|
De aardbeving in Haïti laat
eens te meer de hypocrisie van Amerika zien
De aardbeving in Haïti laat
eens te meer de hypocrisie van de kapitalistische staten zien. Voor decennia,
namelijk, is de bevolking van Haïti niet enkel slachtoffer van natuurrampen.
Maar ook van het Amerikaanse buitenlandse beleid.
Het Amerikaanse leger hield
het land van 1915 tot 1935 bezet en na het stichtten van een leger werd het
politieke leven in het land gedurende decennia in een ijzeren greep gehouden.
Washington steunde later de 30-jarige dictatuur van de familie Duvalier, Papa
Doc en Baby Doc, die voor tienduizenden slachtoffers zorgde. En nadat Amerika in
2004 de gekozen president Jean-Bertrand Aristide afzetten omdat hij niet
regeerde zoals Amerika wilde, stuurde Amerikanen duizenden Verenigde Naties
manschappen onder leiding van het Braziliaanse leger om het verarmde land te
bezetten, en te zorgen voor "vrede en orde". In lijn met de wensen van
Washington. Dit was de laatste in een lange reeks van Amerikaanse interventies
in Haïti, die allen het doel nastreefden om het land in handen van Washington te
behouden en alle pogingen door het volk van Haïti om zichzelf bevrijden van
dictatoriale sociale en economische regimes, te onderdrukken. Sindsdien zijn
ongeveer 8.000 Haïtianen vermoord, velen daarvan door smilities die zijn
opgeleid en bewapend door de CIA.
Er is dus een relatie tussen
de rijkdom in Amerika en de armoede in Haïti. De rijkdom van Amerika is deels
gebaseerd op de armoede van Haïti.
Maar toen President Barack
Obama op de woensdag na de aardbeving een verklaring afgaf over de ramp in Haïti
negeerde hij deze relatie volkomen: "De beelden en berichten van ingestorte
ziekenhuizen, verwoestte huizen en mannen en vrouwen die hun buren gewond door
de straten dragen zijn echt hart verscheurend" zei hij. "Voor een land en een
volk dat zo vaak wordt geplaagd door ontberingen en lijden, lijkt deze tragedie
in het bijzonder wreed en onbegrijpelijk. De ramp in Haïti herinnert ons aan ons
collectieve bestaan als mensheid", voegde hij toe.
Dat het lijden van Haïti in
grote mate door het buitenlands beleid van zijn land is veroorzaakt, heeft hij
dus genegeerd. Het gevoel van "gedeelde menselijkheid" waarover hij sprak was
dus slechts een pose. Want als hij werkelijk het gevoel van menselijkheid zou
kennen, dan zou hij niet een aardbeving van de magnitude 7 in Port-au-Prince
nodig hebben gehad om dit te voelen.
Net zoals de Amerikaanse
president zijn ook de Amerikaanse media niet geïnteresseerd in het echte verhaal
voor wat betreft Haïti. Tegenover de Amerikaanse bevolking wordt de armoede in
Haïti door hen gepresenteerd gewoon als een vaststaand feit, waaraan enkel de
Haïtianen zelf schuld hebben. De New York Times begon op donderdag na de
aardbeving met een cynisch en hypocriet redactioneel commentaar waarin werd
gezegd: "Weer, huilt de wereld met Haïti". Een land dat zij dan als door
"armoede, wanhoop en door chaos getekend" kenmerkt. De Times zei verder: "Elders
zou dit als ramp worden bschouwt, maar in Haïti is dit de norm." Het artikel
vervolgde: "Kijk naar Haïti en u ziet, wat generaties van slecht bestuur,
armoede en politieke conflict van een land maken." In een achtergrond artikel
over de ramp in Haïti voegde de Times hieraan toe dat het land "bekend staat om
zijn vele door de mens veroorzaakte problemen - zijn extreme armoede, zijn
ernstige politieke strijd en zijn drang tot rellen". In een korter en nog
arroganter redactioneel commentaar trok The Wall Street Journal een schandalige
vergelijking tussen Haïti en de aardbeving in 1994 in Californië, waarbij 72
mensen werden gedood. "Het verschil", verklaarde de Journal, "is de functie van
het creëren van welvaart en een gezagsgetrouwe samenleving die zich bijvoorbeeld
een benodigde constructie kan veroorloven." De boodschap hierin is duidelijk.
Haïtianen zijn zelf verantwoordelijk voor de honderdduizenden doden en gewonden,
omdat ze niet over voldoende rijkdom beschikken en te weinig respect voor de
openbare orde hebben.
De televangelist Pat
Robertson, oprichter van de Christian Coalition en leidende figuur van de
Christelijke Rechts, bood zijn eigen verklaring voor het leiden van Haïti. Hij
zei: "De Haïtianen waren alleen in staat zich van de Franse overheersing te
bevrijden, de slavernij van zich af te schudden en de eerste zwarte republiek te
vestigen, omdat zij een pact met de duivel hebben gesloten. En sindsdien worden
zij hiervoor gestraft".
Zoals viel te verwachten
reageerde de Amerikaanse regering op de ramp in Haïti in de eerste plaats met
militaire middelen. Eerst arriveerden schepen van de kustwacht, die normaal
Haïtiaanse vluchtelingen onderscheppen die de moeilijke omstandigheden in hun
land proberen te ontsnappen. Na de kustwacht volgden het vliegdekschip USS
Vinson en andere oorlogsschepen. Ook werden tienduizenden Amerikaanse militairen
gestationeerd in het land.
En zij maakten het bieden van
hulp aan Haïti in veel gevallen enkel moeilijker. Zo werden teams van Artsen
zonder Grenzen verschillende keren geweigerd om te landen in Haïti door het
Amerikaanse leger. Andere Non-Gouvernmentele organisatie hebben zich erover
beklaagd dat het Amerikaanse leger voorrang geeft aan evacuatie van Amerikanen
boven het invoeren van hulpgoederen.
De mensen van Haïti zijn de
Amerikaanse "hulp" in veel gavellen al zat. Omdat ze weinig tot niets van de
hulp ontvangen. Op Cubaanse televisie, en natuurlijk niet op westerse televisie,
waren daraom al beelden te zien van protesten door Haïtianen tegen het
Amerikaanse leger. Waarop het Amerikaanse leger met rubber kogels op de mensen
schoot.
De ramp in Haïti heeft dus
niets veranderd aan de situatie van Haïti. Het land blijft onderdrukt en
uitgebuit door Amerika.
|