zondag 05 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Politiek arrow Politieke analyse arrow Een analyse van de recente veiling van Iraakse olie
Een analyse van de recente veiling van Iraakse olie Afdrukken E-mail
maandag 18 januari 2010

 

Tussen 30 juli en 11 en 12 december 2009 heeft de Iraakse regering veel van de Iraakse ruwe olie reserves geveild. Onder de olievelden die werden verkocht was het gigantische Roemaila olieveld met een geschatte inhoud van 17 miljard vaten (verwacht wordt dat de productiepiek rond de 2.9 miljoen vaten per dag zal liggen); de West Qoerna olievelden Fase 1 en Fase 2 met een geschatte inhoud van respectievelijk 8,6 miljard vaten en 12,9 miljard vaten; het Majnoen olieveld met een geschatte inhoud van 12,6 miljard vaten (verwacht wordt dat de productiepiek rond de 1,8 miljoen vaten per dag zal liggen); en het Zoebair olieveld met een geschatte inhoud van 4 miljoen vaten (verwacht wordt dat de productiepiek rond de 1,1 miljoen vaten per dag zal liggen).

Het meest opzienbare resultaat van de bedrijven die hebben geboden, is dat Amerikaanse oliemaatschappijen grotendeels buitengesloten zijn van de akkoorden die zijn aangegaan. Enkel ExxonMobil (samen met Shell) heeft een akkoord kunnen bereiken met de Iraakse regering, en wel om het West Qoerna Fase 1 olievelden te exploiteren. En Occidental Petroleum is samen met Eni van Italië en de Iraakse regering een akkoord overeengekomen voor de Zoebair olievelden. Alle andere contracten werden afgesloten door landen die tegen de Amerikaanse/Britse oorlog in Irak waren, meest vooraanstaand onder hen Rusland en China. Het Roemaila olieveld is gegeven aan British Petroleum en CNPC van China; het West Qoerna Fase 2 olieveld is gegaan naar Lukoil uit Rusland en Statoil uit Noorwegen; en het Majnoen olieveld is gegaan naar Shell en Petronas uit Maleisië.

Deze feiten worden gepresenteerd als een ontkrachting van de beschuldigen dat de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 enkel en alleen ging om Iraakse olie. Er wordt gesteld dat de resultaten van de veilingen bewijzen dat de invasie was om vrijheid en democratie te brengen naar het volk van Irak. Dit omdat de meeste contracten afgesloten zijn met niet Amerikaanse oliemaatschappijen.

De correctheid van deze bewering wordt hieronder geanalyseerd.

 

De werkelijkheid van Oorlog om Olie

Een strateeg bekommert zich om ruwe olie omdat het een middel is dat van strategisch belang is en wel om verschillende redenen. Bijvoorbeeld, ruwe olie voorziet in de energie die economische activiteiten mogelijk maakt. En ruwe olie voorziet de vliegtuigen, raketten en tanks die gebruikt worden om oorlog te voeren, van brandstof. Dat is waarom er gezegd kan worden dat ruwe olie altijd een prioriteit vormt voor strategen, omdat toegang tot ruwe olie kan beteken of een economie slaagt of faalt (vraag de Chinezen maar hierover...) en beslist of oorlogen worden gewonnen of verloren. Omdat ruwe olie zo belangrijk is in militaire en economische aangelegenheden, is haar marktwaarde wezenlijk hoger dan de kost om haar te produceren. In Saoedi-Arabië en Irak worden de productiekosten van ruwe olie geschat op ergens tussen de $1,00 - $2,00 per vat (van 159 liter)[1]. Echter, de ruwe olie wordt op de markt verhandelt voor rond de $65 per vat. Dit is waarom naast strategen, zakenmannen zich eveneens bekommeren om ruwe olie. Daar het een bron is van significante winsten. 

Wanneer deze twee perspectieven op het belang van ruwe olie worden vergeleken, aan de ene kant het strategisch perspectief dat het een middel is om macht te vergaren en aan de andere kant het handels perspectief dat het een middel is om winst te boeken, dan is duidelijk dat het eerste perspectief belangrijker geacht moet worden dan het tweede. Macht verzekert invloed en dat kan weer makkelijk gebruikt worden om winst te verkrijgen. En ruwe olie is in zo'n mate een middel om macht te verzekeren, dat de controle hierover meer winst kan verzekeren dan de winst die verkregen wordt door ruwe olie op te pompen. Daarom is het zo dat wanneer er gezegd wordt dat oorlogen gevoerd worden om ruwe olie, er niet gesteld kan worden dat dit betekent dat oorlogen gevoerd worden om het mogelijk te maken voor zakenmannen om hun winsten veilig te stellen. Maar er dient eerder begrepen te worden dat de bewering  "oorlogen worden gevoerd voor olie" betekent dat de naties oorlog voeren met de intentie om controle te krijgen over de ruwe olie, het oppompen hiervan en het transport hiervan naar de markten.

Derhalve, de recente olie overeenkomsten tussen de Iraakse regering en bepaalde oliemaatschappijen zijn niet belangrijk omdat zij duidelijk maken wie de winst van de Irakese olie zal krijgen. Hun belang is geklegen in het feit dat zij duidelijk maken wie de controle krijgt over de Iraakse olie.

 

De werkelijkheid van de Iraakse olie overeenkomsten

De contracten die recentelijk overeengekomen zijn tussen de Iraakse regering en de verschillende oliemaatschappijen verschillenen sterk van wat gebruikelijk is in de olie-industrie. Normaliter komen regeringen en oliemaatschappijen zogenoemde "Production Sharing Agreements" (PSA) overeen. Onder een PSA delen regering en oliemaatschappijen de ruwe olie reserves. De oliemaatschappijen krijgen dan een deel van de olie die opgepompt wordt in ruil voor de werkzaamheden voor het oppompen van deze ruwe olie. De oliemaatschappijen kunnen dan doen wat zij willen met haar ruwe olie. Regeringen schenken de oliemaatschappij normaliter ergens tussen 30% tot 70% van de ruwe olie.

De contracten voor de Iraakse ruwe olie, daarentegen, zijn "Service Contracts" (ST). Onder een ST is een oliemaatschappij enkel gecontracteerd om ruwe olie op te pompen. Voor elke vat olie dat zij oppompt wordt een vergoeding gegeven. Maar de ruwe olie blijft eigendom van de regering.

De vergoedingen voor de grote Irakese olievelden liggen dicht bij hetgeen gewoonlijk aan kosten wordt gemaakt om de Saoedische-Iraakse olievelden te exploiteren ($1,00 - $2,00). Bijvoorbeeld, de exploitanten van de Roemaila en Zoebair olievelden zullen $2,00 per vat ontvangen als zij ervoor kunnen zorgen dat de productie significant toeneemt. De exploitanten van het West Qoerna Fase 1 olieveld zullen $1,90 ontvangen. De exploitanten van het West Qoerna Fase 2 olieveld zullen $1,15 per vat ontvangen. En de exploitanten van de Majnoen olieveld zullen $1,39 per vat ontvangen. Dit betekent dat de oliemaatschappijen genoeg moeite zullen hebben om winst te kunnen maken op deze overeenkomsten. En als zij winsten maken bij deze vergoedingen voor hun inspanning, dan zal deze door de Iraakse regering met 35% belast worden.

De ST's welke de Iraakse regering overeen is gekomen met verschillende internationale oliemaatschappijen heeft de controle van Iraakse olie verstevigd ds in de handen van de Iraakse regering gelaten. De oliemaatschappijen kunnen geen beslag leggen op de Iraakse olie op welke manier dan ook, omdat zij enkel een contract hebben afgesloten met de Irakese regering als dienstverleners.

Een verder gevolg van deze ST's is dat verreweg het grootste deel van de winst van het oppompen van de ruwe olie naar de Iraakse regering zal gaan, en niet naar de oliemaatschappijen. Zij betaalt de oliemaatschappijen niet meer dan $2,00 voor de dienst om ruwe olie op te pompen, terwijl die ruwe olie tegenwoordig een marktwaarde heeft van tussen de $65 en $85. Zij zal bovendien alles taxeren wat er aan winst gemaakt wordt door de oliemaatschappijen.  

 

Amerika heeft enkel haar positie versterkt door de Iraakse olie overeenkomsten

Het is daarom kristalhelder dat door de recente veiling van de Iraakse ruwe olie, Amerika haar positie heeft versterkt in Irak.

Amerika heeft de volledige controle over de Iraakse regering, wat betekent dat Amerika door de ST's volledige controle heeft over de Iraakse olie-industrie. Zelfs als deze niet door Amerikaanse oliemaatschappijen gerund wordt. De reden hiervoor is dat de ST's tussen de Iraakse regering en de internationale oliemaatschappijen zo zijn vormgegeven, dat zij de controle over de ruwe olie in de handen laat van de Iraakse regering. En zodoende dus in de handen van Amerika.

Onder deze ST's zullen ook de echte grote winsten die geboekt gaan worden in de handen blijven van de Iraakse regering. En zodoende dus eveneens Amerika, ook al zal de Iraakse olie-industrie niet door Amerikaanse oliemaatschappijen gerund worden. Want, zoals gezegd, Amerika heeft de volledige controle over de Iraakse regering.

Het feit dat door de ST's de Iraakse olie-industrie voor het eerst is in decennia is geopend voor investeringen, zal een belangrijk additioneel voordeel met zich mee brengen voor de Amerikaanse economie. De meeste dienstverlenende maatschappijen in de olie en gas industrie, de maatschappijen die olieproducerende maatschappijen voorzien van installaties, pijpen en pompstations, zijn voornamelijk Amerikaans namelijk. De top drie in deze industrie, Schlumberger, Halliburton en Baker Hughes, zijn allen gevestigd in Houston, Texas. Betreffende hen is de verwachting dat zij enorm zullen profiteren van de vernieuwde olie exploitatie activiteiten in Irak. Zij zullen door de oliemaatschappijen ingehuurd gaan worden, namelijk.

Door tegelijkertijd ervoor te zorgen dat buitenlandse oliemaatschappijen Irak mogen binnenkomen, en door hen niet allemaal buiten Irak te houden, heeft Amerika ook haar imago verbeterd bij ander naties. De ST's zullen de andere kapitalistische naties het idee geven dat Amerika "de taart deelt",  en niet beheerst wordt door gierigheid en alles voor zichzelf wil houden.

En hetzelfde kan gezegd worden met betrekking tot de relaties met het wereldpubliek, namelijk dat Ameika door middel van de ST's haar imago verbetert in de ogen van de mensen. De mensen worden nu wijsgemaakt dat Amerika eerlijk en oprecht was in haar intentie om vrijheid en democratie in Irak te vestigen, en nooit geïnteresseerd was in de Iraakse olie rijkdommen.

Men vraagt zich wellicht af waarom, als de Amerikanen enkel de intentie hadden om te misleiden, de internationale oliemaatschappijen meededen met het spel en de voorwaardes van deze contracten accepteerden. Het antwoord is af te leiden uit het feit dat alhoewel Amerika ervoor zorgt dat zij zelf voordeel zal realiseren door middel van de ST's, het niet noodzakelijkerwijs het geval is dat de andere landen en hun oliemaatschappijen hierdoor zullen verliezen. De oliemaatschappijen zien hoogstwaarschijnlijk wel voordeel in deze overeenkomsten, ondanks het feit dat dezen de grootste winsten bij de Irakese regering / Amerika laten en hen slechts marginale winsten geven. Het voordeel dat zij zien is te vinden op de lange termijn, omdat zij door de overeenkomsten nu voet aan wal hebben kunnen zetten in Irak. Ze kunnen nu relaties bouwen in Irak die hen in staat kunnen stellen om in de toekomst overeenkomsten te kunnen sluiten tegen betere voorwaarden. (Een grote gedeelte van de Iraakse olievelden zijn vooralsnog onaangetast). Het kan tevens zo zijn dat de oliemaatschappijen de voorwaardes hebben geaccepteerd, omdat zij denken op een later tijdstip in de toekomst over deze voorwaardes te kunnen onderhandelen met de Irakese regering.

 

 


Bijlage: de toewijzing van de Iraakse olievelden, tot en met 12 december 2009 [2]

 

1.       Roemaila

Toegewezen aan: BP (Groot-Brittannië) and CNPC (China)

Vergoeding: $2.00 per vat

Productiedoel: 2.9 miljoen vaten per dag

Huidige productie: 0.8 miljoen vaten per dag

 

2.       West Qoerna Fase 1,

Toegewezen aan: ExxonMobil (Amerika) en Shell (Groot-Brittannië)

Vergoeding: $1.90 per vat

Productiedoel: 2.5 miljoen vaten per dag

Huidige productie: 0.3 miljoen vaten per dag

 

3.       Zoebair

Toegewezen aan: Eni (Italië), Occidental Petroleum (Amerika) and Kogas (Zuid-Korea)

Vergoeding: $2.00 per vat

Productiedoel: 1.1 miljoen vaten per dag

Huidige productie: 0.2 miljoen vaten per dag

 

(Voor de volgende olievelden gelden dat de huidige productie aantallen 0 of verwaarloosbaar zijn:)

 

4.       Majnoen

Toegewezen aan: Shell (Groot-Brittannië / Nederland) en Petronas (Maleisië)

Vergoeding: $1,39 per vat

Productiedoel: 1,8 miljoen vaten per dag

 

5.       West Qoerna Fase 2

Toegewezen aan: Lukoil (Rusland) en Statoil (Noorwegen)

Vergoeding: $1,15 per vat

Productiedoel: 1,8 miljoen vaten per dag

 

6.       Halfaja

Toegewezen aan: CNPC (China), Petronas (Maleisië) and Total (Frankrijk)

Vergoeding: $1.40 per vat
Productiedoel: 0.5 miljoen vaten per dag

 

7.       Garraf

Toegewezen aan: Petronas (Maleisië) and Japex (Japan)

Vergoeding: $1.49 per vat
Productiedoel: 0.2 miljoen vaten per dag

 

8.       Badra

Toegewezen aan: Gazprom (Rusland) and TPAO (), Kogas (Zuid-Korea), Petronas (Maleisië)

Vergoeding: $5.50 per vat
Productiedoel: 0.2 miljoen vaten per dag

 

9.       Qaijara

Toegewezen aan: Sanongol (Angola)

Vergoeding: $5.00 per vat
Productiedoel: 0.1 miljoen vaten per dag

 

10.   Najmah

Toegewezen aan: Sanongol (Angola)

Vergoeding: $6.00 per vat
Productiedoel: 0.1 miljoen vaten per dag

 



[1] www.reuters.com/article/idUSLS12407420090728

[2] www.iraqoilreport.com/oil/production-exports/complete-round-2-results-3371/

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"... en wie niet oordeel vellen volgens wat Allah heeft neergezonden dat zijn de ongelovigen." (zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran soerat Al-Ma'ida: 44)
Hadith

Overleveringen van de Profeet Muhammad (sallallahoe aleihi wa sallam)
Overgeleverd door Anas dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "toen ik werd opgenomen naar de hemelen (de miraadj) kwam ik voorbij sommige mensen die nagels van koper hadden waarmee zij hun gezichten en borsten krabden. Ik zei: wie zijn deze mensen, O Djibriel ? Hij zei; dezen zijn degenen die het vlees van de mensen aten en hun eer lasterden." (Aboe Dawoed)

over hadith..