|
Introductie
Verschrikkelijke
bomaanslagen in Pakistan, afschuwelijke hongersnoden in Afrika en de dood van
Michael Jackson in Amerika. Kennis over zaken die zich aan de andere kant van
de wereld afspelen is niet meer dan normaal voor de mens in de 21ste
eeuw. Tegenwoordig wordt informatie van één plaats op de wereld binnen een mum
van tijd, met hoge snelheid, getransporteerd naar de rest van de aardbol. De
hedendaagse media heeft de mens in staat gesteld zich te laten informeren over
allerlei kwesties die zich afspelen in gebieden duizenden kilometers van hem
vandaan. Correspondenten reizen naar alle uithoeken van de wereld af om ons te
informeren over verschillende kwesties die zich afspelen in de wereld. Op deze
manier is een Nederlander in staat om in een korte tijd te weten te komen over
schermutselingen in China, oorlogsslachtoffers in Afghanistan en de uitslagen
van de Confederations Cup in Zuid-Afrika.
In eerste instantie zou
men zeggen dat het een goed iets is om via de media op de hoogte te worden
gehouden van de actualiteiten. De media zijn immers in staat om te informeren,
en als
doorgeefluik van
informatie kan men via hen te weten kunnen komen over zaken die zich weliswaar afspelen
aan de andere kant van de wereld, maar die mogelijk wel van invloed kunnen zijn
op het eigen leef- en woongebied. Aan de andere kant, de macht van informeren
waarover de media kan ook voor duistere zaken gebruikt worden. Want de media
kunnen de informatiestroom naar de mens manipuleren, wat nare gevolgen met zich
mee zou brengen. De media zouden dan instrumenten van tirannen en misdadigers
kunnen worden, die middels misleidende journalistiek de mensen hersenspoelen.
Om de mensen misdaad als recht te laten zien en slavernij als vrijheid. Van bijvoorbeeld
de media in Nazi-Duitsland en communistisch Rusland is welbekend dat zij niet een
echt doorgeefluik van informatie waren. Zij stonden onder controle van de
staatsoverheid, die hen gebruikte om de mensen in bepaalde dingen te laten
geloven. De media uit de westerse kapitalistische landen, daarentegen, hebben de
reputatie wel vrij en onafhankelijk te zijn en dus meer het echte doorgeefluik
van informatie.
Dit artikel zal analyseren
of deze reputatie van de westerse media terecht is. Zijn de westerse media inderdaad
slechts het doorgeefluik van informatie dat de mensen in staat stelt
welgeïnformeerde meningen te vormen over hetgeen plaatsvindt in de wereld? Of houden
ook zij zich welbewust bezig met het beïnvloeden van de mensen? Deze analyse
zal gedaan worden door enkele van de manieren waarop de media gebruikt kunnen
worden voor beïnvloeding, in plaats van informeren, te introduceren. Na de
introductie en beschrijving van deze propagandastrategieën zal onderzocht
worden of zij in de westerse media waargenomen kunnen worden of niet. Ten
slotte, als hieruit zou blijken dat ook de westerse media propaganda
communiceert, dan zal onderzocht worden welke rol precies de media spelen in de
propaganda. Worden zij gebruikt voor propaganda, oftewel kunnen zij hier niets
tegen doen omdat zij zelf misleid worden? Of laten zij zich gebruiken voor
propaganda en kiezen zij er dus welbewust voor om instrument voor propaganda te
zijn?
Media,
publieke opinie en propaganda
Media vormen een sterk
wapen in de beïnvloeding van de publieke opinie. Iedere dag wordt een groot
deel van de wereldbevolking bereikt door de media die boodschappen versturen
over de gehele wereld. Televisie, radio, kranten en internet worden iedere dag
gebruikt en zo is er een constante informatiestroom ontstaan naar de ontvangers
van de informatie. Het is een massaal communicatieproces waarin gedachtes,
meningen en visies worden gecommuniceerd naar het publiek. De media communiceren
niet enkel informatie zelf, maar tevens cultuur en specifieke normen en waarden.
Hiermee zijn de media geworden tot educatieve instrumenten, die de mens
constant voeden in hun zoektocht naar informatie en kennis en die de mensen
leren wat "goed" en "kwaad" is.
Gezien deze realiteit is
het vanzelfsprekend dat de media een zeer grote invloed hebben op de mens en
zijn ideeën. De informatiestroom afkomstig van de media is constant en de
ideeën die via de media worden getransporteerd confronteren de mensen dag en
nacht. Waardoor het onvermijdelijk is dat zij de mens beïnvloeden. Omdat deze
ideeën zoveel gecommuniceerd worden, betekend dit dat zij verworden tot "normale
ideeën". Oftewel, hetgeen de media communiceren als "goed" en "slecht" wordt
onderdeel van één van de machtigste wapens ter wereld, namelijk de publieke
opinie.
De publieke opinie is de
overheersende opvatting over een bepaald onderwerp onder een verzameling
mensen. Binnen de context van de massamedia wordt er, dankzij het grote bereik
van de massamedia, dus al snel gesproken over de overheersende mening onder
samenlevingen. De publieke opinie is machtig, omdat een regering hiervan
afhankelijk is. Wanneer een regering de publieke opinie mee heeft, kan zij doen
en laten wat zij wil. Echter, wanneer de publieke opinie zich tegen een
regering keert kan dit er zelfs voor zorgen dat deze afgezet wordt. Voor deze
reden is het voor regeringen van vitaal belang dat zij de publieke opinie in
hun voordeel houden, zodat zij kan blijven doen wat zij wil en het volk niet
tegen hen in opstand zal komen.
Iedere overheid houdt
daarom rekening met de media. De media spelen zelfs een belangrijke rol binnen
het beleid van overheden, omdat de media de publieke opinie beïnvloeden. In de
goede, gezonde situatie is het resultaat hiervan dat de overheid, om haar
handelen verklaren tegenover het volk, met zorg haar woorden kiest tegenover de
media. Om de mensen niet een verkeerd beeld te geven van dit handelen. In de
slechte, ongezonde situatie, daarentegen, is het resultaat hiervan dat de
overheid met zorg haar woorden kiest tegenover de media om de mensen niet de
waarheid van haar handelen te laten zien.
Dit laatste wordt
propaganda genoemd. Het woord propaganda kent zijn oorsprong vanuit het
Latijnse woord propagare wat
"uitbreiden" of "voortplanten" betekent. In de context van media wordt er met
het woord propaganda het verbreiden van een boodschap bedoeld. Propaganda is
het gecontroleerde gebruik van elke vorm van communicatie om de overtuigingen
en gevoelens van een zekere groep te sturen in een welbepaalde richting. Feitelijk
worden mensen dus overgehaald om iemand of iets te ondersteunen. Propaganda is
gericht op acceptatie van een idee, ideologie, opvatting of stelling en heeft
als communicatietechniek een beïnvloedende intentie.
Met een bereik van
miljarden mensen zijn de media het instrument bij uitstek voor de verrichting
van propaganda. De media kunnen eenvoudig het publiek overspoelen met eenzijdige
informatie zodat zij naar de gewilde
opvatting zullen neigen ("witte propaganda"). Maar tegelijkertijd kunnen delen van
of de gehele waarheid weggehouden worden van het publiek, of de waarheid kan
verdraaid worden, zodat zij naar de gewilde opvatting zullen neigen ("grijze
propaganda"). Leugens kunnen zelfs verteld worden alsof zij de waarheid zijn, zodat
het publiek naar de gewilde opvatting zal neigen ("zwarte propaganda").
Er staan degene die
propaganda wil verrichten verschillende strategieën ter beschikking, allen het
resultaat van uitgebreid onderzoek naar de manieren waarop boodschappen de
mensen beïnvloeden. In 1937 stelde het Amerikaanse Instituut voor Propaganda
Analyse een lijst samen met de op dat moment veelvuldig gehanteerde
propagandastrategieën:
1. Namen
noemen:
het toewijzen van woorden met negatieve connotatie, woorden die angst of vrees
oproepen, aan de tegenstander. Bijvoorbeeld: "terrorist".
2. Glanzende
algemeenheden:
het gebruiken van vage, in werkelijkheid nietszeggende slogans die de mensen
aanspreken, om steun te vergaren. Bijvoorbeeld: "voor de vrijheid, tegen
terreur!".
3. Transfereren: het overbrengen van de
autoriteit van iets dat gerespecteerd wordt op degene die de propaganda
verricht, om steun te vergaren. Bijvoorbeeld: het zwaaien met de nationale
vlag.
4. Getuigenis: de autoriteit van
iemand gebruiken om steun te vergaren voor de degene die propaganda verricht.
Bijvoorbeeld: de zogenoemde "lijstduwer", een beroemde en gerespecteerde
persoon die zichzelf associeert met een politieke partij om stemmen te winnen
voor de partij.
5. De
eenvoudige man:
het voordoen als eenvoudige man van het volk, om sympathie te kweken bij het
volk. Bijvoorbeeld: het bezoeken van een voetbalwedstrijd door een politicus.
6. Het
konvooi:
het doen voorkomen alsof degene die de propaganda verricht aan de winnende hand
is, omdat mensen de neiging hebben te kiezen voor een winnaar. Bijvoorbeeld: de
uitkomst van opiniepeilingen met gunstige uitkomst communiceren.
7. Kaarten
stapelen:
het concentreren op een enkel deel van de feiten, tegelijkertijd andere
belangrijke feiten negerende, zodat conclusies worden getrokken op basis van
enkel deze feiten. Bijvoorbeeld: niet spreken over de uitbuiting van een volk
maar wel spreken over de opstand van dit volk tegen de uitbuiting, zodat het
volk als gewelddadig overkomt bij het publiek.
Meer moderne strategieën
die gehanteerd worden door overheden voor propaganda doeleinden, oftewel om de
mediaberichtgeving te kunnen manipuleren, zijn de "strategie van de afzwakkende
leugen" en "framing".
De
propaganda strategie van de afzwakkende leugen
Onder de strategie van
de afzwakkende leugen wordt de waarheid eerst verhuld middels leugens, waarna
de leugens stap voor stap worden afgezwakt om uiteindelijk na verloop van tijd
de waarheid toe te gegeven. Wanneer er bijvoorbeeld bij een oorlogsactie
onschuldige burgerslachtoffers vallen, dan zou men in eerste erkennen dat er
een actie was geweest maar ontkennen dat er onschuldige burgerslachtoffers bij
zijn gevallen. Hierop volgend zou men verklaren dat er mogelijk wel onschuldige
burgerslachtoffers waren gevallen maar enkel weinig, en dat een onderzoek ingesteld
zal worden om dit uit te zoeken. Naarmate de tijd vordert gaat men dan vervolgens
stukje bij beetje toegeven, waarna men uiteindelijk het plaatsvinden van de
misdaad toegeeft. Het misleidende hieraan is dat het publiek op het moment van
toegeven van de misdaad al lang vergeten is wat de misdaad was en hoe erg de
misdaad was. Als zodanig maakt de erkenning van de misdaad niet veel indruk meer
op de mensen. Of tenminste veel minder indruk dan de initiële ontkenning van de
misdaad. En wat dus blijft hangen bij de mensen is de eerste reactie, de
ontkenning, oftewel dat er geen misdaad plaatsgevonden heeft. Door pas laat de
eigen misdaad toe te geven verliest de misdadiger dus niets voor wat betreft
publieke opinie, ook al heeft hij een misdaad begaan. Sterker nog, hij kan
hierdoor aan publieke opinie winnen door te wijzen op het feit dat hij de zaak
tot op de bodem heeft uitgezocht (en dan te zeggen "in tegenstelling tot wat de
vijand doet").
Amerika maakt graag en
veel gebruik van deze strategie. In het volgende een voorbeeld hiervan. De
strategie van de afzwakkende leugen werd bijvoorbeeld gehanteerd om de
mediaberichtgeving betreffende een Amerikaans bombardement in West- Afghanistan
in de provincie Farah op 4 mei 2009, waarbij 147 onschuldige Afghaanse burgers
de dood vonden zonder dat er enige Taliban in de buurt waren, te manipuleren. Toen
Amerika na het bombardement ter verantwoording geroepen werd, ontkende zij in
eerste instantie dat zij de dood van 147 burgers veroorzaakt had. Zij liet op
dat moment de media een door haar verzonnen leugen communiceren tot de mensen,
namelijk dat de Taliban de schuld waren van de dood van de onschuldige burgers.
Op een later moment gaf Amerika aan dat zij een onderzoek uit zouden voeren om
te kijken wie werkelijk de schuldige was. Vervolgens erkende zij dat er mogelijk
een aantal mensen vermoord waren door haar bommen. En weer later gaf zij toe dat
veel mensen gedood waren door haar schuld, maar dat de schuld een menselijke fout
was, zonder voorbedachte rade, en dat er dus niets tegen gedaan had kunnen
worden. Dit ging als volgt:
Stap 1: "De Taliban
heeft het gedaan"
In een nieuwsbericht van
CNN op 6 mei 2009 werd een Amerikaanse militaire officier geciteerd die zei dat
het incident begonnen was door de Taliban, die een dorp in was gegaan en drie
burgers had onthoofd. Een andere officier zei dat de Taliban 15 burgers met
granaten had gedood en met de lichamen door de dorpen in West-Afghanistan waren
gelopen. Verder claimden Amerikaanse ambtenaren dat de Taliban opzettelijk een
grondaanval op Afghaanse en Amerikaanse troepen uit hadden gevoerd om
Amerikaanse luchtaanvallen uit te lokken. Een ambtenaar die anoniem wenste te
blijven vertelde: "Wat we wel hebben is sterk bewijs voor het argument dat
een aantal vrouwen en kinderen vermoord zijn door de Taliban en dat hun
lichamen werden weggereden door de lokale bevolking als bewijs voor een
Amerikaans bombardement."[1]
Stap 2: "We stellen een
onderzoek in"
Een nieuwsbericht van
MSNBC eveneens op 6 mei maakte melding van het feit dat volgens het Rode Kruis tientallen
Afghanen (inclusief vrouwen en kinderen) gedood waren door Amerikaanse
luchtaanvallen. Een voormalige Afghaanse ambtenaar zei dat er meer dan 120
mensen gedood konden zijn. De Amerikaanse en NAVO commandant in Afghanistan,
Generaal David McKiernan, trok de beschuldiging dat een Amerikaanse luchtaanval
de oorzaak van de tragedie was in twijfel. Hillary Clinton reageerde erop door
te zeggen dat de Verenigde Staten diep treurt over ieder onschuldig
slachtoffer, en dat het Amerikaanse leger een brigadier-generaal had gestuurd
om de doden in de twee dorpen te onderzoeken.[2]
De New York Times
berichtte op dezelfde dag eveneens dat Hillary Clinton zei dat er een onderzoek
naar de gebeurtenis zou worden gedaan. De Times melde ook dat de volledige
omstandigheden nog niet bekend waren en dat het Amerikaanse Ministerie van
Defensie onderzoekers aan het kijken had naar de mogelijkheid dat Taliban
militanten verantwoordelijk waren voor de burgerdoden. De Times citeerde
Generaal David D. McKiernan die zei: "We
hebben wat andere informatie wat ons leidt tot geheel verschillende conclusies
over de oorzaak van de burgerdoden". Ambtenaren van het Amerikaans
Ministerie van Defensie zeiden dat getuigenverslagen stelden dat de Afghaanse burgers
gedood waren door granaten van Taliban militanten en dat de militanten
vervolgens de lichamen rond het dorp reden, claimend dat de doden slachtoffers
waren van een Amerikaanse luchtaanval.[3]
Stap 3: "We hebben doden
veroorzaakt, maar dit waren er weinig"
Op 7 mei 2009,
vervolgens, meldde de New York Times dat ambtenaren van de Verenigde Staten
bevestigden dat tenminste sommige van de 100 burgerdoden in West-Afghanistan
veroorzaakt waren door Amerikaanse bommen. Een ambtenaar van het Pentagon zei:
"Het lijkt erop dat tenminste een paar van de slachtoffers veroorzaakt zijn
door de luchtaanvallen". Een andere ambtenaar zei: "Het zou me niet
verbazen als het een mix (van de twee) was", maar hij voegde eraan toe dat
het te vroeg in het onderzoek was om dit met zekerheid te zeggen. In hetzelfde
bericht maakte de Times melding dat de Amerikaanse minister van defensie Robert
Gates zijn excuses aanbood voor het verlies van onschuldige levens. Maar hij
zei: "Het vaak veroorzaken van burgerslachtoffers is een fundamenteel onderdeel"
van de strategie van opstandelingen. "We betreuren ieder - zelfs één-
onschuldig Afghaans slachtoffer", zei hij. Hij herhaalde ook het gerucht dat
hij had gehoord, namelijk dat er verslagen waren dat de slachtoffers mogelijk
veroorzaakt waren door Taliban granaten en niet door Amerikaanse luchtaanvallen.
Maar hij zei dat hij geen bevestiging hiervan had. De Times melde verder in
haar bericht dat ooggetuigen vertelden dat de grondgevechten niet het dorp hadden
bereikten noch daar slachtoffers hadden veroorzaakt. De Taliban hadden zich echter
teruggetrokken naar het dorp en vanuit het dorp de omgeving verlaten. Later
kwamen er vliegtuigen en bommen, maar toen waren de Taliban strijders niet meer
in het dorp. Verder werd er gezegd dat de Taliban niet dergelijke sterke wapens
had om dergelijke aantallen slachtoffers te veroorzaken. De Taliban gooide geen
granaten in de huizen van burgers.
De Amerikaanse minister
van defensie Robert Gates beschuldigde de Taliban daarop van het gebruiken van
burgers als menselijk schild en het veroorzaken van burgerslachtoffers, door
zich te verstoppen tussen degenen die niet vochten. Dit deden ze volgens Gates om
de bevolking te verdelen en op te stoken tegen de overheid en haar Amerikaanse
supporters.[4]
Op 14 mei 2009 meldde de
New York Times dat ambtenaren van de Afghaanse regering het dodental
vaststelden op 147 burgers, en dat een onafhankelijke Afghaanse
mensenrechtenorganisatie er 117 vaststelde. De Times meldde in hetzelfde
bericht dat Amerikaanse ambtenaren in reactie verklaarden dat zelfs een aantal
van 100 al een overdrijving zou zijn, maar dat zij dit nog zouden ondersteunen
met bewijs. Een militaire delegatie van Amerika had de getroffen stad bezocht
en hen was niet geheel duidelijk geworden wat gebeurd was. Bewoners van het
gebombardeerde gebied waren geïnterviewd, en die waren boos geweest over het
feit dat het bombardement plaatsgevonden had nadat de Taliban reeds waren
vertrokken.[5]
|
Bij
de foto's:
Jonge kinderen, slachtoffers van de Amerikaanse luchtaanval in de provincie
Farah op 4 mei 2009, proberen in het ziekenhuis te herstellen van
brandwonden.
|
|
Op 20 mei 2009 kwamen de
Amerikanen met de eerste uitkomsten van haar onderzoek naar buiten. CNN maakte
hier melding van. Volgens het rapport zouden Amerikaanse luchtaanvallen tijdens
het gevecht met de Taliban in het westen van Afghanistan "mogelijk"
ongeveer 30 burgers gedood hebben. In het rapport werd het volgende gezegd: "Over
het algeheel schat het onderzoeksteam dat 60 tot 65 Taliban extremisten zijn
gedood, terwijl er minstens 20 tot 30 burgers mogelijk gedood kunnen zijn
tijdens het gevecht. De onderzoekers gaan door om het slachtofferaantal beter
te bevestigen."[6]
Stap 4: "Er is een
menselijke fout gemaakt, we hebben dit gecorrigeerd voor de toekomst"
Uiteindelijk, op 2 juni
2009, bijna een maand na de gebeurtenis, werd het finale onderzoeksrapport van
Amerika gepubliceerd. Het concludeerde dat het Amerikaanse leger significante
fouten had gemaakt bij de uitvoering van de luchtaanvallen op 4 mei. Een
Amerikaanse ambtenaar meldde uit het rapport dat tientallen Afghaanse burgers daarbij
om het leven waren gekomen, zo zei de New York Times. In hetzelfde Times
artikel werd de ambtenaar geciteerd als zeggende dat het aantal slachtoffers waarschijnlijk
minder was geweest als de Amerikaanse luchtmacht en grondtroepen de regels van
het Amerikaanse leger, die bedoeld zijn om burgerslachtoffers te vermijden,
strikt hadden opgevolgd. Het onderzoek naar de gebeurtenissen van 4 mei had uitgewezen
dat één vliegtuig dat ingezet was om de Taliban-strijders aan te vallen, niet
zoals de regels voorschrijven eerst opnieuw het doelwit had verkend nadat ze
haar eerst aanval had moeten afbreken. De regels zouden dit voorschrijven om te
voorkomen dat bommen losgelaten worden terwijl de vijandelijke strijders al
vertrokken waren en burgers teruggekeerd zouden zijn in het gebied. Een
Amerikaanse ambtenaar verklaarde dat de onderzoekende brigadier-generaal
Raymond Thomas III vastgesteld had dat verschillende aanvallen legitiem waren
geweest omdat er een bedreiging bestond. Maar in verschillende gebeurtenissen
was de luchtaanval niet als de juiste reactie beoordeeld geworden door de
brigadier-generaal, vanwege het risico voor burgerslachtoffers.[7]
Deel 2 van "Media,
propaganda en oorlog" zal de manieren waarop de propaganda strategie "framing" gebruikt
wordt door overheden vandaag de dag een analyse van, en de rol van hedendaagse
media in de propaganda beoordelen in het licht van hun rol in de samenleving.
[1] www.edition.cnn.com/2009/WORLD/asiapcf/05/06/afghan.us.airstrike/index.html?section=cnn_latest
[2] www.msnbc.msn.com/id/30579367/
[3] http://www.nytimes.com/2009/05/07/world/asia/07afghan.html?_r=1
[4] www.nytimes.com/2009/05/08/world/asia/08afghan.html
[5] www.nytimes.com/2009/05/15/world/asia/15farah.html?pagewanted=1
[6] www.cnnwire.blogs.cnn.com/2009/05/20/interim-probe-airstrikes-may-have-killed-up-to-30-afghan-civilians/
[7] www.nytimes.com/2009/06/03/world/asia/03military.html
|