|
Nadat de initiële redenen voor de invasie van Irak -
massavernietigingswapens en banden met Al Qaeda - in het licht van de
realiteit niet langer hooggehouden konden worden, is al snel de
democratisering van het Midden-Oosten naar voren geschoven ter
rechtvaardiging van grootschalig geweld tegen en militaire bezetting
van een soevereine natie. Voor wat betreft Irak is dit proces
nu in haar derde fase beland. Met de omverwerping van het regime van
Saddam Hoessein en de installatie van een interim-regering in haar
plaats (de 28e juni van het vorige jaar), is volgens de Verenigde
Staten een formeel begin gemaakt met de democratisering van Irak. De
onder auspiciën van de Verenigde Staten gehouden verkiezingen zullen
volgens dezelfde Verenigde Staten het slotstuk vormen van dit proces
van democratisering, en de belofte inlossen die zij bij de invasie en
bezetting het gedaan hebben tegenover het Irakese volk en de wereld. Een geschiedenis van kolonisatie De
Verenigde Staten, en met haar Groot-Brittannië, hebben bij deze belofte
die zij zijn aangegaan de schijn echter tegen. De reden hiervoor is een
geschiedkundig feit. Toen in 1924 de Khilafah-staat ten onderging, viel
met haar de islamitische wereld uiteen. Onder de overeenkomst bekent
als "Sykes-Picot" verdeelden de westerse mogendheden destijds het
Midden-Oosten onder elkaar in gebieden van invloed, en namen zij de de
facto heerschappij over de nieuw gecreëerde natiestaten op zich. Op dat
moment had men reeds de mogelijkheid in het gebied naties te creëren
naar het ideaalbeeld van de liberale democratie, maar liet men dit na;
men was te druk bezig met pogingen invloed en controle over de
oliestromen te behouden en ten koste van elkaar uit te breiden. Nooit
heeft men zich destijds bekommerd om het welzijn van de mensen onder
hun invloed, en dit spel tussen de westerse machten, nu bekent onder de
naam "The Great Game", is het ultieme voorbeeld geworden van
kolonialisme in 20e eeuw. De westerse wereld, de Verenigde Staten
en Groot-Brittannië voorop, kunnen voor wat betreft het Midden-Oosten
dus niet echt terugvallen op een geschiedenis van verspreiding van wat
volgens haar het ideaal is. Haar geschiedenis is er een van de
overwinning van eigenbelang over dit ideaal. Is het ditmaal werkelijk anders? Wanneer
men de situatie in Irak tot zich neemt, dan is duidelijk dat in de
bijna twee jaar dat de bezetting een feit is de coalitie er niet in is
geslaagd de gerechtvaardigde scepsis tegenover haar (huidige)
motivering van de invasie en bezetting van Irak weg te nemen. De
invasie zelf, stap 1 in het proces van democratisering, is van bruut
optreden en groot geweld gepaard gegaan, waarbij geen moment de indruk
is gewekt dat de levens van de mensen die bevrijdt moesten worden er
toe deden. Sterker nog, de coalitie heeft - in strijd met het
oorlogsrecht zoals vastgelegd onder de Geneefse Conventies - altijd
geweigerd zich te bekommeren om de registratie van burgerslachtoffers
ten gevolge van haar acties. En, in een verwijzing naar de "vrijheid
van pers" die naar men zegt hoort te bestaan in een liberale
democratie, in Irak hebben journalisten die onafhankelijk van de
coalitie opereerden ("unembedded journalists") zichzelf verscheidene
malen doelwit gevonden van de coalitie. Het begin van het proces is dus
allerminst hoopgevend geweest voor wat betreft de democratie in Irak en
het welzijn van haar volk. De tweede zogenaamde mijlpaal in de
democratisering van Irak, de installatie van een interim-regering,
heeft tevens zelfs de minste verwachting niet weten te benaderen. Haar
mandaat bestond uit een wetboek geschreven door Amerika's gezant in
Irak, L. Paul Bremer III, waarvan het voornaamste kenmerk een economie
is geordend op neoliberale leest. Vrije vestiging van buitenlandse
ondernemingen in Irak, vrije import en export, onbelaste repatriatie
van winsten behaald in Irak, een flat-tax van 15% op inkomen voor zowel
arm als rijk. En de Irakese boeren mogen niet langer hun eigen zaden
hergebruiken, maar moeten voortaan (genetisch gemanipuleerde) zaden
kopen in de Verenigde Staten(1). Allen maatregelen waar de
die-hard globalisten in de Verenigde Staten weliswaar over dromen, maar
die ze het eigen Amerikaanse volk niet kunnen doen laten accepteren. Voor
wat betreft het welzijn van het volk van Irak is er in de tweede fase
van het proces van democratisering dus niets verbeterd. Nog altijd zijn
de basisvoorzieningen (zoals water en elektriciteit) sinds de invasie
niet terug op orde gebracht en is slechts enkele uren per dag
elektriciteit en stromend water beschikbaar, en bestaat er een
chronisch gebrek aan brandstof. Wat na de transfer van soevereiniteit
wel bereikt is, is dat een grote lening met het IMF afgesloten is
(waarbij het de vraag nog maar is Irak deze ooit terug zal kunnen
betalen gezien de 15% belasting en vrije repatriëring van
bedrijfswinsten), op voorwaarde dat het laatste restant van het regime
van Saddam, het programma waaronder gratis voedsel wordt uitgedeeld aan
de armen, gestopt wordt. De laatste levenslijn voor een groot deel van
de Irakese bevolking, met 60% van de Irakese mannen zonder werk of
inkomen, is hiermee ook doorgesneden. Voor wat betreft het proces
van democratisering zelf, onder interim-regering is de noodsituatie
uitgeroepen geworden waaronder de vrijheid van samenkomst en de
vrijheid van pers opgeschort zijn. De kantoren van Al Jazeera in Irak
zijn gesloten, en verscheidene (te kritische) kranten verboden. En ook
is niets veranderd aan de manier waarop Iraki's worden behandeld door
de eigen politiediensten; net als onder Saddam Hoessein wordt men ook
nu gemarteld en geslagen met stalen pijpen en elektriciteitsdraad
wanneer gearresteerd(2). Cynisch wordt op de straten van Irak gezegd
dat het onder Saddam beter was; toen wisten de mensen die in opstand
kwamen tegen het regime dat hen de ergste van behandelingen te wachten
stond, nu, onder het bewind van de Amerikanen, valt deze behandeling
iedereen ten deel die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats is. Überhaupt
valt het moeilijk in de installatie van een interim-regering bestaande
uit voormalige Irakese ballingen van de loonlijst van de Amerikaanse en
Britse geheime diensten, die mogen regeren op basis van een wetboek
vastgesteld door Amerika's gezant in een land bezet door 170,000
buitenlandse soldaten, een stap in de richting van democratie te zien.
Maar feitelijk heeft ze ook niets gedaan; noch voor wat betreft het
welzijn van het Irakese volk, noch wat betreft de ontwikkeling van een
liberaal democratische samenleving. In ogenschouw nemend de
manier waarop de bezettingsmacht vanaf dag één de bevolking van Irak
behandeld heeft, kan dit geen opzienbarende conclusie genoemd worden.
In dien men eerlijk is dan bestaat twijfel over de werkelijke reden
voor de invasie al lang niet meer; de woorden "schijn tegen" zijn niet
langer gepast. Seksueel vernederen, mishandelen, martelen ("klaar maken
voor ondervraging" wordt het genoemd), moorden en vernietigen, het zijn
niet de kenmerken van een leger dat gekomen is met een boodschap van
beschaving. Het is bijvoorbeeld algemeen geaccepteerd dat de
Britse bezetting van Irak in de jaren 20 van de vorige eeuw, toen
Winston Churchill het gebruik van gifgas tegen het Irakese volk
toestond, kolonisatie was(3). Maar ondanks de hoogdravende woorden van
vandaag de dag bestaat er geen feitelijk verschil tussen het optreden
van dat Brits leger en het huidige. Ook nu worden chemische wapens
ingezet tegen dat deel van de bevolking dat de heerschappij van de
vreemde legers weigert te accepteren(4). En ook nu wordt collectief
gestraft, en worden opstandige regio's eenvoudigweg tot onbewoonbaar
gebied gemaakt. Onder deze "bevrijding" worden de Irakezen net
zo behandeld als de vroeger toen zij nog gekoloniseerd waren; als een
minderwaardig volk, geschapen om gekolonialiseerd en uitgebuit te
worden. Wederom kolonisatie... Het moge
duidelijk zijn, de werkelijke reden voor de invasie van Irak verschuilt
zich achter het masker van "democratisering", waar het zich eerder
verschool achter "massavernietigingswapens" en "banden met Al Qaeda".
Er heeft niets plaatsgevonden de voorbije twee jaar dat de stelling dat
de huidige bezetting niets meer is dan een verlengde van "The Great
Game" ook maar enigszins weerspreekt. De New York Times rapporteerde op
20 april 2003 reeds dat de Verenigde Staten: "werkt aan een de
totstandbrenging van een langdurige relatie met de regering in
ontwikkeling van Irak, een relatie die het Pentagon toegang zal bieden
tot militaire complexen en die het 'Project Amerika (het project met
als doel uitbreiding van de Amerikaanse hegemonie in de wereld, red.)'
invloed moet bezorgen in het hart van een instabiele regio." De
behaalde resultaten in twee jaar bezetting, en de houding van de macht
in Irak, vertellen het ware verhaal over de reden voor invasie. En dat
de twee eerdere mijlpalen in het proces van democratisering niets van
hun beloftes hebben ingelost, duidt op een gebrek aan werkelijke wil
bij de macht in Irak om iets te veranderen. De intentie van de
huidige macht in Irak was kolonisatie, en de realiteit onder haar
bezetting is kolonisatie. Het getuigt enkel van naïviteit te denken dat
iets als verkiezingen van invloed kan zijn op de machtsverhoudingen in
Irak, of dat ze een verandering kan brengen in de houding van deze
huidige macht. Waarom dan toch verkiezingen? Het
verhaal tot dusver betekent niets nieuws onder de zon voor de Irakezen
zelf. Recent schatte in een Saudische krant van de chef van Irak's
geheime dienst, Generaal Shahwani - inderdaad, degene die onder Saddam
Hoessein dezelfde functie vervulde(5) - dat het aantal verzetsstrijders
ongeveer 200,000 bedroeg. Desondanks beweren veel mensen dat het verzet
tegen de bezetting in Irak niet breed gedragen wordt - deze mensen
zouden slechts een klein deel van de bevolking uitmaken, "former
ba'athist regime elements and islamists" verkondigd de media keer op
keer. Maar als men een vergelijking zou mogen maken, niemand zou durven
beweren dat het verzet in Nederland tegen de Duitse bezetting tijdens
de Tweede Wereldoorlog niet breed gedragen was. Toch bestond het
gewapend verzet in Nederland destijds uit enkele honderden mensen(6). Geconfronteerd
met wat men derhalve enkel kan omschrijven als een volksopstand, in de
ware zin van het woord, zoeken de bezetters naar redenen die een langer
verblijf in de regio rechtvaardigen. Ook al wordt in het openbaar
gespeculeerd over de timing van de terugtrekking, de realiteit is dat
op dit moment aannemersbedrijven Bechtel en KBR (een dochter van
Haliburton, de onderneming voorheen geleidt door Amerikaans
vice-president Cheney) in opdracht van het Pentagon werken aan de
constructie van permanente militaire basissen voor Amerikaanse troepen
in Irak; 6 stuks in totaal voor omstreeks 60,000 manschappen, 2 waarvan
ten doel hebben de oliepijpleiding Kirkuk - Haifa bewaken(7). Het
is hier dat het tweede dat de interim-regering in Irak heeft bereikt
vermeld moet worden. Ze heeft weliswaar niets gedaan voor het welzijn
van het Irakese volk of voor de democratisering van Irak, ze heeft wel
mogen verklaren uit eigen beweging de Verenigde Staten te hebben
verzocht Fallujah met de grond gelijk te maken. Zo is een bezetting en
kolonisering voor de ogen van de wereld veranderd in een humanitaire
missie ter ondersteuning van het zogenaamd nieuwe en vrije Irak. Op
dezelfde manier zou een "democratisch verkozen regering" een legitiem
karakter kunnen geven aan het onbeperkte verblijf van een groot aantal
tot de tanden bewapende buitenlandse troepen. In het licht van
"zoeken naar rechtvaardiging" moet men derhalve ook veel van de recente
berichten uit Irak zien, die reppen over de wat men noemt "toenemende
onrusten tussen de bevolkingsgroepen" in het land. Het is een
feit dat van serieuze problemen tussen deze groepen in de geschiedenis
van Irak geen sprake is geweest. Sinds Irak door de lens van de
westerse media bekeken en geanalyseerd wordt, worden dagelijks
berichten de wereld ingestuurd die de verschillen tussen de
bevolkingsgroepen in Irak benadrukken, en in de ogen van de mensen
proberen te vergroten. Eerste waren er Irakezen; nu zijn er shi'i,
soenni en koerden. Als men de beelden en commentaren van tv en
in de kranten mag geloven, dreigt er in Irak burgeroorlog tussen de
shi'i en soenni. De reden hiervoor wordt, in een verdere poging te
realiteit van de volksopstand tegen de bezetting te verdoezelen, over
het algemeen gelegd in een weigering van de soenni gemeenschap om haar
macht en invloed in Irak op te geven ten koste van de shi'i, iets wat
redelijkerwijs te verwachten zou zijn bij verkiezingen. Enerzijds omdat
shi'i een kleine meerderheid van de bevolking vormen - hoewel voor de
oorlog zij altijd als minderheid werden neergezet; anderzijds hebben de
shi'i - om redenen waarop we hier niet in zullen gaan - volledig ten
onrechte het idee geaccepteerd dat democratie acceptabel is voor hun
religie, de soenni echter niet. Maar het idee dat het verzet
tegen de bezetting soennitisch is, afkomstig van de mensen die eens
onderdeel waren van het regime van Saddam en daarom nu bang zijn hun
macht te verliezen aan de mensen die zij zo lang hebben onderdrukt,
staat volledig buiten de waarheid. Ten eerste, het regime van
Saddam was geschoeid op seculier Arabisch nationalisme, absoluut niet
op religie. Onder zijn bewind zijn duizenden van soenni en shi'i
vermoord geworden omdat zij Saddam naar islamitisch gebruik opriepen de
moslims te regeren volgens Islam. Seculier Arabisch nationalisme
heerste in Irak over Islam, en niet soenni Islam over de shi'a vorm
ervan. Ten tweede, dat de oorlog in Irak soms zelfs tussen
Iraki's zelf uitgevochten wordt heeft niets te maken met de vorm van
Islam die aangehangen wordt. Het heeft te maken met de vraag of men de
bezetting helpt, of niet. Men moet hierbij begrijpen dat binnen shi'a
Islam in Irak feitelijk twee stromingen bestaan. De eerste stroming is
de stroming van de familie As Sadr. Nadat zijn ouders en ooms door
Saddam vermoord waren vanwege het feit dat ze hem terechtwezen voor
zijn negeren van Islam, is Moqtada As Sadr, bijvoorbeeld, in de shi'a
heilige stad Najaf in opstand gekomen tegen de Amerikaanse en Britse
bezetting. Tijdens zijn opstand zamelden de mensen in de voornamelijk
soenni gebieden van Irak geld, bloed, voeding en kleding in om hun
broeders te helpen en te ondersteunen. Hetzelfde vond plaats in de
shi'a wijk van Baghdad, Sadr City, tijdens de Amerikaanse belegering
van de soennitische stad Fallujah. De tweede stroming van shi'a Islam
is de stroming die vandaag de dag in Irak wordt aangevoerd door
bijvoorbeeld As Sistani. Ter illustratie hiervan vertrok deze leider
tijdens de Amerikaanse belegering van Najaf ongegeneerd naar
Groot-Brittannië om zich daar te laten behandelen in een ziekenhuis.
Deze werkt openlijk samen met de bezetting, maar vormt allerminst een
meerderheid van de bevolking. Waar bij de strijd in Irak aan beide
zijden Irakezen betrokken zijn, overigens een minderheid van het totaal
aantal voorvallen van verzet, is het een strijd van verzetsstrijders
tegen collaborateurs, niet van soenni tegen shi'i. De mensen die
deze laatste stromingen van shi'a Islam volgen in Irak zijn degenen die
men mag verwachten te zullen gaan stemmen. Moqtada As Sadr, die tevens
kan rekenen op grote aanhang onder de bevolking, heeft zich voor wat
betreft de verkiezingen afzijdig gehouden. Vanuit het gezichtspunt van
de bezetting zijn verkiezingen derhalve om slechts twee redenen
gewenst: zij zullen de verschillen tussen deze twee groepen in Irak -
zij die werken met de bezetting en zij die vechten tegen de bezetting -
accentueren, en zij zullen door de groep die met de bezetting werkt
gedomineerd worden. Democratisering in de ware zin van het woord speelt
geen rol. Na de verkiezingen Het te
verwachten resultaat van de komende verkiezingen, derhalve, is de
totstandkoming van een regering die voornamelijk bestaat uit individuen
die van begin af aan hebben samengewerkt met de Verenigde Staten en
Groot-Brittannië bij de bezetting en kolonisatie van Irak. Een regering
die geen probleem zal hebben om, net als hun voorgangers de
interim-regering van Iyyad Allawi bij het voorbeeld van Fallujah,
publiekelijk de bezettingsmacht te vragen te doen wat deze
bezettingsmacht zelf graag gedaan wil hebben. En de
verkiezingen zullen, doordat ze de verhoudingen tussen de
collaborateurs en het verzet verder op scherp zal zetten, de nieuwe
regering presenteren met een op het oog legitieme reden om de
bezettingsmacht te verzoeken in Irak te blijven. (Veel Iraki's
zijn dan ook, bekend met het belang van de bezetting bij een ware
burgeroorlog, van mening dat de bezetting zelf een aandeel heeft gehad
in de aanslagen op shi'a gebedshuizen en bijeenkomsten, pogingen om de
bevolkingsgroepen uiteen te drijven. Dit omdat terwijl normaal
gesproken na bomaanslagen de Amerikanen als eerste ter plekke zijn, zij
uitgerekend bij aanslagen op shi'a doelen nooit hun gezicht laten
zien(8)) Het zou de bezetting onder de noemer humanitaire missie
kunnen doen laten voortduren. Zogenaamd om een burgeroorlog te
voorkomen, maar in realiteit om de weerstand van het Irakese volk tegen
de huidige poppenkast de kop in te kunnen drukken. En zo krijgen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bij verkiezingen precies wat zij willen. ----------------------------------------------------- 1 www.ifg.org: "The hand-over that wasn't; Illegal orders give the US a lock on Iraq's economy" 2 www.HRW.org: "Iraq: Torture continues at the hands of new government" 3 www.globalresearch.com: "Winston Churchill's secret poison gas memo" 4 www.aljazeera.com: "US uses napalm gas in Fallujah" 5 www.empirenotes.com: "More on the Salvador option; January 12, 2005" 6 www.oranjehotel.nationaalarchief.nl: "Verzet in Nederland" 7 www.globalsecurity.org: "Iraq Facilities" 8 www.dahrjamailiraq.com: "More death by car bombing" |