|
Wie zijn de modernisten Het gebeurt vandaag de dag regelmatig dat de moslims via krant, internet of televisie ideeën betreffende Islam gepresenteerd krijgen die diametraal ingaan tegen hetgeen de moslims altijd geloofd, gedacht en gevolgd hebben. Bijvoorbeeld, toen niet zo lang geleden een boel heisa werd gecreëerd omtrent een Afghaanse moslim die zich uit volle overtuiging zou hebben bekeerd tot christendom, toen werd ook uitvoerig ingegaan op de traditionele leerstelling van Islam dat de moertad 1, indien hij bij gezond verstand is maar desalniettemin toch weigert de valsheid te verlaten om terug te keren naar de waarheid, door de Islamitische Staat ter dood gebracht moet worden. Een leerstelling waarover consensus leek te bestaan onder moslims, een leerstelling ook waarnaar de Islamitisch Staat vanaf haar prille begin tot haar einde altijd gehandeld heeft, zo blijkt uit de geschiedenis (alhoewel het voorval zich, behoudens kort na de dood van de Profeet van Islam (saw), feitelijk nooit voor gedaan heeft). Ten tijde van de ophef rond de Afghaanse moertad, echter, werd een nieuwe interpretatie van de wetteksten van Islam gepresenteerd, volgens welke Islam eigenlijk niet geboden zou hebben dat de moertad gedood moet worden. In de Koran staat "Laa ikraaha fid dien (Er is geen dwang in het geloof)", zo droeg de auteur van de nieuwe mening aan als bewijs voor zijn stelling, op basis waarvan hij concludeerde dat apostasie weliswaar een zonde is, maar dat een moslim die zich afkeert van Islam desalniettemin niet gedwongen mag worden om hiervan af te zien. Het is omdat uit deze nieuwe interpretatie een oordeel resulteert dat effectief alles tegenspreekt waarin de moslims hebben geloofd, vanaf de eersten van sahaba tot en met de moslims van tegenwoordig, is deze nieuwe interpretatie een voorbeeld van wat genoemd kan worden "modernistische" interpretaties van de wetteksten van Islam. Een andere kwestie waarbij de modernistische interpretaties van de wetteksten van Islam een prominente rol spelen de hoofddoek. Het stukje stof waarmee moslim vrouwen hun haren en nekken bedekken, wat voor de Europeanen een kwestie lijkt te zijn die al de andere kwesties overschaduwt. Europa worstelt met enerzijds haar wens tot een verbod op dit zichtbare deel van de Islam en anderzijds haar principe van godsdienstvrijheid. In reactie op deze worsteling wordt door de Europeanen vaak gesteld dat de hoofddoek eigenlijk helemaal geen Islamitische plicht is zoals al de moslims altijd hebben gedacht, waarin zij altijd hebben geloofd en waarnaar zij altijd hebben gehandeld, maar eigenlijk een traditie die in Islam geslopen is en die er dus ook weer uit verwijderd kan worden. De aanname dat de hoofddoek eigenlijk niet echt een gebod van Islam is resulteert uit nieuwe interpretaties van de Koran. "Nergens spreekt de Koran zich expliciet uit over de hoofddoek, het gebruik baseert zich op de tradities (Soenna) van de Profeet", wordt dan bijvoorbeeld gezegd, "en aangezien over deze tradities van mening verschilt kan worden kan men niet zeggen dat het gebod van de hoofddoek zeker is, waardoor men niet kan zeggen dat dit werkelijk een plicht is". Aldus één van de argumentaties achter het nieuwe idee dat de hoofddoek helemaal geen plicht is voor de moslim vrouw. Ook deze interpretatie van de wetteksten is daarmee een voorbeeld van de modernistische interpretaties van de wetteksten van Islam, precies omdat zij de sinds jaar en dag gangbare leerstelling waarover altijd een consensus heeft bestaan onder de moslims, tegenspreekt. Deze beide voorbeelden geven een goed beeld van hetgeen wij bedoelen wanneer we spreken over modernistische ideeën, over modernisten alszijnde hun auteurs, en over modernisme in Islam alszijnde de beweging waartoe de modernisten zij behoren. De modernisten presenteren ideeën betreffende halal en haram die diametraal ingaan tegen de ideeën waar de moslims van alle tijden en alle plaatsen altijd in geloofd hebben, en waarnaar de moslims van alle tijden en alle plaatsen altijd naar gehandeld hebben. Over het algemeen kent het modernisme twee manieren van argumentatie. De eerste is de afwijzing van de "traditionele" interpretaties, oftewel de bewering dat eigenlijk al de moslims het altijd fout hebben gehad, zowel op dit moment als op eerdere momenten in de geschiedenis. Wanneer de modernisten stellen Islam de dood van de moertad toch eigenlijk niet verplicht stelt, of wanneer zij stellen dat de hoofddoek voor de moslima toch eigenlijk niet verplicht is gesteld door Islam, dan zijn dit voorbeelden hiervan. Omdat de moslims altijd hebben geloofd in de juistheid van de interpretaties "dood de moertad" en "vrouwen draag een hoofddoek". De modernistische leerstelling, met andere woorden, zijn gewoonlijk gebaseerd op een afwijzing van de traditionele interpretaties alszijnde onjuist. De tweede manier van argumentatie waarvan de modernisten gebruik maken is de aanname dat de interpretatie van de wetteksten gebonden is aan de persoon die interpreteert, en dus de tijd waarin geïnterpreteerd wordt. Men stelt in dergelijke gevallen dat de traditionele interpretatie van vroeger weliswaar juist was maar enkel voor die tijd, en dat de interpretatie niet langer juist is omdat de situatie van nu zo anders is dan de situatie van vroeger. Voor de duidelijkheid, de modernist is dus niet simpelweg de student van Islam die tegenwoordig leeft. En het is ook niet zo dat wanneer een geleerde van nu met een idee komt dat voor de moslims van nu nieuw lijkt, dat dit idee dan automatisch modernistisch is. Bij de ware modernisten vindt men de ideeën die, als zij werkelijk juist zouden zijn, zouden betekenen dat zelfs de sahaba het Goddelijk Oordeel volkomen verkeerd begrepen hebben. En bij hen vindt men de ideeën die stellen dat het voorbeeld van de sahaba niet langer gevolgd zou moeten worden. Anders gezegd, de traditionalisten onder de studenten van Islam, ook die van nu, zullen zich beroepen op ideeën en gedragingen van de eerdere generatie van moslims die volgens hen hun interpretatie van de wetteksten van Islam bevestigen. De modernisten, echter, zullen met hun ideeën effectief zeggen dat al de eerdere moslims het helemaal verkeerd hebben gehad, danwel dat de mening van eerdere moslims er per definitie niet meer toe doet omdat nu de tijd anders is. Ook al is het duidelijk dat de weigering om het idee van de modernist te accepteren door de niet-moslims direct als aanleiding genomen zal worden om deze moslim af te schilderen als ouderwets; als iemand die bang is voor de moderne tijd; als iemand die zo bekrompen van geest is dat hij hierdoor bang is geworden voor verandering; als iemand die niet kan denken; als een extremist en radicaal; et cetera, toch zal dit artikel een verwerping van de ideeën van de modernisten beargumenteren. De reden hiervoor is dat men kan waarnemen dat modernisten en hun ideeën alsmaar vaker worden gebruikt om de moslims die vasthouden aan de traditionele interpretaties van Islam omdat die waargenomen kunnen worden bij de eerste generaties van moslims, te bekritiseren, onderdruk te zetten, of te overtuigen om hiervan af te zien. Dit, omdat de modernistische ideeën de eigenschap hebben om verschillen tussen Islam en de westerse opvattingen te verkleinen danwel te doen verdwijnen, precies zoals ook het geval is in de gegeven voorbeelden betreffende de straf voor de moertad en het dragen van de hoofddoek. Deze verwerping zal zich echter baseren enkel en alleen op de methode waarvolgens de modernisten tot hun oordelen komen, en op niets anders dan dit. Oftewel, de verwerping zal zich enkel en alleen baseren op Islam. Omdat dit de enkele juiste basis voor de beoordeling van ideeën is, ongeacht of de ideeën nu oud zijn of nieuw; ongeacht of zij nu bevestigen wat voor hun gedacht werd of dit verwerpen; en ongeacht of de mensen blij zijn met het idee of zich hieraan storen. De manier voor dit alles zal zijn door twee moderne interpretaties te introduceren tezamen met de bewijsvoeringen erachter. Om daarna stapsgewijs deze bewijsvoeringen te analyseren en de onjuistheden erin bloot te leggen en zo voor de lezer duidelijk te maken dat deze bewijsvoeringen volgens de maatstaf van Islam gebrekkig zijn, en in geen enkele verhouding staan tot het niveau dat de traditionele studenten van Islam in de bewijsvoeringen voor hun meningen bereiken. Voorbeeld 1: "De moslim vrouw mag wel trouwen met een niet-moslim man"
Bij het eerste voorbeeld van een nieuwe interpretatie van de wetteksten van Islam die al de eerdere interpretaties bij de kwestie tegenspreekt en die de praktijk onder al de moslims van alle tijden verwerpt, betreft het verbod van een huwelijk tussen de moslim vrouw en de niet-moslim man. Één van de modernistische oordelen hieromtrent is van drs. Nuryamin Aini van de Islamitische Staatsuniversiteit Syarif Hidayatullah in Indonesië, welke stelt dat een dergelijk huwelijk toch wel toegestaan zou zijn door Islam in weerwil van wat al de moslims altijd gedacht hebben: Interreligieus Huwelijk Als argument voor het verbod aan vrouwen om met een man van een andere religie te trouwen, wordt vaak naar voren gebracht dat dit is om de religie van eventuele kinderen te beschermen. Kinderen zouden geneigd zijn de religie van hun vader te volgen. Uit volkstellingen van 1980, 1990 en 2000 in de regio Yogyakarta (Indonesië), een dichtbevolkt gebied met een qua religie zeer diverse bevolkingssamenstelling, blijkt echter dat kinderen uit gemengde huwelijken eerder geneigd zijn de religie van de moeder over te nemen. Ruim driekwart van de kinderen van moslimvrouwen die met een niet-moslimman getrouwd waren noemden zich moslim, terwijl maar vijftig procent van de kinderen van moslimmannen die met een niet-moslimvrouw getrouwd waren zich moslim noemde. Aini: De Fiqh-discipline (het ontwikkelen van rechtsregels) berust voornamelijk op hypothetische gevallen, niet op empirisch onderzoek. Fiqh zou in feite voortdurend aan de realiteit moeten worden getoetst en indien nodig worden bijgesteld. Wanneer de religiekeuze van eventuele kinderen inderdaad de voornaamste reden is om moslimvrouwen te verbieden met niet-moslims te trouwen, dan past hier een radicale breuk met de traditie omdat blijkt dat het tegendeel van wat tot nu toe werd aangenomen waar is. Aini betreurt het dat mensen zo zelden geneigd zijn om naar de omstandigheden waarin bepaalde koranverzen geopenbaard werden te kijken. Zo wordt door velen zelfs aangenomen dat er een algemeen verbod op interreligieuze huwelijken in de koran staat, dus ook voor mannen. Dit wordt gebaseerd op soera Al Baqarah, vers 221: "Huw niet van onder de polytheïsten vrouwen (al moesjrikaat) zolang zij geen gelovigen zijn geworden, waarlijk een gelovige slavin is beter dan een polytheïste ook al behaagt zij u. En laat uw dochters niet met mannen van onder polytheïsten (al moesjrikien) huwen zolang zij geen gelovigen zijn geworden, waarlijk een gelovige slaaf is beter dan een polytheïst ook al behaagt hij u." Met het Arabische woord al moesjrikaat is echter niet in de eerste plaats een religieuze gemeenschap bedoeld, maar eerder een sociale, politieke gemeenschap. Het verbod om polytheïsten te huwen is niet zozeer gericht tegen mensen met een andere religie, maar tegen mensen die behoren tot een in politiek opzicht vijandige gemeenschap. Dat laatste was het geval ten tijde van de openbaring van vers 2:221. De moslims stonden tegenover een overmacht aan vijandige stammen onder aanvoering van de Qoeraisj. Door met je vijand te trouwen zouden je mogelijkheden om de islam te praktiseren behoorlijk worden beperkt. Volgens Aini wil dit vers echter niet zeggen dat het moslims tot aan de Laatste Dag verboden is om met iemand van een andere religie te trouwen. Wanneer een partner met een andere religie je geheel vrijlaat in het uitoefenen van de islam, ziet Aini geen enkel bezwaar in een interreligieus huwelijk. Volgens Aini hoeft de aanduiding 'mensen van het boek' niet noodzakelijkerwijs alleen joden en christenen in te houden, zoals algemeen wordt aangenomen. Aini gaat ervan uit dat hiermee mensen bedoeld zijn die niet impulsief handelen, maar zich op bedachtzame manier laten leiden door principes, door heilige geschriften, tot welke religie zij ook mogen behoren 2. Zoals de auteur van het artikel zelf al aangeeft, deze uitleg betreffende de kwestie van het huwelijk van moslim vrouwen met niet-moslim mannen is "een radicale breuk met de traditie". Voor een juist begrip van het modernistische oordeel dat dus breekt met de traditie is het goed om de argumentatie erachter op te splitsen naar de stappen die de auteur neemt: 1. Allereerst wordt een idee gegeven over wat de argumentatie achter het traditionele oordeel bij deze kwestie zou zijn: "Als argument voor het verbod aan vrouwen om met een man van een andere religie te trouwen, wordt vaak naar voren gebracht dat dit is om de religie van eventuele kinderen te beschermen". 2. En er wordt een idee gegeven over wat de methode ter bepaling van het traditionele oordeel zou zijn geweest: "Aini: De Fiqh-discipline (het ontwikkelen van rechtsregels) berust voornamelijk op hypothetische gevallen, niet op empirisch onderzoek" en "Aini betreurt het dat mensen zo zelden geneigd zijn om naar de omstandigheden waarin bepaalde koranverzen geopenbaard werden te kijken." 3. Vervolgens worden alternatieve regels geïntroduceerd ter bepaling van oordelen in de wetteksten van Islam: "Fiqh zou in feite voortdurend aan de realiteit moeten worden getoetst en indien nodig worden bijgesteld.". 4. Ten slotte worden alternatieve interpretaties van specifieke woorden geïntroduceerd: "Met het Arabische woord al moesjrikaat is echter niet in de eerste plaats een religieuze gemeenschap bedoeld, maar eerder een sociale, politieke gemeenschap" en "Volgens Aini hoeft de aanduiding 'mensen van het boek' niet noodzakelijkerwijs alleen joden en christenen in te houden, zoals algemeen wordt aangenomen. Aini gaat ervan uit dat hiermee mensen bedoeld zijn die niet impulsief handelen, maar zich op bedachtzame manier laten leiden door principes, door heilige geschriften, tot welke religie zij ook mogen behoren."
Ten gevolge van deze afzonderlijke stappen komt een nieuw en volkomen ander oordeel tot stand dan hetgeen waarover de moslims het altijd eens waren, het modernistische oordeel dat zegt: "Het verbod om polytheïsten te huwen is niet zozeer gericht tegen mensen met een andere religie, maar tegen mensen die behoren tot een in politiek opzicht vijandige gemeenschap. ... Volgens Aini wil dit vers echter niet zeggen dat het moslims tot aan de Laatste Dag verboden is om met iemand van een andere religie te trouwen. Wanneer een partner met een andere religie je geheel vrijlaat in het uitoefenen van de islam, ziet Aini geen enkel bezwaar in een interreligieus huwelijk." Samengevat, de argumentatie achter het oordeel dat de moslima toestaat om te trouwen met een niet-moslim neemt een aanvang met wat gepresenteerd wordt als een introductie tot de argumentatie achter het traditionele oordeel, waarna deze wordt verworpen enerzijds door diens praktijk (woorden worden verkeerd geïnterpreteerd zegt de modernist) en anderzijds door de theorie waarop deze zich baseert (de traditionalisten zouden enkel naar theorie kijken en zij zouden de context van openbaring van de verzen negeren). Hierna komt de modernist met zijn uitleg van specifieke woorden, met zijn regels voor interpretatie, en ten slotte dus zijn oordeel. Voor wat betreft punt 1., hetgeen de modernist toeschrijft aan het traditionele oordeel in de kwestie als argumentatie, dit is onjuist. Islamitische oordelen zijn enkel die oordelen die gebaseerd zijn op de wetteksten van Islam. Daarom vindt men in werkelijkheid het traditionele oordeel gebaseerd op enkel en alleen openbaring, Koran en Soenna: "En laat uw dochters niet met mannen van onder polytheïsten (al moesjrikien) huwen zolang zij geen gelovigen zijn geworden" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 221) En Ibn Abbas heeft overgeleverd betreffende de praktijk in Al Madina ten tijde van de Profeet van Islam (saw): Als een vrouw van de eerste groep van niet-moslims (de groep die in oorlog was met de moslims van Al Madina) emigreerde naar de moslims (oftewel, moslim werd), dan werd haar hand niet in huwelijk gevraagd totdat zij haar menstruatie had gekregen en hiervan weer schoon was geworden. Als ze schoon was geworden, dan was het toegestaan haar te trouwen, en als haar echtgenoot ook emigreerde (oftewel, moslim werd) voordat zij getrouwd was (met één van de moslims in Al Madina), dan werd ze aan hem teruggegeven. Het gebruik van "teruggeven" impliceert dat ze na haar intrede in Islam niet meer gezien werd als de echtgenote van de niet-moslim man. Pas nadat deze ook moslim geworden was keerde ze als zijn echtgenote tot hem terug. Het is dus niet zo dat het traditionele oordeel gebaseerd is de waarnemingen betreffende de praktijk van het gemende huwelijk, en de modernist maakt dus een fout wanneer hij pretendeert de realiteit van de argumentatie achter het traditionele oordeel weer te geven. Voor wat betreft punt 2., de methode die de traditionalisten volgens de modernist zouden hebben toegepast om relevante wetteksten te interpreteren, de reactie hierop valt in twee delen uiteen. Ten eerste, betreffende de bewering "Fiqh berust voornamelijk op hypothetische gevallen, niet op empirisch onderzoek", deze bewering past niet bij de realiteit van Fiqh waardoor het niet geheel duidelijk is wat de modernist met deze opmerking bedoelt. Onder Fiqh worden de oordelen van Allah (swt) gezocht ter oplossing van de problemen van de mens. Onder 'Oesoel oel Fiqh worden de regels gezocht waarvolgens men in de wetteksten van Islam op zoek moet gaan naar de oordelen van Allah (swt) voor de praktische problemen. Met andere woorden, onder Fiqh probeert men de vraag te beantwoorden "wat moet de mens doen van Allah (swt)?", terwijl onder 'Oesoel oel Fiqh men de vraag probeert te beantwoorden "hoe kunnen we het oordeel van Allah (swt) vinden?". Fiqh heeft daarom bijna altijd een praktisch probleem als onderwerp, in de vorm van de kwestie waarvoor men het oordeel van Allah (swt) zoekt. Het is een feit, echter, dat de traditionele foeqahaa zich soms ook bezig houden met theoretische kwesties, in de zin dat ze het oordeel van Allah (swt) zoeken voor problemen die zich nog niet voorgedaan hadden maar die zich wel voor zouden kunnen doen. Dit kan men terugvinden in de geschriften van de traditionalisten. Dus de traditionalisten hebben zowel praktische, acute problemen behandeld als theoretische, potentiële problemen. Ten tweede, betreffende de bewering dat slechts zelden de context van een openbaring in ogenschouw wordt genomen bij de traditionele oordelen, in werkelijkheid is een qa'ida (fundament) binnen 'Oesoel oel Fiqh dat in principe iedere oordeel gebonden is aan de context van de openbaringen waarop het gebaseerd is. Dit betekent dat de betekenis van de openbaring gewoonlijk gebonden is aan de context van openbaring. De traditionalisten nemen in werkelijkheid dan ook altijd de context van de openbaring mee in ogenschouw. Daarom ook, zo hebben zij ons geleerd, zijn bijvoorbeeld de volgende twee openbaringen niet conflicterend, alhoewel de persoon zonder kennis van de context hier anders over zou kunnen denken : "En indien zij tot vijandschap vervallen, grijpt hen dan en doodt hen waar gij hen ook vindt; en neemt vriend noch helper uit hun midden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 89) En: "Dus, als zij zich van u op een afstand houden en u niet bestrijden en u vrede aanbieden, heeft Allah u niet toegestaan iets tegen hen te ondernemen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 90) De reden hiervoor is dat de betekenis van het eerste vers gebonden is aan haar context, zijnde een staat van oorlog, terwijl het tweede vers gebonden is aan haar context, zijnde een staat van vrede. Het oordeel van Allah (swt) is dus dat door de moslims gevochten moet worden wanneer mensen tegen de moslims vechten, en dat de moslims vrede moeten sluiten wanneer mensen vrede met hen willen sluiten. Dit alles maakt duidelijk dat de methode die de modernist toeschrijft aan de traditionalisten in werkelijkheid niet hun methode is. Voor wat betreft punt 3., de stelling "Fiqh zou in feite voortdurend aan de realiteit moeten worden getoetst en indien nodig worden bijgesteld.". Zoals gezegd, Fiqh betreft het oordeel van Allah (swt) waarvolgens een probleem van de mens opgelost dient te worden. Daarom moet opgemerkt worden dat de stelling van de modernist over hoe Fiqh zou moeten zijn zowel een praktisch probleem kent als een methodologisch probleem. Het praktische probleem betreffende de opvatting van de modernist is dat niet alle oordelen van Allah (swt) geopenbaard zijn tezamen met de reden van Allah (swt) voor Zijn (swt) oordeel. Zo is er bijvoorbeeld: "Zij vragen u omtrent het vechten in de heilige maand. Zeg: 'Het vechten hierin is een grote overtreding, maar de mensen van de weg van Allah af te houden en Hem ondankbaar te zijn en (de toegang tot) de Heilige Moskee (te verhinderen) en haar mensen er van te verdrijven, is bij Allah een grotere zonde; en vervolging is erger dan doden'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 217) Dit is een vers waaruit een oordeel blijkt en waarin Allah (swt) tevens Zijn (swt) reden voor dit oordeel geeft. Maar, in vele andere gevallen verklaart Allah (swt) zich niet nader en oordeelt Hij (swt) zonder in details te treden over waarom precies Zijn (swt) oordeel aldus is: "Verboden is u het gestorvene, het bloed en het varkensvlees" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 3) Met "Fiqh zou in feite voortdurend aan de realiteit moeten worden getoetst en indien nodig worden bijgesteld" lijkt de modernist te willen zeggen dat doorlopend getoetst moet worden of een oordeel nog wel het gestelde doel weet te realiseren. Oftewel, volgens de modernist zou het oordeel behouden moeten worden zolang dit oordeel het gestelde doel weet te realiseren, maar zou het oordeel vervangen moeten worden eenmaal het oordeel niet langer het gestelde doel weet te bereiken dan. Het praktisch probleem bij deze stelling is natuurlijk dat Allah (swt) zoals aangetoond geregeld het doel achter Zijn (swt) oordeel niet meedeelt. En als Allah (swt) Zijn (swt) doel achter Zijn (swt) oordeel niet meedeelt, hoe kan men dan ooit het oordeel toetsen aan de praktijk? Als Allah (swt) het eten van varkensvlees verbiedt zonder aan te geven waarom precies Hij (swt) dit verbiedt, hoe zou dit oordeel dan aan de praktijk getoetst moeten worden? De mening van de modernist is, met andere woorden, in veel gevallen onuitvoerbaar in de praktijk, want het toetsen van het resultaat van het oordeel zou enkel mogelijk zijn waar en wanneer Allah (swt) de mensen heeft geïnformeerd over Zijn (swt) doel met Zijn (swt) oordeel. Hoe kunnen we nu bepalen of het doel van het verbod op varkensvlees nog steeds gediend wordt door het verbod op varkensvlees, wanneer Allah (swt) ons niet heeft geïnformeerd over wat het doel is dat door het verbod op varkensvlees gediend moet worden? En voor wat betreft de oordelen van Allah (swt) die met Zijn (swt) reden en dus een doel gekomen zijn, denkt de modernist werkelijk dat er ooit een tijd zal komen waarin het oordeel van Allah (swt) niet langer het gestelde doel zal weten te realiseren? Dit zou betekenen dat Allah (swt) imperfect is, en dit is onmogelijk. Het methodologisch probleem betreft de bepaling van de methode waarvolgens de moslims op zoek zouden moeten gaan naar de oordelen van Allah (swt) in Zijn (swt) openbaringen. De begin situatie is dat Allah (swt) aan de mens Zijn (swt) openbaringen heeft gegeven waarvolgens de mens behoort te leven. Dus wanneer de mens zich met een probleem geconfronteerd vindt, dan gaat hij te rade bij hetgeen Allah (swt) heeft geopenbaard om daar de Leiding van Allah (swt) te volgen. Oftewel, de mens zoekt in de wetteksten van Islam de oplossing van Allah (swt). Dit betekent dat de mens op zoek moet gaan de juiste betekenis van de wetteksten van Islam. Maar wat is de juiste betekenis van de wetteksten van Islam, is dan de vraag. Het gebeurt geregeld, namelijk, niet enkel in de wetteksten van Islam, dat een specifieke tekst verschillende betekenissen toegeschreven kan worden. Het kan namelijk zijn dat een specifieke tekst verschillende letterlijke betekenissen kan hebben, bijvoorbeeld omdat één enkel woord in de tekst verschillende dingen kan betekenen. Aan de andere kant, zelfs wanneer de tekst in letterlijke zin maar één betekenis kent dan nog kan het zo zijn dat de ware betekenis achter de zin een andere is dan deze letterlijke betekenis. Bijvoorbeeld in geval van gebruikmaking van spreekwoorden of gezegden, of bijvoorbeeld wanneer sarcasme wordt gebruikt: het ene wordt dan gezegd, maar men bedoelt daardoor eigenlijk het tegenovergestelde van het gezegde te communiceren. Het punt dat gemaakt moet worden naar aanleiding van de opmerking van de modernist betreffende de methode waarvolgens de Fiqh bepaald zou moeten worden, oftewel de methode waarvolgens men op zoek zou moeten gaan de oordelen van Allah (swt), oftewel de methode waarvolgens men de bedoeling van Allah (swt) achter Zijn (swt) uitspraak moet zoeken, is natuurlijk dat de betekenis van de tekst zoals bedoelt door Allah (swt) onafhankelijk is van de praktijk van degene die zoekt naar de betekenis die Allah (swt) aan Zijn (swt) uitspraak heeft gegeven. Dus wanneer de modernist zegt dat de bedoeling van Allah (swt) achter Zijn (swt) uitspraak afhankelijk is van de praktijk, want dat is wat hij effectief zegt met "Fiqh zou in feite voortdurend aan de realiteit moeten worden getoetst en indien nodig worden bijgesteld", dan zegt hij in feite dat hij de door hemzelf gewenste betekenis aan de uitspraak van Allah (swt) wil geven. De door hem gewenste betekenis van de uitspraak van Allah (swt) kan verschillen met de praktijk waarin hij zich bevindt, maar de betekenis van de uitspraak van Allah (swt) zoals bedoelt door Allah (swt) kan natuurlijk maar één zijn. Dus de methodologie die de modernist voorstelt om de oordelen van Allah (swt) te bepalen is absoluut onjuist. Dit voorstel is eigenlijk een voorstel dat wegleidt van het zoeken naar het oordeel van Allah (swt), omdat het voorstelt om aan de uitspraak van Allah (swt) de betekenis te geven zoals gewenst door degene die zoekt naar een oordeel, in plaats van de betekenis zoals bedoelt door Allah (swt). Bovendien is het onjuist om te stellen dat Fiqh nooit aan de realiteit wordt getoetst. Er zijn verzen waarin Allah (swt) zowel een handeling als het doel waarnaar gestreefd moet worden met de handeling uiteenzet. Volgens verschillende traditionele geleerden betekenen verzen zoals dezen dat het gebod van Allah (swt) niet de vermelde handeling betreft, maar het vermelde doel. Zo het vers: "En maakt aan de grens alle mogelijke strijdkrachten en vastgehouden paarden voor hen gereed, waarmede gij de vijand van Allah en uw vijand en anderen buiten hen, die gij niet kent, doch die Allah kent, angst in moge boezemen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Anfaal 8, vers 60) Volgens verschillende traditionele geleerden geeft Allah (swt) met dit vers de Islamitische Staat de opdracht om te allen tijde een machtig leger klaar te hebben voor mogelijke strijd, opdat de vijanden van Islam de angst zullen kennen die hen er van zal weerhouden om de moslims aan te vallen. En, zeggen deze geleerden, in de tijd van de Profeet (saw) waren paarden het meest geduchte wapen voor ieder leger, vandaar de vermelding van de paarden in dit vers. De praktijk van vandaag, echter, is dat paarden niet langer een machtig wapen zijn en dat dit nu vliegtuigen en tanks zijn. Het gebod tot het gereed houden van een leger met paarden zal dus niet langer het doel realiseren dat het werkelijke gebod in het vers is, en dus stellen deze geleerden dat vandaag de dag de Islamitische Staat zal moeten beschikken over een leger dat beschikt over vliegtuigen en tanks, enzovoorts. Hier wordt Fiqh dus wel degelijk aan de realiteit getoetst. Echter, het moet ingezien worden dat niet zozeer het gebod wordt getoetst, maar dat in feite het middel om het gebod na te kunnen komen wordt getoetst aan de praktijk van vandaag de dag zodat het gebod nagekomen kan worden. Voor wat betreft punt 4., de reactie op de uitleg die de modernist geeft aan de Arabische woorden al moesjrikat en al ahl oel kitaab borduurt in feite voort op het methodologisch probleem betreffende punt 3. Bij interpretatie van de woorden van Allah (swt) moet gezocht worden naar de betekenis die Allah (swt) met Zijn (swt) woorden bedoeld heeft, en naar niets anders dan dit. Enkel zo zal het oordeel zoals bedoelt door Allah (swt) gevonden kunnen worden. Het is vanwege dit inzicht dat wanneer een uitleg van een specifiek woord gezocht wordt, dat dan al de gevallen waar dit woord door Allah (swt) gebruikt wordt mee in ogenschouw genomen moeten worden. Immers, de betekenis die aan een specifiek woord wordt gegeven zou moeten passen in al de gevallen waar Allah (swt) dit woordt gebruikt. En als dit niet lukt dan blijkt hieruit zonder twijfel dat een verkeerde uitleg aan het woord is gegeven, omdat deze uitleg sommige uitspraken van Allah (swt) onzinnig zou doen laten zijn, wat onmogelijk is. Daarom, wanneer de modernist stelt dat al moesjrikat verwijst naar een "sociale, politieke gemeenschap" en niet naar religieuze gebruiken, dan is het raadzaam om te kijken naar de uitspraken van Allah (swt) betreffende de moesjrikien, zoals: "En op de dag waarop Wij hen allen samen zullen brengen, dan zullen Wij zeggen tot de moesjrikien: Waar zijn uw goden waarvan gij het bestaan beweerd hebt?" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An'am 6, vers 22) De misdaad van degenen die Allah (swt) benoemt als de moesjrikien, hetgeen waarvoor zij bestraft zullen worden op de Dag des Oordeels, is dus dat zij meerdere goden aanbeden hebben. Dit betekent dat men niet kan zeggen dat moesjrik niet polytheïst betekent, omdat Allah (swt) zegt dat hij de moesjrikien zal bestraffen vanwege polytheïsme. En het kan niet zo zijn dat Allah (swt) de moesjrikien bestraft voor polytheïsme terwijl zij eigenlijk geen polytheïsten zijn maar een "sociale, politieke gemeenschap". Bovendien, Allah (swt) zegt: "En laat uw dochters niet met mannen van onder al moesjrikien huwen zolang zij geen gelovigen zijn geworden" Uit dit vers blijkt dat de moesjrikien niet in Islam geloven. En dus is één van hun karakteristieken wel degelijk hun religie, en zij kunnen dus niet enkel een "sociale, politieke gemeenschap" zijn zoals de modernist beweerd. Dus het woord moesjrik kan niet anders dan als polytheïst begrepen worden. En dit is ook hoe de Arabieren het woord altijd hebben begrepen, en het is eigenlijk van den zotte dat iemand die het Arabisch niet als moedertaal heeft denkt de meesters van het Arabisch - zoals de traditionele geleerden stuk voor stuk waren - de les te kunnen lezen over de betekenis van Arabische woorden. Hetzelfde geld voor de bewering dat met al ahl oel kitab niet zozeer de joden en christenen bedoeld worden, maar veel eerder "mensen bedoeld zijn die niet impulsief handelen, maar zich op bedachtzame manier laten leiden door principes, door heilige geschriften, tot welke religie zij ook mogen behoren". De uitleg die de modernist geeft voor al ahl oel kitab past mogelijk in het vers waar hij aan denkt, maar deze uitleg botst met het gebruik van al ahl oel kitab in andere openbaringen, wat het in feite onmogelijk maakt dat de uitleg van de modernist de juist is. Bijvoorbeeld toen de moslims de Profeet (saw) vroegen hoe ze om zouden moeten gaan met de vuuraanbidders, toen zei de Profeet (saw): Behandel hen zoals de Mensen van het Boek. Enkel deze overlevering geeft al aan dat er verschil bestaat tussen de vuuraanbidders en de Mensen van het Boek. Immers, als zij behoord zouden hebben tot de Mensen van het Boek dan zou de Profeet (saw) niet hebben gezegd dat zij behandeld moeten worden zoals de Mensen van het Boek. Oftewel dat de vuuraanbidders behoren niet tot de mensen van het boek, ongeacht of zij nu "niet impulsief handelen, maar zich op bedachtzame manier laten leiden door principes". En verder, Allah (swt) zegt: "Zeg: 'O, mensen van het Boek, komt tot één woord, waarin wij met elkander overeenstemmen: dat wij niemand dan Allah aanbidden en dat wij niets met Hem vereenzelvigen' " (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 64) In dit vers geeft Allah (swt) aan dat de moslims met de Mensen van het Boek één bepaalde eigenschap delen, om precies te zijn het aanbidden van één enkele God. Het is dus absoluut onjuist om te stellen dat al ahl oel kitab niets met religie te maken heeft. Samenvattend, opgemerkt moet worden dat zowel voor wat betreft punt 3. als voor wat betreft 4. de modernist geen argumenten aandraagt voor de opvatting die hij presenteert. Maar wanneer gezocht wordt naar de betekenis van de uitspraak van Allah (swt) zoals bedoelt door Allah (swt), oftewel naar het oordeel van Allah (swt), dan moet de onderzoeker aangeven waarom hij denkt dat een specifieke methode - zoals "Fiqh zou in feite voortdurend aan de realiteit moeten worden getoetst en indien nodig worden bijgesteld" - zal leiden tot het vinden van het oordeel zoals bedoelt door Allah (swt). En de onderzoeker moet uitleggen waarom hij denkt dat een specifiek woord op een specifieke manier begrepen moet worden. Met andere woorden, de onderzoeker moet argumenten geven voor zijn beweringen. Dus de realiteit van het modernistische oordeel hier is dat het de realiteit van de traditionele oordelen onjuist weergeeft, en alhoewel het argumenten aan lijkt te dragen ter verwerping van de traditionele oordelen doet het dit dus niet werkelijk. Het zijn argumenten die het gepresenteerde verwerpen, maar het gepresenteerde is niet werkelijk het traditionele oordeel. Verder beargumenteert de modernist niet waarom hij denkt dat Allah (swt) het door hem gevonden oordeel bedoeld zou hebben. Zijn argumentatie is van het niveau "als we dit nu eens zo-en-zo zouden interpreteren", en "als we dat nu eens zo-en-zo zouden doen", maar dit is niet zoeken naar het oordeel van Allah (swt), want dit is niet zoeken naar de betekenis die Allah (swt) aan Zijn (swt) woorden heeft gegeven. Dit is het geven van de gewenste betekenis aan de woorden van Allah (swt), zonder te denken over de betekenis van de woorden zoals bedoelt door Allah (swt). En daarom is het oordeel van de modernist in deze niet enkel een onjuiste Islamitische mening, het is niet eens een Islamitische mening want er wordt niet gezocht naar de bedoeling van Allah (swt) achter Zijn (swt) woorden. Voorbeeld 2: "De straf van Allah (de hoedoed) is niet langer de straf van Allah"
Het tweede voorbeeld betreft de modernistische opvatting betreffende de hoedoed, de strafmaat geopenbaard door Allah (swt) zoals het afhakken van de hand van de dief en de stokslagen voor de (ongetrouwde) ontuchtpleger: "En snijdt de dief en de dievegge de hand af, als straf voor wat zij misdeden, een voorbeeldige straf van Allah. Allah is Almachtig, Alwijs." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 38) "Geselt iedere vrouwelijke ontuchtige en iedere mannelijke ontuchtige met honderd slagen. En laat medelijden met hen u van de gehoorzaamheid aan Allah niet afhouden indien gij in Allah en de Laatste Dag gelooft. En laat een groep gelovigen getuige zijn van hun bestraffing." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Noer 24, vers 2) De modernistische opvatting hieromtrent is dat de hoedoed eigenlijk niet (meer) ten uitvoer gebracht zou moeten worden, en wel voor twee redenen. Ten eerste, de modernisten beweren dat het een neiging is van de traditionalisten om al de wetteksten letterlijk te interpreteren. Als resultaat hiervan zouden ook de verzen betreffende de hoedoed letterlijk zijn genomen waaruit het traditionele idee betreffende de hoedoed geresulteerd zou zijn, namelijk dat de genoemde straf ten uitvoer gebracht moet worden door de Islamitische Staat. Dus, stellen de modernisten, het traditionele idee betreffende de hoedoed is gebaseerd op een verkeerde methode voor interpretatie van de wetteksten van Islam, en zou daarom verworpen moeten worden. Ten tweede, de modernisten beweren dat de juiste interpretatie van de Koran de figuurlijke interpretatie is. De verzen zouden figuurlijk geïnterpreteerd moeten worden. Bij figuurlijke interpretatie zou de ware bedoeling van Allah (swt) uit de verzen blijken, en betreffende de verzen van hoedoed is de ware bedoeling niet de eisen tot het verrichten van de hoedoed, maar de eis tot het praktiseren van rechtvaardigheid. De modernisten stellen dan dat het afhakken van de hand van de dief weliswaar rechtvaardig werd geacht ten tijde van het begin van Islam, maar dat dit door de meeste mensen niet langer rechtvaardig wordt geacht. Vandaag de dag worden andere dingen rechtvaardig geacht, stellen de modernisten, en dus zou tegenwoordig anders omgegaan moeten worden met de dief en de ontuchtpleger en zou de hoedoed afgeschaft moeten worden 3. De methode waarvolgens dit modernistische oordeel wordt gepresenteerd is in grote lijnen gelijk aan de methode toegepast bij het hierboven geïntroduceerde modernistische oordeel: 1. Een idee wordt gegeven over wat de methode van de traditionalisten zou zijn, oftewel de methode waaruit de traditionele interpretatie van de wetteksten is geresulteerd, zijnde de letterlijke interpretatie. 2. De methode van de traditionalisten wordt verworpen alzijnde onjuist (de letterlijke interpretatie is onjuist) en incompleet (de omstandigheden worden niet mee in ogenschouw genomen). 3. Nieuwe regels voor de uitleg van de wetteksten van Islam worden geïntroduceerd, regels die beter zouden zijn dan die gebruikt voor het traditionele oordeel, namelijk de figuurlijke interpretatie en het mee in ogenschouw nemen van de omstandigheden van nu. 4. Een nieuw oordeel wordt gegeven op basis van de nieuwe regels, het modernistische oordeel.
Voor wat betreft punt 1., de realiteit van de methode waaruit het traditionele begrip van de wetteksten van Islam betreffende de hoedoed geresulteerd is, is anders dan de modernisten beweren. Men stelt weliswaar dat de traditionalisten gewoonlijk alles letterlijk nemen, maar niets is minder waar. Noch in de teksten van de grote imams die de vier wetsscholen hebben gevestigd, noch bij de meerderheid van tegenwoordige traditionalisten is de letterlijke wijze van interpreteren van wetteksten dominant. Het mag hierbij niet vergeten worden dat het de moslims waren die, in onderkenning van het feit dat een tekst meer betekenissen kan hebben dan enkel de letterlijke, als eerste beschaving zich bezig hielden met de ontwikkeling van de wetenschap ter interpretatie van teksten. De semantiek, de taalkundige context en de situatieve context zijn allemaal concepten met betrekking tot de interpretatie van teksten die zijn uitgevonden door de moslims. Voor wat betreft punt 2., omdat men bij Fiqh op zoek is naar de oplossing van Allah (swt) voor het probleem, probeert men uit de door Allah (swt) geopenbaarde teksten de betekenis te halen die Allah (swt) eraan gegeven heeft. Ten minste, daar waar de tekst verschillende meningen heeft. Want het mag niet vergeten worden dat interpretatie van de wetteksten enkel een realiteit is wanneer de specifieke tekst verschillende betekenissen kan hebben. Indien de tekst slechts een enkele betekenis toegeschreven kan worden dan valt er verder niets te zoeken, omdat de tekst maar één betekenis kent. Het is dus volstrekt onjuist om te beweren dat altijd naar de figuurlijke betekenis van de tekst gezocht moet worden, omdat soms de tekst maar één enkele betekenis kent. En dan is deze betekenis de betekenis van Allah (swt), en dan bestaat de kwestie letterlijk of figuurlijk in het geheel niet. Aan de andere kant, daar waar de teksten meerdere betekenissen toegeschreven kunnen worden daar gaat het om het vinden van de betekenis die Allah (swt) de tekst heeft gegeven. Omdat enkel Allah (swt) precies en zeker weet wat de werkelijke betekenis is van Zijn (swt) openbaring, is enkel Hij (swt) degene die kan vertellen hoe men naar de Zijn (swt) bedoeling in Zijn (swt) openbaringen zou moeten zoeken. Het is derhalve raadzaam om in herinnering te nemen de expeditie van de moslims naar Banoe Qoeraydah. De Boodschapper van Allah (saw) stuurde zijn sahabah erop uit en vertelde hen: Wie gehoorzaam is aan Allah (swt) en Zijn Profeet (saw), vertrekt en stelt salat al 'Asr (het namiddaggebed) uit tot aankomst bij Banoe Qoeraydah. Onder aanvoering van 'Ali vertrokken de moslims direct. Onderweg waren er sommigen die in de woorden van Boodschapper van Allah (saw) een aansporing tot haast zagen. Zij namen de woorden van de Boodschapper van Allah (saw) figuurlijk, en zij verrichten het gebed van de reiziger. Zij deden een twee rakah gebed voor salat 'Asr en trokken verder. Een ander deel van de sahabah, echter, nam de woorden van de Boodschapper van Allah (saw) letterlijk. Zij stelden hun namiddaggebed uit tot aankomst bij Banoe Qoeraydah, ook al betekende dit dat ze het gebed 'Asr uitstelden tot nadat de tijd voor salat Maghrib (het avondgebed) reeds ingegaan was, wat normaal gesproken niet toegestaan is. Later werd de Boodschapper van Allah (saw) geïnformeerd over het feit dat de sahabah zijn woorden op verschillende manieren geïnterpreteerd hadden, en hem werd gevraagd aan te geven wie het bij het juiste eind had gehad. Degenen die het gebed van de reiziger hadden gedaan of degenen die het gebed werkelijk hadden uitgesteld tot na aankomst bij Banoe Qoeraydah. Echter, in plaats van zich uit te spreken zweeg de Boodschapper van Allah (saw) enkel na het aanhoren van de vraag. Volgens de algemeen geldende principes binnen 'Oesoel oel Fiqh betekent het zwijgen van de Boodschapper van Allah (saw) dat beide interpretaties geaccepteerd zijn alszijnde juist. Zou één van de twee handelingen verkeerd zijn geweest, namelijk, dan zou de Boodschapper van Allah (saw) zeer zeker deze veroordeeld hebben en verboden hebben verklaard. Met andere woorden, de Boodschapper van Allah (saw) heeft beide interpretaties van zijn woorden, zowel de letterlijke als de figuurlijke, als juist beoordeeld. Het is dus volstrekt onjuist om te verklaren dat de letterlijke interpretatie altijd onjuist is, net zoals het volstrekt onjuist is om te verklaren dat de letterlijke interpretatie altijd juist is, omdat Allah (swt) heeft aangegeven dat beide manieren van interpreteren toegestaan zijn. Voor wat betreft punt 3., de nieuwe en volgens de modernisten betere regels voor begrip van de wetteksten betreffende de hoedoed gaan voorbij aan de realiteit van het zoeken naar het oordeel van Allah (swt). Omdat men zoekt naar de betekenis van de tekst zoals bedoelt door degene bij wie de tekst zijn oorsprong vindt, is het volstrekt onmogelijk dat de omstandigheden van degene die de tekst probeert te begrijpen een rol spelen. Als de betekenis die Allah (swt) aan Zijn (swt) tekst heeft gegeven afhankelijk is van degene die de betekenis zoekt, dan zou één en dezelfde tekst allerlei verschillende dingen betekenen omdat de omstandigheden steeds verschillen. Hoe kan men dan nog spreken van de betekenis die Allah (swt) aan Zijn (swt) tekst heeft gegeven? Deze realisatie volstaat om aan te tonen dat het onjuist is om te stellen dat met de omstandigheden rekening moet worden gehouden wanneer men zoekt naar de betekenis van de wetteksten van Islam, omdat men moet zoeken naar de betekenis eraan gegeven door Allah (swt). Integendeel, men mag de omstandigheden juist niet mee nemen, om te voorkomen dat men bevooroordeeld is bij het interpreteren. Samenvattend, bij dit voorbeeld van modernistisch denken valt op dat juist bij de verzen die linguïstisch gezien slechts één enkele uitleg gegeven kunnen worden de traditionele uitleg ter discussie wordt gesteld. De tekst van deze openbaringen zelf laat geen ruimte voor verschillende interpretaties en het is dan ook hoogst opmerkelijk dat volgens de modernisten deze verzen toch een andere betekenissen hebben dan de enigste betekenis die deze verbintenissen van woorden kent in de Arabische taal. Spijtig is het ook dat net zoals in het eerste voorbeeld van de modernistische opvatting geen argumenten worden gegeven over waarom precies zoals men stelt de betekenis van de teksten enkel duidelijk kan worden wanneer men de omstandigheden mee in ogenschouw neemt. En in afwezigheid van argumenten achter de voorgestelde nieuwe regels voor interpretatie van de wetteksten van Islam moet ook hier gezegd worden dat dit oordeel van de modernist niet enkel een onjuiste Islamitische mening is, het is niet eens een Islamitische mening. Conclusie
Het is belangrijk om in gedachte te houden dat de classificatie "modernist" gebaseerd wordt op een methode om tot een oordeel te komen, oftewel de methode waarmee tot een interpretatie van de wetteksten van Islam wordt gekomen. Er bestaat namelijk het gevaar dat de moslim gaat denken dat iedere herinterpretatie van wetteksten per definitie verkeerd is, of nog erger dat alles al geïnterpreteerd is en dat iedere nieuwe interpretatie - of dit nu bij een nieuwe kwestie is of niet - een vorm van dwaling en wegleiden van Islam betekent. En dit zou betekenen dat Islam statisch zou worden. Wanneer de mensen gaan denken dat al de juiste interpretaties al bestaan en dat de bestaande interpretaties allemaal juist zijn, dan zullen de moslims Islam niet meer bediscussiëren en zullen ze haar dus niet meer overdenken. Zo zou Islam sterven in de hoofden van de mensen, en in dat geval is het nog slechts een kwestie van tijd alvorens Islam ook in de harten van de mensen zal sterven. En van de andere kant, wanneer de mensen gaan denken dat al de juiste interpretaties al bestaan en dat de bestaande interpretaties allemaal juist zijn, dan zullen uit Islam zouden geen oplossingen meer resulteren voor de specifieke problemen die horen bij het moderne leven, zoals bijvoorbeeld of klonen toegestaan is of niet en of men mee mag doen met democratie of niet. De modernisten hanteren allen eenzelfde methode om tot een oordeel te komen, en deze methode is onjuist. Zij misrepresenteren de traditionele leerstellingen, om vervolgens zonder argumentatie hiervoor nieuwe regels voor interpretatie te introduceren of woorden anders uit te leggen, op basis waarvan uiteindelijk de volkomen nieuwe uitleg wordt gebaseerd. Ware het niet dat de meeste moslims van vandaag de dag grotendeels onbekend zijn met de ijtihad, haar regels en haar praktijk; en ware het niet dat de meeste moslims van vandaag de dag onbekend zijn met de daliel (argumentatie) achter de mening die zij volgen en in de praktijk brengen, dan zouden de meningen van de modernisten zonder twijfel door alle mensen afgedaan worden voor wat zij zijn: de blinde die de ziende komt vertellen dat deze het niet juist gezien heeft, de dove die de horende komt zeggen dat deze het niet juist gehoord heeft. In reactie op de realisatie van het feit dat niet alles dat gepresenteerd wordt alszijnde een Islamitische mening - oftewel een uitleg van wetteksten van Islam volgens een juiste methode - in werkelijkheid ook een Islamitische mening is, zou echter nooit het advies mogen resulteren dat de moslim er goed aan zou doen niet te veel te lezen van de boeken van andere mensen, of niet te veel te luisteren naar wat andere mensen zeggen, of niet te veel discussiëren met mensen die een andere mening hebben. Dan zou de moslims zelf de reden en oorzaak voor het bestaan van onwetendheid zijn, en dus zelf de mensen die slechte adviezen aan de moslims (willen) geven de mogelijkheid hiertoe bieden. Laat daarom de moslims streven naar vermeerdering van kennis en begrip van Islam bij zichzelf, juist door te lezen, juist door te luisteren en juist door te discussiëren. Maar, altijd in onderkenning van het feit dat niet alles dat gezegd wordt noodzakelijkerwijs juist is. Oftewel, niet in naïviteit. Laat de moslim lezen en luisteren, en zich concentreren op de bewijsvoering achter de meningen. Laat hem of haar de bewijsvoeringen vergelijken, laat hem of haar verder lezen en verder vragen over de bewijsvoeringen, en de methode waarvolgens de bewijsvoering tot stand gekomen is. Voorzeker, dan zal de moslim de ware Islamitische meningen die gevolgd mogen worden leren onderscheiden van de persoonlijke meningen van mensen die, ook al zijn ze vermomt als Islamitische mening, nooit gevolgd mogen worden door de moslim. En voorzeker, dan zal de moslim leren om van onder al de Islamitische mening er één te kiezen die hij voor zichzelf als maatstaf zal hanteren, de mening waarvan hij denkt dat deze meest waarschijnlijk juist is, terwijl hij zich realiseert dat er altijd de mogelijkheid bestaat dat deze mening toch onjuist is en dat een andere mening juist is. En dan zal de Oemma van Islam als geheel de juiste kant op bewegen. Dan zal de Oemma zich als geheel vasthouden aan enkel de geboden en verboden van Islam. En dan zal ieder lid van de Oemma weten dat er naast de door hem geadopteerde mening in een specifieke kwestie er nog andere Islamitische meningen kunnen bestaan. En dan zal hij of zij zich realiseren dat al de Islamitische meningen zijn waardering verdienen, en dan zal er echte broederschap zijn tussen de moslims van de Oemma.
1 Een verwerping van de methodiek van de modernisten van Islam 2 Het voorbeeld is afkomstig van www.wijblijvenhier.nl/index.php?/archives/727-Interreligieus-huwelijk.html 3 Het voorbeeld is afkomstig van www.tariqramadan.com/call.php3?id_article=278?lang=en |