|
De tiende dag van Dhoel Hidjaa, de twaalfde maand van de Islamitische maankalender, is de dag van ‘Aid al Adha.
De voorafgaande dag, de negende dag van Dhoel Hidjaa, is de Jauwm al ‘Arafa (de dag van ‘Arafa). Op deze dag staan de pelgrims die de Hadj verrichten bij de berg ‘Arafa, op de plaats waar de Boodschapper van Allah (saw) zijn Preek van het Afscheid gaf in het laatste jaar van zijn leven.
Het is sterk aangeraden (soenna moe-ekkede) om op deze dag te vasten, omdat Aboe Hafsa (ra) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "Het vasten op de Dag van ‘Arafa neemt de zondes van twee jaren weg, het voorgaande jaar en het komende jaar." (Moeslim)
En Hafsa (ra), de echtgenote van de Boodschapper van Allah (saw), heeft overgeleverd: "Vier dingen heeft de Boodschapper van Allah (saw) nooit nagelaten: vasten op de dag van ‘Asjoera (de tiende dag van de maand Moeharram), (vasten op de dag van) ‘Arafa, (vasten) drie dagen van iedere maand, en het iedere ochtend verrichten van de aangeraden gebeden voor het fajr gebed." (Moeslim)
Dit geldt overigens niet voor degenen die zich effectief op Hadj bevinden. Hierover is namelijk overgelerd: "De metgezellen twijfelden of de Boodschapper van Allah (saw) vastte op de Dag van ‘Arafa (tijdens zijn Hadj). Ze (Oemm al Fadl) besloot voor hen te bewijzen dat hij dit niet deed, en dus zei ze: ‘Ik stuurde hem melk, en hij dronk deze terwijl hij de preek (choetba) op ‘Arafa gaf'." (Al Boechari)
Oftewel, het vasten op de Dag van ‘Arafa is sterk aangeraden voor degenen die niet de Hadj verrichten.
|