zaterdag 31 juli 2010 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Boek
Updates
Home arrow Hadith arrow De vijanden van Islam over Profeet Mohammed (saw)
De vijanden van Islam over Profeet Mohammed (saw) Afdrukken E-mail
vrijdag 06 oktober 2006

Redactie Expliciet Magazine: Bij de komst van Islam beschikte de elite van Mekkah, de stad waar de Boodschapper van Allah (saw) woonde en leefde, reeds over alles wat zij zich in het huidige leven (doenya) konden wensen. De elite, immers, was altijd welgevaren bij de bestaande situatie van Jahiliyah (dwaling en onwetendheid) en afgoderij; zij waren rijk in deze situatie, zij waren machtig in deze situatie en zij hadden aanzien onder de mensen in deze situatie.

Toen de verheven boodschap van Islam tot de mensen kwam, zagen de meeste van deze elite, degenen wiens denken oppervlakkig was en beperkt tot het huidige leven, dan ook niets anders in haar dan een bedreiging en niet de verlossing die zij in werkelijkheid representeert. Deze elite kon zich reeds geen beter bestaan in het huidige leven wensen, en zag iedere mogelijke verandering van de bestaande situatie in Mekkah daarom als een bedreiging. Islam, echter, kwam om een einde te maken aan de situatie van Jahiliyah en afgoderij die een heel volk deed lijden in onderdrukking, om deze elite in welvaart en luxe zijn tijd door te kunnen laten brengen. Islam representeerde voor deze elite dan ook hun grootste nachtmerrie, en de heersende macht in Mekkah kantte zich dan ook fel tegen de Boodschapper van Allah (saw) en zijn (saw) boodschap. Vervolging van de moslims, marteling van de moslims en moord op de moslims resulteerde dan ook, enkel omdat zij de Boodschap van Waarheid en Rechte Leiding openlijk uitdroegen en de elite wezen op het onrecht dat zij in stand hielden.

Een van deze elite droeg de naam Aboe Soefyan. Aboe Soefyan was een neef van Profeet Mohammed (saw) in de derde lijn, maar desalniettemin was hij tezamen met Aboe Lahab voor velen jaren de grootste vijand van Islam en de Boodschapper van Allah (saw). Later, echter, na pogingen de Boodschapper van Allah (saw) te laten vermoorden en na verscheidene veldslagen met de Boodschapper van Allah (saw) gevochten te hebben, zou hij zich in het spoor van zijn zoon Moe'awiya ook wenden tot Islam en moslim worden. Als moslim vertelde Aboe Soefyan eenmaal over een gebeurtenis in zijn leven uit de tijd dat hij nog de vijand van de Boodschapper van Allah (saw) was.


Ibn 'Abbas vertelt dat Aboe Soefyan hem persoonlijk vertelde:

"Ik ging op reis ten tijde van de vredesovereenkomst tussen mijzelf en de Boodschapper van Allah (saw). Terwijl ik in Sham (het gebied bestaande uit Syrië, Jordanië en Libanon) verbleef, werd een brief van profeet Mohammed (saw) bezorgd aan Heraclius. Dihya al Kalbi had deze gegeven aan de gouverneur van Basrah, en deze laatste had hem doorgestuurd naar Heraclius. Heraclius zei: 'Is er hier iemand van onder het volk van deze man die zichzelf een profeet noemt?'

De mensen zeiden: 'Jawel.'

Daarop werd ik, tezamen met enkel ander Qorayshi mannen, ontboden. We kwamen bij Heraclius en zetelden ons voor hem. Toe zei hij: 'Wie van jullie is het meest verwant aan de man die beweert een profeet te zijn?'

Ik antwoordde: 'Ik ben zijn meest naaste bloedverwant (hier).'

Daarop deed men mij plaats nemen voor hem (Heraclius) en liet men de anderen achter mij plaats nemen. Toen riep hij zijn vertaler en zei hem: 'Zeg hen (de metgezellen van Aboe Soefyan) dat ik hem (Aboe Soefyan) zal vragen betreffende de man die beweert een profeet te zijn. Dus wanneer hij een leugen vertelt, dan moeten zij hem direct tegenspreken.'

Bij Allah! Was ik niet bevreesd geweest dat mijn metgezellen me een leugenaar zouden hebben genoemd, dan had ik leugens verteld.

Heraclius zei daarna tegen zijn vertaler: 'Wat is de status van de familie van hem (de Profeet (saw)) onder jullie?'

Ik zei: 'Hij is van een nobele familie van onder ons.'

Heraclius vroeg: 'Was een van zijn voorvaderen een koning?'

Ik zei: 'Nee.'

Hij vroeg: 'Heb je hem er ooit van beschuldigt leugens te vertellen, voordat hij zei wat hij zegt?'

Ik zei: 'Nee.'

Hij vroeg: 'Volgen de elite hem, of het arme volk?'

Ik zei: 'Het zijn de armen die hem volgen.'

Hij vroeg: 'Neemt het aantal volgelingen van hem toe, of neemt dit af?'

Ik zei: 'Ze nemen in aantal toe.'

Hij vroeg: 'Zijn er diegenen die zijn religie (Islam) afwijzen na haar eerst omarmd te hebben, in ontevredenheid met haar?'

Ik zei: 'Nee.'

Hij vroeg: 'Heb je ooit oorlog tegen hem gevoerd?'

Ik zei: 'Ja.'

Hij vroeg: 'Wat was de uitkomst van de strijd?'

Ik zei: 'De strijd tussen ons is onbeslecht, en de overwinning wordt door ons gedeeld. Hij brengt ons schade toe, en wij brengen hem schade toe.'

Hij vroeg: 'Heeft hij ooit bedrogen?'

Ik zei: 'Nee, maar wij zijn ver van hem verwijderd tijdens dit bestand en we weten niet wat hij hier tijdens zal doen.' " Aboe Soefyan voegde hieraan toe: "Bij Allah, ik was niet in staat één woord meer tegen hem uit te spreken dan dit.

Heraclius vroeg: 'Is er voor hem ooit iemand anders geweest met dezelfde claim (van Islam)?'

Ik zei: 'Nee.'

Toen droeg Heraclius zijn vertaler op mij te zeggen: 'Ik vroeg je naar de status van zijn familie onder jullie, en je zei me dat hij behoorde tot een familie van de elite onder jullie. Voorwaar, al de boodschappers komen van de meest nobele families van onder hun volk. Daarop vroeg ik je of één van zijn voorouders een koning was, en dat ontkende je. Zou één van zijn voorvaderen een koning zijn geweest, dan zou ik gezegd hebben dat hij (Mohammed (saw)) zocht naar de heerschappij over het koninkrijk van zijn voorvaderen. Toen vroeg ik je naar zijn volgelingen, waren zij van onder de elite of van onder de armen, en jij zei dat het de armen waren die hem volgden. In waarheid, dezen zijn de volgelingen van de Boodschappers. Daarop vroeg ik je of je hem ooit beschuldigd had van het vertellen van een leugen, en jouw antwoord was negatief. Het kan volgens mij niet anders dan dat iemand die geen leugens vertelt over anderen, ook geen leugens kan vertellen over Allah. Toen vroeg ik je of ooit iemand van zijn volgelingen zijn religie afgewezen had, uit ontevredenheid met haar, en dat ontkende je. En zo is het Geloof, wanneer haar heerlijkheid het hart binnendringt en zich volledig met haar vermengd. Toen vroeg ik je of zijn volgelingen toenamen of afnamen. Jij beweerde dat zij toenamen. Zo is het ware Geloof totdat het compleet is in ieder aspect. Daarop vroeg ik je of je hem ooit bevochten had, en jij bevestigde dat je met hem gevochten had en dat de strijd tussen jouw en hem onbeslist was en dat de overwinning afwisselend hem en dan jouw ten deel viel; hij bracht jouw schade toe en jij bracht hem schade toe. Zo is dat met de Boodschappers: zij worden beproefd totdat de uiteindelijke overwinning voor hen zal zijn. Toen vroeg ik je of hij ooit bedrogen had; jij beweerde dat hij nooit bedrogen had. En voorwaar, Boodschappers bedriegen nooit. En toen vroeg ik je of ooit iemand voor hem deze claim had gedaan; en dat ontkende je. Ik dacht dat als iemand deze claim had gedaan voor hem, ik zou zeggen dat hij gewoon een man was die de gezegden van iemand voor hem imiteerde.' "

Aboe Soefyan zei: "Heraclius vroeg me daarop, 'waartoe verplicht hij jullie?'

Ik zei: 'Hij verplicht ons het gebed en het betalen van de zakat, en om goede relaties te onderhouden met de familie en om kuis te zijn.'

Heraclius zei: 'Als wat jij zegt de waarheid is, dan is hij werkelijk een profeet, en ik was op de hoogte van het feit dat hij (een profeet) zou verschijnen, maar ik had nooit verwacht dat hij van onder jullie zou komen. Als ik zeker zou zijn dat ik hem kon bereiken, dan zou hem willen ontmoeten, en als ik met hem zou zijn dan zou ik zijn voeten wassen. En zijn heerschappij zal zich zeker uitdeinen tot wat onder mijn voeten is.'

Toen vroeg Heraclius naar de brief van de Boodschapper van Allah (saw), waarin stond geschreven:

'In de naam van Allah, de Meest Verhevene, de Meest Genadevolle. Deze brief is van Mohammed, de Boodschapper van Allah, aan Heraclius, de heerser over Bizantium. Vrede zij op hem die het rechte pad volgt. Hierbij nodig ik je uit tot Islam te komen, en als je Islam adopteert zul je veilig zijn (voor de straf van Allah); omarm Islam en Allah zal jouw beloning verdubbelen, maar als je deze uitnodiging tot Islam verwerpt zul je een zonde begaan (door je volk op het verkeerde pad te leiden). En ik draag jouw voor (hetgeen Allah (swt) gezegd heeft:

"O lieden van de Schrift komt tot een woord dat gelijk is tussen ons en u dat wij geen ander dienen dan God en dat wij Hem niets tot genoot geven en dat wij niet elkander tot Heren maken
buiten God. Indien zij zich dan afwenden zegt dan: Getuigt dat wij overgegevenen (moslims) zijn."
(Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah al Imraan, vers 64) '

Nadat Heraclius de brief eenmaal gelezen had, groeiden de stemmen in volume en ontstond er een enorme opwinding en geschreeuw, en werden wij naar buiten begeleidt."

Aboe Soefyan zei verder: "Toen we naar buiten kwamen zei ik tot mijn metgezellen, 'De zaak van Ibn Aboe Kibsha1  (oftewel Mohammed (saw)) is zo vooraanstaand geworden dat zelfs de koning van het volk van al Asfar bang voor hem geworden is.'

Zo raakte ik overtuigd dat de Boodschapper van Allah (saw) de uiteindelijke overwinnaar zou zijn, totdat Allah (swt) me Islam deed omarmen."

Az Zoehri voegde verder toe: "Daarop ontbood Heraclius al de heren van Bizantium en verzamelde hen allen in het paleis, en zei: 'Oh groep van Bizantium! Wensen jullie een uiteindelijk (eeuwigdurend) succes en leiding en dat jullie koninkrijk bij jullie zal blijven?'

Onmiddellijk na dit gehoord te hebben, spoedden al de aanwezigen zich naar de poort, maar zij vonden deze gesloten. Heraclius zei daarop: 'Breng hen terug tot mij.'

Zo riep hij hen, en zei: 'Ik wenste enkel de kracht waarmee jullie vasthouden aan jullie geloof te testen. Nu heb ik van jullie waargenomen hetgeen mij bevalt.'

Daarop vielen de mensen in aanbidding voor hem neder, en werden zij tevreden met hem." (Boechari)

Redactie Expliciet Magazine: De studenten van de ahadith (overleveringen) hebben het gedrag van Heraclius uitgelegd als gelijk aan dat van Aboe Soefyan initieel na de komst van Islam. Van Aboe Soefyan is bekend dat als vijand van Islam hij desalniettemin 's nachts in het geheim ging luisteren naar de recitatie van de Koran. Hij erkende de verhevenheid en de schoonheid van de taal van de Koran, en hij erkende daarmee voor zichzelf ook de Goddelijke oorsprong van de Koran en dus Islam. Maar hij had alles in zijn leven te danken aan de situatie van Jahiliyah en afgoderij, en zijn liefde voor het huidige leven werkte op hem als een macht sterker dan het aanschouwen van de waarheid. Net zo laat Heraclius in zijn vraaggesprek met Aboe Soefyan zien de waarheid van de boodschap van Profeet Mohammed (saw) te erkennen. Echter, de weigering van de mensen om hem heen om deze waarheid te erkennen doet hem besluiten de waarheid te bedekken, uit angst voor verlies van de welvaart en het aanzien dat hij genoot in het huidige leven.

Opmerkelijk is het verschil tussen de manier waarop Aboe Soefyan sprak over de Boodschapper van Allah (saw) in de tijd dat hij nog een vijand van Islam was en fysieke strijd leverde met de moslims, en de manier waarop tegenwoordig door sommigen wordt gesproken over Islam. Het is feitelijk een aanklacht tegen de westerse zogenaamde "geleerden van Islam", de Oriëntalisten die vandaag de dag de Boodschapper van Allah (saw) de meest afschuwelijke beschuldigingen aandoen, om te vinden dat de mensen die hebben geleefd met de Boodschapper van Allah (saw) en zelfs hebben gestreden tegen de Boodschapper van Allah (saw) niet in staat waren om ook maar één woord van kwaad te uiten tegen hem.

1 Aboe Kibsha was niet de vader van de Profeet (saw), maar deze benaming staat voor een belediging gedaan door Aboe Soefyan uit vijandigheid tegen de Profeet (saw)

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
" ...Oordeel dan tussen hen volgens wat Allah heeft neergezonden en volg hun neigingen niet in afwijking van wat van de waarheid tot jou gekomen is. Voor een iedere van jullie hebben Wij een norm en een weg bepaald..." (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran soerat Al-Ma'ida: 48)
Hadith

Abu Hoeraira overleverde dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "De moslim is de broeder van de moslim; hij bedriegt hem niet, liegt tegen hem niet en laat hem niet in de steek. Het geheel van de moslims is heilig voor zijn mede moslims, zijn eer, zijn bezit en zijn bloed. Taqwa (vroomheid) zit hier. Het is voldoende slechtheid voor een men zijn broer te verachten." (Overgeleverd door at-tirmidhi)

over hadith..