|
Liefde in naam van Allah (swt) betekent dat je de dienaar lief hebt voor de zaak van Allah (swt), oftewel vanwege zijn iman en gehoorzaamheid tegenover Allah (swt). Haten betekent dat je de dienaar haat vanwege zijn ongeloof of ongehoorzaamheid tegenover Allah (swt). Dit is omdat het voorzetsel "fie" (in "Hoebb fie Allah") een reden aanduidt. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer Allah zegt (swt): "Dit is hij nu over wie gij mij beschuldigdet, ik zocht hem werkelijk tegen zijn wil te verleiden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Yoessoef 12, vers 32) En wanneer Hij (swt) zegt: "Zo zou u wegens hetgeen gij hebt begaan, een grote straf hebben getroffen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Noer 24, vers 14) En evenzo in de hadith van de Boodschapper (saw): Een vrouw betrad het Vuur vanwege haar mishandeling van haar kat. Het ("fie") betekent hier ook "vanwege". De liefde voor de gelovigen die gehoorzaam zijn brengt een grote beloning met zich mee, de bewijzen waarvoor de volgende ahadith zijn. De hadith van Aboe Hoerayra (ra) welke stelt dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Zeven soorten van mensen zal Allah (swt) beschermen in Zijn schaduw op de Dag van Wederopstanding, wanneer er geen bescherming is buiten Zijn schaduw. Zij zullen zijn: de rechtvaardige heerser; een jonge man die opgevoed is om Allah te aanbidden; een man wiens hart verknocht is aan moskeeën; twee mensen die van elkaar houden enkel voor de zaak van Allah, waar zij samenkwamen voor Hem en waar zij uiteenander gingen voor Hem; een man die door een charmante en nobele dame uitgenodigd wordt tot illegaal geslachtsverkeer en zegt: "Ik ben bang voor Allah"; een man die aalmoezen geeft op en zodanige wijze dat zijn linkerhand niet weet wat zijn rechterhand heeft gegeven; en een man die Allah in afzondering gedenkt waarbij zijn ogen met taren overlopen. Een hadith van Aboe Hoerayra (ra) overgeleverd door Moeslim waarin de Boodschapper van Allah (saw) zegt: Allah (swt) zegt op de Dag des Oordeels twee dingen: "Waar zijn degenen die elkaar lief hebben gehad voor Mijn Glorie? Vandaag zal ik hen beschermen met Mijn schaduw, op de Dag wanneer er geen bescherming is buiten de Mijne." De hadith van Aboe Hoerayra (ra) overgeleverd door Moeslim waarin de Boodschapper van Allah (saw) zegt: Bij Degene in wiens hand mijn ziel is! Geen van jullie kan Djenna betreden voordat hij gelooft, en geen van jullie zal geloven totdat jullie van elkaar houden voor de zaak van Allah. Zal ik jullie niet naar een zaak verwijzen die, wanneer jullie deze doen, liefde tussen jullie zal brengen? Groet elkander. De uitleg is gebaseerd op het gezegde van de Profeet (saw) "geen van jullie zal geloven totdat jullie van elkaar houden voor de zaak van Allah", wat de grote beloning aangeeft voor het liefhebben van elkander voor de zaak van Allah (swt). De hadith van Anas (ra) overgeleverd door Al Boechari waarin de Boodschapper van Allah (saw) zegt: Geen van jullie zal de zoete smaak van imaan proeven voordat de man van een persoon houdt enkel voor de zaak van Allah (swt). De hadith van Moe'az overgeleverd door At Tirmidhi, die de hadith hasan sahieh verklaarde. Moe'az zei: Ik hoorde de Boodschapper van Allah (saw) zeggen: Allah (swt) heeft gezegd: Zij die elkander liefhebben voor Mijn glorie, zij zullen minbars van licht hebben, en de profeten en de martelaren zullen hun hoge rangen (in het Paradijs) herkennen. De gibtah (wens) van de profeten en de martelaren is een kinayah (aanduiding) van de goede staat waarin zij verblijven, oftewel ze zullen tevreden zijn met hun staat maar en er niet naar verlangen, aangezien de profeten en martelaren van de hoogste rang zullen zijn. Een hadith van Anas (ra) overgeleverd door Ahmad met een betrouwbare isnad, welke zegt: Een man kwam to de Profeet (saw) en zei: "Oh Boodschapper van Allah, een man houdt van een andere man voor de zaak van Allah, maar hij is niet in staat om diens goede daden in gelijke mate te beantwoorden". De Boodschapper van Allah (saw) zei: Een man zal zijn met de man van wie hij houdt. Anas (ra) zei: "Ik heb de metgezellen van de Boodschapper van Allah met niets meer tevreden gezien - buiten Islam - dan met dit gezegde van de Boodschapper van Allah (saw)". Anas zei: "We houden van de Boodschapper van Allah (saw) maar we kunnen zijn goede daden niet in gelijke mate beantwoorden. Als we tezamen met hem zullen zijn, dan is dat toereikend voor ons". In de hadith van Aboe Zarr (ra) overgeleverd door Ahmad, Aboe Dawoed en Ibn Hibban, zegt Moe'az: Ik zei: "Oh Boodschapper van Allah, een man houdt van mensen voor de zaak van Allah, maar hij is niet in staat om hun goede daden in gelijke mate te beantwoorden." Hij (saw) zei: Oh Aboe Zarr, je zult zijn met degenen van wie je houdt. Hij zei: "Ik hou van Allah en Zijn Boodschapper", en hij herhaalde dit één of tweemaal." Een hadith van 'Abdullah bin Mas'oed zegt: Een man kwam tot de Boodschapper van Allah (saw) en zei: "Oh Boodschapper van Allah! Wat zeg je over een persoon die houdt van de mensen voor de zaak van Allah, maar die hun niveau (van rechtschapenheid) niet weet te bereiken?" De Boodschapper van Allah (saw) antwoordde: Een man zal zijn met degenen van wie hij houdt. (Betrouwbaar beoordeeld naar consensus.) Een hadith van 'Abdullah bin Mas'oed (ra) overgeleverd door Hakim in zijn al Moestadrak en die gezegd heeft dat de isnad betrouwbaar is, ook al hebben al Boechari en Moeslim deze niet overgeleverd. 'Abdullah bin Mas'oed zegt: De Profeet (saw) zei tegen mij: Oh 'Abdoellah bin Mas'oed! Ik zei drie maal: "Hier ben ik, Oh Boodschapper van Allah". Hij zei: Weet jij welke band van Imaan de sterkste is? Ik zei: "Allah en Zijn Boodschapper weten dit het best". Hij zei: De sterkste band van Imaan is die van loyaliteit in naam van Allah, door lief te hebben en te haten in naam van Allah... Een hadith van 'Oemar bin al Chattab (ra) overgeleverd door Ibn 'Abd al Barr in zijn al Tamhied welke zegt dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Allah (swt) heeft dienaren die noch profeten zijn noch martelaren, maar betreffende wie de profeten en martelaren graag kijken naar hun bezit, vanwege hun nabijheid aan Allah (in het Paradijs). De metgezelen vroegen: "Oh Boodschapper van Allah! Wie zijn zij? Wat zijn hun handelingen, zodat wij van deze mogen houden". Hij zei: Zij zijn mensen die van elkaar houden in naam van Allah, zonder dat er tussen hen familiebanden bestaan of dat er geld is dat zij elkander geven. Bij Allah, hun gezichten zullen als licht zijn en zij zullen zitten op minbars van licht. Mensen zullen angst hebben, maar zij zullen geen angst hebben. En mensen zullen berouw hebben maar zij zullen geen berouw hebben. Toen las hij (saw) het vers: "Ziet! voorzeker, de Auwliya (degenen die geloven in de Eenheid van Allah en die Allah veel vrezen, en die wegblijven van alle soorten van zonden en slechte handelingen die Allah heeft verboden en die alle goede daden verrichten die Allah heeft verplicht) van Allah zullen geen vrees hebben, noch zullen zij treuren." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Yoenoes 10, vers 62) Een hadith van Moe'az bin Anas al Joehani (ra) waarin wordt gezegd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Wie ook cadeaus heeft gegeven in naam van Allah, iets heeft verboden in naam van Allah, lief heeft gehad in naam van Allah, heeft gehaat in naam van Allah, of in huwelijk weg heeft gegeven in naam van Allah, die heeft zijn iman gecompleteerd. Aboe 'Isa zei dat deze hadith hasan is. Hij is ook overgeleverd door al Hakim in zijn al Moestadrak waarin wordt gezegd "de isnad is betrouwbaar alhoewel al Boechari en Moeslim hem niet overgeleverd hebben". Hij is overgeleverd geworden door Aboe Dawoed uit de hadith van Aboe Oemaama, maar hij vermeldde niet het deel "in huwelijk weg heeft gegeven in naam van Allah". Het is soennah voor degene die houdt van een ander in naam van Allah om dit tegen die persoon te vertellen, zoals blijkt uit de hadith overgeleverd door Aboe Dawoed en At Tirmidhi. At Tirmidhi heeft gezegd dat de hadith hasan is, overgeleverd door Miqdad bin M'adi Karib, van de Profeet (saw) die zei: Als een man van zijn broeder houdt, laat hem vertellen dat hij van hem houdt. Er is nog een andere overlevering van Aboe Dawoed, welke hij heeft overgeleverd van Anas (ra) met een betrouwbare isnad: Een man was met de Profeet (saw) toen een andere man passeerde. De eerste man zei: "Oh Boodschapper van Allah, voorwaar ik hou van deze man." De Profeet (saw) vroeg hem: Heb je hem dit laten weten? Hij zei: "Nee". De Profeet (saw) zei: Vertel het hem. De man haalde hem in en zei hem: "Voorwaar, ik hou van je in naam van Allah (swt)". En de man zei: "Moge Allah, in wiens naam je van mij houdt, van jouw houden". Al Bazzar heetf tevens met een isnad hasan overgeleverd van 'Abdoellah bin Amr, die zei: De Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Wie ook houdt van een man in naam van Allah, en zegt: Ik hou van je in naam van Allah, en als zij dan toegelaten worden tot het Paradijs en degene van wie gehouden wordt van hogere rang blijkt dan de ander, dan zal degene die houdt van de ander samen gebracht worden met degene van wie hij houdt. De beste van de twee vrienden die van elkander houden in naam van Allah is degene die het meets houdt van zijn broeder. Dit is daar wat overgeleverd is door Ibn 'Abd al Barr in zijn At Tamhied, Al Hakim in zijn Al Moestadrak, Ibn Hibban in zijn Sahieh, van Anas (ra) die heeft gezegd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Geen twee mannen houden van elkaar of de beste van hen is degene met de liefde voor zijn broeder. Het is tevens een soennah voor de moslim om doe'a te maken voor zijn broeder in zijn afwezigheid, daar wat Moeslim heeft overgeleverd van Oemm Dardaa die zei: Mijn meester (oftewel Aboe Dardaa, "meester" is een uiting van respect voor haar echtgenoot) heeft verteld dat hij de Boodschapper van Allah (saw) heeft horen zeggen: Hij die smeekt voor zijn broeder in diens afwezigheid, de engel die met de taak belast is (om de smeekbede over te dragen aan zijn Heer) zal zeggen: Amien, en hetzelfde voor jouw. Dit is tevens overgeleverd door Ahmad en Moeslim van Oemm Dardaa met een betrouwbare isnad. De tekst van Moeslim is als volgt: De smeekbede van een moslim voor zijn broeder in diens afwezigheid wordt geaccepteerd, en de engel die met de taak belast is zegt: Amien, en zegt: Hetzelfde is voor jouw. Het is ook een soennah om een broeder te vragen om doe'a te doen, volgens wat Aboe Dawoed en At Tirmidhi hebben overgeleverd met een betrouwbare isnad van 'Oemar bin al Chattab. Ik zocht toestemming van de Profeet (saw) om 'Oemra te gaan doen. De Profeet gaf me toestemming en zei: Vergeet ons niet in je doe'a, oh mijn broeder! Dus zei hij een woord in ruil waarvoor ik doenya nog niet zou willen hebben. En in een andere overlevering zegt hij (saw): Laat ons deel zijn van je doe'a, Oh mijn broeder! Het is tevens soennah om zijn broeder te bezoeken, om, na hem lief te hebben in naam van Allah (swt), samen met hem te zitten, om relaties met hem te behouden, en om geld uit te geven voor hem in naam van Allah (swt). Moeslim heeft overgeleverd van Aboe Hoerayra (ra) dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Een man ging op pad om een broer van hem te bezoeken in een andere stad. Allah stuurde een engel om bij de weg op hem te wachten. Toen de man voorbij kwam vroeg de engel hem: "Waar ben je van plan heen te gaan?" Hij zei: "Ik ga op bezoek bij een broeder van mij die in een andere stad leeft". De engel vroeg: "Heb je hem een dienst bewezen (dus ga je nu om terugbetaling van de gunst te vragen)?" Hij zei: "Nee. Ik hou eenvoudigweg van hem, in naam van Allah (swt)". De engel vertelde de man: "Ik ben een boodschapper voor jouw van Allah (swt), gestuurd om je te zeggen dat Hij van jouw houdt zoals jij houdt van jouw broeder in Zijn naam". Ahmed heeft een hadith overgeleverd van 'Oebadaa bin Saamit met een hasan keten van overleveraars, en al Hakim heeft deze als betrouwbaar beoordeeld, waarin de Profeet (saw) zegt dat zijn Heer (swt) zegt: Mijn liefde is voor degenen die elkander lief hebben in Mijn naam, die elkander bezoeken in Mijn naam, en die hun geld uitgeven voor elkaar in Mijn naam, en die relaties behouden in Mijn naam. Malik heeft overgeleverd in zijn al Moewatta met een betrouwbare isnad van Moe'az die zei: Ik heb de Boodschapper van Allah (saw) horen zeggen: Allah de Almachtige heeft gezegd: Mijn liefde is voor degenen die van elkander houden in Mijn naam, die elkander bezoeken in Mijn naam, en die hun geld uitgeven voor elkander in Mijn naam. Al Boechari heeft overgeleverd van 'Aiesja (ra) die zei: "Vanaf het moment dat ik de leeftijd bereikte waarop men dingen kan onthouden, heb ik mijn ouders enkel aanbidding zien doen zoals de juiste religie Islam voorschrijft, en geen dag ging voorbij of de Boodschapper van Allah (saw) bezocht ons in de ochtend en in de avond..." De Boodschapper van Allah (saw) heeft laten zien dat er grote beloning is voor de gelovige die lief heeft voor zijn broeder wat hij lief heeft voor zichzelf. Hij wenst het goede voor zijn broeder in dit leven en in het hiernamaals zoveel hij kan. Daarom vinden we de hadith van Anas (ra) waarin wordt gezegd dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Geen van jullie kan een gelovige zijn totdat hij lief heeft voor zijn broeder wat hij lief heeft voor zichzelf. Tevens hebben we de hadith van 'Abdoellah bin 'Amr overgeleverd door al Khoezayma in zijn Sahieh, door Ibn Hibban in zijn Sahieh en al Hakim in al Moestadrak. Al Hakim heeft gezegd dat de hadith betrouwbaar is volgens de maatstaf van de twee Sjeichs. De hadith zegt dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: De metgezellen die Allah het beste acht zijn degenen die het best zijn tegen hun metgezellen, en de buren die Allah het best acht zijn degenen die het best zijn tegen hun buren. In de hadith van 'Oemar is overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Een moslim is de broeder van een moslim. Hij onderdrukt hem niet noch verlaat hij hem. Wie ook helpt om de last op zijn broeder te verlichten, die zal zijn problemen verwijderd zien door Allah in dit leven en in het Hiernamaals. Degene die de tekortkomingen van een andere moslim bedekt, die zal zijn fouten bedekt krijgen in deze wereld en in de volgende door Allah. Ook heeft At Tabarani met een betrouwbare keten van overleveraars overgeleverd, wat als een hadith hasan is beoordeeld, van Zayd bin Thabit dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Allah zal doorgaan met het helpen van Zijn dienaar zolang deze doorgaat met het helpen van zijn broeder. Het is aangeraden (mandoeb) om een andere broeder te ontmoeten met iets dat hem blij maakt, gezien de hadith overgeleverd door At Tabarani, de welke hasan is, waarin Anas (ra) zegt dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Degene die zijn broeder ontmoet met iets waarvan zijn broeder houdt om deze daarmee blij te maken, hem zal Allah 'azza we jalla blij maken op de Dag des Oordeels. Het is aangeraden om een broeder te ontmoeten met een glimlach op het gezicht, volgens de hadith overgeleverd door Moeslim van Aboe Zarr die zegt dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Kleineer niet ook maar de kleinste handeling van goedaardigheid, al was het maar het ontmoeten van je broeder met een glimlacht op je gezicht. En dit is ook vanwege de hadit overgeleverd door Ahmad en At Tirmidhi, die zeiden dat de hadith hasan sahieh is, van Djabir bin 'Abdoellah die zei dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Iedere goedaardige handeling is liefdadigheid. Het glimlachen in het aangezicht van je broeder is liefdadigheid, en het gieten vanuit jouw beker in de beker van je broeder is liefdadigheid. Het is ook vanwege de overlevering van Ahmad, Aboe Dawoed, At Tirmidhi en An Nasa'i, overgeleverd met een hasan keten. Dezelfde hadith is ook overgeleverd door Ibn Hibban in zijn Sahieh en zijn overlevering kent de volgende woorden: Kijk niet neer op geen enkele goede daad, het gieten uit jouw beker in de beker van degene die water zoekt, en wanneer je spreekt tegen je broeder wees vrolijk tegenover hem door middel van je gezicht, en dat behoort tot de goedheid. Pas op voor het laten hangen van izaar, want dit heeft met trots te maken, en Allah houdt niet van trots. En wanneer een man je beledigd en beschaamd voor iets dat hij in je aantreft, beschaam hem dan niet voor iets dat je in hem aantreft. Jij zult de beloning hebben en hij zal de kwade gevolgen ervan dragen. Het is aangeraden dat een moslim cadeautjes geeft aan zijn broeder. Dit vanwege de hadith van Aboe Hoerayra (ra), welke overgeleverd is in al Adab al Moefrad van al Boechari en door Aboe Y'ala in zijn Moesnad. Hij is tevens overgeleverd door an Nasa'i in zijn al Koenna en door Ibn 'Abd al Barr in zijn at Tamhied. Al Iraqi zegt dat de keten (van overlevering) geaccepteerd is. Ibn Hijar zegt in zijn at Takbies al Hoebayr dat de keten hasan is. Aboe Hoerayra (ra) zegt dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Als jullie cadeau's uitwisselen zullen jullie van elkander houden. Het is ook aangeraden voor de moslim om de cadeau's van zijn broeder te accepteren, en om cadeau's hiervoor terug te geven, vanwege de hadith van 'Aiesja overgeleverd door al Boechari: De Boodschapper van Allah (saw) accepteerde gewoonlijk de cadeau's en gaf cadeau's terug. We hebben ook de hadith van Ibn 'Oemar overgeleverd door Ahmad, Aboe Dawoed en An Nasa'i, die zegt dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Als iemand schuil zoekt in naam van Allah, geef hem dan een schuilplaats; als iemand een verzoek doet in naam van Allah, willig zijn verzoek dan in; als iemand bescherming zoekt in naam van Allah, bescherm hem dan. En als iemand jullie een goede daad doet, beloon hem. Maar als jullie hiervoor de middelen niet hebben, bidt dan voor hem totdat je het gevoel hebt dat je hem genoegdoening gegeven hebt. Dit betreft enkel de relatie tussen twee broeders en heeft geen betrekking op cadeau's gegeven aan de heersers, omdat zulke cadeau's net als omkoping zijn en dit is verboden. Een deel van het terugbetalen van goedaardigheid is door te zeggen "DjazakAllahoe Chayran" (moge Allah je belonen). At Tirmidhi heeft overgeleverd van Oesama bin Zayd (ra) en heeft gezegd dat de hadith hasan sahieh is. Hij zei dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Degene die een goede daad is gedaan en die tegen degene die de daad heeft gedaan zegt: "Moge Allah je belonen", hij heeft dankbaarheid (at thanaa) betoont. "At thanaa" betekent bedankt, oftewel het terugbetalen van goedheid in het bijzonder wanneer de persoon niet in staat iets iets anders te doen (om danbaarheid te tonen). Er is ook overgeleverd door Ibn Hassan in zijn Sahieh van Djabir dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Wie een goede daad gedaan wordt en niets heeft om terug te geven behalve het prijzen (van degene die de daad gedaan heeft), die heeft bedankt. En degene die stil blijft die is ondankbaar. En degene die onterecht eigendom van een feit opeist is als een persoon die twee kleren van leugens heeft gedragen (oftewel zichzelf heeft bekleed met leugens van kop tot teen). At Tirmidhi heeft overgeleverd van Djabir met een hasan keten dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Wie een goede daad gedaan is en beschikt over iets om terug te geven, laat hem geven; en als hij niets vindt om terug te geven laat hem prijzen (degene die de goede daad gedaan heeft). Degene die geprezen heeft, heeft bedankt. Degene die stil is gbleven die is ondankbaar geweest. En degene die onterecht eigendom van een feit opeist is als een persoon die twee kleren van leugens heeft gedragen. Ook hebben Aboe Dawoed en An Nasa'i met een betrouwebare keten overgeleverd van Anas (ra) die zei: De Moehadjirien zeiden: "Oh Boodschapper van Allah, de Ansar hebben al de beloningen genomen. We hebben nooit mensen gezien beter dan zij in het besteden van zoveel, en in het delen van hun kleine beetje aan wereldlijke bezittingen. Zij hebben voor ons het probleem van voorziening voorkomen (oftewel dankzij hun hebben we te eten en drinken gehad)". Hij zei: Bidden jullie niet tot Allah voor hen en prijzen jullie hen? Ze zeiden: "Jawel". Hij (saw) zei: Dit is dan de terugbetaling daarvoor. Men moet dank betuigen voor de kleine dingen zoals men dank zou betuigen voor de grote dingen. Men moet degene die goed doet bedanken, gezien hetgeen 'Abdullah bin Rahman heeft overgeleverd in zijn Zawaa'id met een hasan keten van an N'oeman bin Bashier, die zei dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Degene die geen dank betuigt voor de kleine dingen die zal ook geen dank betuigen voor de grote dingen. Degene die de mensen niet dankt die heeft ook Allah niet bedankt. Het praten over de Zegeningen (n'ima) van Allah is gelijk aan het danken, terwijl de afwezigheid hiervan gelijk is aan ondankbaarheid. Eenheid is genade en verdeeldheid is bestraffing. Het is tevens soennah dat een moslim bemiddelt voor zijn broeder als vorm van liefdadigheid of om een ontbering weg te nemen, gezien hetgeen Al Boechari heeft overgeleverd van Aboe Moesa die zei dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Bemiddel en je zult ervoor beloont worden, en Allah zal vervullen hetgeen Hij wil door middel van de tong van Zijn Profeet. Er is ook overgeleverd door Moeslim van Ibn 'Oemar dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Degene die de relatie was tussen zijn moslim broeder en iemand met authoriteit, om zo aan liefdadigheid te doen of een ontbering te verwijderen, hij zal geholpen worden om het pad over te steken op de Dag dat de voeten geblokkeerd zullen zijn. Het is ook aangeraden voor de moslim om de eer van zijn broeder te verdedigen in diens afwezigheid, gezien hetgeen At Tirmidhi heeft overgeleverd. Hij zei dat de hadith hasan is, afkomstig van Aboe Dardaa (ra) die zei dat de Profeet (saw) heeft gezegd: Wie de eer van zijn broeder verdedigt, Allah zal zijn gezicht beschremen tegen het vuur op de Dag van Wederopstanding. De hadith van Aboe Dardaa is overgeleverd door Ahman die zei dat de keten hasan is. Al Haythami heeft ook gezegd dat de keten van overleveraars hasan is. Het is overgeleverd door Ishaq bin Rahaaway van Asmaa bint Yazied die zei: Ik heb de Boodschapper van Allah (saw) horen zeggen: Wie de eer van zijn broeder verdedigt in diens afwezigheid, die op zal recht hebben op bescherming van het vuur door Allah. Al Qadda'i heeft overgeleverd in de Moesnad van Asj Sjahib van Anas (ra) dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Wie zijn broeder helpt in diens afwezigheid, Allah zal hem helpen in deze wereld en het Hiernamaals. Er is ook overgeleverd van al Qaddaa'i van 'Imraan bin Hoesayn met de volgende additionele woorden: En Hij is in staat om te helpen. Dit is overgeleverd door Aboe Dawoed en Al Boechari in al Adab al Moefrad. Az Zayn al Iraqi zei dat de keten hasan is en vertelde namens Aboe Hoerayra dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Een gelovige is de spiegel van zijn broeder en een gelovige is de broeder van een andere gelovige, wanneer zij elkaar ontmoeten. Hij weerhoudt hem van het verlies en verdedigt hem in diens afwezigheid. Allah (swt) heeft de moslims tevens verplicht om de verontschuldiging van zijn broeder te accepteren, om zijn geheimen te bewaren en om hem van advies te voorzien. Acceptatie van een verontschuldiging, dit is omdat Ibn Majaah met twee betrouwbare isnads heeft overgeleverd, zoals verteld doot al Moenziri van Jawdaan die zei dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Degene die zijn verontschuldiging aanbiedt aan zijn broeder maar deze accepteert hem niet, dan zal deze dezelfde zonde kennen als degene die maks (importheffingen) neemt. Het bewaren van zijn geheim, dit is gezien hetgeen overgeleverd is door Aboe Dawoed en At Tirmidhi met een hasan keten van Djabir die zei dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Als een man spreekt tegen een ander en om zich heen kijkt om te zien of iemand anders kan horen, dan is dit vertrouwen. Het is verplicht om het vertrouwen (amaana) te beschermen. Het schenden van vertrouwen is verraad. De hadith geeft de verplichting tot het bewaren van geheimen aan, zelfs indien de persoon hier niet expliciet om vraagt. Maar zijn lichaamstaal geeft dit aan, omdat hij zijn broeder vertelt terwijl hij om zich heen kijkt omdat mogelijk iemand hem zou kunnen horen. Gezien de overtreffende trap is het dan duidelijk dat dit impliceert dat het geldt voor de persoon die expliciet vraagt om het geheim te bewaren. Dit geldt indien de informatie niets bevat dat algemeen schadelijk is voor de rechten van Allah. Degene die deze informatie verteld wordt moet de ander adviseren en het kwaad verbieden, en hij moet getuigenis afleggen voordat hij gevraagd wordt om dit te doen, zoals wordt beschreven in de hadith: Zal ik jullie niet vertellen wie de beste van getuigen is? Het is degene die getuigt nog voordat hij gevraagd wordt om te getuigen. Geef hem advies, dit is gezien de hadith van Djabir bin 'AbdAllah die zei: Ik gaf een eed af aan de Boodschapper van Allah (saw), dat ik het gebed zou houden, zakat zou betalen en advies zou geven aan iedere moslim. (Betrouwbaar beoordeeld naar concensus) En de hadith van Tamiem bin Aws ad Daari, overgeleverd door Moeslim, die zegt dat de Profeet (saw) zei (driemaal): De religie is nasieha (oprecht advies). We vroegen: "Aan wie?" Hij zei: Aan Allah, aan Zijn Boek, Zijn Boodschapper, en aan de leiders van de moslims en de gewone mensen. Al Khattabi zei: "De hadith betekent dat een pilaar en een ondersteuning van de dien is an nasieha, zoals het gezegde van de profeet: De Hajj is 'Arafa , oftewel het is een pilaar en een groot deel van de Hajj." De Boodschapper van Allah (saw) zette het recht van de moslim over de andere moslim uiteen, alsmede de grote beloning (die schuil gaat) in deze handeling. Moeslim heeft overgeleverd van Aboe Hoerayra dat de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: Een moslim kent zes verplichtingen tegenover een moslim: als je hem ontmoet, groet hem dan zeggende as salamoe aleikoem; wanneer hij je uitnodigt, accepteer dan zijn uitnodiging; wanneer hij je om advies vraagt, geef hem dan oprecht advies; wanneer hij niest en Allah prijst, beantwoord dit dan met jarhamoeka Allah (moge Allah genadevol zijn voor je); wanneer hij ziek wordt, bezoek hem; en bij zijn dood, neem deel aan de begravenis.
|