|
09/11/2005
Na dagen en nachten van geweld in Frankrijk, heeft de Franse regering het groene licht gegeven aan de instelling van uitgaansverboden in de gebieden waar de geweldadige protesten door jongeren veelal van buitenlandse komaf, zowel moslims als niet moslims, zich hebben voorgedaan. Met het uitgaansverbod, gerechtvaardigd op basis van een wet die teruggaat tot 3 april 1955, heeft de Franse regering in feite de staat van beleg afgekondigd in het land.
Er was ergens hoop dat in Frankrijk de ministerraad bijeen zou komen in een uitzonderlijke zitting om de gebeurtenissen op een verstandige wijze op te lossen, waarbij de oorzaken die tot de gebeurtenissen hebben geleid grondig en zakelijk zouden worden bestudeerd, zodat men tot een rechtvaardige oplossing zou komen. De oplossing waarop de Franse jongeren wachtten. De Franse regering, echter, verkoos de realiteit te negeren en riep de staat van beleg uit in het land.
Wij steunen geweld niet, en we bieden de jongeren die deze daden plegen geen excuus voor wat ze aan brand en vernieling van andermans bezit hebben gepleegd. We vragen ons echter wel af: is het niet het recht van deze jongeren om te protesteren na de dood van twee van hen onder duistere omstandigheden? Is het niet het recht van deze jongeren om te protesteren wanneer de minister van Binnenlandse Zaken Sarkouzy hen betitelt als "tuig" en "bandieten"? Is het niet hun recht te protesteren nadat de politie traangasgranaten heeft afgeschoten in een moskee in de wijk La Forrestier? En is het niet hun recht te protesteren nadat sommige Franse kranten hen omschreven als als beesten?
In realiteit zijn deze geweldadige gebeurtenissen die in Frankrijk hebben plaastgevonden niets anders dan een reactie op het leed dat de immigranten ondergaan, zowel moslims als niet moslims, in een land dat beweert een toonbeeld van vrijheid en gelijkheid te zijn. Vandaar dan ook dat deze gemeenschappen, en met name de moslims, leven onder een structurele staat van verwaarlozing en isolatie. En hun gevoel van waardeloosheid wordt versterkt door de behandeling die zij ontvangen van een staat welke gebaseerd is op racisme, en die hen als bezitlozen ziet.
Het werkelijke problem van deze jongeren die Sarkouzy heeft omschreven als tuig, is niet de werkloosheid en de geringe arbeidskansen, en niet het gebrek aan opleidingskansen, en niet het gebrek aan financiële ondersteuning. Het werkelijke probleem is de visie van de Franse regering, die hen beschouwt als bezitlozen en hen daarnaar behandelt. En de maatschappelijke, sociale, en economische problemen zijn niets anders dan het resultaat van een kijk van racistische onderscheiding die de mentaliteit van de staat en haar instituties beheerst. En deze gebeurtenissen zijn daarom niets anders dan een woedende reactie op deze visie, die minacht en verwaarloost. Een behandeling van deze crisis waarin Frankrijk rondspartelt, en die de rest van Europa bedreigt, valt derhalve enkel te zoeken in een metaliteitsverandering, weg van de visie van onderscheid en racisme die de Europese landen en hun instituties kleurt.
Men zou denken dat dergelijke gebeurtenissen de wijzen tot actie zouden aanzetten om het problem bij de wortels aan te pakken. In de realiteit echter het tegendeel, niets hiervan. De westerse regeringen in het algemeen hebben zich gehaast om de zogenaamde veiligheismaatregelen aan te scherpen. De Franse regering riep de staat van beleg uit; alsof een staat van oorlog de oplossing is voor het problem, en alsof veiligheid enkel gewaarborgd kan worden middels repressie.
Wij roepen de westerse regeringen op om een voorbeeld te nemen aan de Islamitische Kalifaat-staat waar het gaat om rechtvaardigheid tussen al de inwoners van een staat, aangezien rechtvaardigheid tussen alle burgers een basis is voor regeren, en een medicijn voor iedere politieke kwaal. Over 'Oemar, een van de rechtgeleide Kaliefen, vertelt de geschiedenis ons het volgende:
Een boodschapper namens Kisra bezicht de tweede rechtgeleide Kalief van de Islamitische Kalifaat-staat 'Oemar Ibn Al-Khatab. Hij trad al Madinah, de hoofdstad van het Kalifaat in die tijd, binnen, en vroeg naar de Amir van de Gelovigen, 'Oemar Ibn Al-Khatab, en diens paleis. Hem werd geantwoord dat 'Oemar niet over een paleis van de staat beschikte, maar dat mischien de boodschapper 'Oemar in zijn huis zou kunnen aantreffen. Iemand begeleide de boodschapper naar het huis van 'Oemar. Nadat op de deur werd geklopt verscheen de zoon van 'Oemar, Abdallah Ibn 'Oemar Ibn Al-Khatab. De bezoeker vroeg hem waar zijn vader, was waarop Abdallah antwoordde dat hij mischien in de palmtuin in al Madinah was. Abdallah begeleide de boodschapper naar de palmtuin. Daar troffen ze 'Oemar Ibn Al-Khattab aan, liggend op de grond met één hand onder zijn hoofd en het andere voor z'n ogen. 'Oemar sliep. Toen de boodschapper dit zag sprak deze woorden die in het regeren een spreuk, sterker noge een basis zijn geworden: "U regeerde met rechtvaardigheid, realiseerde de veiligheid, zodat u gerust kunt slapen!".
Hebben de westerse regeringen lering getrokken uit de gebeurtenissen in Frankrijk? Of zullen deze regeringen op de ingeslagen weg verder gaan, de weg van de zogenaamde veiligheidspolitiek die in werkelijkheid geen veiligheid zal brengen?
Okay Pala Lidvertegenwoordiger Hizb ut-Tahrir in Nederland
|