woensdag 22 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Achtergrond arrow Hoe behandelde de Islamitische Staat Al Khilafa haar Nederlandse inwoners?
Demonstratie tegen het brute Syrische regime en vóór de volksopstand

Syrie Demonstratie

Voor meer informatie zie: www.hizb.nl

Hoe behandelde de Islamitische Staat Al Khilafa haar Nederlandse inwoners? Afdrukken E-mail
maandag 09 januari 2012

 

Introductie



Nederland worstelt duidelijk met de aanwezigheid van de moslims. De jonge moslimmannen die in de '50 van de vorige eeuw werden uitnodigd om hier te komen werken, werden hier in eerste instantie grotendeeld genegeerd. Ze moesten gewoon werken. Dientengevolge leefden de eerste generatie moslimmigranten grotendeels afgezonderd van de rest van de Nederlandse samenleving, en trok men in hoofdzaak met elkaar op. Deze situatie bleef grotendeels gelijk ook toen de "gastarbeiders" gezinnen begonnen te stichten in Nederland. De moslims bleven grotendeels genegeerd en men noemde dit "multiculturalisme". Maar hun aanwezigheid in Nederland werd toen meer duidelijk zichtbaar. En dit zorgde al snel voor irritatie bij veel Nederlanders, omdat de moslims anders waren dan wat men in Nederland gewend was. Daarom is het tegenwoordig gewoon om de moslims hun gewoontes en tradities te verbieden. Maar dit is niet enkel onrechtvaardig, het is ook feitelijk onmogelijk. Het resultaat van dit beleid van "integratie" en "de Nederlandse cultuur moet leidend zijn" is daarom enkel dat de irratie onder de Nederlanders over "die mensen die anders zijn" is toegenomen en dat de moslims zich in het geheel niet meer thuis voelen in Nederland. Nederland weet dus duidelijk niet hoe respectvol samenleven tot stand te brengen.



Daarom kan het goed zijn om in herinnering te brengen het feit dat nog niet zo lang geleden een grote groep Nederlanders in de samenleving van de moslims leefde. Tot in de vorige eeuw leefde namelijk een grote groep Nederlanders namelijk in de Islamitische Staat Al Khilafa. Het is waardevol om eens te kijken naar hoe de moslims destijds met hun Nederlandse inwoners omgingen, omdat hieruit misschien lessen uit geleerd kunnen worden die Nederland zou kunnen toepassen in haar omgang met de moslims nu.




De oorsprong van de relatie Nederland - de Islamitische Staat Al Khilafa



In de tijd dat de koning van Spanje heerste over Nederland, beschouwden de Spanjaarden het gebied waar de Nederlanders woonden als een achtergebleven moerassig land waar niks mee gedaan kon worden. Om deze reden duidden de Spanjaarden de Nederlanders aan als "gueux", wat zoveel als "schooiers" en "bedelaars" betekende. Spanje liet de gebieden der Nederlanden dus maar een beetje links liggen. Maar, het eiste van de Nederlanders wel de betaling van hoge belastingen omdat de Spanjaarden geld nodig hadden om hun oorlogen tegen de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa in de Middellandse Zee te kunnen bekostigen. Dit zette natuurlijk veel kwaad bloed bij de Nederlanders en motiveerde hen om een vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden te beginnen.



Terwijl de Nederlandse opstandelingen dus grote minachting koesterden voor de Spanjaarden hadden zij groot respect voor de moslims van de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa. In tegenstelling tot de Spanjaarden verplichtte die de mensen namelijk niet om één bepaalde religie aan te nemen. Omdat ook de Khilafa zoals reeds gezegd op dat moment ook met de Spanjaarden in oorlog waren, zochtten de Nederlandse opstandelingen contact met de moslims.



De marine van de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa had verschillende Nederlanders in dienst, en zo leerden de moslims al snel van de gebeurtenissen in "de Nederlanden". Slechts enkele maanden nadat ze hun opstand waren begonnen, in 1566, ontvingen de Nederlanders daarom al een brief van de Ottomaanse Khilafa Soeleyman (1494 - 1566). Onder het motto "de vijand van mijn vijand is mijn vriend" zei Soeleyman in deze brief de opstandige Nederlanden financiële en militaire hulp toe. In reactie op de brief stuurden de Nederlanders in 1568 een delegatie naar Istanboel, die ook officieel werd ontvangen door de Khalifa.



In 1569, vervolgens, vroeg de leider van de opstand in de Nederlanden, Willem van Oranje, zijn kennis Josef Nasi om de relatie tussen Nederland en de moslims te onderhouden. Josef Nasi was een rijke joodse bankier die oorspronkelijk uit Spanje kwam, maar die daar door de Spanjaarden gedwongen was geweest om zich te bekeren tot het christendom. Hij was daarop gevlucht. In eerste instantie was Nasi naar Antwerpen getrokken. Maar ook daar had hij problemen gekregen vanwege zijn joodsheid. Nasi werd daarom uitgenodigd om in de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa te komen wonen. Vanwege zijn tijd in Antwerpen kende Nasi velen van de leiders van de opstand in Nederland. En in Istanboel had hij ook een hoge positie in de samenleving ingenomen. Zo werd hij vanaf 1569 de adviseur van de Khalifa voor wat betreft de opstand in de Nederlanden.



Om de Nederlanders praktisch te helpen tegen de Spanjaarden openden de moslims een front in de Middellandse Zee. Ze veroverden Cyprus en delen van Venetië om de Spanjaarden te dwingen hun aandacht op de Middellandse Zee te vestigen. De Spanjaarden konden hierdoor minder troepen inzetten in de Nederlanden. Tussen 1579 en 1582, vervolgens, reisden vertegenwoordigers van grootvizier Sokollu Mehmet (1506-1579) diverse keren van Istanboel naar Antwerpen om de Nederlanders geld te kunnen geven en wapens en kleding te kunnen leveren.



Als uiting van dank voor deze hulp gebruikten de Nederlandse opstandelingen Ottomaanse vlaggen op hun schepen en hanteerden ze de leus "Liever Turks dan Paaps". De steun van de moslims maakte des te meer indruk op de Nederlanders daar al de andere Europese landen geweigerd hadden hulp te bieden aan de Nederlanders.[1]




De "geuzenpenning", een soort amulet dat de Nederlandse opstandeling op hun kleren droegen, bestond uit een Ottomaanse halve maan en de tekst "Liver Turcx dan Paus".



Door een gebeurtenis in 1604 werd een verdere stap in de relatie tussen Nederland en de Islamitische Staat Al Khilafa genomen. Bij de verovering van Sluis op de Spanjaarden in 1604 viel een Spaans galei-eskader in handen van de Nederlandse opstandelingen. Onder de galei-slaven bevond zich een groot aantal moslims. De Nederlanders besloten hen in vrijheid te stellen zonder losgeld te eisen. Bovendien kregen ze een gratis overtocht naar Noord-Afrika aangeboden op de schepen die in 1605 een Nederlands gezantschap naar Marokko vervoerden. Zes jaar na deze gebeurtenis ontvingen de Nederlanders een brief van de Groot-Admiraal van de marine van de moslims, Khalil Pasa (1570-1629). In deze brief, geschreven namens de Khalifa, bevestigde hij de aankomst van de door de Nederlanders bevrijde moslims, waarvoor hij de Nederlanders bedankte. Om de dankbaarheid van de moslims verder te benadrukken bevatte de brief een uitnodiging aan de Nederlanders om een ambassadeur naar Istanboel te sturen, zodat de vriendschap en handelsbetrekkingen tussen de twee landen formeel geregeld zouden kunnen worden. De ontvangst van deze brief was een grote overwinning voor de opstandelingen en een grootse gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis. Want door een ambassadeur uit te nodigen erkende de Islamitische Staat Al Khilafa de Nederlanden als een onafhankelijke natie, op het moment dat al de andere Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk, Nederland nog altijd als onderdeel van Spanje beschouwden. De Islamitische Staat Al Khilafa was dus de eerste natie die Nederland als onafhankelijke staat erkende.



In 1611, vervolgens, stuurden de Nederlanders een delegatie naar Istanboel. Cornelius Haga (1578-1654), een jonge advocaat uit Schiedam, werd aangewezen als afgevaardigde. In 1612 arriveerde Haga in Istanboel. De vertegenwoordigers van Groot-Brittannië en Frankrijk in Istanboel probeerden Haga te dwarsbomen, maar desondanks werd het Haga toch toegestaan om op audiëntie te gaan bij Khalifa Ahmed I (1603-1617). Haga overhandigde de Khalifa zeer waardevolle geschenken vanuit Nederland, waaronder cartografisch materiaal waarvan andere Europese mogendheden vonden dat het niet in moslimhanden mocht komen omdat ze dit als een artikel van strategisch belang zagen. Mede hierdoor kon Haga in 1612 melden dat hij onder bijzonder gunstige voorwaarden een handelsovereenkomst had gesloten met de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa.




Cornelius Haga



Smyrna: het centrum van handel tussen de Nederlanders en de moslims



In de zeventiende eeuw ontwikkelde de stad Smyrna (heden ten dage Izmir in Turkije) zich tot het centrum van de handel tussen West-Europa en de Islamitische Staat Al Khilafa. De Nederlanders maakten natuurlijk deel uit van deze handel. Leidse kooplieden exporteerden laken naar Smyrna, in een bonte mengeling van kleuren, dat werd gebruikt in de Ottomaanse kleding. Terug uit Smyrna kwam ondermeer geverfd katoen, angorawol, rozijnen en krenten.


Bron: "Smyrna en Ephese", door D.W. Rost van Tonningen, in De Gids, jaargang 40, 1876.


* Conversie naar 2011 euro's op basis van goudprijs 1870 - 1874 versus 2011 .



Als gevolg van de handel tussen Nederland en de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa ontstond er in Smyrna een Nederlandse enclave, want verschillende Nederlandse handelaren verhuisden tezamen met hun families naar Smyrna. Naarmate de handel groeide, werd daarom door de Nederlanders besloten om in Smyrna een consulaat te openen. Zodat de belangen van de Nederlanders in Smyrna en hun handel beschermd konden worden. In eerste instantie werden buitenlanders die al in Smyrna woonden en daar goede connecties hadden gevraagd om consul voor Nederland te worden. De Venetianen Nicolo Orlando en Duca Giovanni werden zo de eerste consuls voor Nederland in Smyrna. Maar in 1656 werd een Nederlander aangesteld als consul, Michiel du Mortier. Hij was een Leidenaar die tot die tijd handel gedreven had in Smyrna. In 1660 werd hij opgevolgd door Gerard Smits uit Amsterdam. En in 1668  werd die op zijn beurt weer opgevolgd door Jacob van Dam. Latere consuls werden in hoofdzaak uit de familie De Hochepied gekozen, die ook als handelaren naar Smyrna waren gekomen.




Het leven van de Nederlanders in Smyrna als inwoner van de Islamitische Staat Al Khilafa



Vanwege haar rol als internationaal handelscentrum kende Smyrna een zeer gemengde bevolking. Er woonden naast de moslims ook Fransen, Italianen, Engelsen, Nederlanders, Duitsers, Zwitsers, Joden, Grieken en Armenen. De moslims in Smyrna bestonden in hoofdzaak uit Turken, Perzen en Arabieren.


Bron: "Smyrna en Ephese", door D.W. Rost van Tonningen, in De Gids, jaargang 40, 1876.



Bron: "Smyrna en Ephese", door D.W. Rost van Tonningen, in De Gids, jaargang 40, 1876.



De Europeanen in Smyrna leefden in hun eigen buurt gescheiden van de rest van de bevolking. De stad bestond daarom uit twee delen. De benedenstad, het mooiste deel van de stad dat zich uitstrekte langs de zee, was voor de internationale handelslieden. Deze wijk werd het Franse Kwartier of de Frankenstraat genoemd. Daar op straat hoorde men niets anders dan Europese talen. En daar leefden ook de Grieken en Armenen. In de bovenstad, daarentegen, daar woonden de moslims. Dit gedeelte van de stad bestond hoofdzakelijk uit nauwe straten, stegen en sloppen met meestal houten huizen. Tussen beide delen van Smyrna was de jodenwijk. Voor het merendeel stamden de joden in Smyrna af van joden die tijdens de 16de eeuw uit Spanje waren verdreven en die toen hun toevlucht hadden gezocht bij de moslims. Joden, Grieken en Armenen gingen veel om met de Europese bewoners. Zij waren van elkaar afhankelijk op handelsgebied. De moslims speelden geen grote rol in het internationale handelsverkeer.



In de Frankenstraat leefden de Nederlanders samen met de andere Europeanen. De Frankenstraat stond vol met bijzonder mooie huizen. De Europeanen daar werden beschermd door een speciaal regiment van de janitsaren, de elite-soldaten van de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa. De janitsaren zelf stonden ook onder controle om te voorkomen dat zij de Europeanen onrecht zouden aandoen. Toen de Nederlandse Clara Catherina Colyer eens door een janitsaar werd beledigd was de Islamitische Staat bijvoorbeeld zeer streng en onverbiddelijk. Colyer was onder zowel de Europeanen als de moslims in Smyrna populair. Ze sprak ondermeer vloeiend Ottomaans en ging volgens de Ottomaanse gebruiken gekleed. De janitsaar werd voor zijn belediging van "de Madame", zoals Colyer genoemd opgehangen.



De Europeanen hoefden voor deze speciale bescherming niet te betalen. Ook waren allen vrijgesteld van de betaling van alle andere vormen van belasting die in de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa gebruikelijk waren.



De Europeanen mochten verder allemaal hun eigen rechtbank oprichten en zodoende gebruik maken van de in hun thuisland geldende wetten als er problemen ontstonden tussen hen.



De Europeanen hadden ook volledige vrijheid van godsdienst. In Smyrna had iedere gemeenschap daarom haar eigen kerk. Er waren verschillende katholieke en orthodoxe kerken. En de Nederlanders hadden hun eigen protestantse kerk. Hiernaast hadden de Nederlanders ook een eigen hospitaal en begraafplaats.




De Nederlandse kerk in Smyrna, die ook dienst deed als hospitaal.



De moslims lieten de Europeanen verder ook leven zoals zij zelf wilden. De Europeanen hadden in Smyrna daarom allemaal hun eigen winkels. De Nederlanders hadden onder andere een eigen bakkerij en een kroeg. Maar er was ook een opera, een schouwburg en een theater voor de Europeanen.



De Frankenstraat in Smyrna was dus een soort mini-Europa waar de Europeanen volgens westerse gebruiken en gewoonten konden leven. Dat de Europeanen genoten van dit leven in Smyrna blijkt uit het feit dat voor verschillende handelaren Smyrna daadwerkelijk thuis werd. Zij leefden daar met hun gezinnen en hun nageslacht bleef er ook leven. Zo bijvoorbeeld de geslachten De Hochepied en Van Lennep, die van Nederlandse afkomst waren; de geslachten Baker, Maltass, Whittall en Wood die oorspronkelijk uit Groot-Brittannië kwamen; de geslachten Giraud en Lafointaines die oorspronkelijk uit Frankrijk kwamen; en de geslachten De Andria en Spartali die oorspronkelijk uit Italië kwamen. Allen kozen ervoor om voor eeuwen onder de moslims in de Ottomaanse Islamitische Staat Al Khilafa te leven.




De "lessen in samenleven" van Smyrna



In het licht van de Europese ervaringen in de staat van de moslims, de Islamitische Staat Al Khilafa, is het opvallend dat de Europeanen nu de moslims in hun midden verplichten tot een leven volgens de Europese gewoontes en tradities. De Europeanen nu verbieden hiertoe de gewoontes en tradities van de moslims in hun midden, door stelselmatig nieuwe wetten hiertegen te introduceren. En zij eisen van de moslims in hun midden dat dezen hun complete visie op het leven veranderen en de visie op het leven van Europa blind kopiëren. De Europeanen nu doen de moslims in hun midden dus aan wat zijzelf verschrikkelijk zouden hebben gevonden als de moslims hen dit in Smyrna aangedaan zouden hebben. En zij onthouden de moslims in hun midden hetgeen de moslims in Smyrna hen gaven en waar zijzelf zo van genoten.



Opvallend is ook dat de Europese families in Smyrna volledig opgingen in het Ottomaanse leven. De Europeanen in Smyrna droegen bijvoorbeeld de Ottomaanse kledij, en niet de Europese kledij. Oftewel, zij werden door de moslims vrijgelaten om te leven zoals zij wilden en zij kozen er toen voor om een deel van hun Europese gewoontes en tradities in te ruilen voor de gewoontes en tradities van de moslims.[2] Dit is eigenlijk niet vreemd. Omdat de moslims aan de Europeanen in hun midden respect gaven, kregen ze van de Europeanen in hun midden respect terug. En omdat de Europeanen de moslims respecteerden, konden ze ook houden van de gewoontes en tradities van de moslims. Dit betekent dat waar Europa nu de "Europeanisering" van de moslims in haar midden probeert te realiseren door onderdrukking en dwang, en faalt; daar realiseerden de moslims "Islamisering" van de Europeanen, door respect en vrijheid.



Er zijn geen verhalen bekend van moslims in Smyrna die ontevreden waren over de aanwezigheid van de Europeanen in hun midden. Er zijn ook geen verhalen bekend van moslimleiders die een einde wilden aan de aanwezigheid van de Europeanen in hun midden. Of de aanwezigheid van de Europese gewoontes en tradities in hun midden. Dit geeft aan dat de Europeanen werkelijk geaccepteerd werden als onderdeel van de samenleving in Smyrna, alhoewel zij anders waren. En dus dat de moslims door middel van respect en vrijheid werkelijk samenleven van verschillende groepen realiseerden.



In dit licht is het interessant om te vertellen hoe aan het voorbeeld van samenleven dat Smyrna was, uiteindelijk een einde is gekomen.




Het einde van het echte samenleven in Smyrna



Na de Eerste Wereldoorlog motiveerden de Britten de Grieken om Anatolië binnen te vallen. Tijdens een diner in het huis van de Britse premier Lloyd George (1853 - 1945) riep deze zijn vriend Eleftherios Venizelos (1864 - 1936), minister-president van Griekenland, op om delen van Anatolië militair te bezetten. Lloyd George stelde voor op het volgende te proosten: "Moge de Turk uit Europa verdreven worden en teruggestuurd worden naar waar hij vandaan kwam". De bij het diner ook aanwezige Britse minister van Buitenlandse Zaken Lord Curzon zei daarop: "Voor meer dan vijf eeuwen is de aanwezigheid van de Turken in Europa een bron van afleiding, intrige en corruptie geweest. (...) Laten we deze gelegenheid om de wereld te verlossen van één van haar meest hardnekkige wortelen van kwaad niet laten lopen!". Daarop vielen de Grieken in 1919 Smyrna binnen, met behulp van de Britten. Na een verwelkoming door de Griekse bisschop van Smyrna, Metropolitan Chrysostom, plunderden zij de stad en verdreven ze de moslims. Duizenden onbewapende moslimburgers werden hierbij vermoord. Maar onder leiding van Moestafa Kemal werden de Grieken in 1922 door het Turkse leger weer verdreven uit Smyrna. Moestafa Kemal zag in de aanwezigheid van verschillende bevolkingsgroepen echter een bedreiging van de toekomst van het Turkije dat hij voor ogen had. Terwijl zijn soldaten woedend waren over wat hun broeders en zusters in Smyrna was aangedaan door de Grieken, gaf hij zijn leger daarom opdracht om de stad te "schonen" van iedere niet-Turkse aanwezigheid. Volgens schattingen werden hierbij 100.000 mensen vermoord.



De ironie hierin is dat de man die een Turkije wilde bouwen op basis van de Europese ideeën, die een overtuigde seculier was en niets van Islam moest hebben, degene was die aan het vreedzaam samenleven in Smyrna een finaal einde maakte. Smyrna is daarom het ultieme bewijs dat enkel Islam daadwerkelijk vreedzaam samenleven van verschillende groepen tot stand kan brengen.




Bronnen:



"De relatie tussen Nederland en het Osmaanse Rijk in de zeventiende en achttiende eeuw", auteur onbekend, www.igitur-archive.library.uu.nl/student-theses/.../Super%20versie%2005-07.doc



"Smyrna en Ephese", door D.W. Rost van Tonningen, in De Gids, jaargang 40, 1876,  www.dbnl.org/tekst/_gid001187601_01/_gid001187601_01_0015.php (deel 1) en www.dbnl.org/tekst/_gid001187601_01/_gid001187601_01_0021.php (deel 2)



"De opkomende internationale betrekkingen tussen Nederland en Turkije", Armand Sag, http://www.armandsag.nl/papers/A.%20Sag%20-%20Masterscriptie.pdf



"Paradise Lost Smyrna 1922: The Destruction of Islam's City of Tolerance by Giles Milton", William Dalrymple, The Sunday Times, 2008, www.entertainment.timesonline.co.uk/tol/arts_and_entertainment/books/book_reviews/article4114380.ece









[1] Veel steden in Nederland namen daarom de Ottomaanse halve maan op in hun vlag, bijvoorbeeld Jacobswoude, Krimpen aan den Ijssel, Nederlek, Ouderkerk, Voorschoten, Ameland, Doesburg, Hedel, Oosterhout en Schijndel.

[2] Er zijn verder verhalen bekend van Nederlanders in Smyrna die moslim wilden worden, maar daarop gekidnapt werden en onder dwang terug naar Nederland werden gestuurd.

Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"Maar zij hebben daar geen kennis van. Zij volgen alleen een vermoeden en het vermoeden kan tegen de waarheid niets baten." (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran; An-Nadjm: 28)
Hadith

Abu Hoeraira overleverde dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "De moslim is de broeder van de moslim; hij bedriegt hem niet, liegt tegen hem niet en laat hem niet in de steek. Het geheel van de moslims is heilig voor zijn mede moslims, zijn eer, zijn bezit en zijn bloed. Taqwa (vroomheid) zit hier. Het is voldoende slechtheid voor een men zijn broer te verachten." (Overgeleverd door at-tirmidhi)

over hadith..