|
Tussen 30
juli en 11 en 12 december 2009 heeft de Iraakse regering veel van de Iraakse
ruwe olie reserves geveild. Onder de olievelden die werden verkocht was het
gigantische Roemaila olieveld met een geschatte inhoud van 17 miljard vaten
(verwacht wordt dat de productiepiek rond de 2.9 miljoen vaten per dag zal
liggen); de West Qoerna olievelden Fase 1 en Fase 2 met een geschatte inhoud
van respectievelijk 8,6 miljard vaten en 12,9 miljard vaten; het Majnoen olieveld
met een geschatte inhoud van 12,6 miljard vaten (verwacht wordt dat de
productiepiek rond de 1,8 miljoen vaten per dag zal liggen); en het Zoebair
olieveld met een geschatte inhoud van 4 miljoen vaten (verwacht wordt dat de
productiepiek rond de 1,1 miljoen vaten per dag zal liggen).
Het meest
opzienbare resultaat van de bedrijven die hebben geboden, is dat Amerikaanse
oliemaatschappijen grotendeels buitengesloten zijn van de akkoorden die zijn aangegaan.
Enkel ExxonMobil (samen met Shell) heeft een akkoord kunnen bereiken met de
Iraakse regering, en wel om het West Qoerna Fase 1 olievelden te exploiteren.
En Occidental Petroleum is samen met Eni van Italië en de Iraakse regering een
akkoord overeengekomen voor de Zoebair olievelden. Alle andere contracten
werden afgesloten door landen die tegen de Amerikaanse/Britse oorlog in Irak
waren, meest vooraanstaand onder hen Rusland en China. Het Roemaila olieveld is
gegeven aan British Petroleum en CNPC van China; het West Qoerna Fase 2
olieveld is gegaan naar Lukoil uit Rusland en Statoil uit Noorwegen; en het
Majnoen olieveld is gegaan naar Shell en Petronas uit Maleisië.
Deze feiten
worden gepresenteerd als een ontkrachting van de beschuldigen dat de
Amerikaanse invasie van Irak in 2003 enkel en alleen ging om Iraakse olie. Er
wordt gesteld dat de resultaten van de veilingen bewijzen dat de invasie was om
vrijheid en democratie te brengen naar het volk van Irak. Dit omdat de meeste
contracten afgesloten zijn met niet Amerikaanse oliemaatschappijen.
De
correctheid van deze bewering wordt hieronder geanalyseerd.
De werkelijkheid van Oorlog om Olie
Een strateeg
bekommert zich om ruwe olie omdat het een middel is dat van strategisch belang
is en wel om verschillende redenen. Bijvoorbeeld, ruwe olie voorziet in de
energie die economische activiteiten mogelijk maakt. En ruwe olie voorziet de
vliegtuigen, raketten en tanks die gebruikt worden om oorlog te voeren, van
brandstof. Dat is waarom er gezegd kan worden dat ruwe olie altijd een
prioriteit vormt voor strategen, omdat toegang tot ruwe olie kan beteken of een
economie slaagt of faalt (vraag de Chinezen maar hierover...) en beslist of
oorlogen worden gewonnen of verloren. Omdat ruwe olie zo belangrijk is in
militaire en economische aangelegenheden, is haar marktwaarde wezenlijk hoger
dan de kost om haar te produceren. In Saoedi-Arabië en Irak worden de
productiekosten van ruwe olie geschat op ergens tussen de $1,00 - $2,00 per vat
(van 159 liter)[1].
Echter, de ruwe olie wordt op de markt verhandelt voor rond de $65 per vat. Dit
is waarom naast strategen, zakenmannen zich eveneens bekommeren om ruwe olie. Daar
het een bron is van significante winsten.
Wanneer deze
twee perspectieven op het belang van ruwe olie worden vergeleken, aan de ene
kant het strategisch perspectief dat het een middel is om macht te vergaren en
aan de andere kant het handels perspectief dat het een middel is om winst te
boeken, dan is duidelijk dat het eerste perspectief belangrijker geacht moet
worden dan het tweede. Macht verzekert invloed en dat kan weer makkelijk
gebruikt worden om winst te verkrijgen. En ruwe olie is in zo'n mate een middel
om macht te verzekeren, dat de controle hierover meer winst kan verzekeren dan de
winst die verkregen wordt door ruwe olie op te pompen. Daarom is het zo dat
wanneer er gezegd wordt dat oorlogen gevoerd worden om ruwe olie, er niet gesteld
kan worden dat dit betekent dat oorlogen gevoerd worden om het mogelijk te
maken voor zakenmannen om hun winsten veilig te stellen. Maar er dient eerder
begrepen te worden dat de bewering "oorlogen
worden gevoerd voor olie" betekent dat de naties oorlog voeren met de intentie
om controle te krijgen over de ruwe olie, het oppompen hiervan en het transport
hiervan naar de markten.
Derhalve, de
recente olie overeenkomsten tussen de Iraakse regering en bepaalde
oliemaatschappijen zijn niet belangrijk omdat zij duidelijk maken wie de winst
van de Irakese olie zal krijgen. Hun belang is geklegen in het feit dat zij
duidelijk maken wie de controle krijgt over de Iraakse olie.
De werkelijkheid van de Iraakse olie
overeenkomsten
De
contracten die recentelijk overeengekomen zijn tussen de Iraakse regering en de
verschillende oliemaatschappijen verschillenen sterk van wat gebruikelijk is in
de olie-industrie. Normaliter komen regeringen en oliemaatschappijen zogenoemde
"Production Sharing Agreements" (PSA) overeen. Onder een PSA delen regering en
oliemaatschappijen de ruwe olie reserves. De oliemaatschappijen krijgen dan een
deel van de olie die opgepompt wordt in ruil voor de werkzaamheden voor het
oppompen van deze ruwe olie. De oliemaatschappijen kunnen dan doen wat zij
willen met haar ruwe olie. Regeringen schenken de oliemaatschappij normaliter ergens
tussen 30% tot 70% van de ruwe olie.
De
contracten voor de Iraakse ruwe olie, daarentegen, zijn "Service Contracts"
(ST). Onder een ST is een oliemaatschappij enkel gecontracteerd om ruwe olie op
te pompen. Voor elke vat olie dat zij oppompt wordt een vergoeding gegeven.
Maar de ruwe olie blijft eigendom van de regering.
De
vergoedingen voor de grote Irakese olievelden liggen dicht bij hetgeen gewoonlijk
aan kosten wordt gemaakt om de Saoedische-Iraakse olievelden te exploiteren ($1,00
- $2,00). Bijvoorbeeld, de exploitanten van de Roemaila en Zoebair olievelden
zullen $2,00 per vat ontvangen als zij ervoor kunnen zorgen dat de productie
significant toeneemt. De exploitanten van het West Qoerna Fase 1 olieveld
zullen $1,90 ontvangen. De exploitanten van het West Qoerna Fase 2 olieveld
zullen $1,15 per vat ontvangen. En de exploitanten van de Majnoen olieveld
zullen $1,39 per vat ontvangen. Dit betekent dat de oliemaatschappijen genoeg
moeite zullen hebben om winst te kunnen maken op deze overeenkomsten. En als zij
winsten maken bij deze vergoedingen voor hun inspanning, dan zal deze door de
Iraakse regering met 35% belast worden.
De ST's
welke de Iraakse regering overeen is gekomen met verschillende internationale
oliemaatschappijen heeft de controle van Iraakse olie verstevigd ds in de
handen van de Iraakse regering gelaten. De oliemaatschappijen kunnen geen
beslag leggen op de Iraakse olie op welke manier dan ook, omdat zij enkel een
contract hebben afgesloten met de Irakese regering als dienstverleners.
Een verder
gevolg van deze ST's is dat verreweg het grootste deel van de winst van het
oppompen van de ruwe olie naar de Iraakse regering zal gaan, en niet naar de
oliemaatschappijen. Zij betaalt de oliemaatschappijen niet meer dan $2,00 voor
de dienst om ruwe olie op te pompen, terwijl die ruwe olie tegenwoordig een
marktwaarde heeft van tussen de $65 en $85. Zij zal bovendien alles taxeren wat
er aan winst gemaakt wordt door de oliemaatschappijen.
Amerika heeft enkel haar positie versterkt
door de Iraakse olie overeenkomsten
Het is
daarom kristalhelder dat door de recente veiling van de Iraakse ruwe olie,
Amerika haar positie heeft versterkt in Irak.
Amerika
heeft de volledige controle over de Iraakse regering, wat betekent dat Amerika door
de ST's volledige controle heeft over de Iraakse olie-industrie. Zelfs als deze
niet door Amerikaanse oliemaatschappijen gerund wordt. De reden hiervoor is dat
de ST's tussen de Iraakse regering en de internationale oliemaatschappijen zo zijn
vormgegeven, dat zij de controle over de ruwe olie in de handen laat van de
Iraakse regering. En zodoende dus in de handen van Amerika.
Onder deze
ST's zullen ook de echte grote winsten die geboekt gaan worden in de handen
blijven van de Iraakse regering. En zodoende dus eveneens Amerika, ook al zal
de Iraakse olie-industrie niet door Amerikaanse oliemaatschappijen gerund
worden. Want, zoals gezegd, Amerika heeft de volledige controle over de Iraakse
regering.
Het feit dat
door de ST's de Iraakse olie-industrie voor het eerst is in decennia is geopend
voor investeringen, zal een belangrijk additioneel voordeel met zich mee brengen
voor de Amerikaanse economie. De meeste dienstverlenende maatschappijen in de
olie en gas industrie, de maatschappijen die olieproducerende maatschappijen
voorzien van installaties, pijpen en pompstations, zijn voornamelijk Amerikaans
namelijk. De top drie in deze industrie, Schlumberger, Halliburton en Baker
Hughes, zijn allen gevestigd in Houston, Texas. Betreffende hen is de
verwachting dat zij enorm zullen profiteren van de vernieuwde olie exploitatie
activiteiten in Irak. Zij zullen door de oliemaatschappijen ingehuurd gaan
worden, namelijk.
Door
tegelijkertijd ervoor te zorgen dat buitenlandse oliemaatschappijen Irak mogen
binnenkomen, en door hen niet allemaal buiten Irak te houden, heeft Amerika ook
haar imago verbeterd bij ander naties. De ST's zullen de andere kapitalistische
naties het idee geven dat Amerika "de taart deelt", en niet beheerst wordt door gierigheid en
alles voor zichzelf wil houden.
En hetzelfde
kan gezegd worden met betrekking tot de relaties met het wereldpubliek,
namelijk dat Ameika door middel van de ST's haar imago verbetert in de ogen van
de mensen. De mensen worden nu wijsgemaakt dat Amerika eerlijk en oprecht was
in haar intentie om vrijheid en democratie in Irak te vestigen, en nooit geïnteresseerd
was in de Iraakse olie rijkdommen.
Men vraagt
zich wellicht af waarom, als de Amerikanen enkel de intentie hadden om te
misleiden, de internationale oliemaatschappijen meededen met het spel en de
voorwaardes van deze contracten accepteerden. Het antwoord is af te leiden uit
het feit dat alhoewel Amerika ervoor zorgt dat zij zelf voordeel zal realiseren
door middel van de ST's, het niet noodzakelijkerwijs het geval is dat de andere
landen en hun oliemaatschappijen hierdoor zullen verliezen. De
oliemaatschappijen zien hoogstwaarschijnlijk wel voordeel in deze
overeenkomsten, ondanks het feit dat dezen de grootste winsten bij de Irakese
regering / Amerika laten en hen slechts marginale winsten geven. Het voordeel dat
zij zien is te vinden op de lange termijn, omdat zij door de overeenkomsten nu
voet aan wal hebben kunnen zetten in Irak. Ze kunnen nu relaties bouwen in Irak
die hen in staat kunnen stellen om in de toekomst overeenkomsten te kunnen
sluiten tegen betere voorwaarden. (Een grote gedeelte van de Iraakse olievelden
zijn vooralsnog onaangetast). Het kan tevens zo zijn dat de oliemaatschappijen
de voorwaardes hebben geaccepteerd, omdat zij denken op een later tijdstip in
de toekomst over deze voorwaardes te kunnen onderhandelen met de Irakese
regering.
Bijlage: de
toewijzing van de Iraakse olievelden, tot en met 12 december 2009 [2]
1. Roemaila
Toegewezen aan: BP (Groot-Brittannië)
and CNPC (China)
Vergoeding: $2.00 per vat
Productiedoel: 2.9 miljoen vaten per
dag
Huidige productie: 0.8 miljoen vaten
per dag
2. West Qoerna Fase 1,
Toegewezen aan: ExxonMobil (Amerika)
en Shell (Groot-Brittannië)
Vergoeding: $1.90 per vat
Productiedoel: 2.5 miljoen vaten per
dag
Huidige productie: 0.3 miljoen vaten
per dag
3. Zoebair
Toegewezen aan: Eni (Italië),
Occidental Petroleum (Amerika) and Kogas (Zuid-Korea)
Vergoeding: $2.00 per vat
Productiedoel: 1.1 miljoen vaten per
dag
Huidige productie: 0.2 miljoen vaten
per dag
(Voor de
volgende olievelden gelden dat de huidige productie aantallen 0 of
verwaarloosbaar zijn:)
4. Majnoen
Toegewezen aan: Shell
(Groot-Brittannië / Nederland) en Petronas (Maleisië)
Vergoeding: $1,39 per vat
Productiedoel: 1,8 miljoen vaten per
dag
5. West Qoerna Fase 2
Toegewezen aan: Lukoil (Rusland) en
Statoil (Noorwegen)
Vergoeding: $1,15 per vat
Productiedoel: 1,8 miljoen vaten per
dag
6. Halfaja
Toegewezen aan: CNPC (China),
Petronas (Maleisië) and Total (Frankrijk)
Vergoeding: $1.40 per vat
Productiedoel: 0.5 miljoen vaten per dag
7. Garraf
Toegewezen aan: Petronas (Maleisië)
and Japex (Japan)
Vergoeding: $1.49 per vat
Productiedoel: 0.2 miljoen vaten per dag
8. Badra
Toegewezen aan: Gazprom (Rusland) and
TPAO (), Kogas (Zuid-Korea), Petronas (Maleisië)
Vergoeding: $5.50 per vat
Productiedoel: 0.2 miljoen vaten per dag
9. Qaijara
Toegewezen aan: Sanongol (Angola)
Vergoeding: $5.00 per vat
Productiedoel: 0.1 miljoen vaten per dag
10. Najmah
Toegewezen aan: Sanongol (Angola)
Vergoeding: $6.00 per vat
Productiedoel: 0.1 miljoen vaten per dag
[1] www.reuters.com/article/idUSLS12407420090728
[2] www.iraqoilreport.com/oil/production-exports/complete-round-2-results-3371/
|