vrijdag 10 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Islam arrow Het systeem van strafrecht in Islam
Het systeem van strafrecht in Islam Afdrukken E-mail
maandag 12 december 2005
Redactie Expliciet: Zonder twijfel is misdaad in de westerse landen een groot probleem. Diefstal, bedrog en mishandeling behoren tot de dagelijkse realiteit, en zijn feiten waar eenieder rekening mee dient te houden in zijn dagelijks bestaan. En zeker over de laatste vijftig jaar heeft ieder decennium een stijging in de misdaadcijfers laten zien; het is nog niet zo lang geleden dat in de grote steden men het huis verliet zonder deuren en ramen te vergrendelen, gedrag tot relatief recent nog gebruikelijk op het platteland maar zelfs daar nu een onmogelijkheid gezien het risico van inbraak en diefstal.

Gezien het feit dat het strafrecht naar westers model dus geen oplossing heeft geboden voor het probleem van misdaad, lijkt het de moeite waard een blik te werpen op het strafrecht in Islam. Wederom een systeem van Islam waarover vele mensen weliswaar een idee en oordeel hebben, maar waarover slechts weinigen echt diepe kennis beschikken. Het doel is hierbij niet om de details van verboden en geboden in te gaan, omdat die als resultante van de islamitische ideologie vanzelfsprekend verschillen van de verboden en geboden die resulteren uit de seculiere levensbeschouwing. De doelstelling van dit artikel ligt eerder in het uiteenzetten van de rol die Islam haar systeem van strafrecht heeft toebedeelt en de ideeën waarop het islamitisch systeem van strafrecht zich gebaseerd, om dezen te kunnen vergelijken met de fundamenten onder haar westerse evenknieën.

Intellectuele onderbouwing van het systeem van strafrecht in Islam

De mensen is een schepsel, welke met bepaalde onveranderbare eigenschappen op de wereld is gekomen, waarvan hij geen afstand van zal kunnen nemen, en waaraan hij zich derhalve enkel aan over te geven heeft. Het betreft hier de organische behoeften van de mens, zoals honger en dorst, en zijn instinctieve behoeften, zoals lust. De organische behoeften komen voort uit wat men kan noemen de menselijke behoeften, zijnde slaap, voeding, zuurstof en ontlasten. De instinctieve behoeften komen voort uit de menselijke instincten, zijnde het overlevingsinstinct, het voortplantinginstinct en het aanbiddinginstinct.

Deze behoeften en instincten zijn als het ware de motor achter de mens. Zowel voor de organische behoeften als voor de instinctieve behoeften bestaat een noodzaak tot bevrediging. De afwezigheid van bevrediging van de organische behoeften leidt de mens tot de dood; de afwezigheid van bevrediging van de instinctieve behoeften leidt de mens tot een bestaan gekenmerkt door een gevoel van onwelzijn. Al de handelingen die de mens verricht, daarmee, staan in het teken van deze behoeften en instincten, want zij resulteren uit de noodzaak tot bevrediging van de behoeften en de wens tot bevrediging van de instincten. De mens eet, drinkt en slaapt omdat zijn lichaam dit vereist, en omdat hij zou sterven zou hij deze handeling achterwege laten. Met andere woorden, zijn organische behoefte aan eten, drinken, slapen en ontlasten dwingen de mens tot eten, drinken, slapen en ontlasten. Hetzelfde geldt voor de instincten van de mens. De mens kleedt zich aan, gaat werken, en probeert voor zichzelf eigendom tot stand te brengen in een poging zijn bestaan te beschermen - handelingen onlosmakelijk verbonden met het overlevingsinstinct. Op gelijke wijze valt feitelijk iedere handeling van de mens terug te voeren tot de menselijke organische of instinctieve behoeften, oftewel de menselijke behoeften en instincten. Wat de mens ook doet, hij doet dit omdat hij organische behoeften ervaart of omdat hij instinctieve behoeften ervaart.

Dat de mens behoeften en instincten heeft, betekent niet hij willoos aan hen overgeleverd is. Bijvoorbeeld de behoefte aan eten en drinken. Wanneer dezen zich openbaren en de mens dus de behoefte aan eten of drinken ervaart, dan is het geenszins zo dat de mens hier onmiddellijk gehoor aan moet geven en dus alle andere bezigheden moet laten vallen. Hetzelfde geldt voor de instincten. Bevrediging hiervan kan de mens niet enkel uitstellen, met het oog op overleven is bevrediging van bijvoorbeeld de instinctieve behoefte aan gemeenschap die resulteert uit het voorplantinginstinct, niet eens een noodzakelijkheid. Waar het onbevredigd blijven van de organische behoeften onvermijdelijk de dood tot gevolg heeft, daar ervaart de mens bij het onbevredigd blijven van een instinctieve behoefte hoogstens schade aan het welvoelen. Dit maakt duidelijk dat de mens weliswaar geen invloed heeft op het bestaan van de behoeften en instincten, of op het gevoel van noodzaak tot bevrediging van hen dat hij ervaart wanneer zijn behoeften en instincten zich uiten, maar de voorbeelden maken tevens duidelijk dat de menselijke wil wel degelijk van invloed is op het moment van bevrediging en op de manier van bevrediging.

Islam houdt rekening met het feit dat de mens organische en instinctieve behoeften zal ervaren gezien het bestaan van zijn behoeften en instincten, en ze houdt rekening met het feit dat bevrediging van dezen - het tijdstip van bevrediging en de manier van bevrediging - binnen de invloedssfeer van de mens ligt. Als zodanig stem Islam overeen met de natuur der mens, omdat het met deze eigenschappen en karakteristieken van de mens rekening houdt. Islam ontkent noch onderdrukt enige van de behoeften en instincten. Integendeel, Islam wijst de mensen de weg naar de juiste manier van bevrediging van de behoeften en instincten. De mens zelf wordt geboren met de behoeften en instincten, maar zijn blikveld betreffende dezen is in eerste aanleg beperkt tot enkel hun bevrediging. Zonder een systeem dat de bevrediging van de behoeften en instincten ordent zou chaos resulteren, en de mens zou in deze, gezien zijn beperkte blikveld, zichzelf en anderen schade berokkenen bij zijn zoektocht naar de bevrediging van zijn behoeften en instincten. De hongerige mens zou zonder systeem ter ordening van het leven, oftewel de zoektocht naar bevrediging van de behoeften, na de ervaring van honger het eerste het beste eetbare product dat hij waarneemt nuttigen. Zonder zich daarbij bijvoorbeeld de vraag te stellen of hij hiermee zich het eigendom van een ander heeft toegeëigend. Wanneer de handeling van de mens enkel gebaseerd zijn op de ervaring van de organische of instinctieve behoeften, dan is de mens in staat om zelfs een moord te plegen wanneer dit bevrediging doet resulteren; vragen betreffende ethiek spelen bij hem in dit geval namelijk niet. Voor zijn instinctieve behoefte aan eigendom zou diefstal een optie zijn, indien enkel de mate van bevrediging die uit de handeling resulteert overdacht wordt. En op deze basis zou zijn behoefte aan gemeenschap met het andere geslacht in incestueuze relaties kunnen vervallen.

Tot dit niveau zou de mens vervallen zou hij niet de bevrediging van zijn behoeften en instincten organiseren door middel van systemen, oftewel wetten. Dit is omdat de mens niet iets als een aangeboren moraal bezit - niet enkel een stelling maar een juiste beschrijving van de realiteit. De mens komt niet op deze aarde direct in bezit van een alomvattend pakket van normen en waarden dat hem in staat stelt goed van kwaad te onderscheiden, dat hem in staat stelt goede handelingen van kwade handelingen te onderscheiden, en dat hem daarmee in staat zou stellen van slechte handelingen weg te blijven. Dit pakket, namelijk, resulteert uit opvoeding, en wordt daarmee beïnvloedt door de omgeving waarin een mens opgroeit. Als zodanig verschilt de mens niet van het dier, dat net zo met behoeften en instincten ter wereld komt en zonder klaar pakket van normen en waarden betreffende de bevrediging van dezen. Echter, in tegenstelling tot het dier beschikt de mens over een verstand, dat hem de noodzakelijkheid tot ordening van de bevrediging van de behoeften en instincten doet inzien. Dit doet begrijpen de reden voor het bestaan van Islam, en de rol die zij voor zichzelf - haar geboden en verboden - opeist in het leven van de mens. Islam met haar geboden en verboden staat in het teken van het ordenen van de bevrediging van de menselijke behoeften en instincten. De schepper heeft de mens niet enkel met de behoeften en instincten geschapen, en hem daarna aan zijn lot overgelaten, maar Hij (swt) heeft de mens uiteengezet hoe met het bestaan van de behoeften en instincten om te gaan. Dit is de reden waarom het Goddelijk Oordeel in Islam (de wetten van Islam) gedefinieerd wordt als:

“De uitspraak van de Wetgever (in de vorm van de Koran en de Soennah) betreffende de handelingen der mensen”

Met andere woorden, de wetten van Islam zetten uiteen de manier waarop de mens zijn behoeften en instincten zou moeten bevredigen. Een opvallend feit hierbij is dat Islam absoluut niet zegt dat de mens dezen, of sommigen van dezen, moet onderdrukken. Islam ordent, wat betekent dat het een oplossing biedt, waarbij het mogelijk is dat het sommige alternatieve oplossingen verbiedt maar nooit al de mogelijke oplossingen. Bijvoorbeeld betreffende de organische behoefte aan voeding heeft Islam van het uitgebreide spectrum aan mogelijke oplossingen slechts enkelen niet toegestaan, zoals bijvoorbeeld de oplossing van het eten van varkensvlees en het drinken van alcohol. Betreffende de instinctieve behoefte aan gemeenschap tussen man en vrouw, hier biedt Islam als oplossing het huwelijk maar verbiedt het de gemeenschap tussen vriendje en vriendinnetje. En terugkerend naar het al eerder aangehaalde voorbeeld van de instinctieve behoefte aan bezit, hierbij zet Islam duidelijk uiteen wat de mens bezitten mag en wat niet, hoe de mens bezit mag vergaren en hoe niet, welke rechten resulteren uit bezit, en hoe de mens bezit mag besteden en hoe niet. Hieronder valt dus bijvoorbeeld het verbod op diefstal.

Feitelijk, dus, valt te stellen dat Islam iedere van de behoeften en instincten van de mens erkent en een oplossing biedt voor de bevrediging van al de organische en instinctieve behoeften die resulteren uit dezen.

Voortgaand op basis van het idee van noodzaak tot ordening van de bevrediging van de menselijke behoeften en instincten, de mens kan weliswaar de noodzaak tot wetten en regels betreffende de ordening van de bevrediging van de behoeften en instincten inzien, dit betekent nog niet dat simpelweg het bestaan van dergelijke wetten en regels de mens er ook toe zal aanzetten dezen te volgen. Maar zolang niet gegarandeerd kan worden dat een verordening nagevolgd zal worden, zolang zal de verordening praktisch nutteloos blijven. Dit is daar de mens er naar neigt zijn behoeften en instincten te bevredigen op de voor hem meest eenvoudige en aangename manier, dus zonder rekening te houden met wetten en regels, en zonder rekening te houden met mogelijke invloeden van zijn handelen op anderen of op de langere termijn. Dus zolang er geen maatregelen getroffen worden die het nakomen van de wetten en regels garanderen, zolang ook blijft de mens niet meer dan een slaaf van zijn behoeften en instincten. Het is een utopie te denken dat de mens zichzelf vrijwillig zou houden aan de wetten en regels met betrekking tot de bevrediging van zijn behoeften en instincten. En ditzelfde geldt voor de overtuigde moslim, die in essentie toch ook maar een mens is met al de daarbij behorende zwakheden. Met andere woorden, de mens behoeft niet enkel wetten en regels die hem de manier waarop hij zijn behoeften en instincten behoort te bevredigen duidelijk maken, maar tevens wetten en regels die duidelijk maken wat de consequenties zullen zijn wanneer hij zich buiten het hiermee gecreëerde kader beweegt. Wetten, dus, die de mensen dwingen zich aan de basiswetgeving te houden. Deze tweede vorm van wetten en regels noemt men strafwetten, en zij zijn een voorwaarde voor iedere basiswet omdat zij ervoor zorgen dat de mensen de basiswetten volgen.

Het is daar Allah (swt) weet dat de mens zwak kan zijn en niet zonder fouten is, dat Hij (swt) strafwetten heeft geopenbaard, die evenzo islamitische wetten zijn. Want het is in de wetenschap dat een consequentie zal volgen op het niet nakomen van een verordening, dat een mens bereid zal zijn de verordening wel na te komen. Dit is dus het primaire doel van het strafrecht in Islam, het afdwingen van het nakomen van de wetten die horen bij de ordening van de bevrediging van de behoeften en instincten van de mens. In tegenstelling tot andere, niet-islamitische wetgevingen stelt het strafrecht in Islam pas het laatste obstakel voor ter voorkoming van overtreding van de wet en criminaliteit. Het eerste obstakel met dit doel is de taqwa, de vroomheid van het individu. De taqwa is tevens het sterkst in het weerhouden van de mensen van het begaan van overtredingen, zoals door Allah (swt) bepaald. De islamitische overtuiging bevat als voornaam aspect gehoorzaamheid aan Allah (swt). Iedere overtreding van Zijn (swt) verordeningen betekent ongehoorzaamheid tegenover de schepper, de consequentie waarvan de toorn van Allah (swt) is. Echter, het is een neiging van de moslims om te verlangen naar tevredenheid bij Allah (swt) naar Zijn (swt) paradijs, en om de bestraffing in het vuur te verafschuwen, zodat simpelweg op basis van zijn geloof de moslim geneigd is zich ver te houden van overtreding van de wetten van Allah (swt). Taqwa is wat primair diefstal, moord, mishandeling en andere overtredingen van de levensordening van Islam voorkomt. De vrees voor de toorn van Allah (swt) is daarmee het meest effectieve wapen, als men zo mag zeggen, bij de bestrijding van misdaad. Dit is duidelijk wanneer men in gedachten houdt dat hierop gebaseerd moslims zich zelfs ver houden van handelingen die de staat waarin zij leven mogelijkerwijs wel heeft toegestaan, in conflict met het idee van Islam, en waar deze staat dus geen straf voor heeft bepaald. Zo houden bijvoorbeeld een meerderheid van moslims zich aan het islamitisch verbod op gemeenschap buiten het huwelijk, alhoewel in een meerderheid van staten dit niet langer strafbaar is. En net zo vermijdt een meerderheid van moslims de alcohol, zelfs terwijl er niemand is die dit controleert en hiervoor mogelijkerwijs bestraft. Enkel taqwa is reeds een te groot obstakel voor overtreding van de wetten van Allah (swt), zelfs wanneer men een straf in het huidige leven niet hoeft te verwachten of hoeft te vrezen.

Naar idee van Islam behoort naast de vroomheid van het individu de samenleving tevens een obstakel tegen het verrichten van misdaad op te werpen. Het vertrekpunt hierbij is de islamitische samenleving, wat betekent dat over de samenleving geregeerd wordt met de wetten van Islam, waarbij de ideeën die heersen in de samenleving islamitische ideeën zijn, en waarbij de emoties die de samenleving domineren islamitische emoties zijn. In een dergelijke islamitische samenleving zal een echte islamitische atmosfeer heersen, zij zal daarmee een volkomen andere samenleving zijn dan de samenlevingen bekend in de westerse landen, en dus niet een samenleving waar voordeel en het streven naar welzijn en bezit dominant zijn, als gevolg waarvan de mens in zijn neiging naar welzijn en bezit zelfs onrechtmatige handelingen acceptabel vindt. De maatstaven zijn anders in Islam: het leven wordt niet geleidt door een zoektocht naar welzijn in het huidige leven. Bovendien biedt de islamitische samenleving een volkomen andere uitgangssituatie. Alcohol, wat in de westerse samenlevingen tot zoveel misdaad en ellende leidt, is niet vrijelijk beschikbaar. En de relaties tussen mannen en vrouwen zijn anders georganiseerd. De uitgangssituatie hier is scheiding van beiden in het openbare leven, als gevolg waarvan de behoefte aan en de mogelijkheid tot overspel geminimaliseerd worden. Zo ontstaat in de islamitische samenleving een natuurlijke blokkade tegen misdaad. De islamitische samenleving neemt enerzijds het motief voor het verrichten van de misdaad weg, en maakt anderzijds het plegen van de misdaad moeilijk, moeilijker dan het volgen van het rechte pad. Buiten dit, in de islamitische samenleving ontstaat een algemene mening gekant tegen de verrichting van misdaden. Zo wordt de samenleving zelf een orgaan dat controleert, omdat zij belang heeft bij het behoud van de islamitische atmosfeer. Zo wordt het bijna onmogelijk voor te stellen dat in de islamitische samenleving in het openbaar misdaden worden begaan, zonder dat de mensen zich hiertegen uitspreken, of ingrijpen. Dat bijvoorbeeld een vrouw op een publieke plaats in het bijzijn van mensen verkracht wordt, zonder dat iemand ingrijpt, zoals dat in de westerse samenleving voorgekomen is, is in een islamitische samenleving dan ook uitgesloten. Zo zullen de mensen in een islamitische samenleving elkander ervoor behoeden misdaden te begaan. Dit is het tweede obstakel dat werkt om het overtreden van de wetten van Islam te voorkomen.

Het systeem van bestraffing in Islam, het strafrecht, is dus pas het laatste middel ter voorkoming van misdaden, na de taqwa van het individu, de alomvattende ordening van het leven van Islam en de samenleving. De focus bij het strafrecht in Islam ligt in het inboezemen van angst voor de bestraffing welke het onvermijdelijke resultaat zal zijn van de misdaad.

De fundamenten van het systeem van strafrecht in Islam

Het doel van de bestraffing is om de mensen in de samenleving af te schrikken van het verrichten van misdaden. Pas in tweede en derde instantie is het doel van de bestraffing boetedoening voor de misdadiger en correctie van zijn of haar gedrag, en genoegdoening voor degene die de misdaad overkomen is, of zijn familieleden. Binnen het systeem van strafrecht van Islam dient de bestraffing duidelijk als laatste redmiddel, en als zodanig is het een doel op zich om te proberen hun tenuitvoerbrenging te voorkomen door het plegen van de overtreding te voorkomen. Desalniettemin blijft het voornaamste doel van de bestraffing volgens het strafrecht van Islam afschrikking.

De bestraffing van de misdadiger wordt, net zoals in de niet-islamitische systemen, uitgevoerd door de staat en niet door individuen. Het is zuiver een staatsaangelegenheid. Hiernaast, enkel degene die verantwoordelijk is voor zijn handelingen kan bestraft worden, zo maakt de volgende overlevering van de Profeet van Islam (Vzmh) duidelijk:

“Van drie personen is de schuld weggenomen: van het kind tot het geslachtsrijp wordt; van de slapende tot hij wakker wordt; en van degene die zich vergist, tot het moment dat hij weer bij zinnen komt.” (Abu Dawud)

In Islam zal het derhalve nooit voorvallen geven zoals die in Amerika niet ongebruikelijk zijn, waar mensen met beperkte verstandelijke vermogens op dezelfde wijze als intellectueel gezonde mensen bestraft worden en de doodstraf kunnen krijgen, en waar zelfs kinderen bestraft kunnen worden onder het strafrecht voor volwassenen en tot dienovereenkomstige gevangenisstraffen kunnen worden veroordeeld. Voor wat betreft mensen die misdaden begaan onder dwang, de Profeet (Vzmh) heeft hierover gezegd:

“Mijn Oemmah zal vergeven de misdaden onder dwang begaan, per ongeluk, en die het resultaat van vergeten.”

Bij mensen die zelf schuld bekennen door de misdaad op enigerlei wijze te rechtvaardigen, moet de bestraffing ten uitvoer gebracht worden. Feitelijk gezien is criminaliteit noch aangeboren, noch het resultaat van enige vorm van ziekte; zij is een keuze, en daarom maakt Islam hierbij geen onderscheidt tussen de mensen. De Profeet (Vzmh) verklaarde betreffende de diefstal begaan door een vrouw van de stam van Machsoem:

“Bij Allah, was het Fatima (r.anhuma), de dochter van de profeet geweest, ik had haar de hand afgehakt.” (Moslim)

Islam is enigste ideologie die er werkelijk de grootste nadruk oplegt dat de straf enkel uitgesproken wordt wanneer de schuld van de gedaagde buiten alle twijfel verheven aangetoond is. Daarmee wordt niet toegestaan dat ruimte voor interpretatie bestaat, zoals het geval is bij bewijsvoering op basis van vingerafdrukken, DNA en video-opnamen. Als bewijs zullen deze allen niet geaccepteerd worden omdat ze de schuld van de verdachte niet voldoende bewijzen kunnen, en omdat bij hen de mogelijkheid van manipulatie niet uigesloten kan worden. Ieder bewijs dat twijfel brengt kan veroordeling verhinderen, zo zei de Profeet (Vzmh):

“Het is beter overtreders onterecht vrij te laten, dan een onschuldig iemand te bestraffen.”

En Islam voorkomt de bestraffing van onschuldigen door middel van het principe dat bij iedere twijfel, oftewel de afwezigheid van zekerheid, de gedaagde vrijgesproken zal moeten worden. Zou men hierdoor iemand vrijspreken die in werkelijkheid toch schuldig is, dan zal deze toch zijn bestraffing niet ontlopen. Allah (swt) zal de overtreders die in het huidige leven hun bestraffing zijn ondergaan niet nogmaals voor hun overtreding bestraffen in het hiernamaals. Maar degene die zijn straf in het huidige leven ontlopen is, deze zal nog zwaarder in het hiernamaals gestraft worden door Allah (swt) als het geval zou zijn geweest in het huidige leven. De moslim heeft er derhalve belang bij zijn bestraffing in dit leven te ondergaan, en zo kan men begrijpen dat in de geschiedenis uit eigen beweging naar de Profeet (Vzmh) gegaan zijn om de door hun begane misdaad op te biechten en om bestraffing te vragen, zelfs in de wetenschap dat op de hoor hun begane misdaad de doodstraf stond. Over een man, die seksuele handeling welke niet toegestaan is had verricht en die de Profeet (Vzmh), zijn misdaad had opgebiecht en om bestraffing had gevraagd,

zei de Profeet (Vzmh)

“Hij is meer geliefd bij Allah dan de geur van musk.” (Abu Dawud)

Dit feit dat bestraffing in het huidige leven bestraffing in het hiernamaals bij Allah (swt) voorkomt, geldt echter enkel indien de bestraffing is geresulteerd uit het islamitisch strafrecht. Indien iemand in een niet-islamitisch systeem bestraft wordt naar niet-islamitisch recht, dan ontloopt deze zijn straf in het hiernamaals niet omdat hij de straf van Allah (swt) voor zijn misdaad heeft verordend niet ondergaan is. Allah (swt) zal zijn schuld daarmee niet als voldaan beschouwen.

Volgens het strafrecht in Islam zijn er slechts twee methoden waarop de schuld van een persoon buiten alle twijfel verheven bewezen kan worden. Deze zijn de bekentenis van de dader zelf en de beschikbaarheid van getuigen die de gedaagde de misdaad hebben zien begaan. Bij het bestaan van getuigen dient hun betrouwbaarheid aangetoond te worden, wil de verklaring mee in overweging genomen kunnen worden. Hiertoe bestaat een speciaal gerecht dat zich enkel met precies deze vraag bezig houdt, het oordelen over de betrouwbaarheid van de getuigen a charge. De bekentenis is enkel acceptabel indien zij uit vrije wil gedaan is. Trekt iemand zijn bekentenis in, ongeacht wanneer, dan dient van de bestraffing die enkel op de getuigenis gebaseerd is afgezien te worden, zelfs in geval hiermee reeds een aanvang is genomen.

De rechter draagt een grote verantwoordelijkheid wanneer hij na de voorlegging en overdenking van de bewijzen in de vorm van een islamitisch oordeel rechtspreekt betreffende het hem voorgelegde voorval. De menselijke willekeur dier hierbij dan ook uitgesloten te worden, en de rechter moet zich strikt aan de islamitische wetgeving houden. Zo zegt Allah (swt):

“We hebben je het boek met de waarheid neergezonden, opdat je tussen de mensen recht zult spreken op de manier die Allah je getoond heeft […]” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah An Nisa, vers 105)

Hieromtrent heeft de Profeet (Vzmh) het volgende gezegd: “Er bestaan drie soorten van rechters, twee waarvan in het vuur zullen zijn, een waarvan het paradijs zal betreden. Een man spreekt geen recht naar de waarheid en weet dit - hij zal in het vuur zijn. Een rechter kent (de waarheid) niet en snijdt daarmee in de rechten van de mensen - hij zal in het vuur van de hel zijn. En een rechter oordeelt met de waarheid - hij zal in het paradijs zijn.” (At Tirmidhi)

Een andere keer zei de Profeet (Vzmh): “Oh Ali, wanneer twee mensen naar je komen en je vragen tussen hen recht te spreken, oordeel niet in het voordeel van de een alvorens je het verhaal van de ander hebt aangehoord, zodat je zult weten hoe je zult moeten oordelen.” (Ahmed)

De rechter is eraan gebonden beide partijen in een zaak gelijk te behandelen. De Profeet (Vzmh) heeft gezegd:

“Wie Allah beproeft door hem rechter te laten worden, hij moet niet een van de partijen bij een geschil naast zich laten zitten zonder ook de andere partij te verzoeken naast hem te komen te zitten. En hij moet Allah vrezen wanneer hij daar zit, beide partijen aankijkt en oordeelt. Hij moet zich er voor behoeden een partij aan te kijken alsof de andere partij minderwaardig is. En hij moet zich ervoor behoeden wel naar de ene partij te schreeuwen maar niet naar de andere, en hij moet beide partijen gelijk in acht nemen.”

En om een eerlijk oordeel tot stand te laten komen mag de rechter niet oordelen indien zijn beoordelingsvermogen op enigerlei wijze beïnvloedt is. De Profeet (Vzmh) heeft gezegd:

“De rechter oordeelt niet tussen twee partijen terwijl hij beïnvloedt is.” (At Tirmidhi)

Voor niet-moslims vallen sommige van de absolute verboden volgens Islam soms maar moeilijk te begrijpen, zoals bijvoorbeeld in het geval van het verbot op buitenechtelijke betrekkingen tussen man en vrouw of buitenechtelijke gemeenschap tussen man en vrouw. Van een samenleving waar de vaderschapstest bij kinderen de normaalste zaak van de wereld is geworden kan eigenlijk niet anders verwacht worden. Islam bestraft de buitenechtelijke relaties zwaar: voor de getrouwde persoon geldt de doodstraf, en voor de niet-getrouwde persoon gelden stokslagen. Zo stelt een overlevering:

“Een man kwam bij de boodschapper van Allah (Vzmh) en vertelde deze dat hij ontucht begaan had. Hij sprak viermaal de getuigenis tegen zichzelf uit. Daarop verordende de Boodschapper van Allah (Vzmh) een bestraffing van de man door middel van steniging. De man was getrouwd.” (Al Boechari)

En in een andere overlevering:

“Ik hoorde de Profeet (Vzmh), toen hij de strafmaat uitsprak voor iemand die ontucht begaan had en niet getrouwd was, zeggen dat de man honderd stokslagen moest krijgen en voor een jaar uit de gemeenschap verbannen moest worden.” (Al Boechari)

In de Koran zegt Allah (swt) dan ook:

“De man die ontucht begaat en de vrouw die ontucht begaat bestraf hen met honderd stokslagen.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah An Noer, vers 2)

Hierbij moet opgetekend worden dat de waarschijnlijkheid dat iemand voor dit vergrijp op deze wijze bestraft zal worden bijzonder gering is, gezien de eisen gesteld aan de bewijsvoering. Er moeten namelijk vier onafhankelijke getuigen naar voren gebracht worden die persoonlijk de verrichting van de daad van geslachtsverkeer aanschouwd hebben, en niet enkel het onrechtmatig samenzijn van twee personen. Gezien het feit dat het hierbij een handeling betreft die normaal gesproken niet in de openbaarheid begaan wordt, kan men inzien dat het bijna onmogelijk zal zijn de benodigde vier getuigen naar voren te brengen die allen het verrichten van de daad aanschouwd hebben. Aan de getuigenverklaringen worden daarnaast door Islam de strengste van eisen gesteld. Wijken ze slecht in de geringste mate af, dan kan geen veroordeling betreffende ongeoorloofd geslachtsverkeer plaatsvinden, en kan ook niet de daarvoor geldende straf ten uitvoer gebracht worden. Dat dus iemand werkelijk de bestraffing voor ontucht ondergaan zal is enkel waarschijnlijk in geval van bekentenis van de zijde van de plegers en vele malen minder in geval van belastende verklaringen van anderen. Daarmee moet de juistheid van de voltrekking van de bestraffing van steniging van vandaag de dag in alle gevallen in twijfel getrokken worden, enerzijds omdat de door Islam geëiste bewijzen daarbij nooit aangevoerd worden, en anderzijds omdat er geen staat bestaat die het recht bezit de bestraffing volgens Islam ten uitvoer te brengen. Dit, namelijk, vereist het bestaan van een staat die alomvattend en ten alle tijde de islamitische wetgeving ten uitvoer brengt. Niet een staat die slechts in sommige gevallen of op sporadische basis deze wetgeving ten uitvoer brengt, en die haar legitimiteit alszijnde islamitische staat haalt enkel uit het feit dat zij soms - en altijd onterecht - een bestraffing van Islam ten uitvoer brengt.

Diefstal is ook een misdaad die in Islam zwaar bestraft wordt, in het ergste geval met de afhakking van de hand van de dief. Allah (swt) zegt in de Koran:

“En de dief en de dievin, hakt hen de hand af als vergelding voor hetgeen zij begaan hebben, en als afschrikking van Allah.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Maidah, vers 38)

Dat deze bestraffing aan strenge criteria verbonden is en enkel in bepaalde specifieke gevallen en zeker niet alle gevallen van diefstal ten uitvoer gebracht mag worden weten slechts weinigen. De diefstal moet bijvoorbeeld een bepaalde minimale waarde betreffen:

“De bestraffing van het afhakken van de hand wordt ten uitvoer gebracht in geval de waarde van het gestolen goed een kwart dinar of meer betreft.” (Al Boechari)

Daarnaast moet het gestolene zich in een afgesloten ruimte hebben bevonden, en moet de bestolene aan kunnen tonen dat het geen betwist bezit betreft waarbij de dief aan zou kunnen voeren dat het gestolene eigenlijk uit een gemeenschappelijk bezit afkomstig is. De dief mag niet uit honger of noodzaak hebben gehandeld. Voor alles geldt dat de dief ofwel bekend moet hebben, of dat twee betrouwbare getuigen de handeling hebben zien plaatsvinden. Alleen dan kan de bestraffing door het afhakken van de hand ten uitvoer gebracht worden. Maar, dit betekent niet dat wanneer niet aan al de vereisten voor het afhakken van de hand voldaan is, de dief zonder bestraffing met zijn misdaad weg komt. Dit betekent enkel dat de bestraffing door het afhakken van de hand niet ten uitvoer gebracht mag worden, maar dat een lichtere bestraffing plaats moet vinden.

Al Hoedoed

Zowel de bestraffing voor ontucht als de bestraffing door middel van afhakking van de hand voor diefstal behoren tot de Hoedoed. De Hoedoed omvat hetgeen aan vier vereisten voldoet. Ten eerste vallen onder de Hoedoed de straffen welke vastgesteld zijn door Allah (swt). Allah (swt) heeft voor bepaalde misdaden bepaalde straffen vastgesteld - iemand waarvan bij ontucht schuld is vastgesteld moet door middel van besteniging bestraft worden indien hij gehuwd is, en door middel van stokslagen indien hij ongehuwd is. In deze gevallen mag geen enkele andere bestraffing uitgesproken worden. De ongehuwde pleger van ontucht mag geen 99 stokslagen krijgen, noch 101 stokslagen; men behoort zich precies aan de verordening van Allah (swt) vast te houden. Enkel Allah (swt) heeft namelijk het recht een misdaad de bestraffing waarvan valt onder de Hoedoed te vergeven. Als van een dief eenmaal volgens de methode van Islam is vastgesteld dat het afhakken van de hand voor hem de voorgeschreven straf moet zijn, dan kan het slachtoffer van de misdaad de dief zijn misdaad vergeven maar dit kan niet de tenuitvoerbrenging van deze bestraffing voorkomen. Deze bestraffing kan alleen voorkomen worden indien aan de vereisten betreffende bewijsvoering niet voldaan is.

Al Djinayat

Een verder categorie binnen het islamitisch systeem van strafrecht is genaamd Djinayat. Hieronder vallen al de handelingen als gevolg waarvan een mens komt te overlijden. Voor de moordenaar die met voorbedachte rade heeft gehandeld geldt de doodstraf, echter enkel indien over twee ooggetuigen bij de handeling beschikt wordt. Dit is de straf verordend door Allah (swt). Zo zei de Profeet (Vzmh):

“Het bloed van een moslim die getuigt dat er geen God is buiten Allah, mag niet verspild worden buiten drie instanties: in het geval van vergelding voor een moord, in geval van ontucht door een getrouwde persoon, en in geval van degene die zijn religie verlaat en zich daarmee afsnijdt van zijn gemeenschap.” (Al Boechari)

En in de Koran zegt Allah (swt):

“O gij die gelooft, vergelding inzake doodslag is u voorgeschreven: de vrije man tegen de vrije man, de slaaf tegen de slaaf en de vrouw tegen de vrouw. Maar, indien iemand kwijtschelding is verleend door zijn broeder, dan moet de eis billijk zijn, en betaling moet hem worden gedaan met goedheid. Dit is verzachting en barmhartigheid van uw Heer. Wie daarna overtreedt, hem wacht een pijnlijke straf.” (al Baqarah 2, vers 178)

Net zoals binnen de categorie van de Hoedoed heeft Allah (swt) in het geval van moord de doodstraf voorgeschreven. Echter, in tegenstelling tot hetgeen onder de categorie Hoedoed valt heeft Allah (swt) de mensen de mogelijkheid gegeven de daad te vergeven en het doden van de moordenaar na te laten, om in plaats daarvan een bepaald bedrag in bloedgeld aan te nemen. Een dergelijke schadevergoeding wordt ook door Islam geëist in geval de misdaad niet de dood van het slachtoffer ten gevolge heeft. De doodstraf, namelijk, is beperkt tot het geval van moord.

At Taasir

De derde categorie in het systeem van strafrecht zijn de zogenaamde Taasir straffen. De Taasir straffen zijn al de bestraffingen die noch onder de Hoedoed, noch onder de Djinayat vallen. Een dief zou bijvoorbeeld met een strafmaatregel vallende onder de categorie Taasir bestraft worden wanneer aan de voorwaarden betreffende bewijsvoering voor het afhakken van de hand niet volledig voldaan is. Net zo worden individuen die tezamen gekomen zijn geweest om ontucht te begaan, maar die dit plan niet ten uitvoer hebben gebracht, gestraft volgens Taasir.

In het geval van Taasir bestaat de mogelijkheid dat de Khalifah, de leider van de Islamitische Staat de Khilafah, de dader vergeeft en afziet van vervolging. Ook is hij degene die de straffen voor deze vergrijpen bepaald. De bestraffing in deze mag variëren van een boete tot verbanning en zelfs de dood. En het kan zijn dat de ene dader tot een gevangenisstraf wordt veroordeeld, terwijl een ander voor een gelijk vergrijp er met een vermaning van af komt. Een gevangenisstraf mag nooit levenslang zijn, omdat zij ook deels bedoeld is ter correctie van het gedrag van de dader. In de Islamitische Staat zullen gevangenen hun tijd wijden aan studie van Islam, de verstandelijke argumentatie oftewel de bewijsvoering achter Islam, om hun in taqwa te versterken en daarmee terug op het rechte pad te brengen. Onder de misdaden bestraft volgens Taasir valt ook ongehoorzaamheid aan de bevelen van de Khalifah of zijn gedelegeerde of vertegenwoordigende assistenten, daar de moslims door Allah (swt) verplicht zijn de bevelen van de Khalifah te volgen. In de Koran zegt Allah (swt):

“O, gij die gelooft, gehoorzaamt Allah en Zijn boodschapper en degenen, die onder u gezag hebben. En indien gij over iets twist, verwijst het naar Allah en Zijn boodschapper, als gij gelooft in Allah en de laatste Dag. Dit is beter en uiteindelijk het beste.” (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah An Nisa, vers 59)

Daar de Khalifah de autoriteit is gegeven over de onderdanen van de Islamitische Staat, is ongehoorzaamheid tegenover hem gelijk aan ongehoorzaamheid tegenover Allah (swt) of de Boodschapper van Allah (Vzmh). De Khalifah heeft het recht de bestraffing te bepalen voor de misdaad van het niet nakomen van zijn bevelen. Deze vorm van ongehoorzaamheid valt onder de vierde categorie van het systeem van strafrecht in Islam, en worden de Mukalat genoemd. Het is mogelijk dat Allah (swt) voor de mensen een bepaalde zaak of feit vrijgelaten heeft. Maar, zodra de Khalifah hieromtrent een bepaalde positie inneemt en een gebod hieromtrent uitvaardigt, dan wordt het voor de moslims een plicht het gebod van de Khalifah te volgen omdat Allah (swt) de Khalifah het recht hiertoe gegeven heeft. Het negeren of niet nakomen van dit gebod is daarom een zonde.

Ten slotte

Daarmee is het systeem van strafrecht in Islam tezamen met haar intellectuele onderbouwing in het kort geïntroduceerd. Het dusver gezegde is slechts een klein deel van het systeem van strafrecht in Islam, dat in werkelijkheid veel complexer en uitgebreider is dan hier uiteengezet kan worden.

Men mag nooit vergeten dat Islam in haar alomvattende ordening van het leven van de mens rekening houdt met het feit dat onmogelijk al de mensen in de Islamitische Staat de islamitische ideologie zullen delen. Het is juist de schoonheid van Islam dat zij in haar ordening rekening houdt met de overtuiging, religie en culturele eigenschappen van de individuen waarover zij regeert. Geboden en verboden kennen daarom in vele gevallen als voorwaarde de islamitische overtuigen. Bestraffingen voor overtreding van dergelijke geboden en verboden zal nooit de niet-moslims overkomen, simpelweg omdat voor hen het gebod of verbod niet zal gelden. Een situatie maar al te bekent in de westerse landen, waar de wet dreigt met bestraffing bij het plegen van een handeling die de religie van het individu verplicht, of bij het nalaten van een handeling die de religie verbiedt, zal dus niet een realiteit zijn in de Islamitische Staat.

En men mag tevens niet vergeten dat hoe afschrikwekkend de bestraffing voor sommige mensen ook moge lijken, bestraffing voor de misdaad in het huidige leven voorkomt bestraffing voor de misdaad in het hiernamaals. Buiten dit, afschrikking is tevens de primaire doelstellingen van de bestraffing onder Islam: de bestraffing in dit leven volgens het systeem van strafrecht van Islam neemt de zonde die hoort bij de overtreding weg van de misdadiger, en de tenuitvoerbrenging van de straf volgens het systeem van strafrecht van Islam werpt de grootst mogelijk barrière op voor het verrichten van gelijke overtreding door anderen. En zoals de geschiedenis van de Islamitische Staat getuigt, de archieven die bewaard zijn gebleven van de rechtshoven in steden als Istanboel, Damascus en Caïro, bijvoorbeeld, de bestraffing van Islam voorkomt de verrichting van misdaden. Een islamitische samenleving zal dan ook nooit te maken hebben met misdaadcijfers zoals die gewoon zijn in de westerse, of meer algemeen de niet-islamitische samenlevingen.

In vergelijking met de systemen van strafrecht die resulteren uit de westerse ideologieën, het communisme weigert van aanvang reeds het menselijk instinct tot aanbidding, tot heiligen, te erkennen. Zij beschouwd religie als iets kwaads, als een gif, terwijl de mens hier een natuurlijke instinctieve behoefte aan heeft. De communistische ordening van het leven van de mens kent dus een verbod op religie en aanbidding, en haar systeem van strafrecht kent daarom wetten die de bestraffing behorende bij overtreding van dit verbod uiteenzetten. Communisme is daarmee in haar wezen onrechtvaardig, het resultaat van het feit dat zij niet past bij de natuur van de mens. Ieder mens kent nu eenmaal een instinctieve behoefte tot aanbidding van iets, de mensen dit te verbieden en dus bevrediging van hun instinct te onthouden is onrechtvaardig, net zoals het bestraffen van gedrag in reactie op de ervaring van een instinctieve behoefte zonder een alternatieve manier van bevrediging aan te dragen. In Islam bestaat altijd een toegestane manier van bevrediging van de behoefte, of deze nu instinctief of organisch is, en Islam maakt de toegestane manier van bevrediging de eenvoudigste manier.

Over de categorisatie van doelstellingen achter het strafrecht, hierbij valt een duidelijk onderscheidt waar te nemen tussen het systeem van strafrecht in Islam en de systemen van strafrecht die resulteren uit de seculiere visie op het leven. Islam kent als eerste en voornaamste doel afschrikking, terwijl bij het strafrecht in de Europese / Angelsaksische landen, betreffende het doel van het strafrecht veelal onduidelijkheid heerst. Sommige mensen zijn van mening dat dit strafrecht primair ten doel moet hebben om de misdadiger te corrigeren en weder op te voeden tot een beter mens, andere mensen zijn van mening dat het strafrecht de samenleving moet beschermen tegen misdadigers, en weer andere mensen zijn van mening dat het strafrecht de slachtoffers van de misdaad genoegdoening moet bieden. In deze wirwar van ideeën weet het strafrecht in de westerse landen duidelijk geen enkele van de mogelijke doelstellingen te realiseren. Bijvoorbeeld, in de westerse samenlevingen is de beste voorspeller of iemand een misdaad zal plegen in de toekomst, de pleging van een misdaad in het verleden, waaruit blijkt dat bij de doelstelling wederopvoeding dit strafrecht faalt. En de alsmaar toenemende misdaadcijfers in feitelijk ieder westers land over de laatste 50 jaar, tot het punt dat de misdaad sociaal geaccepteerd is geraakt en de capaciteit tot ontwijken van bestraffing voor overtreding van de wet als een deugd wordt beschouwd, iets prijzenswaardig, maakt duidelijk dat ook in de rol van afschrikking het westers model van strafrecht faalt, en dat het niets doet ter bescherming van de samenleving tegen misdaad.

Ook het islamitisch systeem van strafrecht zal nooit absoluut kunnen voorkomen dat misdaden plaats zullen vinden. Geen mens is immers onfeilbaar, en oneerlijke mensen, hypocrieten en onrechtplegers zal het altijd geven.

Maar, het islamitisch systeem van strafrecht kan misdaad wel tot een minimum beperken. Zo kan rust en veiligheid plaats hebben in de samenleving, in tegenstelling tot onrust, onveiligheid en bedreiging. En tegelijkertijd voor de misdadiger is het strafrecht van Islam de weg naar verlossing van de zonde. Zo is duidelijk dat de afwezigheid van een staat die de oplossingen van Islam alomvattend tenuitvoerbrengt, waaronder dus ook het systeem van strafrecht in Islam, oftewel de Khilafah, buiten een religieus probleem tevens een praktisch probleem met zich mee draagt.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"En Wij hebben u (Mohammed) slechts als genade voor de werelden gezonden." [zie de vertaling van de betekenissen van de Koran Al-Anbiya: 107]
Hadith

Abu Hoeraira overleverde dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "De moslim is de broeder van de moslim; hij bedriegt hem niet, liegt tegen hem niet en laat hem niet in de steek. Het geheel van de moslims is heilig voor zijn mede moslims, zijn eer, zijn bezit en zijn bloed. Taqwa (vroomheid) zit hier. Het is voldoende slechtheid voor een men zijn broer te verachten." (Overgeleverd door at-tirmidhi)

over hadith..