zaterdag 11 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home
Goede adviezen voor de moslim, uit Nafsiyya: 1. Het haasten om de sjari'a na te komen Afdrukken E-mail
donderdag 12 oktober 2006

Hij (swt) zei:

"En gaat voort op het pad dat leidt tot vergiffenis van uw Heer en het paradijs, welks uitgestrektheid de hemelen en de aarde is, bereid voor Al Moettaqoen (de godvrezenden)." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 33, vers 133)

Hij (swt) zei:

"Wanneer de gelovigen tot Allah en Zijn boodschapper worden geroepen opdat Hij over hen moge recht spreken, zeggen zij slechts: "Wij horen en wij gehoorzamen." Dezen zijn het die zullen slagen. En wie Allah en Zijn boodschapper gehoorzaamt en Allah vreest en godvruchtig is jegens Hem, dezulken zullen slagen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Noer 24, vers 51 - 52)

Hij (swt) zei:

"En het betaamt de gelovige man of vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper over een zaak hebben beslist, dat er voor hen een keuze zou zijn in die zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamt, is zeker klaarblijkelijk afgedwaald." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ahzaab 33, vers 36)

Hij (swt) zei:

"Maar neen, bij uw Heer, zij zullen geen gelovigen zijn, voordat zij u (profeet) tot rechter maken over al hun geschillen en in zichzelf geen aarzeling vinden aangaande hetgeen gij oordeelt en zij zich geheel en al onderwerpen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 65)

Hij (swt) zei:

"O gij die gelooft, redt u zelf en uw gezinnen van het Vuur, welks brandstof mensen en stenen zijn, waarover engelen aangesteld zijn, hard en streng, die Allah niet ongehoorzaam zijn in hetgeen Hij hun beveelt, maar die volvoeren wat hun wordt geboden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tahriem 66, vers 6)

Hij (swt) zei:

"Dan, als er leiding van Mij tot u komt dan zal een ieder die Mijn leiding volgt, noch dwalen noch ongelukkig zijn. Doch degene die zich van Mijn gedachtenis zal afwenden (oftewel niet in de Koran gelooft of er niet naar handelt), voorwaar, hij zal in benarde omstandigheden leven en op de Dag der Opstanding zullen Wij hem blind doen opstaan. Hij zal zeggen: 'Mijn Heer waarom hebt Gij mij blind doen opstaan, terwijl ik kon zien?' Allah zal zeggen: Aldus kwamen Onze tekenen tot u en gij hebt er geen acht op geslagen en insgelijks zal op deze Dag op u geen acht worden geslagen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Taha 20, vers 123 - 126)

De Boodschapper van Allah (swt) zei:

Stel het verrichten van goede daden niet uit, voordat jullie overwelmd worden door onrust die zal zijn als een deel van de donkere nacht. Tijdens deze stormachtige periode zal een man moslim zijn in de ochtend en een ongelovige zijn in de avond, of een gelovige zijn in de avond en een ongelovige zijn in de ochtend, en zijn dien verkopen voor wereldse zaken. (Sahieh Moslim, Kitab oel Imaan, 213)

Zij die zich haasten naar de vergiffenis en het Paradijs van Allah (swt) en die goede daden doen, bestonden in de tijd van de Boodschapper van Allah (swt), net als in latere perioden. De Oemma brengt nog altijd mensen als dezen voort die de roep van hun Heer beantwoorden en die zichzelf verkopen (hun leven in dienst stellen van Allah (swt), vert.), de tevredenheid bij Allah (swt) zoekende.

Het kwam in de hadith waarover overeenstemming bestaat en die overgeleverd is door Djabir dat: Een man vroeg de Profeet (swt) op de dag van Oehoed:

"Waar zal ik zijn mocht ik gedood worden?" Hij (swt) zei: In Djenna. Daarop gooide de man de dadels uit zijn handen en wierp hij zichzelf in de gevechten totdat hij gedood werd.

De overlevering van Anas (ra) zoals die overgeleverd is door Moslim vertelt:

De Boodschapper van Allah (swt) en zijn metgezellen bereikten Badr voor dat de moesjrikien dit deden. Toen de moesjrikien kwamen zei de Boodschapper van Allah (swt) tot zijn metgezellen: Laat ons naar een Djenna gaan wiens breedte is als de hemelen en de aarde. Oemayr bin al Hoemmam al Ansaari riep uit: "Oh Boodschapper van Allah, een Djenna wiens breedte is als de hemelen en de aarde?" Hij (swt) zei: Ja. Dus Oemayr antwoordde: "Hoe wonderbaarlijk!" Daarom vroeg de Boodschapper van Allah (swt) hem: Waarom zeg je zoiets? Hij zei: "Oh Boodschapper van Allah, ik zei het enkel in de hoop te mogen behoren tot degenen die haar bewonen." Toen zei hij (swt): Inderdaad zul jij tot haar bewoners behoren. Oemayr nam daarop in schrik enkele dadels in zijn hand en begon dezen te eten. Hij zei tegen zichzelf: "Als ik zo lang zou leven dat ik deze dadels op zou kunnen eten dan zou dit inderdaad een lang leven geweest zijn. Daarop gooide hij de rest van de dadels uit zijn hand en begon de ongelovigen te bevechten totdat hij gedood werd.

Het kwam in de overlevering van Anas (ra) waarover overeenstemming bestaat:

Mij oom van vader's kant Anas bin an Nadr was afwezig bij de slag van Badr. Hij zei: "Oh Boodschapper van Allah (swt), ik was afwezig bij de eerste slag die u uitvocht met de moesjrikien. Als Allah mij toestaat om een slag met de moesjrikien mee te maken, dan zal Allah zien hoe moedig ik zal vechten." Op de dag van Oehoed toen de moslims (het vechten) hun ruggen toekeerden en vluchtten, zei hij: "Oh Allah, ik zoek bij U vergiffenis voor wat deze mensen (de vluchtenden) hebben gedaan, en ik verwerp wat deze mensen (de moesjrikien) hebben gedaan." Terwijl hij optrok in de richting van Oehoed ontmoette hij Sa'ad bin Moe'az. Hij zei: "Oh Sa'ad bin Moe'az. De Djenna! Bij de Heer van an Nadr, ik kan haar geur ruiken in de richting van Oehoed." Later zei Sa'ad: "Oh Boodschapper van Allah! Ik kon niet wat Anas heeft gedaan. We vonden op zijn lichaam meer dan tachtig wonden veroorzaakt door zwaarden, speren en pijlen. We vonden hem gestorven. Zijn lichaam was zo zwaar verminkt door de moesjrikien dat niemand buiten zijn zuster hem nog kon herkennen, aan zijn vingers." Anas zei: We dachten dat het volgende vers geopenbaard was geworden voor hem en de mensen zoals hem:

"Onder de gelovigen zijn er mannen die trouw zijn gebleven aan hun verbond met Allah" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Ahzaab 33, vers 23)

Al Boechari heeft overgeleverd van Aboe Saroe'a (ra) die heeft gezegd:

Ik verrichte het 'Asr gebed vanachter de Profeet (swt) te Madina. Nadat hij zijn gebed beëindigd had met Tasliem stond hij haastig op en liep hij naar buiten tussen de hoofden van de mensen door, naar een verblijfsplaats van een van zijn vrouwen. De mensen schrokken van zijn snelheid. De Profeet (swt) kwam terug en bemerkte dat de mensen verrast waren door zijn snelheid, en zei tot hen: Ik herinnerde me een stuk goud dat ik had laten liggen in mijn huis, en ik wilde niet dat dit mijn aandacht weg zou houden van het aanbidden van Allah, daarom heb ik opdracht gegeven om het weg te geven (als aalmoes).

En in een andere versie:

Ik had een stuk goud van de aalmoezen in mijn huis gelaten, ik had er een hekel aan het daar te laten.

Dit toont aan hoe een moslim zich moet haasten om ten uitvoer te brengen hetgeen Allah (swt) hem toe verplicht heeft.

Al Boechari heeft overgeleverd van al Bara'a dat deze heeft gezegd:

Toen de Boodschapper van Allah (swt) naar Madina kwam wendde hij zijn aangzicht tot Bayt al Maqdis voor ongeveer zestien of zeventien maanden. Hij wenste zijn aangezicht te wenden tot Ka'aba, en daarom openbaarde Allah (swt) het vers:

"Waarlijk, Wij zien uw aangezicht zich naar de hemel wenden, daarom zullen Wij u tot beheerder maken van de Qiblah, die u behaagt" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqarah 2, vers 144)

Dus toen hij in de richting van Ka'aba moest gaan bidden was er een man die tezamen met hem 'Asr bad. Toen ging hij naar buiten en passeerde enkele mensen van de Ansaar. Hij zei dat hij getuigde dat hij gebeden had met de Profeet (swt) en dat hij had moeten draaien tot in de richting van Ka'aba en dat allen zich hadden gedraaid terwijl zij in roekoe waren ten tijde van salaat oel 'Asr.

Al Boechari heeft overgeleverd van Ibn Abi Awfa (ra) dat deze heeft gezegd:

We hadden extreme honger tijdens de nachten van Chaybar. Op de dag van Chaybar vonden we enkele muilezels, en dus slachtten we hen. Toen de potten kookten riep de omroeper van de Boodschapper van Allah (swt) ons bij hem en zei: "Keer jullie potten ondersteboven en eet niets van het vlees van ezels." 'AbdAllah zei: We zeiden dat de Profeet (swt) ons dit verboden had omdat de Choemoes er nog niet van genomen was. Hij ('AbdAllah) zei dat andere zeiden dat hij het volledig verboden had. Ik vroeg Sa'ied bin Djoebayr die zei: "Hij heeft het volledig verboden."

Al Boechari heeft overgeleverd van Anas bin Malik (ra) dat deze heeft gezegd:

Ik serveerde dranken aan Aboe Talha al Ansaari, 'Oebayda bin al Djarra en Oebayy bin Ka'ab, gemaakt van onrijpe dadels en verse dadels, toen een bezoeker kwam en zei: "Voorwaar, alcoholische dranken zijn verboden geworden." Daarop zei Aboe Talha: "Oh Anas! Sta op en breek de houder (waarin de drank zich bevind)." Ik stond op en nam een puntige steen en sloeg de houder aan de onderkant totdat deze in stukken brak.

Al Boechari heeft overgeleverd van 'Aiesja (ra) dat deze heeft gezegd:

Ons is ook verteld dat toen Allah (swt) het gebod openbaarde dat de moslims aan de meergodendienaren terug moesten geven wat dezen hadden uitgegeven aan hun vrouwen die nu waren geëmigreerd (na Islam omarmd te hebben), en dat de moslims ongelovige vrouwen niet als echtgenote moesten houden, dat 'Oemar zich toen van twee van zijn echtgenotes scheidde.

Al Boechari heeft overgeleverd van 'Aiesja (ra) dat deze heeft gezegd:

Moge Allah genadig zijn voor de Moehadjir (van: moehadjiroen, vert.) vrouwen. Toen Allah (swt) het vers openbaarde:

"en laat hen hen hun hoofddoeken over hun nek en boezem hangen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Noer 24, vers 31)

Toen verscheurden zij de doeken waarin zij zich hulden en bedekten zichzelf hiermee.

Aboe Dawoed heeft overgeleverd van Safiyya bint Sjayba die heeft overgeleverd van 'Aiesja (ra) dat:

Ze ('Aiesja) vermelde de vrouwen van de Ansaar, prees hen en zei goede woorden over hen. Toen zei ze: "Toen soera An Noer neergezonden kwam, namen zij hun gordijnen, verscheurden deze en maakten er hoofddoeken van."

Ibn Ishaq zei:

"… Al Asj'ath bin Qays kwam tot de Boodschapper van Allah (swt) als onderdeel van de delegatie van Kinda. Az Zoehri informeerde me dat hij met tachtig ruiters was gekomen van Kinda. Ze betraden de moskee van de Boodschapper van Allah (swt). Ze hadden lang haar en ze hadden kohl in hun haren. Ze droegen Djoebbahs met zijde. Toen zij in de nabijheid van de Boodschapper van Allah (swt) kwamen, vroeg hij (swt) hen: Hebben jullie Islam omarmd? Ze zeiden: "Ja." Hij (swt) vroeg hen: Wat is deze zijde dan rond jullie nekken? Daarop verscheurden ze de zijde en wierpen het weg."

Ibn Djabier heeft overgeleverd namens Aboe Boerayda dat die had overgeleverd van zijn vader dat:

Terwijl we op zand aan het zitten waren met drie of vier mensen, met een kruik voor ons waaruit we chamr hala dronken, toen ging ik naar de Boodschapper van Allah (swt) en groette hem. Op dat moment werd het deel van de Koran geopenbaard dat het drinken van chamr (alkohol) verbood. "Oh jullie die geloven, chamr en kansspelen ..." tot het einde van de twee verzen "Zullen jullie dan hiervan weerhouden?" Sommigen van de mensen hadden hun drank nog in hun handen, waarvan ze een deel uit de beker hadden gedronken met de rest ervan nog altijd in de beker. Dezen brachten de beker tot ter hoogte van hun bovenlip. Daarna gooiden ze weg wat er nog in hun beker zat, en zeiden: "We hebben ons hiervan weerhouden, oh onze Heer."

Hanzala bin Abi 'Aamir (ra), die gewassen is geworden door de engelen, hoorde de oproep tot de slag van Oehoed. Hij haastte zich de oproep te beantwoorden. Hij stierf als martelaar op de dag van Oehoed. Ibn Ishaq vertelt:

De Boodschapper van Allah (swt) zei: Jullie metgezel wordt gewassen door de engelen, vraag zijn familie wat er met hem is gebeurd. Zijn vrouw werd gevraagd. Ze was deze avond een bruid geweest. Ze zei dat hij uitgetrokken was in staat van onreinheid toen hij de oproep hoorde. De Boodschapper van Allah (swt) zei: Dat is waarom de engelen hem hebben gewassen.

Imam Ahmed heeft overgeleverd van Rafí bin Chadiej (ra) die zei:

We waren gewoon het land te bewerken, in de tijd van de Boodschapper van Allah (swt). We waren gewoon het uit te leasen voor een derde of een vierde (van de opbrengst van het land), of voor een vastgestelde hoeveelheid voedsel. Een dag kwam een man die familie van mijn was van mijn vader's kant en zei: De Boodschapper van Allah (swt) heeft ons iets verboden dat ons van voordeel was, maar de gehoorzaamheid aan Allah (swt) en Zijn Boodschapper (swt) is van groter voordeel voor ons. Hij verbood ons het land te verbouwen om het uit te leasen voor een derde, een vierde of voor een vastgestelde hoeveelheid voedsel. Hij gaf de eigenaar van het land de opdracht het land zelf te bewerken of om het weg te geven aan anderen die het voor zichzelf zouden bewerken, en hij had er een hekel aan dat het geleased wordt of andere dergelijke zaken.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"Voor jullie is er in de vergelding leven,o verstandigen; misschien worden jullie godvrezend." (zie de vertaling van de betekenissen van soerat Al-Bakara 179)
Hadith

Abu Hoeraira overleverde dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "De moslim is de broeder van de moslim; hij bedriegt hem niet, liegt tegen hem niet en laat hem niet in de steek. Het geheel van de moslims is heilig voor zijn mede moslims, zijn eer, zijn bezit en zijn bloed. Taqwa (vroomheid) zit hier. Het is voldoende slechtheid voor een men zijn broer te verachten." (Overgeleverd door at-tirmidhi)

over hadith..