donderdag 11 maart 2010 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Boek
Updates
Home arrow Politiek arrow Politieke analyse arrow De oorlog in Pakistan probeert de moslims in slavernij te houden
De oorlog in Pakistan probeert de moslims in slavernij te houden PDF Afdrukken E-mail
maandag 21 december 2009

Altijd wanneer iemand zich verzet de Amerikaanse plannen voor de wereld, dan brandmerken Amerika, de internationale gemeenschap en de media hem als "terrorist". De misdadigheid van de Amerikaanse plannen, de gewelddadige dwang waarvan Amerika gebruikt maakt om hen te implementeren, en dus het leiden van de mensen over wie de plannen geïmplementeerd worden, dit alles wordt dan gewoonweg genegeerd. De stammen in het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan zijn de meest recente voorbeelden van degenen die dit lot ten deel zijn gevallen.

In het Pakistaanse deel van dit grensgebied voert Amerika momenteel oorlog tegen de lokale stammen, gebruik makende van het Pakistaan leger. De officiële rechtvaardiging voor deze oorlog is de bewering dat de stammen "Pakistaanse Taliban-terroristen" zijn, die proberen de bestaande systemen in Pakistan omver te werpen om gans Pakistan te kunnen onderwerpen aan "de barbaarse systemen van Islam die de mensen onderdrukken en uitbuiten". Overal ter wereld hebben de media deze bewering klakkeloos overgenomen alszijnde de waarheid. In hun berichtgevingen hebben zij de bewoners van het Pakistaanse stammengebied collectief als terrorist neergezet en vol trots maken zij nu dagelijks melding van het aantal gedode stamleden, zonder dat over de duizenden slachtoffers onder de vrouwen en kinderen van de stammen wordt getreurd. Alsof de stammen geen mensen zijn, maar ongedierte dat verdelgd moet worden.

De realiteit van de stammen in het Pakistaanse grensgebied is echter anders. De Pakistaanse grensgebieden worden sinds 1848 geregeerd middels een set wetten genaamd de Grensgebieden Misdaad Wetgeving, of "Frontier Crimes Regulation (FCR)". Deze wetgeving werd destijds ingesteld door de Britten, in reactie op de weerstand van de lokale stammen tegen Britse overheersing, en waren bedoeld om de Britse controle over het gebied te garanderen en de Britse belangen in het gebied te beschermen. Met andere woorden, de FCR was bedoeld om de lokale bevolking onderdanig te maken aan de Britten. Deze wetgeving wordt tot de dag van vandaag over de mensen in het Pakistaanse grensgebied ten uitvoer gebracht. En het onrecht en de misdaad in deze FCR is zo groot dat maar moeilijk valt te bevatten dat een mens een ander mens zoiets aan kan doen.

Bijvoorbeeld, secties 10 en 60 van de FCR geven aan de lokale bestuurders het recht om mensen te beschuldigen van misdaden, en om vervolgens over hen te oordelen of zij schuldig danwel onschuldig zijn, en om uiteindelijk te bepalen hoe de veroordeelde gestraft zal worden. En de besluiten van de lokale bestuurders zijn definitief en hiertegen kan niet geprocedeerd worden. Dit betekent in feite dat de lokale bestuurders zowel aanklager als rechter zijn en dat de beschuldigde geen recht heeft op een advocaat of zelfverdediging.

Secties 20 en 21 van de FCR geven de lokale bestuurders vervolgens het recht om mensen die banden hebben met een veroordeelde te straffen tezamen met de veroordeelde. Hun enige misdaad is dan een relatie met de veroordeelde. Deze familieleden van de veroordeelde, de andere mensen van zijn stam of de mensen die in hetzelfde dorp wonen, zij kunnen allen gearresteerd en opgesloten worden als de lokale bestuurders dit willen. Sectie 22 van de FCR geeft de lokale bestuurders ook het recht om de familieleden van de veroordeelde, de andere mensen van zijn stam of de mensen die in hetzelfde dorp wonen te dwingen een boete te betalen. En secties 33 en 34 van de FCR geven de lokale bestuurders het recht om de huizen en overige bezittingen af te nemen van de familieleden van de veroordeelde, de andere mensen van zijn stam of de mensen die in hetzelfde dorp wonen.

Alsof dit alles nog niet genoeg is bevat de FCR ook wetten die het de lokale bestuurders toestaan om mensen te dwingen een overeenkomst met de overheid aan te gaan, die uiteenzet wat zij wel en niet mogen doen en waar zij wel of niet mogen gaan, boven de gewone wetten die dit regelen. Secties 40 en 41 van de FCR staan het de lokale bestuurders toe om iemand te verbannen, of om iemand het lezen van een krant te verbieden, of iemand met het spreken met andere mensen te verbieden. De lokale bestuurders hoeven hiervoor enkel te verklaren dat zij vrezen dat de persoon in de toekomst geen goed gedrag zal vertonen of onrust zou kunnen aansporen. Secties 43 en 44 van de FCR zeggen vervolgens dat de straf op het niet naleven van de bepalingen van het verbond met gevangenname bestraft kan worden, en dat het aan de lokale bestuurders is om te bepalen of het verbond is nageleefd of niet. En secties 43 en 44 zeggen dat ieder mannelijk lid van de stam waartoe de persoon behoord die vervolgd wordt samen met hem, of in zijn plaats, gevangengenomen mag worden. Sectie 45 zegt dat de lokale bestuurder mag beslissen hoe lang precies de personen gevangen gezet worden. Sectie 48 zegt dat tegen al de besluiten van de lokale bestuurder geen beroep mogelijk is.

Deze tenuitvoerbrenging van deze FCR heeft geleid tot situaties zoals die van de twee jaar oude Zamina uit het dorp Lakki Marwat, die in 2004 in het nieuws kwam omdat zij tot drie jaar gevangenis was veroordeeld. Zamina was veroordeeld samen met haar moeder Hoekam Djana, haar zeven jaar oude zus Wazir Azam, haar acht jaar oude zus Islam Bibi, haar drie jaar oude broer Chaliel Mohammed en haar negen jaar oude broer Sadiq Mohammed, omdat hun vader Qadir Khan en oom Arsal Khan verdacht werden van kidnapping. De huizen van meer dan 100 stamleden werden vernietigd toen de politie naar hun dorp kwam om vader en oom te zoeken. En toen vader en oom niet gevonden werden, toen werden in totaal zestien familieleden gearresteerd en veroordeeld tot drie jaar gevangenis in hun plaats. Waaronder dus Zamina en haar kleine broertjes en zusjes.

De Amerikaanse oorlog in Pakistan wordt dus niet gevochten omdat de stammen Pakistan willen ontwrichten. Amerika wil de stammen onderwerpen om hen in de onmenselijke slavernij van de FCR te kunnen houden. En de stammen verzetten zich hiertegen en hebben de wapens hiertoe opgenomen.

Het moet echter gerealiseerd worden dat de enige finale oplossing voor onderdrukking en uitbuiting de Islamitische oplossing is, zijnde de wederoprichting van de Islamitische Staat Al Khilafa. Allah (swt) heeft de Khilafa namelijk een plicht gemaakt omdat middels de tenuitvoerbrenging van de Sjari'a de moslims en hun religie beschermd worden, en hen welzijn en rechtvaardigheid wordt gegeven in de plaats van onderdrukking en uitbuiting.

 

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"En laat er onder jullie zijn een groep die oproept tot het goede (Islam), die gebiedt wat juist (ma'aruf) is en die het kwade (munkar) verbiedt; en zij zijn degenen die zullen slagen" [Ali Imraan: 104]
Hadith

Overleveringen van de Profeet Muhammad (sallallahoe aleihi wa sallam)
Overgeleverd door Anas dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "toen ik werd opgenomen naar de hemelen (de miraadj) kwam ik voorbij sommige mensen die nagels van koper hadden waarmee zij hun gezichten en borsten krabden. Ik zei: wie zijn deze mensen, O Djibriel ? Hij zei; dezen zijn degenen die het vlees van de mensen aten en hun eer lasterden." (Aboe Dawoed)

over hadith..