|
Op de 30 december 2006 eindigde Saddam Hoessein aan de strop, een gebeurtenis die met gemengde gevoelens ontvangen is in de wereld. Misschien geleid door de waan van de dag spraken sommigen over Saddam als "martelaar" van het verzet tegen Amerikaans imperialisme. Maar dit is een beoordeling van Saddam die zijn geschiedenis negeert. Want Saddams geschiedenis is een geschiedenis van westers imperialisme. Uit 1969 stammen de berichten die de wereld bekend maken met het feit dat Saddam als jonge man gerecruteerd werd door de Britten. "Saddam Hoessein at Tikriti, geboren omstreeks 1937; vooraanstaand geworden door de verkiezing in het leiderschap van de Ba'ath partij in 1959 om Kassem te vermoorden, gewond geraakt bij de poging; (...) een goed voorkomende jonge man, initieel gezien als een extremist binnen de partij, maar verantwoordelijkheden zouden hem kunnen doen matigen, (...) familie van president Bakr door huwelijksbanden; als afkomstig van Tikrit (beschikkende over) goede relaties met de mensen aan de macht." Zo schetste de ambassade van Groot-Brittannië in Bagdad de jonge Saddam in een communicatie naar de bazen op het Brits Ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen. "Hij begeleidde me naar de deur, en herhaalde zijn oprechte wens dat de relatie tussen Irak en Groot-Brittannië zouden verbeteren. (...) Iemand met wie zaken te doen valt. Ik heb een copie van dit bericht meegestuurd, mocht het Ministerie van Olie er een willen hebben." Zo verklaarde ambassadeur Balfour korte tijd later in de richting van hetzelfde Ministerie van Buitenlandse Zaken. Onder het wakende oog van "grote oom" Groot-Brittannië groeide Saddam langzaam maar zeker door tot de machtigste man van Irak. In 1979 zette hij de zittende president Generaal Bakr af om het leiderschap over Irak op zich te nemen. Vervolgens was zijn eerste daad het publiekelijk benoemen van al degenen in het leiderschap van zijn Ba'ath partij die andere belangen dienden dan Saddam zelf, oftewel degenen die niet de belangen van Groot-Brittannië dienden. Om hen vervolgens weg te laten leiden in de richting van het executie-peleton dat reeds klaar stond. Onder Saddam behoorde Irak toe aan Groot-Brittannië, die met het land deed wat haar ten voordeel was. De moslims van Irak werd hierbij welwillend gemaakt en gehouden door Saddam - de beelden van de martelingen en moorden die Saddam hiervoor gebruikte tegen het volk van Irak zijn ondertussen bij iedereen bekend. Saddam liet zichzelf gebruiken als instrument voor Groot-Brittannië niet enkel in haar pogingen de schatten van Irak te stelen, maar eveneens bij haar doelstelling om de macht over de olie van het Midden-Olie te verkrijgen. Zo resulteerde de Eerste Golfoorlog, tussen Irak en Iran in de periode 1980 - 1988, de oorlog over de heerschappij in de Golf. Groot-Brittannië (Irak) en Amerika (Iran) gebruikten beiden hun agenten in de regio om macht en invloed te vergaren voor zichzelf en deze agenten, op hun beurt, misbruikten de moslims voor hun meesters in Washington en Londen. Deze proxie-oorlog tussen Groot-Brittannië en Amerika kostte aan minstens 1 miljoen moslims het leven, een veelvoud hiervan raakte gewond of verloor alles wat ze bezaten. Maar niet getreurd voor Frankrijk, Groot-Brittannië, Amerika, de Sovjet Unie en Duitsland, want de oorlog was een zegening voor de wapenindustrie. Allemaal verdienden ze miljarden met de verkoop van militair materiaal aan beide zijden in het conflict; en Israël verzorgde leningen voor Iran om de aankoop van Amerikaanse wapens te kunnen financieren, om zo lang mogelijk het zinloze moorden voort te kunnen laten duren. Anderen, hoofdzakelijk de Amerikanen, spraken over de ophanging van Saddam als "rechtvaardigheid" en "een stap in de richting van een democratisch Irak". Maar ook dit is een beoordeling die door de context gevormd door de geschiedenis verworpen wordt. (Dat de mensenrechtenorganisaties Amnesty International en Human Rights Watch het proces van Saddam beschreven als "oneerlijk" en "zeer gebrekkig", is een verder argument.) De oorsprong van het doodvonnis tegen Saddam is niet de rechtzaak van 2005 - 2006, maar het bezoek van Donald Rumsfeld aan Bagdad in 1985. In niet mis te verstane bewoordingen maakte Saddam duidelijk dat hij geen behoefte had aan hulp van Amerika in zijn oorlog met Iran. Groot-Brittannië en Europa waren aan zijn zijde en voor Amerika en haar belangen was geen plaats in Irak, zo gaf Saddam hiermee aan. Voor Amerika was dus duidelijk dat haar belangen in de regio een verwijdering van Saddam van het toneel vereisten. Het duurde vijf jaren voordat de Amerikanen hun val voor Saddam klaar hadden. De Amerikaanse ambassadeur in Irak, April Gilespie, nodigde Saddam uit zijn wens tot inname van Koeweit te realiseren, door tegenover hem verklaren "Wij (Amerika) hebben geen mening in conflicten van de Arabier tegenover Arabier". Saddam begreep hieruit dat Amerika zijn inname van Koeweit niet in de weg zou staan, en hij stuurde zijn troepen over de grens. De rest is geschiedenis. Door deze Tweede Golgoorlog van 1990 - 1991 wist Amerika veel van haar destijdse plannen in het Midden-Oosten te realiseren. De oorlog brak de militaire macht van Irak, waarme de macht van Saddam (en dus Groot-Brittannië) werd gebroken. Deze macht over Irak werd overgenomen door de Amerikanen middels de Verenigde Naties en haar resoluties. De machteloze Saddam werd in Bagdad achter gelaten en in staat gesteld de opstand tegen zijn bewind - waartoe de Amerikanen de moslims van Irak hadden opgeroepen - met veel geweld neer te slaan. Zo werd de mythe in stand gehouden van de machtige Saddam, de bedreiging voor het Midden-Oosten en de wereld, waardoor Amerika's andere agenten in de regio de stationering van tienduizenden Amerikaanse soldaten in het gebied en de aankoop van miljarden dollars aan Amerikaanse wapens konden laten accepteren door hun volkeren. Amerika's nieuwe plan voor het Midden-Oosten van begin 21e eeuw vereiste de totstandbrenging van een op het oog democratisch regime in Irak. Daarmee was Saddams tijd gekomen, had zijn laatste uur geslagen, en was een Derde Golfoorlog feitelijk onafwendbaar geworden. Omdat in tegenstelling tot wat gehoopt werd de invasie en bezetting van Irak Amerika niets dan verdere problemen heeft gebracht, moest Saddam publiekelijk sterven. De weerstand van de Iraki moslims tegen de Amerikaanse bezetter kost Uncle Sam miljarden in dollars en duizenden soldaten. Saddam is nu onder de begeleidende schreeuwen van "Moqtada" verhangen, met als doel de Amerikaanse plannen voor het Midden-Oosten te redden: in de hoop dat de twee partijen van verzet tegen de bezetting, de soennieten en de volgelingen van Moqtada as Sadr, zich nu tegen elkaar zullen keren en niet langer tegen de Amerikanen. Dus Saddam is niet een martelaar voor een goede zaak, hij was een tiran, een onderdrukker van de moslims voor de belangen van de imperialistische staten. Een moordenaar die nu tegenover Allah (swt) zal moeten verantwoorden hetgeen niet te verantwoorden valt. En de bestraffing van Saddam heeft ook niets te maken met het verrichten rechtvaardigheid, of het nemen van een stap voorwaarts in de richting van een betere toekomst voor het volk van Irak. Het is simpelweg een continuering van het spel tussen de imperialistische, westerse staten om de macht over de schatten van de moslims in het Midden-Oosten. Aan de tirannie die uit dit spel resulteert is ook met de dood van Saddam geen einde gekomen. Daarvoor is beëindiging van de invloed van de imperialistische staten over de moslims nodig, en dit zal zijn bij hunner vereniging in de staat van Islam, al Khilafah naar het voorbeeld van de Profeet (saw). Enkel bij Islam is de ware rechtvaardigheid, en aan de hand van deze komende Khilafah-staat zullen de huidige regenten over de landen van de moslims - de marionetten van het koloniale westen, de moordenaars, plunderaars en martelaars van miljoenen - de ware rechtvaardigheid nog proeven in het huidige leven, zo Allah (swt) het wil.
|