|
Persvrijheid, oftewel de vrijheid om meningen en de
uitkomsten van journalistiek onderzoek te publiceren, behoort tot de
kernwaarden van de kapitalistische ideologie. Dit is allereerst omdat
persvrijheid een natuurlijk voortvloeisel is van de vrijheid van meningsuiting.
Wat zou immers overblijven van de vrijheid van meningsuiting als men niet het
recht heeft om zijn mening te publiceren? Persvrijheid wordt verder gezien als een
voorwaarde voor het correct functioneren van de democratie, het kapitalistische
regeringssysteem en daarmee één van de belangrijkste systemen van het
kapitalisme. Een vrije pers die kan onderzoeken wat zij wil en zeggen wat zij
wil wordt noodzakelijk geacht voor dit systeem, omdat anders de mensen niet
correct geïnformeerd worden betreffende de politieke leiders over wie zij
middels hun stem moeten oordelen. Landen die middels wetten hun pers onder
controle proberen te houden worden daarom niet gerekend tot de "familie van
democratische landen", ook al laten zij hun onderdanen geregeld stemmen voor de
bepaling van de regeringsleiders. Want een stem zonder eerlijk informeren is
effectief niets waard.
Omdat in Islam het ter verantwoording roepen van de
heersers een kernwaarde is en een fard
kifaya (plicht op het collectief van moslims), zullen journalisten ook in
de komende Islamitische Staat Al Khilafa vrij zijn om te onderzoek en om de
feiten die resulteren uit onderzoek te publiceren. Dit feit zal waarschijnlijk
veel mensen verbazen, omdat de aanhangers van het kapitalisme, zijnde zowel de
kapitalistische staten zelf als de bewegingen, groepen en individuen die het
uitnodigen tot kapitalisme als hun taak zien, gewoonlijk beweren dat deze
rechten alleen door hun eigen kapitalisme gegarandeerd worden.
De bewering van deze mensen wordt gewoonlijk als
waarheid geaccepteerd omdat zij de wereld rondgaan om hun idee van persvrijheid
te promoten. Journalisten uit de minder ontwikkelde landen worden uitgenodigd
om in het rijke westen het vak te leren; journalisten het rijke westen worden naar
minder ontwikkelde landen gestuurd om hun collega's daar het vak te leren; en jaarlijks
worden lijstjes gepubliceerd waarin landen gerangschikt worden op basis van de
mate van wettelijke persvrijheid en waarin voorbeelden van vervolging van
journalisten in diverse landen gedocumenteerd worden. En al dit werk geeft deze
mensen de indruk van betrouwbaarheid.
Dit werk heeft er ook in geresulteerd dat de meeste
mensen in het rijke westen geloven dat hun pers inderdaad vrij is, in
tegenstelling tot de pers in de niet kapitalistisch democratische landen zoals
de voormalige Sovjet Unie en hedendaags Noord-Korea, Cuba en Iran. Als men zich
zou beperken tot een beschouwing van enkel de wetten in de rijke westerse
landen met betrekking tot de journalistiek, dan lijken journalisten daar
inderdaad vrij om te onderzoeken en om de uitkomsten van journalistiek
onderzoek te publiceren. Maar, deze wettelijke persvrijheid wordt in de
kapitalistische landen ondermijnd op andere manieren dan wettelijke beperkingen
op journalisten.
Bijvoorbeeld wordt de persvrijheid in de rijke
westerse landen ondermijnd door de zakelijke belangen van media-instellingen.
Journalisten in de rijke westerse landen worden niet verplicht om te schrijven
in het voordeel van de heersende elite maar worden met geld en posities van
status verleid om aldus te doen. De media-instellingen hebben financieel belang
bij een goede relatie met de heersende elite en zij geven de salarisverhogingen
en promoties daarom aan de journalisten die de heersende elite niet (te veel)
ondermijnen in hun rapportages. De bereidheid van media-instellingen en
journalisten om mee te werken met "embedded journalism", alhoewel dit betekent
dat zij overheden toestemming geven om hun nieuwsberichten te veranderen en te
censureren, is een uiting hiervan. En dat groepen bezorgde burgers zoals
Wikileaks, die niet behoren tot de mediaconglomeraten, beter journalistiek werk
verrichten dat de professionele journalisten, is een verdere uiting hiervan.
Hizb ut Tahrir's recente internationale conferentie in
Beiroet, Libanon, heeft verschillende andere methoden duidelijk gemaakt waarvolgens
de kapitalistische landen de bij hen geldende wettelijke persvrijheid proberen
te ondermijnen. Hizb ut Tahrir is, zoals iedereen ondertussen weet, de Islamitische
politieke partij die politiek werk verricht om de problemen van de mensen op te
lossen volgens de door Allah (swt) geopenbaarde oplossingen. Als zodanig
bestudeert de Hizb de kwesties die de problemen veroorzaken voor de mensen, om
de Islamitische oplossingen voor deze kwesties te kunnen halen in Islam.
Tijdens genoemde conferentie wilde de Hizb deze Islamitische oplossingen voor
de meest prangende internationale kwesties, zoals oorlogen in Irak en
Afghanistan, de kwestie Palestina en de Iraanse nucleaire kwestie, presenteren
aan de internationale media. Daarom droeg de conferentie de titel "De visie van
Hizb ut Tahrir op de kritieke internationale en lokale kwesties".
Op het moment dat de conferentie bekend werd deden de
kapitalistische landen, in het bijzonder Amerika, alles wat zij konden om te
voorkomen dat de mensen over Hizb ut Tahrir's visies geïnformeerd zouden worden.
Eerst drongen zij er bij de Libanese regering op aan om Hizb ut Tahrir te
verbieden, zodat de conferentie verboden zou kunnen worden. En dan zou er niets
zijn waarover de media zouden kunnen berichten. Toen dit niet mogelijk bleek,
omdat er geen de wettelijke gronden bestaan voor een verbod op een politieke en
niet/gewelddadige partij als de Hizb, drongen zij er bij de Libanese regering
op aan om de conferentie te verbieden. En ook dan zou er niets zijn waarover de
media zouden kunnen berichten. Vervolgens, toen ook dit niet mogelijk bleek,
drongen zij er bij de Libanese regering op aan om de sprekers voor de
conferentie die van buiten Libanon moesten komen de toegang tot Libanon te
ontzeggen. Want daar de meeste sprekers voor de conferentie van buiten Libanon
moesten komen, zou er ook dan niets zijn waarover de media zouden kunnen
berichten. En ten slotte, toen ook dit niet mogelijk bleek, drongen zij er bij
de Libanese regering op aan om de journalisten die van de conferentie verslag
wilden doen maar die van buiten Libanon moesten komen, de toegang tot Libanon te
ontzeggen. Zodat er weliswaar iets plaats zou vinden waarover de media de
mensen zouden kunnen berichten, maar zonder media aanwezigheid.
Dit waren de handelingen van de meest voorname van de
kapitalistische landen, die allen de persvrijheid wettelijk gegarandeerd
hebben. Dit maakt duidelijk dat zij de persvrijheid weliswaar wettelijk
gegarandeerd hebben, maar tegelijkertijd werken om te voorkomen dat de
doelstellingen van hun persvrijheid, zijnde complete en correcte informering
van de mensen, te voorkomen. Met andere woorden, men predikt in de
kapitalistische wereld weliswaar de persvrijheid, maar men beleeft deze niet
echt.
|