|
Op de 28ste juni van 2004 werd de wereld medegedeeld dat de coalitie van westerse landen die Irak bezette en regeerde na de Amerikaans invasie van dat land de "soevereiniteit" over Irak teruggeven had aan de het volk van Irak zelf. Met soevereiniteit wordt bedoeld dat het volk van Irak zelf beslissingen kan nemen en haar toekomst mag kiezen. Waar voor ruim een jaar Amerikaans gezant Paul Bremmer de touwtjes in handen hield in Irak, het land regeerde, wetten uitvaardigde en achter gesloten deuren de contracten uitdeelde voor de wederopbouw voor Irak na 2 oorlogen en ruim 10 jaar van nietsontziende sancties tegen dat land en haar bevolking (welke in tegenstelling tot wat beweerd wordt vooralsnog volledig uit Irakese olieopbrengsten gefinancierd wordt), is de macht symbolisch overgedragen geworden op de door de Amerikanen en Britten aangestelde premier voor Irak, Ayyad Allawi. Men dient te zeggen symbolisch, want de realiteit is dat er vooralsnog ruim 150.000 manschappen van vreemde mogendheden (voornamelijk Amerika) gelegerd zijn in Irak. De praktijk is derhalve dat het althans voorlopig nog de Verenigde Staten is die de werkelijke macht in Irak in handen heeft. In het licht van dit feit is het interessant om de man te introduceren in wiens handen deze macht geconcentreerd zal zijn, de ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika in Irak. Deze persoon zal leiding gaan geven aan de grootste ambassade van de VS in de wereld met ruim 3000 voltijd medewerkers en zal gezien de militaire aanwezigheid van de VS in Irak werkelijk het beleid gaan bepalen. Deze man, our man in Iraq, is John Negroponte: John Dimitri Negroponte is geboren geworden de 21ste juli 1939 te Londen, Verenigd Koninkrijk, als zoon van Dimitri John Negroponte, een Grieks scheepsmagnaat, en broer van Nicholas Negroponte, professor Media technologie aan het Instituut voor Technologie van Massachusetts. Echter, hij groeide op te Manhattan, New York (Verenigde Staten) alwaar de Negroponte's na de tweede wereld oorlog gingen wonen. John Negroponte ging hier naar de Tony Buckley High School, al waarnaar hij met zich wendde tot de Phillips Exeter Academie in New Hampshire. Ondanks zijn activiteiten als lid van de Societeit der Debat behaalde hij uiteindelijk in 1960, op zijn 21ste reeds, zijn universitaire graad Recht aan de Universiteit van Yale. Negroponte spreekt vijf talen waaronder Vietnamees en Grieks. Na zijn studietijd trad John D. in dienst bij het Amerikaans Ministerie voor Buitenlandse Zaken, waarvoor hij werk heeft verricht in Azië, Latijns-Amerika en Europa. Zo was John Negroponte van 1971 tot 1973 zaakgelastigde voor Vietnam bij de Nationale Veiligheidsraad (National Security Counsil) ten tijde van het presidentschap van Henry Kissinger. Van '81 tot '85 was Negroponte reeds voor een eerste maal ambassadeur voor de VS, in Honduras. Het was een rol die hij later ook nog in Mexico (1989-1993) en op de Filippijnen (1993-1996) zou vervullen, en nu dus in Irak. Verder valt nog te vermelden dat hij van 2001 tot aan zijn aanstelling in Irak ambassadeur van de VS is geweest bij de verenigde Naties in New York (2001-2004). Honduras 1981-1985 Toen Negroponte tussen 1981-85 ambassadeur in Honduras was woedde er in dit land, evenals in de rest van Latijns-Amerika in de tachtiger jaren van de vorige eeuw, oorlog tussen de Communistische beweging de "Sandinista's" en de Kapitalistische beweging bekend als de "contra's" (daar zij vochten tegen de naar revolutie strevende Sandinista's en dus contra-revolutionair waren; de contra's). In het verlengde van dit verschijnsel dat zichtbaar was in geheel Latijns-Amerika kende Honduras een interne strijd tussen de pro-contra Generaal Gustavo Alvarez Martínez en de gekozen Socialistische, en dus meer tolerante ten opzichte van de Sandinista's, regering van president Roberto Suazo Córdova. Formeel was de macht in Honduras in de handen van president Córdova. Echter, de Verenigde Staten steunden de contra-beweging in hun strijd tegen de Sandinista's door geheel Latijns-Amerika financieel en militair. In Honduras betekende dit dat de VS op de hand was van Generaal Alvarez, als gevolg waarvan deze het in Honduras effectief voor het zeggen had. Generaal Alvarez had, onder andere gezien de bewondering die hij uitsprak over de wijze waarop het militair regime in Argentinië met subversieven (oftewel communisten) omging, de aandacht op zich weten te vestigen van de Amerikaans ambassadeur in Honduras, Jack Binns. Het is een algemeen bekend feit dat de subversieven in Argentinië op grote schaal verdwenen, waarbij de geprefereerde methode waarop het regime zich van deze mensen ontdeed was door hen uit een helikopter te gooien boven het oerwoud, van enkele tientallen meters hoogte. Alvarez verklaarde de "Argentijnse Methode" toe te willen passen in Honduras. Maar buiten dit kwamen in het Honduras van Generaal Alvarez steeds meer berichten van grove schendingen van de menselijkheid door het leger naar buiten, klachten vanuit de eigen bevolking betreffende verkrachting, foltering en moord, waarvoor schijnbaar enkel de verdenking van communistische sympathieën voldoende was. Bekend was ook dat Argentijnse militaire adviseurs in Honduras aanwezig waren, voor advies aan Alvarez zijn gewapende troepen. Ambassadeur Jack Binns, aangesteld door Amerikaans president Jimmy Carter, stelde deze gebeurtenissen en daarmee de relatie VS versus Honduras (generaal Alvarez) in het licht van deze geruchten ter discussie in het Amerikaans Congres. Toen Ronald Reagan aan de macht kwam in 1981 werd Binns in reactie op zijn verklaringen betreffende het gedrag van de door de VS gesteunde troepen in Honduras als ambassadeur vervangen door Negroponte. In 1995 deed de Baltimore Sun openbaring dat Negroponte bij zijn indiensttreding uitgebreid gebriefed was geweest over de situatie in Honduras, inclusief de schendingen van de mensenrechten aldaar[1]. Ondanks deze berichten uit Honduras worden de banden tussen de Verenigde Staten en het militair bewind in Honduras na het vertrek van Binns alleen maar hechter. De militaire hulp van de VS aan Honduras schiet omhoog van $3,9 miljoen dollar in 1980 tot $77,4miljoen in 1984, waarvan het meerendeel op ging aan het garant stellen van de loyaliteit van het Hondurees leger in de strijd tegen populaire Sandinista beweging. De planning, het geld en de wapens voor deze oorlog stroomden vanuit Washington Honduras binnen, maar werd in werking gesteld door de pro-Amerikaanse bewegingen aldaar, het leger en de contra's. Het kleine landje (6.8 miljoen inwoners) werd zo volgestouwd met Amerikaans wapentuig en militairen dat men gekscherend sprak van de 'USS Honduras', alsof het land een Amerikaans oorlogsbodem was. Nu ook kwam de kans voor Generaal Alvarez om zijn "Argentijnse methode" tot bloei te brengen door het opzetten van het beruchte Bataljon 316. Leden van Bataljon 316 werden naar de beruchte "School of the Americas" gevlogen in Fort Benning, Georgia (VS) om lessen te volgen in "opsporing en ondervraging"[2]. Later volgden ook trainingen voor deze eenheid in Honduras zelf door de CIA en Argentijnse militairen. Vanaf de opvolging van Binns door Negroponte namen ontvoeringen, verdwijningen en martelingen hand over hand toe, veel daarvan aangeduid als het werk van dit Bataljon 316. De Rol van Amerika's Ambassadeur Vrijwel iedere dag stonden de Hondureese kranten vol met berichten over het geweld van de militairen en paginagrote advertenties met foto's van de vermisten. Voormalig Hondurees congreslid Efrain Diaz Arrevillaga verklaarde onder andere in The Baltimore Sun dat hij verschillende malen met Amerikaanse diplomaten, onder wie Negroponte, heeft gesproken om iets te doen aan het geweld van de militairen: "maar zij deden er niets aan en zwegen". Het overgrote deel van de slachtoffers waren "studenten die demonstreerden voor het vrijlaten van politieke gevangenen, vakbondsleiders die stakingen organiseerden voor hogere lonen, journalisten die kritiek hadden op de militairen en docenten die een redelijk schoolgeld eisten voor de armen". Verder bezocht in mei 1982 een non die eerder 10 jaar in El Salvador had gewerkt, genaamd zuster Laetitia Bordes, Honduras om opheldering te vragen omtrent de verdwijning van dertig Salvadorese nonnen en gelovige vrouwen die in 1981 waren gevlucht naar Honduras vanwege de moord op aartsbisschop Oscar Romero in El Salvador. Zuster Bordes confronteerde Negroponte met de verdwijning maar deze beweerde dat de ambassade van niks wist. Wederom The Baltimore Sun wist in 1996 naar buiten te brengen dat de ambassade van de Verenigde Staten in Honduras van de verdwijning van deze groep op de hoogte was. Ze waren gearresteerd en gefolterd door het DNI, de geheime politie van Honduras, en vervolgens vanuit helikopters hun dood tegemoet naar beneden geworpen, zo had Jack Binns aan de krant verklaard[3]. De rapportages die kwamen uit de Amerikaanse Ambassade schetsten omtrent de mensenrechtensituatie in Honduras een geheel ander beeld. Hierin werd vermeld: "erop aandringend dat er geen politieke gevangenen in Honduras zijn" en dat "de overheid van Honduras noch vergeeft, noch bewust een moord van politieke- of apolitieke aard toelaat." Toenmalige ambtenaar Rick Chidester, die onder Negroponte diende op de ambassade, zegt dat hij opdracht kreeg om alle meldingen van marteling en executies te verwijderen uit de opstelling van zijn rapport in het jaar 1982 over de mensenrechtensituatie in Honduras. Verder is bekend geworden dat begin 1984 twee Amerikaanse huurlingen, Thomas Posey en Dana Parker, contact op hebben genomen met Negroponte. Zij verklaarde aan hem dat zij wapens aan de contra's wilde leveren, hoewel het Congres van de verenigde Staten verdere militaire hulp had afgewezen en verboden. Bepaalde documenten tonen aan dat Negroponte de twee persoonlijk in contact bracht met de Hondureese gewapende strijdkrachten. Dit feit kwam reeds negen maanden later aan het licht, in 1985. Toenmalig president van de VS Ronald Reagan ontkende uiteraard het bestaan van deze contacten. Al met al was het resultaat van deze door de Verenigde Staten ondersteunde campagne dat 10.000 stierven in Honduras enkel als gevolg van de militaire operaties tegen de communisten, en vele malen meer mensen zijn gefolterd en gemarteld geworden. John Negroponte heeft altijd volgehouden van sommige van deze feiten op de hoogte te zijn geweest maar altijd gevochten te hebben voor herstel van de mensenrechten in Honduras. Voor zijn dienst werd hij beloond met een verdere carrière binnen Buitenlandse Zaken. Generaal Alvarez zag zich voor zijn hulp aan de Verenigde Staten beloond met het "Legion of Merit" (Kruis van Verdienste), een hoge Amerikaanse onderscheiding. Het moment waarop John Negroponte in Irak in dienst treedt komt verbazend veel overeen met het moment waarop hij in Honduras aan de slag ging. In beide gevallen kwamen vlak voor zijn aantreden meer en meer verslagen naar buiten over de misstanden die plaats hadden in het land in kwestie en over de dubieuze rol die de Verenigde Staten speelden in de affaire. In Honduras speelde John Negroponte zijn rol voortreffelijk en werden deze berichten zoveel mogelijk onder het tapijt geveegd, genegeerd en ontkent, zodat het Amerikaans optreden niet verantwoord hoefde te worden. De aanstelling van John Negroponte nu als ambassadeur van de Verenigde Staten in Irak laat daarmee duidelijk zien waar de prioriteiten liggen voor de Amerikaanse overheid. In tegenstelling tot wat zij altijd verkondigd behoort tot deze prioriteiten duidelijk niet de belangen van het volk van Irak, want daden zeggen meer dan duizend woorden. -------------------------------------------------------------------------------- [1] The Baltimore Sun: "When a waive of torture and murder staggered a small US ally, truth was a casualty", 11 juni 1995; alsmede "Torturer's confessions", 13 juni 1995; alsmede "A survivor tells her story", 15 juni 1995; alsmede : "A carefully crafted deception", 18 juni 1995; alsmede "Former envoy to Honduras says he did what he could: US Embassy fought rights abuses, reported facts, Negroponte says", 15 december 1995, www.baltimoresun.com [2] Ghali Hassan: "Ambassador to Death Squads: Who is John Negroponte?" , 4 juni 2004, www.counterpunch.com [3] William Rivers Pitt: "I Remember John Negroponte", 17 juli 2004, www.americanpolitics.com
|