vrijdag 18 mei 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Achtergrond arrow De geschiedenis van de kapitalistische kolonisatie van het Midden-Oosten (3)
De geschiedenis van de kapitalistische kolonisatie van het Midden-Oosten (3) Afdrukken E-mail
zondag 19 september 2010

 

Het eerste deel van de artikelenserie "De geschiedenis van de kapitalistische kolonisatie van het Midden-Oosten" besprak het begin van deze kolonialisatie eind 19e eeuw, tot omstreeks 1950. De belangrijkste spelers in dit proces, Groot-Brittannië, Amerika en Frankrijk, werden hier geïntroduceerd.

In het tweede deel van de artikelenserie werd vervolgens de periode 1950 - 1970 behandeld. In deze periode werden de Fransen door Groot-Brittannië en Amerika op een zijspoor gezet in het Midden-Oosten, en werd het conflict om macht en belangen tussen Groot-Brittannië en Amerika alsmaar gewelddadiger. Rond 1970 waren de Britse en Amerikaanse invloeden in het Midden-Oosten grotendeels geconsolideerd. De meeste gebeurtenissen sinds 1970 waren daarom hoofdzakelijk Britse danwel Amerikaanse plannen om van hun bestaande invloed gebruik te maken, in plaats van om veranderingen in de bestaande invloeden teweeg te brengen (alhoewel dit laatste nog steeds wel gebeurde). In dit derde en laatste deel zal ingegaan worden op de belangrijkste gebeurtenissen sinds 1970 en zal de huidige relatie van de belangrijkste landen in het Midden-Oosten met de koloniale machten Groot-Brittannië en Amerika uiteengezet worden.

 

Syrië sinds 1970

Met Hafidh Al Asad aan de macht in Syrië was het land een agent voor Amerika in de regio. Syrië werd zo onderdeel van het Amerikaans plan om de Amerikaanse invloed in het Midden-Oosten uit te breiden. In 1967 gaf Al Asad in opdracht van Amerika de controle over de Golan Hoogte aan de zionistische bezettingsstaat (Israël). De Golan Hoogte is een verhoogd plateau dat uitziet over Palestina, Syrië en Jordanië en dat daarom een belangrijk strategisch punt is in het gebied. De Syrische soldaten die gepositioneerd waren op de Goland Hoogte hoorden hun president op de radio zeggen dat zij na zware gevechten met de Israëlies gedwongen waren geweest zich terug trekken van hun posten, waardoor de Hoogte in Israëlische handen was gevallen. Daarop trokken de soldaten, die op dat moment nog geen Israëlische soldaat gezien hadden, zich maar terug van de Golan Hoogte, deze over latend aan het Israëlische leger.

Na begin van de Libanese burgeroorlog, in 1975, drong Amerika er binnen de Verenigde Naties op aan om het Syrische leger naar Libanon te sturen als VN vredesmacht, om zo aan de burgeroorlog een einde te kunnen maken.  Daarop trok het Syrische leger in 1976 Libanon binnen, om het vervolgens tot 2005 bezet te houden. Zo bracht Amerika middels Syrië ook Libanon onder haar invloedssfeer.

Als agent van Amerika handelde Al Asad in conflict met de belangen en de wensen van het Syrische volk. Al Asad versterkte daarom de militaire en civiele inlichtingendiensten, bracht hen onder leiding van directe familieleden of andere Alewieten, en maakte van Syrië één van de ergste dictaturen in de wereld. Minstens 15 inlichtingendiensten houden continue alles in het land in de gaten, onder andere elkaar. De onderdrukking van het volk van Syrië culmineerde in februari 1982 in de Slachting van Hama. De Moslimbroederschap had in de jaren voorafgaand aan de Slachting van Hama verschillende pogingen tot coup gedaan tegen het regime van Al Asad. Toen de mensen van Hama onder leiding van de Moslimbroederschap openlijke rebelleerden tegen Al Asad stuurde hij het leger naar de stad onder aanvoering van zijn broer Rifaat Al Asad. Het leger bombardeerde de stad plat en vermoorde daarbij tussen de 30.000 en 40.000 mensen. Al Asad schijnt vol trots te hebben verklaard dat hij de moslims van Hama door de "gehaktmolen" had gehaald.

Niet veel later, in 1983, ondernam Rifaat Al Asad, die de Slachting van Hama geleid had namens het regime, een poging tot coup tegen zijn broer Hafidh Al Asad. Frankrijk probeerde hierdoor de invloed in Syrië over te nemen van de Amerikanen. Dit gebeurde op het moment dat Hafidh Al Asad in het ziekenhuis verbleef wegens hartproblemen. Troepen loyaal aan Rifaat Al Asad trokken Damascus binnen, hopende van de afwezigheid van Hafidh al Asad gebruik te maken. Maar troepen loyaal aan Hafidh al Asad hielden de coup poging tegen. Niet lang daarna wist Hafidh Al Asad te herstellen, voordat Rifaat zijn positie had weten te versterken, en de macht terug in handen te nemen. Rifaat werd daarop uit alle posities van macht en invloed gemanouvreerd. Uiteindelijk, in 1986 vluchtte Rifaat naar Frankrijk.

In 2000 overleed Hafidh Al Asad onverwacht. Amerika duwde daarom Basjier al Asad naar voren om de volgende president van Syrië te worden. Madeleine Albright, op dat moment Secretary of State (minister van buitenlandse zaken) van Amerika zei: "Het is belangrijk dat Basjier al Asad de mantel overneemt, zodat het transitieproces geweldloos kan verlopen". Echter, Basjier al Asad had op dat moment nog niet de leeftijd die de Syrische grondwet eist van de president (40 jaar). Direct na de dood van Hafidh werd daarom de grondwet aangepast en werd de van de president geëiste leeftijd 34 jaar, wat op dat moment precies de leeftijd van Basjier al Asad was. Onder Basjier al Asad is Syrië altijd een loyale Amerikaanse agent gebleven.

 

Egypte sinds 1970

Na de dood van Djamal ‘Abdoel Nasser in oktober van 1971 probeerde Groot-Brittannië nogmaals haar invloed in Egypte terug te krijgen. De Amerikaanse invloed in Egypte was op dat moment grotendeels opgehangen aan de persoon Nasser, en zijn dood zorgde derhalve voor een machtsvacuüm in het land. Onder het mom van het bijwonen van Nassers begrafenis reisde de minister van Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië, Douglas-Home, af naar Egypte om contacten te leggen en om te helpen de Britse agenten naar voren te duwen als opvolgers voor Nasser. De Amerikanen, echter, duwden Anwar al Sadat, de vice president van Egypte tijdens Nasser, naar voren als opvolger. Tijdens de eerste maanden na Nasser's dood werkten Amerika en Saddat daarom om het leger en de overheidsinstanties te schonen van iedere niet-Amerikaanse invloed en honderden leger officieren en ambtenaren werden ofwel gevangen gezet of uit hun positie ontheven. In mei 1971, uiteindelijk, was de positie van Saddat veilig gesteld en was hij de onbetwiste nieuwe leider van Egypte. Waarm ee Egypte een agent voor Amerika bleef in de regio.

Image

Anwar al Sadat

Egypte bleef zo gebruikt worden voor de Amerikaanse plannen in het Midden-Oosten. In 1973 organiseerde Amerika de Arabisch-Israëlische Oorlog (ook wel Ramadan Oorlog of Yom Kippoer Oorlog genoemd), waaronder Egypte en Syrië de zionistische bezettingsstaat aanvielen. Het "officiële" doel van deze oorlog was bevrijding van bezet Palestina door Egypte en Syrië. Het echte doel van de Amerikanen, echter, was om de militaire capaciteit van Egypte en Syrië kapot te maken, en om de wil onder de moslims om Palestina te bevrijden te breken. Amerika hoopte dit op een manier te kunnen doen die van Sadat en al Asad helden zou maken voor hun bevolkingen, zodat beiden in hun respectievelijke landen de touwtjes steviger in handen zouden krijgen.

Op 6 oktober 1973 trokken Egyptische troepen de door Israëlische troepen bezette Sinaï woestijn binnen, en Syrische troepen trokken op naar de Golan Hoogte. Binnen 24 uur verpletterde het Egyptische leger de Bar-Lev verdedigingslijn van de Israëliërs en nam het Syrische leger een deel van Golan Hoogte terug in handen. Het Israëlische leger werd zware klappen uitgedeeld en het verloor snel 49 van haar gevechtsvliegtuigen en 500 tanks. Maar, op dat moment, terwijl Israël als een gewonde prooi bewusteloos op de grond lag en Egypte en Syrië over een strategisch voordeel beschikten, lieten Saddat en Al Asad hun soldaten halt houden. In plaats van de gewonde prooi af te maken liet Sadat zijn leger in open terrein, op een kwetsbare locatie, kamp opmaken en opende hij vredesonderhandelingen met Israël. Hierdoor gaf hij Israël de kans om op te staan en haar leger te organiseren. Amerika gaf Israël op hetzelfde moment informatie over de precieze locatie van de Egyptische troepen, de Egypitische militaire basissen en andere strategische punten. Hierna liet Sadat het Egyptische leger plotseling verder optrekken, waardoor ze zich buiten het bereik van de Egyptische luchtafweer begaven. Het Egyptische leger werd zo een eenvoudige prooi voor de Israëlische luchtmacht, die daarop met één klap de militaire capaciteit van Egypte uitschakelde. Het Israëlische leger trok vervolgens op richting Caïro en Damascus. Toen het Israëlische leger de beiden steden tot op 101, respectievelijk 40 kilometer genaderd was, zorgde Amerika voor een staakt-het-vuren tussen de vechtende partijen. Sadat en Al Asad konden zichzelf hierna profileren als de leiders die hadden geprobeerd om Palestina te bevrijden. En het mislukken van deze "poging" werd gebruikt om de Arabieren ervan te overtuigen dat Israël onoverwinnelijk was. En dus dat er voor Egypte en Syrië niets anders op zat dan om Israël te erkennen en met haar samen te werken, onder het excuus dat Israel een te sterke vijand was gebleken.

Image

Mohammed Heikal, redacteur van Al Ahram van 1957 - 1974, citeerde in zijn boek "The Road to Ramadhan" één van de generaals van Sadat, Mohammed Fouwzi. Betreffende de oorlog van 1973 maakte deze een analogie met een samoerai die in voorbereiding op de strijd twee zwaarden trekt,  één kort en één lang. Fouwzi zei dat Egypte voor de Arabisch-Israëlische Oorlog twee korte zwaarden had getrokken. Oftewel, de oorlog zou niet een complete oorlog zijn, maar een korte oorlog om bepaalde politieke doelstellingen te kunnen realiseren.

Dit vooropgezette Amerikaans plan leidde in 1978 tot het zogenoemde Camp David-akkoord. Onder leiding van Amerika tekenden Egypte en Israël te Camp David twee verdragen. De eerste was een afspraak over de oprichting van een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël, in Gaza en de Westbank. De tweede was een afspraak over vrede tussen Egypte en Israël, dat als rolmodel moest dienen voor gelijke afspraken tussen Israël en de overige Arabische landen.

Image

Anwar al Sadat (links) met Jimmy Carter (midden), destijds president van Amerika, en Menachem Begin (rechts), destijds premier van Israël, in Camp David bij de ondertekening van het akkoord.

Het Camp David-akkoord maakte van Sadat een held in de westerse wereld, omdat hij hun belangen behartigde. Maar het maakte hem tegelijkertijd diep gehaat in Egypte. Dit leidde ertoe dat op 6 oktober 1981 Sadat gedood werd door een groep Egyptische soldaten die deelnamen aan de jaarlijkse militaire parade in Caïro. En na de moord op Sadat nam Hosni Moebarak de macht over om ervoor te zorgen dat Egypte in Amerikaanse handen bleef.

 

Irak sinds 1970

‘Abdoessalaam ‘Aarif die in 1963 Abdoelkariem Qaasim afezette was een Amerikaanse agent, en onder hem was de Amerikaanse invloed in Irak de dominante. Desondanks vonden agenten van Groot-Brittannië in Irak ten tijde van ‘Aarif mogelijkheden om onder de politici en legerleiders in Irak actief worden. In 1966 kwam ‘Abdoessalaam ‘Aarif bij een helicopterongeluk om het leven en ging de macht over op zijn broer ‘Abdoerrahmaan ‘Arif. ‘Abdoerrahmaan ‘Arif verzwakte de invloed van de Engelse agenten in Irak, hoofdzakelijk de Ba'ath partij, waardoor de Amerikaanse invloed weer wist toe te nemen. In 1968, vervolgens, organiseerde Ba'ath partij een coup tegen ‘Abdoerrahmaan ‘Arif en nam het de macht van hem over. Door de coup van de Ba'ath partij ging de dominante invloed in Irak van Amerika weer over naar Groot-Brittannië. Deze coup werd officieel geleid door Ahmad Hassan Al Bakr, maar op de achtergrond was Saddam Hoessein één van de drijvende krachten. In 1979 nam Saddam Hoessein uiteindelijk officieel de macht over in Irak.

Tot aan de Eerste Golfoorlog van 1990 bleef Groot-Brittannië middels Saddam Hoessein de dominante invloed in Irak. Na deze oorlog bleef Saddam Hoessein weliswaar de officiële leider van de Ba'ath partij in Irak, en bleef de Ba'ath partij weliswaar de officiële heerser in Irak, maar kwam de effectieve macht in Irak middels de Verenigde Naties volledig in handen van Amerika. Amerika liet Saddam in zijn positie om hem te kunnen gebruiken. Amerika bleef Saddam tegenover de overige landen in het Midden-Oosten afbeelden als een "gevaarlijke en machtige gek", hopende de overige landen in het Midden-Oosten zo te kunnen bewegen tot samenwerking met Amerika. In 2003, vervolgens, maakte Amerika aan dit poppenspel in Irak een einde en viel het Irak wederom militair binnen, ditmaal om Saddam Hoessein officieel te verwijderen en te vervangen door een regime van Amerikaanse agenten.

 

De overige landen in het Midden-Oosten sinds 1970

Jordanië is het enige land dat sinds de ondergang van de Ottomaanse Islamitische Staat altijd onder controle van Groot-Brittannië is gebleven. De voornaamste oorzaak is hiervoor dat het land enerzijds voor tweederde bestaat uit Palestijnse vluchtelingen, die veelal door armoede volledig afhankelijk zijn van financiële steun van ofwel de Verenigde Naties of in het westen verblijvende familieleden. Zij zijn daarom geen bron waaruit geput kan worden voor opstanden en revoluties. Anderzijds bestaat het land uit bedoeïen uit het oosten van Jordanië. Zij hebben de werkelijke macht in het land en al de vooraanstaande stammen van deze bedoeïenen zijn sterk geïntegreerd in het leger. Het welzijn van deze bedoeïenenstammen is dus afhankelijk gemaakt van het leger, en daarmee van de koning, waardoor Amerika ook onder deze bevolkingsgroep niet de zaden heeft kunnen vinden waaruit staatsgrepen kunnen groeien. Er heeft in Jordanië daarom nooit enige echte politieke strijd plaatsgevonden, buiten de overstap van koning Abdoellah I naar het Amerikaanse kamp. De couppoging van 1957 was door koning Hoessein in scene gezet en was enkel bedoeld om verraders van de Britse belangen te kunnen identificeren en uit te kunnen schakelen.

Saoedie-Arabië ontstond nadat ‘Abdoel ‘Aziez al Saoed in december 1915 financiële en militaire steun had ontvangen voor zijn opstand tegen tegen de Khilafa van de Britse (geheim) agent Sir Percy Cox. Over de ontmoeting tussen Cox en ‘Abdoel ‘Aziez vertelde de eveneens aanwezige leuitenant Harold Dickson later: "Ik was verbaasd om te zien dat (Al Saoed) door de Hoogste Commissaris van Hare Majesteit (Cox) terechtgewezen werd alsof hij een stoute schooljongen was. En dat hem in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk werd gemaakt dat enkel hij, Sir Peter Cox, zou beslissen over het type en de locatie van het (te openen) front". Dickson vertelde verder: "Dit eindigde de patstelling. Ibn Saoed storte in en op zielige wijze merkte hij op dat Sir Percy zijn vader en zijn moeder was, die hem gemaakt hadden en hadden opgevoed vanuit niets tot de positie die hij nu had, en dat hij de helft van zijn koninkijk - nee gans zijn koninkrijk zou opgeven als Sir Percy hiertoe de opdracht gaf". Van 1915 tot 1927 was Saoedi-Arabië officieel een "protectoraat" binnen het Britse Rijk en naderhand is de Britse invloed in Saoedi-Arabië altijd gebleven.

Echter, Amerika heeft over tijd alsmaar meer invloed tot stand weten te brengen in Saoedi-Arabië. Doordat Amerikaanse ondernemingen de olieindustrie in Saoedi-Arabië leven gaven ontwikkelde Amerika langs economische zijde invloed in Saoedi-Arabië. In 1945 ontmoette ‘Abdoel ‘Aziez de Amerikaanse president Roosevelt, waardoor de eerste politieke relaties tot stand werden gebracht. In de daaropvolgende jaren huurde Saoedi-Arabië de Amerikanen in om de infrastructuur van het land te ontwikkelen. Saoedi-Arabië werd daarop overspoeld met Amerikaanse bedrijven die eerst het ontwerp, daarna de bouw, en sindsdien het onderhoud van de infrastructuur van Saoedi-Arabië verzorgen. Dit alles heeft Amerika in staat gesteld om in Saoedi-Arabië agenten voor haar te winnen, waardoor in Saoedi-Arabië een heftige strijd ontstond tussen Groot-Brittannië en Amerika. Een strijd waarbij beiden de beschikking hadden over leden van de koninklijke familie als agent.

Image

De ontmoeting tussen ‘Abdoel ‘Aziez al Saoed en president Franklin D. Roosevelt aan boord van de USS Quincy in 1945

Met de machtsovername door Fahd bin Abdoel ‘Aziez in 1982 werd één van de agenten van Amerika koning, waardoor Saoedi-Arabië meer de Amerikaanse plannen voor het Midden-Oosten ondersteunde. Met Fahd aan de macht gebruikte Amerika de Eerste Golfoorlog om de militaire relatie met Saoedi-Arabië te versterken, in een poging haar invloed in Saoedi-Arabië te consolideren. Maar Fahd raakte verlamd in 1996 waardoor de Britse agent ‘Abdoellah bin Abdoel ‘Aziez de effectieve heerschappij over nam. ‘Abdoellah werd formeel koning in 2005. Om aan het heen-en-weer geslinger van de macht een einde te kunnen maken heeft Amerika onderzocht of een verandering in de staatsstructuur, oftewel het beperken van de monarchie, gerealiseerd zou kunnen worden. Daarom heeft Amerika 11 september 2001 ondermeer gebruikt om druk uit te oefenen op Saoedi-Arabië om het richting democratie te laten bewegen.

Voor de Golfstaten geldt dat zij evenals Saoedi-Arabië oorspronkelijk zijn ontstaan door Britse plannen tegen de Ottomaanse Khilafa. Binnen de elite van deze staten is de Britse invloed derhalve sterk voor historische redenen. Het is voor Amerika moeilijk geweest om deze situatie te veranderen, omdat de olie rijkdom heeft gebracht naar de Golfstaten. De Eerste Golfoorlog van 1990 stelde Amerika in staat om Koeweit te ontworstelen aan Groot-Brittannië en onder haar controle te brengen. Middels de bevrijding van en vervolgens bescherming tegen Saddam Hoessein "kocht" Amerika de loyaliteit van de heersende elite in Koeweit. In de overige Golfstaten heeft Amerika niet een dergelijke deal kunnen maken en is Groot-Brittannië dus de dominante invloed op de heersende elite gebleven. Maar wederom dankzij de Eerste Golfoorlog van 1990 heeft Amerika in deze Golfstaten een sterke militaire aanwezigheid op kunnen bouwen, waardoor Amerika wel meer van invloed is kunnen worden op de heersende elite. Deze heersende elite is niet loyaal geworden aan Amerika zoals in het geval Koeweit, maar de Amerikaanse militaire aanwezigheid in hun staten heeft hun bewegingsvrijheid beperkt. Ze zijn nu feiteleijk gedwongen meer te luisteren naar Amerika.

Voor wat betreft Jemen, daar vond tot voor kort geen echt conflict plaats tussen Groot-Brittannië en Amerika, voor de eenvoudige reden dat Amerika in het land niet of nauwelijks over machtige agenten beschikt. Middels de Oorlog tegen Terreur probeert Amerika nu de aanwezigheid in het land van haar leger en inlichtingendiensten te versterken. Het hoopt zo agenten op te kunnen voeden die in de nabije toekomst de macht over zouden kunnen nemen, zodat Amerika de controle over Jemen af kan nemen van Groot-Brittannië.

 

De situatie anno 2010

De recente geschiedenis van het Midden-Oosten bevestigt dus de stelling dat het gebied vanwege haar ligging, haar minerale rijkdommen en Islam, een zeer belangrijke plaats inneemt in de wereld. De landen met imperialistische ambitie hebben gevochten voor controle over dit Midden-Oosten, en dit gevecht duurt tot op de dag van vaandag voort.

Na decennia van conflict met Groot-Brittannië, en in mindere mate Frankrijk, heeft Amerika de dominante invloed in de meesten van landen van het Midden-Oosten tot stand gebracht. De Amerikaanse invloed is voor een niet belangrijk deel gebaseerd op haar militaire macht. In sommige landen is de Amerikaanse invloed gebaseerd op politieke macht, zoals in Egypte, Syrië en Saoedi-Arabië waar Amerika loyale agenten heeft weten op te voeden en weten te promoten. Maar de meeste andere landen in het Midden-Oosten werken samen met Amerika omdat de Amerikaanse militaire macht hen hiertoe verplicht.

De situatie van Groot-Brittannië is anders. Groot-Brittannië beschikt nergens over militaire macht, maar in de meeste landen van het Midden-Oosten beschikt Groot-Brittannië over politieke macht, oftewel agenten onder de lokale elite die loyaal aan haar zijn. In sommige van deze landen is de Britse politieke macht van grotere invloed van de Amerikaanse politieke en militaire macht tezamen, zoals Jordanië en Jemen. Deze landen bewegen zich daarom puur in overeenstemming met de Britse plannen. In andere landen van het Midden-Oosten, zoals de Golfstaten, is de Britse politieke macht weliswaar sterker dan de Amerikaanse politieke macht, maar zwakker dan de Amerikaanse militaire macht. Deze landen zijn daardoor weliswaar loyaal aan Groot-Brittannië, maar zij bewegen zich in grote mate in overeenstemming met de Amerikaanse plannen, omdat zij hiertoe gedwongen zijn. In weer andere landen, zoals Egypte en Syrië, is de Britse politieke macht zwakker dan de Amerikaanse politieke macht. Deze landen bewegen zich daarom puur in overeenstemming met de Amerikaanse plannen.

De Britse strategie is nu hoofdzakelijk gericht op behoud van wat van haar is (Saoedi-Arabië, Jordanië, Jemen). Daarom heeft Groot-Brittannië haar agenten de opdracht gegeven om mee te werken met alle Amerikaanse plannen. Groot-Brittannië wil zo de Amerikaanse druk op haar politieke invloed minimaliseren, want als de aan Groot-Brittannië loyale regimes meewerken met Amerika dan zal Amerika geen noodzaak voelen om deze regimes te verwijderen. Groot-Brittannië zelf werkt ook mee met de Amerikanen, omdat zij dit als haar enige optie ziet om iets van haar belangen te realiseren. In ruil voor haar steun aan Amerika hoopt Groot-Brittannië een deel van de taart te krijgen van Amerika. Ondertussen zoekt Groot-Brittannië naar mogelijkheden om Amerika een mes in de rug te duwen. Want Groot-Brittannië heeft nog altijd niet de hoop opgegeven om (terug) de alleenheerser te worden in het Midden-Oosten. Daarom, bijvoorbeeld, werkte Groot-Brittannië met Amerika samen bij de meest recente Amerikaanse invasie van Irak; en trok zij haar troepen terug, de Amerikanen alleen achter latende, op het moment dat het Iraakse verzet tegen de bezetting op haar hoogtepunt was. Groot-Brittannië zoekt dus voortdurend zwakke plekken in de Amerikaanse positie in het Midden-Oosten, hopende deze uit te kunnen buiten.

Daarom kan men zeggen dat de openlijke strijd in het Midden-Oosten tussen de Groot-Brittannië en Amerika aan het einde van de twintigste eeuw is beëindigd. Er is nu een soort "vals partnerschap" ontstaan, waaronder Amerika de regio domineert en iets van het voordeel hiervan deelt met Groot-Brittannië.

Frankrijk beschikt enkel in Libanon en Syrië nog over enige politieke macht. Maar deze is relatief zwak. Omdat Frankrijk niet over militaire macht beschikt, is haar rol in het Midden-Oosten grotendeels uitgespeeld.

 

De les in de geschiedenis van de kapitalistische kolonialisatie van het Midden Oosten

De huidige erbarmelijke omstandigheden in de landen van het Midden-Oosten kunnen niet los worden gezien van de kapitalistische kolonialisatie van het Midden Oosten.

De kapitalistische landen met imperialistische ambitie hebben in de landen van het Midden-Oosten gezocht naar de meest verdorven personen, degenen die bereid waren hun ziel en zaligheid te verkopen voor posities van relatieve macht en wat geld, en ze hebben gewerkt om deze verdorven personen de leiders te maken in de landen van het Midden-Oosten. Enkel verdorven personen, namelijk, zijn geschikt om mee te werken aan de verdorven plannen van de kapitalistische landen met imperialistische ambitie in het Midden-Oosten. Want deze plannen zijn verdorven plannen, die ten doel hebben het Midden-Oosten, haar mensen en rijkdommen, uit te buiten ten gunste van de kapitalistische landen.

Hoe verdorven precies de elite is die door de kapitalistische landen met imperialistische ambitie in het Midden-Oosten aan de macht is gebracht, blijkt uit de geschiedenis die in deze artikelenserie is behandeld. Deze elite heeft aangetoond bereid te zijn om alles te doen voor relatieve macht en wat geld, zelfs moord op bloedeigen familieleden. Het is derhalve niet vreemd dat deze mensen, als zij eenmaal aan de macht zijn, zich gedragen als tirannen die niet geïnteresseerd zijn in hun onderdanen of de belangen van hun onderdanen. Integendeel. Deze mensen zijn door de kapitalistische landen met imperialistische ambitie in het Midden-Oosten aan de macht gebracht en gehouden juist omdat zij zich in de positie van leider zouden gedragen als tirannen die niet geïnteresseerd zijn in hun onderdanen of de belangen van hun onderdanen!

De les in dit alles is dat vooruitgang onmogelijk gerealiseerd kan worden zolang deze elite van enige invloed is in het Midden-Oosten. Wederopleving van het Midden-Oosten, het thuis van Islam, kan enkel gerealiseerd worden als aan de relaties tussen de kapitalistische landen met imperialistische ambitie en de verdorven heersers, hun agenten, een einde wordt gemaakt. Hiertoe is vereist dat de verdorven heersers, de agenten van de kapitalistische landen, tezamen met de systemen die zij geïmplementeerd hebben om hun macht te garanderen, verwijderd worden.

 

 

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Volgt hetgeen wat Allah heeft geopenbaard", zeggen zij: "Neen, wij zullen datgene volgen, wat wij onze vaderen zagen volgen". Zelfs al hadden hun vaderen in het geheel geen verstand en volgden zij ook de rechte weg niet?" (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran; soerat Al-Bakara: 170)
Hadith

Thawbaan overleverde dat de gezant (saw) heeft gezegd. "De naties staan om het punt om jullie aan te vallen net zoals hongerige een bord met eten aanvallen." Iemand vroeg de gezant: "Komt dat omdat wij in de minderheid zullen zijn gezant van Allah?" De gezant antwoordde: 'Wel nee! Jullie zullen met zijn velen zijn, Jullie zullen op uitschot van een vloeistof lijken. Allah zal de vrees uit de boezems van de ongelovigen wegnemen en Allah zal in jullie harten 'wahn' werpen.' Iemand vroeg de gezant (saw): 'en wat betekent 'wahn', gezant van Allah?' De gezant antwoordde: 'wahn' betekent: 'hechten aan het leven en verafschuwen van de dood."  (Overgeleverd door Aboe Dawoed en Ahmed.)

over hadith..