|
Redactie Expliciet Magazine: Met de ogen van de wereld vooralsnog gericht op Irak en de ontwikkelingen aldaar, wordt vergeten dat ook op andere plaatsen van de wereld het buitenlands beleid van eigenbelang het overgrote deel van de mensheid in de ellende stort. Over een van die plaatsen, Haïti, bericht Expliciet Magazine. In de nacht van 29 februari 2004 vond de President van Haïti, Jean-Bertrand Aristide, zich plotseling met zijn vrouw op een vliegtuig van de Amerikaanse overheid vergezeld van een groep Amerikaanse ambtenaren en soldaten. Zijn bestemming was hem op dat moment nog onduidelijk. Toen het vliegtuig de 30e februari na een lange vlucht eenmaal geland was, leerde Aristide dat hij voet had gezet in de Centraal Afrikaanse Republiek. Zijn toevluchtsoord, zo werd hem door zijn Amerikaanse begeleiders verteld. Voor de media was wat op dat moment plaats aan het vinden was op Haïti en met de President van Haïti nog altijd onduidelijk, zo kon Aristide zelf over zien en horen op zenders als CNN. Maar voor hemzelf was de reden voor zijn "vlucht" maar al te duidelijk. Heel de maand februari reeds was Haïti het toneel geweest van een gewelddadige opstand van een groep rebellen tegen de regering op Haïti, geleidt door President Aristide. Aristide was een democratisch verkozen president - omstreeks 80% van de Haïtanen zagen in hem hun ideale president tijdens de laatste verkiezingen - maar, zo berichtte de westerse pers enkele dagen na de aankomst van Aristide in de Centraal Afrikaanse Republiek, het volk was in reactie op de teleurstelling over het beleid van Aristide en het resultaat daarvan in opstand gekomen om hem uit zijn ambt te verwijderen. Haïti is een klein eiland in het Caribisch-gebied, op slechts enkele uren vliegen van de Verenigde Staten. Het telt omstreeks acht miljoen inwoners en heeft de twijfelachtige eer het "meest arme land van het westelijk halfrond" genoemd te worden. De economie van een van de armste landen ter wereld, waar gemiddeld op 1000 geboortes slechts 900 kinderen het vijfde levensjaar halen, om gemiddeld genomen uiteindelijk 52 jaar oud te worden (in Europa bijvoorbeeld is dat ruim 70) en waar de AIDS epidemie het ergst van heel het Caribisch-gebied huis houdt, ligt al jaren in puin. Het was een kleine groep van omstreeks honderd zwaar bewapende rebbelen die de opstand initieerden in de tweede stad van het land Cap Haitien, maar in afwezigheid van een nationaal leger kregen dezen al snel grote delen van Haïti onder controle. Toen de opstandelingen tot in de hoofdstad Port-au-Prince waren geraakt, een humanitaire crisis dreigde en de media een beetje van schrik bekomen waren en hun verhaal op orde hadden, zonden de Amerikanen troepen naar het land. Het beeld van Haïti en de gebeurtenissen aldaar dat in de volgende dagen doordrong in de westerse landen, was dat van een land dat met ijzeren hand werd geregeerd door wie de media "de despoot" en "dictator" Aristide noemden. Men stelde dat een populaire en breed gesteunde opstand aan dit regime van onderdrukking en corruptie een eind had gemaakt en dat de Verenigde Staten uiteindelijk ingegrepen hadden om stabiliteit terug te brengen en om President Aristide "uit veiligheidsoverwegingen het land uit te escorteren". Haïti was bevrijdt en met Aristide verdreven klaar om nieuw aan haar toekomst te bouwen, zo werd de wereld verteld. De officiële communicatie vanuit de Verenigde Staten was gericht op het creëren van dit beeld. Minister van Buitenlands Zaken voor de Verenigde Staten, Colin Powell, vertelde de media bijvoorbeeld op 28 februari dat de interventie door de VS ter ondersteuning van de rebellen was omdat President Aristide "weliswaar democratisch verkozen was, maar noch effectief, noch democratisch regeerde."[1] Echter, hoewel CNN en de BBC interviews met mensen in Haïti de wereld in stuurden die het beeld schetsten dat de opstand breed gesteund werd, wezen onafhankelijke berichten uit Haïti op de omvangrijke steun onder de arme boerenbevolking van Haïti voor Aristide; "Titid" zoals hij liefkozend door de Haïtiaanse bevolking wordt genoemd. Verder liet President Aristide zelf vanuit de Centraal Afrikaanse Republiek weten dat hij niet gevlucht was uit Haïti, zoals Amerika de wereld had verteld, maar dat hij door Amerikaanse mariniers onder bedreiging het land was uitgezet. Aristide en de onafhankelijke bronnen uit Haïti bestreden dus het door de VS geschetste beeld van een revolutie op Haïti - een revolutie door het volk, bevrijding, democratie en vrijheid - maar spraken van een coup tegen een democratisch verkozen leider geleid door de Verenigde Staten. Bij deze onduidelijkheid, wat nu vertellen de feiten over wat plaats heeft gevonden op Haïti? Was Aristide werkelijk een dictator en heeft de Verenigde Staten laten zien voor haar woord te staan door aan dictatorschap een eind te maken ten gunste van democratie en vrijheid? Of heeft werkelijk een coup plaatsgevonden en is President Aristide het land uitgezet door de wereldmacht Amerika; voor onbekende, duistere redenen? Deze vraag is gerechtvaardigd omdat direct duidelijk een aantal feiten de beweringen van president Aristide ondersteunen en het standpunt ingenomen door de VS weerspreken. Een van de belangrijkste hiervan is dat de opstandelingen duidelijk bewapend waren met Amerikaanse wapens en ander oorlogstuig. Zij droegen openlijk het teflon-harnas dat gebruikelijk enkel door Amerikaanse soldaten in oorlog wordt gedragen. Anderzijds, kan men zich de vraag stellen waarom de VS, zo gecommitteerd aan het brengen van democratie in de wereld, zich bij hun interventie de kant van de rebellen hebben gekozen en niet de kant van de democratisch gekozen president - wat Aristide ontegenzeggelijk was en wat de VS zelf ook toegegeven heeft? Precies deze vragen en opmerking zijn ook publiekelijk geuit geworden. Plotseling in de verdediging gedrukt communiceerde het Amerikaans Ministerie van Defensie met de media dat van een van haar basissen op de Dominicaanse republiek kort voor de onrusten op Haïti wapens en uitrusting was gestolen, precies hetzelfde materiaal dat door de rebellen op Haïti gebruikt was in hun opstand tegen Aristide. Deze wanhoopspogingen ten spijt hebben de meeste analisten van het Amerikaans Buitenlands beleid en het Caribisch-gebied geconcludeerd dat Haïti duidelijk aan een VS geleidde en door Frankrijk ondersteunde coup ten prooi was gevallen. Dit nieuws, echter, is nooit door de doorsnee media overgenomen. Vermaard econoom Jefrey Sachs, bijvoorbeeld, schreef reeds voor het vertrek van Aristide (echter gepubliceerd na de coup): "Haïti staat, wederom, in vlam. President Jean-Bertrand Aristide wordt algemeen als verantwoordelijke aangewezen, en hij zou zeer binnenkort wel eens omver geworpen kunnen worden. Echter, bijna niemand is op de hoogte van het feit dat de chaos van dit moment tot stand is gebracht in Washington..."[2] Op welke basis hebben mensen als Sachs dan feitelijk de conclusie getrokken dat de VS verantwoordelijk is voor de chaos op Haïti, waar anderen naar de VS wijzen als initiator van een coup op Haïti? De loopbaan van Jean-Bertrand Aristide als President van Haïti begint met zijn verkiezing in 1990, in opvolging van het bewind van "Papa Doc" Duvallier, tevens moordenaar en martelaar van beroep. Aristide is een voormalig priester, geliefd onder de armen van het land (en daarmee door de overweldigende meerderheid van kiezers) voor het feit dat hij opkwam voor hen belangen en verbaal ten strijd trok tegen het zittende regime van voor 1990 dat voornamelijk voor de belangen van de VS en de kleine kring welgestelden op Haïti werkte. Eenmaal verkozen presenteerde Aristide dan ook plannen die het welzijn van de armen op Haïti diende te verbeteren. Dit waren plannen die afweken van het geijkte pad van economische ontwikkeling, voorgeschreven door het westen voor ontwikkelingslanden bekend onder de naam "Washington Consensus"[3]. De naam Washington Consensus is omdat dit pad voornamelijk door Washington wordt bepaald. De Washington Consensus omvat maatregelen zoals privatisering van overheidsbedrijven, afschaffing van overheidssubsidies op voedsel en brandstof en het openstellen van markten voor buitenlandse concurrentie. Algemeen wordt erkend dat deze maatregelen initieel armoede verergeren, maar dit wordt gezien als noodzakelijk voor toekomstige ontwikkeling. De plannen van Aristide, echter, stonden haaks op dit standaard recept voor ontwikkeling en omvatten bijvoorbeeld geen privatisering en geen openstelling van markten voor buitenlandse concurrentie. Desondanks werden deze plannen met applaus ontvangen door instellingen als de Wereldbank en de Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling. Maar, met deze plannen maakte Aristide zich in een keer bijzonder ongeliefd bij de beleidsbepalers in Washington. Washington zag deze plannen als een bedreiging, namelijk. Wat als Aristide werkelijk vooruitgang voor elkaar zou krijgen op deze manier? Zijn voorbeeld zou gevolgd kunnen gaan worden door andere ontwikkelingslanden die daarmee het door Washington voorgeschotelde plan, en daarmee privatisering en opening van markten, links zouden laten liggen. Dit zou zeker niet in het belang zijn van Amerikaanse ondernemingen die daarmee van een groot aantal buitenlandse markten geweerd zouden blijven. Uit angst dat het plan van Aristide als een virus om zich heen zou grijpen in de ontwikkelingswereld en andere landen zou aansteken, greep de regering van George Bush I destijds direct in. Haar reactie was dat de VS dat niet langer de regering in Haïti financieel zou ondersteunen, maar dat de steun werd overgeheveld op de "pro-democratische beweging" op Haïti: de rijke elite, het leger en de paramilitairen. Niet geheel onverwacht daarmee kwam in 1991, na 7 maanden aan het bewind, als gevolg van een militaire coup een tijdelijk einde aan de regering Aristide. Het nieuwe bewind, wiens pro-democratische intenties duidelijk werden met de aanname van een wet die de nieuwe president "Baby Doc" Duvallier de macht gaf zonder reden iedere politieke partij te verbieden, gaf het volk van Haïti het beleid terug dat meer lijn lag met wat Washington voor ogen had. Dit regime op Haïti, hoewel zeer naar de smaak van de VS, was voor het volk minder plezant. Ze werd effectief geterroriseerd door paramilitaire bewegingen die ieder vorm van kritiek op het nieuwe regime onderdrukten. Ter verduidelijk van de mate van terreur, de belangrijkste van deze paramilitaire bewegingen, het FRAPH - de leider waarvan, CIA medewerker Emmanuel Constant, tegenwoordig ondanks verschillende verzoeken om uitlevering van de kant van Haïti nog altijd in Queens, de VS, woont - is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de moord op ongeveer 4 tot 5,000 Haïtanen in de periode 1991 tot 1994. (Noam Chomsky schrijft in aanvulling op deze informatie: "Herinnert u het fundament onder de Bush (II) doctrine (...) dat "degenen die terroristen beschermen net zo schuldig zijn als de terroristen zelf", in de woorden van de President, en op die basis behandelt dienen te worden met massa-bombardementen en invasie."[4]) In 1994 maakte het bewind Clinton een eind aan de dictatuur Duvallier II, en bood Aristide de positie van President aan op voorwaarde dat hij het economisch beleid zou voeren dat zijn voornaamste tegenstander tijdens de verkiezingen van 1990 voorgesteld had. De tegenstander die toendertijd slechts 14% van de stemmen had weten te veroveren maar wel het beleid voor stond dat in lijn lag met de belangen van de VS. Beleid dat de rijstindustrie op Haïti kapot maakte door het bloot te stellen aan concurrentie van zwaar gesubsidieerde rijst uit de VS en dat de nationale kippenvlees industrie kapot maakte door het in Haïti dumpen van het Amerikaans overschot aan rund- en varkensvlees toe te staan. In tegenstelling tot Canada en Mexico die dit verboden. Tegenwoordig is Haïti daarom afhankelijk van geïmporteerd voedsel.[5] Na wederom een overwinning in nationale verkiezing voor Aristide in 2000 werd onder het bewind Bush II, Bush Junior, het Amerikaans beleid tegenover Haïti en Aristide nog agressiever. Het had de inheemse industrie reeds verlamd en het land verder in armoede gedompeld, maar nadat Aristide het leger in Haïti (de verantwoordelijken voor de coup in 1994) had afgeschaft en dreigde beleid uit de periode 1994 - 2000 terug te draaien, verbood de VS tevens hulpinstellingen actief te zijn op Haïti en internationale organisaties geld te lenen aan de regering Aristide, onder het voorwendsel dat bij de laatste verkiezingen op Haïti gefraudeerd zou zijn geweest. De VS stond en staat volledig alleen in deze beschuldigingen. Hiermee werd de regering Aristide iedere mogelijkheid ontnomen de economie te ontwikkelen om in staat te zijn met de Amerikanen te concurreren, door een gebrek aan kapitaal. De oppositie op Haïti (lees: de rijke elite) kwam als gevolg van de erbarmelijke economische toestand die het VS beleid had weten te realiseren in opstand, en zagen zich hierin - vanzelfsprekend - gesteund door de VS. Het is deze steun die uiteindelijk over is gegaan in militaire omverwerping van de regering Aristide. Zoals gezegd, de meeste analisten van het Amerikaans beleid in het Caribisch gebied hebben tevens gewezen op de rol die Frankrijk bij dit alles gespeeld heeft. De reden voor de Franse ondersteuning van het initiatief genomen door de VS is gelegen in een ander beleidsvoorstel gedaan door Aristide na zijn herverkiezing in 2000. Iets verder terug in de geschiedenis, oorspronkelijk werd Haïti gebruikt door Franse slavenhandelaren als doorvoerhaven voor slaven uit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika. Haïti was hiermee een van de (vele) Franse koloniën in de regio. Vroeg in de 19e eeuw waren in deze Franse kolonie reeds verschillende opstanden uitgebroken, de voornaamste onder leiding van de "slaven-kolonel" Toussaint L'Ouverture. Napoleon had de eersten van deze opstanden met steun van de VS, bang als zij was voor het overslaan van de slavenopstanden op Haïti naar haar plantages, wreed neergeslagen, in een poging een van haar belangrijkste koloniën en de voornaamste bron van haar welvaart te behouden. In 1804 echter accepteerde Frankrijk zelfstandigheid van Haïti in de wetenschap dat het niet behouden kon worden als kolonie. Met invasie en herintroductie van slavernij op de achtergrond als dreiging, kwam Haïti met de Fransen in 1825 de betaling van een schadeloosstelling van 150 miljoen franc overeen. Een betaling van Haïti aan Frankrijk voor "gederfde inkomsten", welteverstaan. Het heeft Haïti 100 jaar gekost dit bedrag te voldoen, het hedendaags equivalent waarvan ongeveer 21 miljard dollar bedraagt, wat al die tijd het voor het land onmogelijk heeft gemaakt te investeren in zaken als onderwijs en zorg[6]. Op bezoek in Frankrijk stelde president Aristide de Franse Premier Chirac voor Frankrijk haar wandaden te vergeven en geen verdere claims in te dienen voor de misdaad van slavernij die het volk van Haïti aangedaan was geweest door de Fransen, de vernietiging die de Franse invasie op Haïti begin 19e eeuw had veroorzaakt en de Franse chantage van Haïti onder dreiging van verdere militaire invasies, in geval Frankrijk de door Haïti betaalde schadeloosstelling terug zou betalen. De eerder genoemde 21 miljard dollar. In dit "schandelijke" voorstel van de kant van Haïti is de reden voor de Franse steun aan de verwijdering van Aristide uit zijn ambt gelegen. Van de kant van de overige leden van het samenwerkingsorgaan van Caribische landen, het CARICOM kom een verder bewijs ter ondersteuning van de aanklacht tegen de VS en Frankrijk, namelijk dat zij een democratisch verkozen regering door middel van geweld omver hebben gestoten. Deze buren van Haïti hadden bij de VN geïnformeerd naar een officieel onderzoek naar de omstandigheden waarin President Aristide zijn ambt heeft moeten verlaten. Wederom Colin Powell verklaarde echter: "Ik denk niet dat een onderzoek enig nut zal dienen. We bevonden ons op de rand van een bloedbad en president Aristide bevond zich in groot gevaar"[7], hoewel op de dag van VS ingrijpen meer mensen stierven als in de hele maand in aanloop op de coup. Op voorwaarde dat hij anoniem zou blijven verklaarde een diplomaat van de CARICOM bij de VN: "We staan onder ongekende druk (van de VS en Frankrijk) niet verder te gaan met ons verzoek (voor een officieel VN onderzoek)."[8] Daarmee is duidelijk dat de internationale gemeenschap niet zal optreden tegen deze flagrante schending van het internationaal recht en de inbreuk op de souvereiniteit van een onafhankelijke staat. Het is dus duidelijk wat Jeffrey Sachs bedoelde toen hij zij dat Washington de oorzaak van de chaos op Haïti is. En de feiten ondersteunen President Aristide's versie van het verhaal, en weerspreken het beeld dat in de media is geschetst, het beeld van revolutie en bevrijding van een arm en onderdrukt volk door de Verenigde Staten. De VS heeft een geschiedenis van inmenging in de interne aangelegenheden van Haïti achter zich, altijd met het doel de belangen van de VS te consolideren, nooit de belangen van de bevolking van Haïti zelf. Ze heeft een boycot tegen het democratisch verkozen regime op Haïti in werking gesteld, aldoor de rijke elite van alle mogelijke steun voorzien. En ze heeft de paramilitairen die tijdens het laatste decennium van de vorige eeuw zoveel ellende hadden gebracht op Haïti bewapend en aangezet tot een coup, om uiteindelijk zelf het karwei af te maken om een nieuwe interim-regering aan te kunnen stellen. Het volk van Haïti staat daarmee een donkere toekomst te wachten, zij het geen onzekere toekomst. Zij zal de speelbal blijven in de politieke strijd tussen de grootmachten op deze aarde die zij reeds 200 jaar is. Maar het volk is niet gebroken, ook al is Haïti volledig van het radarscherm van de westerse media verdwenen. Thabo Mbeki, President van Zuid-Afrika alwaar "President Aristide van Haïti" momenteel in ballingschap verblijft, liet optekenen in ANC Today dat het volk van Haïti hun president niet vergeten is. Op 15 juli jongstleden bevolkten duizenden mensen de straten van Port-au-Prince met spandoeken waarop de tekst "Bonne Féte President Titid" - "Gefeliciteerd met uw verjaardag, President Titid". Het volk van Haïti hoopt nog altijd op de terugkeer van Titid als president. Ook in ANC Today rapporteerd Thabo Mbeki dat dezelfde paramilitaire bewegingen die het land terroriserden in de jaren '90 van de vorige eeuw ook nu weer aan de macht zijn in het land - met hetzelfde resultaat, zoals het Instituut voor Rechtvaardigheid en Democratie op Haïti onlangs in een rapport heeft bevestigd. Moord, verkrachting en martelingen behoren weer tot het dagelijks leven van de Haïtaan.[9] Redactie Expliciet Magazine: Eigenbelang en materieel welzijn van een kleine groep mensen is het wat 8 miljoen Haïtanen wederom in ellende heeft gestort. En nu na ettelijke orkanen duizenden mensen op Haïti dakloos geworden zijn, van voedsel en drinkwater verstoken, hoort men uit Washington niets. Nu geen grootscheepse humanitaire operatie om de arme bevolking van Haïti te helpen. Haïti, een van de vele voorbeelden van landen waar democratie is gebracht. Net als Irak. Beiden hebben opvallende overeenkomsten: de Verenigde Staten breken het internationaal recht waar ze zelf zo vaak naar verwijzen als het hen uit komt, de media verpakken de misdaad als "verspreiden van democratie", en de massa is tevreden en zwijgt. En de Verenigde Naties spelen trouw de rol van loopjongen van de wereldmachten. Het is een instrument ter rechtvaardiging van de misdaden van de wereldmachten, waar voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid geen plaats is. Ook Haïti is lid van de VN en hoewel de realiteit achter de "revolutie" op Haïti overduidelijk is wordt door de VN ditmaal niets ondernomen. Geen resoluties tegen de agressors de VS en Frankrijk. Geen sancties tegen die staten die werkelijk een bedreiging zijn voor hun buurlanden. Of preciezer, die landen die werkelijk een bedreiging zijn voor de wereld. --------------------------------------------------------------------------------
[1] Gary Young: "The Ouster of Democracy", The Guardian, 8 maart 2004 [2] Jeffrey Sachs: "The Fire this time in Haïti was US Fueled", Taipei Times, 1 maart 2004, www.taipeitimes.com [3] Joseph Stiglitz: "Globalization and its Discontent", W.W. Norton & Company, 2002 [4] Noam Chomsky: "Haïti", 9 maart 2004, www.Zmag.org [5] Ibid,. [6] Marjorie Cohn: "Coup d'Etat: This Time in Haïti", 20 maart 2004, www.truthout.com [7] Thalif Deen: "US, France Blocking Haïti Probe", 13 april 2004, www.ipsnews.net [8] Ibid,. [9] Anthony Fenton: "Human Rights Horrors in Haiti", 28 juli 2004, www.globalreasearch.ca
|