|
Over heel de wereld proberen overheden de invloed van de kredietcrisis
op hun land te beperken. Na de komst van de kredietcrisis was hun eerste zorg
het ondersteunen van de banken, omdat die en masse failliet dreigden te
gaan. Over heel de wereld werd daarom miljarden aan de banken gegeven. Hierna
achtten de overheden het noodzakelijk om hun economieën meer algemeen te
helpen. Ze proberen nu middels de uitgave van nog verdere miljarden de
economische bedrijvigheid op gang te houden.
De vragen "hoe gaan de overheden dit alles betalen?", en "wat zijn de
consequenties hiervan", zijn hierbij grotendeels genegeerd. De realiteit is dat
de overheden van de wereld zichzelf allemaal diep in de schulden steken om hun
plannen mogelijk te maken. Wat betekent dat de duizelingwekkende bedragen die
nu uitgegeven worden op een gegeven moment in de toekomst door de overheden
terug betaald zullen moeten worden. En dan met rente, wel te verstaan. Één van de
consequenties van het beleid om de banken en de rest van de economie met
miljarden geleend te ondersteunen is derhalve dat de overheden in de toekomst
meer belastingen zullen moeten gaan heffen. En fors meer. Dit artikel zal
daarom uitleggen hoe precies de overheden in de kapitalistische wereld belastingen
heffen, om uit te kunnen leggen wat een verhoging van de belastingen in de
toekomst zal betekenen voor de mensen.
Belasting op ondernemingen
Voor de meeste landen geldt dat de belastingopbrengst van de
staatsoverheid drie hoofdcomponenten kent. Ten eerste is er de opbrengst van de
belasting op de winsten van ondernemingen. Ten tweede is er de opbrengst van
belasting op het inkomen van private individuen. En tende derde zijn er de
opbrengsten uit overige belastingen, zoals BTW, accijnzen en overige heffingen.
De belasting op de winsten van ondernemingen wordt vennootschapsbelasting
genoemd. De grondslag voor deze vennootschapsbelasting, oftewel het bedrag
waarover de belasting moet worden betaald, is de winst van de onderneming. Dat
wil zeggen, ondernemingen betalen belasting over het saldo dat resulteert nadat
de uitgaven van de onderneming afgetrokken zijn van de inkomsten van de
onderneming.
De belastingpercentages die toegepast worden op de belastinggrondslag verschillen
van land tot land. Voor wat betreft de landen die lid zijn van de Organisatie
van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) geldt dat in Ierland het belastingpercentage
met 12,50% het laagst is. In Japan is het belastingpercentage met 39,54% het
hoogst. In Nederland is het percentage 25,50%, en in België 33,99%. Een analyse
van historische data laat zien dat deze belastingpercentages voor
vennootschapsbelasting de voorbije decennie voortdurend gedaald zijn. Want was
het gemiddelde percentage voor de landen van de OESO nog 47% in 1981, in 2008
is het gemiddelde percentage nog maar 27% (Grafiek 1).
Grafiek 1: Het gemiddelde belastingpercentage
voor vennootschapsbelasting in de OESE landen, 1981 - 2008 (Bron: OESE 1)
Echter, dit betreft wat men noemt de statutaire belastingpercentages,
oftewel de percentage die men volgens de wet over de belastinggrondslag moet
betalen. Het percentage van de winst dat bedrijven effectief afdragen aan
belastingen ligt gewoonlijk lager dan het statutaire belastingpercentage. Dit
is omdat in alle landen de wetgeving betreffende vennootschapsbelasting
bedrijven de mogelijkheid biedt om hun belastinggrondslag lager te laten zijn
dan hun winst. Bijvoorbeeld in België bestaat een regeling genaamd de "notionele
interestaftrek". Hieronder mogen bedrijven van hun winst een fictieve rente
aftrekken, welke wordt berekend over het eigen vermogen dat in de onderneming
geïnvesteerd is. De regel van notionele interestaftrek zegt feitelijk: "Als de
onderneming met geleend geld gefinancierd zou zijn geweest, dan zou over dit
geleende geld rente moeten zijn betaald en dat zou de winst verlaagd hebben.
Omdat de onderneming met eigen vermogen gefinancierd is, hoeft deze rente niet
betaald te worden en is de winst dus hoger. Daarom mag de onderneming berekenen
welke rente zij betaald zou hebben als ze met geleend geld gewerkt zou hebben
in plaats van met eigen geld, en dit bedrag mag zijn dan van haar winst
aftrekken". Zo wordt de belastinggrondslag lager dan de winst, waardoor de
effectieve belasting (33,99% van de belastinggrondslag) minder is dan 33,99%
van de winst.
Een andere manier waardoor ondernemingen hun belastinggrondslag lager
kunnen laten zijn dan hun winst is door gebruik te maken van de "Tax Loss Carry
Forward"-regel. Dit is een regel die veel landen hanteren en die het
ondernemingen toestaat om winsten te verrekenen met verliezen uit eerdere
jaren. Bij deze regel wordt de belastinggrondslag dus bepaald door de kosten
van de omzet af te trekken, om daarna van het resterende bedrag - zijnde de
winst - de verliezen van eerdere jaren af te trekken. En wat hierna overblijft,
daarover wordt dan belasting betaald.
Tabel 1: In dit voorbeeld van de invloed van "Tax
Loss Carry Forward"-regel hoeft in 2008 geen belasting te worden betaald, alhoewel
er winst wordt gemaakt. Dit komt doordat de belastinggrondslag van 2008 wordt
berekend het verlies van 2007 af te trekken van de winst van 2008.
Een verdere legale manier waarop ondernemingen de effectief betaalde
belastingen lager laten zijn dan hun winst maal het statutaire
belastingpercentage, is door gebruik te maken van zogenaamd "mazen in de wet".
Dit heet "belastingontwijking". Men zoekt naar fouten in de wetgeving,
inconsistenties in de wetgeving en gebreken in de wetgeving om deze uit te
kunnen buiten. In de praktijk betekent het vaak dat winsten vanuit het land
waarin ze gerealiseerd zijn worden doorgesluisd naar landen waar geen of bijna
geen belastingen betaald hoeven te worden.
Door bepalingen in de wetten betreffende vennootschapsbelasting zoals
de "notionele interestaftrek" en "Tax Loss Carry Forward", en omdat de door
mensenhanden gecreëerde wetten
altijd de onvolledigheden en onjuistheden bevatten die belastingontwijking
mogelijk maken, betalen de meeste van de international ondernemingen in de
praktijk in het geheel geen vennootschapsbelasting. Zelfs niet wanneer ze grote
winsten maken. Zo is uit onderzoek ondermeer gebleken dat omstreeks 30% van de
700 grootste bedrijven in Groot-Brittannië geen vennootschapsbelasting betaalt,
alhoewel ze winst maken2.
In de Verenigde Staten is de situatie hetzelfde. Tweederde van alle
buitenlandse ondernemingen die zaken doen in Amerika, en meer dan de helft van
alle Amerikaanse ondernemingen die zaken doen in Amerika, betaalden in de periode
1998 - 2005 ten minste één jaar geen vennootschapsbelasting, alhoewel ze winst
maakten dat jaar. In 2005 betaalde een kwart van de grootste Amerikaanse
bedrijven geen vennootschapsbelasting3
alhoewel ze (record)winst maakten. De verklaring hiervoor is het feit dat het
voor de grote internationale ondernemingen vaak voordeliger is om geld uit te
geven aan het zoeken naar en uitbuiten van mazen in de wet om belasting te
kunnen ontwijken, dan het is om belasting te betalen. En, de grote
internationale ondernemingen beschikken over de middelen die het uitbuiten van de
mazen in de wetgeving betreffende vennootschapsbelasting mogelijk maken. De
grote internationale ondernemingen kunnen het zich veroorloven om een klein
leger aan financiële en belastingtechnische
experts in dienst te nemen die zich enkel en alleen bezig hoeven te houden met
het zoeken naar mogelijkheden om belastingen ontwijken. En daarom zijn de grote
internationale ondernemingen in veel gevallen in staat om
vennootschapsbelasting in het geheel te ontlopen.
Belasting op individuen
De wetgeving betreffende belasting op individuen is geheel anders dan
de wetgeving betreffende belasting op ondernemingen. Voor individuen is het
inkomen de belastinggrondslag en niet de som van inkomsten en uitgaven, oftewel
het inkomen dat overblijft na al de uitgaven, zoals in het geval van
ondernemingen.
Afhankelijk van het type inkomen worden dan verschillende
belastingpercentages gebruikt om de te betalen belastingen te bepalen. Als het
inkomen uit arbeid resulteert dan wordt dit gewoonlijk belast met een gemiddeld
percentage van tussen de 25% en 45%. Voor wat betreft de landen die lid zijn
van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) was de
belasting op inkomen uit arbeid in 2008 het hoogst in Duitsland, met een
percentage van 42,8%, en het laagst in Mexico, met een percentage van 5,2%. In
de meeste landen geldt verder dat deze belastingpercentages voor inkomsten uit
arbeid redelijk constant zijn (Grafiek 2). Ze zijn de voorbije jaren niet gedaald
zoals de belastingpercentages voor de winsten van ondernemingen (Grafiek 3).
Grafiek 2: De ontwikkeling van het gemiddelde
belastingpercentage voor inkomen uit arbeid, tussen 2001 en 2007. (Bron: OESE4)
Grafiek 3: De ontwikkeling van het gemiddelde
belastingpercentage voor winsten van ondernemingen, tussen 2001 en 2007. (Bron:
OESE5)
Daarentegen, als het inkomen resulteert uit beleggingen in aandelen,
obligaties of andere beleggingsproducten, dan is dit in veel landen vrijgesteld
van belastingen. Of het wordt veel minder belast dan het inkomen uit arbeid
(Grafiek 4).
Grafiek 4: De belasting op inkomen uit
beleggingen in aandelen, obligaties of andere beleggingsproducten in de 20
grootste economieën van de wereld. (Bron: Ernst & Young6)
Ook voor de belasting op het inkomen van individuen geldt dat de
wetgeving hieromtrent altijd mazen kent die mensen in staat stellen om de
inkomstenbelasting te ontduiken. Maar ook voor inkomstenbelasting geldt dat de
belastingontwijking in de praktijk enkel voor de hogere inkomens weggelegd is. Voor
hen is het namelijk voordeliger om geld uit te geven aan het zoeken naar en
uitbuiten van de mazen in de wet, dan het is om belasting te betalen over hun
inkomen. En zij beschikken over de middelen die nodig zijn om de mazen in de
wet te kunnen vinden en te kunnen uitbuiten.
Naast deze directe belastingen op het inkomen van individuen is er ook
nog een belangrijke indirecte belasting op dit inkomen. Dit is de Belasting op
Toegevoegde Waarde (BTW). Over iedere uitgave die het individu doet met het
inkomen dat hem resteert na het betalen van inkomensbelasting, wordt namelijk
deze BTW geheven. Ondernemingen, echter, zijn vrijgesteld van BTW. De grondslag
voor de BTW op aankopen door individuen is de prijs van hetgeen gekocht wordt.
Het belastingpercentage dat voor BTW geheven wordt verschilt van land tot land
(Grafiek 4) en is over tijtd constant dan wel licht gestegen (Grafiek 5) .
Grafiek 4: Het BTW-tarief in de wereld, 2007
(Bron: Tax Policy Center7)
Grafiek 5: Ontwikkeling van het gemiddelde
BTW-tarief voor de 20 grootste economieën in de wereld, met uitzondering van
Amerika (Bron: Tax Policy Center8)
Conclusie betreffende
belastingen in kapitalisme
Al het voorgaande laat zien dat belastingen in kapitalisme een
buitengewoon onrechtvaardige aangelegenheid zijn, voor verschillende redenen.
Ten eerste, waar ondernemingen belast worden op basis van hun winst, daar
worden gewone mensen belast op hun inkomen. En er bestaat natuurlijk een immens
verschil tussen beide grondslagen voor belasting.
Ten tweede, in verreweg de meeste landen zijn de belastingpercentages
voor vennootschapsbelasting veel lager dan de belastingpercentages voor
inkomsten uit arbeid. En niet alleen dit, de belastingpercentages voor
vennootschapsbelasting zijn de voorbije decennia voortdurend verlaagt. De
belastingpercentages oor inkomsten uit arbeid, daarentegen, zijn grotendeels
gelijk gebleven.
Ten derde, nadat de gewone mensen over een veel ruimere
belastinggrondslag een veel hoger belastingpercentage betaald hebben, betalen enkel
zij ook nog eens de Belasting op Toegevoegde Waarde (BTW). Ondernemingen
betalen geen BTW. Maar het onrecht in de BTW is niet enkel dat de ondernemingen
geen BTW hoeven te betalen terwijl de gewone mensen dit wel moeten. Een verder
onrecht in de BTW is het voordeel dat ondernemingen hierdoor gegeven wordt. De
ondernemingen innen feitelijk de BTW van de gewone mensen. Het is aan de
ondernemingen waar zij kopen dat de gewone mensen de BTW betalen. De
ondernemingen hoeven pas op een later moment in de maand, of soms zelfs op een
later moment in het kwartaal, de BTW inkomsten af te dragen aan de overheid.
Tot het moment dat de ondernemingen de BT inkomsten moeten afdragen aan de
overheid hebben zij vrije beschikking over dit geld. Zij kunnen hiermee doen en
laten wat zij willen. Dit betekent dat de overheid middels BTW de ondernemingen
renteloze leningen beschikbaar stelt. Maar er is geen overheid die aan de
gewone mensen renteloze leningen beschikbaar stelt!
Ten vierde, voor wat betreft de belasting op inkomen, hier is het
onrecht het inkomen uit arbeid veel zwaarder belast wordt dan het inkomen uit
beleggingen. Het is al een onrecht in zichzelf dat tussen beide inkomens een
verschil wordt gemaakt. Maar een veel belangrijker onrecht is het feit dat
inkomen uit beleggingen bevoordeeld wordt ten opzichte van inkomen uit arbeid.
Inkomen uit belegingen, namelijk, komt normaal gesproken pas tot stand wanneer
een individu op een eerder moment een grotere inkomsten dan uitgaven kende. Hij
was in staat om te sparen, met andere woorden. Enkel het gespaarde geld kan
namelijk belegd worden. Het geld dat uitgegeven moet worden aan eten, kleding
en onderdak kan niet uitgegeven worden aan beleggingen. Wanneer dus inkomen uit
beleggingen bevoordeeld wordt ten opzichte van inkomen uit arbeid, dan betekent
dit dat degene wiens inkomsten meer dan genoeg zijn voor zijn uitgaven
bevoordeeld wordt ten opzichte van degene wiens inkomsten precies genoeg zijn
voor zijn uitgaven. Oftewel, degene die meer dan genoeg heeft wordt bevoordeeld
boven degene die precies genoeg heeft (of net te weinig).
Ten vijfde en laatste, in kapitalisme wordt de rijken de mogelijkheid
gegeven in het geheel geen belasting te betalen. Enkel zij beschikken namelijk
over de middelen waarmee de mazen in de wet gevonden en uitgebuit kunnen
worden.
Dit alles betekent dat uiteindelijk de rekening voor de kredietcrisis
op het bord van de gewone mensen, en dan ook nog eens de niet rijken onder hen,
terecht zal komen. De uitgaven die de overheden van de wereld op dit moment
doen worden gefinancierd door leningen. Deze leningen zullen op een moment in
de toekomst terug betaald moeten worden door de overheden, met rente. Hiervoor
zullen de overheden aankloppen bij hun bevolking, oftewel zij zullen
belastingen komen innen. En het bovenstaande heeft aangetoond dat de overheden
in kapitalisme voor belastingen aankloppen niet bij degenen die de rijkdom
bezitten, maar bij degenen die dagelijksmoeten vechten om te overleven.
Belastingen in kapitalisme,
het voorbeeld van Amerika
In Amerika is heel duidelijk dat belastingen in kapitalisme een plicht
zijn op degenen die niet tot de elite behoren, en niet op de elite. De primaire
bron voor belastingen voor de Amerikaanse federale overheid is het inkomen van
gewone mensen. De winsten van ondernemingen worden veel minder zwaar belast.
Bovendien wordt de grote ondernemingen de mogelijkheid gegeven om belastingen
te ontwijken. Tijdens de eerste helft van de 20e eeuw inde de Amerikaanse
federale overheid nog ongeveer evenveel van ondernemingen als van individuen.
Maar tijdens de tweede helft van deze eeuw is de belastingplicht op
ondernemingen voortdurend teruggebracht en die op individuen opgeschroeft
(Grafiek 6).
Grafiek 6: De verhouding tussen het inkomen
aan venootschapsbelasting en loonbelasting voor de Amerikaanse federale
overheid, 1934 - 2004 (Bron: Tax Policy Center9)
Voor wat betreft de belasting op individuen, in Amerika betalen de 400 mensen
die de meeste inkomstenbelasting afdragen gemiddeld 27% belasting over hun
inkomen. De rest van de belastingbetalers, daarentegen, betaalt gemiddeld 40%
belasting10. Dit betekent eenvoudigweg dat de meest rijken in de samenleving minder
belasting betalen dan de rest van de samenleving.
De meest recente Amerikaanse beleidsmaatregelen die het onrecht van
belasting in kapitalisme ten uitdrukkingen brachten waren de twee
belastingmaatregelen ten uitvoer gebracht door George W. Bush tijdens zijn
eerste termijn als president, de zogaamde EGTRRA-maatregel van 2001 en de
JGTRRA-maatregel van 2003. De JGTRRA-maatregel van 2003 verlaagde hoofdzakelijk
de belasting op inkomen uit beleggingen en de belasting op dividenden, wat
vooral ten goede kwam aan de rijkeren in de samenleving die veel meer dan de
niet-rijken in de samenleving inkomen halen uit beleggingen en dividenden. De
EGTRRA-maatregel van 2001 verlaagde belastingen per Amerikaan met gemiddeld
$1,126. Echter, het deed dit op een zodanige wijze dat de belastingen voor de
rijkste 1% van de Amerikanen verlaagd werden met gemiddeld $38,473. De
belastingen voor de armste 20% van de Amerikanen, daarentegen, werd verlaagd
met gemiddeld $35.
Belastingen in kapitalisme,
het voorbeeld van Nederland
Nederland is een voorbeeld van hoe verschrikkelijk zwaar de mensen
belast worden in kapitalisme, veelal zonder dat ze het in de gaten hebben. Om
te beginnen heft de Nederlandse gemiddeld ongeveer 35% belasting over het
inkomen uit arbeid. Voor eigen-woning-bezitters is onderdeel van de inkomstenbelasting
het zogenoemde eigenwoningforfait. Onder deze regel moet bij het inkomen een
fictief inkomen opgeteld worden, gelijk 0,55% van de waarde van de woning
waarin geleefd wordt. Over dit bedrag moet de 35% inkomstenbelasting betaald
worden. Hierna heft de overheid 19% BTW op iedere aankoop. Wie een huis koopt
hoeft geen BTW te betalen maar moet wel 6% overdrachtsbelasting betalen, over
de prijs die voor het huis betaald wordt.
Wie een nieuwe auto wil kopen moet naast de BTW tevens 40% BPM betalen,
over de cataloguswaarde van de auto. Wie een auto in bezit heeft moet motorrijtuigenbelasting
betalen. En op iedere liter benzine wordt naast BTW ongeveer €0.69 aan
accijnzen geheven. Ook moet er belasting betaald worden op leidingwater (€0,149
per kubieke meter), over energie (€0,0852 per kilowattuur) en over aardgas (€0,1822
euro per kubieke meter). Verder worden er speciale accijnzen geheven op tabak
en op alcohol.
Dit zijn een aantal voorbeelden vabn belastingen van de Nederlandse
staatoverheid. Hiernaast heffen ook de gemeentes belasting. Om te beginnen de onroerende
zaak belasting, waarbij men een per gemeente verschillende percentage moet
betalen over de waarde van het huis waarin men woont. Verder heffen de gemeente
ondermeer reinigingsheffingen, rioolrecht (gemiddeld €125 per gezin) en
natuurlijk parkeerbelasting (de parkeermeter...). En als men dan een keer een
document dat uitgegeven wordt door de gemeente nodig heeft, zoals een paspoort
of een rijbewijs of een vergunning, dan moet hier weer afzonderlijk voor
betaald worden.
Ten slotte kunnen dan nog de waterschappen genoemd worden, die
verantwoordelijk zijn voor het waterbeheer in Nederland. Ook de waterschappen
heffen belasting: de zuiveringsheffing die betaald moet worden voor het
zuiveren van het water, de verontreinigingsheffing die betaald moet worden voor
het reining van vervuild (riool)water, en de watersysteemheffing die
betaald moet worden voor het beheer van het watersysteem (rivieren, kanelen,
gemalen, dijken, et cetera).
Wie na het betalen van al de belastingen dan nog iets over houdt van
zijn inkomen, die betaalt in Nederland over zijn bezittingen (zoals aandelen,
schilderijen, et cetera) een vermogensrendementheffing van 1,2% (over het
vermogen dat de €20.000 te boven gaat).
De belastingen volgen een persoon zelfs zijn graf in. Veel gemeente
kennen een belasting op begravenissen. En wie een nalatenschap heeft, diens
erfgenamen zullen een belastingaanslag op de deur ontvangen. Indien de
echtgeno(o)t(e) de erfgenaam is, dan is ongeveer €500.000 vrijgesteld van
belastingen, maar over alles wat daarboven komt moet tussen de 5% en 27%
belasting betaald worden. Voor kinderen geldt een vrijstelling van ongeveer €10.000,
en ook zij betalen tussen de 5% en 27% belasting over de rest van de ervenis.
Broers, zussen, ouders en grootouders kennen ook een vrijstelling van ongeveer €10.000,
maar zij betalen tussen de 26% en 53% belasting over de rest van de ervenis. Al
de overige erfgenamen, ten slotte, betalen tussen de 41% en 68% belasting over
de erfenis, waarbij slechts €2.000 vrijgesteld is.
[1] www.oecd.org/document/60/0,3343,en_2649_34533_1942460_1_1_1_37427,00.html
[2] www.ft.com/cms/s/0/fb646c52-54fe-11dc-890c-0000779fd2ac.html?nclick_check=1
[3] www.reuters.com/article/newsOne/idUSN1249465620080812
[4] Ibidem noot 1
[5] Ibidem noot 1
[6] www.accf.org/media/dynamic/2/media_275.pdf
[7] Ibidem noot 5
[8] www.taxpolicycenter.org
[9] Ibidem noot 5
[10] De percentages zijn gebaseerd op de som van inkomstenbelasting van de Amerikaanse federale overheid, inkomstenbelasting geheven door de staten, en de sociale zekerheid contributies die verschuldigd zijn bij inkomen uit arbeid. Bron: www.askquestions.com
|