|
In het jaar na het verdrag van Hoedaibiya stuurde de Profeet (saw) afgevaardigden naar de leiders, koningen en keizers van nabij gelegen landen. Onder deze personen die werden vermaand waren de keizers van Perzië en Byzantium, de twee supermachten van die tijd. Een andere afgevaardigde van de Profeet (saw), Hatib ibn Abie Baltaa, droeg de boodschap over aan Al Moeqawqis, de heerser over de Kopten van Egypte. Egypte was op dat moment een provincie van het Byzantijnse Rijk maar had aanzienlijk veel autonomie. Al Moeqawqis combineerde zowel religieuze autoriteit als de politieke autoriteit.
In de brief van de Profeet (saw) aan Al Moeqawqis stond:
"In de naam van Allah, De Genadevolle, De Barmhartige. Van Mohammed ibn Abdoellah aan Al Moeqawqis, de leider van de Kopten. Vrede aan degenen die de juiste Leiding volgen. Ik wil de boodschap van Islam aan u verkondigen. Accepteer Islam en u zult veilig zijn. Accepteer Islam en Allah zal u dubbel belonen. Mocht u zich afkeren van Islam, dan bent u verantwoordelijk voor de Kopten. O mensen van de eerdere openbaringen, laten wij allen een overeenstemming bereiken op basis van een billijke overeenkomst. Dat is dat wij onderling niets zullen aanbidden behalve Allah, en dat we nooit Goddelijkheid aan iets anders toekennen en dat niemand van ons aan iemand de status van Heer geeft naast Allah. Als zij weigeren, zeg dan tegen hen: wees getuige dat wij ons onderwerpen aan Allah."
Al Moeqawqis plaatste de brief van de Profeet (saw) in een doos gemaakt van ivoor, en hij verzegelde deze doos. Hij liet iemand van zijn volk komen die Arabisch kon schrijven en hij antwoordde als volgt:
"In de naam van God, De Genadevolle, De Barmhartige. Aan Mohammed ibn Abdoellah van Al Moeqawqis. Vrede. Ik heb uw brief gelezen en ik heb de inhoud ervan begrepen en wat u van mij heeft gevraagd. Ik wist voorzeker dat er nog een Profeet gezonden zou worden, maar ik dacht dat hij zou verschijnen in Syrië. Ik heb mijn gastvrijheid aan uw afgevaardigde verleend en ik stuur u twee dienstvrouwen die alom gerespecteerd worden onder de Kopten. Ik schenk u ook kleren en een rijdier. Vrede zij met u."
Al Moeqawqis accepteerde Islam niet. Al Moeqawqis beschreef aan Hatib bepaalde kenmerken waarvan hij wist dat deze kenmerken zouden toebehoren aan de laatste profeet. Hatib bevestigde dat Mohammed (saw) aan de beschrijving van Al Moeqawqis voldeed. Al Moeqawqis legde uit dat zijn volk het advies van hem om de Profeet Mohammed (saw) te volgen en om moslim te worden niet zou accepteren. Al Moeqawqis vertelde tevens aan Hatib dat hij de discussie niet aan iemand moest doorvertellen omdat hij het moeilijk vond om zijn koninkrijk op te geven. Tevens zei Al Moeqawqis dat Islam zich zeker naar Egypte zou verspreiden. Hij gaf vervolgens wat goud en kleren aan Hatib als een persoonlijke gift.
Toen Hatib terug kwam in Medina vertelde hij de Profeet (saw) over het gesprek tussen hem en Al Moeqawqis en de giften die hij had gekregen. De Profeet (saw) zei dat de man vreest voor zijn autoriteit niet zal standhouden.
Deze brief van Profeet Mohammed (saw) aan Al Moeqawqis werd lange tijd bewaard in het klooster Achmim (of in het Engels "Akhmim") in Egypte. Een Franse orientalist stal de brief daar vandaan. Khalifa Abdoelmaadjid kocht de brief vervolgens van deze Franse orientalist voor 300 britse ponden en nam hem op in de archieven van de Islamitische Staat Al Khilafa.
|