vrijdag 18 mei 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Verklaringen arrow Hizb ut Tahrir arrow In reactie op Elsevier's "Wegbereiders van de Kalief"
In reactie op Elsevier's "Wegbereiders van de Kalief" Afdrukken E-mail
donderdag 15 september 2005

Van: Okay Pala
Lidvertegenwoordiger Hizb ut-Tahrir in Nederland

Aan: redactie Elsevier

Betreft: "De Wegbereiders van de Kalief", Elsevier 35, 3 sept 2005, jaargang 61

8 september, 2005


Geachte,


Naar aanleiding van uw berichtgeving omtrent onze partij in artikel "De Wegbereiders van de Kalief", vindt u bijgevoegd een reactie mijner zijds op enkele van de door uw auteur aangehaalde punten. Een noodzakelijkheid naar mijn beleving, gezien het feit dat uw auteur verschillende conclusies trekt betreffende mijn partij Hizb ut-Tahrir en haar opvattingen die enerzijds gebaseerd zijn op incorrecte informatie, en die anderzijds, mochten zij desalnietemin toch voor juist aangenomen worden, verregaande consequenties met zich mee dragen. En ik ga er van uit dat u, nadat ik uw fout in deze duidelijk zal hebben gemaakt, als gerespecteerd opiniemagazine die de objectiviteit en integriteit van haar berichtgeving koestert,  in deze uw verantwoordelijkheid zult nemen en conform de journalistieke ethiek een correctie op het eerder beweerde zult publiceren.


Echter, alvorens dezen te presenteren, staat u mij de volgende algemene opmerking betreffende het artikel toe:


Afgaand op de toonzetting in het artikel wekt het bij de objectieve lezer toch verbazing te vinden dat een gerespecteerd opiniemagazine als Elsevier, meer een historie die vele decennia teruggaat, een kleine, internationaal en regionaal nietsbetekende partij als Hizb ut-Tahrir - want als zodanig presenteert uw auteur onze partij - behandelt. Uitgaande van de vooronderstelling dat deze denigrerende toon in het artikel ten opzichte van Hizb ut-Tahrir gerechtvaardigd is, door aldus te handelen zou Elsevier een partij een positie geven in het maatschappelijk debat die zij niet verdiend, daarmee het eigen aanzien, het resultaat van vele jaren werken, schadend. Echter, een partij die internationaal besproken wordt, zoals de referentie in het artikel naar het onderzoek van het Nixon Center ook aangeeft (wij zouden verder nog kunnen vermelden de International Crisis Group, de Jamestown Foundation, en verscheidene andere denktanks met internationaal aanzien, maar dit terzijde) verdient het niet om op een denigrerende wijze als die gehanteerd in het artikel benaderd te worden. En dit wel te doen past nog minder bij een opiniemagazine van aanzien.


Ik zal u mijn punten van commentaar puntsgewijs presenteren, enkelen waarvan feitelijk vragen zijn, onder vermelding van de passage waarop zij betrekking heeft.


1. U heeft het artikel gepubliceerd in de column "Terreur", onder de titel "De Wegbereiders van de Kalief". Moet ik hieruit begrijpen dat Elsevier de oproep tot de staatsvorm de Khilafah definieert als terreur? Ik hoop dat u op deze vraag een antwoord zult kunnen verschaffen dat voor mogelijke onduidelijkheid hieromtrent geen ruimte laat, omdat - en dit zou men niet mogen vergeten - dit een kwestie is die anderhalf miljard moslims betreft. Verder, de woorden Khilafah en Khalifah staan weergegeven in de Koran, alsmede in de verzameling overleveringen van de Profeet van Islam, bekend onder de term de Soennah. De Profeet heeft zijn volgelingen beschreven alszijnde de Khulafah ar Rashidoen (de Rechtgeleide Kaliefen).  Kunt u misschien tevens aangeven, moet ik dan ook begrijpen dat volgens Elsevier de eerste volgelingen van de Profeet, welken door een miljoen moslims in Nederland beschouwd worden als voorbeeld, terroristen zijn?


2. De auteur van het betreffende artikel heeft enkele malen het woord sekte gebruikt om Hizb ut-Tahrir mee te beschrijven. Tevens heeft de heer onze Arabische naam Hizb ut-Tahrir vertaald naar het Nederlands in "Bevrijdingspartij". Moet ik hieruit begrijpen dat uw auteur het verschil tussen de woorden sekte en partij niet geheel duidelijk is? In Van Dale wordt het woord sekte beschreven als:


"Soms met ongunstige bijbetekenis, de gezamenlijke aanhangers van een (m.n) godsdienstige gezindheid die op bepaalde punten afwijkt van een meer oorspronkelijke, waaruit zij is voortgekomen; in de Christelijke kerken (m.n) van toepassing op groeperingen die zich afsplitsen van een kerkgemeenschap op grond van afwijkende opvattingen betreffende een of meer geloofspunten."


Terwijl Van Dale's beschrijving van een partij de volgende is:


"Groep van personen die zich voor hetzelfde doel verenigd hebben, of groep van personen die zich verenigd hebben om op te komen voor hun beginselen, hun belangen, vooral op staatkundig gebied."


Wanneer uw auteur ons dus beschrijft als sekte dan beschrijft hij ons daarmee als verdwaald zijnde. Misschien heeft u als redactie deze consequentie van het woordgebruik van uw auteur over het hoofd gezien, kunt u daarom misschien aangeven wat de officiële positie van Elsevier in deze is: Zijn wij, Hizb ut-Tahrir, verdwaald? Zo ja rijst bij mij de vraag: Vanuit welk perspectief zijn wij verdwaald? Wat is de maatstaf om zo iets te bepalen? Ten eerste is Hizb ut-Tahrir niet democratisch, wat een maatstaf gebaseerd op de seculier liberale democratie tot nietszeggend maakt bij de beoordeling van ons alszijnde verdwaald of rechtgeleid. Ten tweede, uw auteur is niet een moslim, dus wie is hij om een islamitische partij te beoordelen op een islamitische maatstaf als verdwaald of rechtgeleid? Ik zou het bijzonder waarderen mocht u de volgend de vraag van mij, welke ik direct richt aan uw medewerker, aan hem doen toekomen:


Waarom weigert u zo (bijna) pertinent om het woord partij in de context van Hizb ut-Tahrir te gebruiken, terwijl u erkent dat dit in vertaling "Bevrijdingspartij" betekent?


3. Uw auteur heeft het idee van de Khilafah bekritiseerd, en het veroordeeld alszijnde utopisch. Ik vraag u, redactie Elsevier, waarom wordt het idee van een Europese Unie realistisch beschouwd, maar een Islamitische Unie onder het politiek lichaam de Khilafah als utopisch? Met andere woorden, welke is uw maatstaf om tot dit oordeel te komen over de Khilafah? Buiten dit, bent u tezamen met uw auteur vergeten dat voor bijna 14 eeuwen de Khilafah een realiteit is geweest? En bent u tezamen met uw auteur vergeten dat Nederland in haar onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spaanse bezetting de hulp in heeft gevraagd van deze Khilafah staat? Dat de Watergeuzen hebben gevochten met de "wimpels van verschrikking" geheven, zijnde de wimpels van de Ottomaanse Staat de Khilafah? En vandaar onder de leus "liever Turks dan paaps"?[1] Mocht u dit vergeten zijn dan raad ik u aan een bezoek te plegen aan de archieven van de Nederlandse Staat in Den Haag, waar u veel informatie zult kunnen vinden over de historische economische, militaire en bestuurlijke relaties tussen Nederland en de Khilafah staat.


Bovendien, doet het feit dat de Khilafah en de Khalifah een eigen term hebben ook in het Nederlands niet vermoeden dat we hier met meer te maken hebben dan een utopie van de moslims? Wederom Van Dale beschrijft de Kalief alszijnde:


"Titel die de opvolgers van Mohammed droegen als wereldlijk bestuurder van de gehele moslimgemeenschap en beschermer van de wet (zij hadden geen geestelijk gezag). Voordat de sultan van Turkije in 1922 werd afgezet voerde hij de titel Kalief."


4. Uw auteur heeft gezegd, vol van sarcasme: "Taqiuddien an Nabhani schreef alvast een grondwet voor Allahs rijk op aarde. De Kalief zou een militaire aanvoerder moeten aanwijzen, een Amir, die de jihad tegen de ongelovigen diende te leiden. In deze wereld zou hijzelf aan niets en niemand verantwoording hoeven af te leggen."


Uw auteur is schijnbaar vergeten dat het onderwerp de Khilafah een staatsvorm betreft. En hij lijkt vergeten dat iedere staat, van alle tijden, een orgaan kent dat zich bezig houdt met de organisatie van het militair apparaat; een Secretary of Defense in geval van Amerika, die de jihad leidt tegen de ondemocraten, en een Amir van Jihad in het geval van de Khilafah. En betreffende de verantwoording die de Khalifah af moet leggen, de opmerking van uw auteur hieromtrent verraad zijn onwetendheid betreffende het systeem van regeren binnen de Khilafah zoals geadopteerd door Hizb ut-Tahrir. De Kalief, zoals wij dit in onze boeken hebben uiteengezet, legt verantwoording over zijn daden af aan de Majlis ash Shoera. De Majlis ash Shoera is het controlerend en raadgevend orgaan in de Islamitische Staat, waarin zowel de moslim als niet-moslim onderdanen van deze staat zitting hebben. Hiernaast legt de Kalief verantwoording af aan het geheel van zijn onderdanen, de Oemmah, een feit georganiseerd door de instelling van een rechtbank met speciaal als doel het volk de mogelijkheid te geven om haar klacht betreffende het beleid van de Kalief naar voren te brengen. En natuurlijk, men zou het bijna vergeten onder het geweld van deze aantijging (figuurlijk gesproken, vanzelfsprekend), de Hizb zelf zal niet ophouden te bestaan bij de wederoprichting van de Khilafah; zij zal, tezamen met mogelijke andere islamitische partijen, het op zich nemen de Kalief ter verantwoording te houden.


5. Wederom onder benutting van sarcasme schrijft uw auteur: "Zijn (de Khalifah) benoeming moest gebeuren door prominente mannen. Het is niet verrassend dat Hizb ut-Tahrir weinig opheeft met de westerse democratie."


Ten eerste, in onze boeken is het proces dat moet leiden tot de benoeming van de Khalifah uitputtend behandeld en uitgelegd. De autoriteit (welke wij voor de duidelijkheid differentiëren van soevereiniteit) moet in handen zijn van de Oemmah niet in de handen van een elite, zoals bijvoorbeeld wel het geval is in de democratische westerse landen waar deze berust bij de kapitalisten. Ten tweede, wederom een vraag van mijn kant die ik hoop u zult kunnen doen toekomen aan uw medewerker:


U beschrijft de democratie als westers, wanneer u zegt "westerse democratie". Waarom dan verwacht u überhaupt van een islamitische partij dat zij het eens is met een westerse uitvinding, in deze de democratie?


Terug naar u, redactie van Elsevier, het is niet objectief om zo een islamitische partij te beoordelen, op basis van westerse maatstaven. Of is uw magazine van het niveau van diegenen die de leus der terreur hanteren, het "you're with us or against us"? Ten derde, in werkelijkheid is de Khilafah-staat niet zoals uw auteur insinueert. Maar, zou ik de komende realiteit van de Khilafah voor uw auteur beschrijven, dan vrees ik zou hij deze, met zijn niveau, onmogelijk kunnen begrijpen; ik verwacht niet dat uw medewerker zal kunnen begrijpen hetgeen hij nog niet heeft ervaren. Daarom heb ik besloten deze komende realiteit hier niet voor hem te beschrijven, maar in plaats hiervan hem in de komende Khilafah staat uit te nodigen, zodat hij dan haar realiteit kan waarnemen. Kunt u hem deze boodschap overbrengen, en daarbij het volgende mededelen:


" 'n snjitsje ferduldigens: it duorjet net lang mear."


6. Uw auteur refereert in zijn artikel naar het verbod op onze partij in landen als Oezbekistan, Pakistan, Rusland, landen in Noord-Afrika en Duitsland, met de bedoeling de vraag te stellen: "Als in deze landen Hizb ut-Tahrir verboden is, waarom dan niet in Nederland?" Het heeft mij hoogst verbaasd te moeten vinden dat iemand die ons bekritiseerd vanwege een gebrek aan democratische opvattingen, vervolgens als in een adem de democratisch staat Nederland oproept tot het volgen van het voorbeeld van deze dictatoriale staten - wat in zichzelf een anti-democratische oproep is! Hoe kan Elsevier nu aan Nederland vragen een niveau aan te nemen zoals de wereld dit kent van Oezbekistan en Rusland?


7. Uw auteur stelt "Universiteiten zijn een geliefd jachtgebied".


De geachte dichter en auteur gebruikt hier expliciet het woord jagen. Mogen we u als redactie vragen, weet u misschien, beschouwd hij diegenen die de universiteit bezoeken, de doctoren, economen en ingenieurs in spé, de toekomst van Nederland, werkelijk als dieren, als wild waarop Hizb ut-Tahrir jaagt? En aan u als redactie vraag ik: Is dit acceptabel voor een auteur in een gerespecteerd magazine om dergelijke termen te gebruiken, die blijk geven van een grote mate van vooringenomenheid - en ja, zelfs haat? In alle eerlijkheid, ik heb me dit niveau van uw auteur niet aangetrokken, omdat in werkelijkheid het feit van Hizb ut-Tahrir dat uw auteur aanhaalt ons als partij verheft in de ogen van de mensen. Indien de boodschap (da'awah) van Hizb ut-Tahrir de intellectuelen op de universiteiten aanspreekt, hen tot denken aanzet en hun harten opent, dan is dit werkelijk een goede da'awah.


Ten slotte, in herhaling van wat in verschillende publicaties al eerder door ons gezegd is, Hizb ut-Tahrir is niet ondergronds maar bovengronds, en diegenen die zich buiten hun hollen zouden begeven of vanuit hun ivoren torens zouden afdalen om hun oor te luister te leggen, die zouden dit weten.


Hoogachtend,




Okay Pala


 
[1] Uw deugd zij eeuwig dank; God hoorde uw smeek-gebed,

Want Valdes is gevloôn, en Leyden is ontzet.

Men zag de gulle Vreugd, bij 't nadren der galeiën,

De vreugde-tranen uit haar lagchende oogen schreiën:

Verwinning danste op 't dek, en achtbre Zegepraal

Stondt, staatlijk, op de plecht van Zeelands Admiraal!

Matroos liet van de steng victorie-wimpels waaiën,

En, onder 't blij hoezee, het ronde mutsje draaiën;

De halve maanen zag men blinken op den hoed.

Van 't zee-volk, dat, ten spijt van Spanjes overmoed;

De voorhuid eerder door den Turk wou doen besnijden,

Dan Rome's vloekjuk op den Zeeuwschen nek te lijden.


Uit: Joannes le Francq van Berkheij, Het verheerlyckt Leiden, bij het tweede eeuwgetyde van deszelfs heuchlyk ontzet, in den jaere MDCCLXXIV in dichtmaat uitgesprooken, in de Gasthuis kerk dier stad, op den vierden van wynmaand MDCCLXXIV. Leiden 1774.  

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah

"Welnee, maar zij zeggen: "Wij hebben gemerkt dat onze vaderen tot een [geloofs] gemeenschap behoorden en in hun spoor gaan wij in de goede richting." En zo hebben wij vóór jouw tijd geen waarschuwer naar een stad gezonden zonder dat haar inwoners die een luxeleven leidden zeiden:  "Wij hebben gemerkt dat onze vaderen tot een [geloofs] gemeenschap behoorden en in hun spoor gaan wij verder." Hij zei: "En als ik dan tot jullie kom met een betere leidraad dan die waarvan jullie gemerkt hebben dat jullie vaderen zich eraan hielden?" Zij zeiden: "waarmee jullie gezonden zijn, daaraan hechten wij geen geloof." (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran; Az-Zoechroef 21 tm 23)

Hadith

En Al Bukhari heeft over Abdullah verteld. Hij zei dat de Profeet (saw) het volgende had gezegd: "U zult na mij egoïsme meemaken en dingen die jullie verafschuwen" Zij zeiden: "Wat beveelt u ons te doen, Oh Profeet van Allah?" Hij zei: "Geef hen hun recht, en vraag Allah u uw recht te geven."

over hadith..