vrijdag 18 mei 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home arrow Edities arrow Nr: 016-017 arrow Propaganda
Propaganda Afdrukken E-mail
woensdag 30 juni 2004

Inleiding

Degenen die het nieuws nauwlettend volgen zullen merken dat zij regelmatig in aanraking komen met het fenomeen ‘propaganda', verspreid door mediakanalen. Jammer genoeg is de doorsnee burger hier de dupe van. De jarenlange gevoerde interne als externe propaganda door staten, heeft de meningen en ideeën weten te beïnvloeden en te manipuleren, in een voorbedachte gedachtelijn. Dit fenomeen is in het bijzonder duidelijk te zien in de westerse landen. Ik vraag me af in hoeverre het volk eigenlijk gebruik maakt van de democratie en haar recht van vrije meningsuiting. De utopistische stelling en idee van democratie en vrije meningsuiting waar het westen mee bekend staat en zo trots op is, wordt, gezien vanuit het onderwerp propaganda, nog duidelijker. Door de voortdurende dominantie van ideeën en gevoelens, wordt het moeilijk voor de gedomineerde, om de realiteit objectief te benaderen en een juist oordeel te geven over een bepaalde gebeurtenis. Het verkregen idee is wat hem voorgeschoteld is. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de negatieve beeldvorming over de Islam. Een ander voorbeeld is de oorlogsreportage over Irak welke ervoor gezorgd heeft dat zelfs de gemiddelde persoon zich ervan bewust is geworden van dit alomtegenwoordige verschijnsel. Dit onderwerp is van essentieel belang, grotendeels omdat propaganda enorme gevolgen kan hebben voor de publieke opinie, echter hoeft dit niet altijd uit te pakken zoals de propagandisten dit gewenst zouden willen hebben. De explosieve groei van de media in aantal soort en reikwijdte, hebben ervoor gezorgd dat de macht van propaganda zich in de loop der tijd, in het bijzonder de laatste jaren zich heeft kunnen uitontwikkelen tot een ware massamedia.

We leven in een tijd waar enig begrip over dit fenomeen gewenst of eigenlijk een noodzaak is om bepaalde gebeurtenissen te kunnen interpreteren, zoals ze zich werkelijk voordoen. De motieven en achtergronden van propagandisten kunnen elk als nuttige hulpstuk dienen voor de beeldvorming over het politieke platform in de wereld. In het bijzonder hen, die in een Islamitische groep, partij of een beweging werkzaam zijn, dienen kennis te hebben over hoe propaganda tegen hen gebruikt kan worden. Het is in het belang van de niet-islamitische overheden om de gedachten, de opinies en de plannen van oprechte moslimsgroeperingen verkeerd te representeren. Wij zijn ons allen bewust van de verscheidenheid aan laster tegen Islamitische partijen en groeperingen. Deze laster is veel krachtiger wanneer dit gesteund wordt door een van de propagandamachines die een veel breder publiek kan bereiken.

Het beeld van de Islam heeft beduidend geleden onder negatieve propaganda. Wij zouden ons om die reden moeten verdiepen in hoe wij de propaganda effectief in ons eigen voordeel kunnen gebruiken. Echter, net zoals bij het verrichten van het dagelijkse salaat (gebed) en andere handelingen, zijn we gebonden aan de Wetgeving van de Islam, aangezien alle acties en handelingen van een Moslim dienen te gebeuren volgens het Goddelijke oordeel van de Islam. Het is een verplichting voor ons, om op de hoogte te zijn van de Islamitische uitspraken betreffende deze kwesties en of de shari'a dit überhaupt toelaat.

In het verleden hebben staten propaganda zeer effectief gebruikt. Zou de Khilafah Staat (De Islamitische Staat), wanneer Allah (SWT) deze gunst verleent aan ons, propaganda moeten gebruiken? Als het zo is, hoe wordt het gebruik van propaganda beperkt door de Sha'ria?

In het voorafgaande hebben we slechts enkele aspecten genoemd van onderwerpen waarbij het belangrijk is dat we er kennis over beschikken. Het is duidelijk dat een alomvattend verslag van elk van deze aspecten een kolossale opgave zou zijn. Omwille van de beknoptheid zullen we ons in dit artikel beperken tot het onderzoeken van het gebruik van propaganda door natiestaten, inbegrepen met sommige kwesties die betrekking hebben tot de mogelijke gevolgen van de propaganda en implicaties voor de Khilafah Staat.


Wat is propaganda?

De meeste individuen zullen een volkomen aanvaardbaar, intuïtief werkende definitie van het woord hebben. Het is daarom verrassend dat er meningsverschillen bestaan betreffende een formele definitie. Volgens een definitie betekent propaganda: "De weloverwogen poging van één of ander individu of groep, om de houdingen van andere groepen te vormen te controleren of te veranderen d.m.v. communicatiemiddelen, met de bedoeling dat er in een bepaalde situatie de reactie van de beïnvloede volgens de gewenste van de propagandist zal zijn".
Volgens het "Groot woordenboek van van Dale " betekent propaganda: "activiteit m.n. van een organisatie, om aanhangers te winnen voor zekere principes"

Andere definities omvatten; materiaal dat door verdedigers of tegenstanders van een doctrine wordt verspreid, zoals oorlogspropaganda.
Volgens de rooms-katholieke kerk; een afdeling van het rooms curia die over de bevoegdheden beschikt aangaande het prediken van het evangelie, het vestigen van het evangelie in niet-christelijke landen, en de missies van de Kerk beheert in gebieden waar er geen behoorlijk georganiseerde hiërarchie is"

Op het eerste blik schijnen deze definitie's redelijke definities te zijn, maar er is een aspect wat bij allen ontbreekt. Dat is dat er geen vermelding wordt gemaakt van de juistheid of onjuistheid van de informatie. Door deze extra factor te associeren met de bovengenoemde definities, namelijk dat propaganda juist wordt ingezet om de houdingen van andere groepen te veranderen d.m.v. oneerlijkheid en leugens in plaats van gebruik te maken van eerlijke middelen, komen we tot een meer volledig begrip. Meer gedetaileerd gebeurt dit door de waarheid te manipuleren, door te overdrijven of door simpelweg te liegen. De propaganda in deze betekenis wordt tegenwoordig gebruikt. Het is de propaganda in deze betekenis die wij hier gaan bespreken.


Traditioneel gebruik van propaganda door staten

De staten kunnen propaganda gebruiken om een aantal doelen te bereiken.

1. Benadrukken van misleidende statistieken om een bloeiend beeld van de economie voor te schetsen om een gevoel van tevredenheid onder het publiek tot stand te brengen.

2. Overdrijven of negatieve aspecten verzinnen van een potentieel dreigende politieke groep om zo een publiek wantrouwen tegen hen te scheppen.

3. Selectief bepaalde feiten in tijd van oorlog naar voren te brengen om een misleidende indruk van de "vooruitgang" van de oorlog te geven.

In elk van deze gevallen probeert de staat de publieke opinie te manipuleren, ten gunste van de belangen van de regerende partij.


Geschiedenis van negatieve propaganda over de Islam

De Kruistochten

De West-Europese mogendheden, waarbij de Kerk een grote rol speelde, waren zeer succesvol in het creëren van anti-islamitisch klimaat van haat. De mensen verafschuwden en vreesden Moslims en kwamen bijeen om het Heilige Land te bevrijden uit de handen van de Islam. De publicaties beeldden tegelijkertijd Moslims als verdorven wilden af die de duivel aanbidden die door een idool in Mekka wordt vertegenwoordigd. Vele hymnen werden geschreven voor de kruistochten zoals "Voorwaarts marcheren de Christelijke soldaten op oorlog... ‘. Dit vroege antimoslim propagandawerk is vandaag de dag nog nuttig voor mogendheden die het anti-moslimgevoel van tijd tot tijd omhoog moeten trommelen.

Een goed voorbeeld van schriftelijke vastlegging van Christelijke haatpropaganda is de "Inferno" van de Italiaanse schrijver Dante Alighieri (1265-1321). In dit boek plaats hij twee zeer belangrijke personages van de Islam in de hel, namelijk de Profeet (vzmh), en Ali. Deze compleet respectloze voorstelling is een bewijs voor het feit dat er een diepgewortelde angst bestond voor de Islam, gebaseerd op vooroordelen, intolerantie en onwetendheid, iets wat nog steeds niet veel veranderd is. Dante plaatste Muhammad (vzmh) in de negende krocht van zijn hel, terwijl plaats nummer tien voor de duivel zelf bestemd was. Bovendien werd Muhammad (vzmh) op zeer brutale wijze gestraft.

... "wie de strijd met de Turken (Moslims) aangaat moet zich realiseren dat hij een vijand van God bestrijdt, iemand die Christus lastert en inderdaad de duivel zelf is" ... Martin Luther (1483-1546)

De vader van de anti-islamitische polemieken was Johannes van Damascus (675-749) die de traditie op gang bracht door de Islam en de Profeet belachelijk te maken door in zijn boek "De Haeresbius" te insinueren dat de Koran niet geopenbaard was door God, maar een verzinsel was van de Profeet Muhammed (Vzmh), geholpen door een christelijke monnik, Bahira genaamd, om met behulp van het Oude en Nieuwe Testament een nieuwe scriptuur te maken. De Profeet was echter een analfabeet, terwijl de Koran van een literair ongeëvenaarde perfectie is. Hij beweerde ook dat de Profeet (vzmh), de Koranverzen maakte om aan zijn eigen behoeften te voldoen en die gewoonlijk te maken hadden met vleselijke lusten en seksuele deviaties.


Kapelaan op een piratenschip

Sinds mensenheugenis wordt de term propaganda door individuen en imperiums gebruikt door middel van verhalen en beelden om een weloverwogen beeld te construeren, ten gunste van de propagandist. De Romeinse Keizer Trajanus die van v. Chr. 98-117 regeerde, gebruikte zijn rijkdom en macht om zijn behaalde triomfen permanent vast te laten leggen door middel van het plaatsen van objecten door geheel Rome, om zijn macht en glorie tentoon te stellen voor iedereen. Het is onwaarschijnlijk dat hij ook de negatieve gebeurtenis heeft laten vastleggen.

De meer recentere heersers maakten ondermeer gebruik van materiele en spirituele visies - rijkdom en glorie - om vrijwilligers aan te trekken en hen te verleiden. De visies over niet-gedoopte zielen en bergen van goud waren veelvoorkomende uitspraken in verslagen afkomstig uit de Spaanse en Portugese kolonies. De Engelse beloofden potentiële kolonisten dat de vroegere Engelse landstreken over verbazingwekkende oppervlakken vruchtbaar land zouden beschikken met vriendelijke inwoners.

Er is bewijsmateriaal dat het Britse Imperium in India in de 18de eeuw zich vanuit zijn positie als exploiterende invaller zich probeerde te vormen tot een progressief lichaam met als taak om "achterlijke culturen" te moderniseren. Volgens rapportering over het Britse Imperium in de 19de eeuw, geschreven door Britse commentatoren en historici zoals; AJP Taylor (ongetwijfeld de beroemdste Britse historicus van de 20ste eeuw), beschreven als "kapelaan op een piratenschip". De belangrijkste kapelaan aan boord was, James Mill. Deze provinciale Britse deskundige, die India nooit had bezocht, kondigde India af als een regio dat eeuwig in strijd is door twee barbaarse godsdienstige gemeenschappen, de Hindoes en de Moslims. Zijn politieke credo was het utilitarisme. Hij geloofde dat slechts de Brits Oost-Indisch compagnie - waar hij later voor werkte - India kon redden van de duisternis. Aldus, zijn acties weerspiegelden zijn politieke ideeën. Wie kon toen, Mill's gedachtekronkel en foute idee over India weerleggen? Wie kon Mill erop wijzen dat hij niet wist waar hij over sprak? De mening van Mill, dat Hindoes en Moslims twee barbaarse entiteiten waren die onder toezicht van een koloniaal beleid gescheiden dienden te worden tegenspreken?. Een beleid dat veel later in de jaren ‘40 tijdens de verdeling werd beëindigd. De gedachten van Mill toen, kunnen we nu nog steeds zien en voelen.


De aanvallen van Oriëntalisten en missionarissen

In de 19de eeuw vond een opleving plaats van anti-islamitische propaganda toen het Oosten opnieuw een favoriet studieobject werd in het Westen. Richard Burton (1821-1890), William Blunt (1840-1922) en Charles Doughty (1843-1926) speelden een belangrijke rol in de studie van het Oosten of "oriëntalisme", maar helaas verschaften ze het Westen opnieuw een verdraaid beeld van de Islam en doen dat nog steeds. Moslims werden voorgesteld als zedenloze barbaren die geen moraal hadden en zich overgaven aan seks en geweld. In verhalen werden deze pseudo-wetenschappelijke ideeën leven ingeblazen.
In Richard Burton's "Het boek van duizend-en-één-nachten" [Londen, 1885-88] krijgen we bijvoorbeeld het beeld van moslims opgedrongen bij wie het aan ieder fatsoen ontbreekt. Prinsessen gaan op bezoek bij zwarte melaatsen om hun onverzadigbare seksuele lusten te bevredigen, bij mannen worden hun ledematen afgehakt en iedereen is vooral met seks bezig.

In William Beckford's "Vathek" [Penguin, Harmondsworth: 1995] lezen we het verhaal van een onrechtvaardige khalifah die 50 kinderen opoffert om zijn lusten te verzadigen. Beide schrijvers gebruiken de werken van oriëntalisten in de vorm van gedetailleerde voetnoten om hun verhalen kracht bij te zetten. Anti-islamitische literatuur als deze bracht een versie van de Islam voort die ver verwijderd was van de echte Islam en er zat duidelijk een bedoeling achter zoals N. A. Daniel terecht opmerkt in "Islam and the West: The Making of an Image":

"Het Westen gaf vorm aan een min of meer onveranderbare reeks veronderstellingen over de Islam. Het besloot zelf maar wat Islam was en op die manier werd een beeld geschapen dat wezenlijk anders was dan datgene wat Moslims als Islam zouden herkennen. Het voornaamste was dat dit het Westen goed uitkwam. Het vulde een behoefte in: het gaf het Westen namelijk zelfrespect in een poging om te gaan met een beschaving die vele malen superieur was" (p. 270).

In "Imperial Fiction: Europe's Myths of the Orient" gaat Rana Kabbani dieper in op de redenen achter deze beeldvorming. Ze besluit dat:

"Als het mogelijk zou zijn om te suggereren dat oosterse volkeren losbollen zouden zijn, gewelddadig en bovendien geobsedeerd door seks en niet in staat om zichzelf te regeren, dan zou de imperialist een goede reden hebben en een rechtvaardiging om zelf dan maar een regering op te zetten. Politieke dominantie en economische exploitatie hadden het vriendelijke gezicht nodig van "civilisering" om levensvatbaar te zijn. Het beeld van de Europese kolonialist moest wel positief blijven: hij kwam niet als uitbuiter, maar als brenger van "verlichting"" (p.6)

Vele van deze benaderingen en uitspraken zijn duidelijk uit de lucht gegrepen en baseren zich op niets dan enkel en alleen misleiding. Het werkelijke doel was om de publieke opinie van het westen over de Islam te verdraaien voor haar eigenbelang. Bovendien hadden de Oriëntalisten een politieke taak op zich genomen, dat was om de Islamitische Khilafah Staat en de Islamitische Ummah te verdelen en te vernietigen. Dit kon alleen door datgene te verwijderen wat de Islamitische Ummah zo sterk en machtig maakte, namelijk de Islam. Door de Islamitische ideeën en concepten te verdraaien en door westerse ideeën te versterken probeerden zij de Moslims en hun eenheid te verzwakken. Echter, door hun sluwe wijze van aanpak, een aanpak die pas na eeuwenlange strijd voet aan wal kreeg, parallel met interne en externe factoren, waren zij er uiteindelijk in geslaagd om een beperkt aantal hooggeplaatste Moslims voor zich te winnen. De aanvallen van Oriëntalisten en missionarissen waren een voorbeeld van het efficiënte gebruik van propaganda door een staat om haar buitenlandse beleid in een ander gebied ten uitvoer te brengen.


De Spaanse-Amerikaanse Oorlog en de Eerste Wereld Oorlog

De Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898 wordt vaak gezien als een conflict dat bijna uit de hand liep door propaganda. De uitgever van The New York Journal destijds, Randolph Hearst, zou tegen een Cubaanse verslaggever gezegd hebben "u levert de beelden, ik zal de oorlog verstrekken." Of dit verhaal verifieerbaar is of niet, is irrelevant, want toen Hearst claimde dat de Spaanse mijnen het slagschip USS Maine tot zinken hadden gebracht, zette hij de Amerikaanse natie op tot oorlog. Zijn lelijke karakterisering van de Spanjaarden gepaard met het gebruik van melodrama en sentiment werd later bekend als de "Yellow Journalistiek".

De Eerste Wereld Oorlog werd het eerste officiële startsein gegeven door de Amerikaanse overheid voor het creëren van oorlogspropaganda. Om de enigszins geïsoleerde VS klaar te maken voor oorlog, vormde President Wilson het Comité van Openbare Informatie (CPI). Het CPI vaardigde affiches, films en ander materialen uit die de Amerikaanse zaak associeerde met democratie en vrijheid. De Amerikaanse propaganda onttrok zijn ideeën uit Britse en Franse inspanningen betreffende de zorgen van immigratie, en de Europese revoluties werden prominent in overheidspropaganda in de naoorlogse "Rode schrik" gebruikt.


De Tweede Wereld Oorlog

In de tweede Wereld Oorlog kreeg de propagandatechnieken een meer sinistere tint. Grotendeels toe te schrijven aan de totstandkoming van "Het Derde Rijk" onder leiding van Minister van Propaganda, Joseph Goebbels.

"Wij kunnen er geen genoegen mee nemen het volk alleen maar te zeggen wat wij willen, maar wij willen de mensen zo lang bewerken tot zij aan ons verslaafd raken"
Joseph Goebbels, minister van Propaganda en Volksopvoeding, 1933
"De radio is het modernste, ik durf nu ook te zeggen, het meest succesvolle middel ter beïnvloeding van de massa's" Joseph Goebbels.
"Hardere beelden zouden voor publicatie moeten worden goedgekeurd om het publiek voor te bereiden op een toename van dood en vernietiging"
Amerikaans Bureau voor Oorlogsinformatie, zomer 1943.
"Uiteraard willen de gewone mensen geen oorlog: in Rusland niet, in Engeland niet en ook niet in Duitsland. Dat is duidelijk. Maar desalniettemin, zijn het de leiders van het land die het beleid bepalen en het blijkt altijd weer eenvoudig te zijn om de mensen op sleeptouw te nemen. Of het nu gaat om een democratie of om een fascistische dictatuur; een parlement of een communistische dictatuur. Stem of geen stem, het volk kan men altijd naar de pijpen van de leiders laten dansen. Dat is makkelijk. Het enige dat je hoeft te doen is ze te vertellen dat ze worden aangevallen. Hen die zich tegen oorlog verzetten moet je beschuldigen van een gebrek aan vaderlandsliefde en dat ze het land in gevaar brengen. Zo werkt het in ieder land." Hermann Goering tijdens het oorlogstribunaal van Neurenberg.

Hitler beschrijft in zijn boek Mein Kampf over zijn principes en methodes. Hij verklaart dat hij de geheimen van succesvolle propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog van de Britten heeft geleerd. Hij gebruikte deze lessen en paste deze toe om het Duitse volk te bundelen in een krachtig instrument voor oorlog en verovering. Hitler concludeerde, dat geweld op zich, zijn beoogde doel niet kon realiseren. Want de wijze lessen van de geschiedenis toonde hem aan dat het gebruik van geweld alleen uiteindelijk ondoeltreffend zal zijn, en dat de consequenties meestal weer terug naar de daders toe herleid zullen worden. Hij wist dat het succes lag in de overheersing van de meningen, de gedachten en het gevoel van de massa's, en in het conditioneren van de gedachten door indoctrinatie van Nazitheorieën, haat, en enthousiasme als instrumenten te gebruiken.
Hij vertelt ons zelf de manieren waarop hij hoopte zijn doelstelling te bereiken, zij kunnen in het kort als volgt worden samengevat:

(1) Eindeloos herhalen van een paar eenvoudige punten, en slepende slogans of oorlogskreten;
(2) Inspelen op het kudde-instinct, altijd een beroep doende op groepen of op massa, nooit op individuen;
(3) Vermijden van rationele argumenten, en focussen op de beveiliging van instinctieve reacties, vooral op het primaire gevoel van vrees.


De Koude Oorlog

Het eigenlijke concept van de Koude Oorlog (dat wil zeggen een fysieke oorlog uit de weg gaan door het gevaar en het potentieel aan een kernholocaust te vermijden) was propaganda, en voor beide partijen was het een onvermijdbaar en essentieel middel. De Communistische regimes lieten hun beste gezicht zien d.m.v. "officiële" beelden met glimlachende en productieve arbeiders. En de Verenigde Staten overspoelden de media met leuzen zoals, democratie en vrijheid.

Ondoeltreffendheid van propaganda

Hoewel het gebruik van propaganda door de Quraish (Mekkanen) vrij efficiënt was binnen Mekka en omstreken, slaagden zij er niet in om de Boodschap van De Boodschapper van Allah (Vrede zij met hem) te vernietigen. De negatieve propaganda van de Quraish slaagde er bijvoorbeeld niet in om de stammen van Aus en Khazraj, Negus van Abessinië, Tufal ad-Duwsi en Abu Dhar al-Gafari en vele anderen te beïnvloeden. Zij allen vermeden en doorzagen de lelijke vervormingen van de Quraish. Binnen Mekka moest de Quraish zeer zorgvuldig te werk gaan aangezien het karakter van De Boodschapper van Allah (Vrede zij met hem) buitengewoon groots was. Dit bemoeilijkte het werk en de propaganda van de Quraish om de geloofwaardigheid van de Profeet (vzmh) aan te vallen.
In de Vietnam oorlog werd op grote schaal getracht het verlies van soldaten te verbergen door de lichamen van soldaten die vermist waren niet mee te tellen in de lijsten van gevallen soldaten. Ondanks de overheidspogingen om de anti-oorlog lobbies als communisten af te beelden, faalden zij er toch om diverse redenen in, het publieke enthousiasme voor de oorlog te handhaven.
"Hanoi blokkeert momenteel de weg naar de vrede. En Peking des te meer: de verklaarde doctrine en het doel van de Chinese communisten blijft duidelijk: de heerschappij over geheel Zuid-Oost Azië en inderdaad, als we luisteren naar wat ze ons zeggen, de heerschappij over de hele wereld daarachter". (Dean Rusk, Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken.)
"Wij zouden willen benadrukken dat we geen grotere oorlog wensen. Ons antwoord zal afhangen van de actie van de agressor, in dit geval de Noord-Vietnamezen. De sleutel tot de hele situatie blijft het stoppen van alle infiltraties van het Noorden in het Zuiden." (Robert MacNamara, Amerikaanse minister van Defensie)
"Wij willen geen escalatie van de oorlog, met gevolgen die niemand kan voorzien. Evenmin zullen we onze macht bekritiseren, koeioneren of ermee pronken, maar we zullen ons niet overgeven en we zullen ons niet terugtrekken." (President Lyndon B. Johnson)
"Wij hebben geen schuld aan Vietnam, omdat de vernietiging wederzijds was." (President Jimmy Carter)
In vele dictaturen in de afgelopen 50 jaar zijn er tijdens verkiezingen zeer dubieuze resultaten behaald waarbij de grote meerderheid van de stemmen voor een bepaalde leider werden gegeven. Dit is een mislukking van propaganda, in die zin dat de mensen van het land deze resultaten waarschijnlijk niet kunnen geloven en progressief sceptischer worden. Wanneer de scepsis over bevoegdheid van overheden toeneemt zal de propaganda van en door hen juist averechts werkt.

Het toenemende gebruik van satellietbronnen door de media in het Middenoosten na de Eerste Golf Oorlog heeft ervoor gezorgd dat een bepaalde overheid moeilijker informatiebronnen weet te monopoliseren door een éénzijdig beeld van de gebeurtenissen voor te schetsen. De alternatieve media bronnen ondermijnen de overheidspogingen om een bepaald beeld af te beelden, vooral wanneer de overheid in kwestie probeert te liegen door de feiten te verdraaien.


Doeltreffendheid van propaganda

De propaganda wordt vandaag de dag zonder enige twijfel het effectiefst gebruikt door Westerse overheden. George Orwell, in zijn ongepubliceerde "introduction to Animal Farm", beschrijft hoe de censuur in de vrije maatschappijen verfijnder en grondiger is dan in de dictaturen, omdat de volgens hem ‘impopulaire ideeën tot zwijgen kunnen worden gebracht, en ongeschikte feiten onbelicht gehouden kunnen worden, zonder enige behoefte aan een officieel verbod ‘. De westerse overheidspropaganda is succesvol omdat het over het algemeen subtiel, geloofwaardig en smakelijk overkomt bij zowel de man op straat als bij de intellectueel. De kritische stemmen worden gebruikt om de officiële mening geloofwaardiger te maken. Deze critici worden met opzet gebruikt om aan te tonen dat in een vrije maatschappij alle adviezen worden gehoord. Dat een enkeling die de kans of de gelegenheid krijgen om hun kritiek te uiten en te beïnvloeden, is in vergelijking tot de invloed van regeringspropaganda bijna te verwaarlozen. Hierdoor probeert het westen haar volkeren het idee te geven dat er geen behoefte aan propaganda zou zijn, tenslotte, wat de overheid zegt zal waarschijnlijk waar zijn.
Jan Blommaert merkt op (Samenleving en Politiek, april 2002) over de gebeurtenissen op 11 september 2001: "De brandende torens werden niet gewoon gefilmd of gefotografeerd, maar het geweld, het lijden en de vernieling werden op een uiterst geësthetiseerde wijze voorgesteld, vanuit hoeken die naast het feit ook heel wat indrukken, emoties en gevoelens losweekten. (...) Ook werden er allerlei symbolen in de beelden verwerkt: de treurende, depressieve politieman, de brandweerlui die elkaar ondersteunden. Toppunt hierbij was een foto waarin de brandende torens gefotografeerd zijn met op de voorgrond het kruis van een kerk: de torens als kerkhof, (...) als aanslag tegen het Christendom en de Westerse beschaving. (...) Via dit spel van samenhang in de lezing van beelden kunnen allerlei politieke boodschappen krachtig geproduceerd worden. BBC World bracht zeer vroeg na de feiten een beeldmontage - zonder veel duiding - waarin beelden van de brandende torens afgewisseld werden met beelden van juichende Palestijnen. De suggestie hier is voor de hand liggend, maar van enorm politiek belang: ‘de Palestijnen juichen omwille van die gruwelijke aanslag die ons zo schokt, zij spotten met ons afgrijzen. Zij zullen er dan ook wellicht iets mee te maken hebben'."
De kopteksten, zoals hieronder gesommeerd, van talloze boeken geschreven en uitgebracht door het Westen betreft de hedendaagse propaganda en propagandamethodes geven een indicatie van hun werkelijke intentie en opzet.

1) Appeal to Authority, 2) Assertion, 3) Bandwagon and Inevitable Victory, 4) Obtain Disapproval, 5) Glittering Generalities, 6) Vagueness, 7) Rationalisation, 8) Simplification, 9) Transfer, 10) Least of Evils, 11) Name Calling or Substitutions of Names or Moral Labels 12) Pinpointing the Enemy, 13) Plain Folks or Common Man, 14) Social Disapproval, 15) Virtue Words, 16) Slogans, 17) Testimonials, 18) Official Sanction, 19) Personal Sources of Testimonial Authority, 20) Nonpersonal Sources of Testimonial Authority, 21) Incredible truths, 22) A double-cutting edge, 23) Insinuation, 24) Card stacking or selective omission, 25) Presenting the other side, 26) Lying and distortion, 27) Change of pace, 28) Stalling, 29) Shift of Scene, 30) Repetition, 31) Fear of Change.

Met de binnenlandse propaganda die geïnitieerd werd na 11 september, heeft ervoor gezorgd dat het beleid van president George W. Bush overweldigende steun kreeg van zijn eigen bevolking voor de Amerikaans-Britse operatie tegen het Taliban-regime en tegen het "terreurnetwerk" al-Qaida van Bin Laden. Volgens een opiniepeiling van The Washington Post en AB-News staat 94 procent van de bevolking achter de president. Tachtig procent gaat ermee akkoord dat er tegelijkertijd ook humanitaire hulp wordt gestuurd. Zelfs mensen die twijfelen aan het nut van de operatie geven toe dat er iets moest gebeuren. „Ik weet niet of zulke militaire acties terroristen kunnen uitschakelen. Terroristen blijven tenslotte terroristen. Maar aan de andere kant kun je aanslagen zoals in New York en Washington ook niet over je kant laten gaan", meent Paul Smith in Houston, een van de ondervraagden.

De gebruikte technieken omvatten:

• Een onjuiste voorstelling van de Islam en de Moslims
• Het opzettelijk achterwege laten van burgerlijke Moslimslachtoffers in Afghanistan of Irak.
• Vervaardigde demonstraties zoals het omverwerpen van Saddam's standbeeld - het achterwegen laten van anti-V.S. demonstraties in Irak.
• Het verhinderen van de media met betrekking tot de leugens van de V.S. aangaande de conventies over de krijgsgevangenen, Guantanamo Bay.
• Cynisch gebruik maken van `Ali` om westerse sympathie te bevorderen voor de acties van de Coalitie, terwijl duizenden als hem lijden.
• Cynisme over hun opzettelijke bombardering van `vijandige media` bronnen zoals Al Jazeera en andere Europese journalisten.
• Opzettelijke veronachtzaming van Islamitische woorden tijdens Engelse vertalingen voor Arabische spreker. Door opzettelijk de Arabieren of andere nationaliteit boven de Islamitische identiteit te benadrukken.

Twaalf jaar geleden stonden de zaken er niet anders voor. In de vorige Golfoorlog, verklaarde de media dat de afgevuurde bommen en raketten hun doelen geraakt hadden met een nauwkeurigheid van 90%. In de werkelijkheid waren 90% van de bommen "verdwaalde" bommen. De zo geprezen Patriot antiraketsysteem slaagde er niet eens één keer in om de afgevuurde raketten te onderscheppen. In eigen land, heeft Bush op een effectieve manier, door de vrees voor Islam, massavernietigingswapens en andere dictaturen aan te wakkeren, de publieke aandacht afgeleid van de ernstige economische achtergesteldheid van de Verenigde Staten, waarin bepaalde gebieden de armoede het niveau heeft bereikt van de derde wereld landen.


Blommaert: "Al deze dingen komen nu terug: de Golfoorlog en de oorlog na 11 september (Afghanistan) zijn qua berichtgeving tweelingzusjes. We hebben een repetitie gehad in 1990-1991, zelfs één met nagenoeg dezelfde acteurs. Er is weer een George Bush die de Vrije Wereld leidt en een Arabische moslim (Bin Laden) die de duivel is. Onze waarden staan weer op het spel, onze jongens kunnen weer uitrukken. En we krijgen vertrouwde beelden te zien die vertrouwde (want reeds uitgeteste) reacties genereren."

"De nieuwe golfoorlog kan weer worden voorgesteld als een oorlog over principes: de onze, die van het Goede, de Vrijheid en de Democratie, versus de hunne, die van het Kwaad, de Verdrukking en de Waanzin. Saddam Hoessein wordt weer voorgesteld als de demon die alles orkestreert: een irrationele dictator die Amerika het Rijk van het Kwaad noemt en George Bush de Satan en die vanzelfsprekend een uitgesproken tegenstander van Israël is. Door de verpersoonlijking wordt de kwestie [voorgesteld als het werk van] één complete gek, geïsoleerd uit de geschiedenis en zonder ernstige politieke boodschap of serieuze economische belangen op de achtergrond (olie, om er maar één te noemen). Moeders kunnen hun zonen weer laten gaan met het geruststellende besef dat ze niet gaan vechten ten voordele van Exxon of Shell, maar ten voordele van de christelijke Vrije Wereld die belaagd wordt door de duivel."

In het Verenigde Koninkrijk is de kunst van subtiliteit veel meer ontwikkeld. Zie, een citaat van Jonathon Freedland in de The Guardian, "Amerika, ziet zich nog steeds als een instinctieve vriend van een ieder die worstelt om een buitenlandse bezetter uit te schoppen - en de laatste natie ter wereld om de rol van overheerser te spelen." (‘Emperor George', Jonathan Freedland, 2 april, 2003)

Een dag eerder beschrijft Hugo Young hoe. Wanneer John F Kennedy sprak over "echte vrede...Niet de vrede van het graf of de veiligheid van de slaaf" vond hij "een publiek dat gelooft in" hem - zijn woorden "articuleerden een geloofwaardig ideaal, verweven met internationale grootmoedigheid." (‘Blair has one final chance to break free of his tainted fealty', Hugo Young, The Guardian, 1 april, 2003)

Beide citaten zijn afkomstig van een vooraanstaande krant, bedoeld voor voornamelijk intellectuele liberalen. Uit beide citaten kunt u opmaken, dat Amerika en Groot-Brittannië fundamenteel welwillende deelnemers zijn in de gruwelijke oorlog tegen Irak. Aldus, merkt Martin Woollacott op, dat een bloedige slag om Bagdad "de bevrijding riskeert, welke het grotere Anglo-Amerikaanse doel is." (‘Freeing Iraqis will not be a single act, but a long process', Martin Woollacott, The Guardian, 28 maart, 2003). Het punt wat hier gemaakt wordt is dat de lezer, in plaats van de aanval op Irak, de agressie en de hebzucht van de binnenvallende machten te verafschuwen, misleid wordt door sentimentele polemiek die de agressors afbeeldt als altruïstisch, maar helaas genoodzaakt om geweld te gebruiken. Anders gezegd, wordt de gehele kwestie gereduceerd en gesimplificeerd tot; "het is werkelijk spijtig dat onschuldige burgers moeten sterven tijdens de bevrijding van de Irakezen." Het resultaat is dat de lezer van de echte onderliggende kwesties wordt afgeleid.

Hoe wordt propaganda vandaag inefficiënt gebruikt?

Na 11 september 2001, spraken de V.S. over het oprichten van een lichaam dat desinformatie zou verspreiden. Sindsdien hebben we er niet meer van gehoord. De opkomst en stijging van onafhankelijke mediabronnen heeft in een bepaalde mate het vertrouwen van de staat vooral onder intellectuelen verminderd. Een voorbeeld van dit is de Britse "Media Lens" mediaorganisatie die de Britse media scherp in de gaten houdt en blootstelt aan propaganda, schijnheiligheid en dubbele normen. Het stelt haar eigen leden in werking om direct de leden van de media uit te nodigen en een interview af te leggen en hun dialoog te publiceren. Hun succes is te danken aan de egos van de leden van de media, aangezien de media beweert dat zij objectief zijn. Tijdens de Irak oorlog was Al-Jazeera één van de meest bezochte bronnen van informatie. Er waren talrijke alternatieve nieuwsbronnen op het Internet. Diverse opiniepeilingen in het Verenigde Koninkrijk toonden een gebrek aan vertrouwen in de officiële media aan. Dit fenomeen zal actief door Westerse overheden moeten worden beheerd, hoezeer de cynische aard van de mensen in het algemeen en de cynische en verdachte aard van een stijgend aantal Westerse intellectuelen dit zal proberen tegen te werken.
"De sfeer van pattriotisme rond 11 september wordt volledig uitgebuit. De regering Bush gebruikt de gelegenheid om tegen het belang van het merendeel van de huidige en toekomstige Amerikaanse bevolking de enge bedrijfsbelangen te dienen." (Noam Chomsky in De Morgen van 11/9/02)

"Saddam Hoessein is een dictator en staat aan het hoofd van een misdadig regime, vast en zeker. Maar ook Turkije, Pakistan, Saoedi-Arabië, Turkmenistan en Oezbekistan die door de Amerikanen worden gesteund kennen een misdadig regime dat zijn bevolking onderdrukt. Trouwens, de misdaden waarvan Bush de Irakezen beschuldigde, vonden al plaats vóór 1991, toen Amerika nog goede vrienden was met Irak" (crf. Robert Fisk in De Morgen van 14/9/02).
"Zo ook Israël die keer op keer resoluties 242 en 338 naast zich neer heeft gelegd. De VS zelf werden in de jaren tachtig veroordeeld door het Internationale Hof en door de Veiligheidsraad van de VN voor de terroristische oorlog die Reagan ontketende in Nicaragua. Heeft Cuba of Nicaragua het recht om bommen te laten afgaan in Washington of om Amerikaanse politici te vermoorden?" (Noam Chomsky in De Morgen van 11/9/02).
Een ander voorbeeld van de mislukking en het totale wantrouwen van de staatspropaganda is in de Islamitische overheden. De jarenlange manipulatie van dictators en media vol leugens hebben ervoor gezorgd dat de Moslims hun vertrouwen kompleet zijn verloren in de goede wil van hun heersers. Vooral degenen die politiseren zijn vol wantrouwen voor wat betreft hun beleidsmakers en regeringsambtenaren.
 

Khilafah en zijn gebruik van Propaganda

De propaganda kan zowel een nuttig als problematisch hulpmiddel zijn. De geschiedenis en de huidige studies hierover kunnen dienstige lessen zijn bij het toepassen van propaganda als hulpmiddel voor de Khilafah Staat.
De Sharah (Wetgever, met andere woorden; Allah) heeft door middel van de verklaringen die door de Boodschapper van Allah (Vzmh) zijn afgelegd zoals "Oorlog is misleiding" laten blijken dat de Khalifah het gebruik van propaganda voor de veiligheid van de Staat in tijd van oorlog toelaat. Met de bovenstaande hadith wordt bedoeld, dat de Khilafah in tijd van vrede de vijanden van de staat mag misleiden door politieke vallen te plaatsen, zoals het mobiliseren van het leger op één grens om bijvoorbeeld de geplande acties op een andere plaats te camoufleren. Het gebruik van de media door de Staat om Islamitische concepten te verspreiden, hetzij intern of extern is noodzakelijk. Met ander woorden, de da'wa (verkondiging/boodschap) is noodzaak en een verplichting. Echter, de misleiding die gebruikt mag worden door de Staat in vrede en oorlog situaties, mag hiervoor niet gebruikt worden, niets anders dan enkel en alleen de waarheid moet verkondigd worden zonder enig gebruik te maken van misleiding of leugen. Dit in tegenstelling tot het Westen waarin massamedia gebruikt wordt om misleiding en leugens te verspreiden voor eigen doeleinden. De verantwoording van de Staat is om de Islam zo nauwkeurig mogelijk te vertegenwoordigen, de Kufr zo nauwkeurig mogelijk te onderzoeken en zijn fouten, misleidingen en leugens bloot te stellen.
De Islamitische bevelen betreffende eerlijkheid zijn zeer duidelijk, sterk en ondubbelzinnig. Na decennia van het leven onder onbetrouwbare heersers is het noodzakelijk voor ons dat wij een sterke vertrouwensband smeden tussen de Khalifah en de Ummah. Een bedrieglijke Khalifah zal leiden tot het verzwakken van deze verhouding en zo onvermijdelijk de Staat verzwakken.

Conclusie

De propaganda in negatieve zin is een complex onderwerp met een lange geschiedenis. Zijn gevolgen voor de maatschappij kunnen immens groot zijn. Indien het zorgeloos gebruikt wordt is het een gevaarlijk en vuil hulpmiddel, wat fataal is voor de mensheid en voor de Islamitische Ummah. De Islam die de waarheid predikt en dit ziet als een van de hoogste waarden, zouden de leiders, de belichaming van de hoogste waarden moeten zijn.
Wij zouden het moeten bestuderen om de politieke manoeuvres van de Westerse bevoegdheden te begrijpen om de Islamitische Staat tegen hen te verdedigen en om de geloofwaardigheid van deze bevoegdheden te ondermijnen wanneer wij onze da'wa verkondigen en verspreiden.
Tot slot zouden wij ervoor moeten zorgen dat de Khalifah volledig tegen de gevaren van dit hulpmiddel wordt geadviseerd en zijn gebruik in alle binnenlandse aangelegenheden, buiten noodsituaties, zou moeten belemmerd.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah

"Hij gebiedt u alleen, wat kwaad en wat onrein is en dat gij over Allah zegt, wat gij niet weet. En wanneer er tot hen wordt gezegd: "Volgt hetgeen Allah heeft geopenbaard", zeggen zij: "Neen, wij zullen datgene volgen, wat wij onze vaderen zagen volgen". Zelfs al hadden hun vaderen in het geheel geen verstand en volgden zij ook de rechte weg niet?" (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran; Al-Bakara: 169-170)

Hadith

Profeet (vzmh) heeft het volgende gezegd, "Wie een munkar waarneemt moet zijn handen gebruiken om het te veranderen. Als hij dat niet kan moet hij dit mondeling veranderen. Als hij dat niet kan moet hij het met zijn hart verwerpen, en dit is het zwakste soort van de iman" (door Muslim over Abu Said al Khudari)

over hadith..