|
De onder de geleerde meest voorkomende mening is dat het offeren voor ‘Aid al Adha een soenna (aangeraden handeling) is voor de moslims die de Hadj niet verrichten. Sommige geleerden, zoals Aboe Hanifa, van echter mening zijn dat het offeren een fard (plicht) is voor de moslims die de Hadj niet verrichten indien zij het zich kunnen veroorloven.
De volgende dieren zijn geschikt voor het offer voor ‘Aid al Adha:
|
Geiten
|
minstens 1 jaar oud
|
mannelijk of vrouwelijk
|
|
Schapen
|
minstens 6 maanden oud
|
mannelijk of vrouwelijk
|
|
Koeien, ossen of buffels
|
minstens 2 jaar oud
|
|
|
Kamelen
|
minstens 5 jaar oud
|
mannelijk of vrouwelijk
|
Over de eisen gesteld aan het dier bestemd voor het offer is het volgende overgeleverd: "Vier typen dieren voldoen niet voor het offer: Het een-ogige dier betreffende wie het duidelijk is dat hij een oog mist; het zieke dier betreffende wie het duidelijk is dat hij ziek is; het manke dier betreffende wie het duidelijk is dat hij mank is; en het magere dier waaraan zich geen vlees bevind." (Al Boechari)
De meeste geleerde zij van mening dat op basis van deze hadith aan analogie (qiyaas) gedaan kan worden. Zij oordelen derhalve dat het offerdier een gewoon, normaal dier moet zijn. Het mag niet het slechtste dier van de kudde zijn, maar het hoeft ook niet het beste dier van de kudde te zijn.
Voor wat betreft het moment waarop het offeren plaats moet vinden, dit mag niet plaatsvinden voor het gebed van ‘Aid op de tiende dag van de maand Dhoel Hidjaa. De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "Degene die slacht voor het gebed, hij heeft enkel voor hemzelf geslacht. En degene die slacht na het gebed, hj heeft op het juiste moment geslacht en de traditie van de moslims gevolgd". (Al Boechari)
Het slachten kan verricht worden tot het avondgebed (maghrib) van de 12e dag van Dhoel Hidjaa, of volgens sommige geleerden tot het ochtendgebed (fadjr) van de 13e dag van Dhoel Hidjaa.
Betreffende de houding van de moslim tegenover het offeren op 'Aid al Adha, de volgende punten:
A) De moslim moet in acht nemen het feit dat het offeren een handeling van aanbidding (ibada) is. Het offeren is niet bedoeld om de moslim vlees te kunnen laten eten, of om de moslim te kunnen laten slachten. Het is een daad van aanbidding, net zoals het gebed. En daarom is het belangrijk dat aanbidding, en enkel aanbidding, de intentie (niya) is bij het verrichten van het offer.
B) De moslim mag niet uit het oog verliezen dat Islam hem verplicht de plaats waar hij verblijft en de mensen met wie hij verblijft, te respecteren. Dit betekent dat het houden en het slachten van offerdieren thuis afgeraden is, indien hieruit overlast resulteert voor de omgeving. En wij zouden voor een aangeraden handeling (mandoeb) als het offeren niet het imago van Islam en de moslims op het spel moeten zetten. Dit is alhoewel wij weten dat de Islamitische gebruiken van de moslims niet altijd met respect worden behandeld. Maar ook al wordt het de moslims moeilijk en tijdrovend gemaakt om op een juiste wijze, op een juiste plaats te offeren, het kan nooit zo zijn dat de moslims op een onrecht reageren door middel van een onrecht.
Voor wat betreft de manieren waarvolgens het offeren plaats zou moeten vinden, hier volgen een aantal punten die blijken uit de soenna van de Boodschapper van Allah (saw):
1) Het hoort niet dat het dier dat geofferd gaat worden kan zien hoe andere dieren geslacht worden. Dit betekent ook dat de plaats waarnaartoe het dier wordt geleid om geofferd te worden, gereinigd behoort te zijn alvorens het offerdier binnen geleid wordt.
2) Het behoort tot de goede manieren om het dier niet het mes te laten zien waarmee het geslacht gaat worden.
Al deze punten zijn opdat het dier zich niet zal realiseren dat het geslacht gaat worden, en dus geen stress zal kennen. Dit behoort tot de goede manieren met betrekking tot de behandeling van de dieren die Islam opgedragen heeft. Verder:
3) Het mes waarmee geofferd wordt behoort vlijmscherp te zijn, zodat het dier niet zal hoeven lijden.
4) De luchtpijp en de halsslagader behoren bij de eerste beweging van het mes direct doorgesneden te worden, wederom zodat het dier niet zal hoeven lijden.
5) Tijdens het offeren behoort het hoofd van het dier in de richting van Ka'aba te wijzen.
6) Het bewegen van het mes behoort gepaard gaan van de uitspraken "Bismillah", "Allahoe Akbar", en "Dit is in de naam van persoon zo-en-zo (degene wiens dier als offer wordt geslacht)".
7) Het is aangeraden dat degene wiens dier als offer wordt geslacht, zelf het slachten verricht danwel aanwezig te zijn bij het offeren. Het is echter niet verplicht.
Verder is het onderdeel van de soenna om een derde van het offer weg te geven aan de faqir, de arme mensen.
|