|
Recente geschiedenis en het belang van Somalië
Somalië behoort tot de landen die tezamen de zogenoemde "Hoorn van Afrika" uitmaken. De westerse pogingen tot kolonisatie van dit gebied gaan terug tot de 19e eeuw, toen de Europese machten Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië troepen naar het gebied stuurden om het te bezetten. Onder de Europese kolonisatie werd het gebied opgedeeld in Brits Somaliland, Frans Somaliland en Italiaans Somaliland. Brits en Italiaans Somaliland maken het hedendaagse Somalië uit, Frans Somaliland is Djibouti geworden. Vanuit hun koloniën probeerden de koloniale machten voortdurende hun invloed in het gebied te vergroten. Om dit te realiseren manipuleerden zij de lokale stammen om hen achter de koloniale plannen te krijgen. Zo werden de lokale stammen door iedere koloniale heersers voortdurend tegen elkaar en tegen de concurrerende koloniale macht opgezet. Dit is de oorsprong van onrust, oorlog en menselijke ellende in de Hoorn van Afrika.
Bij de foto: de Hoorn van Afrika
Na de eerste wereldoorlog begonnen ook de nieuwe wereldmachten Amerika en de Sovjet Unie zich bezig te houden met het gebied van de Hoorn. En met de groei van het aantal machten dat zich dus met Somalië bezig hield, groeide ook de onrust, oorlog en menselijke ellende. Somalië werd in 1991 in burgeroorlog ondergedompeld omdat iedere macht de stammen uit het gebied probeerde te gebruiken om zijn plannen ten uitvoer te brengen. Zo kwamen de milities tot stand die vanaf 1991 tot 2006 continu burgeroorlog voerden. Zij werden gefinancierd en bewapend door de westerse machten.
Er zijn drie hoofdredenen die de koloniale interesse in Somalië verklaren, die allen te maken hebben met olie. Allereerst is er de olierijkdom van het gebied zelf. Het is een publiek geheim dat de rotsformaties die de olierijkdom van het noorden van Afrika bevatten zich in boog in zuidoostelijke richting verspreiden: door Tsjaad, door Darfoer in Oostelijk Soedan, door Zuid-Soedan, over de grens van Ethiopië en Kenia, tot in Somalië. Ten tweede ziet de Hoorn van Afrika uit over de Golf van Aden en de Rode Zee. Het grootste deel van de Arabische olie met bestemming Europa wordt dus voor haar kust langs vervoerd. Controle over de Hoorn van Afrika, in het bijzonder Somalië dat het grootste deel van de kust van de Hoorn omvat, impliceert derhalve controle over de oliestroom vanuit het Midden-Oosten naar Europa. Ten derde, Afrika zelf is een alsmaar belangrijkere bron van olie geworden voor de westerse landen. Amerika, bijvoorbeeld, haalt op dit moment 20% van haar olie uit Afrika, wat betekent dat Amerika meer olie uit Afrika haalt dan uit Saoedi-Arabië. De meeste Afrikaanse olie wordt op dit moment opgepompt in de landen aan de westkust, zoals Nigeria en Angola. Maar steeds meer olie wordt gewonnen in Centraal-Afrika, zoals Tsjaad. Op zoek naar olie is China erg actief in de Centraal-Afrikaanse landen zoals Soedan. Somalië is van groot belang voor het transport van deze Afrikaanse olie naar China. Controle over impliceert Somalië derhalve controle over de oliestroom vanuit Afrika naar Azië.
Achtergrond bij de huidige situatie in Somalië
Amerika probeert Somalië al decennia onder controle te krijgen. Derhalve stuurde president Bush senior in 1992 Amerikaanse troepen naar Mogadisjoe in "Operatie Herstel Hoop"[1]. De operatie liep uit op een deceptie voor de Amerikanen daar de Somaliërs zich verenigden tegen de Amerikaanse militaire aanwezigheid in hun land en de Amerikaanse troepen verdreven.
Nadat deze poging tot militaire bezetting was mislukt probeerde Amerika middels milities controle te krijgen over Somalië. Dit verergerde de ellende van de burgeroorlog voor het volk van Somalië sterk, maar leidde niet tot de door Amerika gewenste controle over Somalië omdat geen van de milities in staat was de anderen de onderwerpen. In 2004, vervolgens, organiseerde Amerika vanuit Kenia een Federale Overgangs Regering voor Somalië, en het presenteerde deze aan de wereld als de officiële regering voor Somalië. Abdoellah Joesoef werd door de Amerikanen benoemd als hoofd van deze regering en president voor Somalië. In februari 2006 werd deze regering overgevlogen naar de Somalische stad Baidoa, om van daaruit te werken aan het verspreiden van haar invloed - en daarmee de Amerikaanse invloed - over Somalië.
Bij de foto: Joesoef Achmed
Tegelijkertijd in hoofdstad Mogadisjoe, echter, verenigden de mensen zich achter de eveneens in 2006 opgerichte Unie van Islamitische Rechtbanken (UIR). Voor 2006 hadden de mensen in Mogadisjoe, in afwezigheid van een centrale overheid, Islamitische rechtbanken georganiseerd om in sociale kwestie en bij misdaden volgens de sjari'a van Islam recht te spreken. Deze rechtbanken werden gefinancierd door de mensen zelf. In februari 2006 verenigden deze rechtbanken zich in de Unie van Islamitische Rechtbanken, waarna ze werden aangemoedigd door de mensen om een einde te maken aan de burgeroorlog in Mogadisjoe.
In reactie op de opkomst van de UIR organiseerden de Amerikanen in Mogadisjoe de Alliantie voor Herstel van Vrede en Anti-Terreur (AHVAT), waarin zij verschillende van de aan haar loyale warlords verenigde. De Verenigde Staten steunden deze alliantie met bedragen van 100.000 tot 150.000 dollar per maand. Tussen mei en juni 2006 bevochten de UIR en AHVAT elkaar. Omdat de UIR gesteund werd door het volk kwam zij als winnaar uit de strijd. De meeste warlords van de AHVAT vluchtten daarop naar Baidoa om lid te worden van de Federale Overgangs Regering. De UIR verkreeg de controle over Mogadisjoe en bracht rust, stabiliteit en rechtvaardigheid terug in het leven van de mensen. De UIR zamelde de wapens van de verschillende fracties in en maakte een begin met het herstel van de infrastructuur van de stad. Somalische vluchtelingen keerden daarop terug huiswaarts, niet enkel vanuit de omringende landen maar vooral ook uit Groot-Brittannië waar een significante groep Somaliërs huist. Vooral de uit Europa terugkerende vluchtelingen begonnen te investeren in de economie, waardoor de economie van Mogadisjoe en gans Somalië begon op te leven. Vanuit Mogadisjoe begon de UIR vervolgens te werken aan de hereniging van Somalië. En in reactie op het succes van de UIR in Mogadisjoe gaven grote delen van Somalië zich over aan controle door de UIR, tot het punt dat de UIR in december 2006 voor de deur stond van de Federale Overgangs Regering in Baidoa. Op dat moment viel de Federale Overgangs Regering in Baidoa uiteen en verlieten honderden strijders de milities die vochten voor deze door Amerika georganiseerde "regering", om lid te worden van UIR.
In eerste instantie probeerde Amerika te onderhandelen met de UIR, om een deal met haar te sluiten. Betrouwbare mensen adviseerden de UIR echter om nooit samen te werken met de westerse landen, om met hen geen deals te sluiten, omdat de westerse landen niet denken aan het belang van anderen maar enkel aan hun eigen belang. Middels een deal zal Amerika proberen de illusie te wekken dat voordeel gerealiseerd wordt voor beide partijen, maar in werkelijkheid zal de deal enkel Amerika voordeel brengen. De UIR zag de juistheid van dit advies in en accepteerde het. En het weigerde daarop om samen te werken met de Amerikanen, of enig ander westerse land. Nadat Amerika duidelijk was geworden dat de UIR dus niet voor haar, noch voor andere westerse landen wenste te werken, besloot zij tot verwijdering van de UIR uit Somalië. Eind december 2006 organiseerde Amerika derhalve een invasie in Somalië door troepen van haar agent Ethiopië. Bombardementen door Amerikaanse vliegtuigen en raketten ondersteunden deze invasie vanuit de lucht. In plaats van de confrontatie te zoeken en zichzelf te laten vernietigen, trok de UIR zich in reactie op de invasie grotendeels terug. De Ethiopische troepen konden daardoor op 28 december 2006 Mogadisjoe innemen. Het leiderschap van de UIR vertrok naar Kenia, Djiboeti en Eritrea.
De huidige situatie in Somalië
Ethiopië wordt door de Somaliërs gezien als aartsvijand. Toen de Europese kolonialistische naties de landsgrenzen in het gebied van de Hoorn van Afrika vaststelden maakten zij de zogenoemde Ogaden-regio deel van het door christenen gedomineerde Ethiopië, alhoewel deze regio bewoond wordt door de Islamitische stammen die Somalië uitmaken. De Europese kolonialistische naties trokken echter een grens door het leefgebied van deze stammen, precies zoals zij ook gedaan hadden in ondermeer Kasjmir en Koerdistan. Ethiopië wordt daarom door de Somaliërs gezien als bezetters van Somalisch land. De invasie van Somalië door Ethiopische troepen in 2006 lokte daarom grote weerstand uit, wat resulteerde in een guerrillaoorlog door het volk van Somalië tegen de Ethiopische soldaten. Het Ethiopische leger leed hierdoor zware verliezen en raakte al snel volledig gedemoraliseerd. Tegelijkertijd versterkte de Ethiopische aanwezigheid in Somalië de positie van de UIR in Somalië, alhoewel de UIR niet langer de dominante macht was. Het versterkte onder het volk van Somalië namelijk de steun voor hetgeen waartoe de UIR opriep, te weten eenheid in een Somalië dat geregeerd wordt volgens Islam. Onder invloed van dit alles brak de Federale Overgangs Regering onder leiding van Abdoellah Joesoef uiteen. Het Ethiopische leger was niet in staat het Somalische verzet te onderdrukken, haar soldaten verloren al snel hun bereidheid om te vechten, en het volk van Somalië was duidelijk geworden dat de Federale Overgangs Regering een instrument van de Amerikanen was. Alhoewel Amerika middels Ethiopië dus haar controle had weten te vestigen in Somalië, stond deze controle al snel na de Ethiopische invasie op het punt ineen te storten.
Amerika zocht de oplossing voor dit probleem in het opbreken van het verzet. Effectief dus in het opbreken van de UIR, met het plan om daarna iemand in het leiderschap van de UIR over te halen te werken voor het Amerikaanse plan voor Somalië. Amerika was uiteindelijk ook in staat om één van de voormalige leiders van de UIR voor haar plannen te winnen.
Sjeich Achmed Sjarief was één van de leidende figuren in de UIR op het moment dat deze Mogadisjoe controleerde, en was na de Ethiopische invasie gevlucht naar Kenia. Daar zochten de Amerikaanse ambassadeur en verschillende mensen van de Amerikaanse geheime diensten contact met hem. Ook openden verschillende Amerikaanse agenten uit Soedan, waar Sjeich Achmed Sjarief een groot deel van zijn tijd als student Islamitische Studies gewoond had, contact met hem. Allen tezamen wisten ze hem er van te overtuigen dat samenwerken met Amerika het beste voor Somalië zou zijn. Zo werd Sjarief Sjeich Achmed misleid tot samenwerken met Amerika. En dit leidde zoals gepland tot een opsplitsing van de UIR in twee facties, met enerzijds de zogenoemde "Djiboeti-factie" geleid door Sjarief Sjeich Achmed die onderhandelingen opende met Amerika en zocht naar samenwerking. En anderzijds de zogenoemde "Asmara-factie" die vanuit Asmara in Eritrea wordt geleid door Hassan Aweys en die vasthoud aan gewapend verzet.
Bij de foto: Sjarief Sjeich Achmed
Bij de foto: Hassan Aweys
Op 26 oktober 2008 vervolgens ondertekende Achmed Sjarief zogenaamd namens heel de UIR een vredesovereenkomst met de Federale Overgangs Regering en Ethiopië. Hierna organiseerde Amerika in het Kempinski hotel in Djibouti verkiezingen voor het Somalisch presidentschap. Als uitkomst van deze verkiezingen werd Sjarief Sjeich Achmed op 31 januari 2009 in de plaats van Abdoellah Joesoef aangesteld als president van Somalië. ‘Oemar ‘Abd al Rasjied Sjarmarki, zoon van voormalig Somalisch president ‘Abd al Rasjied ‘Ali Sjarmarki, werd aangesteld als premier. Sjeich Achmed, Sjarmarki en omstreeks 300 van de in totaal 550 (!) overige leden van de nieuwe Federale Overgangs Regering werden hierop overgevlogen naar Mogadisjoe. Sjarief Sjeich Achmed arriveerde in Mogadisjoe op 7 februari, 2009. De naam van de Federale Overgangs Regering werd daarop veranderd in Regering voor Nationale Eenheid.
Amerika hoopte op deze manier haar controle over Somalië te verzekeren. Sjarief Sjeich Achmed was namelijk populair onder het volk van Somalië vanwege zijn betrokkenheid bij de UIR. En ‘Oemar ‘Abd al Rasjied Sjarmarki woonde voor zijn aanstelling in Amerika en was niet betrokken bij de burgeroorlog, waardoor het volk hem als neutrale persoon eenvoudig kon accepteren. Om deze nieuwe politieke leiders de macht te kunnen geven in Somalië, heeft Amerika Ethiopië opgelegd om zich terug te trekken uit het conflict. De Assistent van de Minister van Buitenlandse Zaken ("Assistent Secretary of State") voor Afrikaanse Zaken Johnnie Carson verklaarde: "Gegeven de langdurende vijandigheid tussen Somaliërs en Ethiopiërs zal ik de Ethiopiërs aansporen zich niet opnieuw te bemoeien met Somalië. Dit is niet in hun belang en kan zelfs nadelig werken voor de (Federale Overgangs) Regering." In plaats van Ethiopische troepen probeert Amerika nu een nieuwe en grotere militaire missie uitgaande van de Afrikaanse Unie te organiseren, die de nieuwe regering voor Somalië de controle over het gebied moet geven. Onlangs maakte Amerika hiervoor nog 10 miljoen dollar beschikbaar. Ook heeft Amerika militair materieel naar de Federale Overgangs Regering in Somalië gestuurd.
Echter, in wat een zware tegenslag voor dit Amerikaanse plan is, de realiteit van de nieuwe regering is al snel duidelijk geworden voor het volk van Somalië. President Sjarief Sjeich Achmed merkte namelijk in een interview op dat een Amerikaanse militaire basis in Somalië wat hem betreft helemaal geen slechte zaak zou zijn. Waarmee hij voor het volk van Somalië duidelijk maakte dat hij gebruikt wordt voor de Amerikaanse plannen in Somalië. Derhalve is het verzet in Somalië hevig gebleven, ook tegen de nieuwe door Amerika samengestelde regering geleid door Sjarief Sjeich Achmed.
In dit verzet speelt de verzetsgroep "Al Sjabaab Moedjahiddien" de vooraanstaande rol. Onafhankelijk van buitenlandse overheden bevechten de Sjabaab de plannen van Amerika. Dit betekent dat zij zowel de Ethiopische soldaten in Somalië, als de bestaande militaire missie die uitgaat van de Afrikaanse Unie in Somalië, als de milities van de Somalische krijgsheren die voor Amerika werken bevechten. Gesteund door het volk is dit verzet zo succesvol geweest dat op dit moment omstreeks 60% van Somalië onder de controle van de Sjabaab is, waaronder grote delen van de hoofdstad Mogadisjoe. Omdat de Sjabaab de leidende beweging zijn in het verzet tegen de Amerikaanse plannen, hebben de Amerikanen als onderdeel van hun grotere plan voor Somalië een strategie specifiek tegen de Sjabaab ontwikkelt:
- Amerika probeert een negatief imago te creëren voor de Sjabaab bij het Somalische volk
Op het moment dat de Ethiopische troepen Somalië ontvluchtten, en Amerika in Djibouti werkte aan de totstandbrenging van een nieuwe Federale Overgangs Regering, begon Mogadisjoe kennis te maken met het fenomeen "terroristische aanslagen". Wat voorheen nooit eerder was gebeurd, zoals bomontploffingen op plaatsen waar burgers samenkomen, gebeurde nu wel. In de media gaf de nieuwe Federale Overgangs Regering de Sjabaab de schuld van deze moordaanslagen tegen burgers. De Sjabaab hebben iedere betrokkenheid bij de misdaden altijd ontkend. Zogenaamde "terroristische aanslagen" volgen altijd in het land dat Amerika wil controleren, maar waar het tegenstand ondervindt van de lokale bevolking. Dit was zo in Irak, en is nu zo in Pakistan en Somalië. Middels deze beproefde tactiek probeert Amerika steun te vergaren onder de lokale bevolking voor de mensen, partijen en bewegingen die met Amerika samenwerken, ten koste van de steun voor het oprechte verzet tegen Amerika.
Ook probeert Amerika moslims in Somalië te vinden die de Islam van de Sjabaab bekritiseren. Zo creëerde Amerika in Somalië de beweging "Ahl oes Soenna wal Djama'a" om te vechten tegen de Sjabaab. Nadat Ethiopische regeringsfunctionarissen hadden verklaard dat omstreeks 700 mannen van Ahl oes Soenna wal Djama'a in Ethiopië een militaire training hadden gekregen, en dat nog meer mannen een gelijke training zouden ondergaan, verklaarde een leider van deze beweging, Sjeich Ismaïl Soefi, dat zijn beweging middels het bevechten van de Sjabaab ten doel had "het verdedigen van de Islamitische religie en de soevereiniteit van het Somalische volk tegen buitenlandse misdadigers".
Tevens contacteert de nieuwe Federale Overgangs Regering de internationale media met berichten dat de Sjabaab de mensen in de gebieden die zij controleren verschrikkelijk onderdrukken. De Sjabaab zouden volgens de Federale Overgangs Regering als barbaren tekeer gaan. Zij zouden kinderen dwingen om voor hen te vechten tegen de Federale Overgangs Regering. Zij zouden willekeurige mensen beschuldigen van misdaden om hen dan te stenigen of de handen af te hakken, zonder hen eerlijk proces te bieden. En zij zouden graven onteren, zogenaamd om te voorkomen dat de mensen heiligen zouden aanbidden. Op deze manier probeert Amerika de opinie onder de Somalische vluchtelingen in Europa en Amerika te manipuleren, zodat zij verzet tegen de Amerikaanse plannen als barbarij zullen gaan beschouwen en daardoor supporters zullen worden van deze Amerikaanse plannen.
- Amerika probeert chaos te creëren in Somalië
Na het vertrek van de Ethiopische troepen uit Somalië verschenen in Mogadisjoe gemaskerde mannen ten tonele die leidende figuren in de stad, zoals journalisten, zakenmensen en ouderen binnen de stammenhiërarchie, vermoordden. Deze aanslagen waren vooral gericht op leidende figuren binnen de UIR. De Djiboeti-factie van de UIR beschuldigde de Sjabaab er van hiervoor verantwoordelijk te zijn, maar de Sjabaab ontkenden ook deze beschuldiging. Hierna spoorde de Djiboeti-factie van de UIR de Somaliërs aan een tegencampagne tegen de Sjabaab te ondernemen en om haar leidende figuren te vermoorden. Zo is een oorlog van moslim tegen moslim op gang gebracht in Mogadisjoe, en worden langzaam maar zeker al de mensen die de capaciteit hebben om als leiders op te treden voor het volk van Somalië uit de weg geruimd.
Dit vermoorden van journalisten en zowel religieuze, intellectuele als politieke leiders is een strategie die Amerika ook in Irak ten uitvoer heeft gebracht. Journalisten werden in Irak op grote schaal vermoord om ervoor te zorgen dat de berichtgeving in de media onder volledige Amerikaanse controle zou zijn. En de intellectuele en politieke leiders die niet voor Amerika werkten werden geliquideerd, om de mensen zonder leiding te laten. In de situatie van religieuze, intellectuele en politieke leegte die hieruit resulteert zijn de emoties van de mensen namelijk eenvoudiger te beheersen en te sturen. En deze leegte wordt dan opgevuld door de lokale media mensen die wel voor Amerika werken naar voren te laten duwen als religieuze, intellectuele en politieke leiders.
- Amerika probeert een negatief imago te creëren voor de Sjabaab bij het internationale publiek
In de internationale media worden de Sjabaab er van beschuldigd samen te werken met het Al Qaeda van Osama bin Laden. Onder de rangen van de Sjabaab zouden zich verschillende "buitenlandse strijders" bevinden, en de gebieden in Somalië die onder controle staan van de Sjabaab zouden een "toevluchtsoord" voor internationale terroristen zijn geworden. Amerika's president voor Somalië Achmed Sjeich Sjarief verklaarde: "Al Qaeda heeft ons aangevallen". Precies hetzelfde zei men eerder ook van het Afghanistan onder de Taliban en het Irak onder Saddam Hoessein in aanloop naar de oorlogen daar. Deze beweringen moeten de mensen in de wereld bang maken voor Somalië, en zo de Amerikaanse inmengingen in Somalië rechtvaardigen.
De rol van de piraterij voor de kust van Somalië
Hetgeen "piraterij voor de kust van Somalië" wordt genoemd is begonnen als een reactie op de misdaden die voor de kust van Somalië werden begaan door westerse ondernemingen. Westerse ondernemingen gebruikten de afwezigheid van een overheid in Somalië om aldaar de zeeën leeg te vissen en om aldaar chemisch afval te dumpen. De lokale bevolking, die hoofdzakelijk leeft van de visserij, kwam hier tegen in opstand. Criminele elementen gebruikten dit ongenoegen onder de bevolking vervolgens en verdraaiden het tot piraterij, waaronder schepen werden gekaapt en enkel vrijgelaten na betaling van een losgeld. Het is van belang om op te merken dat zowel de UIR als de Sjabaab, toen zij de controle hadden over het gebied, deze activiteit als crimineel beoordeelden en de betrokkenen opdroegen ermee te stoppen.
Alhoewel de piraterij op ongeveer hetzelfde moment begon als de Somalische burgeroorlog, in 1991, was het eind 2008 toen deze kwestie plotseling in de internationale media grote aandacht kreeg. Kort hierna namen de Verenigde Naties onder aansporing van Groot-Brittannië en Frankrijk in oktober 2008 resolutie 1838 aan, waaronder de internationale gemeenschap opgeroepen werd om marineschepen te sturen naar de kust van Somalië om de piraterij te stoppen. India en Rusland waren vervolgens de eerste landen die marineschepen naar het gebied stuurden om te vechten tegen de piraten. De Europese Unie organiseerde "Operatie Atalanta" waaronder België, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Griekenland, Nederland, Spanje, Zweden en Noorwegen schepen en troepen leverden om de piraterij voor de kust van Somalië te bestrijden. Ondertussen heeft ook China marineschepen naar het gebied gestuurd. De Amerikanen, daarentegen, waren uiterst terughoudend in hun reactie op de piraterij. Terwijl Groot-Brittannië en Frankrijk de wereld opriepen om piraterij te beschouwen als terrorisme, waartegen de legers ingezet moesten worden, verklaarden de Amerikanen dat piraterij slechts een misdaad is en niet terrorisme. En dus iets waartegen het leger niet ingezet mag worden. Wel stuurde Amerika de landen die voor haar werken aan tot deelname aan de antipiraterij activiteiten. Zowel Turkije, Iran als Pakistan verklaarden daarop bereidheid tot deelname aan de strijd tegen de piraterij. De piraterij werd door Amerika zelf pas een kwestie gemaakt nadat in april 2009 een Amerikaans schip met Amerikaanse bemanning gekidnapt werd.
Afgaande op deze feiten lijkt het meest waarschijnlijk dat de Europese concurrenten van Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland, de piraterij tot onderwerp hebben gemaakt om zelf actief te kunnen worden in de regio. Deze uitleg wordt verder beargumenteerd door de informatie dat de piraten vanuit Londen worden voorzien van informatie over welke schepen te kapen en welken niet. Dit Europese plan zou de volgende doelstellingen hebben:
- Het gebied voor de kust van Somalië behoort tot de drukste waterwegen ter wereld, waardoorheen één derde van al het olietransport en één tiende van al het goederentransport plaatsvindt. Een uitgebreide militaire aanwezigheid verstrekt de Europese invloed over deze waterweg.
- Het was Amerika die aan het werken was in Somalië, en geen van haar Europese concurrenten was in staat van invloed te zijn hierop. Groot-Brittannië kon enkel reageren op de Amerikaanse plannen, door haar agent Eritrea het Somalische verzet tegen Amerika te laten steunen (Asmara is de hoofdstad van Eritrea. Het is derhalve duidelijk dat de Asmara-factie van de UIR door Eritrea wordt gesteund. En daar Eritrea een cliëntstaat van Groot-Brittannië is, betekent dit in de praktijk dat de Asmara-factie van de UIR door Groot-Brittannië ondersteund wordt. De Asmara-factie van de UIR realiseert zich dit niet, echter.). Door piraterij een belangrijke kwestie te maken hebben de Europeanen actie ondernomen in de regio, waardoor ze Amerika een nieuwe kwestie opgedrongen hebben waaraan Amerika aandacht zal moeten besteden. Europa probeert middels de kwestie van piraterij dus te gaan van "volgen" naar "leiden".
- De aanwezigheid van marine kan als springplank worden gebruikt voor verdere militaire aanwezigheid. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van landtroepen in het gebied vanwaaruit de piraten opereren. Dit zou de Europese concurrenten van Amerika een brugpunt geven vanwaaruit ze verder zouden kunnen werken in Somalië.
- Doordat piraterij een grote kwestie is geworden, hebben verschillende transportmaatschappijen ervoor gekozen om niet langer door het Egyptische Suez kanaal te transporteren, maar in plaats hiervan rondom Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Dit kost Amerika's voornaamste handlanger Egypte omstreeks 15 miljoen dollar per dag aan inkomsten. Dit zet de Egyptische overheid onder druk, wat de capaciteit van deze Amerikaanse agent om te werken voor de Amerikaanse plannen in het Midden-Oosten beperkt.
Daarom begon Amerika pas relatief laat mee te doen aan het spel "piraterij". In eerste instantie duwde Amerika enkel Turkije en Iran naar voren om mee te doen in de operaties. Een dergelijke stap heeft gewoonlijk ten doel om de gestelde plannen tegen te werken: de Amerikaanse handlangers Turkije en Iran doen mee aan het Europese plan, officieel om dit plan te ondersteunen maar in de realiteit om dit plan te dwarsbomen. Het Amerikaans leiderschap begon pas echt mee te doen nadat in april 2009 een Amerikaans schip met Amerikaanse bemanning gekidnapt werd, en dit is een half jaar nadat de Europeanen voor het eerst in actie kwamen. Mogelijk probeert Amerika de plannen van de Europeanen tegen te werken door het leiderschap in de bestrijding van de piraterij over te nemen van Groot-Brittannië. Zodat de activiteiten ter bestrijding van de piraterij niet meer gebruikt worden om de Amerikaanse plannen voor Somalië tegen te werken, maar om deze plannen vooruit te helpen. Opvallend genoeg riep Amerika's president voor Somalië Achmed Sjeich Sjarief in dezelfde maand april 2009 plotseling op tot internationaal ingrijpen in het gebied vanwaaruit de piraten opereren. Dat de aanvoerder van de Amerikaanse plannen voor Somalië dit zegt op het moment dat Amerika probeert leiderschap te tonen in de kwestie, bevestigt de lezing dat Amerika nu probeert de kwestie piraterij haar kwestie te maken, in plaats van de kwestie van de Europeanen, om ermee de Amerikaanse invloed in Somalië vooruit te helpen.
[1] "Operation Restore Hope" vormde de achtergrond voor de Hollywood film "Black Hawk Down" uit 2001
|