|

En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamstreek kuis bewaren en dat zij hun sieraad niet openlijk tonen, behalve wat gewoon al zichtbaar is. En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Al-Noer, vers 31) De oorzaak van het probleem De westerse maatschappij maakt, ondanks de schijnbare grootheid en eenheid, een diepe crisis door, een crisis die haar grondvesten doet trillen en haar bestaan bedreigt. Het vertrouwen van vele westerlingen in het kapitalistische credo en systeem is geschaad. Ook is het kapitalisme niet in staat gebleken de mensheid geluk te brengen, noch is het in staat gebleken om de problemen van de mensheid op te lossen. Deze crisis is op vele gebieden duidelijk geworden, zowel op het intellectuele vlak, als het economische vlak, en tevens op het maatschappelijke en het politieke vlak. Op het intellectuele vlak is een sterke tegenstroming op het modernisme, dat het kapitalisme en het democratische systeem inhoudt, ontstaan. Uit deze tegenbeweging is het inzicht in de corruptie van het kapitalisme, en het uit het kapitalisme voortkomende systeem gegroeid. Ook is uit deze tegenbeweging de verdorvenheid van het kapitalistische denken, en de zinloosheid van de levenswijze binnen de westerse samenlevingen voortgekomen. Deze beweging, "het postmodernisme", wordt vertegenwoordigt binnen een stroming van de intellectuelen die hun ongeloof uiten in de heersende waarden en gehanteerde maatstaven in het westen. Op het economische vlak zijn als resultaat van de roofzucht, de enorme duurte, het monopolie, de hegemonie van een minderheid over de rijkdommen van de volkeren, en de toename van de werkeloosheid, diegenen opgestaan die oproepen om het kapitalistische economische systeem geheel of gedeeltelijk van de hand te doen. De westerse miljardair George Soros beschouwt de economische mondiale crises als zijnde een van de voortekenen van de neergang van de vrije wereld. Op het maatschappelijke vlak is de verspreiding van wulpsheid en verdorvenheid, het ontdoen van de deugden, het gebruik van verdovende middelen, de toenemende criminaliteit, en de verbreking van de familieverbanden, als een houtworm die een houten balk wegvreet. Op het politiek vlak zijn binnenlands de rechtse nationalistische stromingen gegroeid die haar vijandige houding tegen buitenlanders, en met name tegen moslims, niet onder stoelen of banken steken, en daarbij menige regeringen in verlegenheid hebben gebracht. Om al deze redenen heeft het westen het probleem van wat de "hoofddoek" wordt genoemd aangewakkerd, en viel daarna het islamitische gedachtegoed aan, en belichtte deze kwesties zodanig dat het een dagelijkse aangelegenheid is geworden van de westerse media, en dagelijkse gesprek van de normale man. Sommige westerse regeringen hebben de hoofddoek geheel, anderen weer gedeeltelijk verboden.Door het probleem van de hoofddoek te belichten en aan te wakkeren, hebben westerse regeringen vele winsten behaald, waaronder de volgende; Ten eerste; het heeft het probleem van de eigen identiteit binnen de westerse samenlevingen kunnen behandelen door op een confrontatie met de Islam aan te sturen, en de Islam als boeman te presenteren die de normen en de waarden van de westerse samenleving bedreigt. Het secularisme werd als basis binnen de psyche van haar aanhangers gepresenteerd, en met het secularisme wakkerde men de gevoelens van de volkeren aan, door dit secularisme als identiteit van de westerse volkeren te presenteren, en het secularisme als een van de verdiensten van het modernisme te beschouwen. Het modernisme dat in strijd is verwikkeld met de ideeën uit de middeleeuwen, ideeën waarmee de Islam wordt bedoeld. Ten tweede: de westerse regeringen in het algemeen, en de franse regering in het bijzonder, heeft haar volkeren van de werkelijke problemen weten af te leiden. Economische en maatschappelijke problemen die niet zijn opgelost, zijn vergeten door de volkeren bezig te houden met het hoofddoekprobleem en andere soortgelijke problemen. Ten derde: de westerse regeringen in het algemeen, en de franse regering in het bijzonder, hebben aan populariteit gewonnen. Dit dankzij hun harde houding tegen het dragen van de hoofddoek. Dit komt doordat ze op de golf die haat tegen de Islam koestert binnen de westerse samenlevingen, zijn meegevaren, en degenen die leiden aan angst voor de Islam (Islamofobie) zo hebben weten gerust te stellen. Door zichzelf hard op te stellen tegen de Islamitische kleding, bevestiggen deze regeringen deze gevoelens, en accentueren zij hun daadkrachtige optreden. Ten vierde: de westerse regeringen in het algemeen, en de franse regering in het bijzonder, zijn erin geslaagd om de groeiende rechtse nationalistische populistische partijen te doorkruisen, door hun stemmen te ontnemen dankzij hun standpuntgen tegen de Islamitische kleding en andere problemen die de moslims aangaan. Zij hebben de standpunten van deze rechtse nationalistische partijen overgenomen. Partijen wiens gedachtegoed gebaseerd is op de gedachte dat de buitenlanders de oorzaak zijn van de vele problemen binnen de westerse maatschappijen. Ten vijfde: de westerse regeringen zijn door het aanpakken van het probleem van de Islamitische kleding erin geslaagd om van de aanwezigheid van de moslims in westerse landen een probleem te maken, en deze aanwezigheid als een gevaar voor de samenleving te beschouwen. Door de wetten tegen de Islamitische kledij aan te nemen, zonder enige tegenreactie van de moslims, hebben zij het pad geëffend om meer wetten aan te nemen die als doel hebben de Islamitische identiteit en de eigen culturele achtergrond van moslims helemaal weg te vagen. Ten zesde: de westerse regeringen zijn door het aanpakken van het probleem van de Islamitische kleding erin geslaagd om de moslims in twee groepen te splitsen; de zogenaamde gematigden, en de zogenaamde extremisten. Vervolgens presenteerden zij de extremisten als degenen die de hoofdsluier verdedigen, en presenteerde de gematigden als voortsanders voor het verbod, om de tegenreactie van de moslims zo klein mogelijk te houden. Zo hebben ze de strijd van een strijd tussen de moslims en beleidmakers veranderd in een strijd van extremisten tegen gematigden; een strijd tussen moslims onderling. En op deze manier laat het westen de problemen van de moslims verwateren, en benadrukt de tegenstellingen tussen hen. En zo benadrukken zij tevens hun doelstelling; het afbreken van de Islamitische persoonlijkheid, en het wegvagen van hun culturele identiteit. Dit zijn de oorzaken die ten grondslag liggen aan het hoofddoekenprobleem in het westen. We kunnen dus concluderen dat de oorzaak in twee hoofdcategorieën kan worden ingedeeld. De ene categorie ligt ten grondslag in feit dat de hoofddoek voortkomt uit de Islam, met andere woorden, de Islam is het doelwit en niet de hoofdkleding, de Islam die uit het verstand en de psyche van de moslims moet worden weggevaagd. De andere oorzaak ligt in de categorie middel waarmee politiek gewin kan worden behaald voor bepaalde politieke partijen, met andere woorden, een middel waarmee stemmen kunnen worden getrokken wanneer een bepaalde politieke crisis zich aandient.
Het Goddelijke oordeel omtrent het ontdoen van de Ghimaar (de hoofddoek) Binnen de religie is het bekende dat de Ghimaar, de bedekking van het hoofd, de hals, en de boezem, een verplichting is voor een moslima in het openbare leven. En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamstreek kuis bewaren en dat zij hun sieraad niet openlijk tonen, behalve wat gewoon al zichtbaar is. En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Al-Noer, vers 31) En van Aisha (ra) is overgeleverd: "Allah heeft mededogen met de vrouwen van de eerste hijra toen Hij de vers "En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen" deed neerdalen, en zij stukken stof verscheurden en de Ghimaar aandeden". Overgeleverd door Buchari. Dit Goddelijke oordeel is bij alle Moslims geaccepteerd sinds de dag dat het vers is neergedaald tot de dag van vandaag, en is geen onderwerp van onenigheid geweest. Het afdoen van de Ghimaar door een moslima, en het tonen van wat bedekt dient te zijn voor vreemde mannen in het openbare leven, is het begaan van hetgeen haar absoluut verboden is. Daarom is het niet aan een moslima toegestaan om haar haren, nek of boezem te tonen in het openbare leven wanneer er wetten in islamitische landen of andere landen worden uitgevaardigd tegen het dragen van de Ghimaar. Dit is omdat het gehoorzamen van Allah voorgaat aan het gehoorzamen van anderen, en het gehoorzamen van anderen verbonden is aan het voorschrift dat deze gehoorzaamheid niet in strijd dient te zijn met de Islamitische wetten, zelfs als de andere de Khalifa van de moslims is. En er is geen gehoorzaamheid aan iemand wanneer het op de gehoorzaamheid aan Allah (swt) aankomt. En ondanks de duidelijkheid van dit feit, zijn sommige moslims toch gaan twijfelen, en is het vraagstuk van de Khimaar oorzaak van onderzoek en discussie geworden, in plaats van zich aan het vaststaande Goddelijke oordeel over te geven. Sommige moslims beweren dat de moslima's die de Ghimaar dragen binnen landen die het dragen van de hoofddoek verbiedt, zo hun recht op opleiding en werk verliezen indien zij zich aan het Goddelijke oordeel houden. En werk en opleiding zijn een noodzakelijke bezigheid voor een vrouw, zo menen zij. En daarom menen zij dat de vrouw afstand moet doen van de Ghimaar om een opleiding te genieten, en winst uit werk te behalen. Het antwoord daarop is dat het vergaren van kennis een verplichting is (Fardh). Van de profeet (vzmh) is overgeleverd; "Het vergaren van kennis is een verplichting voor iedere Moslim" (overgeleverd door Ibn Maja van Anas). Het vergaren van kennis kan echter worden onderverdeeld in twee categorieën; Fardh ul Ayaan, en daarmee wordt bedoeld een verplichting voor iedere moslim, zoals bijvoorbeeld de verplichting tot het verrichten van het gebed, en Fardh ul Kifaya, en hiermee wordt bedoeld de verplichting aan een groep, en niet ieder individu binnen de groep. En wanneer een aantal binnen de groep aan Fardh ul Kifaya voldoen, dan is het geen verplichting dat iedere persoon binnen de groep aan de verplichting moet voldoen, zoals bijvoorbeeld het vergaren van kennis in de fysica of de wiskunde. En wat wordt onderwezen aan de scholen en universiteiten in het westen valt onder de categorie Fardh ul Kifaya. En wanneer Fardh ul Ayn in strijd is met Fardh ul Kifaya, het dragen van de Khimaar in strijd is met het vergaren van kennis binnen de westerse onderwijssystemen, dan gaat Fardh ul Ayn zonder enige twist voor. Bovendien is het vergaren van kennis mogelijk buiten de onderwijsinstellingen waar het dragen van de Ghimaar is verboden.Het vergaren van kennis is mogelijk thuis, binnen de moskee, binnen het gemeenschapshuis, en elders. En er is geen contradictie in het opleiden onder de huidige omstandigheden, en het zich houden aan de Islamitische kledingvoorschriften voor de vrouw. Het vergaren van wetenschap dient plaats te vinden op een wettelijke (shari'e) manier, en niet op een willekeurige manier. Wanneer het nastreven en eigenmaken van wetenschap leidt tot overtreding van de Goddelijke wetten, dan is hem dat verboden, en is de moslim verplicht deze op een andere, toegestane manier na te streven. Het verrichten van arbeid is een van de manieren om winst te behalen, en is een van de vele vormen van inkomen. En moslims mogen niet vergeten dat inkomen enkel in handen van Allah (swt) is: Allah, Hij is de Onderhoud-gever toegerust met werkzame kracht. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Al-Dhariyat, 58) En geen dier is er op de aarde of op God rust zijn onderhoud en Hij kent de plaats waar het staat en ligt.Alles is het in een klaarblijkende Schrift. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Hoed, vers 6) En Allah (swt) heeft bevolen om aan dit inkomen te komen, met andere woorden, de mens moet inspanningen verrichten om aan de winst of het inkomen dat Allah hem heeft voorbestemd, en dat benodigd is voor zijn bestaan en behoeften, te komen. Hij is het die de aarde voor u voegzaam gemaakt heeft wandelt dan op haar flanken en eet van Zijn onderhoud.Tot Hem is de herrijzenis. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Al-mulk 15) En zoek te verwerven onder wat God u gegeven heeft het latere verblijf en vergeet niet uw taak in het nabije leven en handel wél zoals God aan u wél-gehandeld heeft.En streef niet naar verderf op de aarde. God bemint niet de verderf-brengers. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Al-Kassas 77) Het behalen van winst is verbonden aan voorwaarden waaronder; er mag geen winst worden gehaald uit hetgeen verboden is, zoals bijvoorbeeld alcoholische dranken en zijn benodigdheden. Ook mag het behalen van winst niet leiden tot het begaan van zonden, zoals werk waarvoor het gebed gelaten moet worden. Bovendien heeft de Islam de vrouw een bevoorrechte positie gegeven. Zo is zij niet verplicht om zware werkzaamheden te verrichten (om te werken), maar ligt de verplichting voor haar verzorging bij haar verantwoordelijke. En als er geen persoon is die voor haar kan zorgen, en zij is genoodzaakt om zelf voor inkomen te zorgen, dan dient dit inkomen op een toegestane manier verkregen te worden. Dit is de basis die dient voor inkomen en winst bij de moslims. En het is de taak van elke moslim om rekening te houden met wat zijn credo heeft voorgeschreven aangezien inkomen en winst in handen van de Schepper zijn, hij dient zich dus te houden aan wat de wetten omtrent inkomen en winst hebben voorgeschreven. Daarom dient de moslima, aan wie God heeft voorgeschreven om de Chimaar te dragen, deze niet af te doen omwille van winst of inkomen, maar dient zij winst en inkomen na te streven volgens de wetten die zijn voorgeschreven. Daarbij dient zij vol vertrouwen te zijn in hetgeen de Schepper haar zal schenken. Een andere kwestie is een punt dat door sommige moslims wordt gebruikt om de Ghimaar af te doen te rechtvaardigen, en dat is de noodzaak, en dat verklaren zij op basis van de jurisprudentiele uitspraak; "noodzaak staat het verbodene toe", een jurisprudentiele uitspraak die gangbaar is bij sommige Islamitische wetsgeleerden. Wij willen hier niet ingaan op deze jurisprudentiele uitpsraak, noch op de juistheid en de randvoorwaarden die van toepassing zijn op deze uitspraak binnen de Islamitische jurisprudentie, omdat er geen sprake is van noodzaak om het verbodene op basis van deze jurisprudentiele uitspraak goed te keuren. Dit is omdat het vergaren van kennis valt binnen de categorie van Fardh ul Kifaya, zoals reeds eerder beschreven. En het uit het onderwijs treden op een bepaalde leeftijd van een vrouw leidt niet tot een noodzaak voor de groep, zoals degenen die zich op de noodzaak beroepen beweren, omdat de rest van de groep deze kennis wel kan vergaren. Met betrekking tot het verkrijgen van inkomen, dit hangt af van het inkomen dat Allah (swt) heeft voorbestemd, en de moslim dient dit na te streven volgens de voorgeschreven regels, en niet op manieren die hem zijn verboden. Van de profeet (vzmh) is overgeleverd: "De heilige geest (de engel Gabriel) openbaarde aan mij dat een ziel niet sterft zonder zijn voorbestemde rizq en voorbestemde tijd is opgemaakt dus vreest Allah en begaat geen verboden in het verkrijgen van rizq." (overgeleverd door Ibn Habbaan) Men kan zeggen dat er inderdaad geen sprake is van noodzaak, echter dat er wel een behoefte is aan onderwijs en werk, en behoefte kan soms tot noodzaak verworden. Het antwoord op deze uitspraak is dat in de behoefte kan worden voorzien zonder in het verbodene te treden, nog afgezien van het feit dat de behoefte niet tot noodzaak kan verworden. En het is een feit dat het niet toegestaan is om je te houden aan een wet die in strijd is met het Goddelijke oordeel om kennis of inkomsten te vergaren. En er zijn verschillende manieren om de moslima in het westen in staat te stellen om kennis te vergaren, en inkomsten te verkrijgen op een manier die niet in strijd is met het Goddelijke oordeel, en haar niet in het verbodene laten vervallen. En wij presenteren aan de moslims in het westen een aantal mogelijke oplossingen om het probleem van de hoofddoek op te lossen, oplossingen die gebaseerd zijn op de realiteit en op het boek van Allah (swt) en de Soennah van zijn profeet (vzmh), en wij vatten ze in het navolgende samen. De oplossing van het probleem De oplossingen die wij aandragen vormen een onderdeel van verschillende maatregelen die gebaseerd zijn op drie beginselen; standvastigheid, eenheid, en vertrouwen Standvastigheid is het vasthouden aan één gezamenlijk standpunt waarvan geen concessies worden gedaan. Wanneer we onze Islamitische identiteit willen behouden, en vast willen houden aan onze culturele achtergrond, moeten we als moslims ons standpunt inzake de hoofddoek verenigen, en moeten we verklaren dat onze vrouwen en dochters niet bereid zijn hun hoofddoek af te doen, en dat zij vasthouden aan de wettelijke plicht die hen is voorgeschreven. En met eenheid bedoelen wij dat alle moslims dit gevaarlijke westerse precedent moeten gewaarworden, waarmee onze Islamitische identiteit wordt verminkt. We moeten als moslims onze krachten bundelen en samenkomen om dit precedent tegen te gaan. Met het vertrouwen bedoelen we dat we vertrouwen moeten hebben in Allah swt, en vertrouwen moeten hebben in onszelf. We moeten vertrouwen in Allah hebben om deze beproeving te doorstaan. En Allah swt verdedigt degenen die in hem geloven, en zal ons laten zegevieren als we aan onze standpunten vasthouden. Allah swt zegt: O gij die gelooft indien gij God helpt zal Hij u helpen en zal Hij uw voeten verstevigen. (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran; Mohammed, vers 7) En het vertrouwen in onszelf houdt in dat we onze kracht moeten inzien, en onze mogelijkheden om te beïnvloeden moeten inzien. De moslims in het westen hebben een grote beïnvloedende kracht, een kracht die de huidige situatie om kan keren, wanneer deze kracht op een juiste manier wordt benut. We moeten ons beseffen dat wanneer we ons niet aan deze uitgangspunten houden, we in de gelegde vallen zullen lopen, en dus niet in staat zullen zijn om onze Islamitische identiteit en religie te behouden. De handelingen die we moeten ondernemen, en de maatregelen die we moeten treffen zijn de volgende: Ten eerste: studentes moeten met hun kleding volgens Islamitisch voorschrift naar school gaan, en daarmee het verbod uitdagen. En wanneer hun toegang tot het onderwijs wordt geweigerd dienen zij protesten te organiseren (betogingen) die door de media gedekt zullen worden. Ten tweede: betogingen, protesten en bijeenkomsten zijn een middel om uiting aan een standpunt te geven. En de invloed van dit middel is afhankelijk van de duur van de protesten. Daarom moeten deze veelvuldig en grootschalig georganiseerd worden, en moeten wij gedurende deze protesten onze afwijzende standpunten tegen het verbod van de hoofddoek uiten. Van deze protesten moet geen teken van zwakte of concessie uitgaan. Ten derde: wat opvalt uit de discussie omtrent de hoofddoek in het westen is dat dit een discussie is geweest van politici, opiniemakers, en diegenen die beweren westerse denkers te zijn. Het is geenszins een discussie geweest waaraan intellectuelen hebben deelgenomen. Daarom is het aan ons om de intellectuelen te benaderen die bekend staan om hun rechtsschapenheid en objectiviteit om hun steun in onze kwestie te winnen.
Ten vierde: onder de moslims bevinden zich diegenen die de westerse regeringen hebben gesteund, en hebben daarmee bijgedragen aan de splijting van de eenheid onder ons voor hun eigen wereldse belangen. Om onze positie te versterken, en eenheid uit te stralen, moeten we voorzichtigheid betrachten in geval van contacten met deze personen, en hun negatieve houding, die haaks staat op de wettelijke Islamitische oordelen, ombuigen. Ten vijfde: we zijn geen voorstanders van isolationisme of afzondering van de maatschappij, en roepen hiertoe niet op. De omstandigheden die de moslims in het westen doorstaan verplichten ons echter om een aantal maatregelen te nemen om onze identiteit te behouden. Daarom roepen wij de moslims tot het volgende op om aan de behoefte aan onderwijs te voldoen: Het openstellen van de gebedshuizen, gemeenschapshuizen om de meisjes en de vrouwen in de religieuze en wereldlijke zaken op te leiden. Het oprichten van private scholen, instituten en universiteiten als alternatief voor de meisjes en vrouwen op de bestaande onderwijsinstellingen waar het dragen van de Ghimaar is verboden. Beroep doen op moslimonderwijzers en opgeleiden om de meisjes en vrouwen te onderwijzen in de wetenschappen zoals fysica, wiskunde, chemie, geneeskunde, geschiedenis, en andere wetenschappen. Ten zesde: het voorlichten van de moslims in de moskeeën, gemeenschapshuizen, en koffiehuizen om hen het gevaar dat hun identiteit bedreigt gewaar te laten worden, zodat het hoofd kan worden geboden aan dit dreigende gevaar door het benodigde geld in te zamelen, en inspanningen te verrichten om onze identiteit te behouden. Ten zevende: het aanspreken van de regeringen via afgevaardigden en vertegenwoordigers, om hen op het gevaar van hun politiek gericht tegen de moslims te wijzen, en hen te wijzen op de beperkende maatregelen die zij tegen de moslims die in het westen leven treffen, en deze maatregelen voorkomen. Ten achtste: we moeten proberen de kwestie voortdurend in de media te belichten zodat deze niet verwatert en vergeten wordt. Dit zijn een aantal handelingen en maatregelen die getroffen kunnen worden en die wij aan de moslims presenteren om het probleem van de hoofddoek op te lossen. En wij spreken onze hoop uit dat de moslims gehoor zullen geven aan deze oproep, en dat zij de gepresenteerde mogelijkheden onmiddellijk zullen benutten. De werkelijke oplossing
We hebben een aantal handelingen de revue laten passeren die een oplossing kunnen bieden in het hoofddoekenprobleem in de westerse landen. We moeten echter een belangrijk feit benadrukken, namelijk het verschil tussen een tijdelijke oplossing, en de werkelijke oplossing. Wat we de revue hebben laten passeren is een tijdelijke oplossing, noodzakelijk voor de huidige situatie waarin de moslims verkeren in de westerse landen. De werkelijke oplossing van dit probleem en andere problemen waaronder de moslims lijden, is de stichting van het Islamitische Kalifaat. De hebzucht van anderen in onze rijkdommen, onze verzwakking, het nastreven van het ontkleden en onteren van onze vrouwen, zoals anderen dat willen, en het streven van anderen om onze eigen Islamitische culturele identiteit weg te vagen en te vervangen, is te wijten aan de afwezigheid van een zaakwaarnemer die onze eer verdedigt; de Khalifah. Ibn Hishaam vertelt in zijn vertellingen over de profeet (vzmh) dat de veldslag tegen Qainoqaa om reden van een Arabisch vrouw was. Deze vrouw ging een huid op de markt van Qainoqaa verkopen, toen zij plaatsnam naast een goudsmid. Deze goudsmid wilde haar hoofd zien, en zij weigerde dit, waarop de goudsmid de onderzijde van haar jurk vastbond aan haar rug zonder dat zij dit bemerkte. Toen zij opstond was haar gene te zien waarop de goudsmid haar uitlachte, en waarop zij het van schande uitschreeuwde. Een moslimman trad naar voren en doodde de joodse goudsmid, waarop de joden de moslimman doodden. Dit voorval schokte de moslims, die een leger op de joden van Qainoqaa afstuurden. De geschiedenis vertelt ons ook dat het Romeinse 'Amuriya door de moslims is geopend in het jaar 223 (hijri) om reden van een Romein die de eer van een moslimvrouw schond, en waarop zij een roep om de khalifa deed. De khalifah Al-Mo'tassim Billah, zoon van Haroen Al-Rashid, liet een leger naar 'Amuriya uitrukken en onderwierp 'Amuriya aan de heerschappij van de Moslims, wat een vernedering was voor de Romeinen. Deze twee voorvallen uit vele soortgelijke voorvallen uit de geschiedenis van de Islam, benadrukken onze behoefte aan een Khalifah die ons regeert met de wetten van Allah (swt), onze belangen waarborgt, onze eer beschermt, en onze roep om zijn hulp inwilligt. Daarom moeten de moslims in de westerse landen concluderen dat de ware oplossing voor hun problemen verbonden is aan de aanwezigheid van een Khalifa, en dat het noodzakelijk is dat zij samenwerken met degenen die zich voor de heroprichting van het kalifaat in de Islamitische landen inzetten. Zij moeten diegenen steunen zodat de Islam zijn glorie en invloed terugwint, zodat hun schuld jegens de Schepper vereffend wordt. Van Moe'awija is overgeleverd dat de profeet (vzmh) heeft gezegd; "Wie sterft zonder een eed van trouw aan een Imaam (Khalifah), sterft de dood van een onwetende" (Overgeleverd door Al-Tabarani, Ahmed, Abou Ya'la, en Ibn abi 'Asem) |