|
De Amerikaanse president George W. Bush bracht een historisch staatsbezoek aan Londen, waar hij de invasie op Irak met passie verdedigde en aankondigde de "oorlog tegen het terrorisme" te winnen. Voor een welwillend publiek in Londen's Banqueting house predikte hij dat de Verenigde Staten en Engeland samen een nobele missie delen, als verdedigers van vrijheid voor de wereld. Hij beschreef het gevaar van dictators, die het terrorisme en massavernietigingswapens gebruiken, als zijnde het grootste gevaar van onze tijd. Met deze retoriek, is de wereld opnieuw getuige geweest van de Westerse mogendheden die de morele taak op zich hebben genomen om alle massavernietigingswapens van de wereld te ontdoen, maar natuurlijk tellen de wapens die zij zelf hebben niet mee. Ze presenteren zichzelf als bewakers en verdedigers van ‘alle onschuldige mensen' en beweren vredestichters op aarde te zijn. "Wanneer hun wordt gezegd: "Richt geen onheil op aarde aan" dan zeggen zij: "Wij zijn slechts vredestichters" Pas op! Voorzeker zij zijn het die onheil stichten, doch zij beseffen het niet." (Zie de vertaling van de betekenissen van soerah El-Bakara:11-12) Nadat zij een woeste aanval uitvoerden op het Iraakse volk in de naam van het waarborgen van de wereldvrede, werd het al snel duidelijk dat er helemaal geen massavernietigingswapens waren. De brandende vraag of de aanval op Irak eigenlijk wel legaal en rechtvaardig was, werd bij velen een gewetensvraag. In een poging om deze vraag te beantwoorden, is het van belang om de vooroorlogse kwesties te belichten. Namelijk de vraag, in hoeverre de Verenigde Staten en Engeland de inlichtingen en informatie hadden, waar het westen zo op vertrouwde, met betrekking tot Saddam Hussein's massavernietigingswapens die hij wilde gebruiken. En hoe betrouwbaar waren deze gegevens van de inlichtingendiensten? De berichtgeving rondom inlichtingen is lachwekkend en interessant. Van gehaaide dossiers, met de claim dat er binnen 45 minuten een aanval kon worden ingezet, waarschuwingen voor een komende chemische en biologische oorlogsvoering, staatsschandalen zoals de verdachte dood van een topwetenschapper, tot de ontdekking van het ondergrondse "rattennest" waar de wrede dictator zich schuil had gehouden. Dit alles heeft meer weg van een spionnenstripboek dan met serieuze volwassen inlichtingen. Hoe dan ook, in de zoektocht naar wapens door de inlichtingendiensten, is er iets verloren en verkeerd gegaan wat van fundamenteel belang is. Dit zullen wij in dit artikel trachten te belichten. In dit artikel gaan we in op twee zaken. Ten eerst de analyse over de werkelijkheid van de inlichtingen die het westen gebruikt - is het werkelijk een juiste basis voor oorlog of gewoon een gereedschap om politieke standpunten te rechtvaardigen? En ten tweede, ook zeer belangrijk, de vraag wie deze wapens mogen bezitten, zoals critici vaak dicteren ‘wie heeft het recht om massavernietigingswapens te bezitten?' Wat zijn Inlichtingen? Volgens het basischarter van de Amerikaanse inlichtingendienst - de Nationale Beveiligingsakte van 1947 met zijn vele amendementen - zijn inlichtingen als volgt beschreven: de term ‘buitenlandse inlichtingen' betekent informatie aangaande de capaciteiten, intenties en activiteiten van buitenlandse regeringen, of elementen ervan, zoals buitenlandse organisaties en buitenlandse personen'. Hieruit kunnen we afleiden dat inlichtingen niet meer zijn dan informatie die neutraal gebruikt dient te worden gebruikt. Bovendien is de aard van inlichtingen zodanig dat het vaak verkregen wordt door middel van geheime processen, wat weer lijdt tot incomplete en subjectieve beeldvorming. De werkelijke essentie van inlichtingen is dat het veelal vaag is en openstaat voor meerdere interpretaties. Verdachte satellietfoto's van industriële laboratoria kunnen gemakkelijk geïnterpreteerd worden als ‘mobiele chemische units'. Agrarische fabrieken die kunstmest of andere chemicaliën produceren kunnen gezien worden als potentiële wapenfabrieken. De gevonden beschermende kleding kan geïnterpreteerd worden als bewijs dat er zenuwgas geproduceerd wordt, of als bescherming van de Iraakse troepen tegen hun eigen wapens. Zulke interpretaties zijn vaak onderworpen aan een keur van politieke drukken, deze zijn vooral afhankelijk van eigen objectiviteit, en doel van de instantie die deze inlichtingen interpreteert. Dit was duidelijk door de verscheidenheid aan reacties van naties die kritisch onderzoek deden naar de vooroorlogse inlichtingen. Dezelfde inlichtingen en informatie die gebruikt werd door de Verenigde Staten en Engeland om de oorlog te rechtvaardigen, zoals verslagen van de VN wapeninspecteurs, werden ook gebruikt door Frankrijk, Duitsland en Rusland in hun oppositie tegen de oorlog. Voormalig VN hoofdinspecteur Hans Blix, wiens onderzoeksteam tegengehouden werd om verder onderzoek te verrichten naar massavernietigingswapens in Irak, maakte tevens de volgende opmerking tijdens een interview met de BBC; ‘degenen die doordraafden in het Brits-Iraakse wapendossier lijken op verkopers die proberen het "nut/belang van hun waren aan te dikken."
Het gebruik van inlichtingen in de Iraakse oorlog Toen de Amerikaanse en Engelse strijdkrachten vorig jaar Irak aanvielen, ging dat gepaard met een zorgvuldig georkestreerde sensatie en propaganda. In Engeland overspoelde de media de kijkers met de in scène gezette alarmerende beelden van soldaten die showden met hun beschermingskledij tegen chemische en biologische wapens. Er werd veel tamtam gemaakt over speciaal geproduceerde vaccinaties en vaccinatieprogramma's tegen anthrax en pokken, en dit alles diende om het eigen standpunt te benadrukken en te bekrachtigen. Al dit was, volgens de regering, noodzakelijk om zich te kunnen beschermen tegen ‘Saddam's doemwapens'. In de ogen van het overgrote publiek, had Irak niet iets gedaan om een dergelijke preventieve oorlog te rechtvaardigen. Dit werd bewezen door vele publieke opiniepeilingen en commentaren, en niet te vergeten de mobilisatie van massa's van mensen over de gehele wereld die demonstreerden tegen de oorlog. De organisatoren van de protesten in Engeland claimden dat er meer dan 1.5 miljoen demonstranten waren in Londen februari vorig jaar, net voor de oorlog. In Nederland waren er zelfs op een dag - 15 februari - 85.000 mensen op been. Dit alles maakte het noodzakelijk dat de Westerse staten de verkregen inlichtingen betreffende massavernietigingswapens en terroristische links, drastisch te dramatiseerden, om het publiek te overtuigen van de noodzaak van de oorlog, en zo acceptatie ervoor te kweken. Op 24 september 2002 werd een dossier over massavernietigingswapens gepubliceerd door de Joint Inteligence Committee (JIC), gebaseerd op de informatie verkregen door de Secret Intelligence Services (SIS) ook bekend als MI6. De inhoud ging over de controversiële en beruchte conclusie dat Saddam Hussein wel in het bezit zou zijn van massavernietigingswapens. In het voorwoord van het document, geschreven door Tony Blair, schrijft hij "het document onthult dat Saddam's militaire planning in staat is om bepaalde massavernietigingswapens binnen 45 minuten te kunnen gebruiken na een eerste order." Dit "vonkje" ontbrande werkelijk tot een waanzin in de media, met dreigende koppen als Britse soldaten in Cyprus kunnen binnen 45 minuten met massavernietigingswapens aangevallen worden. The Sun, Engeland's meest verkochte krant had als kop 'Britten 45 minuten van hun ondergang', evenals The Star ook een vooraanstaand blad, schreef 'gestoorde Saddam klaar om aan te vallen; vijfenveertig minuten ver van chemische oorlogsvoering'. In een interview met de Sunday Telegraph, legde Geoff Hoon, minister van defensie, uit dat de VN wapeninspecteurs, niet perse een 'rokend geweer' nodig hebben om te bewijzen dat Irak massavernietigingswapens heeft om een oorlog te beginnen. Hij voerde aan dat ‘overtuigend bewijs' dat Saddam Hussein nucleaire, biologische en chemische wapens had, voldoende was om militaire acties door de Verenigde Staten en Engeland, te beginnen. De "preventieve oorlogs"doctrine In het voorafgaande hebben we geprobeerd aan te tonen dat inlichtingen tegenwoordig de hoeksteen vormen in de nieuwe oorlogvoering, namelijk met de doctrine van preventie. Dit betekent, dat wanneer er inlichtingen zijn over een mogelijk toekomstige aanval, of dat er zelfs een veronderstelling is dat er een dreiging is, een verdedigende preventieve/voorkomende aanval gerechtvaardigd is. In september 2002 gaf de Bush administratie het document "National Security Strategy of the United States" vrij. In dit officiële document verklaart de administratie het volgende: "om dergelijke aanvallen van vijandelijke tegenstanders te verhinderen of te voorkomen, zal de VS., indien men het noodzakelijk acht, preventief offensief handelen." Bij deze heeft de Verenigde Staten. het recht om een andere soevereine staat aan te vallen voordat deze enige openlijke vijandigheid of provocatie vertoont. In oktober 2002 zei de Amerikaanse minister van defensie Donald Rumsfeld, ‘vraag jezelf deze vraag af: was de aanval die plaatsvond op elf september een direct gevaar een maand ervoor of twee maanden ervoor of drie maanden ervoor, of zes maanden ervoor? Wanneer werd de aanval die plaatsvond op elf september een direct gevaar? Nu, zet jezelf een jaar later of twee jaren later of een maand later of een week later... de vraag is wanneer is dit een direct gevaar waar je iets aan moet doen'? President George Bush verklaarde, ‘tegenover duidelijke bewijzen van gevaar, kunnen we niet afwachten op het laatste bewijs (het rokende pistool), die kan komen in de vorm van een rokende paddestoelenwolk'. Ondanks het verslag van Hans Blix in maart 2003, waarin hij aangeeft dat Irak zijn medewerking heeft verleend en dringend verzoekt de inspecteurs meer tijd te gegeven om de bereidwilligheid van de Irakezen aan te tonen, waren de voorbereiding voor de oorlog allang getroffen. Op 17 maart 2003 verklaarde de Britse ambassadeur van de VN dat alle diplomatieke onderhandelingen met Irak voorbij waren. Alle overgebleven wapeninspecteurs werden bevolen om te evacueren. De Amerikaanse president George W. Bush gaf een ultimatum van 48 uur aan Saddam Hussein en zijn zonen om Irak te verlaten of ten strijde te trekken. Op 20 maart 2003 vielen Amerikaanse raketten op doelen in Bagdad, hiermee werd de start gegeven om de Amerikaanse campagne te beginnen, met als doel, volgens hen, "Saddam te verwijderen". Bush gebruikte Irak's vermoedelijke nucleaire, chemische en biologische wapenprogramma's en Saddam Hussein's vermeende banden met internationale terroristen als belangrijkste bewijs om de VN te overtuigen van een oorlog tegen Irak. Dit alles op grond van enkel en alleen inlichtingen. Kunstmatige inlichtingen, rookgordijnen, witwassen en vertragingstactieken Kort na de inname van Bagdad nam de scepsis omtrent de motieven van de oorlog toe nadat de geallieerden troepen faalden in het vinden van massavernietigingswapens, massavernietigingswapens waarvan werd beweerd dat ze een bedreiging vormden voor de beschaafde wereld. In mei 2003, twee maanden na het begin van de oorlog, rapporteerde Andrew Gilligan in het BBC programma "Today" dat een bron met hoge contacten in Britse geheime diensten claimde dat het "aanval in 45 minuten" relaas, een klassiek voorbeeld van een opgetrommeld dossier was. De bron, die later wetenschapper Dr. Kelly bleek te zijn, verscheen voor een parlementaire commissie op 16 juli 2003. Twee dagen later werd hij dood gevonden in een veld vlak bij zijn woning in Oxfordshire, waar hij zelfmoord zou hebben gepleegd. In de navolgende weken werd Dr. Kelly tot zondebok gemaakt in de zaak Irak, en zijn kwestie werd als rookgordijn gebruikt om te voorkomen dat mensen de onderliggende zaak aanpakken, namelijk of de oorlog al dan niet gerechtvaardigd was. Dr. Kelly's dood ontketende de Hutton commissie, die de regering en dan met name Tony Blair aan een diepgaand onderzoek zouden onderwerpen. Toen de commissie Tony Blair vrij pleite, werd dit voorval door de oppositie als het brede publiek beschouwd als een witwassing van hem, en werd voor verder onderzoek naar de informatie die tot de oorlog leidde gepleit. Terwijl Lord Hutton de Britse regering van enig verkeerd vrij pleitte, velde aan de andere kant van de oceaan David Kay, het recentelijk afgetreden hoofd van Amerika's Iraq Survey Group (het orgaan belast met onderzoek naar de Iraakse massavernietigingswapens) zijn oordeel over de informatie omtrent de ze wapens. Hij vertelde dat hij vast moest stellen dat er geen voorraden massavernietigingswapens in Irak waren. Tot dan was het standaardantwoord van Tony Blair, op vragen over massavernietigingswapens dat iedereen zijn conclusies moest trekken nadat de ISG klaar waren met hun rapport. Als verdere tenlastelegging tegen het Britse en Amerikaanse standpunt, weerlegde George Tenet, directeur van de CIA, dat de claims van de Bush regering dat Irak een direct gevaar vormde voor de Verenigde Staten voor de invasie. Hij zij dat er in de inlichtingenverslagen nooit sprake is geweest van een ‘direct gevaar'. Volgens Tenet omvatten de rapporten naar schatting veertig protesten en meningsverschillen van verschillende analisten. ‘In inlichtingenwerk ben je nooit kompleet correct of compleet fout'. Ondertussen claimden in Groot Brittannie zowel Tony Blair als Jack Straw nu dat zij pas na de oorlog zich realiseerden dat de 45 minuten durende claim conventionele raketten betrof, in plaats van langeafstands of strategische raketten. Commentaar leverend op deze onthulling op BBC's radio 4 "World at one", zij de tweede man binnen de conservatieve partij; "Ik denk dat dit een buitengewone erkenning is...Wat beiden schenen te denken toen we de oorlog in gingen was dat Saddam Britse troepen in Cyprus kon treffen met ballistische langeafstandsraketten die over een chemische en biologische kop beschikken, en desondanks weten we dat dat niet het geval is." Het schijnt dus dat inlichtingen die subjectief waren, gemanipuleerd zijn door zowel de Verenigde Staten als het Verenigde Koninkrijk om het publiek te overtuigen van een reeds van tevoren bepaald beleid. Onder zulke druk gelaste de eerste minister verder onderzoek onder leiding van Lord Butler, wiens taak het is om de nauwkeurigheid omtrent inlichtingen over Iraakse massavernietigingswapens tot aan maart 2003, te onderzoeken, en om te onderzoeken of er enige discrepantie bestaat tussen inlichtingen, verzameld, geëvalueerd, en gebruikt door de Britse regering voor het begin van het conflict, en inlichtingen die zijn vergaard door de "Iraq Survey Group, na het einde van het conflict. De commissie is gevraagd te rapporteren voor het begin van het zomerreces. Ontastbare inlichtingen Inlichtingen zijn voor het gemak vaak ‘vertrouwelijk' of ‘geheim', en daarom kan het hele verhaal niet verteld worden om het belang van de onschuldige te beschermen. Een artikel van de Guardian getiteld ‘leden van het parlement vragen aan Blair; bewijs Iraks schuld' verhaalt dat David Hinchliffe, voorzitter van de "Commens health committee", zei: ‘voor vele van ons die met ministers spraken was er aanleiding om te veronderstellen dat ze meer wisten. Daarom zijn veel mensen bezig om de waarheid te achterhalen'. Zijn opmerkingen weerklinken in de woorden van de voormalige minister van defensie Doug Henderson, die waarschuwde dat de oorlog als illegaal beschouwd zal moeten worden als er geen verboden wapens gevonden worden, omdat de militaire actie ondernomen is onder de voorwendselen van een resolutie van de Verenigde Naties, die oproept om Irak te ontwapenen. ‘Als er na een jaar geen massavernietigingswapens zijn gevonden dan is de basis van deze operatie illegaal, ‘zij hij'. Parlementsleden zijn ook vragen aan het stellen over het gedrag van de inlichtingendiensten. Ze willen de bewijzen zien die de leden van de Commons intelligence comité overtuigden om de regering te steunen bij het winnen van belanghebbenden voor de oorlog. Een parlementslid zij tegen de leden van de commissie: ‘jullie zeiden steeds; konden we het maar vertellen, zo nu vertel het maar?' Dus de overgrote meerderheid van het publiek en vele leden van het parlement werden dom gehouden over de volledige inhoud van de inlichtingen die er waren in de zaak van de preventieve aanval. Landen werden dus de oorlog ingestuurd met de bedoeling om Irak te ontwapenen van ‘massavernietigingswapens', en het publiek moest maar vertrouwen dat dat de juiste beslissing was. Uit voorgaande discussie, wordt het duidelijk hoe inlichtingen gebruikt en gemanipuleerd kunnen worden voor wat er op een bepaald moment nodig is. De recente gebeurtenissen laten zien hoe inlichtingen gebruikt zijn als rookgordijn, dat voorkomt dat het publiek juiste informatie krijgt, en dus een juist oordeel kan vellen. Er was een groot verschil in meningen over hoe de inlichtingen moesten worden geïnterpreteerd. Toen deze feiten bekend werden, was de oorlog allang gevoerd en gewonnen; het was te laat om terug te keren. De publieke aandacht van deze discrepanties was afgeleid door de belichting van de media van bijzaken, zoals de dood van Dr Kelly en de rapportage van de commissie Hutton, het rapport dat door de regering als vrijpleiter van enig misdoen werd beschouwd. Dit soort onderzoekscommissies duren normaal gesproken heel lang totdat een oordeel kan worden geveld, dat de regeringen het gebruiken als een makkelijke vertragingstactiek. Tegen de tijd dat de conclusies publiekelijk worden gemaakt, zijn de meeste mensen het eigenlijke probleem allang vergeten, of zijn ze bezig met andere gebeurtenissen in het nieuws. De werkelijke vraag aangaande de Irak oorlog: ‘Heeft het westen het recht om de Moslimwereld te ontwapenen?' Terwijl het Britse dossier de vinger wijst naar Iraks vermeende massavernietigingswapens, en Iraks wens om nucleaire wapens te verkrijgen, vergeet het voor het gemak te wijzen naar de massavernietigingswapens waarover het westen beschikt. Genoeg massavernietigingswapens om de planeet verschillende malen te vernietigen. In feite vormt het westen met haar reeks arsenalen aan massavernietigingswapens een enorm gevaar voor de mensheid, wat gedemonstreerd wordt in haar onweerlegbare drang van systematisch en weloverwogen gebruik van ‘s'werelds ergste wapens' gebruik te maken. Op 15 december 2003 bleek de totale minachting van de Verenigde Staten voor onschuldig leven, en veroorzaakte het een enorme woede onder vredesactivisten en de Japanse overlevenden, toen de gereconstrueerde bommenwerper, de Enola Gay, tentoongesteld werd in het National Air and Space museum. Dit was de bommenwerper die s'swerelds eerste atoombom losliet op Hiroshima, waar 230.000 mensen werden vermoord, inclusief velen die omkwamen ten gevolge van radioactieve vergiftiging. Het doelbewust vermoorden en onder vuur nemen van onschuldige burgers werd als illegaal beschouwd onder de Geneefse conventies van die tijd. Admiraal William Leahy, Truman's chef staf gedurende de oorlog, schreef; ‘ik ben van mening dat het gebruik van dit barbaarse wapen tegen Hiroshima en Nagasaki geen enkel materieel nut heeft gehad in onze oorlog tegen Japan. De Japanners waren reeds verslagen, en bereid tot overgave vanwege de effectieve blokkade, en de succesvolle bombardementen met conventionele wapens. Door het kernwapen als eerste te gebruiken, namen we een ethische norm aan die gelijk staat aan de ethische normen van de barbaren in de middeleeuwen. Ik heb niet geleerd om oorlog te voeren op deze manier, en oorlogen kunnen niet gewonnen worden door de vernietiging van vrouwen en kinderen.'
In plaats van de reductie van de arsenalen van wapens en massavernietigingswapens, waartoe de Verenigde Staten de rest van de wereld oproept middels verdragen zoals het non proliferatie verdrag (Non Proliferation Treaty (NPT)), een ban op het testen van nucleaire wapens (Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT)), gaat de Verenigde Staten onbeschroomd en onverminderd door met het ontwikkelen en versterken van haar eigen wapenarsenalen, met als doel haar positie als meest geavanceerde nucleaire macht ter wereld te behouden. President Bush ontsluierde in zijn laatste begrotingsplannen het volgende; ‘We zullen doorgaan om in al het noodzakelijke te voorzien om ons land te verdedigen middels het volledig steunen van ons militaire apparaat.' Zijn begrotingsplannen voor 2005 omvatten een toename van 7% ten opzichte van het totaal van het voorgaande jaar, wat reeds de grens van 400 miljard dollar overschreed. De regering Bush claimt dat deze toename nodig is om de Verenigde Staten te beschermen tegen "schurkenstaten" die raketten beladen met massavernietigingswapens kunnen lanceren. Met dit in het achterhoofd, claimt de Verenigde Staten de ontwapening van alle naties na te streven. In werkelijkheid hanteert de Verenigde Staten een dubbele standaard in haar streven. In haar streven naar ontwapening wordt deze dubbele standaard duidelijk in haar selectieve houding ten aanzien van naties die zij als vijandig beschouw, zoals de fameuze "as van het kwaad" of "schurkenstaten" zoals Irak, Noord Korea, Iran, Libië en Syrië. Terwijl ze een oorlog tegen terreur voeren, systematisch en gewelddadig moslimlanden ontwapenen, knijpen ze wel hun ogen dicht voor de zionistische entiteit (het zogenaamde ‘Israël') in bezet Palestina, dat voortdurend massavernietigingswapens ongecontroleerd produceert. Bovendien hebben de Verenigde Staten recentelijk de zionistische entiteit voorzien van de eerste twee van de honderd in de Verenigde Staten gebouwde F-16-I gevechtsvliegtuigen, een nieuwe generatie van gevechtsvliegtuigen die binnenkort de ruggengraat gaat vormen van de vloot van de zionistische entiteit. Experts zeggen dat deze ultramoderne ontwikkeling van de beproefde F-16 een verhoogd bereik heeft van 1500 km zonder dat het in de lucht bijgetankt hoeft te worden, waardoor het toestel overal in het Midden Oosten ingezet kan worden. De gevechtsvliegtuigen vormen een onderdeel van de twee miljard dollar die de Verenigde Staten als militair hulppakket voor de zionistische entiteit beschikbaar stelt. Met de reeds geleverde 230 Fighting Falcons, zal de zionistische entiteit de tweede grootste F-16 vloot hebben ter wereld achter de Verenigde Staten. Voor zover ontwapening. In werkelijkheid zijn de westerse staten, zoals de Verenigde Staten, Engeland en hun bondgenoot, de zionistische entiteit, de echte misdadigers. Zij zijn het die claimen dat ze het recht hebben om andere landen aan te vallen, en te ontdoen van hun wapens. Dit is in feite niets anders dan een onderdeel van hun oorlog tegen de Islam, om de moslims te verzwakken zodat ze een makkelijk prooi zijn om aan te vallen. Het westen heeft geen recht om te eisen dat de moslimlanden ontwapenen, en zouden zich moeten schamen gezien hun eigen geschiedenis. De moslims moeten inzien dat de inlichtingen niets anders waren dan een excuus voor een koloniale oorlog tegen de moslims, en moeten het door het westen toegeeigende recht om moslimlanden te ontwapenen, afwijzen. Niets, maar dan ook niets geeft hen dat recht! Conclusie : reactie van moslims tegen inlichtingen en massavernietigingswapens Het is belangrijk dat de moslims begrijpen dat de oorlog een voorgeplande inspanning was, als onderdeel van een meedogenloos Amerikaans buitenlands beleid dat gericht is op westerse hegemonie over de wereld. Alleen op het juiste moment en kans werd afgewacht, waarvoor de inlichtingen op aanvraag werden voorzien om de boel te legitimeren. Voorzeker moeten de Moslims zich realiseren dat inlichtingen niet meer zijn dan een makkelijk gereedschap om de realisatie van ideologische objectieven en motieven van de westerse staten te verwezenlijken. De ambivalente aard van inlichtingen, en de eigenschap om zeer variabel te kunnen worden geïnterpreteerd, maakt het een zeer bruikbaar gereedschap voor dit doeleinde. In relatie met massavernietigingswapens zijn inlichtingen gebruikt om de moslimlanden te ontdoen van hun defensieve capaciteiten voor elke vorm van aanval, waardoor deze moslimlanden geen gevaar meer vormen voor het westen. Duidelijk is dat inlichtingen makkelijk zijn te misbruiken, net als de doctrine van preventieve aanval bewijst dat een doctrine gebruikt kan worden om een natie aan te vallen, net zo kan men met de juiste inlichtingen zo ieder willekeurig land binnen vallen. De uitvoer van de Irak kwestie, en alle gebeurtenissen sinds 11 september, zouden erop moeten wijzen dat men de inlichtingen niet serieus moet nemen als onderdeel van het legitimeren van de westerse acties. En inlichtingen bedelen tevens geen morele autoriteit toe aan het westen om te beslissen wie wel massavernietigingswapens mag hebben, en wie niet. Voor de moslimwereld, vloeit de morele autoriteit niet voort uit politieke doelstellingen, of om de wil om te domineren en de wereldbronnen uit te buiten. Maar de morele autoriteit komt van Allah (swt), de schepper. Allah (swt) heeft bevolen dat de Islamitische Staat fungeert als bewaarder van waarheid en rechtvaardigheid, en als beschermer van de rechten van de onderdrukten, en zorgt voor de totstandkoming van de rechtvaardigheid van de wet van Allah (swt) op aarde. Het is een verplichting van de khilafah om zichzelf militair gezien te versterken. Hij (swt) zij, En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen en afgezien van hen en anderen die jullie niet kennen, maar die God kent. En wat jullie ook als bijdrage op Gods weg geven, het zal jullie worden vergoed jullie zal geen onrecht worden aangedaan. |