|
Redactie Expliciet Magazine: Expliciet heeft zichzelf onder andere ten doel gesteld haar lezers te informeren over Islam en de ordening van het leven van de mens die zij aandraagt. In de vorige uitgave van Expliciet heeft u kennis kunnen maken met de ordening van het economisch leven van de mens die hoort bij Islam. Echter, onze uiteenzetting van het economisch systeem in Islam is nog niet compleet en u heeft nog van ons tegoed een verhandeling over de ordening van de benutting van bezit en een uiteenzetting van de rol die de staat speelt in deze ordening van het economisch leven. Hiermee is het tweede deel en laatste deel van het Economisch Systeem in Islam geïntroduceerd, dat wij u bij deze presenteren. Benutting van Bezit
Benutting van bezit in het economisch systeem van Islam is niet vrijgelaten voor de mens. Zoals in het hoofdstuk betreffende bezit in Islam reeds is uiteengezet, wordt bezit gedefinieerd als "toestemming van de Schepper (swt) een bepaald feit of een voordeel van een feit te benutten, tezamen met toestemming benutting van het feit door anderen te beperken". Uit deze definitie van bezit blijkt dat de benutting van bezit beperkt is door de Schepper, omdat bezit het recht is een feit op een bepaalde manier te gebruiken. In feite heeft Islam de mens drie methoden toegestaan waarop bezit benut mag worden. Deze methoden zijn de daarmee de enige toegestane methoden van benutting van bezit binnen het economisch systeem van Islam. Deze methoden zijn: investeren, consumeren en weggeven in gift. Weggeven en consumeren spreken in deze voor zich - datgene wat men niet mag consumeren mag men tevens niet bezitten - vandaar dat wij ons zullen concentreren op de derde methode van besteding van bezit, namelijk de investering. Investeren De realiteit van bezit is dat het ofwel aan het land ontsproten is, ofwel verkregen is uit ruil, ofwel een verandering van andere bezittingen is. Hieruit blijkt dat de eerste methode van benutting van bezit, investeren, ofwel het land betreft, ofwel de handel, ofwel de industrie. Land Land dat onbewerkt is gebleven voor een periode langer dan drie jaar, zogenaamd "dood land", kan door in individu tot bezit worden genomen door het te omheinen of te bewerken. Dit betekent dat bewerken van land in bezit een verplichting is op de eigenaar van het land, wil men het in eigendom behouden. Land in bezit geeft de eigenaar in ieder geval de mogelijkheid het weg te geven of het te verkopen. Beide manieren van benutten beëindigen bezit, waarbij enkel in geval van verkoop nog iets rest, namelijk de verkoopopbrengst. Om het bezit van het land te continueren moet het land bebouwd worden, ingericht als weidegrond of ingericht als landbouwgrond. Waar land bebouwd wordt vervalt de classificatie dood land. Eenmaal bebouwd kan land nog altijd weggegeven worden, verkocht of verhuurd, omdat de eigendomsregel van drie jaar niet langer op het land van toepassing is. Hetzelfde geldt voor land dat ingericht wordt door de eigenaar als weidegrond. Hij mag dit weggeven of verkopen, gebruiken om zijn veestapel te laten grazen of verhuren aan derden zodat hun vee er kan grazen. Land dat ingericht is als landbouwgrond moet ook werkelijk bewerkt worden. Ofwel men onderneemt dit in eigen beheer, waarvoor het toegestaan is mensen in dienst te nemen om het werk te verrichten, om men geeft het weg aan anderen om te bewerken. Verhuur van land-bouwgrond is niet toegestaan, evenals leasing. De eigenaar van landbouwgrond heeft drie jaar de tijd om voor het land een toepassing te vinden of om het te verkopen, maar waar de grens van drie jaren is verstreken zonder dat dit plaats gevonden heeft, neemt de staat het bezit af om te verdelen onder haar onderdanen die wel in staat zijn het productief te benutten. Handel In werkelijkheid zijn niet al de feiten benodigd door de mens op het juiste moment beschikbaar op de juiste plaats. Het bemachtigen van deze feiten op moment dat ze nodig zijn maar niet beschikbaar door middel van dwang en geweld is verdorven en allerminst rechtvaardig. Enkel chaos zou resulteren. Het is duidelijk derhalve dat een economisch systeem de mens een manier dient te geven om op de gewenste momenten in bezit te komen van wat benodigd is. Handel is deze manier. In Islam vallen twee manieren van handel te onderscheiden, de toegestane manier (halal), zijnde de verkoop, en de niet toegestane manier van handel (haraam), zijnde de rente. De verkoop is een overeenkomst tussen twee partijen, gebaseerd op het principe van "aanbod (ijab)" en "acceptatie (qabool)". Als zodanig is een verkoopovereenkomst gesloten bij de uitspraak van de woorden "ik heb verkocht" en "ik heb gekocht", ofwel woorden of handelingen van soortgelijke betekenis. Zowel de verkoper als koper hebben het recht iemand als vertegenwoordiger in te huren, om namens hen de transactie te verrichten. Ook in deze gevallen is de overeenkomst geldig en bindend, op voorwaarde dat de vertegenwoordigers werken op basis van een vastgesteld loon anders dan een percentage van de winst / overeenkomst. De rente is gedefinieerd als een overeenkomst waarbij de ruil geld voor geld is, goud voor goud, zilver voor zilver, tarwe voor tarwe, gerst voor gerst, dadels voor dadels of zout voor zout; in dezelfde vorm en voorverschillende hoeveel-heden. Dus een ruil van Euro's nu voor een ander Euro bedrag later is niet toegestaan omdat deze ruil valt onder de definitie van rente. Een ruil van Euro's voor Dollars is toegestaan en is geen rente, mits de ruil effectief plaatsvindt op het moment van de transactie en niet in de toekomst. Evenzo is een ruil goud nu voor meer goud in de toekomst of tarwe nu voor meer tarwe in de toekomst rente en daarmee verboden. Industrie De industrie is een belangrijk onderdeel van de economie van ieder land. Waar in het verre verleden de industrie bestond uit eenmanszaken van voornamelijk handwerklieden, heeft met de industriële revolutie de industrie de vorm gekregen die we heden ten dage kennen, die van grote ondernemingen waarin een massa mensen aan productie werken. In haar essentie is industrie "het veranderen van de eigenschappen van feiten", bijvoorbeeld ruwe olie dat wordt omgezet in asfalt, stookolie, benzines en gassen; of "het combineren van eigenschappen van feiten", bijvoorbeeld het combineren van verschillende oliën en mineralen tot een parfum. Deze beide vormen van industrie zijn toegestaan in Islam en men mag deze activiteiten zowel in eigen beheer ondernemen als anderen verzoeken deze activiteiten te ondernemen, in welk geval de regelgeving betreffende werk van toepassing is. Maar, gezien het feit dat industrie tegenwoordig nauwelijks nog door individuen bedreven wordt en de eenmanszaken vele malen minder van belang zijn dan voorheen, is de voornaamste regelgeving betreffende industrie de islamitische regelgeving betreffende ondernemingen geworden. Vennootschap in Islam Een vennootschap in een overeenkomst tussen twee (of meer) partijen en betreft de intentie samen te werken aan een bepaalde zaak, met als doel het maken van winst. Zoals altijd het geval in overeenkomsten volgens Islam behoort ook een overeenkomst als deze zowel een aanbod als een acceptatie te bevatten, en dus de woorden "ik ben met jouw een vennootschap overeen-gekomen betreffende deze of gene zaak" en "ik heb geaccepteerd", of woorden of handeling van soortgelijke betekenis. Islam kent vijf soorten vennootschapsovereenkomsten: 1. Al 'Inan (vennootschap van gelijken), 2. Al Abdan (vennootschap van personen), 3. Al Mudharaba (vennootschap van kapitaal en personen), 4. Al Wujooh (vennootschap van naam) en, 5. Al Mufawadha (vennootschap van onderhandeling). Al 'Inan Een overeenkomst naar Al 'Inan is waar twee partijen kapitaal inbrengen in de te vormen overeenkomst en zowel het werk in als de winsten die resulteren uit de vennootschap delen. Een voorwaarde voor het ingebrachte kapitaal is dat het zowel liquide moet zijn alswel uitgedrukt in monetair termen. Dit wil zeggen dat een van de partners een gebouw als kapitaal in mag brengen in de vennootschap, maar dat de waarde van het huis in geld bepaald welk percentage van het totale kapitaal van de vennootschap door middel van het huis is ingebracht. Onder Al 'Inan zijn de partners gelijken, ondanks het mogelijke verschil in kapitaal dat elk van hen in de vennootschap ingebracht heeft. Dit betekent dat beiden bevoegd zijn te kopen, te verkopen, te huren of te verhuren namens de vennootschap zonder verdere toestemming van de overige partner(s). De afspraak van een van de partners is bindend voor de vennootschap. De beide partners hebben gelijk en volledige zeggenschap over het kapitaal van de vennootschap omdat de vennootschap van Al 'Inan gebaseerd is op vertrouwen. Het is de partners niet toegestaan een persoon als persoonlijk afgevaardigde te laten werken in de Al 'Inan, de partner moet zelf het werk in Al 'Inan ondernemen. De winsten die de vennootschap weet te realiseren worden verdeeld onder de partners zoals bij hun overeenkomst is afgesproken. Enkel verliezen worden gedeeld over de partners naar inbreng van het startkapitaal. Al Abdan In Al Abdan komen twee of meer partners een vennootschap overeen zonder startkapitaal in te brengen, maar beide hun arbeid. De arbeid kan zowel fysiek als intellectueel van aard zijn. De partners hoeven niet per se van gelijke beroep te zijn maar kunnen de verantwoordelijkheden die komen met een vennootschap, boekhouden, kopen, verkopen, et cetera; onder elkaar verdelen. Al de partners in Al Abdan hebben gelijk en volledig zeggenschap over de vennootschap. Dit betekent dat afspraken gedaan door een van de partners bindend zijn voor de vennootschap en dat betaling door afnemers aan een van de partners de afnemer zijn verplichtingen ontneemt. Wederom ook mogen de partners geen gebruik maken van afgevaardigden en moeten zelf het werk in Al Abdan verrichten. De winsten en verliezen die resulteren uit Al Abdan mogen verdeeld worden zoals afgesproken. Al Mudharaba Zoals reeds eerder is uiteengezet is de vennootschapsvorm bekend als Al Mudharaba een overeenkomst waarbij een van de partijen het kapitaal van de onderneming inbrengt en de andere partij het werk verricht. De winsten worden verdeeld over beide partners zoals afgesproken, mogelijke verliezen gaan ten laste van het kapitaal van de onderneming. Het lichaam (de mudharib) van de overeenkomst heeft in het geval verliezen resulteren voor niets gewerkt. De zeggenschap over het kapitaal gaat onder Al Mudharaba over van de partner die het kapitaal inbrengt in de vennootschap op de het lichaam van de vennootschap, de partner die het werk verricht. Dit is omdat onder Al Mudharaba in feite het kapitaal ter beschikking wordt gesteld aan het lichaam om mee te werken of te handelen. Wel kunnen de manieren waarop het lichaam van de vennootschap om mag gaan met het kapitaal beperkt worden, bijvoorbeeld door overeen te komen dat het lichaam enkel in wol mag handelen, of niets mag exporteren, maar dit dient onderdeel te zijn van de afspraak betreffende de Al Mudharaba. De Mudharaba neemt een aanvang niet met de totstandkoming van de overeenkomst tussen de beide partners maar met de overdracht van het kapitaal op het lichaam. Al Wujooh Bij Al Wujooh stelt een partner het kapitaal ter beschikking aan twee of meer partners die de arbeid voor de vennootschap zullen verrichten. Dit is dus een vennootschap min of meer in lijn met de Al Mudharaba, zij het dat in dit geval twee of meer partners het lichaam van de vennootschap vormen. Winsten uit de vennootschap kunnen gelijk worden verdeeld over de partners, of zoals afgesproken. De afwijking van gelijke verdeling behoort gebaseerd te zijn op de reputatie of de naam die een van de partners buiten zijn arbeid in de vennootschap inbrengt. Onder Al Wujooh hebben de partners die tezamen het lichaam van de vennootschap uitmaken gelijke en volledige zeggenschap over de vennootschap en zijn afspraken die zij maken bindend voor de vennootschap. Waar twee of meer partners een overeenkomst afsluiten om samen in te kopen zonder voor hun vennootschap kapitaal te zoeken bij een derde partij waarbij gebruik wordt gemaakt van de reputatie van een van de partners om tegen betere voorwaarden in te kunnen kopen, is tevens sprake van Al Wujooh. De partners kopen goederen om te handelen als partner in Al Wujooh op krediet en spreken af de winsten uit de verkoop van deze goedren te verdelen volgens een bepaalde sleutel. Verliezen bij deze vorm van Al Wujooh, echter, worden gedeeld door de partners op basis van hun aandeel in de initiële aankoop van goederen. Al Mufawadha Al Mufawadha is de naam voor de vennootschapsvorm waarbij de karakteristieken van al de voorgaande vennootschapsvormen worden gemengd. Bijvoorbeeld, een partner brengt in de vennootschap kapitaal in, evenals de twee andere partners in de vennootschap van Al Mufawadha die echter tezamen met hun kapitaal tevens arbeid inbrengen. Bovendien maakt de vennootschap gebruik van de reputatie van een van de partners om op krediet in te kopen datgene wat nodig is. Een dergelijke vennoot-schapsovereenkomst is door Islam toegestaan omdat zij is gebaseerd op vormen van overeenkomst die toegestaan zijn. Beëindiging van vennootschap De vennootschapsovereenkomst tussen twee partijen vervalt op het moment dat een van de partners sterft, krankzinnig wordt of onder curatele wordt geplaatst als gevolg van bewijs van onbekwaamheid. Verder is het beide partners toegestaan de overeenkomst te beëindigen. Mocht de gestorven partner een erfgenaam achterlaten dan is het deze toegestaan de vennootschap voort te zetten en zijn rol in de vennootschap op te eisen. Evenzo, echter, mag de erfgenaam ook de beëindiging van de vennootschap eisen om zijn deel van het kapitaal van de vennootschap in bezit te krijgen. Deze eis is een recht voor iedere partner in de overeenkomst en dus ook voor de erfgenaam van een overleden partner. Waar de overeenkomst meer dan twee partijen kent en een van de partners het eind van de overeenkomst eist terwijl de overige partners tevreden zijn over de overeenkomst, mag de ontevreden partner het kapitaal uit de vennootschap nemen dat hem toekomt en kunnen de overige partners onder een nieuwe overeenkomst op gelijke voet doorgaan. Hier is echter een verschil tussen de Al Mudharaba vennootschap en de overige vennoot-schapsvormen in Islam. In de Al Mudharaba, als het lichaam van de overeenkomst de verkoop van de onderneming eist, terwijl de verschaffer van het kapitaal de ontbinding van de onderneming verlangt, dan is het de eis van de mudharib die ingewilligd wordt en dient de onderneming verkocht te worden. De reden hiervoor is dat in Al Mudharib het recht van het lichaam van de vennootschap enkel een deel van de winst van de onderneming is en deze zal niet bekend zijn enkel in het geval van verkoop van de onderneming. Bij al de overige vennootschaps-overeenkomsten geldt dat als een van de partners de onderneming verkocht wil zien worden terwijl de ander(en) de onderneming ontbonden wil(len) zien worden, dan zal ontbinding van de onderneming plaatsvinden en niet verkoop. Conclusie Wil een economie zichzelf ontwikkelen en wil de samenleving vooruitkomen in het leven, dan is een voorwaarde waaraan voldaan moet worden dat de welvaart van de samenleving circuleert en productief benut wordt. Deze realiteit doet begrijpen de islamitische wetgeving betreffende land. Het moet benut worden, zo niet dan gaat bezit ervan over op een ander die het wel zal benutten. Islam verzorgt zo een circulatie van welvaart waarbij het ten alle tijde productief benut wordt en de ontwikkelen van relaties van afhankelijkheid voorkomt. Zo wordt het land waarover de samenleving de beschikking heeft ten optimale benut en komt een gezonde allocatie van bezit tot stand die de samenleving ten gunste is, en niet slechts enkelen in de samenleving. Betreffende de vennootschap, hiermee heeft Islam de mens de mogelijkheid gegeven zijn bezit productief in te zetten door arbeid, kapitaal en reputatie de mogelijkheid te geven samen te komen om elkanders productiviteit te verbeteren. De ondernemingen in Islam bevatten altijd een persoonlijk element. Het zijn individuen die als persoon een afspraak aangaan die hen daarna verplicht hun eigen arbeid in te zetten ten gunste van de overeenkomst. Dit betekent dat in Islam ondernemingsvormen zoals de kapitalistische "naamloze vennootschap", de ondernemingsvorm waarbij participatie in de overeenkomst in aandelen wordt weergegeven, niet toegestaan en niet erkend (batil). Een van de redenen hiervoor is dat in deze ondernemings-vorm is de overeenkomst zuiver tussen kapitaal en niet tussen personen is, terwijl geen van de deelnemers in de overeenkomst zijn arbeid hoeft in te zetten voor de onderneming. In dergelijke ondernemingen is zeggenschap niet voor de per-soon die heeft geïnvesteerd in de onderneming maar voor het kapitaal dat is geïnvesteerd. En de persoon die heeft geïnvesteerd in de onderneming heeft geen zeggenschap binnen de onderneming, hij heeft met zijn investering niet de bevoegdheid gekregen afspraken te mogen maken namens de onderneming. Min of meer hetzelfde geldt voor de kapitalistische onder-nemingsvorm "coöperatie", ook deze vorm van vennootschap is om dezelfde redenen niet toegestaan in Islam. In Islam moet kapitaal benut worden en het heeft het kapitaal hiertoe de mogelijkheid gegeven door middel van haar regelgeving betreffende vennootschappen. Hiermee houdt Islam de relaties tussen de mensen in de samenleving gezond: het kapitaal heeft tevens de arbeid nodig en de arbeid is niet langer afhankelijk van het kapitaal. De risico's die horen bij ondernemen worden op eerlijke wijze verdeeld over de partners, wat iets anders is als in gelijke delen. Het kapitaal dat ingebracht wordt in een onderneming is per definitie kapitaal dat niet gebruikt behoeft te worden voor de bevrediging van de primaire behoeften van haar bezitter. Dit maakt begrijpelijk waarom in Islam het kapitaal altijd het risico van verlies draagt, in tegenstelling tot het kapitalistisch systeem waarin het kapitaal altijd het minste risico draagt. De Rol van de Staat Gezien de verantwoordelijkheden die de staat zijn toebedeeld bij de ordening van economisch leven van haar onderdanen kan men zeggen dat de rol van de staat in drieën uiteenvalt. Enerzijds is het de verantwoordelijkheid van de staat de geboden en verboden van Allah (swt), de shari'a, ten uitvoer te brengen. Dit is een algemene regel en geldt dus evenzeer voor de geboden en verboden die horen bij de ordening van het economisch leven van de mens. De staat brengt de ordening van Islam ten uitvoer. Naleving van de wetten die horen bij deze ordeningen is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de moslims zelf, op basis van hun taqwa[1]. Echter, uiteindelijk is het de staat die naleving van de wetten dient te garanderen en die de bestraffingen bij overtreding van de wetten ten uitvoer brengt. Hiermee voorkomt de staat dat de mensen relaties aangaan die niet juist zijn voor de samenleving en niet toegestaan door islam. De staat dient er dus voor te zorgen dat de mensen enkel op de juiste manieren bezit tot stand brengen en niet op methoden die niet zijn toegestaan, zoals door middel van fraude of misleiding. En de staat moet ervoor zorgen dat de mensen hun bezit op de juiste manieren benutten. Dit betekent bijvoorbeeld dat de staat ervoor dient te zorgen dat de mensen zich niet inlaten met gokken of rente, dat de welvaart niet opgepot[2] wordt door de mensen en dat er zich geen monopolievorming noch kartelvorming voordoet, omdat deze twee ten doel hebben relaties van afhankelijk te creëren tussen mensen. Verder zijn prijsvoorschriften niet toegestaan daar zij zwarte markten doen ontstaan, plaatsen waar handel wordt gedreven buiten het zicht van de staat en dus buiten haar sfeer van invloed, en ook dit dient de staat dus te voorkomen. De staat heeft tevens de verantwoordelijkheid voor het beheer van sommige van de publieke goederen toegewezen gekregen. Ze is daarmee verantwoordelijk ervoor te zorgen dat deze feiten ten gunste van de Ummah benut worden, waar de Ummah als gevolg van de aard van het goed hier zelf niet voor kan zorgen. Dit betreft dus bijvoorbeeld niet de kanalen, waar de Ummah zelf het voordeel kan gebruiken dat deze biedt. Echter, voor de mineralen die verborgen zijn onder de grond ligt dit duidelijk anders. De staat mag in dergelijke gevallen haar eigen machines gebruiken en mensen inhuren om de delving van de mineralen te realiseren, of de staat mag zowel mensen als machines inhuren om dit mogelijk te maken. In geen geval mag de staat concessies verkopen. Niemand heeft het recht de mineralen te delven buiten de staat en de staat moet dan ook deze activiteit in eigen beheer ondernemen. De winsten die resulteren uit delving en verkoop of delving, verwerking en verkoop van de mineralen komen ten gunste van de staatskas, de Bait ul-Mal. Deze opbrengst zijn het voordeel dat resulteert uit de publieke goederen en dient daarmee haar "bezitters" ten goede te komen. De manier waarop de staat deze inkomsten benut is naar haar eigen goeddunken. Het mag geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van andere mijnen of bronnen, het mag verdeeld worden onder de Ummah in de vorm van een uitkering, het mag op enigerlei andere wijze ingezet worden ten bate van Ummah (scholen, wegen, defensie, etc), of op een manier de voorgenoemde manieren combineert. Maar ten derde heeft de staat tevens de verantwoordelijkheid te zorgen voor haar onderdanen. Uiteindelijk ligt de verantwoor-delijkheid te zorgen voor menswaardig bestaan voor ieder bij de staat die regeert. De staat dient ervoor te zorgen dat er werk is voor de mensen die het zoeken. Voor de mensen die niet in staat zijn te werken en die niemand hebben om voor ze te zorgen dient de staat op te treden als verantwoordelijke. Om deze verantwoordelijk-heden na te kunnen komen dient de staat echter over de middelen te beschikken die haar hiertoe in staat stellen. Het hiernavolgende is derhalve een uitzetting van de methoden waarop het de staat is toegestaan de benodigde middelen te vergaren. Middelen voor de Staat Een eerste bron van inkomsten voor de staat waarmee ze haar verplichtingen ten opzichte van haar onderdanen na kan komen vormen de publieke goederen. We hebben reeds eerder uiteengezet dat deze goederen de verantwoorde-lijkheid zijn van de staat maar eigendom van de Ummah. Het voordeel dat deze goederen realiseren dient door de staat ingezet te worden ten voordele van de Ummah. Ten tweede is er de buit die de moslims vergaren als gevolg van hun oorlogen met de ongelovigen, de oorlogsbuit (Al Anfal). Datgene wat op het slagveld achterblijft na de slag waarin de moslims als overwinnaar te voorschijn zijn gekomen komt de staat toe. Hierover mag zij beschikken, het is haar tweede bron van inkomsten. Hetzelfde geldt voor datgene wat volkeren die vluchten voor de moslims aan bezittingen achterlaten, en datgene wat als onderdeel van vredesovereenkomsten overgedragen wordt op de moslims (Al Fa'i). Kharaj Over de opbrengsten van het land dat voor Islam geopend is ofwel door oorlog ofwel door overeenkomst mag de staat tevens belasting heffen, de kharaj. Waar de kharaj geheven wordt op de opbrengst van land dat door middel van een overeenkomst geopend is voor Islam, in geval de overeenkomst stelt dat het bezit van het land dat geopend is overgaat op de moslims (de Islamitische Staat) dan heeft de staat het recht om tot het eind der tijden de kharaj te heffen op de dit land. Het maakt daarbij geen verschil of het land het bezit is van moslims of van niet-moslims, beide kunnen door de staat kharaj-plichtig worden gesteld. Hetzelfde geldt indien de overeenkomst stelt dat het land bezit blijft van degenen die het oorspronkelijk reeds bezitten. De waarde die betaalt zal moeten worden als kharaj is afhankelijk van 5 factoren, namelijk de vruchtbaarheid van het land, hetgeen dat wordt geoogst, de kwaliteit en kwantiteit van hetgeen wordt geoogst, de methode waarop het land bewaterd raakt (op natuurlijke wijze als gevolg van regen of rivier, of door de mens) en locatie van het land. Al deze vijf namelijk beïnvloeden het voordeel dat resulteert uit het land. 'Ushr 'Ushr is een belasting op de opbrengst van een land. We hebben reeds uiteengezet in welke gevallen kharaj geheven mag worden, over welke typen van land. Ook 'ushr mag enkel over een bepaald type land geheven worden. 'Ushr, namelijk, mag alleen geheven worden over 'ushri land, zijnde: 1. Het Arabisch Schiereiland; 2. De landen waarvan de bewoners zich uit zichzelf hebben bekeerd tot Islam, zoals Indonesië en Zuidoost Azië; 3. Land dat door middel van oorlog is geopend voor Islam en dat verdeeld is geworden door de Islamitische Staat onder de moslimstrijders; 4. Land dat geopend is voor Islam door middel van een overeenkomst, waarbij overeengekomen is dat het land in het bezit blijft van haar oorspronkelijke bewoners. Wanneer deze bezitters zich bekeren tot Islam of hun bezit over doen gaan op een moslim wordt hun land 'ushri land; 5. "Dood" land dat door moslims door middel van bewerking weer tot leven wordt gewekt. Kharaj wordt dus duidelijk enkel geheven over land dat is geopend door middel van strijd of dreiging. Als dit land in bezit blijft van de ongelovigen dan zal kharaj geheven moeten worden, willekeurig of het land bewerkt is of niet. Wanneer nu het bezit van dit land overgaat op een moslim, de bezitter wordt moslim of hij verkoopt het aan een moslim, dan veranderd dit niets aan de status van land als zijnde "geopend door middel van strijd of dreiging." Derhalve zal ook de moslim eigenaar kharaj-plichtig blijven. Maar het land is als gevolg van deze verandering 'ushri land geworden en dus zal nu tevens 'ushr betaald moeten worden over de opbrengst van het land. De moslim bezitter betaalt in een dergelijk geval over het land derhalve kharaj en 'ushr. Een ongelovige zal nooit 'ushr hoeven te betalen. Jizya Jizya is hetgeen de ongelovige onderdanen van de Islamitische Staat aan belasting dienen te betalen, in ruil voor de bescherming van hun eer en bezit en de vrije uitoefening van hun religie die de staat hen biedt. De staat heeft de plicht het te vorderen van de ongelovigen, volwassen mannen van gezond verstand. De staat heeft dus geen recht op kinderen, krankzinnigen of vrouwen. De waarde van de jizya is afhankelijk van de rijkdom van de dhimmi (ongelovige onderdaan van de Islamitische Staat), de rijken behoren meer te betalen dan de middenklasse, die op hun beurt weer meer behoren te betalen dan de arme mensen met een inkomen. De armen zonder inkomen zijn niet jizya-plichtig. Er zijn twee overwegingen die de staat in haar besluit betreffende de waarde van de jizya mee dient te laten wegen. Enerzijds mogen de dhimmi niet overbelast worden, anderzijds mogen de rechten van de staat niet geschonden worden. Zakat Onderdeel van de verplichte aanbidding die Allah (swt) de moslims heeft opgelegd is de zakat, een belasting over bezit. Het is daarmee een belasting die de staat int enkel van de moslims en niet van haar ongelovige onderdanen, omdat die niet gedwongen mogen worden handelingen van aanbidding te verrichten. Zakat moet worden betaald over vee, oogst, goud, zilver en papiergeld. Maar de zakat is alleen verplicht indien het bezit van deze vijf feiten een bepaald minimum overschrijdt. In het geval van vee is dit vijf kamelen, of dertig runderen (waarbij de runderen die het land bewerken zijn vrijgesteld), of veertig schapen. Zakat over oogst geldt enkel in geval van tarwe, gerst, dadels en rozijnenen, waarbij de oogst minimaal 652,8 kilogram dient te zijn. Voor zilver geldt een minimum van bezit van 595 gram terwijl voor goud het minimum bezit 85 gram is. Juwelen zijn hierbij vrijgesteld indien zij gehouden worden enkel ter decoratie van de eigenaar. Voor papiergeld geldt als minimumbezit een waarde equivalent aan 595 gram zilver of 85 gram goud. Verder dient tevens zakat betaald te worden over het bezit aan handelsgoederen indien de waarde hiervan de grens van 595 gram zilver of 85 gram goud passeert. Echter, in tegenstelling tot de hierboven genoemde bronnen van inkomsten voor de staat is de zakat niet voor de Ummah maar hebben slechts zeven groepen van mensen er recht op: 1. De armen (al funqaraa), zijnde de mensen die niet in hun primaire behoeften (voeding, kleding en onderdak) kunnen voorzien; 2. De armlastigen (al masakeen), oftewel de mensen nog armer dan de armen, de mensen wiens armoede men niet meer bemerkt[3]; 3. De mensen die de zakat inzamelen (al 'amileen 'alayha); 4. De mensen wier harten overtuigd dienen te worden (al muallafatu qulubuhum), zijnde de mensen in posities van invloed wiens geloof nog niet echt sterk verankerd is; 5. Slaven (ar riqab), opdat zij zich vrij kunnen kopen; 6. Schuldenaren (al gharimeen); en 7. De reiziger gestrand in de Islamitische Staat (ibn us sabeel). Ten laatste mag de zakat worden uitgegeven "op de weg van Allah (swt)" wat betekent voor jihad, de oorlogsvoering: 8. In de weg van Allah (swt; fi sabeelillah). Dit zijn de voornaamste bronnen van inkomsten voor de Islamitische Staat: de publieke goederen, al anfal, al fa'i, kharaj, 'ushr, jizya en zakat. Verdere inkomsten waar de staat over kan beschikken zijn onder andere het geld dat op illegale manier is vergaard en waarvan de oorspronkelijke eigenaar niet kan worden achterhaald, het vijfde deel van schatten die gedolven worden in het land, het bezit van degene die overlijdt zonder erfgenamen, het bezit van moslims die zich afwenden van islam (murtedeen). Waar dit niet voldoende is voor de staat om haar verplichtingen van na te komen dan is het de staat toegestaan belasting te heffen op het deel van het bezit van de moslims dat het minimum dat nodig is ter bevrediging van de primaire behoeften te boven gaat. Dit is omdat de verplichtingen die rusten op de staat feitelijk verplichtingen zijn op de Ummah. Indien de staat uit de haar toegestane bronnen van inkomsten niet genoeg middelen kan genereren hiervoor en de moslims niet deze verantwoordelijkheden na komen, dan moet de staat van de moslims nemen wat nodig is om deze verplichtingen na te komen. Conclusie Islam heeft de staat een duidelijke rol gegeven bij de ordening van het leven van de mens - de staat is de uiteindelijke verantwoordelijke voor het welzijn van haar onderdanen. In de context van economie vereist welzijn twee zaken. Ten eerste dat de welvaart waarover de samenleving beschikt ook werkelijk door de samenleving circuleert. Niet onder enkel de rijken of de bevoorrechten in de samenleving, maar onder allen, zodat eenieder werkelijk de mogelijk heeft bezit tot stand te brengen en de welvaart te creëren die hem en de mensen onder zijn hoede de mogelijkheid geeft een menswaardig bestaan te leiden, vrij van de behoefte aan voeding, kleding en onderdak. Ten tweede dat de relaties tussen de mensen niet een relatie van concurrentie is, van "jij of ik". Dergelijke relaties zijn het resultaat van oppervlakkig denken en zij leiden ertoe dat de mens zijn gehele leven achter het brood dat hij behoeft aan rent, vrezend dat een ander hem voor zal zijn en het in zijn plaats zal nemen. Dergelijke relaties leiden enkel tot onrust in de samenleving en in de mens. Daarom heeft de staat de plicht Islam ten uitvoer te brengen op haar onderdanen en hun economisch leven te ordenen volgens het islamitisch economisch systeem. Opdat de welvaart circuleert, en dat aan ieder de middelen beschikbaar worden gesteld. Waar duidelijk wordt dat iets dit verhindert dient de staat in te grijpen en gebruik maken van haar macht dit te doen realiseren. Dit geldt niet alleen voor de allocatie van de middelen ter consumptie maar tevens voor de middelen ter productie. En waar dit alsnog mensen behoeftig achterlaat zorgt de staat voor hen, opdat rust mag heersen in de samenleving en in de mens, in de wetenschap dat uiteindelijk, altijd, de staat voor hem zal zorgen. De Islamitische Staat is daarmee een wezenlijk onderdeel van de ordening van het economisch leven die Islam aandraagt want zonder haar bestaat er geen islamitische manier van leven. Ten Slotte Het dient hiermee duidelijk te zijn dat Islam een volledig andere ordening van het economisch leven behelst dan Kapitalisme. Het economisch systeem van Islam laat zien dat Islam zich niet enkel bekommert om bevrediging van de organische en instinctieve behoeften. Het economisch handelen realiseert relaties tussen mensen en is daarmee van invloed op de samenleving, dit is een realiteit waarmee een ordening van een zo belangrijk onderdeel van het leven rekening mee dient te houden. De samenleving is waarin we leven, samen met anderen. Daarmee kan men het feit dat Islam relaties van afhankelijkheid en relaties gebaseerd op macht niet toestaat niet genoeg waarderen. Islam laat de mens daarbij de ruimte zijn creativiteit te benutten en het geeft de mens de mogelijkheid zijn creativiteit te benutten, door hem de mogelijkheid te geven bezit tot stand te brengen en door hem de mogelijkheid te geven zijn bezit aan te wenden. Uiteindelijk namelijk is het de creativiteit van de mens die de materiele vooruitgang in het leven doet realiseren. Maar, de rechtvaardigheid in Islam is dat het niet alleen ieder mens in staat stelt zijn creativiteit ten volle te ontplooien, maar tegelijkertijd een menselijk bestaan garandeert voor eenieder. Onder communisme wordt de menselijke creativiteit gesmoord en komt de ontwikkeling van samenleving tot stilstand. Kapitalisme geeft niet alleen creativiteit de kans maar spoort egoïsme aan, wat uiteindelijk de massa doet lijden. Islam geeft de menselijke creativiteit de ruimte en spoort altruïsme aan. Alleen zo komt de ontwikkeling van de materie de mensheid ten goede. Redactie Expliciet Magazine: De schoonheid van Islam. Vooruitgang is op basis van creativiteit en concurrentie zoals begrepen door de Kapitalisten, het jij of ik, is geen voorwaarde om creativiteit te ontplooien. Creativiteit bloeit pas echt in een samenleving waarin mensen werkelijk samenleven en waarin de mensen innerlijke rust kunnen vinden omdat ze zich geen zorgen hoeven te maken over de bevrediging van hun behoeften en instincten. Het is de samenleving die resulteert waar de problemen van de mensen opgelost worden door de systemen van Islam.
-------------------------------------------------------------------------------- [1] Taqwa wordt het best vertaal als "de vrees en liefde die een mens voelt voor Allah (swt)" [2] "Oppotten" is iets anders dan "sparen". Oppotten valt te definiëren als "verzamelen zonder intentie van besteden", sparen is in feite enkel een uitstel van besteding, oftewel "verzamelen met de intentie van besteden". Islam heeft sparen toegestaan maar oppotten verboden. [3] Dit zijn de mensen die zo arm zijn dat ze geen enkel verlangen meer koesteren, niet bedelen en, dientengevolge, niet opgemerkt worden door de mensen
|