|
Inleiding
De ondergang van de DSB bank was, voor
verschillende redenen, een bijzondere gebeurtenis. Sinds het einde van de
Tweede Wereldoorlog waren namelijk slechts vier andere banken in Nederland
failliet gegaan. In 1966 ging het bankiershuis Teixeira de Mattos failliet. In
1981 de Amsterdam-American Bank. En in 1983 ging de Tilburgsche Hypotheekbank.
In 2005 voegde Van der Hoop Bankiers zich bij dit selecte gezelschap. Deze vier
eerdere bankfaillissementen waren allen relatief klein, echter. Van der Hoop
Bankiers, bijvoorbeeld, beheerde ongeveer €250 miljoen. De DSB bank,
daarentegen, beheerde spaartegoeden van €4,2 miljard, oftewel €4.200 miljoen.
Het faillissement van de DSB bank is derhalve uniek, omdat deze het verreweg
grootste bankfaillissement in de geschiedenis van Nederland is. Het
uiteindelijke faillissement van de DSB bank was al te meer bijzonder omdat dit
plaats gevonden heeft juist in de periode dat de Nederlandse overheid en De
Nederlandse Bank (DNB) alle zeilen bijzetten en tientallen miljarden euro's
beschikbaar maakten om andere Nederlandse banken voor het faillissement te
behoeden.
Maar het meest bijzondere aan de hele
gebeurtenis was natuurlijk de bewering van eigenaar Dirk Scheringa van de DSB
bank, zijnde dat zijn bank niet werkelijk failliet was gegaan maar was
"kapotgemaakt" door de Nederlandse overheid en de DNB. Om deze bewering te
kunnen beoordelen op juistheid, is een analyse noodzakelijk van de
gebeurtenissen die de DSB failliet hebben doen laten gaan.
Tijdslijn van de ondergang
Tot de 1e oktober 2009
behoorde de DSB tot de meest gezonde banken van Nederland. De bank was namelijk
niet betrokken bij de investeringen in de Amerikaanse kredietmarkt waar de
grote verliezen op geleden zijn die de ING bank en ABN AMRO kapot hebben
gemaakt, maar hield zich in hoofdzaak bezig met het verstrekken van leningen en
aan leningen gerelateerde verzekeringen, zoals koopsompolissen. Hiermee
verdiende het in 2006 €28 miljoen, in 2007 €55 miljoen en in 2008 €50 miljoen.
Over het eerste halfjaar van 2009 werd €18 miljoen winst gemaakt.
Waar de bank voorheen vooral als
opmerkelijk succesverhaal in het nieuws komt, wordt vanaf 2009 vooral negatief over
de bank bericht. De bank zou deze winstcijfers realiseren gebruik te maken van
onnadenkendheid en onwetendheid bij klanten, om hen te kunnen verleiden tot het
aangaan van verplichtingen groter dan ze kunnen dragen. De DSB zou dit
ondermeer doen door toekomstscenario's te optimistisch voor te stellen en de
risico's waarvan veel van haar producten gepaard gaan te verdoezelen. Relatief
veel van DSB klanten klagen hierover en zouden op deze wijze in financiële
problemen zijn gekomen. In de meeste rechtszaken die hieruit voortvloeien komt
de DSB vervolgens naar voren als een bank die zich weliswaar grotendeels aan de
wet houdt, maar die de grenzen van de wet steevast opzoekt en deze inderdaad af
en toe overtreedt.
Wanneer verschillende van de ontevreden
DSB klanten zich verenigen in twee verschillende stichtingen, de stichting
Steunfonds Probleemhypotheken en de stichting Hypotheekleed, beginnen voor de
DSB de problemen.
Op de 1e oktober 2009
probeerde Pieter Lakeman van de stichting Hypotheekleed zijn positie in de
onderhandelingen met de DSB te versterken door in een nationaal
televisieprogramma de houders van spaartegoeden bij de DSB op te roepen deze zo
snel mogelijk op te nemen. Zo wil Lakeman de DSB onder druk zetten om een
regeling te treffen met de ontevreden klanten die zich bij zijn stichting
hebben aangesloten. Een oproep als deze is extreem gevaarlijk voor iedere bank,
indien de mensen er gehoor aan geven. De reden hiervoor is dat banken de bij
hen gestalde spaartegoeden nooit allemaal in kas houden. Ze proberen zoveel
mogelijk hiervan uit te lenen tegen rente, en houden altijd slechts een klein
deel in kas zodat als iemand zijn geld komt halen hij dit kan krijgen. Zo
proberen commerciële banken zoals de DSB winst te maken. Als daarom teveel
mensen op hetzelfde moment hun geld terug opeisen van de bank, dan kan deze aan
dit verzoek niet voldoen. Wanneer dit gebeurd dan heet dit een "bankrun". En
tenzij iemand de bank dan komt helpen, gaat deze failliet. Omdat banken een
uitermate belangrijke rol spelen in het economisch systeem van kapitalisme, het
geld dat zij uitlenen stelt namelijk bedrijven in staat om te investeren en
privépersonen in te staat om te consumeren, wordt het gewoonlijk als een grote
misdaad wordt gezien om tot een bankrun op te roepen. Omdat het faillissement
van de banken de capaciteit van bedrijven en privépersonen om te lenen dus wegneemt,
waardoor de economie zou ineenstorten. Centrale banken en overheden verplichten
banken daarom gewoonlijk ook om tussen de 3% en 10% van de uitstaande
spaartegoeden in kas te houden, zodat het risico geminimaliseerd wordt dat de
bank iemand die zijn geld wil hebben niet kan betalen. Hiernaast snellen centrale
banken en overheden gewoonlijk met hulp toe indien een bankrun dreigt te
ontstaan tegen een specifieke bank, door de bank dan geld te lenen of door de
spaartegoeden bij de betrokken bank te garanderen. Zodat de gemoederen van de
mensen tot rust komen en zij hun spaartegoeden bij de bank laten in plaats van
elkaar te verdringen in een poging deze op te nemen.
Desalniettemin kreeg de oproep van Lakeman
voor een bankrun tegen de DSB veel media aandacht, en deden de Nederlandse
overheid en de Nederlandse centrale bank de Nederlandse Bank (DNB) feitelijk
niets hiertegen. Verder dan een woordelijke verwerping van de handeling van
Lakeman kwamen Minister van Financiën Wouter Bos en de voorzitter van de DNB
Wout Nellink niet. Ze stelden zich echter niet garant voor de spaartegoeden die
mensen bij de DSB uitstaande hadden, zoals ze eerder voor de ING en ABN AMRO
wel hadden gedaan toen een bankrun tegen dezen driegde. En ze boden de DSB ook
geen extra leningen aan om haar te helpen een mogelijke bankrun te weerstaan.
De combinatie van media aandacht en de
afwezigheid van effectief handelen door de Nederlandse overheid en de DNB
resulteerde erin dat de oproep van Lakeman inderdaad een bankrun tegen de DSB
veroorzaakte. Op de 1e oktober hadden de uitstaande spaartegoeden
bij de DSB een waarde van omstreeks €4,2 miljard, oftewel €4.200 miljoen.
Direct na de oproep van Lakeman werd hiervan €88 miljoen opgenomen. De volgende
dag dinsdag 2 oktober werd nog eens €101 miljoen opgenomen. Gevolgd door €128
miljoen op woensdag 3 oktober. Hierna nam de snelheid van de bankrun tegen DSB
af, maar tot en met 8 oktober bleven iedere dag significante bedragen van
tientallen miljoenen euro's opgenomen worden van de spaartegoeden bij de DSB[1].
Met de stichting Steunfonds
Hypotheekproblemen, daarentegen, kwam de DSB al snel tot een akkoord over hulp
aan gedupeerde klanten. Onder deze overeenkomst zou de DSB een schadevergoeding betalen aan klanten die hun hoog
opgelopen hypotheeklasten niet langer konden dragen, en met hen een
betalingsregeling treffen. Maar toen de DSB dit akkoord op 8 oktober
voorlegde aan de DNB, weigerde deze ermee akkoord te gaan. De DNB stond de DSB
niet toe het akkoord met de stichting Steunfonds Hypotheekproblemen ten uitvoer
te brengen. De reden die de DNB hiervoor gaf was een vrees dat een akkoord
tussen de DSB en haar ontevreden klanten ook andere banken zou dwingen een
akkoord te sluiten met hun ontevreden klanten, waardoor die andere banken
mogelijk in de problemen zouden komen. "(De) DNB
vreesde voor precedentwerking voor andere banken die ook te dure
hypotheekproducten hebben verkocht, werd mij gezegd", zei woordvoerder
Hendrickx van de stichting Steunfonds
Hypotheekproblemen[2].
Op de 11e oktober daagde de
DNB de DSB vervolgens voor het gerecht. Tussen de 1e en de 11e
oktober was in totaal omstreeks 20% van de spaartegoeden bij de DSB opgenomen,
ruim €620 miljoen, en de DNB wilde derhalve de controle krijgen over de DSB. Om,
zo verklaarde de DNB, te voorkomen dat de DSB ten onder zou gaan. Maar de DSB
verweerde zich hiertegen en zei dat zij inderdaad met een grote vraag naar geld
te maken had gehad, maar dat zij nog immer in staat was aan haar verplichtingen
te voldoen. De DSB beklaagde zich feitelijk tegenover de DNB omdat deze haar
verboden had om geld te lenen van een speciale rekening bij de Europese
Centrale Bank (ECB). Gewoonlijk mocht de DSB hier €1,8 miljard lenen, maar de
DNB had dit bedrag plotseling beperkt tot €1,0 miljard. Een opmerkelijke stap
door de DNB omdat centrale banken gewoonlijk middels extra leningen proberen te
voorkomen dat een bank failliet gaat. In dit geval van de DSB deed de DNB dus
juist het tegenovergestelde. Op het moment dat de DSB met een bankrun
geconfronteerd werd, beperkte de DNB de capaciteit van de DSB om te lenen. De
DNB rechtvaardigde zichzelf door te verklaren dat zij dit gedaan had uit angst
dat de DSB failliet zou gaan.
De rechtbank oordeelde uiteindelijk in
het voordeel van de DSB, overtuigd als zij was op dat moment dat de DSB
inderdaad nog in staat was aan haar verplichtingen te voldoen[3].
Deze uitspraak door de rechter bracht
de DNB ertoe om samen met de Nederlandse overheid een speciaal overleg te
organiseren over de DSB. Voor dit geheime overleg werden nog vijf andere banken
in Nederland uitgenodigd, te weten ING, ABN AMRO, Fortis, SNS en Rabobank, maar
niet de DSB zelf. Medewerkers van het Ministerie van Financiën en de DNB lekten
nieuws over dit geheime overleg echter naar de media[4]. En nadat de media over
dit geheime overleg berichtten brak nieuwe paniek uit onder de rekeninghouders
bij DSB. Waardoor tussen 11 en 12 oktober opnieuw een bankrun tegen de DSB op
gang kwam. Ditmaal werd €44 miljoen opgenomen, en dit werd de DSB teveel. Na
deze verdere bankrun was de DSB niet meer in staat om aan haar kortlopende
verplichtingen te kunnen voldoen, waardoor de rechter op 12 oktober besloot om
haar eerdere oordeel ongedaan te maken en de DSB onder curatele te stellen bij
de DNB[5].
Uitstroom spaargeld bij DSB, in €
miljoen
Bron: NRC Handelsblad
De curatele bij de DNB betekende feitelijk
dat een begin werd gemaakt met het failliet verklaren van de DSB. De eigenaren
van de DSB probeerden dit nog te voorkomen door oplossingen te vinden voor het
gebrek aan cash geld bij de bank, zoals dat was geresulteerd uit de bankrun
tussen 1 en 12 oktober.
Als eerste probeerden de eigenaren van
de DSB een faillissement te voorkomen door de bank te verkopen. In Nederland
was geen van de banken geïnteresseerd in een overname van de DSB. Maar in het
buitenland kon wel een geïnteresseerde partner gevonden worden: het Amerikaanse
investeringsfonds Lone Star. De DNB stelde echter zware eisen aan Lone Star.
Als Lone Star de DSB inderdaad over wilde nemen dan moest ze van de DNB direct:
1.
€300 miljoen ter
beschikking stellen aan de DSB, zodat deze een voorschot zou kunnen betalen aan
rekeninghouders van de DSB van maximaal euro 3000 per rekeninghouder;
2.
Nog eens €50 miljoen
ter beschikking stellen aan de DSB, zodat deze haar operationele kosten zou
kunnen dekken;
3.
Nog eens €5 miljard
(€5.000 miljoen) ter beschikking stellen aan DSB, zodat deze zeker aan haar
verplichtingen tegenover haar spaarrekeninghouders zou kunnen voldoen;
4.
Nog eens €300 miljoen
ter beschikking stellen aan de DSB, zodat deze haar eigen vermogen zou kunnen
versterken.[6]
Vooral eis nummer 3 wekt hierbij
bevreemding, omdat er bij de DSB op dat moment nog maar €3,6 miljard (€3.600
miljoen) aan spaartegoeden uitstonden[7]. Oftewel, klanten konden
nog maar maximaal €3,6 miljard (€3.600 miljoen) van de DSB eisen. Dat de DNB
desalniettemin van Lone Star een garantiestelling eiste van €5 miljard (€5.000
miljoen) was excessief.
Lone Star haakte vanwege deze eisen dan
ook af als geïnteresseerde partij in de DSB, waarna de eigenaren van de DSB met
een nieuw reddingsplan op de proppen kwamen. Onder dit "Plan B" moesten klanten
met een achtergesteld deposito hun spaargeld omzetten in aandelen van de DSB. Hierdoor
zouden de schulden van de DSB bij spaarders afnemen met omstreeks €100 miljoen.
DSB eigenaar Dirk Scheringa zou dan zelf zorgen voor een extra kapitaalinjectie
van €140 miljoen in de DSB. De Nederlandse overheid werd gevraagd ook €100
miljoen in te brengen. Op deze manier zou de DSB weer over voldoende liquide
middelen beschikken en niet meer in gevaar zijn. Maar minister Bos van het
Ministerie van Financiën weigerde het voorstel omdat volgens hem de DSB een bedrijf was
"dat niet levensvatbaar is"[8].
Dit was feitelijk een opmerkelijke bewering
van minister Bos. De DSB bank was namelijk niet in problemen gekomen omdat het
een bedrijf was wiens operaties niet levensvatbaar zijn. De DSB was niet door
eigen operationeel falen in de problemen gekomen, maar door twee bankruns. Tot
het moment van deze bankruns waren de activiteiten van de DSB altijd
winstgevend geweest. En het feit dat de DSB in staat was om in 10 dagen tijd,
tussen 1 en 11 oktober, ruim €620 miljoen bijeen te brengen, toont aan dat de
bank in gezonde staat verkeerde op het moment dat de bankruns tegen haar op
gang werd gezet. Dit was bijna 20% van de bij haar uitstaande tegoeden. Er is
zo goed als geen bank die zoveel cash geld ter haar beschikking heeft staan.
Maar de DSB had dit. Bovendien had minister Bos slechts enkele maanden eerder
nog tientallen miljarden euro's beschikbaar gesteld aan andere Nederlandse
banken, die wel door verkeerde bedrijfsvoering - veel te grote investeringen in
de kredietmarkt in Amerika - aan de rand van de afgrond waren gekomen. Op dat
moment was de "levensvatbaarheid" van de banken geen kwestie voor hem geweest.
Levensvatbaar of niet, die banken wilde hij koste wat kost overeind houden.
Maar omdat de overheid dus weigerde om
de DSB €100 miljoen te lenen, kon ook het zogenoemde Plan B geen doorgang
vinden. De rechter verklaarde de DSB daarom op maandag 19 oktober, 2009,
failliet.
De ondergang verklaard
In het proces van ten onder gaan van de
DSB vallen een aantal momenten aan te halen die cruciaal zijn geweest. Zij zijn
de redenen dat de DSB failliet is gegaan:
- De DNB weigerde een oplossing voor het conflict
tussen DSB en sommigen van haar klanten, uit angst dat dit andere
Nederlandse banken in de problemen zou brengen.
- Dit conflict tussen de DSB en sommigen van haar
klanten bracht Pieter Lakeman ertoe op te roepen tot een bankrun tegen de
DSB. Deze bankrun bewoog DSB richting de afgrond.
- Op het moment van de bankrun beperkte de DNB de
leencapaciteit van de DSB, waardoor de DSB dichter bij de afgrond.
- Het Ministerie van Financiën en de DNB lekten
vervolgens een geheim overleg over de DSB naar de media, waardoor een
tweede bankrun werd opgewekt. Deze deed de DSB over de afgrond tuimelen.
De Nederlandse overheid en de DNB
hebben dus een belangrijke rol gespeeld in de ondergang van de DSB. Zij hebben
de DSB niet geholpen op het moment dat een bankrun tegen haar werd
georganiseerd, en eenmaal deze bankrun op gang kwam hebben zij handelingen
ondernomen die deze bankrun aanmoedigden, en die de DSB de mogelijkheid ontnamen
om met de bankrun om te gaan.
De ondergang geanalyseerd
Er is één ding dat opvalt in al de
verklaringen die zijn gedaan door de bij de ondergang van de DSB betrokken
partijen. Dit is dat zij allen werkelijke oorzaken voor de ondergang negeren.
Minister Bos verklaarde bijvoorbeeld
dat de DSB failliet was gegaan omdat het te weinig geld in kas had, geen
mogelijkheden kende om vers kapitaal aan te trekken, en met veel claims van
boze klanten kampte[9].
Dit is een misleidende opmerking omdat al de beweringen weliswaar correct zijn,
maar geen van allen is de werkelijke reden dat de DSB ten onder is gegaan. Dat
de DSB geen geld meer in kas had is correct, maar dit was het resultaat van de bankrun
georganiseerd tegen de bank, door Pieter Lakeman en medewerkers van het
ministerie van minister Bos. Dat de DSB geen mogelijkheden meer had om vers
kapitaal aan te trekken is ook correct, maar dit kwam eerst en vooral doordat
de DNB de mogelijkheid voor de DSB om geld te lenen ernstig beperkte door haar
toegang tot de leenfaciliteit van de ECB te beperken van €1,8 miljard tot €1,0
miljard. En dat de DSB veel boze klanten kenden is ook correct, maar het was
wederom de DNB die een akkoord tussen de DSB en veel van deze klanten ter
oplossing van deze kwestie, torpedeerde.
Dit niet spreken over de ware oorzaken
voor de ondergang van de DSB, en het verhullen van de ware oorzaken voor de
ondergang van de DSB door schijnoorzaken te presenteren als verklaring voor de
gebeurtenis, is een handeling die verdacht maakt. Dit zijn handelingen,
namelijk, van degene die de ware oorzaken willen verhullen.
Dit doet het vermoeden rijzen dat de
Nederlandse overheid en de DNB tezamen welbewust de handelingen hebben genomen
die de DSB failliet hebben doen laten gaan: het niet stoppen van de bankrun,
het weder opwekken van de bankrun, het beperken van de leenfaciliteit van de
DSB op het moment van de bankrun, en het tegenwerken van een oplossing voor het
probleem tussen de DSB en haar klanten. Motieven bij de overheid hiervoor zijn eenvoudig
te vinden. De Nederlandse overheid is immers de effectieve eigenaar van ING en
ABN AMRO sinds zij deze banken met tientallen miljarden heeft gesteund om hen
overeind te houden. De ondergang van de DSB betekent een belangrijke concurrent
minder voor deze twee banken. En ten minste een deel van de miljarden spaargeld
die bij de DSB uitstonden zullen nu bij de ING en ABN AMRO zijn ondergebracht.
En dan is er natuurlijk nog de kwestie van misleiding van klanten door de DSB.
De DNB zelf verklaarde dat zij geen oplossing wilde voor deze kwestie om te
voorkomen dat ook andere banken een akkoord met hun klanten zouden moeten
sluiten. En die andere banken zouden daardoor in de problemen kunnen komen.
Ondertussen is bekend geworden naar welke banken de DNB op dat moment
refereerde: ING en ABN AMRO blijken van dezelfde praktijken gebruik te hebben
gemaakt als de DSB[10]. De DNB, met andere
woorden, probeerde ING en ABN AMRO te beschermen en wilde daarom een oplossing
voor de DSB en haar klanten voorkomen.
Dit plaats in een geheel ander licht de
opmerking van Pieter Lakeman, die in een radio-interview naar aanleiding van
het faillissement van de DSB zei: "Ik zag vreugde in de ogen van Bos (na het
faillissement van de DSB)"[11]. En het is derhalve
onterecht om, zoals minister Bos deed, de opmerking "ik ben kapot gemaakt" van
DSB eigenaar Dirk Scheringa af te doen als lege woorden ingegeven door
teleurstelling. De feiten tonen namelijk aan dat in deze woorden een kern van
waarheid schuilgaat.
[1]
www.nrc.nl/economie/DSB/article2384696.ece/Klassieke_bankrun_werd_DSB_fataal
[2]
www.nrc.nl/economie/DSB/article2385283.ece/Wellink_hield_akkoord_met_DSB_tegen
[3]
www.zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BJ9939&u_ljn=BJ9939
[4] www.trouw.nl/nieuws/nederland/article2889652.ece/Rijksrecherche_onderzoekt_DSB-lek.html
[5]
Ibidem noot 3
[6]
www.zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BK0570&u_ljn=BK0570
[7]
www.nrc.nl/economie/DSB/article2385380.ece/Voorlopig_bevroren_bij_DSB_3%2C6_miljard
[8]
www.volkskrant.nl/economie/article1304597.ece/
[9] www.fd.nl/artikel/13404455/lakeman-missie-volbracht
[10] www.nrc.nl/economie/DSB/article2387680.ece/AFM_80_procent_provisie_is_heel_normaal
[11]
www.radio1.nl/contents/9209-pieter-lakeman-ik-zag-vreugde-in-de-ogen-van-bos?autostart=10585
|