|
De economische materie bij de westerse economen zijn de middelen die de behoeften van de mens bevredigen. Deze materie is in twee soorten onderverdeeld: stoffelijke en onstoffelijke goederen. De stoffelijke goederen zijn bijvoorbeeld brood en vlees. De onstoffelijke goederen zijn meestal persoonlijke diensten genoemd, bijvoorbeeld diensten, welke door een notaris worden bewezen. Anders gezegd de bevredigende middelen zijn; goederen en diensten. Wat de goederen en diensten bevredigend maakt is het feit dat deze twee nuttigheid en gebruikswaarde bezitten. Wanneer een object een nuttigheid bezit dan is het bevredigend voor de behoefte. En in economische begrip betekent de behoefte het verlangen naar iets. Dus een nuttig object in de ogen van de kapitalistische economen is alles waar naar verlangd wordt, ongeacht het feit of het object volgens sommige mensen nuttig en essentieel is of volgens anderen niet. Derhalve: " in economische zin zijn dus zowel alcohol en opium als voedsel en kleding goederen." (zie Inleiding tot de economie, MR.H.J.Zijlstra, blz11) De conclusie is dat de westerse econoom naar de bevredigende middelen op zichzelf kijkt - de goederen en diensten - zonder er met wat dan ook rekening te houden. Bijvoorbeeld wordt er alleen naar de economische waarde van alcohol gekeken, of naar de economische waarde van de diensten die een prostituee verleent omdat die twee genoemde voorbeelden de behoeften van de individuen bevredigen. " De economie beoordeeld niet, of bepaalde behoeften bijv. uit moreel oogpunt goed of afkeuring verdienen - dat doet de zedenleer. En weer een andere wetenschap gaat na, of deze zaken onze gezondheid bevorderen of benadelen - de gezondheidsleer. De economie vraagt slechts, of een behoefte aanwezig is en een zaak die bevredigen kan." (zie: Inleiding tot de economie, MR.H.J.Zijlstra, blz11) Het westen heeft zich vergist in zijn oordeel dat de behoeften die bevredigd moeten worden alleen materialistische behoeften zijn. Dit is in strijd met het feit van de menselijke behoeften. Want er zijn andere behoeften zoals de morele behoefte waaronder de trotsheid valt, en de spirituele behoefte waaronder de verering valt, en al deze behoeften moeten worden bevredigd evenals de materiele behoefte, en hiervoor zijn ook goederen en diensten nodig. Ook de kijk van de westerse economen naar de behoeften en nuttigheid zoals het is, zonder de invloed daarvan op de samenleving in acht te nemen is onjuist. Deze kijk bewijst dat de westerse econoom naar de mens kijkt als alleen een materiele mens, die geen spirituele neigingen heeft en geen moraal bezit heeft en niet naar morele doelen streeft. De westerse econoom hecht alleen waarde aan pure materie die alleen bedoeld is om de materiele behoeften van de mens te bevredigen. Hij licht de mensen niet op zodat hij winst kan maken in zijn handel, en als hij d.m.v oplichting winst heeft gemaakt dan wordt de oplichting als een legale zaak beschouwt. En als hij de arme mensen eten geeft dan doet hij dat niet uit gehoorzaamheid voor god maar uit angst en voorzorg om niet door de arme mensen te worden bestolen. Bovendien als hij door het verhongeren van de arme mensen rijker wordt dan doet hij dat. De mens die zo naar zijn medemens kijkt op basis van dit begrip over nuttigheid vormt een reëel gevaar voor de mensheid. En de mens die het economisch leven op basis hiervan wil opzetten vormt een gevaar voor de samenlevingen.
|