zaterdag 11 september 2010 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Islam arrow De nobele ahadith: wat is het verschil tussen sahieh, hasan, etc.?
De nobele ahadith: wat is het verschil tussen sahieh, hasan, etc.? Afdrukken E-mail
woensdag 07 februari 2007

Inleiding

Het voorbeeld gesteld door de Boodschapper van Allah (saw), zijn Soenna, is hetgeen ons door de verzamelingen van tradities (ahadith) uiteengezet wordt. Door de tradities, vaak ook overlevering genoemd, kan de mens leren over de Boodschapper van Allah (saw), over zijn (saw) karaktereigenschappen, over de gebeurtenissen in zijn (saw) leven en dat van de eerste generatie van moslims, over zijn (saw) handelingen, et cetera, et cetera.

Het belang voor de moslims van kennis hieromtrent wordt aangegeven door Allah (swt) zelf, die in Zijn Woord, de Verheven Koran, zegt:

"Niet dwaalt uw metgezel (Mohammed), en niet is hij misleid, en niet spreekt hij naar eigen verlangens. Niets anders is het dan een werkelijk gegeven openbaring (wahi)." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nadj 53, vers 2 - 4)

En:

"En wat de Boodschapper u ook geeft, neemt het, en wat hij verbiedt, weerhoudt u daarvan, en vreest Allah. Voorzeker, Allah is streng in het straffen." (Zie vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Hasr 59, vers 7)

En:

"Zeg: Als u Allah lief heeft, volgt mij dan, en Allah zal u liefhebben en u uw zonden vergeven. En Allah is vergevensgezind, genadevol." (Zie vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Aali Imraan 3, vers 31)

Dezen zijn voorbeelden van verzen die duidelijk maken dat uit het voorbeeld gesteld door de Boodschapper van Allah (saw) oordelen van Allah (swt) blijken. Het is voor deze reden dat de Soenna van RasoelAllah (saw) zo belangrijk is voor de moslim, omdat hij hierdoor kan leren hoe hij zijn Schepper (swt) tevreden kan stellen. Deze Soenna kan vanuit verschillende gezichtpunten benaderd worden. Het eerste gezichtspunt dat men kan hanteren is de Soenna als bron van bewijs voor wetgeving, naast de Koran. Men probeert dan de oordelen van Allah (swt) te extraheren uit het voorbeeld gesteld door de Boodschapper van Allah (saw), door allereerst principes voor interpretatie van de uitspraken, het zwijgen en het handelen van RasoelAllah (saw) vast te stellen, om vervolgens op deze basis de tradities te bestuderen. In dit geval valt de Soenna onder het onderzoeksveld van 'Oesoel oel Fiqh.

Het tweede gezichtspunt benadert de Soenna als zelfstandig onderwerp van onderzoek. Men houdt zich dan bezig met bijvoorbeeld de definitie van het concept "de Soenna", als in "wat valt hieronder en wat valt hier niet onder?". Of men houdt zich dan bezig met onderzoek naar de manier waarop de verzamelingen van tradities tot stand gekomen zijn. Of men houdt zich dan bezig met onderzoek naar degenen die de verzamelingen van tradities tot stand hebben doen komen, de overleveraars. Of men houdt zich dan bezig met onderzoek naar de wijze waarop de metgezellen van de Profeet (saw), de sahaba, en de opvolgers van de metgezellen van de Profeet (saw), de tabi'ien, en de opvolgers van de opvolgers van de metgezellen van de Profeet (saw), de tabi'i at tabi'ien, zijn omgegaan met de tradities na het overlijden van de Profeet (saw). Dit valt dan weer onder het vakgebied van de 'Ilm oel Hadith.

Dit artikel zal de Soenna van de Boodschapper van Allah (saw) benaderen als zelfstandig onderwerp van studie. Oftewel, het zal ingaan op het hoe en waarom betreffende verzamelingen van de tradities van de Boodschapper van Allah (saw).

De totstandkoming van de hadith-wetenschappen

Tijdens het leven van de Boodschapper van Allah (saw) werden de openbaring van de Koran opgeschreven door de moslims, zoals dit door de Boodschapper van Allah (saw) verordend was. De ahadith, echter, werden gewoonlijk niet opgeschreven door de metgezellen (ra). Dit was niet uit luiheid of iets dergelijks, Allah (swt) verhoedde dat wij zoiets slechts zouden denken over deze meest vrome van mensen. Evenmin was dit omdat de eerste generatie van moslims zogezegd geen belang zou hebben gehecht aan de tradities van de Boodschapper van Allah (saw), zoals sommige mensen in onwetendheid of met slechte bedoelingen wel eens plegen te beweren. We weten namelijk uit verschillende overleveringen hoezeer juist de sahaba (ra) hechtten aan de tradities van RasoelAllah (saw):

Men zag eens dat Ali (ra) lachte toen hij aan het paardrijden was. Toen hem gevraagd werd waarom hij dat deed, antwoordde hij dat hij lachte omdat hij de Profeet (saw) eens precies zo had zien lachen toen deze op een paard zat.

En:

'Oemar ibn Chattaab zei, terwijl hij de Hadjar al Aswad (de zwarte steen in de hoek van de Ka'aba in Mekka) kuste: "Ik weet dat je een steen bent en dat je me geen voordeel kunt schenken noch schade kunt berokkenen. Als ik niet had gezien dat de Boodschapper van Allah (saw) jou kuste, zou ik je nooit kussen."

Dat de tradities over het algemeen niet werden opgeschreven gebeurde met voorbedachten rade. Het was om iedere mogelijkheid op verwarringen van de verzen van de Koran met de uitspraken van de Boodschapper van Allah (saw) te voorkomen 1.

Maar na het overlijden van de Boodschapper van Allah (saw) begonnen verschillende mensen en groeperingen ahadith te verzinnen. Enkelen begonnen woorden en handelingen toe te schrijven aan de Boodschapper van Allah (saw) die in werkelijkheid niets met hem (saw) te maken hadden. Dit deden de meesten van hen weliswaar met als doel de mensen weg te leiden van Islam, maar niet altijd resulteerde dit uit slechte bedoelingen. Het kwam namelijk voor dat mensen gezegden toeschreven aan de Boodschapper van Allah (saw) om bijvoorbeeld de moslims aan te sporen meer handelingen van aanbidding (ibada) te verrichten. Door valse ahadith te introduceren probeerden deze mensen anderen dicht bij Islam en aanbidding van Allah (swt) te houden. Ten tijde van het leiderschap van de derde van de vier rechtgeleide kaliefen (Choelafaa ar Rasjidien), 'Oethman (ra), begon dit aan de oppervlakte te komen. Steeds meer van de mensen die tezamen met de Boodschapper van Allah (saw) samen hadden geleefd, en bij wie men dus kon gaan als men bij een bepaalde kwestie wilde weten hoe de Profeet (saw) hiermee om gegaan was, kwamen namelijk te overlijden. En tegelijkertijd ontstond er sporadisch onenigheid tussen de mensen over de betrouwbaarheid van bepaalde gezegden die aan de Boodschapper van Allah (saw) toegeschreven werden. Op dat moment realiseerden de mensen zich dat er een behoefte bestond aan een diepgaand onderzoek naar de gezegden die door de mensen aan de Boodschapper van Allah (saw) werden toegeschreven. Men realiseerde zich dat onderzoek gedaan moest worden naar de overleveringen van de Boodschapper van Allah (saw), om ervoor te kunnen zorgen dat de mensen dicht zouden blijven bij het voorbeeld gesteld door de Boodschapper van Allah (saw). Zodat de valse overleveringen geïdentificeerd en gescheiden zouden kunnen worden van de werkelijke overleveringen van RasoelAllah (saw).  Deze realisatie was het begin van wat vandaag de dag 'Ilm oel Hadith wordt genoemd, oftewel de hadith-wetenschappen.

De definitie van de hadith-wetenschappen

Uit het doel van de hadith-wetenschappen is de definitie van de term hadith geresulteerd, en de wetenschappers van Islam hebben deze als volgt geformuleerd:

"Het verslag van hetgeen de Profeet (saw) deed, hetgeen hij zei en hetgeen hij zijn metgezellen (ra) zag doen en stilzwijgend toestond."

Het is het doel van de hadith-wetenschappen om de verslagen van hetgeen de Profeet (saw) deed, hetgeen hij zei en hetgeen hij zijn metgezellen (ra) zag doen en stilzwijgend toestond, te verzamelen, en om de betrouwbaarheid van deze verslagen te beoordelen. Hiertoe spitste het onderzoek zich toe op de twee eigenschappen van de hadith, zijnde de inhoud van de overlevering (matn) en de keten van overleveraars van de overlevering (isnad).

Het onderzoek naar de matn van de hadith (Fann id Diraaya)

De allereerste toets voor de overlevering was een blik op diens matn: er moest duidelijk in vermeld worden dat de Boodschapper van Allah (saw) het een of ander gedaan heeft, gezegd heeft of stilzwijgend heeft toegestaan. Op deze basis maken de geleerden van 'Ilm oel hadith dan ook een eerste onderscheidt tussen de verschillende ahadith:

Al hadith al Marfoe is de hadith die verwijst naar iets dat de Boodschapper van Allah (saw) gedaan heeft, gezegd heeft of stilzwijgend heeft toegestaan. Dezen verwijzen mogelijk direct naar de Boodschapper van Allah (saw), bijvoorbeeld wanneer gezegd wordt "De Profeet zei ons dit-en-dit" of "De Profeet verbood ons dit-en-dit". Mogelijk ook verwijzen deze ahadith indirect naar de Boodschapper van Allah (saw), zoals bijvoorbeeld wanneer gezegd wordt "In de tijd van de Boodschapper van Allah deden wij gewoonlijk zo-en-zo in aanwezigheid van de Boodschapper van Allah", of "In de tijd van de Boodschapper van Allah deden de mensen dit-en-dat in aanwezigheid van de Boodschapper van Allah".

Naast de overleveringen in deze categorie bestaan er overleveringen die vertellen over de metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw), over wat zij gedaan hebben, gezegd hebben en stilzwijgend hebben geaccepteerd. Een overlevering in deze vorm is de zogenaamde al hadith al Mauqoef. En ten slotte is er ook nog al hadith al Maqt'oe, die vertelt over de opvolgers van de metgezellen van de Profeet (saw), oftewel over de tabi'ien. Deze overleveringen vertellen over hun daden, hun uitspraken en hun stilzwijgende acceptaties.

Voor de foeqaha, de geleerden van 'Oesoel oel Fiqh die zich bezighouden met de bepaling van Goddelijke Oordelen, waarbij men wil weten over de daden en uitspraken van de Boodschapper van Allah (saw), worden dan ook enkel de al hadith al Marfoe geaccepteerd als bewijzen.

Bij het onderzoek naar de matn van de overlevering werd verder gekeken of de overlevering een leerstelling afkomstig uit de Koran tegen sprak of niet. Als dit zo was, als de overlevering bijvoorbeeld iets toestond wat de Koran nadrukkelijk verbiedt, of iets verbood wat de Koran nadrukkelijk toestaat, dan passeerde deze overlevering de toets van matn niet en werd deze verworpen. En wanneer de overlevering iets vermelde dat - gezien de aard van de mededeling - eigenlijk zou moeten behoren tot hetgeen algemeen bekend is, maar dat desalniettemin toch niet tot de algemene kennis behoorde, dan werd de overlevering eveneens op basis van diens matn verworpen. Zou dus bijvoorbeeld een hadith gekomen zijn waarin wordt gezegd "de Boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd dat het gebed met de rug naar Ka'aba verricht zou moeten worden", terwijl in de gemeenschap iedereen die heeft geleefd met en geleerd van de Boodschapper van Allah (saw), en iedereen die heeft geleefd met en geleerd van degenen die hebben geleefd met en geleerd van de Boodschapper van Allah (saw), en iedereen van degenen die hebben geleefd met en geleerd van degenen die hebben geleefd met en geleerd van degenen die hebben geleefd met en geleerd van de Boodschapper van Allah (saw), altijd heeft gebeden met het gezicht naar Ka'aba, dan zou deze hadith op basis van matn verworpen zijn geweest. Het valt namelijk niet voor te stellen dat zo een belangrijke informatie tot niet één van de moslims door heeft weten te dringen, en het valt ook niet voor te stellen dat al de moslims deze kennis zouden hebben genegeerd.

Hetzelfde gold voor hadith die algemeen bekende historische feiten tegenspraken, waar de verteller van de hadith dus ook alleen stond met zijn of haar bewering, tegenover een gemeenschap die allen tezamen altijd één specifieke andere kennis hadden gehad. Dus bijvoorbeeld wanneer de verteller zou beweren "De Boodschapper van Allah was dankbaar voor de tolerantie die Aboe Lahab toonde tegenover Islam en moslims. Hij (saw) zei zo-en-zo" 2, dan zou deze hadith op basis van matn verworpen zijn geweest.

Ook hadith die een spraken over een onredelijke bestraffing voor slechts een klein vergrijp, of die spraken over immense beloning voor een kleine goede daad, werden verworpen op basis van matn 3.

Het onderzoek naar de isnad van de hadith (Fann ir Riwaaya)

Naast het onderzoek naar de inhoud van de hadith behoort ook onderzoek naar de keten van overlevering van de hadith tot de hadith-wetenschappen. Want ook al maakt de tekst van een overlevering het niet onmogelijk dat deze afkomstig is van de Boodschapper van Allah (saw), dan nog moet beoordeeld worden of deze werkelijk wel van de Boodschapper van Allah (saw) afkomstig is.

Als de persoon die de overlevering vertelde zelf aanwezig was geweest bij de gebeurtenis waarover hij vertelde, dan was een voorwaarde voor acceptatie van de hadith op basis van haar isnad, dat deze persoon op dat moment in staat moest worden geacht om de volledige betekenis van de bewuste gebeurtenis te kunnen begrijpen. Andere voorwaarden golden ook voor deze persoon, zoals:

- De persoon moest moslim zijn;
- De persoon mocht niet ooit betrapt zijn geweest op het vertellen van een leugen over een hadith;
- De persoon mocht niet ooit beschuldigd zijn geweest van een misdaad;
- De persoon mocht niet bekend staan als een leugenaar;
- De persoon mocht geen analfabeet zijn;
- De persoon mocht niet bekend staan als een zonderling of dwaas;
- De persoon moest bekend staan als een rechtschapen persoon, beargumenteert door de geschiedenis van woorden en daden van de persoon;
- De persoon moest bekend staan als beschikkende over een goed geheugen.

Indien een overlevering niet uit de eerste hand verkregen was, maar van iemand die de overlevering had geleerd van de persoon die aanwezig was geweest bij de gebeurtenis, of van de iemand die het had geleerd van iemand die het had geleerd van de persoon die aanwezig was geweest bij de gebeurtenis, dan golden dezelfde vereisten voor al de overleveraars in de keten van overlevering, in de isnad.

In verband met dit alles was het noodzakelijk om gegevens van de vertellers te hebben. Daarom ontstonden de wetenschappen van Asma ar Ridjaal en Djara at Ta'adiel, waaronder levensbeschrijvingen werden opgeteld na onderzoek naar vertellers van overleveringen. Deze wetenschappen hielden zich bezig met het verzamelen van de namen van de overleveraars, hun stambomen, en informaties die van waarde zijn bij de beoordeling van iedere bekende overleveraar. Er wordt gezegd dat bijna 2 miljoen levensbeschrijvingen van vertellers van ahadith op papier zijn gezet, en al deze informatie maakt het tot op de dag van vandaag mogelijk om een zelfstandig onderzoek naar de betrouwbaarheid van specifieke ahadith te doen, zoals bijvoorbeeld sjeich Albani relatief recent heeft gedaan met de overleveringen van de imams al Boechari en Moeslim.

Op basis van de keten van overlevering kunnen ook weer verschillende soorten van ahadith aangeduid worden. Er is bijvoorbeeld al hadith al Moesnad, waarvoor geldt dat de keten van overlevering kompleet is. Oftewel, al de overleveraars zijn bekend. Wanneer in de keten in de overleving de metgezel van de Boodschapper van Allah (saw) missende is, zoals wanneer een opvolger van de metgezellen van de Boodschapper van Allah (saw) zegt "De Boodschapper van Allah zei zus-en-zo" zonder aan te geven van wie hij dit geleerd heeft, dan is deze hadith Moersal. Indien één schakel in de keten na de opvolger van de metgezel van de Boodschapper (saw) ontbreekt, dan is de hadith Moenqat'i. Als er meer dan één schakel in de keten ontbreekt in de overlevering, dan is de hadith M'oedal. En indien degene die de hadith verteld de gehele keten van overlevering laat ontbreken, dan wordt de hadith Moe'allaq genoemd.

Ahadith die over een complete keten beschikken worden Ahad genoemd. Indien een specifieke matn door een substantieel aantal complete ketens wordt overgeleverd, dan wordt deze Moetawaatir genoemd. Over het algemeen wordt als maatstaf gehanteerd "meer dan vier komplete ketens is Moetawaatir". Een voorbeeld van een hadith moetawaatir is het gezegde van de Boodschapper van Allah (saw):

Wie een leugen verzint en deze met opzet aan mij toeschrijft, laat hem zijn zetel in de Hel verwachten.

Classificatie van de ahadith (Moestala al Ahadith) op basis van betrouwbaarheid

In het voorgaande zijn reeds twee verschillende vormen van classificaties van de ahadith aangegeven. In totaal, echter, gebruiken de studenten van de hadith-wetenschappen (moehaddithien) meer dan 30 verschillende classificaties van de overleveringen. Deze classificaties vinden plaats op basis van de zaken die we in het voorbijgaande reeds behandeld hebben, zoals:

- Op basis van degene op wie de tekst van de hadith betrekking heeft ("De Boodschapper van Allah zei zo-en-zo", dan wel "Ibn Abbas vertelde dat de metgezellen van de Profeet dit-en-dat gebruikelijk waren om te doen in zijn (saw) bijzijn", enzovoorts);

- Op basis van de keten van overlevering (is de keten van overlevering compleet dan wel onderbroken, en indien onderbroken hoeveel schakels missen er, et cetera); en

Maar zij worden ook gedaan ook op basis van zaken als bijvoorbeeld:

- De betrouwbaarheid van degenen die deel uitmaken van de keten van overlevering (heel betrouwbaar, onbetrouwbaar, leugenaar, et cetera).

- De manier waarop de overlevering is overgeleverd ("De Boodschapper van Allah (saw) zei dit-en-dit", danwel "Ik hoorde hem (saw) zeggen dat zo-en-zo", enzovoorts);

- Het aantal mensen dat een bepaalde tekst heeft overgeleverd;

- Het woordgebruik in de hadith (ahadith die gebruik maken van vulgair taalgebruik of niet-Arabische woorden worden verworpen, bijvoorbeeld); en

- De mate waarin een overlevering overeenstemt dan wel conflicteert met andere ahadith.

De meest bekende, gebruikte, en - men zou durven stellen - meest belangrijke classificatie van de ahadith is de classificatie naar betrouwbaarheid:

Sahieh (betrouwbaar)
Hasan (goed)
Dha'ief (zwak)
Maud'oe (verzonnen)

Sahieh

Voor de klasse sahieh dient een matn over een complete keten van overleveraars te beschikken, en al de overleveraars dienen aantoonbaar over specifieke hoogwaardige eigenschappen te bezitten. Zij moeten ondermeer aantoonbaar hebben beschikt over een feilloos geheugen (indien zij van hun geheugen overleveren), dan wel een extreme precisie in notitie (indien zij van schrift overleveren). Imam Sjafi'i definieerde de vereisten voor sahieh dan ook als volgt:

"Iedere overleveraar moet betrouwbaar zijn in zijn religie; hij moet bekend staan als betrouwbaar in zijn overleveringen. Hij moet weten wat hij overlevert, en hij moet weten hoe verschillende manieren van uitdrukking de betekenis kunnen veranderen. ... Dit is omdat indien hij dit niet weet, hij niet zal weten of hij hetgeen is toegestaan heeft veranderd in wat verboden is. Dus, wanneer hij een hadith overlevert in dezelfde woorden, dan zal er geen verandering van betekenis resulteren. Bovendien moet hij een goede onthouder (van zaken) zijn indien hij uit het geheugen overlevert, of een goede maker van notities indien hij van schrift overlevert. Hij moet overeenstemmen met de meningen van de leidende autoriteiten betreffende de hadith wanneer hij iets overlevert dat zij ook doen. ... Hij mag de Profeet (saw) niet tegenspreken in wat betrouwbare bronnen hebben bevestigd, en degenen voor hem en na hem moeten allen van dezelfde kwaliteit zijn."

Bijvoorbeeld in Sahieh van imam al Boechari, als een voorbeeld van een hadith sahieh, zegt Ibn Abbas: De Boodschapper van Allah (saw) zei:

Er is geen Hidjra (emigratie van Mekka naar al Madinah) na de verovering (van Mekka). Maar Djihad en goede intenties blijven. En wanneer jullie worden opgeroepen om te vechten (door de Khalifah), trekt dan onmiddellijk uit.

Hasan

Een overlevering in de categorie hasan vereist ook een complete keten van overleveraars, maar de vereisten aan de overleveraars zelfs zijn van een lager niveau dan in het geval van sahieh. In sahieh moest er aantoonbaar over bepaalde eigenschappen met betrekking tot betrouwbaarheid beschikt worden, in geval van hasan volstaat de afwezigheid van zaken die zouden doen twijfelen aan de betrouwbaarheid van de overleveraar. Voor degenen die de keten uitmaken betekent dit dat zij bekend moeten staan als goede gelovigen - voor zover bekend hebben ze nooit gelogen, ze zijn nooit van een misdaad beschuldigd, ze zijn altijd hun afspraken nagekomen, enzovoorts - maar van wie het geheugen niet beoordeeld kan worden als uitmuntend (wanneer zij van hun geheugen overleveren) omdat er geen bewijzen bestaan ter rechtvaardiging van deze claim, of die niet beoordeeld kunnen worden als uitermate precies in hun bijhouden van de overleveringen (wanneer zij van schrift overleveren) omdat er geen bewijzen bestaan ter rechtvaardiging van deze claim. Dus een hadith met complete keten die niet het niveau van sahieh weet te bereiken wordt meestal geclassificeerd als hasan.

Dit betekent dat de ahadith die wel een schakel in hun keten missen, zoals de ahadith moersal, niet tot de categorie sahieh noch tot de categorie hasan gerekend kunnen worden. Een voorbeeld van een hadith in de categorie hasan is het gezegde van de Boodschapper van Allah (saw):

Mijn plaats onder de profeten is zoals een man die een prachtig paleis heeft gebouwd, perfect en elegant, maar die een opening heeft gelaten voor het later plaatsen van één enkele steen. De mensen lopen rond het paleis verwonderd over haar schoonheid, en vragen: zal deze plaats ook nog gevuld worden? Onder de profeten ben ik zoals deze laatste steen.

Volgens At Tirmidhi is deze hadith hasan omdat hij niet voldoet aan de vereisten voor sahieh.

Dha'ief

De overleveringen van de Boodschapper van Allah (saw) die niet het niveau van hasan bereiken, dus waarvan de betrouwbaarheid niet in voldoende mate kan worden geverifieerd, worden geclassificeerd als dha'if. Praktisch gezien betekent dit meestal dat de overlevering één of meer ontbrekende schakels kent in de keten van overlevering, of dat een van de schakels als onbetrouwbaar beoordeeld wordt omdat hem fouten in geheugen of notities verweten kunnen worden. Vooral wanneer het criterium de betrouwbaarheid van overleveraars betreft is de grens tussen hasan en dha'ief niet altijd even evident, waardoor verschillende geleerden van de ahadith verschillende meningen kunnen hebben betreffende een specifieke hadith. Gezegd wordt wel eens dat betrouwbaarheid van de overleveraar begint bij meer dan 50% zekerheid dat de overleveraar juist overlevert, en dat alles minder dan dit de overleveraar onbetrouwbaar maakt en de betrokken hadith dus dha'ief. De ahadith van de categorie dha'ief spelen bij het zoeken naar Goddelijke Oordelen feitelijk dan ook geen rol.

Een voorbeeld van een hadith in de categorie dha'ief is de volgende:

Een groep moslimsoldaten kwam bij de Profeet (terug van een veldslag). Hij zei: welkom, jullie keren terug van de kleine Djihad naar de grote Djihad. Er werd gezegd: wat is de grote Djihad? Hij antwoordde: het streven van een dienaar tegen zijn lage verlangens.

Maud'oe

Een hadith wordt veroordeeld als falsificatie wanneer hier bewijzen voor zijn, en valt dan in de categorie maud'oe. Dus bijvoorbeeld indien de hadith fouten bevat in de beschrijving van geschiedkundige feiten, of indien de keten van overleveraars één of meer welbekende leugenaars bevat. Bijvoorbeeld is overgeleverd dat 'Oemar bin al Chataab door de joden van Chaybar een document werd gepresenteerd, dat volgens de joden hen overhandigd was geworden door de Boodschapper van Allah (saw) zelf, na de verovering van Chaybar door de moslims in het zesde jaar na Hidjra. In het document werd melding gemaakt dat de joden van Chaybar geen belastingen zouden hoeven betalen. Het document vermelde ook dat Sa'ad bin Moe'adh en Moe'awiya bin Aboe Soefyan als getuigen bij de ondertekening van het document waren opgetreden. Maar, Sa'ad stierf in het derde jaar na Hidjra en Moe'awiya werd pas een moslim in het achtste jaar na Hidjra, waardoor het document niet anders kon zijn dan een falsificatie. 'Oemar wist dit en verwierp deze overlevering daarom ook alszijnde maud'oe.

Naast verzamelingen van sahieh hadith hebben de studenten van de ahadith ook de al hadith al maud'oe verzameld, om te voorkomen dat de (onwetende) mensen dezen zouden accepteren als betrouwbaar. Onder hen Ibn al Djauzi in Al Maud'oeat, al Jauzaqani in Kitab al Abatil, as Soejoeti in Al La'ali al Masnoe'a fil Ahadith al Maud'oea, and 'Ali al Qari in Al Maud'oeat.

________

1 Volgens Imam al Boechari hield Abdoellah ibn 'Oemar (ra) de hem bekende tradities van de Boodschapper van Allah (saw) wel op schrift bij.

2 Aboe Lahab is bekend als een uitgesproken vijand van Islam, en een van de meest voorname in dit verband. Zo zeer was Aboe Lahab een vijand van Islam dat hij geen gelegenheid om Mohammed (saw) te beledigen en te beschimpen onbenut liet. Allah (swt) openbaarde een beantwoording hierop:
"Verloren mogen gaan de handen van Aboe Lahab, en verloren moge hij zelf gaan. Zijn bezit en dat wat hij vergaarde zal hem niet baten, en hij zal branden in een vuur van vlammen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Masad 111, vers 1 - 3)

3 Overigens, de oriëntalisten baseren hun verwerping van de ahadith op het argument dat "de moslims hebben in hun onderzoek naar de betrouwbaarheid nooit gekeken naar de inhoud (matn) van de hadtith". Het moge duidelijk zijn dat dit dus volstrekt onjuist is.

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"... en wie niet oordeel vellen volgens wat Allah heeft neergezonden dat zijn de ongelovigen." (zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran soerat Al-Ma'ida: 44)
Hadith

Overleveringen van de Profeet Muhammad (sallallahoe aleihi wa sallam)
Overgeleverd door Anas dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "toen ik werd opgenomen naar de hemelen (de miraadj) kwam ik voorbij sommige mensen die nagels van koper hadden waarmee zij hun gezichten en borsten krabden. Ik zei: wie zijn deze mensen, O Djibriel ? Hij zei; dezen zijn degenen die het vlees van de mensen aten en hun eer lasterden." (Aboe Dawoed)

over hadith..