vrijdag 25 april 2014 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Islam arrow Brieven aan de Khilafa - Imaam Ahmad ar Rifa'i aan Khalifa Al Moestandjid Billah Al Abbas
Brieven aan de Khilafa - Imaam Ahmad ar Rifa'i aan Khalifa Al Moestandjid Billah Al Abbas Afdrukken E-mail
woensdag 11 april 2012

Imaam Ahmad ar Rifa'i werd in het jaar 512 Hidjri, 1119 naar christelijke jaartelling, geboren nabij Basra in Irak. Zijn vader was ‘Ali Aboe al Hasan en zijn moeder Fatima al Ansari bint Yahya Nidjeri. Men zegt dat hij zowel langs zijn vader als langs zijn moeder een afstammeling van Profeet Mohammed (saw) was.

Zijn oom was Mansoer Rabbani, in zijn tijd een beroemde Islamitische geleerde in het gebied rondom Basra. Men zegt dat hij ervoor zorgde dat Imaam Ahmad ar Rifa'i als jonge jongen Islam bestudeerde met

‘Aliyyoel Wasiti.

Men zegt ook dat nadat zijn vader stierf, oom Rabbani hem mee nam om hem les te laten krijgen van een andere beroemde geleerde in die tijd genaamd Aboe Fadl ‘Ali al Wasiti. Bij hem bestudeerde Imaam Rifa'i oesoel al fiqh, fiqh en de Koran. Hij memoriseerde het boek "Tanbih" van Aboe Ishaaq Sirazi en schreef er een uitleg voor. Maar dit boek is verloren gegaan tijdens de Mongoolse invasie van Irak.

Men zegt dat toen Imaam Rifa'i twintig was, hij toestemming kreeg van zijn sjeich Wasiti om zelf les te geven. En men zegt dat hij de mensen toen opriep om een ascetisch leven te leiden, oftewel om hun leven niet in dienst te laten staan van het genieten van de wereldse zaken als eten en drinken, enzovoorts. Daarom riep hij de mensen op om gematigd te zijn in zaken die door Islam toegestaan zijn en om veel gebeden te verrichten tijdens de nacht. Het idee hierachter was dat de verleidingen van de wereld de mens aanzetten tot het overtreden van de wet van Allah (swt). Dus als een mens leert om zelfs het toegestane te laten in naam van Allah (swt), dan wordt het makkelijk voor hem om het verbodene te laten in naam van Allah (swt).

Men zegt dat Imaam Rifa'I zelf ervan hield om een eenvoudig man te zijn en om met eenvoudige mensen om te gaan. En dat hij bezorgd was voor het welzijn van zowel de mensen als van de dieren. Men zegt dat hij heeft gezegd: "Medelevendheid voor de schepping van Allah is één van de eigenschappen die de mens dichter bij Allah brengt.".

Khalifa Al Moestandjid Billah Al Abbas vroeg Imaam Rifa'i eens om hem van advies te voorzien. Daarop schreef de Imaam de volgende brief:

"In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Alle lof zij Allah. Moge vrede en zegeningen over de meester van Zijn scheppsels zijn, Mohammed, Zijn dienaar, van wie Hij houdt en die Hij uitverkoren heeft.

In naam van de armen onder Allah (swt) heeft Ahmad ibn ‘Ali Aboe al Hasan, moge Allah hem genadevol zijn, de Khalifa, de Amir al Moe'uminien, Aboe Ahmed al Moestandjied Billah al ‘Abbaas al Haasjim, moge Allah (swt) hem steunen met de steun die Hij geeft aan Zijn vrome dienaren - amien -, gehoorzaamd.

We hebben uw brief, waarin u ons vraagt om goede adviezen in het licht van de hadieth "De religie heeft goed advies nodig, de religie heeft goed advies nodig, en goed advies heeft religie nodig", ontvangen. Een hadieth als deze heeft twee voorwaardes: oprechtheid voor wat betreft degene die adviseert, en acceptatie - tot uitdrukking komend in praktische handelingen - voor wat betreft degene die geadviseerd wordt. Moge Allah (swt) u de steun en het succes geven.

O Amir al Moe'uminien, als u uw best doet voor wat betreft de oordelen van het Boek van Allah (swt), Verheven en Verheerlijkt zij Hij, dan zullen uw oordelen gebruikt worden in Zijn (swt) Koninkrijk. Als u de organisatie van Allah, Verheven zij Hij, verheerlijkt door Zijn Boodschapper, vrede en zegeningen zijn over hem, te volgen en zijn (saw) nobele positie te eren, dan zullen onderdanen hun leiders en gouverneurs door u aangesteld respecteren.

Geef geen aandacht, Amir al Moe'uminien, aan de macht van de keizers [van de Romeinen en Byzantijnen] en de koningen [van de Perzen] in hun rijken, want zij zijn ver van de principes die ik zojuist genoemd heb. In werkelijkheid hebben zij de Waarheid genegeerd, zodat Hij (swt) hen wegdreef van Zijn zegeningen (...). Hij (swt) gaf hen macht over hun onderdanen en gaf hen deze macht tot aan hun laatste adem. Maar als zij niet regeren met zachtheid en voorzichtigheid, dan zullen zij aanrichten wat zijzelf niet kunnen verdragen. Allah (swt) zal hun volkeren doen opstaan tegen hen (...). En het Vuur is voorzeker het toevluchtsoord voor de misdadigers.

Wat u betreft, o Amier al Moe'uminien, u bent de voogd en verdediger van de aarde, het bloed en het geld van de moslims. De zwaarden van Islam zijn in overwinningen gesmeed, niet omdat we wisten dat u Khalifa zou worden, noch om voor u de weg naar de macht te openen zodat u kunt regeren middels uw meningen. Dit is enkel en alleen gedaan voor Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw). Haast u, derhalve, in alle situaties naar Allah (swt). Eer in al uw zaken de Boodschapper van Allah (saw), dan zal u zijn onder degenen op wie Gods Zegeningen en die van Zijn Boodschapper zijn.

(...) Wees op uw hoede voor het oneerlijk zijn. Als de Sjaytaan u naar het kwaad probeert te misleiden en u influistert in uw oor, vraag uzelf dan af welk gedrag u van uw gouverneurs zou verwachten als u ooit gevangen gezet zou worden, of als tegen u een onrecht zou worden begaan, of als u door macht onderdrukt zou worden of als u het slachtoffer zou worden van een leugen. Daarom, behandel mensen zoals u behandeld wilt worden. Als u aldus doet dan eert u rechtvaardigheid en de mensheid zoals het hoort.

Weet dat het gebied onder uw heerschappij en uw staat slechts klein zijn in vergelijking met het koningkrijk van Allah, Verheven is Hij, en uzelf bent slechts een klein onderdeel van het gebied onder uw heerschappij. Als u iets goeds achterlaat terwijl u Allah, Verheven is Hij, vergeet; als u zich gedraagt als iemand die een deel van het koninkrijk van Allah (swt) opeist naar Hem, de rechten van Allah vergetende en Zijn schepping verradende, dan zal Hij (swt) u Zijn Hulp en Overwinning onthouden. (...).

En kijk niet, o Amier al Moe'uminien, naar het voorbeeld van degenen geliefd door Allah (swt) die zichzelf afzonderden van de wereldse aangelegenheden. Sommige metgezellen [van profeet Mohammed (saw)] deden zo en de mensen namen van hen de teugels van de macht. Allah (swt) nam hen tot Zich op, en de mensen heersten door middel van hun gelijken. En iedereen is verantwoordelijk voor zijn handelingen, en:

"En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat 41, vers 46)

O Amier al Moe'uminien, (...) kleed uzelf met wat u blij maakt en eet wat u bevredigt. Maar uw fortuin, u bezit eigenlijk niets want:

"aan Zijn koninkrijk laat Hij niemand deelnemen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Kahf 18, vers 26)

Voorzeker mijn Heer (swt) doet wat Hij (swt) wil.

(...) Als u nalatig bent betreffende Zijn ordening en deze toevlucht voor Zijn (swt) dienaren vernietigt, dan zal u van onder de onrechtvaardigen zijn:

"En de onrechtvaardigen zullen geen helper vinden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 192)

O Amier al Moe'uminien, zij die gezond verstand en goede smaak bezitten komen samen op basis van de waarheid en zij moedigen eerlijkheid en liefdadigheid aan. Jong en oud, regenten en geregeerden, vrije mensen of slaven, zij zijn allen gelijken in deze religie en ieder van hen heeft zijn eigen vooraanstaande mensen. Onrust woekert niet onder hen en zij staan niet onder de invloed van slechte manieren. Zij regeren met wat Allah (swt) heeft geopenbaard en zij zullen in de bescherming door Allah (swt) zijn zolang zij dit doen. Als zij hun toevlucht zoeken in misleiding tijdens rechtszaken en iets openbaren en iets anders stiekem verborgen houden, dan zal de Eerlijke Rechter hen zeggen:

"En wie niet oordeel vellen volgens wat Allah heeft neergezonden, dat zijn de verdorvenen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 47)

Als zij het slechte laten zien en proberen dit te laten rechtvaardigen door hun toeverlaten onder de mensen met macht[1], dan zal de Waarheid - Verheven is Hij - zeggen:

"En wie niet oordeel vellen volgens wat Allah heeft neergezonden, dat zijn de onrechtvaardigen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 45)

Als zij het slechte laten zien samen met de steun voor hun mening, en neerkijken op de Wijsheid van de Wetgeving met hooghartigheid[2], dan zal de Wreker, Degene met wie het verbond is, zeggen:

"En wie niet oordeel vellen volgens wat Allah heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 45)

O Amier al Moe'uminien, (...) dit is het gebod van Allah (swt), die de karakters [van de mensen] geschapen heeft en weet wat hen tot rust brengt. Het is door deze Wet dat de zwaksten in de samenleving hun rechten kunnen eisen van hun sterke tegenstander [de sterksten in de samenleving].

U heeft geleerd, o Amier al Moe'uminien, van het leven van uw illustere voorganger ‘Oemar bin Al Chattab al Faroeq, moge Allah (swt) tevreden met hem zijn. Hij beïndrukte de Perzen, de Byzantijnen, Noord-Afrika, de Chinezen, de Indiërs en de Berbers niet met brocade, zijden tapijten, bekers met juwelen, paarden, grote paleizen en gouden overkoepelingen. Nee! Hij beïndrukte hen door pure rechtvaardigheid. En bracht zelfs hun meest arrogante mensen tot zwijgen aan de hand van de superieure wijsheid van de wetgeving van jouw Profeet, de meester der wijzen, het bewijs voor bewuste mensen, de Imaam, Profeet Mohammed (saw).

(...) En weet, o mijn heerser, dat rechtvaardigheid het ware leger van de koning is[3], dat zijn handelingen zijn ware beschermer zijn[4], en de gouverneurs [die hij aanstelt] en hun metgezellen zijn de ware de nalatenschap van zijn staat[5]. (...) Ik adviseer mensen die denken [voor de positie van gouverneur]. Wees op uw hoede voor mensen die streng, verraderlijk en misleid zijn, want zij zijn uw vijanden. (...)

Als u liefde voelt voor iets, laat uw handelingen dan leiden door rechtvaardigheid. Geef niet de voorkeur aan hen die dit niet verdienen. En als u afkeer voelt voor iets, herinner u dan Allah (swt), en bescherm uw karakter tegen verraderlijkheid. [Want] Uw positie is hetgeen vanwaaruit veiligheid voortvloeit. Wie de eigenaar van deze [positie] is, die moet geleid worden door de Waarheid en niet door belangen.

Wanneer boos, neig dan naar vergiffenis. Het is beter om een fout te maken in vergiffenis dan in bestraffing. Richt uw generositeit tot de mensen van geloof en wijsheid, en zij die nauwkeurig de religie bewaken. Kies van onder hen degenen met het meest nobele karakter, met intelligentie, wier spraak en mening het meest nauwkeurig zijn, met de meest overtuigende argumenten, en die de beste kenners van Allah (swt) en Zijn Profeet (saw) zijn. De mensen zijn allen gelijk voor wat betreft uw behandeling van hen, of nu vroom of slecht, gelovig of ongelovig.

Eer de heiligheden van de religie en diens volgelingen. Doe werken die u een goed resultaat geven in het Hiernamaals, wanneer u voor uw Heer zult verschijnen. En Allah (swt) is degene die succes geeft. We zijn van Allah (swt) afkomstig en tot Hem (swt) keren we terug. En moge de Vrede, Genade en Zegeningen van Allah over u zijn."

Deze brief van Imaam Rifa'i is een bewijs dat de oorspronkelijke soefi sjeichs zich bewust waren dat ook zij, de meesters van tasawwoef, verantwoordelijkheden hadden voor wat betreft het welzijn van de Islamitische Staat en de moslimgemeenschap als geheel. Dit staat in groot contrast met hetgeen door vele hedendaagse soefi's geleerd wordt.

Imaam Ahmad ar Rifa'i stierf uiteindelijk in het jaar 578 Hidjri, 1183 naar christelijke jaartelling, eveneens in Basra, Irak. Direct na zijn dood werd de Rifa'iyya soefi orde opgericht, die op een gegeven moment de grootste en meest invloedrijke soefi orde in de wereld was. Deze orde staat bekend om haar extreme handelingen van dhikr. Men zegt van hen waar genomen te hebben ondermeer het rijden op leeuwen, het doorboren van het lichaam met ijzeren stangen, het eten van glas, het dansen tot flauwvallen en het lopen op hete kolen, zogezegd als vormen van aanbidding van Allah (swt). Maar hierbij moet gezegd worden dat Imaam Rifa'i zelf nooit zoiets gedaan heeft en hier nooit opdracht toe heeft gegeven. De meeste van deze vormen van dhikr zijn in de orde die zijn naam draagt geslopen op het moment dat de Mongolen Irak bezetten.

De Rifa'iyya soefi orde werd in 1925 door Moestafa Kemal verboden in Turkije, maar heeft vandaag de dag nog aanhangers in voornamelijk Kosovo, Egypte en Indonesië.





[1] Bedoeld wordt: "Zij proberen hun invloed te gebruiken om de rechter te beïnvloeden, zodat hij een voor hen voordelige isjtihaad zal doen".

[2] Bedoeld wordt: "Zij gebruiken niet-Islamitische wetten om hun zin te krijgen".

[3] Zij maakt dat hij geliefd en dus invloedrijk is, of gehaat en dus zwak.

[4] Zij  maken dat hij veilig is voor zijn mensen, danwel onveilig.

[5] De mensen zullen hem hiervoor herinneren.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"Allah verbiedt jullie niet dat jullie hen die jullie in de godsdienst niet bestrijden en jullie niet uit jullie woningen uitdrijven, liefderijk behandelen en dat jullie jegens hen rechtmatigheid betrachten. Allah bemint de rechtmatigen." [Al-Momtahanah: 8]
Hadith

Irbad ibn sariyah zegt : de Profeet (saw) maande ons met een preek, die onze harten deed sidderen en onze ogen liet tranen. ‘O, Boodschapper van Allah! Het was als een afscheidspreek, dus adviseer ons! vroegen wij.' Hij zei : "Ik adviseer jullie Allah te vrezen en om te luisteren en te gehoorzamen, zelfs in het geval er een slaaf als leider over jullie wordt benoemd. Degenen die onder jullie leven zullen een groot aantal geschillen zien. Houdt dus stevig vast aan mijn Soenna en de Soenna van de rechtgeleide Kaliefen. Houdt jezelf afzijdig van vernieuwingen, want alle vernieuwingen zijn misleidingen." (Daarimi , ibn Majeh en Tirmidi)

over hadith..