zaterdag 11 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Islam arrow De Rechtgeleide Kaliefen: Haroen ar Rasjied
De Rechtgeleide Kaliefen: Haroen ar Rasjied Afdrukken E-mail
maandag 21 december 2009

Introductie

De vier Rechtgeleide Kaliefen in de geschiedenis van Islam waren allen metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw). Zij waren Aboe Bakr (ra), ‘Oemar ibn al Chattab (ra), ‘Oethman bin ‘Affan (ra) en ‘Ali ibn Aboe Taalib (ra). Onder de Kaliefen die behoorden tot de generatie volgende op de metgezellen, de zogenoemde tabi'ien, was er één die nauwgezet hun spoor volgde. Hij was ‘Oemar ibn ‘Abdoel ‘Azziez en hij wordt derhalve als vijfde gerekend tot de Rechtgeleide Kaliefen. Onder de weer latere generaties van de moslim Oemma bevonden zich leiders van al de mogelijke capaciteiten, met sommigen die heel goed waren en anderen die minder goed of soms zelfs ronduit slecht waren. Maar onder de Kaliefen van de latere generaties was er één zo goed dat de moslim Oemma ook hem de titel ar rasjied, de rechtgeleide, zou gegeven. Hij was Haroen ar Rasjied.

 

Zijn naam, zijn genealogie, zijn jeugd en zijn status

Zijn naam was Haroen ibn Mohammed ibn ‘Abdoellah ibn Mohammed ibn ‘Ali ibn ‘Abdoellah ibn Al ‘Abbaas ibn ‘Abdoel Moettalib ibn Haasjim. Hij werd geboren in Rayy, nabij Teheran in het huidige Iran. Volgens de meeste overlevering in het jaar 145 Hidjri, het jaar 763 naar christelijke jaartelling, maar volgens sommigen in het jaar 149 Hidjri, het jaar 766 naar christelijke jaartelling.

Hij behoorde tot het geslacht der ‘Abbasieden, de nakomeling van Al ‘Abbaas ibn ‘Abdoel Moettalib ibn Haasjim (ra), de jongste oom van Profeet Mohammed (saw). Nadat in het jaar 127 Hidjri, 743 naar christelijke jaartelling, onrust was ontstaan in de Islamitische Staat na de dood van Khalifa Hisjaam, omdat verschillende groepen en clans elkaar bevochten voor de positie van Khalifa, had een voorvader van Haroen genaamd Aboel ‘Abbaas ‘Abdoellah ibn Mohammed ibn ‘Ali ibn Abdoellah ibn ‘Abbaas ibn ‘Abdoel Moettalib ibn Haasjim (zijn bijnaam was "as saffaa", oftewel "de slachter") in het jaar 134 Hidjri, het jaar 750 naar christelijke jaartelling, het Kalifaat overgenomen van Khalifa Marwan II. As Saffaa was de eerste van het geslacht der ‘Abbasieden die Khalifa werd. Hij vestigde vervolgens de dynastie van de ‘Abbasieden omdat na hem het Kalifaat over zou blijven gaan van vader op zoon onder nakomelingen van Al ‘Abbaas (ra).

Haroen behoorde derhalve tot de elite in de Islamitische Staat. Zijn vader was Mohammed ibn Haroen al Amin. Op het moment van geboorte van Haroen was zijn vader wali (gouverneur) van de Khalifa in de oostelijke provinciën van de Islamitische Staat. Later, van 159 tot 169 Hidjri, 775 tot 785 naar christelijk jaartelling, was de vader van Haroen zelf Khalifa, de derde Khalifa van de ‘Abbasieden-dynastie. Haroen was 6 jaar oud op het moment dat zijn vader Khalifa werd. Haroen's moeder was Al Chayzoeran, afkomstig uit Jorasj in Jemen. Zij was oorspronkelijk gekidnapt geworden in haar woonplaats door een bedouïne en door hem als slaaf verkocht in Mekka. Mohammed ibn Haroen al Amin kocht haar toen hij in Mekka was op bedevaart. Maar hij werd verliefd op haar en huwde haar vervolgens.

Haroen was een mooie, aantrekkelijke man van uitstekend gedrag en goede manieren. Hij had een bleke huid en krullende haren. De verantwoordelijkheid voor zijn opvoeding in de Islamitische wetenschappen, de algemene wetenschappen, de krijgskunst en de algemene kunsten was gegeven aan Yahya ibn Chaalid ibn Bermak.

 

Zijn leven voor zijn kalifaat

Haroen groeide op in tijdperk waarin voortdurend getwist werd over de positie van Khilafa. Verschillende groepen en bewegingen vonden dat zij het meest recht hadden op de positie, en binnen iedere groep en beweging waren er verschillende mensen die het Kalifaat ambieerden. Tegelijkertijd grensde de Islamitische Staat in het noordwesten aan Byzantium, dat weliswaar aan het uiteenvallen was maar dat nog immer een staat met enige macht was. En in het oosten grensde de Islamitische Staat aan de steppen en vlaktes van Centraal-Azië, waar nomaden rondgingen die af en toe met geweld de Islamitische Staat binnen drongen om te plunderen. Als Khalifa verzuchtte Haroen ar Rasjied eens tegen Yahya ibn Chaalid ibn Bermak: "Toen de Profeet (saw) stierf, toen was er vrede en eenheid onder de Arabieren, die Allah (swt) had begunstigd met stabiliteit na de beproevingen waarin zij hadden volhardden en eer proportioneel aan de vernederingen waaronder zij geleden hadden. Islam was in de kracht van haar jeugd en de Dien was nog maar net geboren. Jij bent bekend met alles dat sindsdien plaatsgevonden heeft...".

In deze omstandigheden onderscheidde Haroen zich al vroeg als een uitstekend soldaat en legeraanvoeder. Toen Haroen nog maar 16 jaar oud was, was hij aanvoerder van een leger dat tegen Byzantium ten strijde trok. In het jaar 166 Hidjri, 782 naar christelijke jaartelling, voerde een op dat moment 21-jarige Haroen wederom een leger aan dat tegen Byzantium ten strijde trok, nadat de Byzantijnen de Islamitische Staat binnen waren gevallen. Haroen leidde 95.000 man. Na de meest vooraanstaande generaal van de Byzantijnse keizerin Irene, generaal Nicetas, verslagen te hebben, stond hij als snel voor de poort van de Byzantijnse hoofdstad Constantinopel. Byzantium gaf zich gewonnen en beloofde om voortaan ieder jaar het fortuin van 70.000 goudstukken te betalen aan de Islamitische Staat in ruil voor vrede. Haroen accepteerde dit voorstel en verliet Byzantium vervolgens met zijn leger. Vanwege deze prestatie werd hij bij terugkeer in Bagdad geëerd met de titel Ar Rasjied, oftewel de rechtgeleide. Tevens werd hij tot wali (gouverneur) voor Armenië en Azerbeidzjan benoemd.

 

Zijn verkiezing tot Khalifa

In het jaar 169 Hidjri, 785 naar christelijke jaartelling, stierf de vader van Haroen ar Rasjied, Khalifa Al Mehdi. De Khalifa stierf in Maasabadhaan, een plaats buiten Bagdad, de hoofdstad van de Islamitische Staat op dat moment. Haroen ar Rasjied was met de Khalifa toen hij overleed, terwijl zijn oudere broer Moesa ibn Mahdi al Hadi op veldtocht was in Djoerdjan. Na het overlijden van zijn vader vroeg Haroen ar Rasjied aan zijn begeleider en mentor Yahya ibn Chaalid ibn Bermak advies over wat te doen, en gebruik makende van diens instructies zorgde Haroen er vervolgens voor dat het Kalifaat op ordelijke wijze overging van Al Mehdi naar diens oudste zoon Al Hadi. Haroen ar Rasjied gaf de soldaten die met hem waren in Maasabadhaan een extra uitkering, zodat ze zich met hem terug naar Bagdad zouden haasten. In Bagdad werd een extra uitkering aan al de soldaten van de Islamitische Staat afgesproken, waardoor er geen opening ontstond voor rebellie. Toen Al Hadi vervolgens terugkeerde in Bagdad werd hij tot Khalifa benoemt.

Khalifa Al Hadi stierf al snel, echter. Na omstreeks één jaar aan het bewind te zijn geweest stierf ook hij. En daarop werd in het jaar 170 Hidjri, 786 naar christelijke jaartelling, Haroen ar Rasjied aangesteld als Khalifa.

 

Zijn Kalifaat

Het tijdperk waarin Haroen ar Rasjied Khalifa werd was een tijdperk van relatief grote onrust. Er waren sommigen onder de moslims van mening dat de nazaten van ‘Ali (ra) en Fatima (as) van Allah (swt) een voorrecht hadden gekregen om Khalifa te zijn. Zij werden de ‘Aliden genoemd en waren een bron van voortdurende rebellie. Tegelijkertijd was in veel moslims het verlangen naar heerschappij geslopen. En dus waren er ook buiten de ‘Aliden altijd wel mensen die in het geheim werkten om de Khalifa af te zetten en zelf de positie van Khalifa in te nemen. Verder waren de Chawaaridj nog aanzienlijk in aantal, die op verschillende momenten en verschillende plaatsen voor rebellie zorgden. En ten slotte werd de Islamitische Staat nog bedreigd de Byzantijnen en de nomaden van de Centraal-Aziatische steppen.

Voor wat betreft de binnenlandse politiek concentreerde Haroen ar Rasjied zich daarom op het bijeen houden van de Islamitische Staat. Hij deed dit enerzijds door hard en streng op te treden tegen iedere rebellie of aanzet daartoe. En anderzijds door welzijn te realiseren voor de mensen in de Islamitische Staat, door economische voorspoed te realiseren middels het tot stand brengen van wetenschappelijke vooruitgang.

Haroen ar Rasjied benoemde zijn begeleider en mentor Yahya ibn Chaalid ibn Bermak als gedelegeerde assistent (moe'awin at tafwiedh), een positie die op dat moment "grootvizier" genoemd werd. Yahya's zoons Al Fadl and Djaafer assisteerden hem hierbij. Dit bleek een uitstekende keus want alle drie waren uitermate geschikte regenten die beschikten over kennis van zaken, wijsheid en visie. Zo presenteerde de persoon die de verantwoordelijkheid werd gegeven voor de heffing van de belasting op de voortbrengsten van het land in Sawaad zich eens voor Khalifa Haroen ar Rasjied, om afscheid van hem te nemen en de laatste instructies te ontvangen. Op dat moment waren Yahya bin Chaalib ibn Bermak en Djaafer ibn Yahya bin Chaalib ibn Bermak in aanwezigheid van Khalifa Haroen ar Rasjied. Khalifa Haroen ar Rasjied zei tegen hen beiden: "Geef hem (de ambtenaar) geschikt advies". Yahya zei tegen de man: "Zorg voor meer efficiëntie in de uitgaven, maak het land vruchtbaar en vol met mensen". Djaafer zei tegen hem: "Verspreid rechtvaardigheid onder de anderen en wees rechtvaardig tegenover jezelf". Ten slotte zei Khalifa Haroen ar Rashied zelf tegen de man: "Handel met rechtvaardigheid en vriendelijkheid".

Yahya en zijn zoons voerden een verdere perfectionering van het functioneren van de Staat door. De postdiensten werden verbeterd waardoor de Khalifa betere en meer informatie verkreeg uit de verschillende gebieden onder zijn bewind. Tevens werd een professionele scholing voor de ambtenarij ontwikkeld en opgezet.

Tegelijkertijd werd aan iedere vorm van rebellie een einde gemaakt. Bijvoorbeeld werd een opstand door de Chawaaridj onder aanvoering van Al Walid bin Taarif neergeslagen, door een leger onder aanvoering van Yazid bin Mayzad al Sjabaani. Haroen ar Rasjied zelf deed vervolgens Oemra om Allah (swt) hiervoor te bedanken. En om onrust in Syrië op te lossen, waar een burgeroorlog dreigde tussen de twee voornaamste lokale stammen, stuurde Haroen ar Rasjied Djafer bin Yahya bin Chaalid ibn Bermak. Haroen zei hem: "Of jij lost het op, of ik ga het zelf oplossen". Maar Djaafer deed zijn werk en bracht vrede en stabiliteit terug in de Islamitische Staat.

Hiernaast zorgde Khalifa Haroen ar Rasjied er middels zijn grootviziers voor dat de wetenschappen een immense bloei konden doormaken. Hij bracht geleerden vanuit gans de Islamitische Staat tezamen in Bagdad en voorzag hen van alles dat zij en hun gezinnen nodig hadden, zodat zij zich enkel met de wetenschap bezig hoefden te houden. De religie of nationaliteit van de geleerden speelde hierbij geen enkele rol. Iedereen die vooraanstaand was in zijn bereik van de wetenschap kon rekenen op financiële ondersteuning door Khalifa Haroen ar Rasjied, ongeacht of hij moslim, jood of christen was. Khalifa Haroen ar Rasjied liet ook de werken van eerdere geleerden uit zowel de Griekse oudheid als uit Oost-Azië vertalen naar het Arabisch, om de geleerden in de Islamitische Staat in staat te stellen hiervan te profiteren. Hij bouwde verder scholen en bibliotheken door gans de Islamitische Staat om de opgedane kennis te verspreiden in de samenleving. Zo legde Khalifa Haroen ar Rasjied de basis voor het Gouden Tijdperk dat de Islamitische Staat zou beleven tussen de 2e en 6e eeuw Hidjri, oftewel tussen de 8e en 12e eeuw naar christelijke jaartelling. In dit tijdperk zouden geleerden in de Islamitische Staat op verschillende vakgebieden van revolutionaire invloed zijn, zoals in de wiskunde, scheikunde, natuurkunde, astronomie, biologie, economie, sociologie, geschiedschrijving en medicijnen. Meest vooraanstaand was de uitvinding en beschrijving van de wetenschappelijke methode van onderzoek, evenals de praktijk van "peer-reviews" waaronder geleerden en wetenschappers elkaars onderzoeken bestuderen en na proberen te doen om de uitkomsten te controleren. Ook in de landbouw werden grote stappen voorwaarts gemaakt door toedoen van wetenschappelijke vooruitgang. Gebruik makende van mechanica werd de windmolen uitgevonden en ingezet om een uitgebreide infrastructuur voor irrigatie aan te leggen, bijvoorbeeld. Ook werden bestaande gewassen geïntroduceerd in voor hen nieuwe gebieden, en werden nieuwe gewassen gecreëerd middels kruisbestuiving. Waardoor de biodiversiteit en de opbrengst van de landbouw sterk vergroot werden.

Maar ook de Islamitische wetenschappen floreerden onder Khalifa Haroen ar Rasjied. Drie van de vier wetscholen (madhab) in Islam ontwikkelden zich ten tijde van de ‘Abbasieden-dynastie, en twee van de vier specifiek ten tijde van het kalifaat van Haroen ar Rasjied. Van Imam Aboe Hanifa moet nog gezegd worden dat hij voornamelijk voor de komst van de ‘Abbasieden leefde, van 80 tot 148 Hidjri namelijk, oftewel van 699 tot 765 naar christelijke jaartelling. Terwijl de ‘Abbasieden het kalifaat op zich namen in 134 Hidjri, 759 naar christelijke jaartelling. Maar Imam Maalik maakte zelfs het Kalifaat van Haroen ar Rasjied nog kort mee. Hij leefde van 83 tot 179 Hidjri, oftewel van 711 tot 795 naar christelijke jaartelling. Terwijl Haroen ar Rasjied in 170 Hidjri, 786 naar christelijke jaartelling, tot Khalifa werd verkozen. Hiernaast leefde Imam Sjaafi'i van 150 tot 204 Hidjri, oftewel van 767 tot 820 naar christelijke jaartelling. En Imam Achmed ibn Hanbal beleefde zijn jeugd ten tijde van het Kalifaat van Haroen ar Rasjied. Hij leefde van 164 tot 241 Hidjri, oftewel van 780 tot 855 naar christelijke jaartelling.

Door veiligheid en rust te garanderen in de Islamitische Staat en wetenschappelijke en technologische vooruitgang te stimuleren floreerde de handel. De moslims kwamen te handelden van Europa in het westen, tot India, de Fillipijnen en China in het oosten. Door er hiernaast op toe te zien dat de Sjari'a van Allah (swt) op correcte wijze ten uitvoer gebracht werd, zorgde Khalifa Haroen ar Rasjied ervoor dat al de inwoners van de Islamitische Staat deelden in de tot stand gebrachte welvaart. Het meest beroemde voorbeeld van de aandacht van Khalifa Haroen ar Rasjied voor implementatie van de Sjari'a is zijn opdracht aan de grote geleerde Qadi Aboe Joesoef, de student van Imam Aboe Hanifa, om in een boek de Islamitische wetgeving betreffende belasting op het land uiteen te zetten. Qadi Aboe Joesoef schreef daarop het beroemde boek "Ar Risala fil Charadj" voor Khalifa Haroen ar Rasjied. Een ander voorbeeld waaruit de zorg van Khalifa Haroen ar Rasjied voor de Sjari'a blijkt is zijn vervanging van de wali voor de provincie Choeraasaan, ‘Ali bin ‘Isa bin Maahaan. Deze bracht altijd veel geld in kas voor de Khalifa, maar Khalifa Haroen ar Rasjied vreesde dat dit middels onderdrukking van het volk tot stand kwam. Na de zaak een tijdlang op zijn beloop te hebben gelaten besloot Khalifa Haroen ar Rasjied tot een onderzoek naar de tevredenheid van de mensen met het bestuur van ‘Ali bin ‘Isa bin Maahaan. Dit onderzoek resulteerde in het ontslag van ‘Ali bin ‘Isa bin Maahaan, en diens vervanging door Harthama bin ‘Ajjaan. In diens aanstellingsbrief schreef Khalifa Haroen ar Rasjied: "Dit is wat de Emir al Moe'uminien, Haroen ar Rasjied, heeft geschreven als contract voor de aanstelling van Harthamah bin ‘Ajjaan toen hij hem aanstelde als wali voor de grensprovincie Choeraasaan, haar administratieve afhankelijken en de belasting op het land. De Khalifa gebiedt Harthama om de vrees voor Allah (swt) in gedachten te houden, om Hem (swt) te gehoorzamen en om bezorgd te zijn over en te zorgen voor hetgeen Allah (swt) van belang acht. Hij moet toestaan hetgeen het Boek van Allah (Boek) toegestaan maakt en verbieden wat het (Boek) verbiedt. Wanneer hij geconfronteerd wordt met iets (waarover het oordeel) onduidelijk en onzeker is, dan moet hij een moment pauzeren en overleggen met degenen die een systematische training hebben ondergaan en die bekend zijn met de religie van Allah (swt) en die kennis hebben van het Boek van Allah (swt; oftewel de geleerden, vert.).". De brief eindigde met: "O Aboe Hatim (de koenja van Harthama, vert.), handel overeenkomstig hetgeen ik je opgedragen heb, want ik heb Allah (swt) verkozen boven mijn persoonlijke verlangens en wensen. Laat jou handelen derhalve hetzelfde zijn en laat jouw gedrag op dezelfde basis zijn. (...) Vergroot de hoop voor de bewoners van het grensgebied, en doe hun vrijheid van angst en hun realisatie van hetgeen zij verlangen toenemen. Handel dus op de manier die Allah (swt) behaagt, die de Kalief behaagt, en die de mensen over wie jij als wali bent aangesteld behaagt, als Allah (swt) het toestaat. Dit is mijn overeenkomst en mijn brief, opgesteld door mijn eigen hand, en ik roep op als getuigen Allah (swt), de Engelen, degenen die Zijn Troon dragen, en de bewoners van het Paradijs. Allah (swt) is voldoende als getuige. De Emir al Moe'uminien heeft dit geschreven met zijn eigen hand, met niemand aanwezig behalve Allah (swt) en Zijn Engelen.". Als laatste gaf Khalifa Haroen ar Rasjied aan Harthama de opdracht om de bezittingen van ‘Ali bin ‘Isa bin Maahaan te inspecteren en om ervoor dat alles dat hij onrechtmatig genomen had aan de rechtmatige eigenaar terug te geven.

Voor wat betreft de buitenlandse politiek was Khalifa Haroen ar Rasjied was één van de meest actieve Kaliefen in de geschiedenis van de Islamitische Staat. De realiteit van de Islamitische Staat waarvoor Khalifa Haroen ar Rasjied de verantwoordelijkheid droeg was dat deze zwakke grenzen kende, omdat de Staat zich vele decennia lang had ingezet voor de opening van nieuwe gebieden en landen voor Islam. Khalifa Haroen ar Rasjied gaf daarom het order om deze grenzen te versterken. Hij liet forten bouwen en organiseerde het leger ter verdediging van de grenzen. Verder zond hij voordurend militaire expedities uit. In het noordwesten van de Islamitische Staat naar Byzantium en in het noordoosten van de Islamitische Staat naar de steppen van Centraal-Azië. Deze expedities zorgden enerzijds voor bescherming van de Islamitische Staat, daar zij de vijanden van Islam bezig hielden en weghielden van de gebieden bewoond door de moslims. En anderzijds voor verdere verspreiding van Islam zoals naar Afghanistan.

Dus ook in de buitenlandse politiek was Khalifa Haroen ar Rasjied vastberaden. Toen de Chazaren de Islamitische Staat binnen vielen in hedendaags Armenië, en daarbij 100,000 moslim en niet-moslim onderdanen van de Staat tot slaaf maakten, werd de Khalifa geconfronteerd met een situatie die niet eerder door de Islamitische Staat was meegemaakt. Khalifa Haroen ar Rasjied loste deze kwestie op door Yazid bin Mayzad te benoemen als wali voor Armenië en Azerbeidzjan en hem het leger ter beschikking te stellen waarmee de Chazaren verdreven konden worden.

In het jaar 187 Hidjri, 803 naar christelijke jaartelling, schreef de Byzantijnse keizer Niceforus een brief aan Khalifa Haroen ar Rasjied over de jaarlijkse betaling die Byzantium ten tijde van keizerin Irene met de moslims overeen gekomen was. Hij schreef: "De zwakke en bange Irene onderwierp zich om aan jouw de heffing te betalen. (Maar) Ze had jouw heffing aan haar moeten laten betalen. Geef mij terug alles dat zij betaald heeft, en anders zal de zaak tussen ons middels het zwaard beslecht worden". Nadat Khalifa Haroen ar Rasjied deze brief gelezen had, wierp de gezant van Niceforus een aantal zwaarden voor de voeten van de Khalifa. Daarop glimlachte de Khalifa enkel, trok zijn zwaard, en middels één slag brak hij al de zwaarden in stukken. Hierna dicteerde hij een - nu legendarische - brief aan Niceforus terug: "In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Van Haroen ar Rasjied, Aanvoerder van de Gelovigen, tot Niceforus, de Byzantijnse hond: O zoon van een ongelovige vrouw! Ik heb je brief gelezen. Je zult mijn antwoord niet te horen krijgen, je zult het te zien krijgen! Tot ziens!". Khalifa Haroen ar Rasjied bracht vervolgens 135.000 soldaten tezamen die het leger van Niceforus compleet vernietigden. Niceforus moest toen akkoord gaan met het betalen aan de Islamitische Staat van een heffing die hoger lag dan hetgeen zijn voorganger keizerin Irene betaalde.

Verder in het jaar 187 Hidjri, 803 naar christelijke jaartelling, beleefde de Islamitische Staat een politieke schok. Khalifa Haroen ar Rasjied ontnam de zonen van Bermak namelijk plotsklaps al hun verantwoordelijkheden, en stelde vervangers aan in hun plaats. Djaafer werd door Khalifa Haroen ar Rasjied terechtgesteld. De anderen werden in het gevang geworden. En de bezittingen van hen allen werden geconfisceerd. Er bestaat geen volledige duidelijkheid over waarom precies Khalifa Haroen ar Rasjied tot deze beslissing kwam. Van de verschillende meningen die hieromtrent geuit worden zijn sommigen minder geloofwaardig dan anderen. Sommigen hebben bijvoorbeeld gezegd dat de beslissing van Khalifa Haroen ar Rasjied het resultaat was van een politieke intrige, en dat Khalifa Haroen ar Rasjied als ware hij een klein kind door concurrenten van de Ibn Bermak gemanipuleerd werd tot geloven dat zij hypocrieten in Islam waren. Een andere onwaarschijnlijke verklaring voor de gebeurtenis is dat bewering dat Khalifa Haroen ar Rasjied jaloers was op de liefde die zijn zus ‘Abasa voelde voor Djaafer ibn Yahya bin Chaalid ibn Bermak. Het is, daarentegen, veel meer waarschijnlijk dat één van de drie volgende verklaringen voor het einde van de Bermakiden de waarheid is. Ten eerste wordt gezegd dat de Bermakiden zo ontzettend rijk waren geworden dat Khalifa Haroen ar Rasjied hen kwam te verdenken van corruptie. Ten tweede wordt gezegd dat Khalifa Haroen ar Rasjied hen kwam te verdenken van het plannen van een rebellie tegen hem. Dit laatste naar aanleiding van een gebeurtenis waarbij Yahya bin Chaalid ibn Bermak zonder aankondiging en zonder het vragen van toestemming de persoonlijke vertrekken van Khalifa Haroen ar Rasjied binnen was gestormd, alsof het zijn eigen huis was. Ten derde wordt gezegd dat Khalifa Haroen ar Rasjied hen kwam te verdenken van het plannen van een rebellie tegen hem, omdat zij in het geheim en tegen de uitdrukkelijke bevelen van de Khalifa een individu genaamd Yahya bin ‘Abdallah bin Hasan, die behoorde tot de ‘Alieden, beschermd en gesteund hadden.

 

Zijn dood

In het jaar 192 Hidjri, 808 naar christelijke jaartelling trok Haroen er wederom met zijn leger op uit richting Byzantium, omdat keizer Niceforus van Byzantiumde afspraken die hij was aangegaan niet nakwam. Onderweg, echter, rebelleerde Raafi bin Layth tegen het Kalifaat van Haroen ar Rasjied en moest de aandacht van de militaire expeditie verlegd worden. Op pad om de rebellie een passend antwoord te geven werd Khalifa Haroen ar Rasjied echter ziek. Hij maakte halt op een plaats genaamd Al Moethaqqab en verbleef daar in het huis van Hoemayd bin Abi Ghaanim al Taa'i. De Khalifa liet daar een graf graven voor zichzelf, en zitten aan de rand ervan liet hij een aantal mensen in het graf ganse Koran reciteren terwijl hij luisterde. In 193 Hidjri uiteindelijk, 809 naar christelijke jaartelling, overleed Khalifa Haroen ar Rasjied in Al Moethaqqab ten gevolge van zijn ziekte.

 

Wat hem bijzonder maakte

Haroen ar Rasjied hield van wetenschap en kennis, en bracht de Islamitische Staat een Gouden Tijdperk door wetenschappelijke vooruitgang tot stand te brengen. Aboel Hasan ‘Ali al Mas'oedi heeft overgeleverd: "Aboe Moe'awiyya, één van de grootste geleerden van zijn tijd, heeft overgeleverd dat hij een dag de maaltijd deelde met de Kalief. Laatstgenoemde besprenkelde aan het einde van de maaltijd zijn handen (van Aboe Moe'awiyya) met water (om hen te wassen), en zei tegen hem (Aboe Moe'awiyya): ‘Aboe Moe'awiyya, weet jij wie zojuist jouw handen gewassen heeft?'. Hij (Aboe Moe'awiyya) antwoordde: ‘Nee'. (Khalifa Haroen ar) Rasjied vertelde hem toen dat hijzelf dit was geweest. Aboe Moe'awiyya antwoordde: ‘Prins, dit doet u ongetwijfeld om kennis te eren'. ‘U spreekt de waarheid', antwoordde (Haroen ar) Rasjied."

Tegelijkertijd zorgde vroomheid in Haroen ar Rasjied ervoor dat al de mensen in de Staat kwamen te delen in de voorspoed. Imam At Tabari zegt in zijn boek "De geschiedenis van profeten en koningen" over Haroen ar Rasjied: "Ar Rasjied verrichte gewoonlijk honderd vrijwillige buigingen per dag als onderdeel van zijn dagelijkse handelingen van aanbidding, totdat hij dit leven verliet, tenzij hij ziek was en dan gaf hij aan aalmoezen (sadaqa) honderdduizend dirham van zijn eigen geld voor iedere dag (dat hij niet de 100 extra buigingen had gedaan)". En Aboel Hasan ‘Ali al Mas'oedi zei: "Hij behoorde tot de ranken van de Kaliefen die zich onderscheiden in welbespraaktheid, kennis en generositeit. Tijdens gans zijn heerschappij verrichte hij de Hadj naar Mekka of vocht hij tegen de ongelovigen bijna ieder jaar. Zijn dagelijkse gebeden gingen het aantal verplicht door de wet te boven, en hij verrichte de Hadj te voet wat nog geen Kalief voor hem had gedaan".

En vanwege genoemde vroomheid liet Khalifa Haroen ar Rasjied welbewust de Sjari'a ten uitvoer brengen. Bij completering van zijn boek "Risala fil Charadj" schreef Qadi Aboe Joesoef aan Khalifa Haroen ar Rasjied een brief die dit duidelijk maakt: "Emir al Moe'uminien, Allah (swt) heeft u verantwoordelijk gemaakt voor een belangrijke kwestie, de beloning waarvoor de grootste beloning is, en de bestraffing waarvoor de grootste bestraffing is. Hij (swt) heeft u met zaak van de Oemma van de moslims toevertrouwd. Dag en nacht bouwt u voor vele mensen, betreffende wie Allah (swt) u tot herder maakte, die hij aan uw zorg heeft toevertrouwd en door wie Hij (swt) u beproeft, en van die zaken Hij (swt) u de beheerder gemaakt. Een structuur die niet op vroomheid wordt gebaseerd zal niet blijven, want Allah (swt) zal diens pilaren aanvallen en ervoor zorgen dat het op hem die het bouwde en erin vertrouwde tegen Hem (swt), zal vallen. Verspil derhalve niet hetgeen Allah (swt) aan u heeft toevertrouwd: de kwestie van deze Oemma en deze onderdanen. Want de macht om te handelen is met toestemming van Allah (swt). Stel het werk van vandaag niet tot morgen uit. Want als u dit doet, dan verspilt u. De dood is zonder hoop. gaat derhalve naar de dood met daden, want er zijn geen daden na de dood. De herders van mensen moeten met hun Meester de zaken afhandelen, zoals de herder met die van hem. Vestig daarom het goede in hetgeen waarover Allah (swt) u geplaatst heeft, (zelfs al heeft Hij u dit) voor slechts één uur toevertrouwd. De gelukkigste herder op de Dag van Wederopstanding zal hij zijn de kudde van wie met hem tevreden was. Wijk niet af (van de Rechte Leiding) en veroorzaak zo dat uw onderdanen afwijken. En wees op uw hoede voor het geven van opdrachten en het bestraffen in staat van boosheid! Wanneer geconfronteerd met de kwestie van deze wereld en de kwestie van volgende, kies de volgende wereld. Want die zal blijven en deze wereld zal verdwijnen. Handel voorzichtig, in vrees voor Allah (swt), en waar het het bevel van Allah (swt) betreft, laat de mensen gelijk zijn in uw aangezicht, ongeacht of zij van dichtbij of van ver van u zijn. Wanneer u aan de zijde van Allah (swt) staat, vrees dan de kwaadsprekende beschuldigingen van niemand. Wees op uw hoede, en behoedzaamheid is een kwestie van het hart, niet van de tong. Vrees Allah (swt), want vroomheid is slechts vrees voor Allah (swt) en Allah (swt) houdt van hem die Hem (swt) vreest. Handel voor een uitgestelde termijn, de reeds bereden weg, de reeds genomen weg, de bewaarde handeling, want dat is de ware halteplaats. Het eindstation, waar de harten zullen vliegen en de argumenten worden afgesneden door de macht van een Koning wiens macht overweldigend is. Want dit is (zo zeker, dat het) is alsof het reeds is geweest. Er zal met verdriet en spijt worden terugbetaald door hen die het wisten maar niet handelden, op de Dag wanneer de voeten zullen aanslepen en de kleuren veranderen. De Dag van het lange wachten en het ernstige ter verantwoording roepen. Allah, Heilig is Hij en Verheven, heeft in Zijn Boek gezegd:

"En zij dringen bij u aan de straf te verhaasten, doch Allah zal nimmer Zijn Belofte breken. Voorwaar bij uw Heer is één dag gelijk duizend jaren van uw berekening." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera l Hadj 22, vers 47)

En:

"Wees daarom geduldig (o profeet) zoals de boodschappers, die mannen van karaktervastheid waren, en wees omtrent hen niet haastig. De Dag, waarop zij zullen zien waarmede zij worden bedreigd, zal het hun toeschijnen alsof zij slechts een uur van een dag hadden geleefd (in deze wereld). De verkondiging is aan u en niemand wordt vernietigd dan het overtredende volk." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ahqaaf 46, vers 35)

Een gebrek voor fouten die niet klein worden gevonden, helaas voor nutteloze spijt! Enkel het verschil van een nacht en een dag zal elk nieuw ding uitputten, en zal elke verre kwestie dreigend maken, en de vervulling zijn van elk beloofd ding. En Allah (swt) zal elk betalen wat het toekomt en zeker heeft verdiend. Voorzeker, Allah (swt) is snel in het rekenschap afnemen en Hij (swt) beoordeeld Zijn dienaren door hun handelingen, niet op basis van hun status (in deze wereld). De Profeet (saw) heeft gezegd: "Niemand zal zich op de Dag des Oordeels terugtrekken tot hij over vier kwesties is ondervraagd: zijn kennis en wat hij hiermee gedaan heeft, zijn leven en hoe hij het doorgebracht heeft, zijn geld en hoe hij het besteed heeft, en zijn lichaam en hoe hij het gebruikt heeft". Daarom, Emir al Moe'uminien, bereidt antwoorden op deze vragen voor. En wat u hebt gedaan bevestig dit met zekerheid, want morgen moet u de antwoorden voordragen. Ik adviseer u, o Emir al Moe'uminien, om te behouden wat Allah (swt) aan u heeft toevertrouwd, en om de kudde te bewaken die Hij (swt) u heeft gegeven, en om dit alles te beschouwen als in Zijn (swt) naam. Want als u dit niet doet dan zal het eenvoudige pad van de Leiding zwaar worden, en uw oog zal er blind voor zijn. Haar oriëntatiepunten zullen worden uitgewist, en haar breedte zal voor u smal zijn. Zodat u verwerpt wat u ziet en ziet wat u zou moeten verwerpen. Vecht met uw nafs (verlangens, vert.) om de overwinning ervoor te verkrijgen, en niet er tegen (oftewel bestraffing, vert.). Pas op dat u geen verlies voor uw kudde veroorzaakt. Uw Meester (swt) zal van u eisen om dit goed te maken, waardoor voor u verlies zal worden veroorzaakt. Een huisriet wordt slechts gesteund alvorens het valt. Veronachtzaam de taak die Allah (swt) u heeft gegeven niet, en u zult niet veronachtzaamd worden. Uw tijd in de wereld zal niet verspild zijn. En Allah (swt) in Zijn gunst en genade en goedheid maakte degenen die verantwoordelijkheid dragen tot Zijn afgevaardigden op Zijn aarde, die licht geven aan Zijn dienaren. Het licht dat Hij (swt) laat schijnen op hen die verantwoordelijkheid dragen is in het toepassen van de wettelijke straf en geven van rechtvaardigheid aan Zijn mensen. Het geweld van de herder veroorzaakt verlies voor de kudde. En de hulp die hij zoekt bij degenen die onbetrouwbaar zijn veroorzaakt de algemene ondergang. Niets heeft Allah (swt) liever dan goed doen. En niets is Hem (swt) meer verachtelijk dan corruptie. Terwijl het zondig handelen Zijn Gunsten verwerpt. Ik heb voor u geschreven hetgeen waartoe u mij de opdracht hebt gegeven, en heb het uitgelegd en derhalve tot een uiteenzetting gemaakt. Overdenk het derhalve, en geef het uw complete aandacht en herlees het totdat u het u eigen gemaakt heeft. Want ik heb mijzelf tot het uiterste ingespannen voor u, en heb geen advies voor u en de moslims nagelaten, de Tevredenheid van Allah (swt) en beloning zoekende, Zijn (swt) bestraffing vrezende. Moge Allah (swt) u helpen tot hetgeen Hem (swt) behaagt, hetgeen het beste is voor u!"

Vanwege het boek "Duizend en Één Nachten" wordt Haroen ar Rasjied soms afgeschilderd als een op wereldse geneugten geconcentreerde heerser, die zich niet om zijn volk bekommerde. Het enige correcte antwoord hierop is hetgeen Aboel Hasan ‘Ali al Mas'oedi heeft overgeleverd van de geschiedkundige Asmai: "Op een dag gaf de Kalief een feest in een schitterend versierde zaal. Tijdens het feest liet hij de dichter Aboel ‘Atiyya bij zich komen en gaf hem de opdracht om de prachtige scene te beschrijven. De dichter begon: ‘Leef, o Kalief, ter bevrediging van uw verlangens, in de beschutting van uw verheven paleis!'. ‘Heel goed!' riep (Khalifa Haroen ar) Rasjied, ‘Laat ons de rest horen'. De dichter ging verder: ‘Iedere ochtend en avond zullen al u dienaren snel uw wensen vervullen.'. ‘Uitstekend', zei de Kalief, ‘Ga verder!'. De dichter antwoorde: ‘Maar wanneer de doodsadem in uw keel ratelt, helaas! Al uw genietingen zullen slechts een schaduw zijn geweest'. (Khalifa Haroen ar) Rasjied brak daarop in tranen uit. Men zei daarop tegen de dichter: ‘De Kalief heeft jouw geroepen om zijn zinnen te verzetten, maar in plaats daarvan stort je hem in de melancholie!'. ‘Laat hem', zei (Khalifa Haroen ar) Rasjeid, ‘Hij zag ons in een staat van blindheid, en hij probeerde onze ogen te openen'."

Imam At Tabari haalde een andere gebeurtenis aan die eenzelfde antwoord geeft op deze beschuldiging: "Op een dag trok Haroen ar Rasjied er op uit om te jagen in de omgeving van Bagdad. Onderweg verscheen er een asceet voor hem die hem toesprak: ‘O Haroen, vrees Allah!'. De Khalifa gaf toen zijn gevolg de opdracht om de man mee te nemen. Toen Haroen ar Rasjied eenmaal terugkeerde van de jacht liet hij middagmaaltijd bereiden en hij gaf de opdracht om de man het eten te geven dat hij wenste. Nadat hij had gegeven en gedronken liet hij de man bij zich brengen. Hij zei tegen de man: ‘O man, behandel me rechtvaardig in je preken en verricht jou onderbrekingen!'.  De man antwoordde: ‘Dat is inderdaad het minste dat je toekomt'. De Kalief zei: ‘Vertel me nu, ben ik een slecht en meest kwade persoon, of een farao (oftewel ongelovige tiran, vert.)?'. De asceet antwoordde: ‘Neen, een farao'. De Kalief reciteerde: ‘Ik ben uw Heer de Allerhoogste'[1]. De man antwoordde: ‘Ik erken geen God voor u buiten mezelf'[2]. De Kalief zei: ‘Jij hebt de waarheid gesproken. Vertel me nu, wie is beter, jijzelf of Moesa ibn ‘Imraan (as)?'. Hij (de asceet) antwoordde: ‘Moesa (as) is degene die met Allah (swt)) sprak en hij was door Hem (swt) uitverkoren, degene die Hij (swt) als beschermeling nam en degene op wie Hij (swt) vertrouwde om zijn openbaringen te verkondigen. En van gans zijn creatie verkoos Hij (swt) hem om tegen te spreken'. De Kalief zei: ‘Je hebt de waarheid gesproken. Ben je niet bewust van het feit dat toen Hij (swt) Moesa en zijn broer (as) naar Farao stuurde, Hij (swt) zei: ‘Spreekt tot hem op welwillende wijze, opdat hij er lering uit moge trekken, of vrezen'?[3] De moefassirien (de geleerden van Tafsier, de uitleg van de betekenissen van de Koran, vert.) hebben gezegd dat Hij (swt) hen beiden de opdracht gaf om Farao bij zijn koenya (‘vader van zo-en-zo', vert.) aan te spreken, op het moment dat Farao in zijn staat van arrogantie en trots was, zoals jij wel weet. En toch kom jij bij mij op het moment dat ik in mijn huidige positie ben, zoals jij weet! Ik doe het grootste deel van de verplichtingen die Allah (swt) mij opgelegd heeft, en ik aanbidt niemand dan Hem (swt). Ik gehoorzaam de meest belangrijke van de grenzen gesteld door Allah (swt), Zijn (swt) geboden en Zijn (swt) verboden. (Met andere woorden, ik ben niet zoals Farao, vert.). Maar jij valt me lastig met de meest gewelddadige en misplaatste woorden en de meest ruwe en vuilste uitspraken. Jij bent niet geschoold in de religie van Allah (swt), noch beschik jij over de prijzenswaardige eigenschappen van de rechtvaardigen! Dus waarom voel jij je zo zeker dat ik niet hard op je neer zal komen (met een bestraffing, vert.)? Als dit laatste inderdaad plaats zal vinden, dan heb jij jezelf bloot gesteld aan een niet noodzakelijk risico'. De asceet antwoordde: ‘Ik heb een fout gemaakt, o Emir al Moe'uminien, en ik vraag uw vergiffenis'. Hij (Khalifa Haroen ar Rasjied) antwoordde: ‘Allah (swt) heeft je reeds vergeven', en hij gaf opdracht om de man twintigduizend dinar te geven. Echter, de asceet weigerde dit en zei: ‘Ik heb het geld helemaal niet nodig. Ik ben een asceet die rondgaat'. Harthamah (een dienaar van de Kalief) sprak tegen de man en zei: ‘Jij lompe man, werp jij het cadeau van de Emir al Moe'uminien terug in zijn gezicht?'. Maar ar Rasjied zei: ‘Laat de man met rust', en hij zei tegen de asceet: ‘We hebben je het geld niet aangeboden omdat je het nodig hebt, maar enkel omdat het onze gewoonte is dat niemand die niet behoort tot de entourage van de Kalief of tot zijn vijanden, hem ooit aanspreekt zonder dat de Kalief hem een geschenk geeft en hem beloont. Dus accepteer van ons geschenk het gedeelte dat je wilt en geef het uit zoals het je belieft!'.

Imam At Tabari sloot zijn geschiedsschrijving betreffende Haroen ar Rasjied af met de woorden: "Er wordt gezegd dat toen Haroen ar Rasjied stierf, dat er toen ongeveer negenhondermiljoen dirham in de schatkist was (ongeveer negenhondermiljoen miljoen euro, vert.)".



[1] Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Naaziat 79, vers 24. Nadat Profeet Moesa (as) de Farao had uitgenodigd tot de onderwerping aan Allah (swt), toonde de laatste zijn arrogantie door te zeggen "Ik ben uw Heer, de allerhoogste", oftewel "ik ben de God tot wie de onderwerping gericht moet zijn".

[2] Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Qasas 28, vers 38. Ook dit zei Farao nadat Profeet Moesa (as) hem had uitgenodigd tot de onderwerping aan Allah (swt).

[3] Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Taa Haa 20, vers 44.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"...Wij hebben u het Boek neergezonden, alles verklarend, als leiding, barmhartigheid en blijde tijding voor hen die zich onderwerpen." [zie de vertaling van de betekenissen van de Koran Al-Nahl: 89]
Hadith

Overleveringen van de Profeet Muhammad (sallallahoe aleihi wa sallam)
Overgeleverd door Anas dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "toen ik werd opgenomen naar de hemelen (de miraadj) kwam ik voorbij sommige mensen die nagels van koper hadden waarmee zij hun gezichten en borsten krabden. Ik zei: wie zijn deze mensen, O Djibriel ? Hij zei; dezen zijn degenen die het vlees van de mensen aten en hun eer lasterden." (Aboe Dawoed)

over hadith..