheken uit te geven.
Dankzij deze markt kon men de rechten op een hypotheek namelijk direct
doorverkopen, met winst. Ten tweede, vanaf 1997 stegen op de Amerikaanse
huizenmarkt de prijzen van huizen en appartement continu, niet zelden met
percentages tussen de 10% en 30% op jaarbasis. Tegelijkertijd werd de
Amerikaanse rentevoet heel laag gehouden door de Federal Reserve, vooral na het
barsten van de "dot com"-bubbel in 2001. Ten gevolge hiervan bestond er grote
vraag naar hypotheken onder het volk van Amerika. En in reactie op het stijgen
van de huizenprijzen werden de hypotheken van steeds grotere waarde. Ten derde,
de zogenaamde investeringsbanken op Wall Street organiseerden zowel de creatie
van de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten, als het management van de
schuldpakketten (zorgen dat de op een hypotheek betaalde aflossing en rente terecht
komt bij de eigenaar van het schuldpakket waartoe de hypotheek behoort).
Hieraan werden grote bedragen verdiend door de investeringsbanken. En ten
vierde, het risico van investeringen in op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten werd als erg laag ingeschat. Dit had deels te maken met de
voortdurende stijging van de huizenprijzen in Amerika. Indien iemand een keer
de verplichtingen onder zijn hypotheek niet na kon komen, dan kon het huis
verkocht worden waardoor de eigenaar van het schuldpakket waartoe de hypotheek behoorde
toch nog zijn geld kreeg. Verder werd het risico van investeringen in op
hypotheken gebaseerde schuldpakketten als erg laag ingeschat omdat het proces
waaronder de inschatting tot stand komt historische data gebruikt. Bij de
bepaling van het risico werd gekeken naar het aantal maal in het verleden dat
een belegger in de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten zijn geld niet
kreeg. En in de periode 1997 - 2005 kwam dit slechts zelden voor, omdat wanneer
iemand in die periode zijn hypotheek niet meer kon betalen de verkoop van het
huis voldoende geld op bracht om de verplichte aflossing en rente te betalen. Waardoor
door beleggers gedacht werd dat iedere in op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten belegde dollar ook in de toekomst terugbetaald zou worden met
winst. Hierdoor bestond er onder beleggers grote vraag naar schuldpakketten, in
de veronderstelling dat zij middels de schuldpakketten goedkoop een toekomstige
cash flow (de betaling van aflossing en rente op hypotheken) zeker konden
stellen.
Voor genoemde redenen groeide zowel het aanbod van, als de vraag naar,
op hypotheken gebaseerde schuldpakketten tussen 1990 en 2007 voortdurend.
2007: Crash van de markt voor
op hypotheken gebaseerde schuldpakketten
Om voortduring van de groei van de markt voor op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten mogelijk te maken, oftewel om continuering van de groei van de
winsten voor de hypotheekverstrekkers en de investeringsbanken mogelijk te
maken, moesten alsmaar meer hypotheken verstrekt worden. In eerste instantie
maakten de hypotheekverstrekkers dit mogelijk door minder eisen te stellen aan
de kredietwaardigheid van potentiële leners. Ook mensen met slechte
kredietwaardigheid, die bijvoorbeeld in het verleden al eens failliet waren
gegaan of die over lage en een niet-continue inkomensstroom beschikten, werd de
mogelijkheid gegeven om een hypotheek af te sluiten. Later werden de mensen
door de hypotheekverstrekkers actief gemotiveerd om grotere hypotheken af te
sluiten, ook de minder of slecht kredietwaardige mensen, door te wijzen op de
stijgingen in de huizenprijzen van de voorbije jaren. Eigen huizenbezit werd
gepresenteerd als een zekere weg naar rijkdom. En des te groter de hypotheek,
des te rijker zou men worden, zo werd de algemene wijsheid. Weer later werden
de mensen door de hypotheekverstrekkers gemanipuleerd om grotere hypotheken af
te sluiten. Verschillende hypotheekproducten kwamen op de markt waarmee de
initiële lasten kunstmatig laag gehouden werden, zoals hypotheken die de eerste
twee of drie jaar interestvrij waren en hypotheken met variabele rentevoet
waarbij de initiële rentevoet heel laag was. Zo werden mensen lage maandelijkse
lasten voorgehouden op heel grote hypotheken, zonder expliciet duidelijk te
maken dat de hypotheeklasten enkel tijdens beginjaren zo laag zouden zijn en
daarna explosief zouden stijgen (soms met meer dan 300%). Hierdoor nam het
aandeel slechte leningen in de schuldpakketten, de leningen waarover aflossing
en rente niet of meest waarschijnlijk niet betaald zouden worden, sterk toe.
Beleggers rekenden op hoogstens 12% "default" (percentage van het aantal
leningen waarover de verplichtingen niet nagekomen werden op het totaal aantal
leningen in het schuldpakket), maar in werkelijkheid kwam dit percentage
dichter bij de 60% te liggen.
Bovendien, op het moment dat meer en meer hypotheken in default
geraakten, kwamen meer en meer huizen in de gedwongen verkoop ("foreclosure
sale"). Want dit is het normale mechanisme bij hypotheken: als aflossing en
rente niet op tijd betaald worden, dan wordt men het huis uitgezet en wordt het
huis verkocht. Hierdoor kwam aan de stijging van de Amerikaanse huizenprijzen
een einde. De Amerikaanse huizenprijzen begonnen zelfs te dalen, waardoor de
gedwongen verkoop niet langer genoeg opbracht om de verplichte aflossing en
rente te betalen.
De bezitters van de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten kwamen dus
in de situatie waarin ze hun belegde geld niet terug kregen. Toen de spelers op
de markt zich dit realiseerden, probeerde iedereen zijn op hypotheken
gebaseerde schuldpakketten te verkopen en wilde niemand dezen nog kopen.
Waardoor de prijs voor de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten in korte
tijd kelderde en ze feitelijk waardeloos werden.
2007, juni: Megaverliezen in
de financiële wereld
In juni 2007 kwam de Amerikaanse investeringsbank Bear Stearns met het
bericht naar buiten dat twee van haar Hedge Funds, waarin miljarden dollars
geïnvesteerd waren, nagenoeg waardeloos waren geworden doordat op de
aangekochte op hypotheken gebaseerde schuldpakketten bijna geen tot geen
aflossing of rente werd betaald. Op dat moment werd duidelijk dat in werkelijkheid
het risico op niet-betalen bij de schuldpakketten veel hoger lag dan waar de
beleggers vanuit waren gegaan. Beleggers realiseerden zich toen dat ze teveel
hadden betaald voor de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten. Daarop
probeerden ze dezen nog snel te verkopen, in de hoop dat andere beleggers zich
dit nog niet gerealiseerd zouden hebben. Maar iedereen realiseerde zich dit. En
niemand precies wist wat het echte risico was bij de op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten. Daarom wilde niemand deze schuldpakketten nog kopen. Integendeel,
iedereen wilde van zijn bezit in schuldpakketten af. Doordat iedereen zijn schuldpakketten
probeerde te verkopen en niemand dezen nog wilde kopen, zagen de houders van de
schuldpakketten de waarde van hun belegging dalen totdat dezen niets meer waard
waren. De markt voor op hypotheken gebaseerde schuldpakketten crashte. Dit had
gevolgen voor wat betreft de winsten van de financiële instellingen die zich
bezig hielden met beleggingen in op hypotheken gebaseerde schuldpakketten. De
houders van de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten hadden deze beleggingen
namelijk tegen een bepaalde waarde op hun balans staan. Na de crash van de
markt voor op hypotheken gebaseerde schuldpakketten bleek deze waarde veel te
hoog, en moest dus afgeschreven worden. Dit veroorzaakte grote verliezen voor
de houders van de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten.
Bij de tabel: De afschrijvingen van de
internationale banken op de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten, tot juli
2008 (bron: Bloomberg [1])
2008, september: Crisis in de
financiële wereld
De waarde van de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten nam dus
dramatisch afnam omdat duidelijk was geworden dat veel van de verschuldigde
aflossing en rente niet betaald werd. Dit was de fundamentele kwestie voor wat
betreft de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten. Maar naast afschrijvingen
zorgde dit voor een nog veel groter probleem voor de houders van de op
hypotheken gebaseerde schuldpakketten.
In eerste instantie werden de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten
door beleggers gekocht als belegging, maar ook om een toekomstige stroom van
geld in hun richting, te weten aflossing en rente, zeker te stellen. Omdat de
aflossing en rente op de hypotheken veelal niet betaald werd, kregen de
beleggers in de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten dus niet het geld
binnen waarop ze wel gerekend hadden. Waardoor zij problemen kregen om de
verplichtingen op hen zelf te voldoen.
Maar omdat voor de waardes van de op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten voor lange tijd alsmaar gestegen waren, waardoor de beleggers
in de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten hoge winsten hadden weten te
boeken, waren veel beleggers bij de aankoop van op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten aan "leveraging" gaan doen. Leveraging betekent dat men geld
leent om beleggingen mee te doen. Dus op het moment dat de waarde van de op
hypotheken gebaseerde schuldpakketten overschat bleek, hadden veel beleggers de
op hypotheken gebaseerde schuldpakketten gekocht met geleend geld. Hun
verwachting was namelijk dat de winst uit de op hypotheken gebaseerde
schuldpakketten groter zou zijn dan hetgeen ze aan aflossing en rente zouden
moeten betalen. Toen dus de winsten op de schuldpakketten verdwenen, kwamen
deze beleggers in grote problemen. Ze konden niet de aflossing en rente die ze
zelf verschuldigd waren voldoen. En zo kwamen ook degenen die hen het geld
hadden geleend om beleggingen in op hypotheken gebaseerde schuldpakketten te
kopen, in de problemen.
Deze kettingreactie zorgde er ondermeer voor dat al de grote
investeringsbanken op Wall Street ophielden te bestaan. Bear Sterns moest
overgenomen worden door JP Morgan Chase om het van de ondergang te redden.
Lehman Brothers ging werkelijk failliet en hield op te bestaan. Merryll Lynch
was in zo grote problemen dat ze moest worden overgenomen door Bank of America.
Morgan Stanley veranderde zichzelf van een investeringsbank in een commerciële
bank om aanspraak te kunnen maken op steun van de Amerikaanse overheid. En Goldman
Sachs, die kort voor de komst van de crisis haar investeringen in op hypotheken
gebaseerde schuldpakketten van de hand had gedaan en daarom minder door de
crisis beïnvloed werd, deed hetzelfde. Verder moest de Amerikaanse staat Fennie
Mae en Freddy Mac, de twee ondernemingen die door de Amerikaanse staat
opgericht waren om hypotheekverstrekking aan de lage- en middeninkomens te
stimuleren, nationaliseren. Net zo zag de Britse overheid zich gedwongen de
bank Northern Rock te nationaliseren, en Nederland, België en Luxemburg Fortis.
De bank Washington Mutual moest worden overgenomen door JP Morgan Chase en de
Britse bank HBOS moest worden overgenomen door het eveneens Britse Lloyds TBS.
Maar niet enkel banken raakten in problemen. Het is een normale
praktijk binnen de financiële wereld om je, bij beleggingen in schuld, te verzekeren
tegen default. Dit gebeurt middels zogenaamde Credit Default Swaps (CDS). Bij
een CDS gaat de belegger in schuldpakketten een overeenkomst aan met - meestal
- een verzekeringsmaatschappij. In ruil voor een premie belooft de
verzekeringsmaatschappij de belegger in schuld te zullen vergoeden indien de
aflossing en rente op de schuld niet betaald wordt. De grootste speler op dit
gebied was de Amerikaanse onderneming American International Group (AIG). Toen
eenmaal bleek dat over een groot deel van de hypotheken geen rente en aflossing
betaald werd, vond AIG zich contractueel verplicht om vele tientallen miljarden
dollars uit te keren aan beleggers in de op hypotheken gebaseerde schuldpakketten.
Geld waarover AIG niet beschikte, en dus was AIG technisch failliet. Echter, de
Amerikaanse overheid intervenieerde. Indien AIG haar verplichtingen niet na zou
kunnen, namelijk, dan zou dit het faillissement hebben betekend voor verschillende
van de partijen aan wie AIG geld diende uit te keren, de beleggers in de op
hypotheken gebaseerde schuldpakketten. Om dat te voorkomen heeft de Amerikaanse
overheid $150 miljard uitgegeven aan steun voor AIG, zodat AIG aan haar
verplichtingen kon voldoen en een kettingreactie van faillissement voorkomen
zou kunnen worden.
2008, oktober:
Overheidsingrijpen in de financiële markten
Middenin de crisis kwamen Centrale banken en overheden overal ter
wereld met plannen om hun nationale financiële instellingen te helpen de crisis
door te komen. Hun reden hiervoor is de rol die financiële instellingen, in het
bijzonder banken, spelen in kapitalisme. Verreweg het grootste deel van de
economische activiteit in kapitalisme, oftewel investeringen en consumptie,
wordt gefinancierd middels schuld. En de banken spelen in het systeem van
kapitalisme de rol van verschaffer van deze leningen waarmee bedrijven en
individuen investeren en consumeren. Als de banken dus in financiële problemen
geraken en niet langer over voldoende geld beschikken om aan hun eigen
verplichten te kunnen voldoen, dan hebben ze ook geen geld meer om uit te lenen
aan potentiële investeerders en consumenten. En zou deze situatie zich
voordoen, dan zou het ganse economische leven tot een halt komen want dan zou
er niet meer geïnvesteerd of geconsumeerd worden. Om dit te voorkomen boden Centrale
Banken en overheden overal ter wereld hun financiële instelling miljarden
dollars en euro's aan, hopende hiermee een ineenstorting van de financiële wereld
- en daarmee de volledige economie - te kunnen voorkomen. Amerika heeft tot
dusver $7,8 triljard gereserveerd hiervoor [2], dat is
meer dan 50% van de waarde van de ganse Amerikaanse economie. Europa heeft om
en nabij de€€2,4 triljard gereserveerd,
oftewel omstreeks 15% van de waarde van de Europese economie. Bovenop deze
bedragen voor de banken en andere financiële instellingen komen nog vele
verdere miljarden dollars en euro's in de vorm van leningen beschikbaar gesteld
door de Centrale Banken.
Bij de tabel: Overheidssteun voor de
financiële sector in Europa, tot oktober 2008, in miljarden (bron: Wikipedia [3])
2008, oktober: Crisis in industrie
en handel
Zowel industriële productie als handel zitten sinds oktober 2008 in een
neerwaartse spiraal. Dit wordt deels verklaard doordat in reactie op de crisis
de verwachtingen van producenten en consumenten betreffende de economische
situatie in de nabije toekomst sterk negatief geworden zijn, zoals blijkt uit
indicatoren zoals het "producentenvertrouwen" en "consumentenvertrouwen". Een
daling van dit vertrouwen gaat gewoonlijk gepaard met een afname van
investeringen en consumptieve bestedingen, en dus industriële productie en
handel, omdat bij laag vertrouwen geld eerder gespaard wordt dan uitgegeven. De
vraag naar goederen en diensten is daarom afgenomen, met andere woorden, omdat
mensen zich zorgen maken over wat de toekomst zal brengen.
Nog belangrijker, echter, is het feit dat de banken sinds de komst van
de kredietcrisis de beschikbaarheid van krediet ernstig beperkt hebben. Ze
hebben op dit moment niet de beschikking over geld om uit te lenen, of ze zijn
zo geschrokken door de kredietcrisis dat ze uitermate voorzichtig zijn geworden
met het uitlenen van geld. Hierdoor zijn bedrijven en individuen vaak simpelweg
niet in staat om geld uit te geven, waardoor de vraag naar goederen en diensten
verder is afgenomen.
Ten slotte, door het gebrek aan kredieten bij de banken en door de
daling van de vraag naar goederen en diensten zijn veel bedrijven in zwaar weer
terecht gekomen en failliet gegaan. Hun werknemers zijn daardoor op straat
komen te staan. De bedrijven die vooralsnog niet failliet zijn gegaan reageren
op de economische neergang door kostenbesparingen door te voeren, onder andere
door mensen te ontslaan of met onbetaald verlof te sturen. Hierdoor wordt het
besteedbaar inkomen van de mensen verminderd, wat een nog verdere daling van de
vraag naar goederen en diensten zal doen resulteren. Wat de crisis in industrie
en handel nog verder zal verergeren.
[1] www.bloomberg.com/apps/news?pid=20601087&sid=a8sW0n1Cs1tY&refer=home
[2] www.nytimes.com/2008/11/26/business/economy/26fed.html?th&emc=th
[3] www.nl.wikipedia.org/wiki/Kredietcrisis
|