|
Redactie Expliciet Magazine: Hoewel het drama in Beslan voor wat betreft de massamedia zich een eeuwigheid geleden lijkt te hebben afgespeeld, druppelen nog steeds fragmenten van informatie over wat zich heeft afgespeeld aldaar binnen. Het enige wat men in de kranten en op televisie over Beslan te lezen, horen en zien krijgt zijn herdenkingsbijeenkomsten voor de vele, vele volstrekt onschuldige slachtoffers die gevallen zijn. Maar zoals bijna altijd wordt naar de echte oorzaken voor het drama in Beslan niet gezocht. De Russische autoriteiten hebben reeds duidelijk gemaakt wat Beslan was: een lafhartige aanval van Tsjetsjeense moslim terroristen op onschuldige mensen, volgens hen. Nu dient de wereld zijn mond te houden en te accepteren dat de Russische versie van de gebeurtenissen de waarheid weerspiegelt, en de media is bijzonder goed geworden in het blindelings volgen van de "officiële lijn". Maar nog dagelijks wordt naar Beslan gewezen ter rechtvaardiging van de koloniale oorlog tegen Islam, oftewel de Oorlog tegen Terreur. Nog dagelijks moeten moslims zich verontschuldigen voor wat daar heeft plaatsgevonden. Expliciet Magazine probeert hierom een overzicht te geven van wat bekend is over Beslan en het zogenaamde "Tsjetsjeens moslim-terrorisme" in het algemeen. Introductie Op maandag 6 september 2004 kwam een eind aan de gijzelneming van een school kinderen in Beslan, Rusland. Het was een bloedig einde. Niet minder dan 40 procent van de 1200 gegijzelden, ongeveer voor de helft waarvan schoolkinderen, kwam om bij de door Russische troepen uitgevoerde bevrijdingsactie, die het einde van de gijzeling inluidde. Een verdere 40 procent van de gijzelaars raakte gewond, de helft waarvan enkel in kritieke toestand een ziekenhuis wisten te bereiken. De Russische overheid verklaarde dat de gijzelneming een daad van zogenaamd moslim-terrorisme was en wees erop, ter bewijs, dat 10 van de 32 gijzelnemers Arabier waren. Vele mensen wezen direct naar de oorlog in Tsjetsjenië als oorzaak voor het drama, maar in iedere Russische verklaring werd de nadruk gelegd op de stelling dat - volgens de Russen - in Tsjetsjenië geen oorlog gaande is maar dat er slechts politionele acties plaatsvinden in reactie op Tsjetsjeens moslim-terrorisme. Beslan, volgens de Russen, was een typerend voorbeeld van het terrorisme dat werd bestreden in Tsjetsjenië. En Beslan maakte duidelijk dat, na de aanslagen op twee Russische vliegtuigen een week eerder; het gijzelingsdrama in het Dubrovka theater in Moskou, oktober 2002; en de serie aanslagen op appartementen complexen in 1999 - volgens de Russen allen het werk van Tsjetsjeense terroristen - Rusland evenals Amerika verwikkeld was in een Oorlog tegen Terreur. Internationaal was de verontwaardiging over het drama ook groot. Begrijpelijk en terecht. Het was vooral in de westerse media, echter, dat in analyses van het drama verwezen werd naar Tsjetsjenië en de oorlog aldaar. Poetin en zijn gevolg werden hierin bekritiseerd voor de manier waarop zij met deze crisis omgesprongen zijn en voor hun beleid ten opzichte van Tsjetsjenië, waarin men in het westen een deel van de oorzaak voor Beslan ziet. Een zelfde geluid viel te horen na Dubrovka in 2002. Er is echter een ding waarover Rusland en de rest van de wereld het wel eens zijn. Dit is dat Beslan, wat ook de achtergrond voor de gijzeling ook moge zijn, het een typerend voorbeeld van het moslim-terrorisme is dat in de wereld bestreden dient te worden: barbaars, doelloos, gericht op het maken zoveel mogelijk slachtoffers, uitgevoerd en gefinancierd door Arabieren / moslims, gepland in het Midden-Oosten, et cetera. Een Geschiedenis van zogenaamd Tsjetsjeens Terrorisme Beslan is, zoals hierboven reeds gemeld, niet het eerste voorval waarvan de Russen zeggen dat het de schuld is van Tsjetsjeense moslim-terroristen. Deze reeks van voorvallen waarvoor dit geldt, begon met de aanslagen tegen verschillende appartementen complexen in 1999, gevolgd door de Dubrovka Theater-gijzeling in 2002 en het ontploffen van twee Russische vliegtuigen beging september 2004, uiteindelijk culminerend in Beslan in 2004. Al deze voorvallen hebben een ding met elkaar gemeen, buiten het feit dat ze volgens Rusland allen door Tsjetsjeense terroristen gepleegd zijn. Voor al deze voorvallen geldt dat ze allen van een sfeer van onduidelijk vergezeld gaan die een gezonde dosis scepticisme betreffende de officiële verklaringen hieromtrent rechtvaardigen. Te beginnen met de aanslagen op appartementen complexen in 1999. Rusland was in 1999 voor de tweede maal sinds het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1989 binnengevallen in de opstandige regio Tsjetsjenië, de regio die van 1989 tot 1993 (voor Ruslands eerste inval in Tsjetsjenië) een min of meer soevereine staat was geweest op dezelfde manier als Estland, Letland, Litouwen, Georgië, Oekraïne, Oezbekistan en anderen. De aanslagen in 1999 werden door Rusland gebruikt om hun inval te rechtvaardigen en om het volk te verenigen achter de zaak waarvoor gestreden werd: Ruslands eenheid en de bestrijding van terrorisme. Gelukkig kon bij een van de aanslagen dat jaar de daders gearresteerd worden. Bij de aanslag op een appartementen complex in Ryazan in 1999 konden de plegers gearresteerd worden door de lokale politie, omdat de lading springstof te vroeg tot ontploffing kwam. De Russische overheid greep deze gebeurtenissen aan om haar bevolking, en de wereld, de noodzaak van haar aanwezigheid in Tsjetsjenië duidelijk te maken. De terroristen moesten bestreden worden op hun eigen terrein, met brute kracht, anders zouden er nog veel van deze voorvallen plaatsvinden in Rusland zelf en zouden Russische burgers het slachtoffer zijn. Echter, de arrestanten in Ryazan bleken allen agenten te zijn van Rusland geheime dienst, de FSB (voorheen KGB). Het belangrijkste kenmerk van het eerste voorval van Tsjetsjeens moslim-terrorisme, derhalve, is dat het in scène gezet is geweest door de Russische overheid. Wat precies plaats heeft gevonden tijdens de gijzelneming in het Dubrovka Theater in 2002 is nu nog altijd onduidelijk, ondanks de dood van bijna 200 van de 700 gegijzelden en de dood van al de 50 gijzelnemers. De gijzelnemers, Tsjetsjeense moslim-terroristen onder wie enkele vrouwen (tegenwoordig "zwarte weduwen" genaamd: vrouwen wier man is gesneuveld aan de hand van de Russen in Tsjetsjenië), hadden het theater tijdens een voorstelling bezet, bommen geplaatst en gedreigd al de gegijzelden te zullen doden indien Rusland niet per direct haar troepen uit Tsjetsjenië zou terugtrekken. Russische veiligheidstroepen maakten aan deze actie op 26 oktober een einde door het theater vol te spuiten met een verdovend gas, al waarna het theater werd binnengevallen en de (bewusteloze) Tsjetsjenen een voor een van dichtbij werden gedood. Geen van de gegijzelden werd door de gijzelnemers gedood, maar toch stierf dus 25 procent van hen. Een deel stierf aan vergiftiging door het gas, mede omdat de Russische autoriteiten nooit de samenstelling van het geheime gas wilden vrijgeven aan de ziekenhuizen waar deze mensen werden verpleegd en er dus geen tegengif kon worden toegediend. Anderen stierven omdat hen de noodzakelijk medische hulp werd onthouden kort na de bevrijdingsactie: de verdoving leidde ertoe dat velen hun tong inslikten en derhalve door verstikking om het leven kwamen. In de verklaringen van Russische hand werd de gelegenheid aangegrepen om het volk de noodzaak van de acties in Tsjetsjenië in te laten zien. Bij Dubrovka is duidelijk dat de Russen de waarheid niet naar buiten wilden laten komen. Volgens velen was dit de reden om de volledig ongevaarlijk geworden Tsjetsjeense gijzelnemers te doden in plaats van gevangen te nemen en te berechten. Dode mensen praten niet. Onafhankelijk onderzoek naar de omstandigheden waarin dit alles plaats had en de rol van de Russische overheid bij dit gebeuren heeft geleidt tot gevangenneming, mishandeling en zelfs tot de dood van sommige van de onderzoekers. Desondanks is het nodige aan informatie over Dubrovka naar buiten gekomen. Bijvoorbeeld dat de leider van de Gijzelnemers, Movsar Barajev, een neef was van de leider van een Tsjetsjeens verzetsleger, Arbi Barajev. Arbi Barajev, gestorven in Tsjetsjenië in 2001, is altijd een omstreden figuur geweest in Tsjetsjenië, en waarschijnlijk verantwoordelijk voor verscheidene criminele kidnappings voor losgeld. Gezien het feit dat hij ondanks zijn status als verzetsleider vrij kon bewegen door Tsjetsjenië en zelfs in Moskou is geweest, hebben velen hem ervan verdacht banden te hebben onderhouden met de FSB en het regime in Moskou[1]. Verder hebben verschillende mensen binnen de Russische veiligheidsdienst verklaard dat ten minste 4 van de gijzelnemers in Dubrovka in werkelijkheid agenten van de FSB waren, geïnfiltreerd in het Tsjetsjeens verzet. Hieruit zou men kunnen concluderen dat de overheid op de hoogte moet zijn geweest van wat plaats zou gaan vonden en het derhalve had kunnen voorkomen. Anderen wijzen erop dat de gijzelnemers gekleed waren in camouflage pakken en de beschikking hadden over kalasjnikovs, en toch ongezien het hart van Moskou hadden weten binnen te dringen. Dit moet duiden op hulp van buitenaf. Verder beschikten ze over een chemische springstof, hexogen, waarover het Tsjetsjeens verzet in Tsjetsjenië niet beschikte, daar het gezien de complexiteit niet buiten een professioneel laboratorium gefabriceerd kan worden[2]. Ten derde hebben verschillende gijzelaars later verklaard dat de gijzelnemers de avond voor de beëindiging van de gijzeling tevreden hadden verklaard dat hun eis, terugtrekking van de Russische troepen uit Tsjetsjenië, ingewilligd zouden worden met de woorden: "Ze (Poetin e.a.) hebben met de overeenkomst ingestemd en wij zijn tevreden. Wees gerust, we zijn geen beesten. Alles zal weer normaal worden. We zullen jullie niet doden indien jullie rustig en vredig blijven zitten." De officiële verklaringen zwegen over dit alles: de leider van de gijzelnemers had mogelijk banden met de FSB, infiltranten van de FSB waren onder de gijzelnemers, waarschijnlijke hadden de gijzelnemers hulp van buitenaf ontvangen. Eerder spraken de verklaringen over de afkomst van de gijzelnemers, de helft waarvan Arabier zou zijn volgens de Russische overheid. Claims weersproken door de gegijzelden zelf naderhand ("ze spraken te goed Russisch om buitenlander te zijn"). De leugens van de Russische overheid omtrent Dubrovka naar de media toe kunnen enkel begrepen worden als pogingen de waarheid te verdoezelen. Er zijn veel aanwijzingen die wijzen naar de Russische autoriteiten als (mede)verantwoordelijke voor wat plaatsgevonden heeft. Tijdens Dubrovka hebben de gijzelnemers al de tijd gehad hun springstoffen tot ontploffing te brengenen de gijzelaars te doden, maar ze hebben dit nagelaten, wat iets zegt over hun ware intentie. Dat ze toch allen tezamen met honderden andere getuigen (de gegijzelden) vermoord zijn geworden zegt waarschijnlijk iets over de Russische intentie. Voor de aanslagen op de twee Russische lijnvluchten van kortgeleden zijn twee Tsjetsjeense vrouwen verantwoordelijk gesteld door Russische officiële bronnen. De reden hiervoor was: ze waren Tsjetsjeens; hun paspoorten waren gevonden in wat overgebleven was van de twee vliegtuigen; zij hadden samen gewoond op een adres in Moskou voor de aanslag; zij waren samen op twee verschillende vluchten met dezelfde bestemming vertrokken en beiden waren ontploft kort na vertrek; en er werd niet naar hen geïnformeerd door familie na het nieuws over de ontploffing van de twee vliegtuigen. Duidelijk bewijs dat wederom Tsjetsjeense terroristen verantwoordelijk moeten zijn geweest. Echter, naar is gebleken leeft de vrouw wiens paspoort als bewijs is gepresenteerd nog altijd in Tsjetsjenië - het land waar zij nog nooit een voet buiten heeft gezet, waarop men enkel kan concluderen dat de aanslagen in scène zijn gezet door iemand die wilde dat de schuld bij Tsjetsjenen gelegd zou worden[3]. De bedoeling van de Russische persberichten betreffende Beslan past daarbij precies in het beeld geschetst bij eerdere gebeurtenissen. Evenals in de hierboven genoemde voorbeelden werd gesteld dat de terroristische aanslagen het werk zijn van Tsjetsjeense terroristen gesteund door Arabische moslim-terroristen. De conclusie die Rusland de wereld presenteert is dat het land eveneens verwikkeld is in een Oorlog tegen Terreur en dat haar acties in Tsjetsjenië en tegen moslims in het algemeen gerechtvaardigd zijn in het licht van deze oorlog. Maar ook bij Beslan hebben de autoriteiten gelogen in hun officiële communicaties en onafhankelijke onderzoekers lastig gevallen en het werken onmogelijk gemaakt. In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweerd hebben waren de gijzelnemers absoluut geen Arabieren. Geen van hen. Voor de zogenaamde link van de gijzelnemers met Osama Bin Laden's Al Qaeda is tot op heden niet het geringste bewijs geleverd. Het Tsjetsjeens verzet heeft iedere verantwoordelijk voor de gijzelneming in Beslan publiekelijk van de hand gewezen. Toch hebben de Russen de Tsjetsjeense moslimstrijders verantwoordelijk gesteld en de noodzaak voor hun acties in Tsjetsjenië en de Kaukasus proberen duidelijk te maken, met als enige bewijs een "verklaring op een website gebruikt door de Tsjetsjeense terroristen" dat zij toch wel verantwoordelijk zijn. Maar de geschiedenis van het "Tsjetsjeens terrorisme" in Rusland is niet zodanig dat gebeurtenissen voor zich spreken, of dat verklaringen van Russische overheden een waarheidsgetrouw beeld vormen van wat werkelijk plaats gevonden heeft. Voor een juist begrip van wat plaats heeft gevonden in Beslan dient men tevens bekent te zijn met de geopolitieke achtergrond bij de situatie in de Kaukasus in het algemeen. Geopolitiek Dimensie In het westen is de reactie op het voorval in Beslan vooral een geweest van verwijzingen naar het Russisch optreden in Tsjetsjenië, waar volgen schattingen van mensenrechten organisaties als Amnesty International aan de hand van het Russisch leger circa 200,000 Tsjetsjeense burgers zijn gedood, waaronder 35,000 kinderen. In 8 jaar oorlog in Tsjetsjenië (1993-96, 1999-heden) zijn verder 40,000 kinderen zwaargewond geraakt, 32,000 kinderen hebben ten minste een ouder verloren en voor 6,500 kinderen geldt dat zij wees zijn geworden als gevolg van oorlog[4]. Dat de opstand in Tsjetsjenië in oorsprong op nationalistische gronden gebaseerd is en niet op enigerlei religieus motief wordt grotendeels genegeerd, maar is verder niet van echt belang. Meer van belang is dat er verschillende aanwijzingen zijn die er op wijzen dat Tsjetsjenië in het geheim wordt ondersteund door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Hiervan getuigt bijvoorbeeld het bestaan van het American Committe for Peace in Chechnya (ACPC; Amerikaans Comité voor Vrede in Tsjetsjenië). Niet het bestaan van deze organisatie wijst op officiële steun van de zijde van de Amerikaans overheid voor de Tsjetsjeense zaak, maar wel de lijst van mensen die lid zijn van deze organisatie, mensen als Richard Perle (adviseur van het Pentagon), Michael Ledeen (adviseur Cheney, Rumsfeld en Wolfowitz; lid van het American Enterprise Institute, een neoconservatieve denktank), James Woolsey (voormalig CIA-direkteur) en Zbigniew Brzezinski (voormalig Minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten). Een ander punt is dat Groot-Brittannië aan de rechterhand van de leider van het Tsjetsjeens verzet, Ahmed Zakajev, asiel heeft verleend terwijl Ilyas Achmadov, Minister van Buitenlandse Zaken in de Tsjetsjeense regering in ballingschap, in de Verenigde Staten verblijft als gast van de overheid. Beiden tot grootte woede van Rusland die deze heren bestempelt als terroristen. In Rusland gaan derhalve geruchten dat het westen niet alleen achter Beslan, maar achter al de ellende zitten die de Russen in de Kaukasus hebben ervaren. Het idee is dat het westen, met name de Verenigde Staten, Rusland uit de Kaukasus wil drijven, en haar invloed in de regio wenst te minimaliseren. In het licht van het belang dat de Kaukasus heeft gekregen sinds de ontdekking van ontzagwekkende hoeveelheden olie en gas in deze regio, mag deze stelling niet zondermeer terzijde geschoven worden. In dit spel spelen landen als Afghanistan, Georgië en Tsjetsjenen een belangrijke rol. Niet omdat zij over deze voorraden beschikken maar gezien hun ligging die hen uitermate geschikt maakt als doorvoer land voor de petroleum naar westerse afzet markten. Door de crisis in Tsjetsjenië onder het oog van de wereld te brengen kan de Russische positie aldaar aan het wankelen worden gebracht, onder druk van publieke opinie en de dreiging van een interventie door de Verenigde Naties. Recent nog hebben de Russen en de Amerikanen achter de schermen een diplomatieke strijd uitgevochten over invloed in Georgië, en bekend is dat het de Verenigde Staten is geweest die de voor de toenmalige Sovjet Unie zo desastreus verlopen oorlog in Afghanistan hebben uitgelokt (onder leiding van boven vermelde Zbigniew Brzezinski). Ruslands rol in bijna geheel de Kaukasus is na Georgië, Oezbekistan en Afghanistan, al bijna geheel uitgespeeld, reden waarom Rusland des te meer vastberaden is haar invloed in Tsjetsjenië te behouden. In reactie op deze politieke aanvallen proberen de Russen zelf de rol van slachtoffer spelen, met de Tsjetsjeense moslims als monster en de arme Russen als slachtoffer. In dit licht wijzen Poetin en de zijnen iedere verwijzing naar Tsjetsjenië omtrent Beslan af alszijnde "steun aan de terroristen", door te zeggen dat dergelijke verwijzingen de zaak van de terroristen in het openbaar brengen en daarmee hun doel ondersteunen (hetzelfde verhaal als van Amerika na 9/11), en gebruiken Beslan evenals Dubrovka als legitimering voor een verdere militaire aanwezigheid in Tsjetsjenië en omliggende gebieden. Generaal binnen de Russische strijdkrachten Balujevski heeft verkaard dat Beslan Rusland het recht heeft gegeven terroristen aan te vallen waar dezen zich ook mogen bevinden, binnen of buiten Rusland. Dit is het voorrecht dat Amerika na 9/11 in staat heeft gesteld Afghanistan en Irak binnen te vallen en militaire complexen aan te leggen door heel de regio. Conclusie De verklaringen van Russische zijde zijn te eenzijdig, te voorspelbaar en te oppervlakkig om zondermeer te accepteren als de waarheid. Evenals ten tijde van de Dubrovka crisis zijn ook na Beslan onafhankelijke onderzoekers gevangen genomen onderweg naar Beslan, in een geval zelfs vergiftigd geworden. Rusland probeert heel duidelijk een bepaald beeld te schetsen van de gebeurtenis, net als het gedaan heeft bij eerdere voorvallen van Tsjetsjeens terrorisme. Het is een beeld van moslim terroristen, mensen zonder doel buiten bloedvergieten die Rusland kwaad gezind zijn. Hetzelfde beeld dat Amerika heeft geschetst van al de mensen die in haar belang als terroristen zijn gebrandmerkt na 9/11. Zelfs in Beslan werd Osama Bin Laden genoemd als verantwoordelijke. De reden voor deze politiek lijkt niet veel anders dan de Amerikaans politiek in reactie op 9/11, namelijk versteviging van de Russische militaire aanwezigheid realiseren in een regio geopolitiek van strategisch belang. Maar het westen in zijn beeldvorming is evenmin zonder geopolitieke doelstelling. Haar houding ten opzichte van de Tsjetsjeense opstand laat zien de waarheid achter de Oorlog tegen Terreur. Wat namelijk is nu eigenlijk het verschil tussen de terroristen in Irak versus de vrijheidsstrijders in Tsjetsjenië? Bush II verklaart geregeld dat landen die terroristen herbergen zelf een terroristische staat zijn, alwat een militaire inval rechtvaardigt. Vanuit Russisch oogpunt herbergen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië dus terroristen. Maar zolang de Tsjetsjenen strijd leveren met de Russen, en daardoor Ruslands positie in de Kaukasus verzwakken, zullen ze nooit als terrorist bestempeld worden door Amerika en haar bondgenoten. Over Beslan is in realiteit maar weinig duidelijk, maar tegelijkertijd heel veel. Er is geen bewijs voor wie nu werkelijk achter de gijzeling schuilgaat en wat de bedoeling er van geweest is. Maar de beeldvorming door zowel westerse als Russische media laat zien dat het voorval door beiden benut is geworden in eigen voordeel. Evenals na 9/11 wordt Beslan vooral gebruikt om de moslims zwart te maken en om koloniale oorlogen te rechtvaardigen. Naast de slachtoffers van het drama zelf, zoals altijd zijn het gewone mensen over wiens ruggen de geopolitieke strijd zich afspeelt, worden de moslims wederom van alle kanten de zwarte piet toegespeeld. Ook al heeft autopsie op de lichamen van de gedode gijzelnemers uitgewezen dat dezen zwaar drugsverslaafd moeten zijn geweest[5]. Mede hierom is voor de denkende mens is in ieder geval duidelijk dat de verklaring "de moslims hebben het weer gedaan" geen verband heeft met de realiteit. Redactie Expliciet Magazine: Aan deze situatie zal geen einde komen tot de moslims zich verenigd hebben in de Khilafah Staat en de rechtvaardigheid van Islam uitdragen aan de wereld. Dit is waar de moslims voor moeten vechten, volgens de methode van onze Profeet (saw) die geen gewapende strijd toestaat bij de stichting van de Islamitische Staat. Dit is wat wij onszelf, Islam en de wereld verschuldigd zijn. --------------------------------------------------------------------------------
[1] The Jamestown Foundation: "Chechnya Weekly: Volume 3 Issue 33 (November 4, 2002)", www.jamestown.org [2] Ibid. [3] "TU-134 Suspect is Still Alive", The Moscow Times, 10 september 2004 [4] Ahmed Zakajev: "Our Dead and Injured Children", The Guardian, 7 september 2004 [5] AP nieuwsagentschap: "Beslan Attackers 'drug addicts' ", 18 oktober 2004, zoals weergegeven op www.khilafah.com
|