zaterdag 11 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Islam arrow De bronnen van inkomsten voor de Islamitische Staat
De bronnen van inkomsten voor de Islamitische Staat Afdrukken E-mail
woensdag 23 juni 2010

 

Inleiding tot deverantwoordelijkheden voor de Islamitische Staat

 

Islam heeft de Islamitische Staat Al Khilafa veel en belangrijkeverantwoordelijkheden gegeven. Op de Islamitische Staat rust bijvoorbeeld deplicht om de Sjari'a, de wetgeving geopenbaard door Allah (swt), in allebereiken van het leven ten uitvoer te brengen:

"Het oordeel komt alleen Allah toe. Hij beveelt datjullie alleen Hem dienen. Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensenweten het niet." (Ziede vertalingen van de betekenissen van de Koran, soera Joesoef 12, vers 40)

Deze verantwoordelijkheid vereist van de Islamitische Staat ondermeerdat deze zichzelf organiseert om dit mogelijk te maken. Dit betekent dat mensenin posities van leiderschap benoemd moeten worden; dat een ambtenarenapparaatopgesteld moet worden om de beslissingen van de mensen in posities vanleiderschap uitgevoerd te krijgen; dat rechtbanken opgericht moeten worden enrechters worden aangesteld; dat politiediensten opgericht en uitgerust moetenworden om erop toe te zien dat de wetten en de verordeningen van de mensen inposities van leiderschap nageleefd worden; et cetera. De Islamitische Staat isverplicht om alles te realiseren dat noodzakelijk is om de plicht van regerenmiddels de Sjari'a na te kunnen komen. Dit vanwege het (fiqhi) principe:"Wat noodzakelijk is om een plicht te vervullen, is in zichzelf verplicht".

De Islamitische Staat is verder ook verplicht om te zorgen voor een sterken goed uitgerust leger:

 "En maakt alle mogelijkestrijdkrachten en vastgehouden paarden gereed, waarmede gij de vijand van Allahen uw vijand en anderen buiten hen, die gij niet kent, doch die Allah kent,moogt afschrikken." (Zie de vertalingen van de betekenissen van de Koran,soera Al Anfaal 8, vers 60)

"En bestrijdt hen, totdat er geen vervolging meer is en degodsdienst alleen voor Allah wordt. Maar indien zij (met strijden) ophouden,dan is er geen vijandelijkheid meer toegestaan, behalve tegen de onderdrukkers(dhaalimien)." (Zie de vertalingen van de betekenissen van de Koran, soeraAl Baqara 2, vers 193)

In de moderne tijd kan enkel een staat een leger oprichten dat vijandenangst inboezemt, omdat de uitrusting van een dergelijk leger immense kosten metzich meebrengt. Deze kosten zijn zo groot geworden dat geen enkel individu, enzelfs geen groep individuen, dit nog voor elkaar kan krijgen. Daarom is deIslamitische Staat verplicht om hiervoor zorg te dragen. Hiervoor is hetondermeer noodzakelijk dat de Islamitische Staat een militaire industrie oppoten zet die de wapens kan vervaardigen die een sterk en goed uitgerust legernodig heeft. Dus vanwege genoemde verzen is het ook een plicht op de Staat omte zorgen voor de ontwikkeling van deze militaire industrie.

Naast deze plichten die expliciet in de Islamitische bronnen vanwetgeving genoemd worden, kent de Islamitische Staat nog vele implicieteverantwoordelijkheden. De impliciete verplichtingen zijn de verplichtingen dieresulteren uit het feit dat Islam aan de Islamitische Staat de algemene zorg voorde Oemma heeft gegeven. De Boodschapper van Allah (saw) heeft namelijk gezegd: "Iedervan jullie is een herder. En ieder van jullie zal ondervraagd worden over (hetwelzijn van) zijn kudde. Een heerser is ook een herder en hij zal ondervraagdworden over (het welzijn van) zijn kudde." (Boechari, Moeslim). DeBoodschapper van Allah (saw) heeft ook gezegd: "Een heerser die, metcontrole over de zaken van de moslims, niet vol overgave werkt om hen beter temaken en hen in oprechtheid te dienen, die zal niet samen met hen het Paradijsbetreden." (Moeslim). En: "Als Allah iemand de verantwoordelijkheidgeeft over de zaken van de oemma (oftewel, Hij maakt hem hun leider) enhij negeert hun rechten, onthoudt hen toegang tot hem en is nalatig voor watbetreft hun behoeften, Allah zal zijn smeekgebeden niet beantwoorden noch zijnwensen werkelijkheid maken, en Hij zal op de Dag des Oordeels onverschilligtegen hem doen." (Aboe Dawoed, At Tirmidhi). Hij (saw) heeft ook gezegd: "Hetis niet toegestaan om schade te berokkenen, noch om het toe te staan dat schadeberokkend wordt" (Ibn Maadja) en "Wie anderen schade berokkend, Allahzal hem schade berokennen. En wie anderen overbelast (met taken enverplichtingen), Allah zal hem overbelasten." (Al Haakim). De IslamitischeStaat is dus verplicht om te zorgen voor het welzijn van de moslims en om henin staat te stellen hun behoeften te bevredigen. Islam heeft dit echter nietonbeperkt gelaten maar heeft duidelijk gemaakt voor precies welke behoeften deKhilafa de bevrediging moet garanderen. Hiervoor heeft de Boodschapper vanAllah (saw) gezegd: "De zoon van Adam (as) kent geen groter recht daneen huis waarin hij mag verblijven, een stuk kleed waarmee hij zijn naaktheidmag bedekken, en een stuk brood en wat water." (At Tirmidhi).Het zijn dus de essentiële behoeften van de mens waarvoor de Khalifa tenopzichte van zijn onderdanen verantwoordelijk is.

Het moge duidelijk zijn dat een gezonde economie noodzakelijk is ombevrediging van de essentiële behoeften van de mens te kunnen realiseren. Endus kent de Islamitische Staat de impliciete plicht om er voor te zorgen dat deeconomie van het land ontwikkeld wordt in al haar facetten, zowel deinfrastructuur, de zware en lichte industrie en de landbouw. De IslamitischeStaat moet streven economische onafhankelijk van de rest van de wereld, wtabetekent dat zij alles dat zij nodig heeft zelf kan produceren, omdat hieruiteconomisch welzijn resulteert.

Zowel om de de plicht op het militaire vlak na te kunnen nakomen, alsom de plicht op het gebied van economie na te kunnen komen, is het noodzakelijkdat de bevolking hoog opgeleid en gezond is. Dit betekent dat het kosteloosverzorgen van onderwijs en het bieden van kosteloze ziekenzorg ook een plichtis op de Islamitische Staat.

Om de Islamitische Staat in staat te stellen al dezeverantwoordelijkheden na te kunnen komen heeft Islam de Islamitische Staat eenaantal bronnen van inkomsten gegeven. Deze bronnen van inkomsten voor de IslamitischeStaat Al Khilafa zullen in het nu volgende geïntroduceerd worden.

 

Charadj

De Islamitische Staat Al Khilafa mag belasting heffen over deopbrengsten van het land dat hetzij door oorlog, hetzij door overeenkomst, voorIslam geopend is. Deze heffing draagt de naam charadj. Het bewijs voorde rechtmatigheid van charadj als bron van inkomsten voor de Islamitische Staatis het volgende vers:

"Wat Allah aan Zijn boodschapper heeft gegeven als buit van het volkvan de stadsgebieden, is voor Allah en Zijn boodschapper en voor de naastefamilieleden en de wezen en de armen en de reiziger, opdat het niet alleen inomloop moge zijn tussen de rijken onder u. En wat de boodschapper u ook mogegeven, neemt het en wat Hij u ook verbiedt, onthoudt u daarvan. En vreestAllah, zeker, Allah is streng in het straffen. Een deel behoort aan de armevluchtelingen die van hun huizen en hun eigendommen zijn verdreven, terwijl zijde genade van Allah en Zijn welbehagen zochten en Allah en Zijn boodschapperhielpen; dit zijn de waarachtigen. En degenen die zich in de stad hebbengehuisvest en(anderen) vóórgingen in het geloof, hebben diegenen lief, die tothen de toevlucht nemen, en gevoelen geen behoefte in hun hart aan hetgeen hungegeven wordt, zij geven anderen de voorkeur boven zichzelf, al verkeren zijzelf in armoede. En wie voor zijn eigen vrekkigheid wordt behoed, hij isvoorzeker geslaagd. En degenen die na hen kwamen, zeggen: ‘Onze Heer, vergeefons en onze broeders, die ons voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok inons hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! Gij zijt inderdaad Liefderijk,Genadevol'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera AlHasjr 59, vers 7 - 10)

 

De Islamitische Staat kan charadj vaststellen als heffing op het landzelf, in welk geval deze ieder maanjaar betaald zal moeten worden. DeIslamitische Staat kan charadj ook vaststellen als een heffing op de opbrengstvan het land, in welk geval deze over iedere oogst betaald zal moeten worden.

De precieze waarde die betaald zal moeten worden als charadj wordtbesloten door de Khalifa, zo blijkt uit de Soenna, de handelingen van de Choelafa'aar Rasjiddien (Rechtegleide Kaliefen) en de consensus onder metgezellen (idjma'aoes sahaba). Hij behoort experts aan te stellen die het land beoordelen opvijf factoren, te weten:

-         devruchtbaarheid van het land;

-         hetgeen datwordt geoogst op het land;

-         de kwaliteiten kwantiteit van hetgeen op het land geoogst kan worden;

-         de methodewaarop het land geïrrigeerd wordt (onderscheidt wordt gemaakt tussen land dat opnatuurlijke wijze wordt geïrrigeerd en land dat door de mens geïrrigeerd wordt);en

-         de locatievan het land ten opzichte van de markt waar goederen verhandeld worden.

Al deze vijf punten van beoordeling beïnvloeden namelijk het voordeeldat resulteert uit het land. Khalifa ‘Oemar ibn al Chattab (ra) benoemde alsexpert voor de vaststelling van de charadj voor het gebied van Koefa tot deTigris-rivier ‘Oethman bin Hanief. En voor de gebieden voorbij de Tigris-rivierHoedhayfa ibn al Jamaan. Op basis van hun mening werden verschillende gebiedenverschillend belast, afhankelijk van de vijf genoemde punten van beoordeling.‘Oethman bin Hanief stelde de charadj in het gebied Sawad vast op twee dirham(€1,25) voor een baal gerst, vier dirham (€2,50) op een baal graan, zes dirham(€3,75) op een baal suikerriet, acht dirham (€5,00) op iedere dadelpalm en 10dirham (€6,25) op druiven en twaalf dirham (€7,50) op olijven. De experts moetenzich bij hun advies aan de Khalifa over de waarde van de charadj laten leidendoor de zoektocht naar rechtvaardigheid. Oftewel, enerzijds moet de betalersvan de heffing geen onrecht aangedaan worden, in de zin dat zij meer moetenbetalen dan zij redelijkerwijs kunnen dragen; en anderzijds moet dat de staatskas(Bayt oel Mal) geen onrecht aangedaan worden, in de zin dat zij minderbinnenkrijgt dan haar recht is. In de praktijk betekent dit dat de charadjvastgesteld behoort te worden op basis van de minst optimistische van deredelijke inschattingen van de waarde van het land. Dit, omdat in geval van de zakaatde Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "Verminder de inschatting,want in bezit is erfenis, degene die beïnvloedt is door koud weer, en hetmislukken van de oogst, en natuurrampen." (Tirmidhi, An Nasa'i). Dezeinstructie zal ervoor zorgen dat de waarde van de chardj de eigenaren van hetland in staat zal stellen de opbrengst van het land drie bestedingen te geven:de betaling van de charadj, het onderhoud van zijn gezin en het sparen voor de toekomst.

 

Djiziya

De Islamitische Staat mag ook djiziya heffen op de niet-moslims die in deIslamitische Staat willen leven (Ahl oel Dhimma). Het bewijs voor derechtmatigheid van de djiziya is het volgende vers:

"Bevecht degenen die niet gelovenin Allah en de Laatste Dag, en die niet verbieden hetgeen Allah en Zijnboodschapper hebben verboden, die niet de religie van de waarheid belijden,zijnde de mensen van het boek, totdat zij met de hand u de djiziya betalen enzich daarmee onderdanig maken." (Zie de vertaling van de betekenissen vande Koran, soera At Tauba 9, vers 29)

Uit de Soenna blijkt dat de Islamitische Staat de plicht heeft dedjiziya te vorderen van de niet-moslim volwassen mannen van gezond verstand diein de Islamitische Staat willen wonen. De staat heeft dus geen recht op djiziyavan kinderen, krankzinnigen of vrouwen. De waarde van de djiziya is afhankelijkvan de rijkdom van de niet-moslim onderdaan van de Islamitische Staat. Derijken onder hen behoren meer te betalen dan de middenklasse, die op hun beurtweer meer behoren te betalen dan de arme mensen met een inkomen. De armenzonder inkomen zijn niet djiziya-plichtig, want indien iemand recht heeft op financiëlebijstand van de Islamitische Staat wordt zijn verplichting tot djiziyaopgeheven. De reden hiervoor is dat Allah (swt) zegt:

"En Allah belast geen ziel boven haarvermogen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera AlBaqara 2, vers 233)

De waarde van de djiziya die de Boodschapper van Allah (saw) en de Choelafa'ana hem de mensen oplegden was ook niet een vast bedrag. De waarde van dedjiziya is overgelaten aan de interpretatie (ijtihad) van de Khalifa. Hij moet bij de bepaling van de preciezewaarde van de djiziya de welvaart mee in overweging nemen. Hij mag de Dhimmi's namelijkniet bezwaren met iets dat zij niet kunnen dragen, maar tegelijkertijd mag hijde staatskas niet middelen onthouden waar deze recht op heeft.

Toen de Boodschapper van Allah (saw) Moe'adh bin Djebel (ra) naar Jemenstuurde, droeg hij (saw) deze op: "Neemeen dinar op het hieraan gelijke in m'afir (kledingstoffen) van iederevolwassene van de Ahl oel Dhimma." (Boechari). Khalifa ‘Oemar ibn alChattab (ra) vroeg vier dinar, oftewel 17 gram goud, van de rijken van Egypteen Jordanië, Libanon, Palestina en Syrië; twee dinar van de middenklasse en ééndinar van de armen met inkomen. Hij droeg hen tevens op de soldaten van demoslims van voedsel te voorzien, en om gastvrijheid te tonen tegenover demoslims. In euros vertaalt zich dit bij de huidige waarde van goud tot ongeveer180 euro per jaar voor de rijken, 90 euro per jaar voor de middenklasse, en 45euro per jaar voor de armen. Hiernaast vroeg Khalifa ‘Oemar ibn al Chattab (ra)achtenveertig dinar van de rijken van Irak (1.960 euro); vierentwintig dirhamvan de middenklasse (1.480 euro) en twaalf dirham van de armen met inkomen (740euro).

In ruil voor de betaling van djiziya garandeert de Islamitische Staathaar niet-moslim onderdanen bescherming van eer en bezit, en de vrije uitoefeningvan hun religie.

 

De opbrengsten van hetpubliek bezit

Bezit is gedefinieerd als de toestemming van Allah (swt) een bepaaldgoed of dienst te gebruiken. Dit betekent dat de dingen die Allah (swt) demoslims verboden heeft te gebruiken, zoals alcoholische drank en verdovendemiddelen die de werking van het verstand beïnvloeden, ook niet in het bezit vande moslims mogen zijn. Betreffende het bezit maakt Islam onderscheid tussenprivaat bezit en publiek bezit. Dit verschil uit zich in de rechten die voortvloeienuit het bezit. In het geval van privaat bezit bestaat er een toestemming vanAllah (swt) om een goed te benutten, en ook een toestemming om de benutting vanhet goed door anderen te beperken. Met andere woorden, in geval van privaatbezit mag de bezitter het goed gebruiken zoals hij wil, binnen de grenzengesteld door Islam, en anderen ervan weerhouden het goed te gebruiken. Ook inhet geval van publiek bezit bestaat er een toestemming van Allah (swt) om eengoed te benutten, echter geen toestemming om de benutting van het goed dooranderen te beperken. Publiek bezit, met andere woorden, is een bezit datgedeeld wordt door al de moslims. Ieder van de moslims mag het feit dat publiekbezit is benutten, maar niemand van hen mag anderen ervan weerhouden om hetpubliek bezit te benutten.

Het publiek bezit valt in drie categorieën uiteen. Ten eerste omvat hetpubliek bezit de openbare voorzieningen waar de samenleving als geheel vanafhankelijk is. Het bewijs hiervoor is de hadieth van de Boodschapper van Allah(saw): "De moslims delen in drie dingen: water, vuur en weidegrond".(Aboe Dawoed). Tegelijkertijd, namelijk, is uit de Sonna bekend dat deBoodschapper van Allah (saw) individuele moslims wel toe stond om specifiekebronnen van water te bezitten, bijvoorbeeld nadat zij de bron zelf uitgediepthadden om water te bereiken. Dit betekent dat dehadith spreekt over de zaken zoals bronnen van water en energie, en weidegrond,waar de samenleving als geheel van afhankelijk is. Bronnen van water mogen namelijkwel individueel bezit zijn als de samenleving niet van deze bronnen afhankelijkis. Maar als de samenleving van de bron van water afhankelijk is, dan delen demoslims in dit bezit. De hadith zet daarom de regel uiteen dat hetgeen waarvande samenleving afhankelijk is behoort tot het publiek bezit. De openbarevoorzieningen zoals de (drink)watervoorziening en de elektriciteitsvoorzieningvallen hieronder.

Ten tweede, ook valt onder het publiek bezit al de feiten waarvoorgeldt dat als gevolg van hun schepping, de benutting van het feit nietredelijkerwijs kan worden beperkt. Hiermee worden feiten bedoeld zoalsrivieren, kanalen, zeeën en de wegen. Want ook van deze feiten is degemeenschap afhankelijk. En als bijvoorbeeld een deel van een rivier privaatbezit zou worden van een individu, dan zou gans de rivier, ook het deel datniet in privaat bezit is, haar nut verliezen. De rivier zou niet meer alstransportroute benut kunnen worden, wanneer deze door een stuk privaat bezit intweeën gesneden is. En als een chemische fabriek een deel van een rivier inprivaat bezit zou nemen en zou benutten als afvalplaats, dan zou hierdoor gansde rivier verpest worden. Dus de gemeenschap zou dan iets verliezen waar zijafhankelijk van is. De algemene regel die uit de hadieth "De moslims delenin drie dingen: water, vuur en weidegrond" afgeleid wordt, zijnde dathetgeen waarvan de samenleving afhankelijk is behoort tot het publiek bezit, isdus ook van toepassing de feiten waarvoor geldt dat de benutting ervan niet redelijkerwijskan worden beperkt ten gevolge van hun schepping. Dus de rivieren, kanalen,zeeën, wegen, maar ook de moskeeën en de ziekenhuizen.

Ten derde omvat het publiek bezit de natuurlijke mineralen die zich inongewonnen staat in de grond bevinden en waarvan de hoeveelheid niet preciesvast te stellen valt. Te denken valt aan feiten zoals olie, goud, uranium,ijzererts, et cetera, wanneer zij zich nog in ongewonnen staat in de grondbevinden. Het bewijs hiervoor is hadieth waarin de Boodschapper van Allah(saw) aan Abyadh ibn Hammal een stuk land met daarin een zoutmijn schonk, toendeze daarom vroeg. Iemand die hierbij aanwezig was zei echter tegen deBoodschapper van Allah (saw): "Weet u wat u hem geschonken heeft? U heeft hem al‘oedd geschonken". Daarop nam de Boodschapper van Allah (saw) het stuk landterug van Abyadh ibn Hammal. (At Tirmidhi). Al ‘oedd is letterlijk "eenoneindige bron van water". Omdat de zoutmijn dezelfde eigenschap had, namelijkdat de precieze hoeveel zout niet vast te stellen omdat deze zo groot was, namde Boodschapper van Allah (saw) Abyadh zijn private bezit af en maakte hij(saw) het tot publiek bezit. Echter, eenmaal deze mineralen uit de grondgewonnen zijn en precieze hoeveelheden vast te stellen valt dan kunnen de mineralenprivaat bezit worden.

Het publieke bezit is eigendom van de Oemma, maar valt onder deverantwoordelijkheid van de Staat. De Islamitische Staat heeft deverantwoordelijkheid voor het beheer van de publieke goederen toegewezengekregen. Ze is daarmee verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat deze feitenten gunste van de gemeenschap benut worden. Oftewel, dat het voordeel dat dezegoederen realiseren ingezet wordt ten voordele van de Oemma. De winsten dieresulteren uit bijvoorbeeld de delving, verwerking en verkoop van de mineralenals olie en aardgas, goud en zilver, uranium en cobalt, komen dus ten gunstevan de staatskas. Deze winsten zijn het voordeel dat resulteert uit de publiekegoederen en dienen daarom gebruikt te worden op een manier die de gemeenschapten goede te komt. De manier waarop de Staat deze inkomsten benut is naar haareigen goeddunken, zolang maar de verantwoordelijkheid voor de IslamitischeStaat, te weten de zorg voor haar onderdanen en Islam, ermee gediend wordt. Hetmag geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van andere mijnen of bronnen. Hetmag ook verdeeld worden onder de gemeenschap in de vorm van uitkeringen. En hetmag op enigerlei andere wijze ingezet worden ten bate van de gemeenschap enIslam, zoals voor de bouw van scholen, wegen en overige infrastructuur; voor deoprichting van labaratoria voor het mogelijk maken van wetenschappelijkonderzoek; voor politie en defensie; et cetera.

 

Overige bronnen van inkomstenvan de Islamitische Staat

De oorlogsbuit (al anfaal of al ghanaa'im) is één van deoverige bronnen van inkomsten voor de Islamitische Staat. Oorlogsbuit ishetgeen de vijanden van de moslims op het slagveld aan bezittingen achterlaten.Tot de oorlogsbuit behoort ook het bezit dat de vijanden van de moslims aan demoslims overhandigen als onderdeel van een vredesovereenkomst. Deze oorlogsbuitwerd altijd naar de Boodschapper van Allah (saw) gebracht, die dan oordeeldeover hoe deze oorlogsbuit gebruikt werd. Met andere woorden, de oorlogsbuitwerd ter beschikking gesteld aan de Boodschapper van Allah (saw) in zijnfunctie als leider en aanvoerder van de moslims.

"Zij vragen u omtrent de oorlogsbuit. Antwoord: ‘De oorlogsbuitbehoort aan Allah en de boodschapper'..." (Zie de vertaling van debetekenissen van de Koran, soera Al Anfaal 8, vers 1)

Voor wat betreft de verdeling van de oorlogsbuit bestaat er geenspecifiek voorschrift. De leider mag de oorlogsbuit naar eigen inzichtverdelen. Het bewijs hiervoor is het feit dat de Boodschapper van Allah (saw)op verschillende momenten de oorlogsbuit verschillend verdeelde. Na de Slag bijBadr verdeelde de Boodschapper van Allah (saw) de gehele oorlogsbuit onder demoslims die hadden gevochten. Hij gaf de bereden soldaat drie delen en devoetsoldaat één deel. Maar bij de Slag van Hoenain, daarentegen, kreeg iederesoldaat het bezit van degene die hij had gedood. Na de slag tegen Bani Nadhier,daarentegen, verdeelde hij (saw) de volledige oorlogsbuit onder deMoehadjiroen. De Ansaar kregen, met uitzondering van Sahl bin Hoenaif (ra) enAboe Dadjaana (ra) die vanwege hun armoede vroegen om een deel van de buit,niets. Dit was de praktijk ten tijde van de Boodschapper van Allah (saw), alsook ten tijde van de Rechtgeleide Kaliefen (ra) na hem.

In de huidige tijd is het aannemelijk dat de Khalifa zal besluiten omde oorlogsbuit niet te verdelen onder de soldaten, maar om deze in zijn geheelop te nemen in de Bayt oel Mal. Dit is daar tegenwoordig de soldaten nietlanger hun eigen wapens meenemen naar het slagveld, zoals in de tijd van deBoodschapper van Allah (saw) het geval was, maar door de Staat van uitrustingworden voorzien. Ook verzorgt de Staat hun onderhoud, en betaalt het hun eensalaris, terwijl in de tijd van de Boodschapper van Allah (saw) de soldatenvoor zichzelf zorgden of voor elkaar.

De schatten (al rikaz), oftewel de waardevolle spullen die dooreerdere generaties begraven zijn, die gevonden worden behoren toe aan degenedie ze vindt. Maar de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "Er isbelasting van eenvijfde op de begraven schatten (al rikaz)". (Maalik).

Hetzelfde geldt voor de hoeveelheden edele metalen (al ma'adin)die gehaald worden uit de kleine voorraden in de aarde die in privaat bezitkunnen zijn. Hierover heeft de Boodschapper van Allah (saw) gezegd: "En inde soeyyoeb is eenvijfde". ‘Ali ibn Aboe Taalib (ra) zei: "Hij(de Profeet) zei: ‘De soeyyoeb zijn de goud- en zilveraderen die onder de grondbegraven zijn'." (Ibn Qoedama in zijn Al Moeghni).

Indien ambtenaren zich op illegale wijze geld toegeëigend hebben, danmoet hen dit afgenomen worden. Illegaal is ondermeer omkoping, omdat deBoodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "De vloek van Allah is op dedegene die omkoopt en degene die omgekocht wordt." (Aboe Dawoed). Het ismensen die in dienst zijn van de Staat ook verboden om tegelijkertijd in dienstte zijn bij ondernemingen om hun positie in de Staat te gebruiken ten voordele vandeze onderneming. Hetgeen de Islamitische Staat in navolging van deze wetgevingconfisceert gaat in de Bayt oel Mal en wordt zo onderdeel van de middelenwaarover de Staat beschikt.

Bezittingen die ambtenaren door fraude hebben verkregen moetengeconfisceerd worden door de Staat. Dit wordt gedaan door het bezit vanambtenaren vast te stellen op het moment dat zij in dienst treden. Hierna moetin de gaten worden gehouden hoe hun bezit zich ontwikkelt over de periode datzij in dienst van de Staat zijn. Als dit meer toeneemt dan mogelijk is gezienhet salaris voor de ambtenaar, en als de ambtenaar geen rechtvaardiging heeftvoor deze toename in zijn bezit (zoals partnerschap in een commerciëleonderneming of het bezit van landbouwgrond) dan moet deze toename geconfisceerdworden door de Staat. Dit is bijvoorbeeld wat Khalifa ‘Oemar ibn al Chattab(ra) deed bij Aboe Soefyan toen deze met twee zadeltassen vol geld terugkeerdeuit Asj Sjaam, na een bezoek aan zijn zoon Moe'awiyya die daar de gouverneur (wali)voor de Khalifa was. Khalifa ‘Oemar (ra) vertrouwde de zaak niet en Aboe Soeyankon zichzelf niet verklaren, daarom nam Khalifa ‘Oemar (ra) het geld in beslagen liet dit toevoegen aan de staatskas.

Confiscatie van bezit van individuen door ambtenaren is verboden indiende ambtenaar geen geldige reden (zoals de heffing van een boete) heeft. Watgeconfisceerd is zonder geldige reden moet teruggegeven worden aan derechtmatige eigenaar, degene van wie het in eerste instantie genomen is. Maarals de rechtmatige eigenaar niet achterhaald kan worden dan gaat dit bezit inde staatskas en moet de Khalifa dit benutten ten voordele van Islam en demoslims.

Indien mensen hun bezit hebben laten toenemen op manieren die door deSjar'ia verboden zijn, zoals het uitlenen van geld met rente of handel inalcohol, dan moet de winst op deze activiteiten geconfisceerd worden door deStaat. Dit bezit gaat in de staatkas. Enkel voor hetgeen door rente verkregenis geldt dat dit terug gegeven moet worden aan degene van wie het in eersteinstantie genomen is. Maar als deze niet achterhaald kan worden dan gaat ookdit bezit in de staatskas en moet de Khalifa dit benutten ten voordele vanIslam en de moslims.

Als iemand overlijdt zonder dat er iemand is die van hem mag erven, dangaat zijn bezit over op de Staat omdat de Boodschapper van Allah (saw) heeftgezegd: "Ik heb meer recht om voor de gelovige te zorgen dan hijzelf heeft.Dus wie er ook sterft en een schuld of kinderen nalaat, de verantwoordelijkheid(om hiervoor te zorgen) is op mij. En wie er ook sterft en bezit nalaat, dit isvoor zijn erfgenamen. En ik ben de beschermer van degene die geen familieledenheeft om hem te beschermen. Ik erf zijn rijkdom en verlos hem van ellende."(Boechari, Moslim, At Tirmidhi). De Khalifa is de opvolger van de Boodschappervan Allah (saw) in het regeren met Islam over de mensen en het zorgen voor hetwelzijn van Islam en de moslims. En als zodanig gaat deze hadith na de dood vande Boodschapper van Allah (saw) over op hem. Het bezit van degene die geenerfgenamen heeft gaat daarom in de staatskas en de Khalifa moet dit benuttenten voordele van Islam en de moslims.

 

Belastingen

Indien de inkomsten uit de hierboven genoemde bronnen niet voldoendezijn voor de Islamitische Staat om haar verplichtingen na te kunnen komen, danheeft zij het recht om belastingen te heffen op de moslims. Het bewijs hiervooris de hadieth van de Boodschapper van Allah (saw) waarin deze zegt: "Het isniet toegestaan om schade te berokkenen, noch om het berokennen van schade toete staan." (Ibn Maadja, Daraqoetni). Islam heeft de Islamitische Staat dusverplicht om belastingen te heffen op de moslims indien de Staat niet genoeggeld heeft om haar verplichtingen na te komen. De belastingen moeten de Staatdan in staat stellen om haar verplichtingen wel na te komen.

Deze belasting moet geheven worden over het bezit van de moslims. Omprecies te zijn, over het bezit dat de hoeveelheid die noodzakelijk is voor eengewoon leven te boven gaat. oftewel het surplus aan bezit van een individu. Hetbewijs hiervoor is het feit dat Islam het individu heeft geleerd om voorzichzelf te zorgen, dan voor de mensen onder zijn verantwoordelijkheid, dan voorde rest van zijn familie, en dan voor de andere mensen. De Boodschapper vanAllah (saw) heeft gezegd: "Begin met jezelf wanneer je sadaqa (liefdadigheid)geeft. Als er dan nog iets overblijft, [geef dan] je gezin. Als er dan nog ietsoverblijft, [geef dan] je familie. Als er dan nog iets overblijft, doe dan alsvolgt: geef aan degenen voor je en aan degene rechts van je en aan degenenlinks van je." (Moeslim). Dit betekent dat een persoon aan zijn eigenbehoeften moet denken, en aan de behoeften van zijn gezin en familie. En alsdan nog iets overblijft van zijn bezit moet hij dit weggeven aan anderen. Allah(swt) heeft ook gezegd:

"Zij vragen jouw wat ze zouden moeten geven. Zeg: ‘Geef wat wat overis gebleven (al ‘arfoe)." (Zie de vertaling van de betekenissen van deKoran, soera Al Baqara 2, vers 219)

De belasting mag daarom enkel geheven worden over het surplus aan bezitvan een moslims, zijnde hetgeen hij over heeft na al de noodzakelijke uitgavengedaan te hebben. Het mag niet geheven worden over zijn bezit, en ook niet overzijn inkomen.

 

Slotwoord

Dit waren de voornaamste bronnen van inkomsten voor de IslamitischeStaat Al Khilafa, zoals gedefinieerd door Islam. Er kunnen een aantalopmerkingen geplaatst worden in reactie op dit alles.

Ten eerste, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt hoort de zakaatniet tot de bronnen van inkomsten voor de Islamitische Staat. De reden hiervooris dat de besteding van zakaat is voorgeschreven door Allah (swt). Allah (swt)heeft acht categorieën bepaald waaraan de zakaat uitgegeven mag worden. Dezenzijn:

   1 De behoeftigen (al foeqaraa)
   2 De mensen in extreme armoede (al masakien)
   3 Degenen die betrokken zijn bij inning en verdeling van zakaat (al aamilien)
   4 Degenen wiens harten nog niet volledig gewonnen zijn voor Islam (moeallafat oel qoelboeb)
   5 Slaven die vrijgekocht kunnen worden (ar riqaab)
   6 Degenen die schulden hebben (al ghaariniem)
   7 Gestrande reizigers (ibn oes sabiel)
   8 Djihaad

 

Islam heeft de Islamitische Staat dus weliswaar verantwoordelijkgemaakt voor organisatie van heffingen en verdeling van de zakaat, maar niethet recht gegeven om de zakaat te gebruiken voor het nakomen van de verplichtingenop haar. Zakaat maakt het echter wel eenvoudiger voor de Islamitische Staat omsommigen van de verplichtingen op haar- zoals bijvoorbeeld de bestrijding armoede- na te komen.

Ten tweede, Islam staat haar Staat niet toe om de in het westengebruikelijke belastingen als BTW en accijnzen te heffen over goederen ofdiensten. Import- en exportheffingen zijn eveneens verboden, omdat deBoodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "Degene die importheffingen heftzal het Paradijs niet betreden." (Ahmed, Ad Daarimi). Islam voorkomt zo desluikse confiscatie van grote delen van het inkomen van de mensen door deoverheid.

Ten derde, Islam minimaliseert het beroep dat door de Staatgedaan moet worden op de inkomsten van de mensen. Islam doet dit ondermeer doorde minerale rijkdommen het eigendom te maken van al de burgers en deIslamitische de opdracht te geven deze te gebruiken ten voordele van de burgers.Hierdoor wordt namelijk de voornaamste behoefte aan middelen en inkomsten bijde Staat bevredigd.

Ten vierde, wanneer Islam zich tot de mensen wendt om de activiteitenvan de Staat te financieren dan is draagkracht het uitgangspunt. Bij de bepalingvan de heffing heeft Islam het verplicht gemaakt om rekening te houden met debehoeftes van de mensen, zodat de heffingen de bevrediging van de behoeftesniet schaadt. Oftewel, zodat betaling van de heffingen niet ertoe zal leidendat de mensen hun behoeftes niet meer kunnen bevredigen.

En ten vijfde en laatste, Islam staat de praktijken die in hetwesten gebruikelijk zijn, zijnde om voor wat betreft belastingheffing de nietop arbeid gebaseerde inkomsten van individuen sterk te bevoordelen ten opzichtevan de op arbeid gebaseerde inkomsten van individuen; en om de rijkeren in desamenleving te ontzien in de belastingheffing door het zwaartepunt in debelastingfheffing te plaatsen bij de lagere- en middeninkomens, niet toe.

 

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"...Wij hebben u het Boek neergezonden, alles verklarend, als leiding, barmhartigheid en blijde tijding voor hen die zich onderwerpen." [zie de vertaling van de betekenissen van de Koran Al-Nahl: 89]
Hadith

Thawbaan overleverde dat de gezant (saw) heeft gezegd. "De naties staan om het punt om jullie aan te vallen net zoals hongerige een bord met eten aanvallen." Iemand vroeg de gezant: "Komt dat omdat wij in de minderheid zullen zijn gezant van Allah?" De gezant antwoordde: 'Wel nee! Jullie zullen met zijn velen zijn, Jullie zullen op uitschot van een vloeistof lijken. Allah zal de vrees uit de boezems van de ongelovigen wegnemen en Allah zal in jullie harten 'wahn' werpen.' Iemand vroeg de gezant (saw): 'en wat betekent 'wahn', gezant van Allah?' De gezant antwoordde: 'wahn' betekent: 'hechten aan het leven en verafschuwen van de dood."  (Overgeleverd door Aboe Dawoed en Ahmed.)

over hadith..